Algemene middelen en onvoorzien

Algemene middelen en onvoorzien
Algemene programmadoelstelling
Het programma Algemene Middelen en Onvoorzien omvat de middelen die geen bepaald bestedingsdoel kennen, zoals
de onroerende-zaakbelasting, de uitkering uit het Gemeentefonds, het resultaat op langlopende geldleningen en de
nog over de programma’s te verdelen stelposten. Met betrekking tot de te verdelen stelposten geven wij hierna een
toelichting over de voorgenomen invulling en verdeling ervan over de programma’s.
Minder beleid maken
Door minder of anders beleid te (laten) maken, kan worden bespaard op de ambtelijke organisatie. Minder of anders
beleid maken kan bijvoorbeeld via co-productie, door regelgeving, vergunningen en procedures te vereenvoudigen en
door rapportages, evaluaties en de beantwoording van informatievragen – ook ten behoeve van de gemeenteraad meer te richten op hoofdlijnen. Dat vraagt van ons voortdurend allert zijn op nut en noodzaak van beleidsproductie.
De bezuiniging uit het coalitieakkoord bedraagt 1 miljoen euro in 2015 en 2 miljoen euro structureel vanaf 2016.
Bij de verdeling van het te besparen bedrag over de programma’s zijn wij uitgegaan van de organisatie-eenheden. Het
zwaartepunt van de bezuiniging valt bij de onderdelen van de ontwikkelorganisatie, waar de meeste beleidscapaciteit
is ondergebracht. Uitvoerende organisaties als Wijken en Publiekszaken zijn ontzien. Omdat de afgelopen vier jaar
sterk is gestuurd op overheadreductie zijn de interne bedrijven en het overheaddeel van de BCS buiten beschouwing
gebleven. De tijdelijke organisatieonderdelen voor het Stationsgebied en Leidsche Rijn kunnen geen bijdrage leveren
aan de structurele besparing.
De verdeling over de organisatie-eenheden is vervolgens vertaald naar de programma’s. U vindt de verdeling in
bijlage 8. In de eerste Technische Wijziging van de programmabegroting zal de bezuiniging worden verwerkt.
Inkoop
In het coalitieakkoord is vanaf 2015 tot en met 2018 een besparing opgenomen van 5 miljoen euro (incidenteel). De
omvang van de taakstelling is gebaseerd op productgroepen waar inkoopvoordelen zijn te behalen. Er is van uitgegaan
dat op alle productgroepen, behalve de al gemeentebreed werkende productgroepen (financiële diensten, facilitaire
diensten en voer- en vaartuigen) een besparing realiseerbaar is van 1,5%. Daarnaast is er nog een bedrag van 1 miljoen
voor verdere ontwikkeling van de inkooporganisatie die via de businesscase inkoop wordt gedekt. Hiervan is
0,639 miljoen euro met ingang van 2019 structureel.
Voor de verdeling van de taakstelling van 6 miljoen euro is gekeken naar zowel de inkoopvolumes (uitgaven) per
productgroep over 2013 als naar de beschikbare bedragen voor inkoop (materieel budget) in de begroting 2015-2018.
De inkoopvolumes per productgroep zijn gebruikt als wegingsfactor: de taakstelling wordt relatief zwaarder naarmate
er meer wordt ingekocht uit productgroepen die nog niet gemeentebreed werken. Door het te besparen bedrag
vervolgens te verdelen op basis van de inkoopvolumes in de begroting 2015-2018 is de verdeling ook gebaseerd op de
nog uit te geven materiële kosten in de toekomst (en niet alleen op de ‘spend’ van het verleden).
U vindt de verdeling in bijlage 8. Wij verwerken de bezuiniging in de eerste Technische Wijziging van de
programmabegroting.
Subsidie
De bezuiniging op de subsidies uit het coalitieakkoord is als volgt technisch verwerkt in de begroting. De maatregelen
die doorwerken in de begroting 2015 zijn in de Tweede Technische Wijziging 2014 verwerkt en maken daarom al deel
uit van de bedragen in deze programmabegroting. Dit betreft de generieke maatregel (geen accres toegekend, een
besparing van 2,7 miljoen euro), de bezuiniging 2015 uit de doorlichting van Volksgezondheid (0,5 miljoen euro) en
de besparing op het flexibele budget jeugd en welzijn (0,5 miljoen euro). De specifiek omschreven maatregelen die
vanaf 2016 doorwerken worden verwerkt in de eerste Technische Wijziging van de programmabegroting. Over de
vertaling van de efficiencykorting van 2% op de instellingen met meer dan 500.000 euro subsidie (1,6 miljoen euro met
ingang van 2016) doen wij voorstellen in de Voorjaarsnota 2015.
1/6
Innovatie
Op basis van de Voorjaarsnota 2013 is een innovatietaakstelling in de begroting verwerkt van 3 miljoen euro in 2015,
oplopend met 0,5 miljoen euro per jaar tot 4 miljoen euro vanaf 2017. Bij de invulling zijn twee aangrijpingspunten
onderscheiden:
A. Programma- en organisatieonderdeel overstijgende innovatie (“horizontaal”)
B. Programmagewijs c.q. zero based begroten (“verticaal”)
A. Programma- en organisatieonderdeel overstijgende innovatie (“horizontaal”)
In de Programmabegroting 2014 zijn voor het eerste spoor zoekrichtingen onderscheiden aangegeven, te weten
stroomlijnen van voorzieningen, digitalisering en rolopvatting van de gemeente. De (voorlopige) uitkomsten tonen aan
dat op basis van deze zoekrichtingen en nadere uitwerkingen enkele substantiële structurele besparingen zijn en/of
kunnen worden geëffectueerd:
Bundelen voertuigbeheer: het gemeentebreed poolen van het wagenpark kan structureel een besparing kan
opleveren van circa 100.000 euro. Mogelijk kan deze besparing oplopen als ook de omvang van het wagenpark
wordt meegenomen in de afweging. We zijn dit nog aan het verkennen.
Bundelen beheersing projectrisico’s: door het stroomlijnen van sturing en beheersing op projectrisico’s kunnen de
externe kosten van juridische bijstand kunnen worden gereduceerd. Met het in dienst nemen van twee advocaten in
loondienst kan per saldo naar verwachting 300.000 euro structureel worden bespaard.
Digitalisering parkeerbeleid. Met een 2e scan auto en een 100% digitale parkeerrechten vergemakkelijken we niet
alleen het parkeren voor zakelijke en gehandicapte vergunninghouders maar besparingen we bovendien
substantieel op de handhaving. In 2015 zal de besparing nog beperkt zijn maar vanaf 2016 verwachten we
200.000 euro te besparen.
Beter inschatten van de vullingsgraad van vuilcontainers. Via het meten van de klepbeweging van ondergrondse
containers kan een betere inschatting worden gemaakt van de vullingsgraad. De verwachting is dat dit systeem een
besparing van 20% kan opleveren op de vervoersbewegingen. Deze besparing vloeit rechtstreeks via een lagere
afvalstofheffing terug naar de burgers en kan daarom niet worden ingezet voor de innovatietaakstelling.
Toepassen van big data/open data. Op basis van onderzoek stellen we vast dat het verbreden en intensiveren van
de toepassing van big data technieken kan helpen in het verder opsporen van fraude, bijvoorbeeld woon- en sociale
fraude. Vooral het opsporen van sociale fraude leidt ook tot besparingen in het sociaal domein. Tegelijkertijd
constateren we dat heel lastig is om hier vooraf een robuuste inschatting van te maken. Vanuit oogpunt van
behoedzaam ramen kiezen we er daarom voor deze besparing niet in te boeken voor de innovatietaakstelling.
•
•
•
•
•
Naast deze voorstellen werken we innovatie ideeën uit die op dit moment nog in de verkennende fase zitten. Daarbij is
het goed te realiseren dat het verzilveren van ideeën soms weerbarstig kan zijn, bijvoorbeeld omdat ideeën geen
besparing opleveren, maar wel een bijdrage aan de verbetering van de kwaliteit van het beleid. We zijn als organisatie
echter steeds beter in staat om innovatieve maatregelen aan te dragen en te berekenen onder welke voorwaarden deze
maatregelen een besparing of andere winst op kan leveren. Deze aanpak willen we dan ook doorzetten en daarbij nog
scherper zijn op de besparingsmogelijkheden. Enkele voorbeelden die op dit moment in de verkennende fase zijn en
onder regie van de Stuurgroep Innovatie en in samenwerking met het Utrecht Innovatie Team (UIT) worden uitgewerkt
in solide business cases:
Het verdichten van ondergronds afval. Bij o.a. plastic en restafval zijn ontwikkelingen gaande die het mogelijk
maken meer afval te persen waarmee het aantal ritten kan worden beperkt.
Onderzoek van ruimtelijke plannen op hoger schaalniveau uitvoeren. Achterliggende gedachte is om onderzoek op
het gebied van flora en fauna, verkeer, geluid en lucht niet meer per plan uit te voeren maar op het niveau van de
buurt of wijk zodat de onderzoeksresultaten te gebruiken zijn voor meerdere plannen.
Deregulering van wet- en regelgeving (door vergunningen bijvoorbeeld een langere periode af te geven kunnen
mogelijk besparingen worden gerealiseerd op de uitgifte van vergunningen).
Het bezien van de tariefstelling bij het ophalen van hinderlijk of gevaarlijk gestalde fietsen.
Het vooruitbetalen van leges en innovaties in de dienstverlening (o.a. balie op afstand c.q. via beeldcontact
communiceren van de klant).
ICT vernieuwing in de keten Werk en Inkomen.
•
•
•
•
•
•
B. Zero based begroten (verticaal)
In de Programmabegroting 2014 zijn voor het tweede spoor twee begrotingsprogramma’s geselecteerd om het
instrument zero based begroten op toe te passen. Daarbij worden alle uitgaven en inkomsten van een programma tot
het laagste productieniveau systematisch doorgelicht gegeven vigerende beleidskaders. In afgelopen periode zijn de
2/6
programma’s Bewoners en Bestuur en Sport als pilot zero based begroot. Aanvullend hebben we de ramingsmethodiek
van de algemene uitkering doorgelicht. Dit leidt tot het volgende beeld in relatie tot de innovatietaakstelling:
1. De doorlichting van de programma’s Bewoners en Bestuur en Sport heeft diverse interessante inzichten opgeleverd
die verdergaande analyse vergen. Concreet voorbeeld is de exploitatie van zwembaden. Uit de doorlichting van het
programma Sport blijkt dat er enerzijds een integrale visie ontbreekt op het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod
van gemeentelijke zwemvoorzieningen, anderzijds dat er geen eensluidend referentiemateriaal hierover is. Daarom
doen we onderzoek naar de exploitatie van zwembaden. Bij de Voorjaarsnota 2015 rapporteren we hierover. De
doorlichting van de programma’s Bewoners en bestuur en Sport leveren op dit moment geen besparingen op, mede
vanwege de samenloop met de recente taskforce bezuiningsvoorstellen sport. Dit geeft de dynamiek van deze
trajecten aan. Niet altijd leidt een analyse direct tot concreet resultaat in euro’s; wel biedt het instrument een
innovatieve bodem om kritisch te blijven kijken naar de nut en noodzaak van de inzet van publieke middelen. De
uitvoering van de pilots levert aanknopingspunten voor aanscherping van het instrument zero based begroten.
2. De doorlichting van de wijze van raming van de algemene uitkering leidt tot een structureel voordeel van 1 miljoen
euro vanaf 2015. Uit analyse blijkt dat we jaarlijks circa 1 miljoen euro binnen krijgen als gevolg van bijstellingen
van de algemene uitkering uit voorgaande jaren. Deze bijstellingen zijn voornamelijk het gevolg van de definitieve
vaststelling van landelijke aantallen die worden gebruikt voor de berekening van de algemene uitkering. Deze
bijstellingen worden niet begroot, maar gezien het terugkerende karakter is dit wel mogelijk. Bij de raming van het
fonds gaat het Rijk uit van geschatte aantallen. Deze aantallen maal een bedrag wordt als algemene uitkering
uitbetaald. Na afloop van het jaar worden de gegevens door het CBS definitief ontvangen (en gevalideerd) van
verschillende partijen. Nadat deze gegevens definitief zijn kan het rijk de vergelijking maken tussen de geschatte
aantallen en de definitieve aantallen. Het Rijk is behoedzaam. In de regel wordt er daardoor minder uitbetaald dan
achteraf nodig blijkt. Dit resulteert in nabetalingen.
Voor een succesvolle vervolgaanpak en het stimuleren van het ‘out of de box’ denken scherpen wij het gebruik van het
instrument zero based begroten aan. Voor het stimuleren van een kritische blik op publieke uitgaven en/of het
genereren van innovatieve vormen van (externe) financiering levert ieder (deel)programma in samenwerking met
externen en onder voorzitterschap van een themadirecteur die in zijn dagelijkse werkzaamheden niet rechtstreeks met
het programma te maken heeft tenminste twee (goedkopere) beleidsalternatieven voor de realisatie van vastgestelde
programmadoelstellingen. Voor het verkrijgen van input en ideeën organiseren we hoorzittingen met stakeholders. Bij
de integrale voorjaarsbesluitvorming vindt bestuurlijke besluitvorming plaats over de uitkomsten. In deze
collegeperiode streven wij ernaar alle programma’s door te lichten, de eerstvolgende programma’s waarvoor wij
uitkomsten zullen presenteren zijn Werk en Inkomen en Algemene Ondersteuning.
Wij stellen voor het structurele voordeel van 1 miljoen vanuit de doorlichting van de raming van de algemene uitkering
te verwerken en de resterende taakstelling te verdelen over de organisatieonderdelen. Dit bevordert het eigenaarschap
en zorgt voor richting in het zoektraject. U vindt de verdeling in de bijlage Overzicht verdeling taakstellingen
(bijlage 8). Wij verwerken de bezuiniging in de eerste Technische Wijziging van de programmabegroting. De verdeelde
innovatietaakstelling wordt daarna ingevuld langs drie lijnen:
1. Implementatie van de voorstellen digitalisering parkeerbeleid, bundelen voertuigbeheer en bundelen beheersing
projectrisico’s. Deze voorstellen leveren structureel 0,6 miljoen euro.
2. Gerichte selectie en verdieping van nieuwe kansrijke innovaties die in de organisatie zijn of worden ontwikkeld.
3. Intensivering en herijking van het instrument zero based begroten.
Met deze combinatie verwachten we de innovatietaakstelling in deze collegeperiode te kunnen realiseren en bovendien
de organisatie innovatiever te maken. Bij de Voorjaarsnota 2015 rapporten wij over de uitkomsten van spoor 2 en 3.
Innovatie taakstelling
2015
2016
2017
2018
Doorlichting algemene middelen
1.000
1.000
1.000
1.000
Verdeling organisatieonderdelen Inclusief 0,6 miljoen euro structureel
voorstellen digitalisering parkeerbeleid, bundelen voertuigbeheer en
bundelen beheersing projectrisico’s
2.000
2.500
3.000
3.000
Totaal
3.000
3.500
4.000
4.000
Bedragen zijn in duizenden euro’s.
3/6
Cao-akkoord
Op 15 juli 2014 hebben de VNG en de bonden een principeakkoord gesloten voor een nieuwe Cao gemeenten. De cao
gaat met terugwerkende kracht in per 1 januari 2013 en loopt tot 1 januari 2016. Concreet is afgesproken dat de bruto
salarissen per 1 oktober 2014 verhoogd worden met 1% en per 1 april 2015 met 50 euro per maand. In oktober 2014
wordt een eenmalige uitkering gedaan van 350 euro. Bij de Gemeente Utrecht drukken de kosten van
looncompensaties voor een deel op de algemene middelen. Het andere deel wordt bekostigd uit indexatie van externe
tarieven en inkomende subsidies en bijdragen.
De verhoging van de loonkosten als gevolg van het principeakkoord kan in 2014 en 2015 grotendeels worden
bekostigd uit de daarvoor beschikbare middelen. Op basis van een grove raming resteert een tekort van circa
0,4 miljoen euro in beide jaren. Op het geheel van de salarisbegroting van circa 235 miljoen euro is dit een
beheersbaar bedrag (sturing op formatie en inhuur). Het werkelijke resultaat betrekken wij bij de verantwoording. Voor
de jaren 2016 en verder houden wij rekening met de financiële effecten van de cao bij de indexering van de externe
tarieven en in het financiële beeld (Voorjaarsnota 2015). De tabel hierna geeft een overzicht van de algemene
middelen.
Rekening
2013
Begroting
2014
Begroting
2015
Begroting
2016
Begroting
2017
Begroting
2018
5.950
6.628
6.545
6.100
5.949
5.949
361
341
337
318
311
311
54
0
0
0
0
0
495
0
0
0
0
0
23.901
22.548
25.029
23.650
23.650
21.606
-29.401
Lasten
Onroerende zaakbelasting
Precario-, toeristen en hondenbelasting
Uitkering Gemeentefonds
Dividenden
Langlopende geldleningen
Stelposten
5.029
12.610
-18.262
-24.229
-28.928
Onvoorzien
0
159
159
159
159
159
Budgetstructuur Leidsche Rijn
0
-871
-1.026
-1.517
-1.517
-1.517
35.790
41.415
12.782
4.481
-375
-2.892
81.495
83.789
80.029
80.029
80.029
80.029
2.457
2.723
2.723
2.723
2.723
2.723
438.780
435.052
589.527
578.896
575.182
573.808
Totaal lasten
Baten
Onroerende zaakbelasting
Precario-, toeristen en hondenbelasting
Uitkering Gemeentefonds
Dividenden
Langlopende geldleningen
Stelposten
2.862
2.750
2.750
2.750
2.750
2.750
51.191
40.606
40.369
38.990
40.790
45.734
1.114
33
33
33
33
33
Onvoorzien
0
0
0
0
0
0
Budgetstructuur Leidsche Rijn
0
0
0
0
0
0
Totaal baten
577.898
564.954
715.432
703.422
701.508
705.078
Saldo lasten en baten
-542.108
-523.539
-702.650
-698.941
-701.883
-707.970
Toevoeging reserves
30.378
24.094
3.404
4.137
6.402
2.296
Onttrekking reserves
81.977
37.529
5.821
2.520
5.323
159
-593.707
-536.973
-705.066
-697.323
-700.804
-705.834
Mutaties reserves
Saldo na mutaties reserves
Bedragen zijn in duizenden euro’s.
Financiële toelichting
Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe.
4/6
Onroerende zaakbelasting (ozb)
De aflopende lasten bij de ozb vanaf 2014 zijn het gevolg van de begrote besparingen door de
belastingsamenwerking.
Vanaf 2015 dalen de begrote ozb –opbrengsten. Dit komt door het niet meer begroten van de meeropbrengsten
(5,1 miljoen euro) van het Ondernemersfonds. Het ondernemersfonds dat wordt gevoegd via de ozb-opbrengsten had
een principelooptijd van 2012-2014. In het najaar 2014 zal de gemeenteraad besluiten of het fonds in deze vorm
wordt voorgezet. De uitkomsten van de besluitvorming hierover wordt betrokken bij het raadsvoorstel met OZBtarieven 2015 dat dit najaar volgt. Aan de batenkant wordt alleen rekening gehouden met de batenstijging conform de
Voorjaarsnota 2014. Om een grote begrotingsafwijking te voorkomen is met ingang van de begroting 2014 het
moment waarop de tarieven worden berekend later in het jaar belegd (zie ook paragraaf lokale heffingen).
Uitkering Gemeentefonds
In 2015 nemen de inkomsten in het Gemeentefonds, ten opzichte van 2014, toe met 179,6 miljoen euro. Het betreft
de bedragen voor twee van de drie decentralisaties; 111,2 miljoen euro is bestemd voor de decentralisatie van de
AWBZ naar Wmo en 68,4 miljoen euro betreft het budget voor de jeugdzorg. Deze bedragen zijn ook toegevoegd aan
de inhoudelijke programma’s.
Naast de toename als gevolg van de decentralisaties is er vanaf 2015 een afloop in de bedragen ten opzichte van
2014. Dit is het gevolg van eerdere, in de Voorjaarsnota’s 2010 tot en met 2013 al verwerkte maatregelen. Het betreft
hier voornamelijk lagere accressen als gevolg van de trap-op trap-af methodiek, opgelegde kortingen door het Rijk,
zoals de korting met betrekking tot het BTW compensatiefonds en de korting op onderwijshuisvesting.
Het effect van het grootonderhoud Gemeentefonds zorgt voor een nadeel op de algemene uitkering van 3,5 miljoen
euro in 2015, oplopend naar 4,4 miljoen euro vanaf 2016.
Autonome ontwikkelingen zoals groei van de stad en nominale compensatie hebben een positief effect op de algemene
uitkering.
Langlopende geldleningen
Bij verwerking van de Voorjaarsnota 2013 is verevening via de algemene dekkingsreserve abusievelijk onjuist
gecorrigeerd. Daardoor is het saldo op dit product in de jaren 2014 tot en met 2017 te laag geraamd. Daarnaast zijn
zowel de lasten als de baten bruto te laag opgenomen. Bij de derde technische wijziging 2014 worden beide elementen
gecorrigeerd. Na deze correctie geeft de meerjarenraming op dit product het volgende beeld:
2014
2015
2016
2017
2018
Lasten
26.298
29.982
31.724
33.270
34.155
Baten
51.356
55.322
57.064
58.610
58.283
Saldo (voordelig)
25.058
25.340
25.340
25.340
24.128
Zowel door toename van de EMU-schuld als door herfinanciering van aflossingen van lopende leningen nemen de
rentelasten in de meerjarenraming toe. De toename van de EMU-schuld wordt deels veroorzaakt door investeringen
waaraan interne rente wordt toegerekend. Daardoor nemen voor de treasury de interne baten toe.
Stelposten
Op de stelposten staan bedragen die nog moeten worden verdeeld over de inhoudelijke programma’s.
De lasten van de stelpost algemene middelen nemen in 2015 ten opzichte van 2014 af met 30.872 miljoen euro. De
afname is als volgt te verklaren:
conform besluit bij Voorjaarsnota 2014 zijn een drietal nieuwe bezuinigingstaakstellingen opgenomen welke in
2015 nog nadere invulling krijgen. Het betreft taakstellingen op de begrote uitgaven van inkoop (5,0 miljoen euro),
minder beleid (1,0 miljoen euro) en subsidies (1,0 miljoen uitgaven). Daarnaast is een bezuiniging van 3,0 miljoen
euro door middel van innovatieve maatregelen in te vullen met ingang van 2015. Voor een nadere toelichting over
de voorgenomen invulling en verdeling van deze bezuinigingstaakstellingen wordt verwezen naar de
programmadoelstelling aan het begin van dit hoofdstuk.
•
5/6
• vanaf 2015 maakt een nog te verdelen bedrag voor kosten van bedrijfsvoering van in totaal 8 miljoen euro deel uit
van de concernstelposten. Dit bedrag wordt jaarlijks verdeeld.
• een vanaf 2015 nog te verdelen taakstelling communicatie van 1,1 miljoen euro conform Voorjaarsnota 2011.
• het wegvallen van een incidentele begrotingspost 2014 ten behoeve van het stadskantoor veroorzaakt een daling
van de lasten met 12,217 miljoen euro.
• de lasten dalen met 0,796 miljoen euro wegens beëindiging van de FPU-regeling.
• een nog gedeeltelijk in te vullen versobering van de arbeidsvoorwaarden vanaf 2015 geeft een daling van de lasten
met 0,337 miljoen euro.
• Echter stijgt het budget algemene middelen met 1,633 miljoen euro door het wegvallen van incidentele lasten in
2014 (0,453 miljoen euro) en als gevolg van reservering voor compensatie van loonindexatie in 2015 (1,180
miljoen euro).
De meerjarige ontwikkeling op de stelposten laat zien dat er in 2016 een verdere daling van begrote lasten met
5,967 miljoen euro optreedt ten opzicht van 2015. Deze daling is als volgt te verklaren:
Verhoging van de hiervoor genoemde taakstelling minder beleid met 1,0 miljoen euro, van subsidies met
2,0 miljoen euro en innovatie met 0,5 miljoen euro vanaf 2016.
Bij Voorjaarsnota 2014 hebben wij de bezuiniging bij interne verzelfstandiging van de organisatieonderdelen
Stadswerken en Utrechtse Vastgoedorganisatie geraamd op 0,695 miljoen euro.
Intensivering van de te bezuinigen kosten van overhead met 1,772 miljoen euro vanaf 2016
•
•
•
De meerjarige ontwikkeling op de stelposten laat zien dat er in 2017 een verdere daling van begrote lasten met
4,699 miljoen euro optreedt ten opzicht van 2016. Deze daling is als volgt te verklaren:
verdere oploop van de hiervoor genoemde taakstelling subsidies met 1,3 miljoen euro;
en innovatietaakstelling met 0,5 miljoen euro vanaf 2017;
verdere verhoging van de te bezuinigen kosten van overhead met 0,750 miljoen euro vanaf 2017;
aanvullende taakstelling overhead met ingang van 2017 van 0,799 miljoen euro;
verdere versobering van arbeidsvoorwaarden met 1,5 miljoen euro vanaf 2017;
daarentegen een verhoging van 0,150 miljoen euro van het toevoegjaar 2017.
•
•
•
•
•
•
De meerjarige ontwikkeling op de stelposten laat zien dat er in 2018 een verdere daling van begrote lasten met
0,473 miljoen euro optreedt ten opzicht van 2017. Deze daling is als volgt te verklaren:
Bezuiniging op loon- en prijscompensatie met 1,0 miljoen euro vanaf 2018 conform besluit bij Voorjaarsnota 2014.
Echter stijging van lasten door nog niet benutte begrotingsruimte van 0,527 miljoen euro met ingang van 2018
conform Voorjaarsnota 2014.
•
•
Budgetstructuur Leidsche Rijn
Op deze stelpost wordt jaarlijks aan de hand van de groei van Leidsche Rijn budget opgebouwd ter dekking van de
kapitaallasten voor maatschappelijke voorzieningen in Leidsche Rijn. Op het moment dat een voorziening in gebruik
wordt genomen komt het benodigde budget ten laste van deze stelpost. Daarnaast worden de incidentele Leidsche Rijn
budgetten jaarlijks met deze stelpost verrekend. De begrote nadelen worden veroorzaakt doordat de opbouw van de
stelpost tijdelijk achterblijft (opgeleverde woningen) bij de uitputting van de stelpost (in gebruik genomen
maatschappelijke voorzieningen). Met deze nadelen wordt rekening gehouden in de reserve Budgetstructuur Leidsche
Rijn. Het resultaat op deze stelpost wordt jaarlijks bij de bestedings- en dekkingsvoorstellen met deze reserve
verrekend.
Mutaties reserves
De begrote stortingen 2015 van in totaal 3,404 miljoen euro bestaan uit verevening via de algemene dekkingsreserve
van posten uit begrotingen van voorgaande jaren en Voorjaarsnota 2014.
De begrote onttrekkingen 2015 van in totaal 5,821 miljoen euro bestaan uit de volgende posten:
Een onttrekking van 5,0 miljoen euro uit de algemene dekkingsreserve ten behoeve van het financiële beeld bij
Voorjaarsnota 2014.
Een onttrekking uit de algemene reserve van 1,0 miljoen euro ter compensatie van nog niet ingezette
winstverwachting grondexploitatie Voordorp Zuid.
•
•
In 2017 is eveneens een onttrekking uit de algemene dekkingsreserve van 5,0 miljoen euro begroot ten behoeve van
het financiële beeld bij Voorjaarsnota 2014.
6/6