BESLUIT AANGEWEZEN ZWEMWATEREN IN

BESLUIT AANGEWEZEN ZWEMWATEREN IN DE PROVINCIE DRENTHE VOOR HET
ZWEMSEIZOEN 2014
Gedeputeerde Staten van Drenthe;
gezien de beleidsbrief d.d. …………………... 2014;
overwegende;
Procedure
- dat de procedure tot vaststelling van onderhavig besluit is uitgevoerd overeenkomstig het
bepaalde in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), met dien verstande dat
ingevolge artikel 10c, eerste lid, Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en
zwemgelegenheden (Whvbz), zienswijzen naar voren konden worden gebracht door de
ingezetenen van de provincie Drenthe en overige belanghebbenden;
- dat ingevolge het bepaalde in artikel 10b, tweede lid, Whvbz ten aanzien van iedere aan te
wijzen locatie overleg is gevoerd met het bevoegde bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, Whvbz, ten dezen de betrokken waterschappen;
- dat de aanwijzing geen betrekking heeft op grensvormende of grensoverschrijdende
wateren, zodat het raadplegen van de Duitse autoriteiten (ingevolge artikel 10c, tweede lid,
Whvbz) niet benodigd is;
- dat het ontwerpbesluit van 24 februari 2014 tot en met 7 april 2014 ter inzage heeft gelegen,
hetgeen tijdig op de door de Awb voorgeschreven wijze is bekendgemaakt;
- dat naar aanleiding hiervan geen zienswijzen naar voren zijn gebracht;
- dat derhalve onderhavig besluit overeenkomstig het ontwerp kan worden vastgesteld;
- dat van een besluit krachtens artikel 10b, tweede lid, Whvbz als onderhavige, de
rechthebbende alsmede overige belanghebbenden ingevolge het bepaalde in de artikelen
6:7, 6:8, eerste lid, 7:1, eerste lid, aanhef en onder d, en 8:1, Awb binnen zes weken na
bekendmaking van dit besluit in beroep kunnen komen bij de Rechtbank Noord-Nederland,
locatie Assen, sector bestuursrecht (met dien verstande dat ingevolge artikel 6:13 Awb geen
beroep op de bestuursrechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie
redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 Awb
naar voren heeft gebracht), alsmede dat iedere belanghebbende die beroep op de
bestuursrechter heeft ingesteld, ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Awb een voorlopige
voorziening kan aanvragen bij de voorzieningenrechter van voormelde rechtbank indien
onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist;
Belangenafweging
- dat op grond van de Europese Zwemwaterrichtlijn jaarlijks de zwemplaatsen in
oppervlaktewateren (verder: zwemwaterlocaties) dienen te worden aangewezen;
- dat door het in werking treden van de (herziene) Whvbz, het daarop gebaseerde Besluit
hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Bhvbz) en de uit kracht
daarvan vastgestelde Regeling hygiëne en veiligheid badinrichtingen en
zwemgelegenheden, voornoemde Europese richtlijn in de Nederlandse wet- en regelgeving
geïmplementeerd is;
- dat artikel 10b, eerste lid, Whvbz, Gedeputeerde Staten verplicht om jaarlijks aan de Minister
van Infrastructuur en Milieu de locaties bekend te maken waar naar het oordeel van
Gedeputeerde Staten door een groot aantal personen wordt gezwommen en dat zij daarbij
2
-
-
-
-
-
de ontwikkelingen met betrekking tot het aantal personen, de infrastructuur of faciliteiten en
de ter bevordering van het zwemmen getroffen maatregelen in aanmerking dienen te nemen;
dat artikel 10b, tweede lid, Whvbz, Gedeputeerde Staten verplicht om jaarlijks, na overleg
met het bevoegd bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1, eerste lid, Whbz, de op basis van
artikel 10b, eerste lid, Whvbz aangemerkte locaties aan te wijzen, indien daarvan de functie
van zwemwater in de plannen, bedoeld in de artikelen 4.1, 4.4 en 4.6 van de Waterwet is
vastgelegd en daarvan de Minister van Infrastructuur en Milieu op de hoogte te stellen;
dat in 2014 binnen de provincie Drenthe 41 locaties gelegen zijn welke op grond van de
voorgaande overwegingen en hetgeen overigens in de Whvbz is bepaald, ervoor in
aanmerking komen om als zwemwaterlocatie te worden aangewezen;
dat de oppervlaktewateren van de aangewezen zwemwaterlocaties namelijk allen de functie
“zwemwater” hebben ingevolge hetgeen in de plannen, bedoeld in de artikelen 4.1, 4.4 en
4.6 van de Waterwet is vastgelegd, dat op deze locaties door veel personen wordt
gezwommen, en dat geen van deze locaties gedurende vijf achtereenvolgende jaren in de
klasse “slecht” is ingedeeld als bedoeld in artikel 10b, derde lid, Whvbz;
dat in de vast te stellen lijst van aan te wijzen zwemwaterlocaties enige tekstmatige
verbeteringen in de omschrijving van de bestaande zwemwaterlocaties zijn aangebracht en
dat twee zwemwaterlocaties zijn toegevoegd ten opzichte van de lijst van het voorgaande
jaar;
dat de twee toegevoegde zwemwaterlocaties zijn: “Speelvijver Emmercompascuum” te
Emmer-Compascuum en “Grote Rietplas – Parc Sandur” te Emmen;
Rechtsgrondslag
- gelet op het bepaalde in artikel 10b, tweede lid, en de overige bepalingen van de Whvbz, en
de Awb;
BESLUITEN:
1. de “Lijst aangewezen zwemwateren in de provincie Drenthe in 2014”, welke aan dit
besluit gehecht wordt en hier onderdeel van uitmaakt, vast te stellen;
2. de 41 zwemplaatsen in oppervlaktewateren genoemd in voormelde lijst aan te wijzen als
zwemwaterlocaties voor het zwemseizoen van 2014 ingevolge het bepaalde in artikel 10b,
tweede lid, Whvbz;
3. dit besluit toe te zenden aan de Minister van Infrastructuur en Milieu, en dit besluit voorts
bekent te maken op de wijze als omschreven in artikel 3:42, tweede en derde lid, Awb.
Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Drenthe van …………………... 2014.
Assen, …………………... 2014
Gedeputeerde Staten van Drenthe
A. van Schreven, secretaris
J. Tichelaar, voorzitter