Colistine intraveneus – ziekenhuisapothekers

Behandeling met colistine intraveneus (niet-CF patiënten)
Achtergrond
Bij ernstig zieke patiënten (vaak op de intensive care) met infecties veroorzaakt door
multiresistente (XDR) Gram-negatieve bacteriën bestaat de mogelijkheid om met
colistine (polymyxine E) intraveneus te behandelen. Deze toepassing van colistine is
ook in Nederland recentelijk geregistreerd.
De afgelopen vijf jaar zijn veel nieuwe wetenschappelijke gegevens beschikbaar
gekomen die de basis vormen voor een “re-appraisal” van colistine.
Om colistine zo effectief en veilig mogelijk in te zetten wordt in een samenwerkingsverband van diverse ziekenhuizen prospectief onderzoek verricht (COLIGO studie). Dit
onderzoeksproject richt zich op het verzamelen van gegevens tijdens ‘state of the art’
behandeling met intraveneus colistine. Hierbij wordt de behandeling voor elke patiënt
geïndividualiseerd aan de hand van gemeten plasmaconcentraties van (ongebonden)
colistine en de gevoeligheid (MIC) van de verwekker(s).
Praktische informatie ‘state of the art’ behandeling
• Colistine is beschikbaar als colistinemethaansulfonaatnatrium (= colistimethaatnatrium®) in flacons met 1.000.000 IE = 80 mg poeder voor injectie (Colistin®,
Tadim®, Kolject®). Formeel zijn alleen Tadim® en Kolject® voor intraveneuze
toepassing geregistreerd, hoewel de farmaceutische vorm identiek is.
• Startdosering colistimethaatnatrium voor volwassen niet-CF patiënten:
Volwassenen >60 kg lichaamsgewicht
Patiënten < 60 kg lichaamsgewicht
 Oplaaddosis: 9 MIE = 720 mg (toedieningstijd: 2 uur)
 Onderhoudsdosering (toedieningstijd: 1 uur):
 Oplaaddosis: 144.000 IE/kg (toedieningstijd: 2 uur)
 Onderhoudsdosering (toedieningstijd: 1 uur):
eGFR>75 ml/min (normaal)
3dd 3 MIE = 240 mg 3dd 48.000 IE/kg
eFR 40-75 ml/min
3dd 2 MIE = 160 mg 3dd 32.000 IE/kg
eFR 25-40 ml/min
2dd 2 MIE = 160 mg 2dd 32.000 IE/kg
eFR <25 ml/min + CVVH(D)
2dd 2 MIE = 160 mg 2dd 32.000 IE/kg
eFR <10 ml/min (incl. hemodialyse)
2dd 1 MIE = 80 mg
2dd 16.000 IE/kg
Voor CF patiënten en kinderen is aanvullende informatie beschikbaar via [email protected].
• EDTA bloed wordt 2x per week afgenomen vlak voor een gift (dal) voor de bepaling
van de ongebonden colistine plasmaconcentratie. De eerste afname 48 uur na de
start van de behandeling. Monster(s) na afdraaien van het plasma en invriezen bij -20
ºC verzenden aan: Gelre ziekenhuizen, Laboratorium Apotheek (KFTL), Zuster
Meyboomlaan 6, 7334 DV Apeldoorn, tel: 055-5818643. S.v.p. voldoende gekoeld
verzenden zodat monsters bevroren aankomen (bij voorkeur op droogijs).
• Van de geïsoleerde multiresistente (vermeende) verwekker wordt bij aanvang van de
behandeling met intraveneus colistine de MIC kwantitatief (wild type) bepaald door
het eigen microbiologisch laboratorium (Etest®). Deze waarde moet tijdig beschikbaar
zijn voor het bepalen van de optimale dosering, waarbij gestreefd wordt naar een
fAUC 24 /MIC=25-35 uur (f = ongebonden fractie colistine). Een doseringsadvies op
maat wordt via de fax aan de ziekenhuisapotheek verstrekt.
Voor meer informatie over dit onderwerp of bij interesse in deelname aan de COLIGO
studie kan contact worden opgenomen via: [email protected]
Informatie voor ziekenhuisapothekers, versie d.d. 7 juli 2014
Een project mede mogelijk gemaakt door:
Pagina 1 van 1