14.15 OER-deel B MA Wijsbegeerte van een

DEEL B van de onderwijs- en examenregeling voor de masteropleiding
Wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied, 120 EC, 2014-2015
§ 1 - Algemene bepalingen
Artikel 1.1 – Toepasselijkheid van de regeling
Deze regeling bestaat uit deel A en deel B. Dit opleidingsspecifieke deel B hoort bij deel A
van de regeling dat algemene bepalingen bevat met betrekking tot het onderwijs en de
examens van de masteropleidingen van de Faculteit der Geesteswetenschappen, hierna te
noemen: de faculteit. Deel B bevat opleidingsspecifieke bepalingen met betrekking tot de
opleiding Filosofie: Wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied (120 EC).
§ 2 - Opbouw van de opleiding
Artikel 2.1 – studielast
a. De masteropleiding heeft een omvang van 120 studiepunten.
b. Het examen van de master omvat de volgende verplichte onderdelen:
• 42 studiepunten mastervakken
• 18 studiepunten masterscriptie
• 60 studiepunten behaald in een niet-wijsgerige discipline
c. In paragraaf 4 staan per programma de vakken en studielast ervan vermeld.
Artikel 2.2 – vorm van de opleiding
a. De opleiding wordt voltijds aangeboden.
b. De volgende programma’s worden ook in deeltijd aangeboden:
1. Wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied.
Artikel 2.3 – vrije opleiding
De student heeft de mogelijkheid om, onder bepaalde voorwaarden, een eigen samenhangend
onderwijsprogramma samen te stellen dat afwijkt van de onderwijsprogramma’s zoals
vermeld in paragraaf 4. De samenstelling van een dergelijk programma behoeft voor aanvang
van de opleiding de goedkeuring van de examencommissie van de Graduate School of
Humanities.
§ 3 Doelstelling en eindtermen
Artikel 3.1 – doelstelling van de opleiding
Met de master wordt beoogd de student zodanige kennis en vaardigheden en een zodanig
inzicht bij te brengen op het desbetreffende vakgebied dat de afgestudeerde in staat is op
zelfstandige en professionele wijze een functie uit te oefenen op gevorderd academisch
niveau en beschikt over de competenties die een voorwaarde zijn om te worden toegelaten tot
een promotietraject.
Artikel 3.2 – eindtermen van de opleiding
a. academisch denk- en werkniveau
De student die de masteropleiding heeft afgerond:
1. is in staat verschillende theoretische visies over een onderwerp waarin hij gespecialiseerd
is uiteen te zetten en daarover een eigen standpunt te bepalen;
2. is in staat om zelfstandig te werken, alsmede volwaardig te functioneren in teamverband;
1
3. is in staat om de belangrijke thema’s in hedendaagse debatten op het terrein van de eigen
specialisatie(s) uiteen te zetten en daarover een eigen standpunt te bepalen.
b. vakspecifieke eindtermen
De student die de masteropleiding heeft afgerond:
1. heeft een gedegen overzicht van het vakgebied en van de geschiedenis van het vakgebied;
2. heeft een grondige kennis van een specialisme binnen de opleiding, dan wel een gedegen
kennis op het snijvlak van de opleiding en een ander vakgebied;
3. heeft de vaardigheid om zelfstandig problemen op het terrein van het vakgebied te
signaleren, formuleren, analyseren en oplossingen aan te dragen. De student is tevens in
staat gerichte onderzoeksvragen te formuleren en deze te presenteren in een
onderzoeksplan.
4. heeft de vaardigheid de relevante vakliteratuur rond een onderwerp te vinden, te
verwerken en kritisch te beoordelen;
5. heeft de vaardigheid om onderzoek op het vakgebied uit te voeren en daarover te
rapporteren op een wijze die voldoet aan de gebruikelijke disciplinaire normen.
§ 4 - Programma Wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied
Artikel 4.1 – voertaal
a. De voertaal van dit programma is Nederlands.
b. In afwijking van het bepaalde onder a worden enkele vakken in het Engels gegeven.
Indien dit het geval is, staat dit vermeld in de studiegids.
Artikel 4.2 – programmaspecifieke ingangseisen
a. Elke student die over een universitair bachelordiploma beschikt, kan via het Graduate
Office van de faculteit een verzoek tot toelating tot de master aan de examencommissie
voorleggen. Aanmelden hiervoor kan uitsluitend online via www.gsh.uva.nl tot 1 april
van het voorafgaand academisch jaar. De examencommissie beslist zo spoedig mogelijk
op het verzoek.
b. De volgende bachelordiploma’s behaald aan een Nederlandse universiteit of een daarmee
vergelijkbare instelling, bieden toegang tot het programma:
• Wijsbegeerte, mits de student ook voldoet aan de ingangseisen voor onderwijs op
masterniveau op het terrein van de maatschappijwetenschappen of de
geesteswetenschappen met uitzondering van Wijsbegeerte;
• Een bachelordiploma dat toegang geeft tot onderwijs op masterniveau op het terrein
van de maatschappijwetenschappen of de geesteswetenschappen met uitzondering van
Wijsbegeerte waarvan een minor wijsbegeerte met een omvang van 30 studiepunten
en een module wetenschapsfilosofie van minimaal 10 EC deel hebben uitgemaakt.
Artikel 4.3– opbouw programma
a. De omvang van het wijsgerige deel van de opleiding is 60 EC. Het programma kent twee
richtingen. De opbouw voor de richting “Filosofie van de politieke en sociale
wetenschappen” is als volgt:
Semester 1
Semester 2
2
blok 1
blok 2
Filosofie van de sociale
wetenschappen 12 EC
keuzevak 12 EC
blok 3
blok 4
blok 5
6 EC Colloquium
Wijsbegeerte van
een bepaald
wetenschapsgebied
Masterscriptie 18 EC
blok 6
Filosofie, wetenschap en
public affairs 12 EC
De opbouw voor de richting “Filosofie van de geesteswetenschappen” is als volgt:
Semester 1
blok 1
blok 2
History and philosophy of the
humanities 12 EC
keuzevak 12 EC
Semester 2
blok 3
blok 4
blok 5
6 EC Colloquium
Wijsbegeerte van
een bepaald
wetenschapsgebied
masterscriptie 18 EC
blok 6
History, philosophy, agency
12 EC
b. De omvang van de keuzeruimte is 12 EC. Studenten van de richting “Filosofie van de
politieke en sociale wetenschappen” kiezen hiervoor een vak uit de groep “Philosophy of
Public Affairs” of de electives in het vakkenaanbod van het departement Wijsbegeerte
mits zij aan de ingangseisen van het vak voldoen. Studenten van de richting “Filosofie
van de geesteswetenschappen” kunnen ook kiezen voor een vak uit de groep “Critical
Cultural Theory” mits zij aan de ingangseisen van het vak voldoen.
c. De omvang van het niet-wijsgerige deel van de opleiding is 60 EC.
Artikel 4.4 - programmaspecifieke eindtermen
De student die het programma heeft afgesloten beschikt over:
1. een gedegen kennis van de filosofie van de politieke en sociale wetenschappen;
2. kennis van en inzicht in het functioneren van wetenschap in haar sociale en politieke
context;
3. een gedegen kennis van een niet-wijsgerige discipline op het terrein van de
maatschappijwetenschappen.
§ 5 Wijziging en inwerkingtreding
Artikel 5.1 – Wijzigingen deel B
a. Wijzigingen van deel B van deze regeling worden door de decaan - gehoord de
opleidingscommissie en met inachtneming van de bevoegdheden van de
medezeggenschapsorganen ter zake – bij afzonderlijk besluit vastgesteld.
3
b. Een wijziging van deel B van deze regeling heeft geen betrekking op het lopende
studiejaar, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belangen van de studenten
daardoor niet worden geschaad. Bij tussentijdse wijzigingen worden de
opleidingscommissies en medezeggenschapsorganen om advies dan wel instemming
gevraagd.
Artikel 5.2 – Inwerkingtreding deel B
Deel B van deze regeling treedt in werking op 1 september 2014.
Aldus vastgesteld door de decaan van de faculteit op 16 september 2014.
4