Lenen loont bij aankoop beleggingsvastgoed

Pag. 43 Reizen Sta op uw rechten als het fout loopt Pag. 44 Werk Zieke werknemer niet onbeperkt beschermd tegen ontslag
Pag. 44 Relatie Hoeveel kost een vangnet voor uw partner? Pag. 45 Technologie Tips om uw verloren data te recupereren
Pag. 48 Vastgoed Wat zijn uw opties als uw huurder niet betaalt? Pag. 48 10 geldvragen aan notaris Bart Van Opstal
Zaterdag
8 februari 2014
Netto
Lenen loont
bij aankoop
beleggingsvastgoed
KORT
PETRA DE ROUCK
B
eleggen in vastgoed zit al een
aantal jaren in de lift. Door een
gebrek aan vertrouwen in de
beurs en de banken enerzijds
en de lage opbrengst van andere beleggingen anderzijds
komt de verhuur van een appartement of
een woning in het vizier. In de eerste plaats
is het een belegging van de beschikbare
spaarcenten, maar steeds meer vastgoedinvesteerders sluiten een lening af voor hun
investeringspand.
Bij KBC ging vorig jaar 18 procent van de
toegestane woonkredieten naar vastgoedbeleggers. Vijf jaar geleden was dat nog
maar 15 procent. En in de groep van de vastgoedbeleggers is het aandeel van de kredietnemers die het pand zal verhuren gestegen
van 42 naar 49 procent. De andere helft gebruikt de lening voor de aankoop van een
tweede verblijf voor eigen gebruik. Bij BNP
Paribas Fortis is 8 procent van de woonkredieten bestemd voor panden die verhuurd
zullen worden.
De meest voor de hand liggende reden
om te lenen is dat de vastgoedbelegger zijn
oog heeft laten vallen op een pand dat meer
kost dan de cash die hij bezit. Of soms zijn
de middelen er wel, maar zitten ze ‘vast’ in
een belegging die men niet vroegtijdig kan
of wil verbreken. ‘De vastgoedinvestering
kan ook passen in een pensioenaanvulling.
Niet toevallig zijn het vaak vijftigplussers die
in vastgoed investeren’, zegt Katelijne
D’Hauwers van Verenigde Eigenaars. Op die
leeftijd is de lening voor de gezinswoning
doorgaans afbetaald en hebben mensen
nog een carrière van een tiental jaar voor de
boeg.
‘Voor wie nog professioneel actief is,
hoeft een investering in vastgoed geen extra
inkomen op te brengen’, zegt Philippe Janssens van Stadim. ‘De huurinkomsten kunnen integraal gebruikt worden voor het afbetalen van de lening. Wanneer de pensioenleeftijd bereikt wordt, moet de lening
afbetaald zijn en vormen de huurinkomsten
een aanvulling op het pensioen.’
· Steeds meer vastgoedinvesteerders
lenen.
· De lening kan passen in de opbouw
van een aanvullend pensioen.
· De intrestaftrek is het enige fiscaal
voordeel voor een vastgoedinvesteerder.
· Een lening creëert een financiële
hefboom en krikt rendement op,
maar is niet zonder risico.
· Investeren in vastgoed vergt een
actief beheer.
op het geïndexeerde kadastraal inkomen
verhoogd met 40 procent.
Gebruikt de huurder het pand professioneel, dan moet u de werkelijk ontvangen
huurinkomsten aangeven. De fiscus trekt
van dat brutobedrag een forfait af voor de
kosten. In beide scenario’s worden de inkomsten uit vastgoed gevoegd bij uw overige inkomsten, zoals beroepsinkomsten of
pensioen. Ze worden dus belast tegen uw
hoogste belastingtarief, dat kan oplopen tot
50 procent.
Die belasting kunt u dus vermijden met
een lening. De betaalde intresten genieten
van wat in het vakjargon de gewone intrestaftrek wordt genoemd: ze worden afgetrokken van de inkomsten van uw vastgoed. ‘Dat
is niet enkel van het inkomen van het gefinancierde vastgoed, maar van alle vastgoed
in uw bezit. Dus ook van ander verhuurd
vastgoed of een tweede verblijf’, zegt Katelijne D’Hauwers. ‘De leningen kunnen zodanig gemodelleerd worden dat het volledige
inkomen uit vastgoed wordt geneutraliseerd.’ De enige voorwaarde voor de gewone
intrestaftrek is dat u eigenaar bent. Een
hypothecaire waarborg is geen vereiste.
Strenge voorwaarden
Fiscaal voordeel
Maar heel vaak is er helemaal geen extra
financieringsbehoefte, maar gaat de vastgoedbelegger toch een lening aan. Het fiscaal voordeel is daarvoor de motivatie. ‘De
betaalde intresten zijn zowat het enige fiscale voordeel dat benut kan worden. En
steeds meer vastgoedinvesteerders doen dat
ook effectief’, zegt D’Hauwers. Het fiscale
voordeel van een lening voor een tweede
verblijf of een investeringspand valt wel een
stuk magerder uit dan dat voor een gezinswoning.
Met een lening kunt u vermijden dat uw
vastgoed via de personenbelasting nog eens
getaxeerd wordt, boven op de onroerende
voorheffing. Voor een tweede verblijf of een
pand verhuurd aan iemand die het voor privédoeleinden gebruikt, moet u het kadastraal inkomen opnemen in uw jaarlijkse
belastingaangifte. U betaalt dan belastingen
Beleggen in vastgoed gebeurt in
de eerste plaats met beschikbaar geld.
Maar steeds meer beleggers gaan ook een
lening aan. Waarom kan dat interessant zijn?
En vooral, wat brengt het op?
Ook de betaalde kapitaalaflossingen kunnen een fiscaal voordeel opleveren in het kader van het langetermijnsparen: een belastingvermindering van 30 procent. ‘Dat voordeel speelt maar voor weinig vastgoedbeleggers’, merkt D’Hauwers op. ‘Een eerste
reden zijn de strenge voorwaarden. Slechts
weinig vastgoedbeleggers zijn bereid om op
tien jaar te lenen.’ De lening moet ook door
een hypotheek gewaarborgd zijn. Daarenboven zijn de kapitaalaflossingen die u fiscaal kunt benutten beperkt door de zogenaamde fiscale korf.
‘Die korf is veelal al volledig ingevuld met
andere spaarvormen zoals levensverzekeringen, zodat een lening geen extra voordeel oplevert’, zegt D’Hauwers. De fiscale
korf hangt af van het geleende bedrag en uw
beroepsinkomen en bedraagt 2.280 euro.
Dat brengt uw maximale belastingbesparing door kapitaalaflossingen op 678 euro
(exclusief gemeentebelasting) per jaar.
‘Vastgoedinvesteerders kunnen met een
lening het rendement van hun investering
LEES VERDER OP PAGINA 42
42
DE TIJD ZATERDAG 8 FEBRUARI 2014
Netto
Lenen loont
bij aankoop
beleggingsvastgoed
VERVOLG VAN PAGINA 41
opkrikken. Dat is te danken aan de financiële hefboom’, zegt financieel planner Jo
Stremersch. Door een lagere eigen inbreng
vertegenwoordigen de huurinkomsten een
hoger rendement op het geïnvesteerde
kapitaal. Dat rendement moet vergeleken
worden met de betaalde rente op de lening.
‘Toch betekent dat niet dat we adviseren
om zo veel mogelijk te lenen’, zegt Stremersch. ‘Een grotere lening betekent dat er
ook meer kapitaal en intresten betaald moeten worden. De huurinkomsten zullen op
jaarbasis niet meer volstaan om de lening
terug te betalen. De vraag is of de vastgoedinvesteerder bereid is elk jaar een deel van
zijn beroepsinkomsten te spenderen aan de
vastgoedinvestering. Dat houdt risico’s in als
hij bijvoorbeeld invalide zou worden.’
Om na te gaan of het aangewezen is een
deel van het vermogen in vastgoed te investeren, houdt de financieel planner rekening
met het totaalplaatje. Hoe is het vermogen
opgebouwd? Is het aangewezen de middelen voor een lange periode in vastgoed te
investeren? Hoe is het risico op overlijden of
invaliditeit ingecalculeerd? Moet er een
pensioenvoorziening zijn?
Een vastgoedinvestering moet ook vanuit
beleggingsstandpunt opportuun zijn. ‘Om
dat na te gaan, wordt het nettorendement
van een vastgoedinvestering vergeleken met
dat van klassieke beleggingen’, zegt Jo Stremersch. De eerste opbrengst van een verhuurd pand is de maandelijkse huur. Maar
ook de registratierechten en andere kosten
bij de aankoop, periodes van leegstand, achterstallige huur en huurschade, onderhoudskosten en herstellingen moeten verrekend worden.
‘Een belangrijke factor in die rendementsberekening is de verwachte evolutie
van de inflatie en hoe de ontleenrente daarbij evolueert. Bij oplopende inflatie zit men
met vastgoed gebeiteld: de huur en de waarde van het pand volgen de inflatie. Een
stijgende inflatie zal het rendement een
enorme boost geven. De keerzijde van de
medaille is dat men in tijden van deflatie gevangen zit’, zegt Stremersch.
En als de berekening uitdraait in het
voordeel van vastgoed, is er nog een belangrijke kanttekening. Wie investeert in vastgoed moet zich bewust zijn van de lasten.
Vastgoed vergt een intens beheer: huurcon-
Foto van de week
Lenen levert hefboom op
Jonas
WOONKREDIET
ZONDER MAANDELIJKSE
AFLOSSINGEN
De meest voor de hand liggende kredietformule voor een vastgoedinvestering is de traditionele woonlening.
Maar in een aantal gevallen kan ook
een bulletkrediet een optie zijn. Met
die kredietformule doet u tijdens de
looptijd geen kapitaalaflossingen.
Maandelijks (of periodiek) betaalt u
enkel intresten. Het ontleende kapitaal lost u aan het einde van de lening
in één keer af, met bijvoorbeeld de
uitkering van een groeps- of levensverzekering.
Dankzij die werkwijze zijn de maandelijkse betalingen lager, maar het uiteindelijke kostenplaatje ligt hoger dan
bij een traditioneel krediet: u betaalt
de hele looptijd intresten op het volledige uitstaande kapitaal. Dat u tussentijds geen kapitaal betaalt, kan
ook een nadeel zijn als uw situatie
verandert of als uw plannen wijzigen.
Wegens het hogere risico hanteren de
banken voor dat soort kredieten
strengere voorwaarden inzake eigen
inbreng en waarborg.
tracten negotiëren, betaling van huur opvolgen, onderhoud en herstellingen regelen,...
Geen probleem om te lenen
In tegenstelling tot jongeren die lenen voor
een eerste woning hebben vastgoedinvesteerders veel minder problemen om een lening te krijgen. ‘Ze lenen doorgaans een lager deel van het aankoopbedrag. Dat maakt
het risico voor de bankier beperkter. Bovendien genereren verhuurde panden een opbrengst en is er de buffer van de gezinswoning’, zegt Katelijne D’Hauwers.
‘De waarborgen worden bepaald in functie van elk individueel dossier op basis van
de notoriteit van de cliënt’, klinkt het bij
ING. Een hypothecaire inschrijving of mandaat blijft de klassieke waarborg. Maar er
zijn alternatieven, zoals een combinatie van
een hypothecaire waarborg met een inpandgeving van een belegging.
wil investeren in zijn thuisstad Gent. Hij koopt in de stadsrand een
instapklaar huis voor 200.000 euro. Rekening houdend met de registratierechten (10 procent) en aankoopkosten (3 procent) bedraagt zijn totale investering
226.000 euro. De woning heeft een niet-geïndexeerd kadastraal inkomen van
820 euro en kan tegen 780 euro per maand verhuurd worden. Jonas calculeert
5 procent leegstand in. Rekening houdend met de leegstand bedragen zijn
huurontvangsten op jaarbasis 8.892 euro.
financieel planners Stremersch, Van Broekhoven & partners berekenen het
rendement van de investering. De inflatie over de looptijd van twintig jaar
wordt geschat op 2 procent per jaar, de waardestijging van het pand 1 procent
boven inflatie (dus 3 procent per jaar). Er wordt verondersteld dat de woning
na twintig jaar wordt verkocht.
Jaarlijks moet Jonas 643 euro onroerende voorheffing betalen en 1.260 euro
investeren in het onderhoud.
Jonas leent
156.000 euro
Jonas leent
76.000 euro
Jonas
leent niet
als Jonas niets leent en dus
226.000 euro eigen middelen
investeert, dan bedraagt het
rendement op zijn geïnvesteerd
kapitaal 4,93 procent..
Jonas wil dat zijn investeringsproject zelfbedruipend is. Hij
leent 76.000 euro op 20 jaar tegen een rentevoet van 3,15 procent (10 jaar vast). De overige
150.000 euro betaalt Jonas met
zijn spaarcenten. Met die aanpak
houdt hij jaarlijks 1.800 euro over
van de huurontvangsten.
Het nominale rendement op zijn
geïnvesteerd kapitaal bedraagt
5,62 procent per jaar.
Jonas leent 156.000 euro op
20 jaar, tegen een rentevoet van
3,15 procent (10 jaar vast). Dat
komt neer op een maandelijkse
aflossing van 886 euro. De overige 70.000 betaalt Jonas met zijn
spaarcenten.
Op basis van die parameters behaalt Jonas een nominaal rendement van 6,69 procent nominaal
per jaar op zijn geïnvesteerd
kapitaal.
Jonas moet er wel rekening mee
houden dat zijn project in dit scenario niet zelfbedruipend is. Hij
moet jaarlijks ongeveer 3.600
euro bijpassen, omdat zijn huurinkomsten niet volstaan om al zijn
kosten te dekken. Boven op de
643 euro onroerende voorheffing
betalen en 1.260 euro onderhoud
moet hij immers ook nog 10.631
euro aflossen voor de lening. Zijn
huurontvangsten op jaarbasis bedragen slechts 8.892 euro, rekening gehouden met de leegstand.
IMPACT VAN DE INFLATIE
Wat als de inflatie tot 4 procent oploopt? Het rendement als hij 156.000 euro leent, stijgt dan tot 9,62 procent. In de
uitgangssituatie had hij een reëel rendement van 4,69% (6,69% - 2%), terwijl hij bij een inflatie van 4 procent reëel
5,62 procent (9,62% - 4%) overhoudt. Dat voordeel zou ongedaan gemaakt worden als de rente op zijn lening oploopt
tot 5,05 procent.
Het omgekeerde geldt in geval van zeer lage inflatie. Mocht de gemiddelde inflatie over de komende 20 jaar slechts 0,7
procent bedragen, dan zakt het reëel rendement tot 3,84 procent. De ontleenrente zou moeten terugvallen tot 1,90
procent (10 jaar vast) om eenzelfde rendement voorop te stellen.
Autoparadijs
Liefhebbers van oldtimers
konden deze week hun hartje
ophalen in Parijs. In het Grand
Palais was woensdag een
weergaloze collectie luxueuze
vintage cars te bewonderen. Het
Britse veilinghuis Bonhams
hamerde ze daags nadien af voor
indrukwekkende bedragen. Een
Bugatti Type 35B van 1929
wisselde bijvoorbeeld van
eigenaar voor 1,6 miljoen euro.
Voor een Ferrari 275 GTB/4
Berlinetta uit 1968 telde een
koper 2,25 miljoen euro neer, een
recordbedrag voor dat model.
© afp