jaarverslag 2013 - Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Agrarische

jaarverslag
2013
S T I C H T I N G B E D R I J F S P E N S I OE N F ON D S V OOR D E AG R AR I S C H E E N V OE DS ELVO O R ZI ENI NG S H A NDEL
Bpf AVH
Verrijn Stuartlaan 1e
2288 EK Rijswijk
Postbus 3144
2280 GC Rijswijk
Tel.: 070 - 338 10 20
Fax: 070 - 350 35 31
[email protected]
www.bpfavh.nl
De route naar een
nieuw pensioenstelsel
AVH JAARVERSLAG 2013
INHOUDSOPGAVE
Inhoudsopgave
Kengetallen en kerncijfers
3
Voorwoord
5
Verslag van het Bestuur
1. Algemene informatie
1.1
Een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds
1.2
Doelstelling en uitvoering
1.3
Samenwerkingsverbanden en deelnemingen
1.4
Aangesloten ondernemingen
2. Bestuur en uitvoering
2.1
Het bestuur
2.2
Het dagelijks bestuur
2.3
De deelnemersraad
2.4
De beleggingscommissie
2.5
De studiecommissie
2.6
De commissie risicomanagement
2.7
De communicatiecommissie
2.8
De werkgroep Tender Actuariaat
2.9
De werkgroep Governance
2.10
Het verantwoordingsorgaan
2.11
Bestuurscommissie partikulier kaaspakhuisbedrijf
2.12
Commissie van beroep en klachtencommissie
2.13
Overige commissies ingesteld door het bestuur
2.14
De visitatiecommissie
2.15
Uitvoeringsorganisatie
2.16
Adviseurs
2.17
Vergaderingen
2.18
Het nieuwe bestuursmodel op 1 juli 2014
3. Financiële informatie en ontwikkelingen
4. Risicoparagraaf ten aanzien van doelstellingen, beleid en gebruik van financiële instrumenten
4.1
Reflecteren en analyseren
4.2
Risico’s en balansmanagement
4.3
Financiële sturingsmiddelen
5. Informatie over de verwachte gang van zaken
5.1
Pensioenregelingen en Statuten
5.2
ABTN
5.3
Premie en parameters 2014
5.4
Beleggingen
5.5
Ontwikkeling dekkingsgraad
5.6
Risicomanagement
5.7
Verantwoord beleggen
5.8
Ontwikkelingen in de uitvoering
6. Bestuursaangelegenheden
6.1
Jaarverslag 2012
6.2
Deskundigheid, opleiding en vergoedingen
6.3
Deskundigheidsbevordering
6.4
Zelfevaluatie
6.5
Studiecommissie
6.6
Crisisplan
6.7
Beleggingsbeleid
6.8
Risicobeheer
Jaarverslag 2013 BPF AVH
6
6
6
7
7
7
8
8
8
9
9
10
10
10
11
11
11
11
12
12
13
13
13
13
14
15
23
23
23
28
29
29
29
29
29
30
30
30
31
32
32
32
32
32
33
33
33
33
1
1
AVH JAARVERSLAG 2013
INHOUDSOPGAVE
6.9
Naleving wet- en regelgeving
6.10
Uitbesteding
6.11
Toezicht
6.12
Compliance
6.13
Communicatie
7. Pensioenparagraaf
7.1
De pensioenregelingen
7.2
Samenvattend overzicht van de verplichtgestelde basispensioenregeling 2014
7.3
Bijzonder partnerpensioen bij overlijden van de ex-partner
7.4
Indexatiebeleid en indexatiematrix
7.5
Premies
7.6
Toegekende indexaties
8. Beleggingenparagraaf
8.1
Economische ontwikkelingen
8.2
Beleggingen van Bpf AVH
9. Actuariële paragraaf
9.1
Actuariële analyse
9.2
Beleid ten aanzien van toeslagverlening/indexatie
9.3
Premie
9.4
Uitkomsten van de solvabiliteitstoets
9.5
Oordeel van de certificerend actuaris over de financiële positie
10. Rapportage over goed pensioenfondsbestuur
10.1
Algemeen
10.2
Intern toezicht
10.3
Compliance officer
10.4
Verantwoordingsorgaan
11. Toekomst
33
33
34
34
34
36
36
37
38
38
39
40
41
41
41
43
43
43
43
44
44
45
45
45
45
45
47
Verslag van het Verantwoordingsorgaan
48
Reactie van het bestuur op het verslag verantwoordingsorgaan
49
Jaarrekening
Balans per 31 december
Staat van baten en lasten
Kasstroomoverzicht
Actuariële analyse
Toelichting op de balans en staat van baten en lasten
50
51
52
53
54
55
Vastgoedbeleggingen
63
Overige gegevens
Statutaire regeling omtrent de bestemming van het saldo van baten en lasten
Gebeurtenissen na balans datum
82
82
82
Actuariële verklaring
83
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
85
Afkortingen en begrippen
87
Nevenfuncties van (plv) bestuur
89
Jaarverslag 2013 BPF AVH
2
2
AVH JAARVERSLAG 2013
VOORWOORD
Kengetallen en kerncijfers
2013
2012
2011
2010
2009
858
850
863
855
846
18.575
17.993
17.511
17.540
17.690
219
240
269
313
350
39.265
36.027
35.179
42.691
42.800
8.855
8.656
8.378
8.075
7.789
Kostendekkende premie
55.524
65.334
56.071
47.377
52.620
Gedempte premie
53.201
48.819
48.985
45.819
46.046
Feitelijke premie
65.478
52.442
48.985
45.819
46.046
2.497
2.566
2.341
2.531
2.052
17.326
16.807
21.309
14.731
13.700
Actieve deelnemers
0,00%
0,00%
0,00%
1,95%
0,00%
Inactieve deelnemers
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
842.275
818.773
718.559
633.727
570.301
36.997
37.050
34.889
29.266
24.380
Vereist eigen vermogen (PW art. 132)
117.193
113.200
108.403
80.806
76.438
Pensioenverplichtingen
803.042
805.969
758.066
626.821
517.477
105
102
95
101
110
Alle verzekerden
20,1
20,6
21,6
20,7
19,5
Actieve deelnemers (+ arb.ongeschikten)
24,6
25,1
26,3
25,7
24,5
Gewezen deelnemers
21,6
22,0
23,0
22,0
21,2
Pensioengerechtigden
9,5
9,8
9,8
9,3
8,9
26.464
27.652
28.492
28.593
25.625
Aandelen
133.230
119.808
101.478
103.310
63.163
Vastrentende waarden
558.032
559.515
466.198
428.627
413.704
9.758
21.286
31.697
14.893
9.546
Aantal werkgevers
Aantal verzekerden
Actieve deelnemers
- waarvan arbeidsongeschikten
Gewezen deelnemers (‘slapers’)
Pensioengerechtigden
Pensioenen
Uitvoeringskosten
Uitkeringen
Toeslagverlening per 1 januari
Vermogen en solvabiliteit
Aanwezig vermogen
Minimaal vereist eigen vermogen (PW art. 131)
Dekkingsgraad
Duration
Beleggingsportefeuille
Vastgoedbeleggingen
Derivaten
Overige beleggingen
Beleggingsopbrengsten
123.896
74.138
77.819
49.994
6.745
851.380
802.399
705.684
625.417
518.783
-23.486
70.176
67.194
35.213
21.572
Jaarverslag 2013 BPF AVH
3
3
AVH JAARVERSLAG 2013
VOORWOORD
2013
2012
2011
2010
2009
Totale portefeuille
-2,98%
10,39%
11,10%
6,52%
4,59%
Benchmarkrendement portefeuille
Beleggingsrendement
-3,28%
9,52%
10,21%
6,08%
6,85%
Z-score
0,43
0,96
0,93
0,55
-2,15
Performancetoets
0,32
-0,32
-0,96
-0,86
-1,03
Performancetoets +1,28
1,60
0,96
0,32
0,42
0,25
Opmerking: -­‐ De dekkingsgraad 2013 is bepaald na toepassing van de 0,5% korting per 1 april 2014 op de
pensioenaanspraken en -rechten. In de dekkingsgraad 2012 is rekening gehouden met de korting
van 2% per 1 april 2013.
- De feitelijke premie is inclusief de bijdrage VPL van 3.786. De kostendekkende premie en de
gedempte premie zijn exclusief de premie voor de inkoop van pensioenaanspraken uit hoofde
van de overgangsregeling VPL.
Uitvoeringskosten per deelnemer / pensioengerechtigde Totaal
Aantal verzekerden
aantal
waarvan
AGH
wegingsfactor
Actieve deelnemers
Einde deelname
Afkopen
Gewezen deelnemers (slapers)
Pensioengerechtigden
18.575
1,0
18.575
3.648
0,5
1.824
679
0,5
340
39.265
0,0
-
8.855
1,0
8.855
Totaal
29.594
Pensioenbeheer
Totale kosten pensioenbeheer
Kosten per deelnemer (× € 1,00)
2.497
1.877
84
63
Kosten vermogensbeheer
Het pensioenfonds volgt de adviezen van de Pensioenfederatie bij het transparant maken van de
kosten voor vermogensbeheer- en transactiekosten. Indien aanwezig en tegen redelijke inspanning te
verkrijgen, wordt gebruikgemaakt van de werkelijke kosten en anders worden schattingen gebruikt op
basis van ervaringscijfers of adviezen van de Pensioenfederatie. Er wordt een uitsplitsing gemaakt
naar de verschillende beleggingscategorieën zoals voorgeschreven door DNB.
Voor 2013 bedroegen de vermogensbeheer, de beleggingsportefeuilles (beheerkosten) 0,39% (2012:
0,34%) en de directe en indirecte transactiekosten 0,29% (2012: 0,65%) van het gemiddeld belegd
vermogen.
In onderstaande tabel zijn de totale kosten over 2013 verder uitgesplitst naar de verschillende
beleggingscategorieën en overige kosten.
Vermogensbeheercategorie
Vastgoed
Vastrentende waarden
Aandelen
Grondstoffen
Private equity
Overige kosten
Beheerfee
20 bps
63 bps
30 bps
40 bps
212 bps
11 bps
Transactiekosten
25 bps
0 bps
2 bps
61 bps
0 bps
7 bps
Jaarverslag 2013 BPF AVH
4
Beheerfee en
transactiekosten
45 bps
63 bps
32 bps
101 bps
212 bps
18 bps
4
AVH JAARVERSLAG 2013
VOORWOORD
Voorwoord
Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Agrarische en Voedselvoorzieningshandel (Bpf AVH) verzorgt
al meer dan 50 jaar een verplichtgestelde bedrijfstakpensioenregeling voor de werkgevers en
werknemers die werkzaam zijn in de sector groothandel in aardappelen, groenten en fruit en uit het
partikulier kaaspakhuisbedrijf.
Met dit verslag leggen wij verantwoording af aan aangesloten werkgevers, (gewezen) deelnemers,
pensioengerechtigden en andere belanghebbenden van Bpf AVH. Het jaarverslag is onderverdeeld in
een verslag van het bestuur, een verslag van het verantwoordingsorgaan en de reactie van het
bestuur, een jaarrekening en overige gegevens. In het bestuursverslag wordt het profiel van Bpf AVH
weergegeven, de organisatie en de beleidsmatige zaken die in 2013 hebben gespeeld, zowel op het
gebied van pensioenen als op het gebied van beleggingen. In de jaarrekening presenteren wij het
fondsvermogen en de mutaties daarin gedurende 2013 alsmede een toelichting op de grondslagen
voor de waardering en resultaatbepaling en de mutaties in de beleggingsportefeuille. In overige
gegevens geven wij de actuariële verklaring, de controleverklaring van de onafhankelijke accountant
evenals gebeurtenissen na balansdatum met belangrijke financiële gevolgen voor het fonds weer.
Het jaar 2013 was een jaar van zeer voorzichtig economisch herstel, waarin de centrale banken een
invloedrijke rol hadden. De grootste economie van de wereld, de Verenigde Staten, groeit sneller dan
verwacht. In Europa blijft het bankwezen kwetsbaar en dat heeft via de kredietverlening gevolgen voor
de reële economie. In het tweede kwartaal van 2013 is de economie van het eurogebied voor het
eerst in ruim anderhalf jaar gegroeid. Deze groei is echter bescheiden. De vooruitzichten voor de
economische groei elders in de wereld blijven zwak.
Ook in de pensioensector is sprake van voorzichtig herstel. In 2013 en 2014 heeft een aantal
pensioenfondsen een korting van de pensioenen doorgevoerd om weer op het herstelpad te komen.
De toegenomen levensverwachting en het lage renteniveau zijn de belangrijkste factoren die geleid
hebben tot een dekkingstekort bij vele pensioenfondsen.
Bpf AVH is een van de pensioenfondsen die een korting heeft moeten doorvoeren. Vanwege een
onvoldoende kortetermijnherstel van Bpf AVH per 31 december 2012, heeft Bpf AVH in 2013 een
korting van het pensioen met 2% moeten doorvoeren. Begin 2014 bleek helaas dat een aanvullende
korting noodzakelijk was In 2014 heeft Bpf AVH daarom nog een vervolgkorting van 0,5% moeten
doorvoeren. Een besluit dat door het bestuur met pijn in het hart genomen moest worden.
Alle bedragen in dit verslag zijn afgerond op en vermeld in een veelvoud van duizend euro (€ 1.000),
tenzij expliciet anders is aangegeven.
Rijswijk, 19 juni 2014
Het bestuur van de Stichting Bedrijfspensioenfonds
voor de Agrarische en Voedselvoorzieningshandel
drs. L.A.M. Welschen, voorzitter
Mevr. J.A.M. Bergervoet, vice-voorzitter
Jaarverslag 2013 BPF AVH
5
5
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
Verslag van het Bestuur
Overeenkomstig artikel 29 van de statuten van de Stichting brengen wij hiermee verslag uit over het
boekjaar 2013, alsmede voor zover van toepassing over de ontwikkelingen in 2014.
1.
Algemene informatie
1.1
Een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds
Bpf AVH is een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds voor ondernemingen in de groothandel in
aardappelen, groenten, fruit, eieren en kaas. Bpf AVH is opgericht op 1 januari 1963 en is statutair
gevestigd te Rijswijk. De stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer
41152268. Bij brief van 4 april 2013 heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn
oordeel kenbaar gemaakt dat Bpf AVH afdoende heeft aangetoond dat het georganiseerde
bedrijfsleven, dat voortzetting van de verplichtstelling wenst, een belangrijke meerderheid van de in de
bedrijfstak werkzame personen vertegenwoordigt.
De verplichtgestelde pensioenregeling betreft de zogenoemde basispensioenregeling, waarin voor
elke deelnemer, op basis van middelloon, ouderdomspensioen kan worden opgebouwd in maximaal
44 jaar (vanaf 2014: 46 jaar). In deze basispensioenregeling is voor bepaalde werknemers uit de
sector groothandel in aardappelen, groenten en fruit en uit het partikulier kaaspakhuisbedrijf een 55minregeling getroffen. Met deze regeling kunnen werknemers, die op 1 januari 2005 jonger dan 55
jaar waren en aan de voorwaarden voldoen, voorwaardelijk extra pensioen opbouwen over verstreken
dienstjaren tot 2006.
Voor werknemers uit het partikulier kaaspakhuisbedrijf is vanwege de beëindiging van de
prepensioenregeling een zogenoemde 55-plusregeling als overgangsregeling getroffen. Werknemers
die in de jaren 1945 tot en met 1949 zijn geboren en aan de overige voorwaarden voldoen kunnen op
grond van deze regeling op 63-jarige leeftijd of later uit het arbeidsproces treden. De regeling voorziet
in een uitkering in aanvulling op het vervroegde middelloonpensioen en prepensioen (opgebouwd van
2003 t/m 2005). De 55-plusregeling heeft het karakter van een zogenoemde spaarvutregeling en
voorziet in de mogelijkheid om gedeeltelijk uit te treden.
Daarnaast kent Bpf AVH een aantal vrijwillige (aanvullende) pensioenregelingen, te weten:
•
een vaste bedragenregeling, waarbij de deelnemers wekelijks een vast bedrag aan pensioen
opbouwen;
•
een aanvullende middelloon- of eindloonregeling. Daarmee kan een ouderdomspensioen
gebaseerd op de gemiddelde pensioengrondslag of van de laatst vastgestelde
pensioengrondslag worden verworven;
•
een aanvullende middelloon-plusregeling. Daarmee kan in aanvulling op het verplichtgestelde
basispensioen een maximum fiscaal toelaatbaar ouderdomspensioen worden opgebouwd;
•
een regeling tijdelijk nabestaandenpensioen ter dekking van het zogenaamde Anw-hiaat.
De inhoud van de verplichtgestelde pensioenregelingen is het resultaat van het overleg tussen CAOpartijen. Bpf AVH draagt de verantwoordelijkheid voor een goede uitvoering van de
pensioenregelingen voor (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden in overeenstemming met
de bestaande wet- en regelgeving.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
6
6
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
1.2
Doelstelling en uitvoering
Bpf AVH stelt zich daarom ten doel het, binnen de grenzen van zijn middelen, statuten en
reglementen ter beoordeling van het bestuur, verlenen of doen verlenen van (pensioen)aanspraken en
(pensioen)rechten aan (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden alsmede aan hun
nabestaanden, die daarvoor in aanmerking komen krachtens de bepalingen van de statuten en
reglementen van Bpf AVH. Bpf AVH tracht haar doel te bereiken door het bijeenbrengen en beheren
van de daarvoor benodigde middelen. De wijze waarop zij hieraan uitvoering geeft is vastgelegd in
een
uitvoeringsreglement
voor
de
verplichtgestelde
basispensioenregeling
en
in
uitvoeringsovereenkomsten voor de vrijwillige aanvullende pensioenregelingen. Bpf AVH heeft een
paritair samengesteld bestuur dat zich terzijde laat staan door een adviserende en een certificerende
actuaris, een externe accountant, enkele commissies, een deelnemersraad en dat verantwoording
aflegt aan een verantwoordingsorgaan. Op 22 december 2009 hebben Bpf AVH en Servicekantoor
AGH – inmiddels Administratie Groep Holland (AGH) - een dienstverleningsovereenkomst getekend,
op grond waarvan AGH met ingang van 1 januari 2010 het pensioenbeheer voor Bpf AVH verzorgt.
1.3
Samenwerkingsverbanden en deelnemingen
De sector AGF-groothandel heeft een 55-plusregeling ondergebracht in de Stichting VUGAARD,
welke stichting eveneens in beheer is bij AGH. Bpf AVH betaalt de 55-plusuitkeringen uit in opdracht
van de Stichting VUGAARD. Bpf AVH had een deelneming van 12,5% in een levensloopfonds en
heeft een 75% belang in AGH. De deelneming in het levensloopfonds is in 2013 geëindigd, vanwege
de liquidatie van dit fonds.
Bpf AVH heeft het recht om samen met Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Drankindustrie de
Raad van Toezicht van AGH te benoemen c.q. te ontslaan en het recht om twee leden voor
benoeming voor te dragen in het bestuur van AGH.
1.4
Aangesloten ondernemingen
Bpf AVH is, met
ondernemingen:
inachtneming
van
de
verplichtstellingsbeschikking,
van
toepassing
op
•
waarin wordt uitgeoefend de groothandel, het bedrijf van commissionair, of het bedrijf van
tussenpersoon in aardappelen, groenten of fruit;
•
waarin wordt uitgeoefend de groothandel, respectievelijk het bedrijf van tussenpersoon in eieren
in de zin van artikel 2 van het Instellingsbesluit Bedrijfschap Groothandel in Eieren, zoals dit
artikel luidt op 1 maart 1965, met dien verstande, dat onder bedoelde groothandel en bedoeld
bedrijf van tussenpersoon mede wordt verstaan de eiproductenfabricage;
•
waaronder niet wordt verstaan coöperatieve ondernemingen en waarin wordt uitgeoefend
uitsluitend of in hoofdzaak de groothandel in kaas;
•
waarvan de werknemers werkzaam zijn in fustcentrales en transportploegen ten behoeve van de
groothandel in aardappelen, groenten en fruit.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
7
7
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
2.
Bestuur en uitvoering
2.1
Het bestuur
Het bestuur van Bpf AVH bestaat uit twaalf leden. Zes leden worden benoemd door de
werkgeversorganisaties en zes leden door de werknemersorganisaties, allen voor een periode van
drie jaar met de mogelijkheid van herbenoeming.
Samenstelling bestuur op 19 juni 2014
Leden
L.A.M. Welschen
R.C.R.M. Peeters
Vacature
T.J.C. van den Brekel
mevr. C.L. Hagen
A.M. Hess
mevr. J.A.M. Bergervoet
M.R. Klunder
Vacature
N. Meijer
C. Lonsain
mevr. P.M.B. Wilson
Plv. leden
H. Molenaar
Vacature
Vacature
Vacature
Vacature
O.F. Boersma
Vacature
H.J. Vellenga
Vacature
mevr. F. Bugdayci-Karatas
Vacature
Vacature
Vertegenwoordigend
Frugi Venta
Frugi Venta
Nederlandse Aardappel Organisatie
Nederlandse Aardappel Organisatie
Algemene Nederlandse Vereniging van Eierhandelaren
Gemzu
FNV Bondgenoten
FNV Bondgenoten
FNV Bondgenoten
FNV Bondgenoten
CNV Dienstenbond
CNV Dienstenbond
Volgens het door het bestuur vastgestelde rooster van aftreden traden ultimo 2013 af:
Naam
R.C.R.M. Peeters
P.L.M. Zuiderwijk
mevr. J.A.M. Bergervoet
M.R. Klunder
H.J. Vellenga
Vertegenwoordigend
Frugi Venta
Frugi Venta
FNV Bondgenoten
FNV Bondgenoten
FNV Bondgenoten
In 2013 zijn afgetreden de heren M.R. Klunder, A.M. Mijs, R.C.R.M. Peeters, H.J. Vellenga, P.L.M.
Zuiderwijk en de dames J.A.M. Bergervoet en C.M.P. Huntjens. Alle afgetreden (plv.) bestuursleden,
behalve de heer Mijs en mevrouw Huntjens, zijn terstond herbenoemd. Na zijn herbenoeming is de
heer Zuiderwijk alsnog teruggetreden. Het bestuur bedankt de af- en teruggetreden (plv.)
bestuursleden voor hun werkzaamheden en inzet ten behoeve van Bpf AVH en wenst de
(her)benoemde (plv.) bestuursleden veel succes met hun bestuurswerkzaamheden. Het bestuur
vertegenwoordigt het pensioenfonds en draagt de (eind)verantwoordelijkheid voor de uitvoering van
de pensioenregelingen en het daartoe behorende pensioen- en begeleidingsbeleid. Zij oefent deze
bevoegdheden uit conform de statuten en reglementen van Bpf AVH, alsmede overeenkomstig de
vastlegging in de actuariële en bedrijfstechnische nota (ABTN). Het bestuur vergadert minimaal vier
keer per jaar. Besluitvorming vereist een volstrekte meerderheid van geldig uitgebrachte stemmen in
een vergadering waarbij ten minste zeven bestuursleden (minimaal drie werkgevers- en drie
werknemersleden) aanwezig zijn.
Als bijlage is een overzicht opgenomen van de nevenactiviteiten van het (plv.) bestuur.
2.2
Het dagelijks bestuur
De voorzitter en vice-voorzitter van het bestuur zijn belast met het dagelijks bestuur van Bpf AVH. Hun
bevoegdheden zijn vastgelegd in een delegatiebesluit van 14 juni 2011. De invulling van de functies
van voorzitter en vice-voorzitter wisselt elk jaar. Het ene jaar is de voorzitter uit de
werkgeversorganisaties afkomstig, het andere jaar uit de werknemersorganisaties. Voor de vicevoorzitter geldt een zelfde wisselschema. Beide functionarissen hebben plaatsvervangers. De
voorzitter geeft leiding aan de bestuursvergadering. Het dagelijks bestuur komt minimaal vier keer per
Jaarverslag 2013 BPF AVH
8
8
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
jaar bijeen om samen met de directie van AGH en het hoofd pensioenbeleid van AGH de dagelijkse
gang van zaken, de realisatie van de begrote uitvoeringskosten en de agenda van de komende
bestuursvergadering te bespreken.
Samenstelling dagelijks bestuur op 19 juni 2014
Leden
L.A.M. Welschen (voorzitter)
mevr. J.A.M. Bergervoet (vice-voorzitter)
2.3
Plv. leden
A.M Hess
N. Meijer
De deelnemersraad
Samenstelling deelnemersraad op 19 juni 2014
Leden
R. Weststrate (voorzitter)
mevr. W.C.D. Bogaard
mevr. A.M. Rijkhoff
J.H.M. Voorn
A.J.M. van Leur
Plv. leden
Vacature
Vacature
Vacature
Vacature
Vacature
Zetel
Deelnemer
Deelnemer
Deelnemer
Pensioengerechtigde
Pensioengerechtigde
Benoemd door
CNV Dienstenbond
1)
1)
CSO/vakbonden
1)
1) benoemd door het bestuur in overleg met cao-partijen
Bpf AVH heeft een deelnemersraad (DR) , waarin de deelnemers en de pensioengerechtigden van het
pensioenfonds evenredig vertegenwoordigd zijn. De deelnemersraad geeft het bestuur gevraagd en
ongevraagd advies bij zijn besluitvorming inzake het beheren en uitvoeren van de
pensioenregelingen.
2.4
De beleggingscommissie
De verantwoordelijkheid van de beleggingscommissie
beleggingsaangelegenheden in brede zin.
is
het
bestuur
te
adviseren
over
Samenstelling beleggingscommissie op 19 juni 2014
Leden
N. Meijer (voorzitter)
A.M. Hess (lid)
H. Molenaar (lid)
mevr. P.M.B. Wilson (lid)
P. Baljet (adviseur)
M. de Gelder (adviseur)
Het voorzitterschap wisselt jaarlijks tussen werkgevers en werknemers.
De beleggingscommissie is samengesteld uit leden van het bestuur, aangevuld met adviseurs. De
bevoegdheden van deze commissie zijn bij mandaat vastgesteld. De commissie heeft de volgende
taken:
•
het adviseren van het bestuur over het (meerjaren) strategisch beleggingsbeleid;
•
het vastleggen van dit beleid in een beleggingsplan en in een normportefeuille;
•
het monitoren van de activiteiten van de vermogensbeheerders;
•
het monitoren van de financiële risico’s;
•
het voeren van een beleggingsbeleid ten opzichte van de strategische benchmark. De
strategische
benchmark
vertaalt
de
beleidsuitgangspunten
naar
concrete
Jaarverslag 2013 BPF AVH
9
9
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
beleggingsdoelstellingen en vergelijkingsmaatstaven voor het rendement;
•
2.5
het selecteren van vermogensbeheerders, custodian en beleggingsproducten.
De studiecommissie
Opdrachten aan de studiecommissie in 2013:
•
onderzoek hoe de pensioenregeling eruit moet komen te zien gezien de wijzigende wet- en
regelgeving 2013
•
onderzoek op welke wijze de risicobereidheid van de deelnemer het best onderzocht kan worden
en wat de uitkomsten betekenen voor Bpf AVH
Samenstelling studiecommissie op 19 juni 2014
Leden
L. Welschen (voorzitter)
M. Klunder (lid)
N. Meijer (lid)
T.J.C. van den Brekel (lid)
A. Hess l(id)
mevr. A. van der Velden (lid)
mevr. P. Wilson (lid)
2.6
De commissie risicomanagement
De primaire doelstelling van de Cie RM is het adviseren van het bestuur en haar commissies met
de focus op het integrale risicomanagement. Op hoofdlijnen kan de doelstelling
van d Cie RM worden omschreven als:
•
het ondersteunen van de deskundigheid van en realiseren van betrokkenheid van het bestuur en
commissies bij integraal risicomanagement, zodat Bpf AVH een beheerste en integere
bedrijfsvoering heeft;
•
het creëren van een maximale mate van comfort met betrekking tot uitvoering van het integrale
risicomanagementbeleid (zie art. 14 Besluit Uitvoering PW);
•
het zorg dragen voor een goede compliance zodat Bpf AVH aan relevante wet- en regelgeving
voldoet.
Samenstelling commissie risicomanagement op 19 juni 2014
Leden
A.M. Hess (voorzitter)
T.J.C. van den Brekel (lid)
C. Lonsain (lid)
N. Meijer (lid)
2.7
De communicatiecommissie
De communicatiecommissie heeft in 2013 invulling gegeven aan het strategisch communicatiebeleid.
Samenstelling communicatiecommissie op 19 juni 2014
Leden
C. Lonsain (voorzitter)
mevr. P.M.B. Wilson (lid)
A.M Hess (lid)
T.J.C. van den Brekel (lid)
Jaarverslag 2013 BPF AVH
10
10
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
2.8
De werkgroep Tender Actuariaat
Opdracht aan de werkgroep Tender actuariaat:
bereidt de tender de nieuwe certificerende actuaris voor,
bereidt de tender de nieuwe externe adviserende actuaris voor.
Samenstelling werkgroep Tender Actuariaat
Leden
M. Klunder
R.C.R.M. Peeters
2.9
De werkgroep Governance
Opdracht aan de werkgroep Governance is :
werk het paritaire bestuursmodel verder uit;
onderzoek wat gezien de tijdsbesteding en slagvaardigheid de optimale grootte is van het
bestuur;
onderzoek hoe het nieuwe verantwoordingsorgaan ingericht moet worden en welke acties
richting de deelnemersraad en het bestaande verantwoordingsorgaan uitgezet moeten worden;
onderzoek of en zo ja, welke verkiezingen gehouden moeten worden
Samenstelling werkgroep Governance op 19 juni 2014
Leden
mevr. P. Wilson (voorzitter)
R.C.R.M.Peeters
T.J.C. van den Brekel
mevr. J.A.M. Bergervoet
2.10
Het verantwoordingsorgaan
Bpf AVH heeft een verantwoordingsorgaan (VO) dat bestaat uit zes zetels, te weten twee zetels
namens werkgevers, twee zetels namens werknemers en twee zetels namens pensioengerechtigden.
Het verantwoordingsorgaan is bevoegd jaarlijks een oordeel te geven over het handelen van het
bestuur, het door het bestuur gevoerde beleid en de beleidskeuzes die betrekking hebben op
lange(re) termijn.
Samenstelling verantwoordingsorgaan op 19 juni 2014
Leden
H. Vugs (voorzitter)
Vacature
Vacature
R. Osinga
G. Lodewijk
Vacature
Zetel
Werknemers
Werknemers
Werkgevers
Werkgevers
Pensioengerechtigden
Pensioengerechtigden
De heer H.J.I. Giesendorf is in 2013 teruggetreden. Het bestuur bedankt het afgetreden bestuurslid
voor zijn werkzaamheden en inzet ten behoeve van Bpf AVH.
2.11
Bestuurscommissie partikulier kaaspakhuisbedrijf
De bestuurscommissie (pre)pensioen partikulier kaaspakhuisbedrijf is bij delegatiebesluit van
5 december 2002 vanaf 1 januari 2003 bevoegd om toezicht te houden op en begeleiding te geven bij
de uitvoering van de prepensioenregeling voor het Partikulier Kaaspakhuisbedrijf. Deze
prepensioenregeling is per 1 januari 2006 voor verdere deelneming beëindigd. Per genoemde datum
Jaarverslag 2013 BPF AVH
11
11
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
is er een zogenaamde 55-plusregeling voor het Partikulier Kaaspakhuis ingevoerd. De commissie
houdt toezicht op de uitvoering van het voorwaardelijk indexatiebeleid m.b.t. prepensioenaanspraken
en -uitkeringen en 55-plusuitkeringen en adviseert het bestuur m.b.t. de uitvoering van de 55plusregeling. De commissie legt periodiek verantwoording voor de uitvoering van haar taken aan het
bestuur af. Aan cao-partijen is de vraag voorgelegd of deze commissie nog moet blijven bestaan
gezoen het aflopen van de 55-plus regeling.
Samenstelling bestuurscommissie (pre)pensioen partikulier kaaspakhuisbedrijf
Leden
J.W. Menkveld
A. van Mill
A. M. Hess
H.J. Vellenga
L. Bons
Vacature
Vertegenwoordigend
Gemzu
Gemzu
Gemzu
FNV Bondgenoten
CNV Vakmensen
FNV Bondgenoten
Voorzitter
Lid
Lid
Vice-voorzitter
Lid
Lid
De heer A.E.M. Peper is in 2013 teruggetreden. Het bestuur bedankt het afgetreden bestuurslid voor
zijn werkzaamheden en inzet ten behoeve van Bpf AVH.
2.12
Commissie van beroep en klachtencommissie
Belanghebbenden die van oordeel zijn dat hun belangen zijn geschonden door een beslissing van het
bestuur kunnen, op grond van het reglement inzake de behandeling van geschillen, tegen deze
beslissing beroep instellen bij de Commissie van Beroep. Deze commissie bestaat uit een
werkgevers- en een werknemersvertegenwoordiger (niet zijnde bestuursleden) en een onafhankelijk
voorzitter. De commissie wordt bijgestaan door een griffier. De commissie is in het verslagjaar niet
bijeengekomen voor een beroepszaak.
Samenstelling commissie van beroep op 19 juni 2014
Leden
P.J. Poot
M. van Engelen
J. Verhey
Plv. leden
J. van de Brink
Vacature
Vacature
Zetel
Onafhankelijk voorzitter
Werkgeverslid
Werknemerslid
De klachtencommissie Bpf AVH is in 2008 ingesteld. Deze commissie beoordeelt klachten over de
uitvoering van de pensioenregeling.
Samenstelling klachtencommissie op 19 juni 2014
Leden
L.A.M. Welschen
mevr. J.A.M. Bergervoet
R. Weststrate
2.13
Overige commissies ingesteld door het bestuur
Het bestuur van Bpf AVH heeft een klankbordgroep communicatie ingesteld, met als opdracht de
communicatiemiddelen op leesbaarheid en begrijpelijkheid te beoordelen.
Het bestuur kan een aantal ad hoc commissies instellen, met de opdracht om een actueel onderwerp
te onderzoeken. In het verslagjaar is de studiecommissie ingesteld met als opdracht om het bestuur te
adviseren over de pensioenregeling vanaf 2014...
Jaarverslag 2013 BPF AVH
12
12
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
2.14
De visitatiecommissie
Het bestuur geeft de visitatiecommissie ‘VisitatieOpmaat’ de opdracht om eenmaal per 3 jaar het
functioneren van het bestuur kritisch te bezien. De visitatiecommissie bestaat uit drie onafhankelijke
leden en maakt geen onderdeel uit van de bestuurlijke organisatie van Bpf AVH. Het laatste
onderzoek dat de visitatiecommissie heeft uitgevoerd is opgenomen in het jaarverslag 2011.
Samenstelling visitatiecommissie op 19 juni 2014
Leden
D. Wenting AAG, RBA
H.J.P. Strang RA
drs. J. Groenewoud
2.15
Uitvoeringsorganisatie
Bpf AVH heeft het pensioenbeheer uitbesteed aan AGH te Rijswijk.
2.16
Adviseurs
Het pensioenfonds wordt voor actuariaat en risicobeheersing op lange termijn ondersteund door AGH
en door een externe adviserende actuaris. In samenwerking met KAS BANK N.V. wordt per kwartaal
ten behoeve van de beleggingscommissie een IRM-monitor vervaardigd waarin de effecten van
balansmanagement inzichtelijk worden gemaakt. Het bestuur ontvangt hiervan per kwartaal een
samenvatting (het zogenoemde dashboard). Interest en Currency Consultants te Utrecht verstrekt
informatie over mogelijke rente- en valutaontwikkelingen. De Stichting Performance te Amsterdam
adviseert over de customized benchmark voor de onderhandse leningen en over de z-score en de
performancetoets. Ortec te Rotterdam begeleidt Bpf AVH desgevraagd tijdens brainstormsessies bij
het beoordelen van de financiële crisis en de wereldwijde economische ontwikkelingen. De
compliance officers worden in hun werk ondersteund door GBA – accountants en adviseurs te Den
Haag.
Naam
ir. M. Wouda AAG
drs. F.J. van Groenestein RA
Vertegenwoordigend
Certificerend actuaris Aon Consulting Nederland cv Amsterdam
Accountant PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Rotterdam
Gedurende 2013 was Aon Consulting Nederland de externe adviserend actuaris en vanaf 1 juli 2014
is dat Sprenkels & Verschuren geworden.
2.17
Vergaderingen
In het onderstaande overzicht is vermeld het aantal vergaderingen per bestuursorgaan.
Bestuursorgaan
Aantal vergaderingen 2013
Bestuur
5 (waarvan 2 met de DR en 1 met het VO)
Dagelijks bestuur
7 (waarvan 1 met het VO)
Deelnemersraad
5 (waarvan 2 met het bestuur en 1 met bestuur en VO )
Beleggingscommissie
6
Commissie risicomanagement
6
Communicatiecommissie
8
Verantwoordingsorgaan
4 (waarvan 1 met het bestuur en DR en 1 met het dagelijks bestuur)
Bestuurscommissie (pre)pensioen
partikulier kaaspakhuisbedrijf
2
Werkgroep Tender Actuariaat
3
Werkgroep Governace
8
Studiecommissie
6
De Commissie van beroep, de Klachtencommissie en de Visitatiecommissie kwamen niet bijeen
Jaarverslag 2013 BPF AVH
13
13
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
2.18
Het nieuwe bestuursmodel op 1 juli 2014
Het bestuur van Bpf AVH heeft op grond van een analyse waarin de sterke en zwakke punten van alle
vijf mogelijke bestuursmodellen naar voren kwamen besloten te kiezen voor het paritaire model.
Met ingang van 1 juli 2014 bestaat het bestuur van Bpf AVH uit tien leden. Vijf leden namens de
werkgevers worden voorgedragen door de werkgeversorganisaties, drie leden namens de
werknemers worden voorgedragen door de werknemersorganisaties en twee leden namens de
pensioengerechtigden worden voorgedragen door de werknemersorganisaties of verenigingen die
pensioengerechtigden in één van de vier aangesloten bedrijfstakken vertegenwoordigen, allen voor
een periode van vier jaar met de mogelijkheid van herbenoeming.
Mede gelet op een volledige vertegenwoordiging heeft het bestuur van Bpf AVH gekozen voor een
verantwoordingsorgaan bestaande uit 2 vertegenwoordigers namens de werknemers, 1
vertegenwoordiger namens de pensioengerechtigden en 1 vertegenwoordiger namens de werkgevers.
Het bestuur van Bpf AVH heeft gekozen voor een raad van toezicht van drie personen. Een lid van de
raad van toezicht moet onafhankelijk zijn van Bpf AVH en mag in de afgelopen drie jaar geen
bestuurlijke verantwoordelijkheden hebben gedragen binnen Bpf AVH.
Daarnaast blijven de volgende commissies gehandhaafd:
•
beleggingscommissie;
•
communicatiecommissie;
•
commissie risicomanagement;
•
studiecommissie (ad hoc);
•
crisis commissie (ad hoc).
Jaarverslag 2013 BPF AVH
14
14
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
3.
Financiële informatie en ontwikkelingen
Beleggingen
In 2013 werd door Bpf AVH een totaal rendement behaald van -2,98% (benchmark: -3,28%). De
oorzaak van het negatieve rendement is gelegen in het feit dat Bpf AVH een grote vastrentende
waarde portefeuille heeft. Door de stijgende rente hebben met name de staatsobligaties van
Duitsland, Nederland, Noorwegen, Australië en de opkomende markten een negatief rendement laten
zien. Voor de zakelijke waarden geldt dat de aandelen van de mature markets (met name de VS en
Europa) een goede performance hebben laten zien. De opkomende markten hebben een negatief
rendement laten zien.
Ondanks deze ontwikkelingen nam de beleggingsportefeuille in het verslagjaar van zo’n € 802 miljoen
naar zo’n € 851 miljoen in waarde toe. De z-score 2013 is 0,43 en de performancetoets 2009-2013 is
1,60.
De dekkingsgraad van Bpf AVH is in het boekjaar gestegen, maar niet voldoende om aan een nieuwe
korting te ontkomen. Om aan de minimum vereiste dekkingsgraad te kunnen voldoen, heeft Bpf AVH
de pensioenen in 2014 met 0,5% moeten verlagen.
Ontwikkelingen
Het bestuur van Bpf AVH volgt de ontwikkelingen in de pensioen- en financiële sector. In deze
paragraaf komen de sociaal-economische en financiële ontwikkelingen en de pensioenontwikkelingen
aan de orde.
Sociaal-economische en financiële ontwikkelingen
De wereldeconomie
De wereldeconomie groeit matig. Het jaar 2013 was een jaar van zeer voorzichtig economisch herstel,
waarin de centrale banken een grote invloedrijke rol hadden, door de geldkraan open te draaien. De
grootste economie van de wereld, de Verenigde Staten, groeit sneller dan verwacht. Consumenten in
de Verenigde Staten geven weer meer geld uit. Daardoor durven bedrijven meer te investeren. De
Amerikaanse overheid draagt bij aan de groeiende economie en blijft geld uitgeven. Het tempo waarin
de bezuinigingen worden doorgevoerd is iets afgenomen. Ook blijft de export groeien. De
werkgelegenheid in de Verenigde Staten toont ook tekenen van herstel. Eind 2013 maakte de Fed
bekend haar beleid aan te passen en minder leningen op te kopen (de zogenoemde tapering) en
daardoor de groei van de geldhoeveelheid te beperken. Hierdoor zal de lange termijnrente mogelijk
meer in een ‘uptrend’ komen. Een negatief risico is dat de overgang naar minder ruim monetair beleid
in de Verenigde Staten kan leiden tot schokken op financiële markten (en van invloed zijn op de
investeringsruimte voor de opkomende markten). Ook is er onzekerheid over het begrotingsbeleid in
de Verenigde Staten als gevolg van de periodiek terugkerende noodzaak van besluitvorming over
verhoging van het schuldenplafond.
In Europa blijft het bankwezen kwetsbaar en dat heeft via de kredietverlening gevolgen voor de reële
economie. In het tweede kwartaal van 2013 is de economie van het eurogebied voor het eerst in ruim
anderhalf jaar gegroeid. Deze groei is echter bescheiden. Binnen de Europese Unie gaan per
landengroep grote internationale verschillen schuil. Duitsland en Frankrijk vertoonden een positieve
groei. Maar in Italië en Spanje (en ook in Nederland) hield de recessie aan. De monetaire autoriteiten
in de Europese Unie hebben een rol van betekenis om de ‘groei’ te stimuleren. Momenteel wordt de
groei belemmerd door ‘Zombiebanken’ en de schuldenlast. Een gedegen aanpak van dit probleem
vereist meer eenheid en structuur binnen de Europese Unie. De Nederlandse economie volgt de
beweging van de economie van het eurogebied, maar blijft daarbij enigszins achter. De malaise op de
Jaarverslag 2013 BPF AVH
15
15
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
woningmarkt duurt voort, maar er lijkt wel licht zichtbaar aan het eind van de tunnel. De groei van de
werkloosheid wordt nog geen halt toegeroepen. In 2013 bleef het beeld voor de arbeidsmarkt somber.
De werkgelegenheid nam af door de vertraagde reactie op de krimp van de productie in 2012 en 2013
De vooruitzichten voor de economische groei elders in de wereld blijven zwak. De groei in grote
opkomende economieën (China, India, Brazilië) vertraagt. De vooruitzichten voor diverse opkomende
economieën zijn om uiteenlopende redenen − begrensde productiecapaciteit, dalende
grondstoffenprijzen, het oplopen van de rente in geavanceerde economieën − naar beneden
bijgesteld. In geavanceerde economieën, waaronder de Verenigde Staten en Duitsland, steeg de
lange rente. Ook wisselkoersen gaven grote schommelingen te zien. Het is de verwachting dat de
economische groei in 2014 zal aantrekken (bron: CPB).
VU-onderzoek naar verplichtstelling pensioenregelingen
Op 23 mei 2013 is het onderzoeksrapport ‘De houdbaarheid van verplicht gestelde
bedrijfstakpensioenfondsen en beroepspensioenregelingen’ van het Expertisecentrum Pensioenrecht
van de Vrije Universiteit Amsterdam gepubliceerd. Het rapport behandelt de juridische legitimiteit van
verplichte deelneming, waarbij onder meer de introductie van het reële pensioencontract en de druk
op de systematiek van de doorsneepremie aan de orde komen. De conclusie van het onderzoek is dat
de verplichtstelling in collectieve solidaire pensioenregelingen voor velen (werknemers, maar ook
zelfstandigen) goed is en waard is om te behouden. Solidariteit in collectieve pensioenregelingen
zorgt ervoor dat verschillen in geslacht, gezondheid en leeftijd niet tot uiting komen in de
werknemerspremie. Risico’s binnen de regeling worden door een grote groep deelnemers gedeeld.
Ook levert de verplichtstelling (financiële) schaalvoordelen op, die de gemiddelde werknemer of
zelfstandige niet zal kunnen behalen door pensioengeld op individuele basis te beleggen.
De doorsneepremie een (on)gewenste solidariteit tussen jongeren en ouderen
De toename van de levensverwachting leidt niet alleen tot een verdere vergrijzing van de Nederlandse
bevolking, maar brengt ook de tegenstelling tussen jong en oud meer nadrukkelijk in beeld voor wat
betreft de solidariteit. De financiering van de Nederlandse pensioenfondsen is onder meer gebaseerd
op de solidariteit tussen jongeren en ouderen in de vorm van een doorsneepremie. De
doorsneepremie houdt in dat iedere deelnemer, ongeacht de leeftijd, hetzelfde pensioen krijgt voor
zijn premie-inleg. Maar de inleg van een jonge deelnemer is voor een pensioenfonds natuurlijk veel
meer waard dan de inleg van een 55-plusser. Het pensioenfonds kan met de inleg van de jonge
deelnemer meer verdienen met beleggen. Toch krijgen beiden hetzelfde pensioen.
Op 28 oktober 2013 rapporteerde het Centraal Planbureau (CPB) hierover aan de Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Eén van de conclusies uit dit rapport is: “de doorsneesysteem
belast opbouw jongeren en subsidieert de opbouw van ouderen”. De pensioenregeling is zodoende
deels omslag-gefinancierd. Jongeren betalen mee aan de pensioenopbouw van oudere generaties en
ontvangen als compensatie hiervoor, wanneer ze zelf ouder zijn, een gesubsidieerde
pensioenopbouw van de generaties die dan jong zijn. Dit pakt echter ongunstig uit wanneer deze
jongere op oudere leeftijd niet meer deelneemt in de pensioenregeling. Een andere belangrijke
conclusie uit het CPB-rapport is: "de tweede bron van structurele herverdeling in het doorsneesysteem
is dat geen rekening wordt gehouden met verschillen in de levensverwachting tussen deelnemers. Dit
is ongunstig voor deelnemers met een gemiddeld lagere levensverwachting (laagopgeleiden, mannen)
en gunstig voor degenen met een hogere levensverwachting (hoogopgeleiden, vrouwen). Een
deelnemer met een lage levensverwachting zal immers gemiddeld korter een pensioenuitkering
ontvangen, hoewel hij of zij dezelfde premie heeft betaald als een deelnemer met een hoge
levensverwachting."
Jaarverslag 2013 BPF AVH
16
16
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
Dekkingsgraden van de pensioenfondsen
De diverse wereldwijde sociaal-economische en financiële ontwikkelingen zijn van invloed op het
tweede pijlerpensioen. Daalde in 2012 de langetermijnrente naar een nog lager niveau, in 2013 is de
stijgende lijn weer zichtbaar.
Renteontwikkeling 10 jaars
3,61%
2,95%
2,38%
1,56%
2,14%
Ultimo 2009
Ultimo 2010
Ultimo 2011
Ultimo 2012
Ultimo 2013
20 jaars
4,14%
3,53%
2,47%
2,06%
2,70%
30 jaars
3,96%
3,43%
2,53%
2,22%
2,71%
Bron: ICC (10 en 30 jaars) en Thomson Reuters (20 jaars)
Sinds september 2012 publiceert de Nederlandsche Bank een nieuwe rentetermijnstructuur voor de
Nederlandse pensioenfondsen waarbij gebruik wordt gemaakt van de zogenoemde Ultimate Forward
Rate (UFR). De invoering van deze UFR maakt de grondslag waarmee de pensioenfondsen hun
verplichtingen in de toekomst berekenen minder gevoelig voor marktschommelingen
De gemiddelde dekkingsgraad van alle pensioenfondsen is over geheel 2013 wel aanmerkelijk
gestegen: van 102% naar 109%. Met deze dekkingsgraad voldoen pensioenfondsen gemiddeld
gezien aan de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,3%.
De belangrijkste pensioendossiers
Zowel de Europese- als de nationale beleidsbepalers zijn bezig met de hervorming van het
pensioenstelsel. In Nederland hebben werkgevers en werknemers hiervoor een pensioenakkoord en
later het Sociaal Akkoord gesloten.
Het Sociaal Akkoord
Een akkoord van ‘vertrouwen’, noemt premier Rutte het Sociaal Akkoord, afgesloten op 11 april 2013
met werkgevers en vakbonden in de Haagse ROC Mondriaan. Het akkoord zet in op brede
(her)scholing van werknemers en kansen bieden aan jonge mensen die de arbeidsmarkt nog moeten
betreden. Maar er zijn ook maatregelen voor het combineren van arbeid en zorg. Bovendien worden
voor ouderen de scherpe kantjes van enkele maatregelen afgeschaafd. De afspraken in het sociaal
akkoord kosten het kabinet ongeveer € 600 miljoen. In dit akkoord hebben sociale partners
aangegeven een alternatief te willen zoeken voor de regeringsplannen om de pensioenopbouw in
2015 verder fiscaal te willen beperken.
Aanpassing Witteveenkader en verhoging pensioenrichtleeftijd
Het Witteveenkader is in Nederland de begrenzing van de fiscale facilitering van de pensioenopbouw.
Dit Witteveenkader is per 1 januari 2014 gewijzigd. Hierdoor wordt het maximale opbouwpercentage
voor middelloonregelingen verlaagd van 2,25% naar 2,15%. De pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd
naar 67 jaar voor pensioenopbouw vanaf 2014. De staatssecretaris SZW heeft in een brief van 17
januari 2013 aan de Eerste Kamer aangegeven dat het op grond van de Pensioenwet (PW) voor de
pensioenuitvoerder mogelijk is om, zonder tussenkomst van individuele deelnemers, voor zowel
bestaande als nieuwe pensioenaanspraken één pensioenleeftijd te hanteren. Deze collectieve
omzetting is alleen mogelijk onder de voorwaarde dat individuen de mogelijkheid krijgen de
pensioenleeftijd terug te zetten. Het regeerakkoord voorzag in een verdere aanpassing van het
Witteveenkader per 2015, te weten een pensioengevend salaris van maximaal € 100.000 en de
Jaarverslag 2013 BPF AVH
17
17
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
maximale opbouw voor middelloonregelingen is dan 1,75%. In het Sociaal Akkoord hebben de sociale
partners aangegeven in overleg met het kabinet een alternatief of aanvulling te willen zoeken voor de
per 1 januari 2015 voorziene aanpassing van het Witteveenkader, zoals in het regeerakkoord is
vastgelegd.
Sociale partners hebben aangegeven dat bij de uitwerking een gelijkwaardige pensioenopbouw voor
ieder inkomen een belangrijk uitgangspunt is. Om dat te bereiken is er een akkoord gesloten, dat voor
iedereen met een inkomen onder de aftoppingsgrens van € 100.000 het maximum opbouwpercentage
per dienstjaar 1,875% voor pensioen op basis van het middelloon wordt. Voor pensioen op basis van
het eindloon wordt dit 1,657%. Een soortgelijke aanpassing wordt doorgevoerd voor beschikbare
premieregelingen. De maximumopbouw voor het partnerpensioen en het wezenpensioen wordt
overeenkomstig aangepast. Zoals gebruikelijk worden ook de fiscale oudedagsreserve en het
lijfrentekader in de derde pijler aangepast in lijn met de aanpassingen in de tweede pijler. Over het
deel van het inkomen boven de aftoppingsgrens van € 100.000 wordt een nieuwe spaarmogelijkheid
op vrijwillige basis geïntroduceerd. Daarbij is het mogelijk om als groep deelnemers een
collectiviteitskorting te regelen (al dan niet bij een door de groep deelnemers zelf opgerichte aanbieder
van netto lijfrenten). Voor inkomen vanaf € 100.000 kan via een netto lijfrente een
oudedagsvoorziening worden opgebouwd die grosso modo overeenkomt met een jaarlijkse bruto
pensioenopbouw van 1,875% van het gemiddeld verdiende arbeidsinkomen. De premie of inleg wordt
betaald uit het netto-inkomen. Hierover is reeds belasting geheven. De waarde van de netto lijfrente
vormt vrijgesteld vermogen in box 3. Ook worden de uitkeringen niet belast in box 1.
BTW-koepelvrijstelling
In het bovengenoemde pensioenakkoord doet het kabinet het voorstel om de zogenaamde btwkoepelvrijstelling voor pensioenuitvoerders te laten vervallen. Een concreet wetsvoorstel is er nog niet.
Veel pensioenuitvoerders maken gebruik van de zogenaamde koepelvrijstelling voor de btw. Op basis
van deze btw-vrijstelling hoeven de uitvoerders geen btw te berekenen aan de aangesloten
pensioenfondsen. Omdat pensioenfondsen doorgaans de door hen betaalde btw niet of slechts in zeer
beperkte mate kunnen terugvorderen, is het gebruik van deze btw-vrijstelling erg gunstig. Deze
koepelvrijstelling geldt alleen onder strikte voorwaarden.
De koepelvrijstelling voor pensioenuitvoerders staat al langer onder druk. Nieuwe aanbieders op de
pensioenuitvoeringsmarkt claimen dat de koepelvrijstelling tot oneerlijke concurrentie leidt. De kans
bestaat dat de vrijstelling daarom door de Europese Commissie aan een nader onderzoek zal worden
onderworpen. Indien de koepelvrijstelling voor pensioenuitvoerders komt te vervallen, betekent dit een
forse kostenverhoging voor pensioenfondsen. De werkzaamheden van pensioenuitvoerders worden
dan immers 21% duurder. Het is op dit moment nog onduidelijk of de koepelvrijstelling voor
pensioenuitvoerders inderdaad komt te vervallen, maar dit lijkt onvermijdelijk aldus het kabinet.
Niettemin is het goed om nu alvast te anticiperen op de mogelijke gevolgen van afschaffing van deze
vrijstelling.
Het nieuwe pensioencontract
Op 12 juli 2013 is de ministerraad akkoord gegaan met het voorstel van staatssecretaris Klijnsma
(SZW) om het wetsvoorstel nieuw Financieel Toetsingskader (nFTK) in consultatie te brengen. Er zijn
131 reacties op de consultatie ontvangen.
Vanuit de sector is sterk ingezet op één FTK in plaats van twee. De Pensioenfederatie heeft daartoe
een alternatief FTK ontwikkeld, het zogenaamde FTK-Passend. Men wil hiermee een FTK
bewerkstelligen waarbij werkgevers, werknemers en beroepsgenoten de vrijheid krijgen een contract
overeen te komen waarin premie, risico en ambitie met elkaar in evenwicht zijn. De staatssecretaris
heeft in haar brief van 1 oktober 2013 aan de Tweede Kamer aangegeven daarom te kiezen voor één
Jaarverslag 2013 BPF AVH
18
18
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
FTK. Dit FTK biedt een eenduidig kader, vergemakkelijkt de communicatie en leidt tot lagere
uitvoeringskosten. Daarnaast is een groot voordeel dat onder dit FTK de reeds opgebouwde
aanspraken niet ‘ingevaren’ hoeven te worden.
Bij brief van 4 april 2014 heeft de staatssecretaris SZW de Tweede Kamer terzake geïnformeerd en
het wetsvoorstel FTK naar de Raad van State voor advies gezonden.
Bij de uitwerking van het financieel toetsingskader zijn ten opzichte van het huidige FTK de volgende
aanpassingen gedaan:
•
Bij tegenvallers door bijvoorbeeld financiële schokken op de beurs of een verdere stijging van de
levensverwachting geldt dat pensioenfondsen direct maatregelen moeten nemen: er wordt niet
meer gewacht met korten tot het eind van de herstelperiode. Maar maatregelen mogen wel over
10 jaar worden gespreid. Hiermee worden financiële tegenvallers beter gespreid en wordt
voorkomen dat de aanvullende pensioenen abrupt moeten worden gekort.
•
Pensioenfondsen moeten vooraf expliciet duidelijk maken welke maatregelen worden genomen
als de dekkingsgraad te veel daalt.
•
Er worden duidelijke verdeelregels geïntroduceerd voor de indexatie van pensioenen. Deze
regels zorgen ervoor dat de indexatie op een evenwichtige wijze over de generaties wordt
toegekend en dat geen disproportionele herverdelingseffecten optreden. Financiële meevallers
kunnen hierdoor niet vroegtijdig worden uitgedeeld.
•
Er komt een stabiele, kostendekkende premie. Het blijft mogelijk om de premie te dempen op
basis van 10-jaarsrentemiddeling of op basis van verwacht rendement. Aan het rekenen met
verwacht rendement wordt een aantal voorwaarden verbonden. Zo moeten pensioenfondsen de
indexatie in de premie meefinancieren. Het behouden van de dempingsmogelijkheden maakt een
stabiele premie mogelijk. Dit is van belang voor de loonkosten en voor de koopkracht.
De afhankelijkheid van dagkoersen op financiële markten vermindert. Er komt een robuust
sturingsinstrumentarium dat beter past bij een stelsel dat zich richt op de lange termijn. Zo wordt
er in de toezichtregels uitgegaan van een 12-maandsgemiddelde van de dekkingsgraad.
Het kabinet zal in overleg treden met de sector over de vraag hoe tegemoet kan worden gekomen aan
de wens om binnen het wettelijke kader voor beschikbare premieregelingen het collectief delen van
risico’s mogelijk te maken. Helaas gaf de informatie vanuit het Ministerie onvoldoende duidelijkheid
over de nieuwe regels m.b.t. het nFTK.
•
De Code Pensioenfondsen
Op 1 januari 2014 is de Code Pensioenfondsen in werking getreden. De Code komt voor
pensioenfondsen in de plaats van de Principes voor goed pensioenfondsbestuur, die de Stichting van
de Arbeid in 2005 heeft gepubliceerd. De Code staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van het
volledige stelsel van bestaande wet- en regelgeving. Daarnaast geven de aanbevelingen,
convenanten en Codes van de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid richting aan de
governance: wat houdt goed bestuur van pensioenfondsen in en hoe houden betrokkenen daar
toezicht op? De code bestaat uit 83 normen die een aanvulling vormen op wet- en regelgeving. Deze
normen zijn weliswaar leidend, maar de code laat ruimte voor de eigen verantwoordelijkheid van het
pensioenfondsbestuur in de beleidskeuzes die men maakt. De Code is erop gericht om het bewustzijn
van goed pensioenfondsbestuur te stimuleren bij bestuurders, leden van intern toezicht en
verantwoordingsorgaan. Pensioenfondsen mogen de normen naleven volgens het ‘pas toe of leg uit’beginsel. Dit betekent dat een pensioenfonds de normen toepast of in het jaarverslag motiveert
waarom het een norm niet (volledig) toepast. Het huidig tijdgewricht vereist vanuit het maatschappelijk
belang van het pensioenfonds dat het functioneren van het bestuur meer aandacht krijgt. Het streven
naar optimalisering van de kwaliteit van het pensioenfondsbestuur moet door pensioenfondsen
Jaarverslag 2013 BPF AVH
19
19
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
inzichtelijker worden gemaakt. Het is belangrijk dat pensioenfondsen hun functioneren verder
verbeteren én dit inzichtelijker maken. Met als doel dat belanghebbenden er vertrouwen in hebben dat
de pensioenfondsen het aan hen toevertrouwde geld goed beheren en de belangen van alle
betrokkenen evenwichtig afwegen. De aanbeveling vanuit de Code zullen na 1 juli 2014 verwerkt
worden.
Wet versterking bestuur pensioenfondsen
Op 10 juli 2013 is de Wet versterking bestuur pensioenfondsen gepubliceerd in het Staatsblad. Dit
wetsvoorstel herziet de wettelijke regels voor de governance en medezeggenschap voor
pensioenfondsen. Er zijn drie aanleidingen voor deze herziening:
•
versterking van deskundigheid en intern toezicht (Commissie Frijns);
•
adequate vertegenwoordiging van alle risicodragers (Commissie Goudswaard);
•
stroomlijning van taken en organen.
De Wet versterking bestuur pensioenfondsen is erop gericht dat het pensioenfondsbestuur meer ‘in
control’ kan zijn, zodat het bestuur goed kan bijsturen en corrigeren indien nodig.
De bestuursorganen van een pensioenfonds gaan nog meer als een systeem van checks and
balances functioneren, met een duidelijke verdeling van de verschillende bestuurlijke taken
(zeggenschap, medezeggenschap, toezicht en verantwoording) over de verschillende organen.
Ook worden er verdergaande eisen gesteld inzake geschiktheid, betrouwbaarheid en beschikbaarheid
van bestuurders. De Wet versterking bestuur pensioenfondsen introduceert – naast het bekende
paritaire bestuur - een viertal nieuwe bestuursmodellen, namelijk: paritair gemengd bestuur,
onafhankelijk bestuur, onafhankelijk gemengd bestuur en omgekeerd gemengd bestuur.
Pensioenfondsen dienen uiterlijk 1 juli 2014 te voldoen aan de in deze wet opgenomen bepalingen.
Portability-richtlijn
Op 27 november 2013 hebben het Europees Parlement, de Raad en de Commissie overeenstemming
bereikt over de richtlijn voor minimumvereisten voor de verbetering van de mobiliteit van werknemers
en de opbouw en het behoud van aanvullende pensioenen, de vroeger zogenaamde Portabilityrichtlijn. De richtlijn regelt de rechten voor behoud van opgebouwde tweede pijler-pensioen en de
harmonisatie van voorwaarden om deze op te kunnen bouwen.
Het huidige compromis is door de COREPER, de permanente vertegenwoordigers van de Lidstaten,
en de EMPL-commissie van het Europees Parlement bevestigd. In april 2014 heeft het Europees
Parlement hiermee plenair ingestemd, waarna de Lidstaten nog vier jaar hebben om de nieuwe regels
te implementeren. Daarbij voorziet de richtlijn ook een mogelijke rol voor sociale partners.
Europees standpunt over harmonisatie van pensioenen
De Europese pensioenkoepels Pensions Europe en AEIP en Europese vertegenwoordigers van
werkgevers en werknemers hebben een gezamenlijk standpunt gepubliceerd over het beoogde
voorstel voor een nieuwe IORP-richtlijn deze herfst. Dit voorstel voor de nieuwe Europese
pensioenfondsenrichtlijn bevat maatregelen op het gebied van transparantie, governance en
verslaglegging. Ook gaat het in op de harmonisatie van kapitaaleisen voor IORP’s. Invoering van dit
onderdeel is voorlopig uitgesteld. De partijen zijn van mening dat harmonisatie, gezien de
fundamentele verschillen tussen pensioenfondsen en verzekeraars, niet gerechtvaardigd is. Deze
verschillen moeten tot uiting komen in governance- en transparantiemaatregelen. Volgens de
betrokken organisaties zou dit anders leiden tot onder andere verzwaring van administratieve lasten
en kosten, wat uiteindelijk leidt tot een lager pensioen. In de nieuwe IORP-richtlijn moet daarom
worden uitgegaan van het proportionaliteitsbeginsel en het moet mogelijk blijven om deelnemers goed
Jaarverslag 2013 BPF AVH
20
20
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
en op begrijpelijke wijze te informeren over hun pensioenrechten voor de geschiktheid. Geschiktheid
wordt daarmee net als in de Wet financieel toezicht (Wft) een open norm. De invulling daarvan wordt
aan de toezichthouders De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM)
overgelaten. Ook is er bij de waardering van specifieke strafrechtelijke antecedenten in het kader van
de betrouwbaarheidstoets gekozen voor aansluiting bij artikel 8 van het Besluit prudentiële regels
Wat betekenen de bovenstaande ontwikkelingen voor Bpf AVH
Het wegvallen van de BTW-vrijstelling zal een kostenverhogend effect hebben omdat dan 21% over
de beheerfee aan de Belastingdienst moet worden afgedragen. Bpf AVH onderzoekt samen met AGH
welke impact dit heeft en welke oplossingsrichtingen er zijn.
Het nieuwe pensioencontract zal zodra de ingediende wet inzake het FTK van kracht is nader vorm
gegeven moeten worden. Daarbij zal Bpf AVH ook de fiscale ruimte in acht moeten nemen. Inmiddels
is Bpf AVH overgegaan op de pensioenrichtleeftijd van 67 jaar. De impact van Witteveen 2015 is niet
groot, omdat alle verplichtgestelde pensioenregelingen binnen dat nieuwe kader blijven. Het is alleen
van invloed op de vrijwillige pensioenregeling ‘Aanvullend MiddelloonPlus”.
De code pensioenfondsen en de wet versterking bestuur pensioenfondsen zijn voor de Bpf AVH
aanleiding geweest om het bestuursmodel en de beloningsstructuur aan te passen. Gekozen is voor
het paritaire model met een bij de deskundigheid en beschikbaarheid passende beloning.
Bpf AVH monitort de Europese ontwikkelingen die van invloed zijn op pensioenen.
Wanneer de dekkingsgraad onder de 105% komt heeft het pensioenfonds in beginsel drie jaar de tijd
om van dit dekkingstekort te herstellen (korte termijn herstel). De Nederlandsche Bank (DNB) kan
deze hersteltermijn inkorten. Ingeval de vereiste dekkingsgraad nog niet is bereikt geldt een
hersteltermijn van 15 jaar. De Nederlandse overheid heeft met sociale partners een sociaal akkoord
bereikt, waardoor voor het korte termijn herstel een termijn geldt van vijf jaar. De ontwikkeling van de
dekkingsgraad Van Bpf AVH per jaareinde is als volgt: 2013
2012
2011
2010
2009
Dekkingsgraad
104,9%
101,6%
95,0%
101,1%
110,2%
Vereiste dekkingsgraad
114,6%
114,0%
114,3%
112,9%
114,8%
Volgens de ABTN van Bpf AVH wordt de beoogde minimale omvang van het eigen vermogen en de
solvabiliteitsopslag in de kostendekkende premie vastgesteld op basis van het vereiste eigen
vermogen onder het FTK volgens het standaardmodel van DNB.
De ABTN schrijft een dekkingsgraad voor met een vereist vermogen van 114,6%. De dekkingsgraad
van Bpf AVH ligt beneden dit vereist vermogen, waardoor er sprake is van reservetekort. Sinds
jaareinde 2008 is er sprake van dekkingstekort, waarvan per eind 2013, met verwerking van de 0,5%
korting per 1 april 2014, geen sprake meer is.
Bpf AVH heeft op 31 maart 2009 een herstelplan ingediend bij DNB, waarbij voor het korte termijn
herstel is uitgegaan van een termijn van vijf jaar. Het dekkingstekort is destijds ontstaan door de daling
van de rentetermijnstructuur en van de marktwaarde van de beleggingen. Door een gedeeltelijke
afdekking van het renterisico is de toename van de waarde van de pensioenverplichtingen gedeeltelijk
gecompenseerd.
Beleid ten tijde van herstelperiode
Beleggingsrendementen
In het herstelplan is met een verlaagd gemiddeld rendement gerekend te weten 4,5% over de periode
Jaarverslag 2013 BPF AVH
21
21
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
2009 tot 2024, waardoor rekening is gehouden met toekomstige economische hoogte- en dieptepunten. Het gemiddelde rendement over de afgelopen vijf jaren en tien jaren bedroeg resp. 5,92% en
5,82%.
Toeslagverlening
Indien de middelen van Bpf AVH volgens het bestuur toereikend zijn, wordt op de opgebouwde
pensioenaanspraken van de deelnemers, de ingegane pensioenen en de premievrije
pensioenaanspraken van de gewezen deelnemers jaarlijks per 1 januari een indexatie toegepast. De
hoogte van de toeslagverlening is afhankelijk van de overrendementen. Bij de jaarlijkse
bestuursbeslissing inzake de aanpassing dient de afgesproken staffel tot leidraad (zie voorwaarden
indexatiebeleid in paragraaf 7). Bpf AVH heeft geen geld gereserveerd om het opgebouwde pensioen
in de toekomst te verhogen, maar zal de toekomstige verhoging betalen uit overrendementen. Er is
een ambitie om te indexeren, maar de indexatie is nadrukkelijk voorwaardelijk. In het herstelplan wordt
ervan uitgegaan dat er tot 2016 niet of nauwelijks wordt geïndexeerd. Nadien zullen er meerdere jaren
zijn waarin wel volledig wordt geïndexeerd. Begin 2013 is de toeslagambitie verlaagd naar:
•
55% van de maatstaf (loonindex) voor actieve deelnemers;
•
45% van de maatstaf (consumentenprijsindex) voor de niet-actieve deelnemers.
Per 1 januari 2013 en 1 januari 2014 zijn de (premievrije) pensioenaanspraken en de ingegane
pensioenen niet geïndexeerd.
Premie
In het herstelplan wordt ervan uitgegaan, dat tot 2015 de premie op het huidige verhoogde niveau zal
worden gehandhaafd. In 2013 heeft de premie een bijdrage aan herstel gegeven van afgerond 1,2%punt.
Evaluatie herstelplan en korting in 2014
Bij de evaluatie van het herstelplan in februari 2014 bleek dat de financiële positie ultimo 2013
weliswaar was verbeterd, echter onvoldoende om op het vereiste minimum niveau van 104,6% te
komen. De dekkingsgraad is gestegen van 99,6% naar 104,1% (niveau voor korting en vastgesteld bij
de evaluatie van het herstelplan). Dat wij de minimaal vereist dekkingsgraad van 104,6% niet hebben
gehaald, houdt voornamelijk verband met de ontwikkeling van de rente en de driemaandmiddeling in
de rentetermijnstructuur zoals gepubliceerd door DNB. De beleggingsportefeuille van Bpf AVH bestaat
voor het grootste deel uit vastrentende waarden. Dit zijn beleggingen met een relatief laag risico. Door
de stijgende rente is de waarde van deze beleggingen gedaald. Ook de omvang van onze
verplichtingen (de opgebouwde en ingegane pensioen die wij uit moeten keren) daalt bij een stijgende
rente. In de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur wordt echter uitgegaan van de
driemaandsmiddeling. Die leidde er toe dat de rente voor de verplichtingen minder steeg, waardoor de
waarde van de verplichtingen minder daalde dan de waarde van de beleggingen. Hierdoor is de
dekkingsgraad eind december 2013 onder de minimaal vereiste 104,6% gebleven. Op basis van de
huidige wet- en regelgeving moet een pensioenfonds dan de pensioenaanspraken verlagen om op de
vereiste dekkingsgraad te komen. Gelet hierop is besloten om de opgebouwde pensioenaanspraken
en ingegane pensioenen per 1 april 2014 nogmaals te verlagen. De verlaging bedraagt 0,5%.
Ontwikkeling aantal werkgevers en deelnemers Bpf AVH
Het aantal aangesloten werkgevers is in de afgelopen vijf jaren gestegen. Ook het aantal deelnemers
is toegenomen.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
22
22
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
4.
Risicoparagraaf ten aanzien van doelstellingen, beleid en gebruik van financiële
instrumenten
Het pensioen- en vermogensbeheer is in belangrijke mate uitbesteed evenals de interne actuariële
aangelegenheden. Hierna volgt een beschrijving van de risico’s die voortkomen uit de aangegane
verplichtingen in eigen beheer en wordt ingegaan op beleid dienaangaande van Bpf AVH en het
daarmee samenhangende gebruik van financiële instrumenten.
4.1
Reflecteren en analyseren
Uit een analyse kwam naar voren dat als het gewicht van Australische staatsobligaties verlaagd werd
en het valutarisico op de Australische en Noorse staatsobligaties volledig wordt afgedekt er
risicobudget vrijkomt voor andere vastrentende beleggingscategorieën. De beleggingscommissie
heeft op basis van een economische analyse en op basis van een berekening van het vereist eigen
vermogen, vastgesteld dat Emerging Market Debt (lokale valuta) en global high yield (euro hedged)
een hoger returnpotentieel hebben waarbij het totale risicobudget niet of nauwelijks toeneemt.
Emerging market debt betreft staatsobligaties van de opkomende markten en high yield bonds, zijn
bedrijfsobligaties met een hoger risico omdat de kredietwaardigheid van deze bedrijven lager ligt dan
een BBB-kredietrating. De genoemde beleggingscategorieën zijn met ingang van 1 februari 2013 in de
beleggingsportefeuille opgenomen. Als we terugkijken op de beslissing om het gewicht in Australische
staatsobligaties te verlagen ten gunste van een allocatie naar high yield en Emerging Market Debt
(lokale valuta) dan is de beslissing goed geweest. Het benchmarkrendement van Australische
staatsobligaties was -17,54% terwijl het benchmarkrendement van Global High Yield 6,35% en van
EMD (lokale valuta) -10,95% was.
In 2013 is er verder gekeken naar meer rendementsmogelijkheden in de beleggingsportefeuille van
Bpf AVH, maar met behoud van het totale risicoprofiel. Dit heeft er toe geleid dat Australische en
Noorse staatsobligaties verkocht zijn. Het totale gewicht van de vastrentende portefeuille is verlaagd
van 72,5% naar 67,5%. De IRS 18Y is toegevoegd aan de durationoverlay om zodoende de
rentehedge uit te breiden (en dus het renterisico te verkleinen). Hierdoor komt risicobudget vrij en dit is
ingezet om het gewicht naar aandelen te verhogen van 12,5% naar 20%. Daarnaast is besloten om de
beleggingen in grondstoffen te verkopen. Binnen de aandelenportefeuille is de regioverdeling meer in
lijn gebracht met de MSCI all country index.
4.2
Risico’s en balansmanagement
Vanaf 2007 wordt de beoordeling van de solvabiliteit van Bpf AVH gedaan aan de hand van de
richtlijnen van het FTK. De solvabiliteitstoets wordt verricht volgens het standaardmodel van DNB. Het
standaardmodel bepaalt per risicofactor de gewenste solvabiliteit. De solvabiliteit per risicofactor wordt
aan de hand van een wortelformule gecombineerd tot een totaal vereiste solvabiliteit.
Het standaardmodel onderscheidt de volgende risicocategorieën:
•
renterisico;
•
het aandelen- en vastgoedrisico;
•
valutarisico;
•
grondstoffenrisico;
•
kredietrisico;
•
verzekeringstechnisch risico;
•
liquiditeitsrisico;
•
concentratierisico;
Jaarverslag 2013 BPF AVH
23
23
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
•
operationeel risico.
In 2013 heeft de Commissie Risicomanagement in een 6-tal bijeenkomsten aandacht besteed aan het
vormgeven van integraal risicomanagement.
Renterisico
Het renterisico is het risico dat de dekkingsgraad zal fluctueren als gevolg van
rente(curve)bewegingen. AVH is gevoelig voor een wijziging van de rentetermijnstructuur als gevolg
van het verschil tussen de verplichtingen en de vastrentende waarden (20,1 versus 14,93 (inclusief
derivaten) (2012: 20,6 versus 12,1 (inclusief derivaten))).
Beheersing van het renterisico
Het renterisico wordt beheerst door een consistente toepassing van de ALM-principes
(continuïteitstoets). Het bestuur van Bpf AVH heeft besloten om m.b.t. het renterisico de
durationmismatch te verkleinen door de duration van de beleggingen te verlengen naar 14 jaar. Op 24
september 2008 is hieraan uitvoering gegeven door 50% van het verschil tussen de beoogde en de
bestaande duration van de vastrentende waarden in een keer te implementeren. De overige 50% zal
in stappen worden geïmplementeerd. Elke stap is gekoppeld aan een bepaald renteniveau. De
duration van de vastrentende waarde op 31 december 2013 bedroeg 14,93.
Wanneer de rente ten opzichte van de Interest Rate Swap (IRS) 30 jaarrente (rente die geldt voor een
renteswap (ruil) voor 30 jaar) op 24 september 2008 (4,95%) met 0,25% zal toenemen, dan wordt de
duration (gewogen gemiddelde looptijd van de vastrentende waarden inclusief derivaten) met een half
jaar verlengd. Komt de rente op de genoemde rentestand plus een 0,5%, dan wordt de duration
opnieuw met een half jaar verlengd. Door middel van deze aanpak wordt de beoogde
durationverlenging volledig gerealiseerd als de rente ten opzichte van de op 24 september 2008
geldende rente met circa 2%-punt is gestegen.
Gedurende het verslagjaar is de rente beneden het niveau van 24 september 2008 gebleven.
De impact van een parallelle wijziging van de rente curve (nominale RTS) van -1% zou een daling van
de dekkingsgraad (op de nominale RTS) met ongeveer 10%-punt tot gevolg hebben. Een stijging van
de rente met 1% zou een stijging van de dekkingsgraad met ongeveer 12%-punt tot gevolg hebben.
Afhankelijk van de marktomstandigheden zal zo nodig het neerwaartse risico van de dekkingsgraad
mede worden afgedekt met behulp van swaptions en/of LDI-pools. Daarnaast wordt het risico beperkt
door diversificatie van de beleggingsportefeuille. Per ultimo april 2014 bedroeg de voorlopige
dekkingsgraad 105,1%.
Het bestuur heeft besloten om het renteafdekkingsbeleid in 2014 onder de loep te nemen en nader te
specificeren.
Het aandelen- en vastgoedrisico
Dit is het risico dat samenhangt met het beleggen in aandelen en vastgoed. Het gaat daarbij om
wijzigingen (dalingen) in de koersen van deze zakelijke waarden die tot een ongewenste aantasting
van de financiële positie van Bpf AVH kunnen leiden. Deze beleggingen, met een op de lange termijn
hoger verwacht rendement dan op vastrentende waarden, worden nodig geacht om een zodanig extra
rendement te kunnen realiseren dat daarmee onder meer ruimte ontstaat voor toeslagverlening.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
24
24
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
Voor het aandelen- en vastgoedrisico wordt een buffer, berekend met de volgende bufferpercentages,
aangehouden:
•
aandelen ontwikkelde markets met bufferpercentage van 25;
•
private equity & hedge funds met bufferpercentage van 30;
•
aandelen opkomende markten met bufferpercentage van 35;
•
vastgoed direct met een bufferpercentage van 15;
•
vastgoed indirect met een bufferpercentage van 25.
Het valutarisico
Het valutarisico is het risico dat de waarde van de beleggingen zal fluctueren als gevolg van
veranderingen in de valutawisselkoersen. Het valutarisico dat Bpf AVH loopt wordt beperkt doordat de
koers van het merendeel van de beleggingen in euro genoteerd is. Daarnaast heeft Bpf AVH het
valutarisico beperkt door de US Dollar en de Britse Pond strategisch voor 50% af te dekken. In het
verslagjaar was de US Dollar tactisch niet afgedekt. Het valutarisico op de Australische dollar (AUD)
wordt voor 50% afgedekt middels een proxy hedge op de USD. Vanaf september 2012 heeft Bpf AVH
het valutarisico op de Noorse Kronen (NOK) voor 100% afgedekt. Ten behoeve van het valutarisico
moet een buffer worden aangehouden die 20% waardeveranderingen van valuta’s ten opzichte van de
euro kan opvangen. De door forwards afgedekte valuta zijn hiervan vrijgesteld.
Het grondstoffenrisico
Voor de grondstoffenbeleggingen wordt de buffer bepaald met een bufferpercentage van 30. Het
fonds belegt in indexmatige commodity-producten. Deze producten zijn per 6 december 2013
verkocht. In de beleggingsportefeuille van 2014 zijn grondstoffen niet meer opgenomen als een
beleggingscategorie.
Het kredietrisico
Kredietrisico is het risico dat voortvloeit uit het feit dat een specifieke tegenpartij tegenover Bpf AVH
niet in staat is aan zijn verplichtingen jegens Bpf AVH te voldoen. Bpf AVH beperkt het kredietrisico
door, voor wat betreft onderhandse leningen, zoveel mogelijk contracten aan te gaan met instellingen,
waarbij beperkt tot gering tegenpartijrisico is, zoals: Bank Nederlandse Gemeenten, Bouwfonds
Nederlandse Gemeenten en diverse Nutsbedrijven.
Daarnaast wordt er geparticipeerd in obligatiefondsen waarvan de rating van de obligaties in
belangrijke mate AAA is. Investeringen in deposito’s moesten worden aangegaan met een tegenpartij
met minimaal een single A status. Vanaf september 2008 moet zo’n tegenpartij minimaal AAA status
dan wel staatssteun hebben. In 2010 is echter gebleken dat Griekenland een onaanvaardbaar
begrotingstekort heeft. Hierdoor is de rating van Griekenland omlaag gegaan en daarmee ook de
waarde van de Griekse staatobligaties. Het bestuur van Bpf AVH heeft in 2010 de participatie in het
Staatsobligatiefonds van Black Rock om laten zetten in een discretionair mandaat en onderzocht
welke staatsobligaties niet meer gehandhaafd kunnen worden in de beleggingsportefeuille. Naar
aanleiding van dit onderzoek is besloten, om de beleggingsrestrictie van dit mandaat in staatsleningen
van Eurolanden aan te scherpen met een AAA-rating. Hierdoor is dit mandaat in het verslagjaar
beperkt door afscheid te nemen van de staatsobligaties van Ierland, Italië, Portugal en Spanje en de
inflation linked bonds van Frankrijk. Begin 2011 zijn de Franse Staatsobligaties van de hand gedaan.
In 2011 heeft Bpf AVH een discretionair mandaat in Duitse, Nederlandse, Noorse en Australische
staatsobligaties. Naast staatsobligaties investeert Bpf AVH ook in wereldwijde bedrijfsobligaties. De
kredietwaardigheid van deze bedrijfsobligaties is voor het overgrootste deel investmentgrade. De
manager mag binnen het mandaat voor 15% investeren in high yield (minimale rating binnen dit
Jaarverslag 2013 BPF AVH
25
25
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
mandaat is B-). In 2013 is de vastrentende portefeuille uitgebreid met global high yield bonds (rating
BB tot en met C) en Emerging Market Debt (gemiddelde rating BBB+). Het gewicht van global high
yield en EMD bedraagt voor beide beleggingsfondsen 3,5% van de vastrentende waarden.
Het verzekeringstechnisch risico
Het verzekeringstechnisch risico omvat de risico’s van negatieve resultaten op de actuariële
grondslagen die worden gebruikt bij de vaststelling van de hoogte van de premie en de technische
voorzieningen. Het belangrijkste risico in dit kader is de ontwikkeling van de levensverwachting.
Ouderdoms- en partnerpensioenen worden levenslang uitgekeerd. Daarom houdt Bpf AVH rekening
met de levensverwachting van de populatie van deelnemers, gewezen deelnemers en
pensioengerechtigden. De levensverwachting is gebaseerd op de ervaringssterfte van Bpf AVH.
De voorziening pensioenverplichtingen wordt gebaseerd op de grondslagen geldend voor Bpf AVH.
Deze grondslagen moeten voldoende basis bieden om een prudente voorziening te kunnen
vaststellen. Aanpassing van deze grondslagen (bijvoorbeeld het overgaan op nieuwe sterftetafels) is
altijd aandachtspunt bij de vaststelling van de voorziening.
Het liquiditeitsrisico
Het liquiditeitsrisico is het risico dat Bpf AVH niet de mogelijkheid heeft om de financiële middelen te
verkrijgen die benodigd zijn om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen. Het liquiditeitsrisico is
beperkt, omdat nagenoeg uitsluitend in liquide effecten is belegd. Voor de berekening van het vereiste
eigen vermogen worden het liquiditeitsrisico conform het standaardmodel op 0% gezet.
Het concentratierisico
Onder het FTK wordt er vanuit gegaan dat zich in de portefeuille geen concentratierisico bevindt. Voor
aanwezigheid van concentratierisico’s moet Bpf AVH een passende solvabiliteit aanhouden. Er zijn
posities in de portefeuille welke een gewicht hebben van meer dan 5% gemeten in marktwaarde, maar
dit zijn posities in beleggingsfondsen, dus die hebben indirecte exposures welke kleiner zullen zijn dan
5%. Er is een aantal posities met een exposure groter dan 5% van de marktwaarde. Hierbij kan
gedacht worden aan forwardcontracten ter afdekking van valutarisico en rente swaps.
Het operationeel risico
AGH
is
verantwoordelijk
voor
het
pensioenbeheer
van
Bpf
AVH
conform
de
dienstverleningsovereenkomst. De directie van AGH ondersteund door zijn medewerkers geeft
uitvoering aan deze dienstverleningsovereenkomst en aan het door het bestuur vastgestelde
uitvoeringsreglement en de vastgestelde uitvoeringsovereenkomsten.
e
AGH is vanaf 1 april 2014 gehuisvest in een pand aan de Verrijn Stuartlaan 1 te Rijswijk. Dit pand
biedt ook een goede beveiliging van het secretariaat en administratie van Bpf AVH. De administratieve
organisatie van AGH is beschreven in Mavim (softwarepakket). Bij calamiteiten kan uitgeweken
worden. De uitwijkserver wordt maandelijks met behulp van back-ups geactualiseerd en dient voor
continuering van de administratie ingeval er calamiteiten zijn op het AGH-kantoor. In 2010 heeft AGH
alle primaire processen laten beoordelen in het kader van SAS 70 type I. Geconcludeerd is dat de
interne beheersing goed is geborgd. Dit blijkt ook uit de ISAE 3402 type 2 verantwoording over de
tweede helft van 2013. Hierin is echter wel geconcludeerd dat ten aanzien van het change
management proces de opzet, bestaan en werking van de interne beheersingsmaatregelen moet
worden verbeterd. Het betreft hier een kwalificatie met betrekking tot het realiseren van een effectieve
functiescheiding (ontwikkeling, test en productie) binnen de IT afdeling met betrekking tot het
geautoriseerd in productie nemen van wijzigingen. Gelet op de grootte van de organisatie en de
Jaarverslag 2013 BPF AVH
26
26
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
kwaliteit van de IT is er voor gekozen om de drie omgevingen (ontwikkeling, test en productie) fysiek
van elkaar te scheiden en het SUDO mechanisme in werking te stellen voor het kunnen betreden van
de productie-omgeving door het Hoofd ICT met onder voorwaarde dat daar voorafgaand een
expliciete goedkeuring van de directie van AGH is afgegeven. Bij de toetsing voor dit ISAE Rapport is
vastgesteld dat niet in alle gevallen dat het Hoofd ICT is ingelogd op de productie-omgeving is te
herleiden wat de achterliggende reden daarvoor is geweest en welke werkzaamheden door het hoofd
ICT op de productie-omgeving zijn uitgevoerd in overeenstemming met de toestemming die door de
directie is gegeven. Derhalve heeft AGH in overleg met PwC besloten om in 2014 de SUDO
procedure verder aan te scherpen, de registratie van wijzigingsverzoeken te verbeteren en daar de
opdrachtgever vanuit de business deels voor verantwoordelijk te maken. Tevens zullen wij een
verdere beperking aanbrengen in de mogelijkheden voor Hoofd ICT om de productieomgeving te
betreden in de uitoefening van zijn functie als ontwikkelaar/tester. Verder willen wij vermelden dat de
SUDO procedure op zichzelf al wel een zekere preventieve bescherming biedt tegen
ongeautoriseerde mutaties. Daarnaast zijn binnen de bedrijfsprocessen van AGH voldoende
mitigerende controlemaatregelen opgenomen om eventuele materiële misstanden vanuit een
jaarrekening perspectief te voorkomen danwel aan het licht te brengen.
Het vermogensbeheer wordt door Candriam (voorheen Dexia Asset Management), PIMCO, F&C
Netherlands B.V., Kempen Capital Management, Akina Partners (voorheen LODH Private Equity)
Partners Group, Ardian (voorheen AXA Private Equity), JP Morgan, Robeco, Pictet, CBRE (voorheen
ING Real Estate) en Altera Vastgoed uitgevoerd. De portefeuille onderhandse geldleningen is in eigen
beheer. Maandelijks en per kwartaal rapporteren de externe managers aan Bpf AVH over de
samenstelling van de portefeuille, de performancecijfers en de marktwaarde van het onder beheer
zijnde vermogen alsmede de aan de klant in rekening gebrachte respectievelijk te brengen kosten van
beheer en overige kosten. Met ingang van 1 februari 2013 is Robeco aangesteld als manager voor
global high yield (euro hedged) en Pictet als manager voor EMD local currency.
De beleggingsadministratie is ondergebracht bij KAS BANK N.V.. KAS BANK N.V. rapporteert
eveneens maandelijks en per kwartaal over de performance van de genoemde
vermogensbeheerders. Daarnaast monitort KAS BANK N.V. de compliance en rapporteert daarover.
Verder verzorgt KAS BANK N.V. de rapportages aan DNB, het currency overlay management,
duration overlay management en voor zover aan de orde custody, settlement en securities lending.
Voor de berekening van het vereiste eigen vermogen wordt het operationeel risico conform het
standaardmodel op 0% gezet.
In het verslagjaar is door de beleggingscommissie de brief van DNB inzake innovatieve beleggingen
besproken. Deze brief ziet toe op de beleggingscategorieën private equity en hedge funds. Gezien het
feit dat Bpf AVH geen hedge funds in portefeuille heeft, is gekeken naar de beleggingscategorie
private equity. Het bestuur heeft besloten om een subcommissie van de beleggingscommissie een
verdere verdieping op de brief uit te voeren en te komen met een analyse en een standpunt inzake
private equity en met een verbeterpuntenlijst. De subcommissie heeft gekeken naar welke eisen Bpf
AVH heeft ten aanzien van beleggingen in private equity en in hoeverre de huidige beleggingen van
Bpf AVH voldoen aan de eisen van Bpf AVH. Resultaat van het onderzoek is pas in 2014 afgerond.
Het bestuur heeft geconcludeerd dat de kwaliteit van de rapportages van de verschillende managers
behoorlijk uiteenloopt. Er zijn partijen die redelijk wat informatie verstrekken terwijl er ook een
manager is die met name alleen de financiële gegevens rapporteert. Bpf AVH is het gesprek
aangegaan met alle drie de huidige managers en heeft verzocht om aanvullende rapportages, waarin
meer op risico’s en met name leverage op het laagste niveau wordt gerapporteert. Alle managers
Jaarverslag 2013 BPF AVH
27
27
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
hebben aanvullende rapportages verstrekt. De aanvullende rapportages zijn niet in alle gevallen
voldoende. Het bestuur van Bpf AVH heeft geconcludeerd dat als managers kunnen voldoen aan de
aanvullende rapportage eisen van Bpf AVH en ze voldoen aan de overige eisen (fund of private equity
fund, small en mid size buyout, geen venture capital, de manager moet de UN PRI ondertekend
hebben en een hoge mate van transparantie bieden) private equity nog steeds een interessante asset
class is, echter het gewicht van deze belegging moet beperkt blijven tot 2,5% van de
beleggingsportefeuille.
4.3
Financiële sturingsmiddelen
Binnen het kader van de financiële opzet heeft Bpf AVH de volgende financiële sturingsmiddelen, te
weten aanpassing van:
•
de premie;
•
de opbouw;
•
de beleggingsportefeuille;
•
de indexatie;
•
de korting.
Aanpassen van de premie
De financiële positie zou aanleiding kunnen geven om de premie aan te passen. Dit zou een
premieverhoging of verlaging kunnen zijn. De verhoging of verlaging van de premie wordt vastgesteld
op basis van het premiebeleid.
Aanpassen van de opbouw
De hoogte van de premie in vergelijking met de kosten van de pensioenopbouw kan aanleiding zijn
om de pensioenopbouw aan te passen.
Aanpassen van de beleggingsportefeuille
De risicometing en resultaatsevaluatie door het pensioenfonds en de situatie op de financiële markten
zouden aanleiding kunnen geven om de beleggingsportefeuille aan te passen.
Aanpassen van de indexatie
Op het moment dat de middelen van Bpf AVH het niet toelaten de wenselijke indexaties toe te passen,
kan besloten worden minder te indexeren of niet te indexeren. Eerst wordt bekeken of over de gehele
linie (deelnemers, gewezen deelnemers en pensioentrekkenden) nog wel geïndexeerd kan worden
conform de maatstaf die daartoe gehanteerd wordt. Indien dat niet mogelijk is, wordt bekeken in
hoeverre de belangen van de gewezen deelnemers en pensioentrekkenden zich bij een lagere
indexatie verhouden tot die van de deelnemers. Voor laatstgenoemde categorie geldt een
vergelijkbare voorwaardelijke bepaling als voor de overige categorieën.
Korting
Op het moment dat de financiële situatie van Bpf AVH het noodzakelijk maakt, zal in lijn met wet- en
regelgeving besloten moeten worden de pensioenaanspraken en –rechten te korten.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
28
28
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
5.
Informatie over de verwachte gang van zaken
In het verslagjaar en in 2014 hebben zich de onderstaande ontwikkelingen voorgedaan die van
invloed (kunnen) zijn op de financiële positie van Bpf AVH.
5.1
Pensioenregelingen en Statuten
In het verslagjaar is besloten de statuten aan te passen, om bestuursbenoemingen op voordracht van
de voordragende organisaties te doen. De pensioenreglementen zijn op grond van het bestuursbesluit
premie en parameters 2013 en 2014 aangepast. Verder is het pensioenreglement aangepast naar de
visie van DNB voor wat betreft de bepaling artikel 5 van de Pensioenwet inzake geen premie geen
recht. Het pensioenreglement “middelloonPlus’ is aangepast aan het Witteveenkader.
5.2
ABTN
In de bestuursvergadering van maart 2012 heeft het bestuur van Bpf AVH een geactualiseerde ABTN
vastgesteld. De wijziging heeft betrekking op het crisisplan, nieuwe assetmanagers, de
normportefeuille en het toeslagenbeleid. In de bestuursvergadering van maart 2013 is de ABTN
wederom geactualiseerd als gevolg van aanpassingen in de premies en parameters en de
beleggingsportefeuille. In 2014 wordt de ABTN wederom aangepast aan het Witteveenkader, Wet
versterking bestuur pensioenfondsen, Code pensioenfondsen en andere wettelijke vereisten.
5.3
Premie en parameters 2014
Het bestuur heeft in december 2013 de premie en parameters 2014 van de basisregeling (middelloon)
als volgt vastgesteld:
Premie% van de
pensioengrondslag
Opbouw% van de
pensioengrondslag
Franchise
Partikuliere Kaaspakhuizen
22,25%
1,75%
€ 16.293,--
Groothandel Aardappelen
22,25%
1,75%
€ 15.000,--
Groothandel Groenten en Fruit
22,25%
1,75%
€ 15.000,--
Groothandel Eieren
21,00%
1,65%
€ 15.000,--
Bedrijfstak
De aanvullende pensioenregelingen zijn ook aangepast en wel als volgt:
Pensioenregeling
Eindloon
Premie% van de
pensioengrondslag
Opbouw% van de
pensioengrondslag
Franchise
Beëindigd
Middelloon
Actuariële premie
1,75%, 1,65%
€ 34.913,--
Middelloon Plus
Actuariële premie
2,15%, 2,00%, 1,75%
€ 13.449,--
Voor alle bedrijfstakken en alle regelingen geldt in 2014 een toeslagambitie van 55% van de maatstaf
(loonindex) voor actieve deelnemers en voor niet-actieve deelnemers en pensioengerechtigden een
ambitie van 45% van de maatstaf (consumentenprijsindex).
5.4
Beleggingen
Besloten is om de strategische asset mix 2013 conform 2012 vast te stellen: 12,5% aandelen, 72,5%
vastrentende waarden, 7,5% vastgoed, 5% specialties en 2,5% cash. De verdeling binnen de
vastrentende waardenportefeuille is wel aangepast. Met ingang van 1 februari 2013 zijn de
beleggingscategorieën global high yield (euro hedged) en emerging market debt (local currency)
toegevoegd en is het gewicht naar Australische staatsobligaties verlaagd. Daarnaast wordt het
Jaarverslag 2013 BPF AVH
29
29
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
valutarisico op de AUD met ingang van 1 februari 2013 voor 100% (2012: 50%) afgedekt middels een
proxy hedge op de USD.
In 2012 heeft de beleggingscommissie een brainstormsessie gehouden over beleggingen in high yield
bonds en emerging market debt. Het achterliggende idee is om de vastrentende waardenportefeuille
beter te diversifiëren, waardoor de portefeuille minder afhankelijk wordt van de Europese crisis en
daarnaast een betere te verwachten yield zal hebben. Daarnaast nogmaals gekeken naar
beleggingen in grondstoffen. In december 2013 is de belegging in grondstoffen verkocht,
vooruitlopend op de normportefeuille 2014 waarin grondstoffen geen onderdeel meer uitmaken van de
normportefeuille 2014
Gedurende de eerste drie maanden van 2014 had Bpf AVH op de meeste beleggingssoorten een
neutrale positie. Het totale portefeuillerendement 2013 bedroeg -2,98% versus een
benchmarkrendement van -3,28%.
5.5
Ontwikkeling dekkingsgraad
Ultimo april 2014 was de voorlopige dekkingsgraad ongeveer 105,1%, als gevolg van de
beleggingsrendementen, de doorgevoerde korting van 0,5%, de toename in verplichtingen en de
renteontwikkelingen.
5.6
Risicomanagement
In 2013 heeft het bestuur een beslissing genomen over de rol en de positie van de commissie
risicomanagement in de bestuurlijke organisatie. Deze is in een mandaat neergelegd. De commissie
risicomanagement functioneert als een permanente commissie.
5.7
Verantwoord beleggen
Het bestuur van Bpf AVH is van mening dat zij ook bij het beleggen rekening dient te houden met haar
maatschappelijke functie, daarom heeft Bpf AVH de Principles for Responsible Investments (PRI) van
de Verenigde Naties ondertekend. Bpf AVH zal zich inspannen om ook de bestaande en nieuwe
vermogensbeheerders die voor Bpf AVH een deel van het vermogen beheren de PRI te laten
ondertekenen.
Het bestuur van Bpf AVH heeft de volgende onderwerpen geformuleerd waar rekening dient te
worden gehouden bij het investeringsproces:
•
dierenwelzijn;
•
milieu-prestaties;
•
mensenrechten;
•
werknemersverhoudingen;
•
wapenindustrie en in het bijzonder, landmijnen en clusterbommen.
Bpf AVH is mening dat landmijnen en clusterbommen verwerpelijk wapentuig zijn, en heeft daarom
besloten om bedrijven die landmijnen en clusterbommen produceren uit te sluiten van investeringen.
De andere onderwerpen (dierenwelzijn, milieu prestaties, mensenrechten, wapenindustrie en
werknemersverhoudingen) zullen via dialoog (engagement) met bedrijven aan de orde worden
gebracht. Gezien het feit dat Bpf AVH voornamelijk belegt in zogenaamde index beleggingsfondsen,
zal de uitsluiting van landmijnen en clusterbommen plaatsvinden door short te gaan. Per kwartaal zal
verantwoording worden afgelegd over het toepassen van criteria voor verantwoord beleggen. Door het
wettelijk verbod op beleggen in bedrijven betrokken bij clustermunitie is het shortgaan van de
Jaarverslag 2013 BPF AVH
30
30
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
bedrijven die betrokken zijn bij clustermunitie en/of landmijnen per 1 april 2013 stopgezet. In de
wettelijke bepalingen is opgenomen dat indien belegd wordt in een index, er geen sprake is van
overtreding van het verbod op investeren in bedrijven die betrokken zijn bij de productie en/of handel
in clustermunitie als het gewicht van deze bedrijven minder dan 5% van de desbetreffende index
uitmaken. Dit is het geval in de aandelenindexfondsen van SSgA waarin Bpf AVH belegt. Met ingang
van 2014 is besloten om voor de ontwikkelde aandelenmarkten over te stappen naar de screened
index fondsen van SSgA. De screened indexfondsen sluiten bedrijven die betrokken zijn bij de
productie van controversiële wapens, of bij kinderarbeid, of andere zaken die strijdig zijn met de
principes van de UN Global Impact, uit.
Bpf AVH heeft de principes in zake maatschappelijk verantwoord beleggen van de Verenigde Naties
(UN PRI) ondertekend. Bij het aanstellen van nieuwe managers is één van de voorwaarden dat de
managers de UN PRI ondertekend moeten hebben, dan wel dat deze criteria op het te verstrekken
mandaat worden toegepast. De volgende door Bpf AVH aangestelde vermogensbeheerders
(managers) hebben de UN PRI ondertekend: F&C Netherlands, Kempen Capital Management,
PIMCO, Candriam (voorheen Dexia Asset Management), SSgA, Robeco, Pictet, Partners Group,
Ardian (voorheen AXA Private Equity) en JP Morgan.
Bpf AVH belegt in beleggingsfondsen en kan binnen die fondsen niet bepalen welke bedrijven
uitgesloten moeten worden.
5.8
Ontwikkelingen in de uitvoering
In het verslagjaar en het eerste kwartaal van 2014 is er door Bpf AVH uitvoering gegeven aan de
voorschriften van de Pensioenwet. Er zijn startbrieven en stopbrieven en verzonden bij aanvang of
beëindiging van de deelneming. Daarnaast zijn er activiteiten verricht inzake de actualisering van de
gegevens van Bpf AVH in het pensioenregister. In februari 2014 zijn alle (gewezen) deelnemers,
pensioengerechtigden en ex-partners geïnformeerd over de door te voeren korting per 1 april 2014.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
31
31
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
6.
Bestuursaangelegenheden
In de bestuursvergaderingen zijn onder andere de volgende onderwerpen besproken: ingekomen
stukken waaronder brieven van de toezichthouders, de rapportage vermogensbeheer, rapportage
administratie, evaluatie herstelplan en de ontwikkeling van de dekkingsgraad, overzicht klachten en
geschillen en de pensioenactualiteiten. Ook uitgegane stukken, het nieuwe bestuursmodel,
governance en de nieuwe pensioenregeling zijn besproken. Hieronder wordt nader ingegaan op
specifieke onderwerpen behandeld en/of besluiten genomen in deze vergaderingen.
6.1
Jaarverslag 2012
In de junivergadering heeft het bestuur het jaarverslag 2012 vastgesteld en goedgekeurd.
Voorafgaand aan de behandeling van het jaarverslag zijn de bevindingen van de onafhankelijke
accountant en de certificerende actuaris gehoord. De onafhankelijke accountant heeft bij de
bespreking van zijn verslag onder meer aangegeven dat de interne beheersing van de administrateur
goed is te noemen. De certificerende actuaris heeft bij de bespreking van zijn rapport onder meer de
vraag opgeworpen of het standaardmodel voor de bepaling van het vereist vermogen nog passend is.
In overleg met de actuaris is besloten, om het standaardmodel te handhaven.
6.2
Deskundigheid, opleiding en vergoedingen
Het deskundigheidsplan is geactualiseerd, waarbij de deskundigheid van het bestuur aan de hand van
de driepuntsschaal wordt weergegeven.
Besloten is om voor deskundigheidsniveau 2 als vereist te achten dat een bestuurslid:
•
tenminste twee jaar bestuurslid is (geweest) bij Bpf AVH of een ander pensioenfonds;
•
vanaf de aanvang van het bestuurslidmaatschap jaarlijks ten minste drie bestuursvergaderingen
bijwoont;
•
jaarlijks ten minste één opleidingsdag van een pensioenfonds bijwoont alsmede andersoortige
bijeenkomsten op pensioengebied.
Het fonds stelt zijn bestuurders in de gelegenheid om zich op eigen initiatief aan te melden voor
cursus / opleiding om een gebrek aan kennis op een bepaald gebied relevant voor het pensioenfonds
te verhelpen of de bestaande deskundigheid op peil te houden, een en ander na verkregen
goedkeuring van het dagelijks bestuur. In beginsel wordt voor ieder bestuurslid € 1.000,-- per jaar
begroot. In samenspraak met het dagelijks bestuur kan besloten worden dat proactief het budget van
meerdere jaren wordt gebruikt voor een opleiding. Retroactief is dit niet mogelijk. De bijdrage van het
pensioenfonds is een schuld die tijdsevenredig over een periode van drie jaar wordt weggeschreven.
Hiernaast zijn er gezamenlijk scholingsdagen waarvan de kosten volledig aan het fonds vallen.
6.3
Deskundigheidsbevordering
Het bestuur heeft op 27 september 2013 een opleidingsdag georganiseerd, waarbij ook de
deelnemersraad en het verantwoordingsorgaan aanwezig waren. Tijdens deze studiedag werden
behandeld: governance van pensioenfondsen, scenarioplanning, pensioenactualiteiten, uitleg over
private equity en bespreking van de financiële markten wereldwijd. Uit de evaluatie is gebleken dat
deze opleidingsdag met een gemiddeld cijfer 8 is gewaardeerd.
6.4
Zelfevaluatie
Op 11 juli 2013 heeft het bestuur van Bpf AVH een collectieve zelfevaluatie gehouden. De
Jaarverslag 2013 BPF AVH
32
32
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
belangrijkste afspraken naar aanleiding van deze evaluatie zijn: aandacht rolverdeling bestuur en caopartijen, een te verbeteren sfeer in de bestuursvergaderingen, het bevorderen van een adequate en
gedocumenteerde besluitvorming en het bevorderen van een efficiëntere communicatie in het bestuur.
6.5
Studiecommissie
De studiecommissie adviseerde het bestuur in 2013 over de implementatie van het aangepaste
Witteveenkader 2014, te weten de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar en de beperking van
de fiscaal toegestane pensioenopbouw. In 2013 heeft de studiecommissie samen met Infomart GfK
een onderzoek gedaan naar de risicobereidheid van de deelnemers van Bpf AVH. Op grond van de
resultaten kan gesteld worden dat de principes van collectiviteit en solidariteit tussen generaties nog
steeds breed gedragen worden onder de deelnemers en pensioengerechtigden van AVH. Vastgesteld
is dat het beleid van AVH op deze punten overwegend passend is bij de wensen van de deelnemers
en pensioengerechtigden en derhalve geen aanpassing behoeft. Tevens is naar voren gekomen, dat
zekerheid in de pensioenregeling (al dan niet door middel van een vaste bodem) belangrijk wordt
geacht, maar dat deelnemers ook bereid zijn enig of wat meer risico te nemen.
Gesteld zou kunnen worden dat een pensioenregeling die volledig gericht is op een zeker nominaal
pensioen, niet conform de wens van de deelnemers en pensioengerechtigden is. Anderzijds lijkt een
pensioenregeling met (relatief) veel risico ook minder passend. Een tussenvorm lijkt goed aan te
sluiten bij de risicobereidheid van de deelnemers en pensioengerechtigden. Het onderzoek geeft geen
aanleiding voor een duidelijk koerswijziging in het beleggingsbeleid. Op grond van de
onderzoeksresultaten en de beantwoording van de vragen omtrent de zekerheid van pensioen en de
risicobereidheid, lijkt ook voor de langere termijn een toeslagambitie van ruwweg 50% passend bij de
wensen van de deelnemers en pensioengerechtigden. Bij een nieuw pensioencontract zou het
toepassen van noodzakelijke kortingen over een lange spreidingsperiode moeten lopen.
6.6
Crisisplan
Het financieel crisisplan van Bpf AVH is geschreven in het kader van artikel 143 van de Pensioenwet
en de Beleidsregel financieel crisisplan pensioenfondsen van 9 december 2011. Het financieel
crisisplan is per 1 mei 2012 vastgesteld en opgenomen in de actuariële en bedrijfstechnische nota.
In 2013 was er geen grond om de crisiscommissie bijeen te roepen.
6.7
Beleggingsbeleid
Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid wordt gebruik gemaakt van diverse financiële instrumenten.
6.8
Risicobeheer
In het verslagjaar zijn de laatste zaken afgewerkt van het FIRM onderzoek en zijn er stappen gezet
over het beleidsmatig beheren van risico’s.
6.9
Naleving wet- en regelgeving
Bpf AVH heeft de afgelopen jaren de wet- en regelgeving nageleefd.
6.10
Uitbesteding
In de ABTN is het uitbestedingsbeleid vastgelegd, op grond waarvan processen zoals
vermogensbeheer, actuarieel advies en actuarieel jaarwerk zijn uitbesteed. Het pensioenbeheer is
uitbesteed aan AGH.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
33
33
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
6.11
Toezicht
Het afgelopen jaar zijn aan het pensioenfonds geen dwangsommen of boetes opgelegd. Er zijn door
DNB geen aanwijzingen aan het fonds gegeven, noch is een bewindvoerder aangesteld of is
bevoegdheidsuitoefening van organen van het fonds gebonden aan toestemming van de
toezichthouder.
Sinds 1 april 2009 is er een herstelplan van toepassing, waarbij voor het korte termijn herstel is
uitgegaan van een termijn van vijf jaar.
In het verslagjaar heeft Bpf AVH aan DNB gerapporteerd via e-line overeenkomstig de instructie van
de toezichthouder.
Bij brief van 10 april 2013 heeft DNB het bestuur van Bpf AVH verzocht onderzoek te doen naar de
berekening van de pensioenaanspraak en -uitkering op grond van brondocumenten (Quinto P).
Daarnaast heeft AFM bij brief van 27 april 2013 om extra aandacht gevraagd voor de UPO’s van
arbeidsongeschikte deelnemers. Het bestuur heeft m.b.t. het laatste onderwerp vastgesteld, dat een
premievrije deelnemer wordt geadministreerd met een werkgeversnummer ‘WAO-vrijstelling’. De
aanspraak wordt net als bij werkende deelnemers in de administratie opgenomen, van waaruit de
UPO-gegevens komen. Er wordt dus geen aparte, maar een integrale administratie gevoerd. Met
betrekking tot Quinto P is besloten om op basis van een steekproef een onderzoek te doen naar de
berekening pensioenaanspraak en –uitkering op grond van brondocumenten. Van alle in de
steekproef vallende deelnemers, slapers en pensioengerechtigden zijn de brondocumenten
achterhaald, de gegevens nagerekend en vergeleken met de stand in het pensioensysteem PAS. De
uitkomsten geven geen aanleiding voor nader te ondernemen stappen.
6.12
Compliance
In het verslagjaar is tweemaal overleg over de compliance geweest. Bij dat overleg zijn de compliance
officers, het compliancebureau en de externe accountant betrokken. Uit dit overleg is naar voren
gekomen dat de procedures over de gedragscode bij iedereen bekend zijn gemaakt. Op grond van de
retour gekomen verklaringen is vastgesteld dat de afspraken ingevolge de gedragscode correct zijn
nagekomen. Ingezonden verklaringen van naleving gedragscode worden strak gemonitord.
6.13
Communicatie
Goede klantrelatie
Bpf AVH acht het van groot belang dat de relatie en het contact daarmee van Bpf AVH met de
aangesloten ondernemingen, de deelnemers, de uitkeringsgerechtigden en andere belanghebbenden
goed is. Naast het leveren van goede kwaliteit en dienstverlening voor wat betreft de pensioenen
wordt de relatie met deze klantgroepen ook onderhouden door een goede communicatie. Het bestuur
van Bpf AVH heeft daarom een communicatiebeleid vastgesteld, op grond waarvan de communicatie
vorm wordt gegeven. Daarnaast heeft zij een klachten- en geschillenregeling vastgesteld. De
klachtenregeling geeft feedback over de kwaliteit van dienstverlening door Bpf AVH. Het bestuur heeft
kennisgenomen van een klachtenoverzicht met zeven klachten. Deze klachten zijn administratief
afgehandeld. In het verslag jaar zijn er geen geschillen in behandeling geweest bij de commissie van
beroep. De klachten- en de geschillencommissie zijn in verslagjaar niet bijeengekomen.
Klankbordgroep Communicatie
In de Pensioenwet is bepaald dat pensioenuitvoerders duidelijk en begrijpelijk dienen te
communiceren met belanghebbenden. Dit houdt in dat de communicatie ook op deze aspecten
Jaarverslag 2013 BPF AVH
34
34
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
getoetst moet worden. Daarom heeft Bpf AVH een Klankbordgroep Communicatie ingesteld. Deze
klankbordgroep bestaat uit deelnemers, werkgevers en pensioengerechtigden en toetst alle
communicatieuitingen van het fonds op duidelijkheid en begrijpelijkheid.
Communicatiecommissie
De communicatiecommissie heeft zich in het verslagjaar o.m. gericht op: goede voorlichting over de
korting, uitleg over vermogensbeheer en vernieuwing van de website. Daarnaast is er door deze
commissie veel aandacht besteed aan het wetsontwerp pensioenvoorlichting.
Brochures, AVH Magazine en het Uniform Pensioenoverzicht
Het AVH Magazine is in het verslagjaar twee keer uitgebracht. In het magazine van begin 2013 is
onder meer behandeld: de korting op de pensioenen van 2%, de aanpassingen in de
pensioenregelingen, de verhoging van de AOW-leeftijd, pensioencommunicatie, wat te doen bij
betalingsonmacht, premies en parameters 2013 en wat te doen als men met pensioen gaat. In het
Magazine van medio 2013 zijn onder meer behandeld: het sociaal akkoord, pensioengerechtigden in
bestuur, de werkzaamheden van de studiecommissie, hervatting waardeoverdrachten, de
pensioencursus, nadenken over nabestaandenpensioen, jaarverslag 2012, uitleg over aanwending
premie.
In juni 2013 is het uniform pensioenoverzicht (UPO) verzonden naar de deelnemers. Gewezen
deelnemers ontvangen hun UPO 1 keer in de vijf jaar. Over het UPO kon men ook gedurende drie
dagen in de avonduren per telefoon uitleg vragen aan het AGH-personeel. Het UPO geeft onder meer
de pensioenopbouw t/m 2012 weer. Ook in 2014 is het UPO naar deelnemers en één vijfde deel van
de gewezen deelnemers verzonden. Gedurende drie avonden kon men aan het AGH-personeel per
telefoon hierover uitleg vragen.
Website
De website biedt informatie aan belanghebbenden over de regelingen, de financiële positie en de
bestuurlijke organisatie van Bpf AVH. Zie hiervoor www.bpfavh.nl.
Relatiebeheer
Op verzoek van aangesloten ondernemingen worden er informatiebijeenkomsten over de
pensioenregelingen van Bpf AVH op locatie verzorgd. Daarnaast heeft Bpf AVH in het verslagjaar
pensioenopleidingsbijeenkomsten voor medewerkers – bijvoorbeeld HRM-medewerkers – van de
aangesloten bedrijven gehouden.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
35
35
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
7.
Pensioenparagraaf
7.1
De pensioenregelingen
De pensioenregelingen van Bpf AVH zijn als volgt te karakteriseren.
Sedert 1963 was de basispensioenregeling van Bpf AVH een verplichtgestelde regeling met een vaste
bedragenkarakter. Met ingang van 2006 is de basispensioenregeling een verplichtgestelde
middelloonregeling met een voorwaardelijke indexatie, die voorziet in de opbouw van een
ouderdomspensioen ingaande op leeftijd 65 jaar (vanaf 1 januari 2014: 67 jaar). Daarnaast is er voor
(gewezen) deelnemers of gepensioneerde deelnemers met een echtgenoot of partner aanspraak op
een partnerpensioen en voor (gepensioneerde) deelnemers met kinderen aanspraak op een
wezenpensioen. Volledig arbeidsongeschikte deelnemers blijven pensioen opbouwen, maar worden
vrijgesteld van premiebetaling aan Bpf AVH.
Naar aanleiding van de Wet VUT, Prepensioen en Levensloop is voor de bedrijfstakken groothandel
aardappelen, groenten en fruit en kaas met ingang van 2006 een zogenoemde 55-minregeling
ingevoerd. Deze regeling voorziet in een voorwaardelijke aanspraak op extra ouderdomspensioen, dat
toegekend wordt op de uittreedleeftijd, doch uiterlijk op 1 januari 2021, door middel van een inkoop
van niet benutte fiscale ruimte over de verstreken deelnemingsjaren bij Bpf AVH tot 2006. Als
voorwaarde geldt dat de werknemer tot de datum van pensionering in de sector blijft werken. Wanneer
de werknemer voor die datum de sector verlaat vervalt zijn aanspraak op dit extra
ouderdomspensioen.
Voor bepaalde werknemers geldt ook na 2006 de basispensioenregeling met een vaste
bedragenkarakter. Dit zijn werknemers die vanaf enig moment voor 1 januari 2006:
•
de basispensioenregeling vrijwillig voortzetten;
•
de basispensioenregeling premievrij voortzetten vanwege arbeidsongeschiktheid;
•
de basispensioenregeling premievrij voortzetten door middel van een FVP-bijdrage;
•
via hun werkgevers vrijwillig zijn aangesloten bij de basispensioenregeling.
Ook deze basispensioenregeling voorziet in de opbouw van een ouderdomspensioen ingaande op
leeftijd 65 jaar (vanaf 1 januari 2014: 67 jaar). Daarnaast is er voor (gewezen) deelnemers of
gepensioneerde deelnemers met een echtgenoot of partner aanspraak op een partnerpensioen en
voor (gepensioneerde) deelnemers met kinderen aanspraak op een wezenpensioen. Deelnemers die
80% of meer arbeidsongeschikt zijn, blijven pensioen opbouwen, maar worden vrijgesteld van
premiebetaling aan Bpf AVH. Dit basispensioenreglement biedt de bepalingen voor het voorwaardelijk
indexatie beleid dat van toepassing is op de opgebouwde aanspraken en de ingegane uitkeringen.
De aanvullende pensioenregeling is een voor de werkgever vrijwillige met een eindloon- of een
middelloonregeling. Wanneer een werkgever besluit om aan één van deze regelingen deel te nemen,
geldt de regeling voor alle werknemers die een inkomen hebben dat groter is dan een van jaar tot jaar
vast te stellen franchise. De regeling geeft aanspraak op een ouderdomspensioen ingaande op leeftijd
65 jaar (vanaf 1 januari 2014: 67 jaar), voor (gewezen) deelnemers of gepensioneerde deelnemers
met een echtgenoot of partner aanspraak op een partnerpensioen en voor (gepensioneerde)
deelnemers met kinderen een aanspraak op een wezenpensioen. Bij arbeidsongeschiktheid vindt
premievrije voortzetting plaats.
Voor de groothandel in aardappelen, groenten en fruit alsmede voor de groothandel in eieren is er een
verplichtgestelde regeling voor invaliditeitspensioen (ip-regeling). De werkgevers in de groothandel in
Jaarverslag 2013 BPF AVH
36
36
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
kaas kunnen op vrijwillige basis aan deze regeling deelnemen. De regeling zorgt voor een tijdelijk
pensioen (tot 65 jaar) ter compensatie van het zogenaamde WAO-hiaat, waardoor elke deelnemer bij
volledige arbeidsongeschiktheid, tezamen met de WAO-uitkering van de overheid, 70% van zijn
laatstverdiende loon ontvangt. Deze ip-regeling is beëindigd per 1 januari 2006, vanwege de invoering
van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).
Er is een regeling voor tijdelijk nabestaandenpensioen. Dit is ook een voor de werkgever vrijwillige
regeling die een tijdelijk partnerpensioen tot 67 jaar (voor 1 januari 2014 ingegane uitkeringen: tot 65
jaar) ter compensatie van het zogenaamde Anw-hiaat verzekert. Premievrije voortzetting van de
dekking bij arbeidsongeschiktheid is op initiatief van de deelnemer mee te verzekeren tegen een
verhoging van de actuariële premie met 7%.
Gedurende de periode 2003 - 2005 gold er een prepensioenregeling voor het Partikulier
Kaaspakhuisbedrijf. Deze prepensioenregeling maakte het mogelijk dat deelnemers zelf prepensioen
op kunnen bouwen met als doel om op 62-jarige leeftijd een prepensioenuitkering te krijgen van
ongeveer 75% van het gemiddeld verdiende salaris. Voor die deelnemers die op grond van hun
leeftijd geen volledig prepensioen kunnen opbouwen was in de genoemde periode in de CAO een
overbruggingsuitkeringsregeling getroffen. Deze overbruggingsuitkeringsregeling is omgezet in een
zogenoemde 55-plusregeling met een VUT-spaarkarakter.
Met ingang van 1 januari 2006 geldt er een vrijwillige aanvullende pensioenregeling, genaamd
aanvullend pensioenreglement middelloon-plus. Op grond van deze regeling kan de hoogst fiscaal
toegestane pensioenopbouw, een hoger partnerpensioen en een verbeterde premievrijstelling bij
arbeidsongeschiktheid worden verkregen, dan de basis middelloonregeling.
Het bestuur heeft voor de uitvoering van de verplichtgestelde basismiddelloonregeling een
uitvoeringsreglement vastgesteld en voor de vrijwillige regelingen een uitkeringsovereenkomst met
daarbij horende pensioenovereenkomsten die een werkgever met zijn werknemers moet afsluiten.
7.2
Samenvattend overzicht van de verplichtgestelde basispensioenregeling 2014
Basispensioenregeling
Karakter
Deelname
Pensioendatum
Pensioenopbouw p/j over
de pensioengrondslag
Pensioengrondslag
Pensioengevend salaris
Van kracht vanaf 1 januari 2006
Voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling.
Verplichtgesteld. Bij indiensttreding mits de leeftijd van 21 jaar (25 jaar tot 2008) is bereikt.
Eerste van de maand waarin de deelnemer 67 jaar wordt. De ingangsdatum mag vervroegd of
uitgesteld worden.
Groothandel in Aardappelen
1,75%
Groothandel Groenten en Fruit
1,75%
Groothandel in Kaas
1,75%
Groothandel in Eieren
1,65%
Pensioengevend salaris minus franchise
12 maal het per 1 januari van dat jaar, dan wel het per het tijdstip van latere indiensttreding
geldende vaste maandsalaris, vermeerderd met de vakantietoeslag, de toeslagen voor werken
buiten het dagvenster (kaassector), de ploegentoeslag (eieren- en agf-sector), uitbetaald
overwerk (eieren-sector), uitbetaalde contractueel vastgelegde overuren over het voorgaande
kalenderjaar inclusief bijbehorende toeslagen over deze uren (kaassector) en chauffeurstoeslag
(voor chauffeurs in agf-sector van vrachtwagens boven de 3.500 kg (deel van) de vaste toeslag);
of
13 maal het per 1 januari van dat jaar, dan wel het per het tijdstip van latere indiensttreding
geldende vaste vierwekensalaris, vermeerderd met de vakantietoeslag, de toeslagen voor werken
buiten het dagvenster (kaassector), de ploegentoeslag (eieren- en agf-sector), uitbetaald
overwerk (eieren-sector), uitbetaalde contractueel vastgelegde overuren over het voorgaande
kalenderjaar inclusief bijbehorende toeslagen over deze uren (kaassector) en chauffeurstoeslag
Jaarverslag 2013 BPF AVH
37
37
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
Franchise
Ouderdomspensioen
Partnerpensioen
Wezenpensioen
Premie
Deelnemersbijdrage
Premievrijstelling bij
Arbeidsongeschiktheid
Indexatie deelnemers
Indexatie gewezen
deelnemers en
pensioengerechtigden
Toekenning indexatie
pensioenuitruil
7.3
(voor chauffeurs in agf-sector van vrachtwagens boven de 3.500 kg (deel van) de vaste toeslag).
Max. pensioengrondslag is € 18.620, -- per jaar voor Groothandel in Kaas (2014) en € 19.913,-voor de overige sectoren (2014).
€ 16.293,-- voor Groothandel in Kaas (2014) en € 15.000, -- voor overige sectoren (2014) . Wordt
jaarlijks door het bestuur vastgesteld.
Op basis van het opbouwpercentage van de pensioengrondslag voor elk jaar van deelneming
(maximaal 40 jaar en vanaf 2014 maximaal 46 jaar). Parttimers bouwen naar rato van het actuele
parttimepercentage op.
50% van het in uitzicht gestelde ouderdomspensioen.
10% van het in uitzicht gestelde ouderdomspensioen
(volledig wees 20%).
Per 1 januari 2014 geldt als doorsneepremie van de pensioengrondslag:
Groothandel in Aardappelen
22,25%
Groothandel Groenten en Fruit
22,25%
Groothandel in Kaas
22,25%
Groothandel in Eieren
21,00%
Bij CAO kan afgesproken zijn dat er een werknemersbijdrage in de premie op het salaris van de
werknemers zal worden ingehouden.
Bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid in de zin van de regeling inkomensvoorziening
volledig arbeidsongeschikten (IVA) geeft het fonds volledige premievrijstelling. In overige gevallen
geeft het fonds geen premievrijstelling.
Indexatie op basis van het indexcijfer voor de CAO-lonen inclusief bijzondere beloning voor
volwassen werknemers voor alle economische activiteiten, indien en voor zover de middelen in
het pensioenfonds toereikend zijn.
Indexatie op basis van de consumentenprijsindex (CPI) voor alle huishoudens, indien en voor
zover de middelen in het pensioenfonds toereikend zijn.
Zie hierna het indexatiebeleid
Keuze uit:
- Geen uitruil. Er is sprake van ouderdomspensioen met partnerpensioen.
- 50% uitruil. Er is sprake van een verhoogd OP met een verlaagd partnerpensioen.
- 100% uitruil. Er is sprake van een verhoogd OP (geen partnerpensioen).
Bijzonder partnerpensioen bij overlijden van de ex-partner
Bij overlijden van de ex-partner wordt het bijzonder partnerpensioen (BPP) weer toebedeeld aan de
(gewezen) deelnemer. Deze optie is in het voordeel van de (gewezen) deelnemer; hij/zij krijgt weer de
beschikking over het eerder afgesplitste BPP. Er wordt ook gehandeld in de geest van de PW. Er is
immers sprake van een opgebouwd recht en dat wordt gestand gedaan. Voor het fonds betekent dit
dat de verplichtingen ongewijzigd blijven.
7.4
Indexatiebeleid en indexatiematrix
Er is sprake van een voorwaardelijk indexatiebeleid. De indexatietoezegging is gekoppeld aan een
tevoren bepaalde indexatiemaatstaf. Deze maatstaf is voor actieve deelnemers 55% van de stijging
van de CAO-loonindex en voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden 45% van de stijging
van de CBS consumenten prijsindex laag. Voor de IP-uitkeringen wordt gehanteerd de CBS-loonindex
en voor de prepensioenen uit de regeling van partikulier kaaspakhuisbedrijf geldt de loonontwikkeling
volgens de CAO van deze bedrijfstak.
Indien de middelen van het fonds volgens het bestuur toereikend zijn, wordt op de opgebouwde
pensioenaanspraken van de deelnemers, de ingegane pensioenen en de premievrije
pensioenaanspraken van de gewezen deelnemers jaarlijks per 1 januari een indexatie toegepast.
De hoogte van de toeslagverlening is afhankelijk van de overrendementen. Bij de jaarlijkse
bestuursbeslissing inzake de aanpassing dient de hieronder vermelde staffel tot leidraad. Bpf AVH
Jaarverslag 2013 BPF AVH
38
38
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
heeft geen geld gereserveerd om het opgebouwde pensioen in de toekomst te verhogen, maar zal de
toekomstige verhogingen betalen uit overrendementen.
Er is een duidelijke ambitie om te indexeren, maar de indexatie is nadrukkelijk voorwaardelijk. De
indexatie wordt onder de navolgende voorwaarden gegeven:
•
Dekkingsgraad < 105%
geen indexatie.
•
105% < Dekkingsgraad < vereiste dekkingsgraad
gedeeltelijke indexatie
•
Dekkingsgraad hoger of gelijk aan vereiste dekkingsgraad
volledige indexatie.
Volgens deze indexatieleidraad geldt voor Bpf AVH de kwalificatie D1 van de indexatiematrix omdat
de indexatie afhankelijk is van de overrendementen. In 2012 heeft het bestuur een consistentietoets
laten uitvoeren. Mede als gevolg van deze toets is vanaf 2013 de indexatieambitie aangepast. Er geldt
een toeslagambitie van 55% van de maatstaf (loonindex) voor actieve deelnemers en voor nietactieve deelnemers en pensioengerechtigden een ambitie van 45% van de maatstaf
(consumentenprijsindex).
7.5
Premies Regeling
2014
Vaste bedragenregeling
- weekbijdrage (× € 1,00)
Basis Pensioen middelloon
- % pensioengrondslag
Aardappelgroothandel
Groenten en Fruit groothandel
Part. kaaspakhuisbedrijf
Groothandel eieren
55-plus en 55-min regeling
- 55-min regeling agf-groothandel
- 55-plus en 55-min regeling Part. Kaaspakhuisbedrijf
Aanvullend middelloonregeling
- % pensioengrondslag
bij een opbouw van 1,75%
bij een opbouw van 1,60%
bij een opbouw van 1,50%
Aanvullend middelloonregelingplus
- % pensioengrondslag
bij een opbouw van 2,25%
bij een opbouw van 2,15%
bij een opbouw van 2,00%
bij een opbouw van 1,75%
Aanvullend eindloonregeling
- % pensioengrondslag
Regeling Tijd. Nabestaandenpensioen
Prepensioenregeling Part. Kaaspakhuisbedrijf
Invaliditeitspensioenregeling
Premie
2013
actuarieel
26,72
22,25%
22,25%
22,25%
21,00%
22,75%
22,75%
25,00%
21,50%
0,00%
1,00%
0,60%
1,50%
actuarieel
actuarieel
einde
29,00%
26,50%
25,00%
einde
actuarieel
actuarieel
actuarieel
37,50%
33,50%
29,50%
einde
actuarieel
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
De premies voor de Regeling Tijdelijk Nabestaandenpensioen zijn leeftijdsafhankelijk. Zie hiervoor www.bpfavh.nl
Jaarverslag 2013 BPF AVH
39
39
AVH
JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
VERSLAG VAN HET BESTUUR
7.6
Toegekende indexaties
Het bestuur
van Bpf indexaties
AVH voert het beleid om het besluit inzake het toekennen van indexatie in de
7.6
Toegekende
maand januari van het kalenderjaar volgende op het verslagjaar te nemen. Dit vanwege de wens om
Het indexatiebesluit
bestuur van BpfteAVH
voertop
hetdebeleid
omfinanciële
het besluit
inzake
het toekennen
van indexatie
in de
het
baseren
feitelijk
positie
ultimo
van het verslagjaar.
In januari
maand
januari
van
het
kalenderjaar
volgende
op
het
verslagjaar
te
nemen.
Dit
vanwege
de
wens
2013 is besloten om de pensioenen van (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden nietom
te
het
indexatiebesluit
te
baseren
op
de
feitelijk
financiële
positie
ultimo
van
het
verslagjaar.
In
januari
indexeren. Per 1 januari 2014 zijn er eveneens geen toeslagen verleend.
2013 is besloten om de pensioenen van (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden niet te
indexeren. Per 1 januari 2014 zijn er eveneens geen toeslagen verleend.
40
Jaarverslag 2013 BPF AVH
40
Jaarverslag 2013 BPF AVH
40
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
8.
Beleggingenparagraaf
8.1
Economische ontwikkelingen
In 2013 werd door Bpf AVH een totaal rendement behaald van -2,98% (benchmark: -3,28%). Dit
beleggingsrendement past bij het defensieve beleggingsbeleid van Bpf AVH en in vergelijking met het
gemiddelde beleggingsrendement waarmee in het herstelplan is gerekend.
In september 2012 heeft het Nederlandse kabinet het “septemberpakket” aangekondigd. Een van de
punten uit het septemberpakket is het toepassen van de Ultimate Forward Rate (UFR) bij het bepalen
van de verplichtingen. Dit heeft tot gevolg dat de lang lopende verplichtingen minder rentegevoelig zijn
geworden. Het bestuur van Bpf AVH heeft besloten om te voldoen aan de rapportageplicht op UFR,
echter wel te sturen op de feitelijke rentetermijnstructuur, zoals vermeld in de ABTN. In juni 2012 heeft
Mario Draghi (President van de ECB) aangegeven dat de ECB er alles aan zou doen (“what ever it
takes”) om de euro te redden. Dit heeft effect gehad en de angst dat de EUROZONE uiteenvalt wordt
nu als een aanzienlijk minder groot risico gezien. Met name de VS heeft een krachtig economisch
herstel laten zien in 2013. Europa lijkt nu ook wat tekenen van herstel te laten zien, maar wel zeer
beperkt. De US dollar is per jaarultimo zwakker geworden ten opzichte van de EURO. Per ultimo 2013
had de EURO een waarde van 1,38 (ultimo 2012: 1,32) US dollar.
8.2
Beleggingen van Bpf AVH
Beleggingsbeleid
Het beleggingsdoel van Bpf AVH is om met een acceptabel beleggingsrisico een zo hoog mogelijk
rendement op het vermogen te behalen om de continuïteit in de uitvoering van de pensioenregeling zo
goed als mogelijk te garanderen. De beleidsinstrumenten die het bestuur kan inzetten om het
vermogen van Bpf AVH te beïnvloeden zijn het premie- en beleggingsbeleid. De reserve dient als
buffer om een terugval in de waarde van de beleggingen te kunnen opvangen.
Asset-allocatie
In het verslagjaar was de asset mix van de normportefeuille Bpf AVH als volgt vastgesteld ca. 12,5%
aandelen, ca. 72,5% vastrentende waarden, ca. 7,5% vastgoed en ca. 5% speciale beleggingen. Feitelijk
Gewogen
Strategisch Benchmark
gemiddelde
ultimo 2013 ultimo 2012
2013
2013
2013
Vastrentende waarden
Staatsobligaties
39,34%
45,26%
41,77%
33,67%
33,67%
Inflation linked
7,32%
7,14%
7,64%
7,44%
7,44%
Bedrijfsobligaties
20,24%
20,13%
20,39%
26,34%
26,34%
Hypotheken en leningen op
schuldbekentenis
0,54%
0,63%
0,51%
1,51%
1,51%
Emerging market debt
2,30%
1,98%
2,34%
2,34%
High Yields
2,82%
2,14%
2,57%
2,57%
Deposito’s / Cash
6,37%
3,32%
3,23%
2,28%
2,28%
78,93%
76,48%
77,66%
76,15%
76,15%
Zakelijke waarden
Aandelen
15,11%
13,35%
14,53%
12,64%
12,64%
Onroerend goed
3,51%
4,38%
3,71%
7,19%
7,19%
Private equity
2,45%
3,58%
2,56%
2,31%
2,31%
Grondstoffen
0,00%
2,21%
1,54%
1,71%
1,71%
21,07%
23,52%
22,34%
23,85%
23,85%
Totaal
100,00%
100,00%
Jaarverslag 2013 BPF AVH
100,00%
100,00%
100,00%
41
41
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
Rendement
Voor wat betreft de performance per assetclass in 2013 hebben met name de zakelijke waarden een
positieve performance laten zien. De staatsobligaties van zowel Duitsland, Nederland, Australië,
Noorwegen als van de opkomende markten hebben door rentestijgingen en in sommige gevallen door
valutaontwikkelingen een negatief rendement laten zien.
Mede onder invloed van deze ontwikkelingen nam de beleggingsportefeuille in het verslagjaar van
zo’n € 802 miljoen naar zo’n € 851 miljoen in waarde toe. Op de gehele portefeuille is een rendement
behaald van -2,98% (2012: 10,39%) ten opzichte van de benchmark van -3,28% (2012: 9,52%).
Vastrentende waarden
Staatsobligaties
Bedrijfsobligaties
Inflation linked bonds
Onderhandse leningen/Hypotheken en leningen op schuldbekentenis
Emerging market debt
High Yields
Deposito’s / Cash
Rendement Benchmark
Zakelijke waarden
Aandelen
Onroerend goed
Private equity
Grondstoffen
Totaal rendement (incl. afdekking valuta en renterisico)
-7,32%
-1,42%
-3,88%
1,08%
-12,34%
6,79%
14,26%
-7,65%
-0,63%
-3,94%
-0,26%
-10,97%
6,35%
0,23%
13,26%
0,82%
11,27%
-31,00%
13,57%
1,11%
0,54%
-16,36%
-2,98%
-3,28%
Z-score en performancetoets
De z-score in 2013 is vastgesteld op 0,43 en de performancetoets 2008-2012 bedraagt 1,60.
Z-score
Performancetoets
2013
0,43
2012
0,96
2011
0,93
2009-2013
1,60
2008-2012
0,96
2007-2011
0,32
2010
0,55
2009
-2,15
Met betrekking tot de vaststelling van de normportefeuille 2014, de z-score 2013 en de uitkomst van
de performance toets 2009 – 2013 is in maart 2014 een controleverklaring afgegeven.
42
Jaarverslag 2013 BPF AVH
42
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
9.
Actuariële paragraaf
9.1
Actuariële analyse
In onderstaand overzicht is de actuariële analyse van het saldo van baten en lasten opgenomen:
2013
Premiebijdragen werkgevers en werknemers
Benodigd voor
- pensioenopbouw in het jaar
- in premie begrepen voor toekomstige kosten
- in premie begrepen voor directe kosten
Premieresultaat
Beleggingsresultaten
Rentetoevoeging technische voorziening
pensioenverplichtingen
Wijziging marktrente
Intrestresultaat
Resultaat op waardeoverdrachten
Resultaat op kosten
Resultaat op uitkeringen
Resultaat op kanssystemen
Pensioenkorting
Wijziging overige actuariële uitgangspunten
Overig
Overig resultaat
Totaal saldo van baten en lasten
9.2
2012
65.478
52.442
-48.550
-890
-3.466
-51.824
-958
-2.751
12.572
-23.486
-2.897
-3.091
70.176
-11.865
32.621
-37.785
6.238
301
1.272
-195
2.100
4.022
-452
20.526
-27
482
65
1.542
16.396
17.045
2.351
7.048
25.858
37.854
55.289
Beleid ten aanzien van toeslagverlening/indexatie
Er is bij Bpf AVH sprake van een voorwaardelijke indexatietoezegging. Er wordt geen geld
gereserveerd voor toekomstige indexaties. De financiering van de indexatie geschiedt uit
overrendementen. Dat betekent dat in het kader van de indexatiematrix het indexatiebeleid van Bpf
AVH kan worden beschouwd als D1. Bpf AVH maakt gebruik van een staffel bij de bepaling van de
toeslagen (zie 7.4 van het verslag van het bestuur). Sinds 1 januari 2011 is geen toeslag meer
verleend.
9.3
Premie
De kostendekkende, gedempte en feitelijke premies zijn als volgt (cf. art. 128 PW): Kostendekkende premie
Gedempte premie
Feitelijke premie
2013
2012
55.524
53.201
65.478
65.334
48.819
52.442
De feitelijke premie is inclusief de bijdrage VPL van 3.786.
Bpf AVH heeft haar premiebeleid bepaald op grond van de ALM-studie gehouden in 2010 en
vastgelegd in de ABTN. Volgens de pensioenreglementen wordt aan Bpf AVH door de werkgevers
pensioenpremie afgedragen. De feitelijke premie is de premie die daadwerkelijk in het verslagjaar is
Jaarverslag 2013 BPF AVH
43
43
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
ontvangen.
De kostendekkende premie is gebaseerd op de rentetermijnstructuur en gevoelig voor
renteveranderingen. Hierdoor ontstaan fluctuaties van deze kostendekkende premie. Om dit effect te
matigen biedt het raamwerk van de PW en FTK de mogelijkheid om premiedemping te
bewerkstelligen. Het is daarbij toegestaan om af te wijken van de rentetermijnstructuur als rekenrente
bij de vaststelling van de feitelijke premie. Bpf AVH heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en
hanteert voor de vaststelling van de gedempte kostendekkende premie een disconteringsvoet van
3,0%.
Tot en met het jaar 2012 werd de gedempte premie gelijk gesteld aan de feitelijke premie exclusief de
bijdrage VPL, omdat in die jaren de eventuele financiële ruimte in de premie (ten opzichte van de
kosten van de pensioenopbouw en de risicodekking, verhoogd met de benodigde solvabiliteitsopslag)
door het bestuur kon worden bestemd voor toeslagen. In de kostendekkende premie werd die
financiële ruimte ook meegenomen.
In 2013 is door het bestuur besloten om de toeslagverlening volledig te koppelen aan de
dekkingsgraad. De gedempte premie en de kostendekkende premie worden daardoor nu geheel
gebaseerd op de kosten van de pensioenopbouw en de risicodekking, verhoogd met de benodigde
solvabiliteitsopslag.
9.4
Uitkomsten van de solvabiliteitstoets
Onder het FTK is het ‘vereist eigen vermogen’ het vermogen dat hoort bij de zogeheten
evenwichtssituatie van het pensioenfonds. In die evenwichtssituatie is het eigen vermogen zodanig
vastgesteld dat met de wettelijk vastgestelde zekerheidsmaat van 97,5% wordt voorkomen dat het
pensioenfonds binnen één jaar over minder middelen beschikt dan nodig om te kunnen voldoen aan
de onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen. Met andere woorden, de kans dat het pensioenfonds
zich één jaar later in een situatie van dekkingstekort bevindt, is kleiner dan of gelijk aan 2,5%.
De toezichthouder DNB heeft een gestandaardiseerde methode vastgesteld om te toetsen of er
voldoende eigen vermogen aanwezig is: de standaardtoets. De standaardtoets meet voor een aantal
risicofactoren het mogelijke (negatieve) effect (in euro’s) op het eigen vermogen. Omdat de resultaten
van de standaardtoets afhankelijk zijn van marktomstandigheden en het risicoprofiel van de
aanwezige beleggingen, fluctueren ze in de loop van de tijd. De vereiste solvabiliteit op basis van
deze toets bedraagt ultimo 2013 117.193. Het feitelijke eigen vermogen van het pensioenfonds ultimo
2013 bedraagt 39.233. Dit betekent dat het pensioenfonds ultimo 2013 niet voldoet aan de
solvabiliteitstoets.
9.5
Oordeel van de certificerend actuaris over de financiële positie
Op grond van aanwijzingen van DNB dient voor het oordeel over de vermogenspositie van Bpf AVH
allereerst naar de toetswaarde solvabiliteit te worden gekeken. De aanwezige solvabiliteit is lager dan
114,6%. Daarmee is de financiële positie niet voldoende. Bpf AVH bevindt zich in een situatie van
reservetekort.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
44
44
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
10.
Rapportage over goed pensioenfondsbestuur
10.1
Algemeen
De Code Pensioenfondsen is opgesteld door de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid, die
hiermee normen formuleren voor ‘goed pensioenfondsbestuur’.
Het huidig tijdgewricht vereist vanuit het maatschappelijk belang van het pensioenfonds dat het
functioneren van het bestuur meer aandacht krijgt. Het streven naar optimalisering van de kwaliteit
van het pensioenfondsbestuur moet door pensioenfondsen inzichtelijker worden gemaakt. De Code
komt voor pensioenfondsen in de plaats van de Principes voor goed pensioenfondsbestuur, die de
Stichting van de Arbeid in 2005 heeft gepubliceerd. De Code staat niet op zichzelf, maar maakt deel
uit van het volledige stelsel van (bestaande) wet- en regelgeving. Daarnaast geven de aanbevelingen,
convenanten en Codes van de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid richting aan de
governance: wat houdt goed bestuur van pensioenfondsen in en hoe houden betrokkenen daar
toezicht op?
Het beleid van Bpf AVH is gericht op een integere bedrijfsvoering. De verantwoordelijkheid hiervoor is
vastgelegd in artikel 143 van de Pensioenwet. Dit houdt in ieder geval het volgende in:
•
het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico’s;
•
integriteit;
•
de soliditeit van het pensioenfonds, waaronder wordt verstaan: het beheersen van financiële
risico’s en het beheersen van andere risico’s die de soliditeit van het pensioenfonds kunnen
aantasten;
•
het beheersen van de financiële
continuïteitsanalyse te maken.
positie
op
de
lange
termijn
door
periodiek
een
Bpf AVH legt verantwoording af m.b.t. medezeggenschap binnen het pensioenfonds door:
•
het instellen van intern toezicht;
•
de aanstelling van een compliance officer; en
•
het instellen van een verantwoordingsorgaan.
10.2
Intern toezicht
Het intern toezicht binnen Bpf AVH gaat vanaf 2014 vormgegeven worden door een Raad van
Toezicht.
10.3
Compliance officer
Het bestuur van het pensioenfonds heeft de leden van het Dagelijks Bestuur benoemd als compliance
officer voor bestuur, deelnemersraad en de bestuurscommissies. De voornaamste taken van de
compliance officer zijn:
•
onafhankelijk toezicht op de naleving van de gedragscode;
•
onafhankelijk toezicht op de naleving van wettelijke regelingen.
De taken leiden onder meer tot het toetsen van de naleving van wet- en regelgeving met betrekking
tot onder andere koersgevoelige informatie en privé-effectentransacties door het bestuur en de
medewerkers van het pensioenfonds.
10.4
Verantwoordingsorgaan
Het verantwoordingsorgaan heeft de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het
bestuur ten aanzien van het uitgevoerde beleid en over beleidskeuzes voor de toekomst. De
Jaarverslag 2013 BPF AVH
45
45
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
frequentie van het overleg met het bestuur, de beleidsaangelegenheden
verantwoordingsstructuur van dit orgaan zijn bij de oprichting vastgesteld.
en
de
Tijdens het overleg tussen het bestuur en het verantwoordingsorgaan, dat elk boekjaar minimaal
eenmaal wordt gehouden zijn de volgende onderwerpen behandeld: beleid, financiële en actuariële
analyses,
visitatierapport,
klanttevredenheidsonderzoek,
deskundigheidsontwikkeling
en
vooruitzichten. In 2013 heeft het verantwoordingsorgaan in zijn verslag geoordeeld dat het bestuur
van Bpf AVH een verantwoord beleid heeft gevoerd.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
46
46
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET BESTUUR
11.
Toekomst
Ontwikkelingen in de wereldeconomie en van de financiële markten, de spanningen in de EU en over
de euro, de demografische- en arbeidsmarktontwikkelingen en de voorgenomen wijzigingen in wet- en
regelgeving vragen om een alerte en meer dan uiterste inzet van het bestuur van Bpf AVH. Het
bestuur van Bpf AVH werkt aan deskundigheid en aan de vereiste competenties en geeft invulling aan
het paritaire bestuursmodel. In overleg met CAO-partijen zal het bestuur het nieuwe pensioen-contract
vormgeven, waarbij naar een bij de aangesloten sectoren passend ambitie en risicoprofiel zal worden
gekeken. Daarnaast beraadt het bestuur zich op de in gang gezette consolidatieslag in de
pensioensector.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
47
47
AVH JAARVERSLAG 2013
VERSLAG VAN HET VERANTWOORDINGSORGAAN
Verslag van het Verantwoordingsorgaan
Ingevolge art.1, lid 1 van de statuten van Bpf AVH is het verantwoordingsorgaan bevoegd jaarlijks een
oordeel te geven over:
- het handelen van het bestuur
- het door het bestuur gevoerde beleid over het betreffende kalenderjaar, en
- de beleidskeuzes die betrekking hebben op de lange(re) termijn.
Daarbij is het van belang vast te stellen of het bestuur van Bpf AVH een verantwoord beleid heeft
gevoerd waarin de belangen van alle deelnemers (actieven, pensioengerechtigden en gewezen
deelnemers) op evenwichtige wijze zijn gewogen.
Het verantwoordingsorgaan is in 2013 vier keer in vergadering bijeengekomen, waarvan één keer met
bestuur en deelnemersraad en één keer met het dagelijks bestuur. Deze vergaderingen zijn gehouden
op: 4 april, 13 juni, 10 oktober en 26 november. In deze vergaderingen zijn geen adviesplichtige
onderwerpen behandeld. Wel hebben wij ons laten informeren over: financiële situatie van het fonds,
de interne beheersing, het pensioenbeleid, het beleggingsbeleid, communicatiebeleid en de
pensioenactualiteiten.
Onderwerpen die aan de orde zijn geweest zijn:
- De ontwikkeling van de dekkingsgraad.
- De korting van de pensioenen met 2% per 1 april 2013.
- Het onderzoek Quinto P
- Het jaarverslag 2012.
- De uitkomsten van het onderzoek risicobereidheid.
- De verhoging van de pensioenleeftijd van 65 naar 67 jaar ingaande 2014
- Het Wetsvoorstel versterking bestuur pensioenfondsen en de keuze voor het paritaire model.
In het kader van het op peil houden van zijn deskundigheid heeft het verantwoordingsorgaan op 11
maart het onderwerp rente risico in een bijeenkomst in diepte besproken. De bijeenkomst had de vorm
van een dialoog tussen de deskundigen van Bpf AVH en het verantwoordingsorgaan.
Oordeel
Bij het oordeel dat door ons wordt afgegeven conform art 11, lid 1, statuten Bpf AVH gaat het om de
vraag of het bestuur in haar beleidskeuzes en handelswijze op een evenwichtige wijze rekening heeft
gehouden met de belangen van alle belanghebbenden. Dit in ogenschouw nemend komen wij tot het
volgende oordeel:
Het verantwoordingsorgaan van Bpf AVH is op basis van het jaarverslag, de actuariële rapporten, het
accountantsverslag 2013, de door het bestuur en de directie van AGH aangereikte stukken inzake het
bestuursbeleid, en de gevoerde gesprekken met het (dagelijks)bestuur van Bpf AVH en de directie
van AGH van mening, dat het bestuur van Bpf AVH een verantwoord beleid heeft gevoerd over het
jaar 2013.
Rijswijk, 19 juni 2014
De heer H. Vugs
Jaarverslag 2013 BPF AVH
48
48
AVH JAARVERSLAG 2013
REACTIE VAN HET BESTUUR OP HET VERSLAG VAN HET VERANTWOORDINGSORGAAN
Reactie van het bestuur op het verslag verantwoordingsorgaan
Het bestuur heeft met voldoening kennisgenomen van het oordeel van het verantwoordingsorgaan en
deze in dank aanvaard.
Het bestuur wil bij deze ook zijn dank uitspreken voor de inzet van de leden van het
verantwoordingsorgaan gedurende de afgelopen periode. En hoopt dat ook met het nieuwe
verantwoordingsorgaan een prettige samenwerking kan worden opgebouwd.
Rijswijk, 19 juni 2014
Het bestuur van Bpf AVH
drs. L.A.M. Welschen, voorzitter
Mevr. J.A.M. Bergervoet, vice-voorzitter
Jaarverslag 2013 BPF AVH
49
49
AVH JAARVERSLAG 2013
JAARREKENING
Jaarrekening
Jaarverslag 2013 BPF AVH
50
50
AVH JAARVERSLAG 2013
BALANS PER 31 DECEMBER
Balans per 31 december
Na bestemming van saldo van baten en lasten
Ref.
2013
2012
26.464
133.230
558.032
9.758
123.896
27.652
119.808
559.515
22.165
74.138
Activa
Beleggingen voor risico pensioenfonds
Vastgoedbeleggingen
Aandelen
Vastrentende waarden
Derivaten
Overige beleggingen
4
851.380
803.278
Deelnemingen
5
593
643
Materiële vaste activa
6
700
860
Vorderingen en overlopende activa
7
4.502
3.419
6.739
22.768
863.914
830.968
Overige activa
Liquide middelen
Totaal activa
Passiva
Stichtingskapitaal en reserves
Bestemmingsreserve
Overige reserve
8
Technische voorzieningen
Voorziening pensioenverplichtingen
voor risico van het pensioenfonds
9
Overige schulden en overlopende
passiva
10
9.225
39.233
Totaal passiva
9.796
12.804
48.458
22.600
803.042
805.969
12.414
2.399
863.914
830.968
Jaarverslag 2013 BPF AVH
51
51
AVH JAARVERSLAG 2013
STAAT VAN BATEN EN LASTEN
Staat van baten en lasten
2013
2012
Ref.
Baten
Premiebijdragen
(van werkgever en werknemers)
Beleggingsresultaten risico pensioenfonds
Saldo overdrachten van rechten
Overige baten
14
15
16
17
Lasten
Mutatie voorziening pensioenverplichtingen
voor risico van het pensioenfonds
- Pensioenopbouw
- Korting
- Rentetoevoeging
- Onttrekking voor pensioenuitkering en
pensioenuitvoeringskosten
- Wijziging markrente
- Wijziging actuariële grondslagen
- Wijziging uit hoofde van overdracht
van rechten
- Overige mutaties
52.442
70.176
91
714
123.423
18
Pensioenuitkeringen
Pensioenuitvoeringskosten
Overige lasten
49.247
-4.022
2.897
50.046
-16.396
11.865
-17.434
-32.621
-
-17.169
37.785
-17.045
978
-1.972
118
-1.301
-2.927
17.326
2.497
704
17.600
19
20
21
Saldo van baten en lasten
Bestemming van het saldo van baten en lasten
Bestemmingsreserve
Overige reserves
Jaarverslag 2013 BPF AVH
52
65.478
-23.486
1.279
187
43.458
47.903
16.807
2.566
859
68.135
25.858
55.288
-571
26.429
25.858
2.977
52.311
55.288
52
AVH JAARVERSLAG 2013
KASSTROOMOVERZICHT
Kasstroomoverzicht
2013
2012
Kasstroom uit pensioenactiviteiten
Ontvangsten
Uitkeringen herverzekering
Premies
Overdracht van rechten
Overig
128
64.634
3.019
-180
241
53.545
136
-990
67.601
Uitgaven
Pensioenuitkeringen
Premies herverzekering
Overdracht van rechten
Pensioenuitvoeringskosten
Overig
-17.326
-1.740
-2.497
-221
52.932
-16.807
-319
-45
-2.566
-659
-21.784
45.817
Totaal kasstroom uit pensioenactiviteiten
-20.396
32.536
Kasstroom uit beleggingsactiviteiten
Ontvangsten
Verkopen en aflossingen van beleggingen
Directe beleggingsopbrengsten
1.523.304
34.188
759.460
22.557
1.557.492
Uitgaven
Aankopen beleggingen
Kosten van vermogensbeheer
-1.617.534
-1.804
782.017
-806.996
-1.560
-1.619.338
-61.846
-808.556
-26.539
Nettokasstroom
-16.029
5.997
Liquide middelen per 1 januari
Liquide middelen per 31 december
Mutatie liquide middelen
22.768
6.739
-16.029
16.771
22.768
5.997
Totaal kasstroom uit
beleggingsactiviteiten
Jaarverslag 2013 BPF AVH
53
53
ACTUARIËLE ANALYSE
AVH JAARVERSLAG 2013
ACTUARIËLE ANALYSE
Actuariële analyse
Actuariële
analyse
Resultaat op premie
Ontvangen doorsneepremie
Pensioenopbouw en risicopremies
Resultaat op premie
Ontvangen doorsneepremie
Pensioenopbouw en risicopremies
Resultaat op interest
Directe en indirecte beleggingsresultaten
Aanpassing van de rekenrente
Resultaat op interest
Af: actuarieel benodigde interest
Directe en indirecte beleggingsresultaten
Aanpassing van de rekenrente
Af: actuarieel benodigde interest
Resultaat op toeslagverlening en korting
Korting van pensioenaanspraken en pensioenrechten
2013
2012
61.692
2013
-49.120
48.819
2012
-51.910
61.692
-49.120
-23.486
32.621
-2.897
-23.486
32.621
-2.897
Resultaat op kosten
Vrijval kostenopslag uit voorziening
pensioenverplichtingen
Resultaat op kosten
In premie begrepen opslag voor directe kosten
Vrijval kostenopslag uit voorziening
Pensioenuitvoerings- en administratiekosten
pensioenverplichtingen
In premie begrepen opslag voor directe kosten
Pensioenuitvoerings- en administratiekosten
Overige resultaten
Resultaat op herverzekering
Resultaat op arbeidsongeschiktheid
Overige resultaten
Resultaat op uitkeringen
Resultaat op herverzekering
Resultaat op waarde-overdrachten
Resultaat op arbeidsongeschiktheid
Diversen
Resultaat op uitkeringen
Resultaat op waarde-overdrachten
Diversen
Totaal
6.238
70.176
-37.785
-11.865
70.176
-37.785
-11.865
632
-
128
973
-195
128
301
973
-85
-195
301
-85
-3.091
20.526
16.396
92
17.045
632
92
17.045
632
303
3.466
-2.497
303
3.466
-2.497
-3.091
20.526
16.396
4.022
632
-
Totaal
54
12.572
48.819
-51.910
6.238
4.022
Resultaat op toeslagverlening en korting
Korting vanop
pensioenaanspraken
en pensioenrechten
Resultaat
sterfte
Sterfteresultaat
Aanpassing overlevingstafels en correctiefactoren
Resultaat op sterfte
Sterfteresultaat
Aanpassing overlevingstafels en correctiefactoren
12.572
1.272
1.272
1.122
25.858
1.122
25.858
17.137
17.137
297
2.751
-2.566
297
2.751
-2.566
241
1.229
65
241
-27
1.229
2.330
65
-27
2.330
482
482
3.838
55.288
3.838
55.288
Jaarverslag 2013 BPF AVH
54
Jaarverslag 2013 BPF AVH
54
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
Toelichting op de balans en staat van baten en lasten
1
Algemene toelichting
1.1
Activiteiten
Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Agrarische en Voedselvoorzieningshandel (hierna
‘het fonds’) is statutair gevestigd te Rijswijk. Het doel van het fonds is het nu en in de
toekomst verstrekken van uitkeringen aan gepensioneerden en nabestaanden ter zake van
ouderdom en overlijden; tevens verstrekt het fonds uitkeringen aan arbeidsongeschikte
deelnemers. Het pensioenfonds geeft invulling aan de uitvoering van de pensioenregelingen
van de verplicht gestelde aangesloten werkgevers.
1.2
Toelichting op het kasstroomoverzicht
Voor de opstelling van het kasstroomoverzicht is de directe methode gehanteerd, Hierbij
worden alle ontvangsten en uitgaven als zodanig gepresenteerd. Er wordt onderscheid
gemaakt
tussen
kasstromen
uit
pensioenactiviteiten
en
kasstromen
uit
beleggingsactiviteiten.
2.
Grondslagen voor waardering van activa en passiva
2.1
Algemeen
De jaarrekening is opgesteld in € 1.000. De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming
met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de
Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ), uitgegeven door de Raad voor de
Jaarverslaggeving.
Beleggingen worden gewaardeerd op reële waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de
staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen waarmee
wordt verwezen naar de toelichting.
2.2
Vergelijking met voorgaand jaar
De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten
opzichte van het voorgaande jaar, met uitzondering van de toegepaste stelselwijziging zoals
opgenomen in paragraaf “stelselwijzigingen” alsmede de toegepaste schattingswijzigingen
zoals opgenomen in paragraaf “schattingswijzigingen”.
2.2.1
Stelselwijzigingen
In 2013 hebben zich geen stelselwijziging voorgedaan.
2.2.2
Schattingen
In 2013 hebben zich de geen schattingswijzigingen voorgedaan.
2.3
Schattingen en veronderstellingen
Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt
het bestuur van het pensioenfonds zich verschillende oordelen en maakt schattingen die
essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het
geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze
oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de
toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
55
55
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
2.4
Opname van actief, verplichting, bate of last
Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige
economische voordelen naar het pensioenfonds zullen toevloeien en de waarde daarvan
betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de
afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van
het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van
het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een
vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar
kan worden vastgesteld.
Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel,
samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een
verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden
vastgesteld.
2.5
Vreemde valuta
Functionele valuta
De jaarrekening is opgesteld in euro’s, zijnde de functionele en presentatievaluta van het
pensioenfonds.
Transacties, vorderingen en schulden
Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt
tegen de koers op transactiedatum. Monetaire activa en passiva in vreemde valuta worden
omgerekend tegen de koers per balansdatum. De uit de afwikkeling en omrekening
voortvloeiende koersverschillen komen ten gunste of ten laste van de staat van baten en
lasten.
2.6
Beleggingen voor risico fonds
Zakelijke waarden
Vastgoedbeleggingen
Vastgoed beleggingen worden gewaardeerd tegen de marktwaarde (N.A.V.). Voor de
participaties in de vastgoedfondsen is dit de berekende intrinsieke waarde, die de actuele
waarde van de onderliggende beleggingen representeert.
Aandelen
Aandelen en participaties in beleggingsinstellingen zijn gewaardeerd op marktwaarde, zijnde
de beurswaarde op balansdatum.
De
marktwaarde
voor
niet-beursgenoteerde
aandelen
en
participaties
in
beleggingsinstellingen is gebaseerd op het aandeel dat het pensioenfonds heeft in het eigen
vermogen van het niet-beursgenoteerde aandeel per balansdatum.
Vastrentende waarden
Beursgenoteerde vastrentende waarden en participaties in beleggingsinstellingen zijn
gewaardeerd op marktwaarde, zijnde de beurswaarde op balansdatum.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
56
56
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
De marktwaarde voor niet-beursgenoteerde participaties in beleggingsinstellingen is
gebaseerd op het aandeel dat het pensioenfonds heeft in het eigen vermogen van het nietbeursgenoteerde aandeel per balansdatum.
De lopende interest op vastrentende waarden wordt gepresenteerd als onderdeel van de
marktwaarde van de vastrentende waarden.
Derivaten
Derivaten worden in de jaarrekening opgenomen tegen marktwaarde. Indien geen
marktwaarde beschikbaar is, wordt de waarde bepaald met behulp van marktconforme en
toetsbare waarderingsmodellen.
Indien een derivaatposities negatief is wordt het bedrag onder de schulden verantwoord.
Overige beleggingen
Overige beleggingen worden gewaardeerd op marktwaarde. tegen marktwaarde. Indien
geen marktwaarde beschikbaar is, wordt de waarde bepaald met behulp van marktconforme
en toetsbare waarderingsmodellen.
2.7
Deelnemingen
Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend worden gewaardeerd
volgens de vermogensmutatiemethode (nettovermogenswaarde). Wanneer 20% of meer van
de stemrechten uitgebracht kan worden, wordt ervan uitgegaan dat er invloed van betekenis
is.
De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze
jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor
aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de
desbetreffende deelneming.
Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is,
wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover het pensioenfonds in deze situatie
geheel of gedeeltelijk instaat voor de schulden van de deelneming, dan wel het stellige
voornemen heeft de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen, wordt
hiervoor een voorziening getroffen.
De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de
identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering
worden de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening, uitgaande van de
waarden bij eerste waardering
Deelnemingen waarop geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden
gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een bijzondere
waardevermindering vindt waardering plaats tegen de realiseerbare waarde; afwaardering
vindt plaats ten laste van de winst-en-verliesrekening.
De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen worden initieel gewaardeerd tegen
de reële waarde, gewoonlijk de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte
Jaarverslag 2013 BPF AVH
57
57
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
voorzieningen. Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde
kostprijs.
2.8
Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen actuele waarde. Op het moment van
verkrijgen of vervaardigen van het actief vindt waardering plaats tegen verkrijgings- of
vervaardigingsprijs. Daarna vindt waardering plaats tegen de vervangingswaarde of lagere
bedrijfswaarde onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen. Waardevermindering van de
materiële vaste activa (niet zijnde vastgoedbeleggingen), worden direct ten laste van de
staat van baten en lasten gebracht.
2.9
Vorderingen en overlopende activa
Vorderingen worden opgenomen tegen de reële waarde van de tegenprestatie, gewoonlijk
de nominale waarde. Een voorziening wordt getroffen op de vorderingen op grond van
verwachte oninbaarheid. Vorderingen en overlopende activa worden onderscheiden van
vorderingen in verband met beleggingstransacties. Overige vorderingen en schulden inzake
vastgoedbeleggingen, aandelen en vastrentende waarden betreffende te vorderen
respectievelijk te betalen posities of tijdelijke banksaldi in verband met beleggingstransacties
mogen onder de beleggingsrubrieken vastgoedbeleggingen, aandelen en vastrentende
waarden worden geclassificeerd indien deze door het pensioenfonds niet kunnen worden
aangewend voor andere doelen dan beleggingstransacties
2.10
Liquide middelen
Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Onder de liquide
middelen zijn opgenomen die kas- en banktegoeden die onmiddellijk opeisbaar zijn dan wel
een looptijd korter dan twaalf maanden hebben. Zij worden onderscheiden van tegoeden in
verband met beleggingstransacties. Liquide middelen uit hoofde van beleggingstransacties
worden gepresenteerd onder de beleggingen. Rekening-courantschulden bij banken zijn
opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden.
2.11
Stichtingskapitaal en reserves
Stichtingskapitaal en reserves worden bepaald door het bedrag dat resteert nadat alle
actiefposten en posten van het vreemd vermogen, inclusief de voorziening
pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds en overige technische
voorzieningen, volgens de van toepassing zijnde waarderingsgrondslagen in de balans zijn
opgenomen.
Bestemmingsreserve
De bestemmingsreserve is bedoeld voor de overgangsregeling van een specifieke groep
deelnemers. Voor de deelnemers die in het boekjaar voldoen aan de voorwaarden, wordt
extra ouderdoms- en partnerpensioen over het verleden ingekocht. De bestemmingsreserve
groeit door beleggingsopbrengsten. De bestemmingsreserve neemt af door de inkoop van
extra ouderdoms- en partnerpensioen bij het fonds. Die inkoop geschiedt op de actuariële
grondslagen en veronderstellingen, zoals het fonds die toepast bij de bepaling van de
voorziening pensioenverplichtingen. Bovendien wordt rekening gehouden met een
solvabiliteitsopslag.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
58
58
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
2.12
Technische voorzieningen
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds
De voorziening voor pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds wordt
gewaardeerd op actuele waarde (marktwaarde). De actuele waarde wordt bepaald op basis
van de contante waarde van de beste inschatting van toekomstige kasstromen die
samenhangen met de op balansdatum onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen.
Onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen zijn de opgebouwde nominale aanspraken en de
onvoorwaardelijke (indexatie)toezeggingen. De contante waarde wordt bepaald met
gebruikmaking van de rentetermijnstructuur zoals gepubliceerd door DNB.
Bij de berekening van de voorziening voor pensioenverplichtingen is uitgegaan van het op
de balansdatum geldende pensioenreglement en van de over de verstreken
deelnemersjaren verworven aanspraken. Jaarlijks wordt door het bestuur besloten of de
opgebouwde pensioenaanspraken worden geïndexeerd. Alle per balansdatum bestaande
indexatiebesluiten (ook voor indexatiebesluiten na balansdatum voor zover sprake is van ex
ante-condities) zijn in de berekening begrepen. Er wordt geen rekening gehouden met
toekomstige salarisontwikkelingen. Bij de berekening van de voorziening wordt rekening
gehouden met premievrije pensioenopbouw in verband met invaliditeit op basis van de
contante waarde van de toekomstige aanspraken waarvoor vrijstelling is verleend wegens
arbeidsongeschiktheid.
Bij de bepaling van de actuariële uitgangspunten wordt rekening gehouden met de
voorzienbare trend in overlevingskansen.
De voorziening voor pensioenverplichtingen is gebaseerd op de volgende actuariële
grondslagen en veronderstellingen:
Rentetermijnstructuur
De gehanteerde rente is gebaseerd op de rentetermijnstructuur zoals gepubliceerd
door de DNB.
Die rentetermijnstructuur wordt door DNB geconstrueerd op basis van de euro
swapcurve, met toepassing van een driemaandsmiddeling (het gemiddelde over alle
handelsdagen in de voorafgaande drie maanden) en de Ultimate Forward Rate (UFR).
Overlevingstafels
De overlevingskansen worden ontleend aan de AG Prognosetafel 2012-2062,
starttafel 2014.
Ervaringssterfte
Rekening wordt gehouden met de ervaringssterfte door middel van toepassing van
een leeftijdsonafhankelijke schaalfactor op de sterftekansen. Deze schaalfactor is voor
mannen 0,965 en voor vrouwen 1,084
Gehuwdheids- en samenlevingsfrequentie
Uitgegaan wordt van het onbepaald partnersysteem; aangenomen is dat 90% van de
(gewezen) deelnemers met premievrije aanspraken gehuwd dan wel samenlevend is.
Op de pensioenrichtleeftijd is de frequentie gelijk aan 100%. Voor gepensioneerden is
rekening gehouden met de werkelijke burgerlijke staat.
Partnerpensioen
Er wordt aangenomen dat mannelijke verzekerden gehuwd zijn met een drie jaar
jongere vrouw en vrouwelijke verzekerden gehuwd zijn met een drie jaar oudere man.
Kostenopslag
Ter dekking van toekomstige administratiekosten is een opslag ter grootte van 2% van
de voorziening pensioenverplichtingen.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
59
59
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
-
-
Wezenpensioen
Ter dekking van nog niet ingegaan wezenpensioen wordt de voorziening van het
latente partnerpensioen voor deelnemers jonger dan 65 jaar met 1,5% verhoogd.
Premievrijstelling
Risico’s voor premievrije voorzetting wegens arbeidsongeschiktheid worden in eigen
beheer gehouden.
2.13
Overige schulden en overlopende passiva
Schulden worden opgenomen tegen reële waarde van de tegenprestatie, gewoonlijk de
nominale waarde.
3
Grondslagen voor resultaatbepaling
3.1
Algemeen
De in de staat van baten en lasten opgenomen posten zijn in belangrijke mate gerelateerd
aan de in de balans gehanteerde waarderingsgrondslagen voor beleggingen en de
voorziening pensioenverplichtingen. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde resultaten
worden rechtstreeks verantwoord in het resultaat.
3.2
Premiebijdragen (van werkgevers en werknemers)
Onder premiebijdragen van werkgevers en werknemers wordt verstaan de aan derden in
rekening gebrachte c.q. te brengen bedragen voor de in het verslagjaar verzekerde
pensioenen onder aftrek van kortingen. Premies zijn toegerekend aan de periode waarop ze
betrekking hebben. Extra stortingen en opslagen op de premie zijn eveneens als
premiebijdragen verantwoord
3.3
Beleggingsresultaten risico pensioenfonds
Indirecte beleggingsopbrengsten
Onder de indirecte beleggingsopbrengsten worden verstaan de gerealiseerde en
ongerealiseerde waardewijzigingen en valutaresultaten. In de jaarrekening wordt geen
onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van
beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen,
worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen. (In)directe
beleggingsresultaten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Directe beleggingsopbrengsten
Onder de directe beleggingsopbrengsten wordt in dit verband verstaan rentebaten en
rentelasten, dividenden, huuropbrengsten en soortgelijke opbrengsten.
Dividend wordt verantwoord op het moment van betaalbaarstelling.
Kosten vermogensbeheer
Onder kosten van vermogensbeheer worden zowel de externe als de daaraan toegerekende
interne kosten verstaan. Afschrijvingen en andere exploitatiekosten van onroerende zaken in
exploitatie zijn in de kosten van vermogensbeheer opgenomen.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
60
60
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
3.4
Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds
Pensioenopbouw
Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de in het
verslagjaar opgebouwde nominale aanspraken op ouderdomspensioen en partnerpensioen
Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met de 1-jaarsrrente per 31 december van het
voorgaande boekjaar, uit de rentetermijnstructuur zoals gepubliceerd door de DNB.
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en
opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen
afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering
van
de
uitkering
van
pensioenen
in
de
verslagperiode.
Toekomstige
pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden eveneens vooraf
actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit
hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve
van de financiering van de kosten van de verslagperiode.
Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen
herrekend door toepassing van de rentetermijnstructuur zoals gepubliceerd door DNB. Het
effect van de verandering van de rente wordt verantwoord onder het hoofd wijziging rente.
Wijziging overige actuariële uitgangspunten
De onder dit hoofd opgenomen mutaties van de voorziening hebben betrekking op
incidentele wijzigingen in actuariële grondslagen.
Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten
De onder dit hoofd opgenomen mutaties van de voorziening hebben betrekking op
inkomende en uitgaande waardeoverdrachten.
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen
De onder dit hoofd opgenomen mutaties van de voorziening hebben betrekking op onder
meer de actuariële kanssystemen.
3.5
Mutatie herverzekeringsdeel technische voorziening
De onder dit hoofd opgenomen mutatie betreft de wijzigingen in de waarde van het
herverzekeringsdeel technische voorziening.
3.6
Pensioenuitkeringen
De pensioenuitkeringen betreffen de aan deelnemers uitgekeerde bedragen inclusief
afkopen. De pensioenuitkeringen zijn berekend op actuariële grondslagen en toegerekend
aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.
3.7
Pensioenuitvoeringskosten
De pensioenuitvoeringskosten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking
hebben.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
61
61
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
3.8
Saldo overdrachten van rechten
De post saldo overdrachten van rechten bevat het saldo van bedragen uit hoofde van
overgenomen dan wel overgedragen pensioenverplichtingen.
3.9
Premies herverzekering
De premies herverzekering betreffen de tot en met 31 december 2012 herverzekerde
overlijdensrisico’s bij de Algemene Levensherverzekering Maatschappij. Vanaf 1 januari
2013 draagt hert fonds de overlijdensrisico’s volledig in eigen beheer.
3.10
Overige baten en lasten
Overige baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
62
62
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
4.
Beleggingen voor risico pensioenfonds
Vastgoed- Aandelen
beleggingen
Vastrentende
waarden
Derivaten
Overige
beleggingen
Totaal
Stand per 1 januari 2012
Aankopen
Verkopen
Overige mutaties
Herwaardering
Stand per 31 december 2012
Derivaten onder passiva
Totaal per 31 december 2012
28.492
-840
27.652
27.652
101.478
37.564
-33.134
13.900
119.808
119.808
466.198
753.741
-661.574
652
559.017
559.017
31.697
1.375
-10.873
-415
21.784
879
22.663
77.819
14.316
-12.776
-3.263
-1.958
74.138
74.138
705.684
806.996
-718.357
-3.263
11.339
802.399
879
803.278
Stand per 31 december 2012
Aankopen
Verkopen
Overige mutaties
Herwaardering
Stand per 31 december 2013
Derivaten onder passiva
Totaal per 31 december 2013
27.652
-1.188
26.464
26.464
119.808
1.651
-393
12.164
133.230
133.230
559.017
1.602.109
-1.568.698
-34.396
558.032
558.032
21.784
13.465
-2.833
-33.279
-863
10.621
9.758
74.138
309
-14.625
63.245
829
123.896
123.896
802.399
1.617.534
-1.586.549
63.245
-55.870
840.759
10.621
851.380
Vastgoedbeleggingen Indirecte vastgoedbeleggingen (participaties in beleggingsinstellingen)
Stand per 31 december
Aandelen Private equity aandelen
Beursgenoteerde aandelen
Beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde aandelenbeleggingsfondsen
Stand per 31 december
Vastrentende waarden Obligaties
Leningen op schuldbekentenis
Andere waardepapieren met een vaste of variabele rente
Beursgenoteerde beleggingsinstellingen
Overige vorderingen
Stand per 31 december
Jaarverslag 2013 BPF AVH
2013
2012
26.464
26.464
27.652
27.652
2013
2012
19.341
113.889
133.230
19.249
-60
100.619
119.808
2013
2012
479.223
5.949
11.939
54.714
6.207
558.032
471.422
3.686
13.559
57.937
12.911
559.515
63
63
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
Derivaten Valutaderivaten
Rentederivaten
Overig
Stand per 31 december
Overige beleggingen Commoditiefonds (grondstoffen, edele metalen)
Liquide middelen
Stand per 31 december
2013
2012
443
-1.643
337
-863
2.076
19.210
21.286
2013
2012
123.896
123.896
13.487
60.651
74.138
De liquide middelen namen begin van het jaar af door investeringen. De liquide middelen op ABN
AMRO rekeningen staan vrij ter beschikking.
Methodiek bepaling marktwaarde
Bij de waardering van de beleggingen van de stichting kan voor het grootste deel gebruik worden
gemaakt van marktnoteringen, met uitzondering van vastgoed, participaties in hypotheken en
derivaten, die op basis van waarderingsmodellen en -technieken zijn gewaardeerd.
Directe
marktnotering
Vastgoedbeleggingen
Aandelen
Vastrentende waarden
Derivaten
Overige beleggingen
18.514
477.689
-6
132.675
628.872
Afgeleide Waardemarktringsnotering modellen
95.376
55.908
-857
150.427
26.464
19.340
15.656
61.460
Totaal
26.464
133.230
549.253
-863
132.675
840.759
Opgemerkt wordt dat schattingen naar hun aard subjectief zijn en dat de geschatte actuele waarden
van financiële instrumenten derhalve inherent onderhevig zijn aan onzekerheden en waardeoordelen
ten aanzien van volatiliteit, rentestand en kasstromen. Deze schattingen zijn momentopnames,
gebaseerd op de marktomstandigheden en de op dat moment beschikbare informatie.
Schatting van reële waarde in geval van ontbreken directe en afgeleide marktnoteringen
De belangrijkste waarderingsmodellen en -technieken die gehanteerd zijn bij het schatten van de reële
waarde van financiële instrumenten zijn:
•
Gecontroleerde jaarrekeningen (intrinsieke waarde);
•
Taxatierapporten waarderingsspecialisten (directe vastgoedbeleggingen);
•
Mededelingen gerenommeerde derde-partijen: banken, brokers, bewaarders, etc.
(transactieprijzen).
Jaarverslag 2013 BPF AVH
64
64
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
Rentevoeten gehanteerd bij de bepaling van de reële waarde
Bij de waardering van de vastrentende waarden en derivaten zijn per 31 december de volgende
rentevoeten gehanteerd:
Rentevoeten
2013
2,55%
2,41%
Vastrentende waarden
Derivaten
2012
2,12%
1,99%
Overige toelichtingen
De volgende balansposities en/of toekomstige kasstromen worden door het fonds strategisch (USD –
50%, GBP – 50%) en tactisch (USD – 0%, GBP 50%) door middel van derivaten afgedekt:
• Beleggingen in Amerikaanse dollars per 31 december 2013 waarbij deze beleggingen een
waarde in euro’s vertegenwoordigen van 145.842 (2012: 173.892)
• Beleggingen in Britse ponden per 31 december 2013 waarbij deze beleggingen een waarde in
euro’s vertegenwoordigen van 21.735 (2012: 18.557).
5.
Deelnemingen Stand per 1 januari
Toevoeging
Stand per 31 december
2013
2012
643
-50
593
693
-50
643
De belangen van de stichting in andere maatschappijen zijn als volgt verdeeld:
Naam, vestigingsplaats
AGH te Rijswijk
Aandeel geplaats in kapitaal
75,0%
Voor Bpf AVH geldt, door de bestuurssamenstelling van AGH, geen consolidatieplicht voor de 75%
deelneming in AGH.
6.
Materiële vaste activa Stand per 1 januari
Mutaties
Stand per 31 december
2013
2012
860
-160
700
970
-110
860
Het betreft hier de WOZ opgave 2014 van het voormalig kantoorpand met waardepeil 01-01-2013.
Specificatie
Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen
Stand per 31 december
Jaarverslag 2013 BPF AVH
2013
2012
1.400
-700
700
1.400
-540
860
65
65
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
7.
Vorderingen en overlopende activa Vordering op werkgevers
Te vorderen claim
Te vorderen premie Alhermij
Te vorderen VUGAARD
Te vorderen beleggingen
Rekening courant AGH
Rekening courant VUT-ei
Waardeoverdrachten
Overlopende activa
Stand per 31 december
2013
2012
970
2.270
966
112
148
36
4.502
126
113
258
2.501
105
84
33
3.419
Alle overige vorderingen hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.
8.
Stichtingskapitaal en reserves Stichtingskapitaal
Bestemmingsreserve
Overige
reserves
Totaal
-
6.819
2.977
9.796
-571
9.225
-39.507
52.311
12.804
26.429
39.233
-32.688
55.288
22.600
25.858
48.458
Kaaspakhuize
n
AGFsector
Totaal
7.994
1.984
-1.825
-240
7.913
1.802
1.802
-2.272
-20
1.312
9.796
3.786
-4.097
-260
9.225
Stand per 1 januari 2012
Resultaat 2012
Stand per 31 december 2012
Resultaat 2013
Stand per 31 december 2013
Specificatie bestemmingsreserve Stand per 31 december 2012
Bijdrage VPL
Onttrekkingen voor inkoop pensioenaanspraken
Toevoeging in verband met in 2013 behaald rendement
Stand per 31 december 2013
Solvabiliteit en dekkingsgraad
De toezichthouder, DNB, heeft een gestandaardiseerde methode vastgesteld om te toetsen of er
voldoende eigen vermogen aanwezig is: de standaardtoets. De standaardtoets meet voor een aantal
risicofactoren het mogelijke (negatieve) effect (in euro’s) op het eigen vermogen. Omdat de resultaten
van de standaardtoets afhankelijk zijn van marktomstandigheden en het risicoprofiel van de
aanwezige beleggingen, fluctueren ze in de loop van de tijd. Het pensioenfonds is niet afgeweken van
de standaardtoets.
Bij de berekening van het vereist eigen vermogen wordt voor de samenstelling van de beleggingen
uitgegaan van de strategische assetmix in de evenwichtssituatie.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
66
66
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
2013
Technische voorzieningen
2012
803.042
Buffers
S1 Renterisico
S2 Risico zakelijke waarden
S3 Valutarisico
S4 Grondstoffenrisico
S5 Kredietrisico
S6 Verzekeringstechnisch risico
Toetswaarde solvabiliteit
57.305
69.363
24.886
11.822
30.087
Aanwezig vermogen
Saldo
117.193
920.235
842.275
-77.960
805.969
63.502
37.297
29.119
4.046
10.997
30.490
98.523
904.492
818.773
-85.719
De nominale dekkingsgraad van het pensioenfonds bedraagt per 31 december 2013, na verwerking
van de 0,5% korting, 104,9% (2012:101,6%).
De dekkingsgraad is als volgt berekend:
(totale activa -/- overige schulden -/- voorziening pensioenverplichtingen risico deelnemers)
technische voorzieningen
De vermogenspositie van het pensioenfonds kan worden gekarakteriseerd als dekkingstekort.
Het bestuur heeft in maart 2009 een geïntegreerd herstelplan, hetgeen bestaat uit een korte- en
langetermijnplan, opgesteld en vastgesteld. Het herstelplan is door DNB goedgekeurd van 29 juni
2009.
Het herstelplan is opgesteld volgens bepaalde uitgangspunten en veronderstellingen dit alles binnen
de door de wet gestelde mogelijkheden. De realisatie van het herstelplan zal afwijken van de
toegepaste veronderstellingen:
Het korte- en langetermijnherstelplan leidt tot herstel binnen de wettelijk gestelde termijnen van 1-5
respectievelijk 1-15 jaar.
Het herstelplan is in hoofdlijnen gebaseerd op de volgende realistische uitgangspunten:
•
Er wordt tot 2016 niet of nauwelijks geïndexeerd. Nadien zullen er meerdere jaren zijn waarin wel
volledig wordt geïndexeerd.
•
Tot 2015 de premie op het huidige niveau zal worden gehandhaafd. Naar verwachting zal, als
gevolg van de vergrijzing, in de periode van 2015 tot en met 2023 de premie in stapjes verhoogd
moeten worden. Daardoor zal de premie in 2023 naar verwachting ruim 10% hoger liggen dan
het huidige niveau.
Op grond van de evaluatie van het herstelplan ultimo 2012, heeft het bestuur van Bpf AVH per 1 april
2013 een korting van 2% moeten doorvoeren. Deze korting is verwerkt in de voorziening
pensioenverplichtingen per 31 december 2012.
Omdat de dekkingsgraad eind 2013 niet voldeed aan het vereiste minimum niveau, heeft het bestuur
vervolgens moeten besluiten om per 1 april 2014 een korting van 0,5% door te voeren. Deze korting is
verwerkt in de voorziening pensioenverplichtingen per 31 december 2013.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
67
67
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
9.
Technische voorzieningen
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds
Het mutatieoverzicht van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds
luidt als volgt:
Stand per 1 januari
Pensioenopbouw
Toeslagen
Benodigde rente
Mutaties, waaronder overdrachten van rechten
Resultaat op kanssystemen
Onttrekking voor pensioenuitkeringen
Onttrekking voor pensioenuitvoeringskosten
Wijziging marktrente
Wijziging actuariële grondslagen
Stand per 31 december
2013
2012
805.969
49.247
-4.022
2.897
611
-1.605
-17.131
-303
-32.621
803.042
758.066
50.046
-16.396
11.865
138
-1.321
-16.872
-297
37.785
-17.045
805.969
Voor een toelichting op de verschillende posten wordt verwezen naar de toelichting op de
verschillende posten uit de staat van baten en lasten
Korte beschrijving van de aard van de pensioenregelingen
De pensioenregeling kan worden gekenmerkt als een voorwaardelijk geïndexeerde
middelloonregeling met een pensioenleeftijd van 65 jaar. Voor het jaar 2013 wordt een aanspraak op
ouderdomspensioen opgebouwd van 1,50 %,1,60% of 1,75% (2012: 1,75% of 1,90%) van de in dat
jaar geldende pensioengrondslag. De pensioengrondslag is gelijk aan 12 x maandsalaris dan wel 13
maal het vierwekensalaris, verhoogd met de vakantietoeslag en onder aftrek van een franchise. De
franchise wordt jaarlijks vastgesteld en bedraagt voor 2013 € 15.000,00 of € 16.145 (2011:
€ 15.874,00). Tevens bestaat er recht op partner- en wezenpensioen. Deelname aan de regeling is
mogelijk vanaf de leeftijd van 20 jaar. Jaarlijks beslist het bestuur de mate waarin de opgebouwde
aanspraken worden geïndexeerd. Overeenkomstig artikel 10 van de Pensioenwet kwalificeert de
pensioenregeling als een uitkeringsovereenkomst.
Toeslagverlening
De indexatie van pensioenrechten en pensioenaanspraken wordt jaarlijks vastgesteld door het
bestuur. De ambitie bestaat om jaarlijks de pensioenrechten en pensioenaanspraken aan te passen.
De indexatie in een jaar is voorwaardelijk en is afhankelijk van de financiële middelen van het fonds.
De pensioenrechten en pensioenaanspraken zijn in 2013 met 0,0% (2012: 0,0%) geïndexeerd.
Er is geen recht op toekomstige indexaties. Het is niet zeker of en in hoeverre in de toekomst wordt
geïndexeerd. Het fonds heeft geen geld gereserveerd voor toekomstige indexaties. Het bestuur heeft
in de vergadering van 29 november 2012 besloten tot een nul indexatie van de pensioenaanspraken
per 1 januari 2013. Bij de bepaling van de voorziening voor pensioenverplichtingen is hiermee
rekening gehouden.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
68
68
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
De voorziening voor pensioenverplichtingen is naar categorieën van deelnemers als volgt
samengesteld: 2013
2012
Aantallen
Aantallen
Actieven en arbeidsongeschikten
368.953
18.575
365.642
17.993
Pensioengerechtigden
228.668
8.855
238.339
8.656
Slapers
187.023
39.265
183.666
36.027
Overig
18.398
18.322
Stand per 31 december
803.042
66.695
805.969
62.676
De post overig betreft de voorziening voor toekomstige uitvoeringskosten (excassokosten) alsmede de
voorziening voor zieken (IBNR).
Methodiek bepaling marktwaarde
In de Pensioenwet en het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen zijn bepalingen
opgenomen met betrekking tot de waardering van de pensioenverplichtingen. De Pensioenwet schrijft
waardering van pensioenverplichtingen tegen marktwaarde voor. De marktwaarde wordt bepaald op
basis van de contante waarde van de beste inschatting van toekomstige uitgaande kasstromen (i.c.
pensioenen) die voortvloeien uit de op balansdatum onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen.
De contante waarde wordt bepaald met gebruikmaking van de door De Nederlandsche Bank
gepubliceerde rentetermijnstructuur. Ultimo boekjaar bedraagt de effectieve rekenrente 2,9% bij een
duration van 20,1 (2012: 2,60% bij een duration van 20,6).
Bij de bepaling van de actuariële uitgangspunten (i.c. levensverwachting) wordt de door het Actuarieel
Genootschap (AG) gepubliceerd prognosetafels AG 2012-2062 (incl. sterftetrendopslag) toegepast.
Door toepassing van deze prognosetafels inclusief correctiefactoren gebaseerd op de ervaringssterfte
bij Bpf AVH wordt rekening gehouden met de meest actuele informatie over de levensverwachting in
de deelnemerspopulatie van het fonds.
In de pensioenverplichtingen is een opslag voor kosten die gepaard gaan met het doen van
toekomstige uitkeringen opgenomen. Deze opslag is een schatting van toekomstige kosten en
bedraagt 2%.
Opgemerkt wordt dat schattingen en modellen naar hun aard subjectief zijn en dat de geschatte
marktwaarden van de technische voorzieningen derhalve inherent onderhevig zijn aan onzekerheden
en waarde oordelen ten aanzien van volatiliteit, levensverwachtingen, rentestand en kasstromen.
Deze schattingen zijn momentopnames, gebaseerd op de marktomstandigheden en de op dat
moment beschikbare informatie.
10.
Overige schulden en overlopende passiva VUGaard rekening courant
Derivaten
Sociale lasten en belastingen
Vooruitontvangen waardeoverdracht
Overig
Stand per 31 december
2013
2012
10.621
430
525
838
12.414
225
879
361
167
767
2.399
Alle schulden hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
69
69
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
11.
Risicobeheer en derivaten
Beleid en risicobeheer
Voor risicobeheer heeft het bestuur de beschikking over de volgende beleidsinstrumenten:
•
ALM-beleid en duration-matching
•
Dekkingsgraad
•
Financieringsbeleid
•
Premiebeleid
•
Indexatiebeleid
•
Herverzekeringsbeleid
•
Risicobeleid alternatieve beleggingen
•
Risicobeleid ten aanzien van uitbesteding.
Welke beleidsinstrumenten het bestuur op welke manier zal hanteren wordt bepaald op basis van
uitvoerige analyses van de te verwachten toekomstige ontwikkelingen van de verplichtingen en de
ontwikkelingen op de financiële markten. Voor deze analyses gebruikt men onder andere AssetLiability Management-studies (ALM). Een ALM-studie analyseert de structuur van de pensioenverplichtingen en van verschillende beleggingsstrategieën en de ontwikkeling daarvan in diverse
economische scenario’s.
Op basis van de uitkomsten van deze analyses stelt het bestuur jaarlijks beleggingsrichtlijnen vast
waarop het door het fonds uit te voeren beleggingsbeleid wordt gebaseerd. De beleggingsrichtlijnen
zetten uiteen binnen welke grenzen en normen het beleggingsbeleid moet worden uitgevoerd, en
richten zich op het beheersen van de belangrijkste (beleggings)risico’s. Bij de uitvoering van het
beleggingsbeleid wordt gebruikgemaakt van derivaten die worden toegelicht in hoofdstuk 5
Beleggingen voor risico pensioenfonds.
1. Marktrisico
Marktrisico is uit te splitsen in renterisico, valutarisico en prijsrisico. De beleggingsdoelstellingen
bepalen de strategie die de stichting volgt ten aanzien van het beleggingsrisico. In de dagelijkse
praktijk ziet de beleggingscommissie toe op het marktrisico conform de binnen het pensioenfonds
aanwezige beleidskaders en de beleggingsrichtlijnen. De overallmarktposities worden periodiek
gerapporteerd aan het bestuur.
1.1. Renterisico
Het renterisico is het risico dat de waarden van de portefeuille vastrentende waarden en de pensioenverplichtingen veranderen als gevolg van ongunstige veranderingen in de marktrente. Maatstaf voor
het meten van rentegevoeligheid is de duration. De duration is de gewogen gemiddelde resterende
looptijd in jaren van de kasstromen. 2013
2012
Duration van de vastrentende waarden (excl. derivaten)
Duration van de vastrentende waarden (incl. derivaten)
Duration van de (nominale) pensioenverplichtingen
4,91
14,93
20,10
5,08
12,74
20,60
Indien de duration van de vastrentende op balansdatum aanzienlijk korter is dan de duration van de
verplichtingen is er sprake van een zogenaamde ‘duration-mismatch’. Bij een rentestijging zal de
waarde van beleggingen minder snel dalen dan de waarde van de verplichtingen (bij toepassing van
Jaarverslag 2013 BPF AVH
70
70
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
de actuele rentestructuur), met als gevolg dat de dekkingsgraad zal stijgen. Voor het fonds geldt dat
bij een rentedaling de waarde van de beleggingen minder snel stijgt dan de waarde van de
verplichtingen, waardoor de dekkingsgraad daalt. Het beleid van het fonds is gericht op het verkleinen
van de duration-mismatch, bijvoorbeeld door meer langlopende obligaties in plaats van aandelen te
kopen (aandelen hebben per definitie een duration van nul), en kortlopende obligaties te vervangen
door langlopende obligaties. Een andere mogelijkheid is gebruik te maken van renteswaps of
swaptions. Een renteswap ruilt een te ontvangen vaste lange rente (vergelijkbaar met de kasstroom
van een langlopende obligatie) tegen een te betalen variabele korte rente (bijvoorbeeld Euribor /
Eonia). Aan de ene kant verkleint dit de duration-mismatch, maar aan de andere kant wordt het fonds
nu afhankelijk van de ontwikkeling van de korte rente. Het risico van een verdere rentedaling is tijdelijk
af te dekken door middel van een swaption, waarvoor een premie betaald moet worden. Het afsluiten
van een swap of een swaption kan dus mismatchrisico’s afdekken, maar aan dit soort instrumenten
zijn ook risico’s verbonden (zoals het liquiditeits-, tegenpartij- en juridische risico).
De vastrentende waarden, uitgesplitst naar looptijd, zijn als volgt: 2013
Resterende looptijd ≤ 1 jaar
Resterende looptijd > 1 jaar en < 5 jaar
Resterende looptijd ≥ 5 jaar
Totaal per 31 december
20.289
282.644
255.099
558.032
2012
4%
51%
46%
100%
25.822
255.800
277.893
559.515
5%
46%
50%
100%
1.2. Valutarisico
Eind 2013 wordt voor circa 44% (2012: 44%) van de beleggingsportefeuille belegd buiten de
eurozone, met name in Noord-Amerika. Hiervan is voor 39% (2012: 68%) afgedekt door de euro. De
waarde van de per het einde van het verslagjaar uitstaande valutatermijncontracten bedraagt 443
(2012: 2.076).
De beleggingen in vreemde valuta kunnen per categorie als volgt worden gespecificeerd:
beleggingen in vreemde valuta per categorie
Aandelen
Vastrentend
Overige beleggingen
Derivaten
Totaal per 31 december
2013
2012
93.406
175.195
8.583
-169.091
108.093
87.753
259.508
11.806
-216.058
143.009
De valutapositie voor en na afdekking door valutaderivaten is als volgt weer te geven:
2013
Voor
Valuta
afdekking derivaten
Euro
USD
GBP
Overig
Totaal per 31 december
477.832
169.327
18.801
89.049
755.009
169.527
-145.951
-21.735
-1.398
443
2012
NettoVoor
Valuta
positie afdekking derivaten
(na)
647.359
23.376
-2.934
87.651
755.452
Jaarverslag 2013 BPF AVH
413.926
147.315
14.565
197.434
773.240
218.382
-173.408
-18.613
-24.285
2.076
Nettopositie
(na)
632.307
-26.093
-4.047
173.149
775.316
71
71
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
1.3. Prijsrisico
Prijsrisico is het risico dat door de ontwikkeling van marktprijzen (veroorzaakt door factoren die
samenhangen met een individuele belegging, de uitgevende instelling of generieke factoren)
waardewijzigingen plaatsvinden. Wijzigingen in marktomstandigheden hebben altijd direct invloed op
het beleggingsresultaat, omdat alle beleggingen worden gewaardeerd op reële waarde waarbij
waardewijzigingen onmiddellijk worden verwerkt in het saldo van baten en lasten. Spreiding binnen de
portefeuille (diversificatie) kan het prijsrisico dempen. Het prijsrisico kan ook afgedekt worden door
gebruik te maken van afgeleide financiële instrumenten (derivaten), zoals opties en futures.
Vastgoedbeleggingen per sectoren
Winkels
Woningen
Bedrijfsruimten
Totaal per 31 december
2013
2012
15.375
8.727
2.362
26.464
15.976
9.217
2.459
27.652
2013
2012
26.464
26.464
27.652
27.652
2013
2012
66.750
18.474
29.525
18.084
397
133.230
55.468
16.758
27.830
19.423
329
119.808
Vastgoedbeleggingen naar regio
Europa
Totaal per 31 december
Aandelen naar regio
Europa
Noord-Amerika
Pacific
Emerging Markets
Overig
Totaal per 31 december
2. Kredietrisico
Kredietrisico is het risico van financiële verliezen voor het fonds als gevolg van faillissement of
betalingsonmacht van tegenpartijen waarop het fonds (potentiële) vorderingen heeft. Hierbij kan onder
meer worden gedacht aan partijen die obligatieleningen uitgeven, banken waar deposito’s worden
geplaatst, marktpartijen waarmee Over The Counter (OTC)-derivatenposities worden aangegaan en
aan bijvoorbeeld herverzekeraars.
Een voor beleggingsactiviteiten specifiek onderdeel van kredietrisico is het settlementrisico. Dit heeft
betrekking op het risico dat partijen waarmee het fonds transacties is aangegaan niet meer in staat
zijn hun tegenprestatie te verrichten waardoor het fonds financiële verliezen lijdt.
Beheersing vindt plaats door het stellen van limieten aan tegenpartijen op totaalniveau, dat wil zeggen
met inachtneming van alle posities die een tegenpartij heeft jegens het fonds, het vragen van extra
zekerheden zoals onderpand en dergelijke bij hypothecaire geldleningen en het uitlenen van effecten
en het hanteren van prudente verstrekkingsnormen bij hypothecaire geldleningen. Ter afdekking van
het settlementrisico wordt door het fonds enkel belegd in markten waar een voldoende betrouwbaar
clearing- en settlementsysteem functioneert. Voordat in nieuwe markten wordt belegd, wordt eerst
Jaarverslag 2013 BPF AVH
72
72
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
onderzoek gedaan naar de waarborgen op dit gebied. Met betrekking tot niet-beursgenoteerde
beleggingen, met name OTC-derivaten, wordt door het fonds enkel gewerkt met tegenpartijen
waarmee ISDA/CSA-overeenkomsten zijn afgesloten zodat posities van het fonds adequaat worden
afgedekt door onderpand.
vastrentende waarden per sector
Overheidsinstellingen
Financiële instellingen
Handels- en industriële bedrijven
Serviceorganisaties
Andere instellingen
Totaal per 31 december
vastrentende waarden naar kredietwaardigheid
AAA
AA
A
BBB
<BBB
Overig
Totaal per 31 december
2013
2012
362.522
75.669
75.246
28.505
16.090
558.032
396.799
85.219
36.269
10.870
30.358
559.515
2013
2012
338.307
20.882
46.317
86.708
49.606
16.212
558.032
362.338
16.870
52.504
83.471
24.114
20.218
559.515
2013
2012
527.986
30.046
558.032
549.023
10.492
559.515
vastrentende waarden naar regio
Mature markets
Andere opkomende markten
Totaal per 31 december
3. Liquiditeitsrisico
Liquiditeitsrisico is het risico dat beleggingen niet tijdig en/of niet tegen een aanvaardbare prijs kunnen
worden omgezet in liquide middelen, waardoor het fonds op korte termijn niet aan zijn verplichtingen
kan voldoen. Waar de overige risicocomponenten vooral de langere termijn betreffen (solvabiliteit),
gaat het hierbij om de kortere termijn. Dit risico kan worden beheerst door in het strategische en
tactische beleggingsbeleid voldoende ruimte aan te houden voor de liquiditeitsposities, rekening
houdend met directe beleggingsopbrengsten en andere inkomsten zoals premies. Als gevolg van het
hanteren van derivaten ter afdekking van het renterisico zal de liquiditeit afnemen bij een stijgende
rente.
De volgende zaken zijn van belang met betrekking tot het liquiditeitsrisico:
•
Tot en met het jaar 2013 zullen de inkomende premies het niveau van de uitkeringen
overtreffen.
•
Ultimo 2013 zijn er voldoende obligaties, die onmiddellijk zonder waardeverlies te gelde
kunnen worden gemaakt om een eventuele onvoorziene uitstroom van geldmiddelen te
financieren.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
73
73
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
4. Verzekeringstechnische risico’s (actuariële risico’s)
De belangrijkste actuariële risico’s zijn het langleven-, overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico.
Het belangrijkste actuariële risico is het langlevenrisico (het risico dat deelnemers langer blijven leven
dan gemiddeld verondersteld wordt bij de bepaling van de voorziening pensioenverplichtingen). Door
toepassing van de AG-prognosetafel 2012-2062 met adequate correcties voor ervaringssterfte is het
langlevenrisico verdisconteerd in de waardering van de pensioenverplichtingen.
Voor de gevoeligheid van wijzigingen in de belangrijkste actuariële veronderstellingen verwijzen wij
naar de toelichting op de Technische voorzieningen (2.12). Het overlijdensrisico betekent dat het
fonds in geval van overlijden mogelijk een partner- en/of wezenpensioen moet toekennen waarvoor
het fonds geen voorzieningen heeft getroffen. Dit risico kan worden uitgedrukt in risicokapitalen.
Het arbeidsongeschiktheidsrisico betreft het risico dat het fonds voorzieningen moet treffen voor
premievrijstelling bij invaliditeit. Voor dit risico wordt jaarlijks een risicopremie in rekening gebracht.
Het verschil tussen de risicopremie en de werkelijke kosten wordt verwerkt via het resultaat. De
actuariële uitgangspunten voor de risicopremie worden periodiek herzien.
Het fonds heeft tot eind 2012 overlijdensrisico’s herverzekerd. Met ingang van boekjaar 2013 draagt
het fonds alle risico’s in eigen beheer.
5. Indexatierisico
Het bestuur van het fonds heeft de ambitie om de pensioenen te indexeren. De mate waarin dit kan
worden gerealiseerd is afhankelijk van de ontwikkelingen in rente, rendement en de dekkingsgraad.
Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat de indexatietoezegging voorwaardelijk is.
6. Concentratierisico
Grote posten kunnen leiden tot concentratierisico. Om te bepalen welke posten hieronder vallen
moeten per beleggingscategorie alle instrumenten met dezelfde debiteur worden opgeteld. Als grote
post wordt aangemerkt elke post die meer dan 2% van het balanstotaal uitmaakt.
Aandelen
SSgA Europe Index CTF
SSgA Daily Active GI EM MKT
Kempen Sustainable small cap fund
Vastrentende waarden
Duitse staatsobligaties
Nederlandse staatsobligaties
Noorse staatsobligaties
Australische staatsobligaties
Duitse inflation linked bonds
Liquide middelen
ABN AMRO Bank
2013
2012
37.580
18.083
18.514
31.381
19.423
14.295
122.878
124.137
54.714
79.915
81.288
23.896
98.096
57.263
94.000
41.000
In het algemeen geldt dat concentratierisico kan optreden als een adequate spreiding van activa en
passiva ontbreekt. Concentratierisico’s kunnen optreden bij een concentratie van de portefeuille in
regio’s, economische sectoren of tegenpartijen. Een portefeuille van leningen die sterk
Jaarverslag 2013 BPF AVH
74
74
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
sectorgebonden is, kan door deze sectorconcentratie een verhoogd risico lopen. Indien aandelen in
dezelfde sector worden aangehouden is sprake van een cumulatief concentratierisico. Overigens
beperken concentratierisico’s zich niet uitsluitend tot de beleggingen.
Overige niet-financiële risico’s
7. Operationeel risico
Operationeel risico is het risico van een onjuiste afwikkeling van transacties, fouten in de verwerking
van gegevens, het verloren gaan van informatie, fraude en dergelijke. Dergelijke risico’s worden door
het fonds beheerst door het stellen van hoge kwaliteitseisen aan de organisaties die bij de uitvoering
betrokken zijn op gebieden zoals interne organisatie, procedures, processen en controles en kwaliteit
geautomatiseerde systemen. Deze kwaliteitseisen worden periodiek getoetst door het bestuur.
8. Systeemrisico
Systeemrisico betreft het risico dat het mondiale financiële systeem (de internationale markten) niet
langer naar behoren functioneert, waardoor beleggingen van het fonds niet langer verhandelbaar zijn
en zelfs, al dan niet tijdelijk, hun waarde kunnen verliezen. Net als voor andere marktpartijen, is dit
risico voor het fonds niet beheersbaar.
9. Specifieke financiële instrumenten (derivaten)
Voor zover dat binnen de grenzen van het beleggingsbeleid van het fonds past maakt het fonds ook
gebruik van financiële derivaten, voornamelijk bij het afdekken van het marktrisico. De economische
effecten van de derivaten dienen meegenomen te worden in de berekening. In hoofdstuk 5
Beleggingen voor risico pensioenfonds worden de door het pensioenfonds gebruikte derivaten
toegelicht.
Derivaten hebben als voornaamste risico het kredietrisico (het risico dat tegenpartijen niet aan hun
betalingsverplichtingen kunnen voldoen). Dit risico kan beperkt worden door alleen transacties aan te
gaan met goed te boek staande partijen, en zoveel mogelijk te werken met onderpand.
De volgende instrumenten kunnen gebruikt worden:
•
Futures.
Dit zijn standaard beursgenoteerde instrumenten waarmee snel posities kunnen worden
gewijzigd. Futures worden gebruikt voor het tactische beleggingsbeleid. Tactisch
beleggingsbeleid is slechts zeer beperkt mogelijk binnen de grenzen van het strategische
beleggingsbeleid.
•
Putopties op aandelen.
Dit betreft al dan niet beursgenoteerde opties waarmee het fonds het neerwaartse koersrisico
van de aandelenportefeuille kan beperken. Voor deze opties wordt bij de verwerving een
premie betaald die onder meer afhankelijk is van het actuele koersniveau van de
onderliggende index, de looptijd van de opties en de uitoefenprijs van de opties.
•
Valutatermijncontracten.
Dit zijn met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan
tot het verkopen van een valuta en de aankoop van een andere valuta, tegen een vooraf
vastgestelde prijs en op een vooraf vastgestelde datum. Door middel van
valutatermijncontracten worden valutarisico’s afgedekt.
•
Swaps.
Dit betreft met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt
Jaarverslag 2013 BPF AVH
75
75
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
aangegaan tot het uitwisselen van rentebetalingen over een nominale hoofdsom. Door middel
van swaps kan het fonds de rentegevoeligheid van de portefeuille beïnvloeden.
•
Swaptions
Het betreft een overeenkomst tussen twee partijen waarbij wordt afgesproken om gedurende
een bepaalde periode bepaalde betalingen met elkaar uit te wisselen, bijvoorbeeld het ruilen
•
Receiver swaption
Hierbij verplicht zich de verkoper bij uitoefening van het recht op de uitoefendatum tot het
betalen van een vaste rente over de hoofdsom in ruil voor een variabele rente over de
hoofdsom. De verkoper ontvangt een premie voor het afsluiten van de swaption.
van vaste rentebetalingen en variabele rentebetalingen.
Onderstaande tabel geeft inzicht in de derivatenposities
2013
ExpiratieOnderdatum liggende
contractomvang
Valutatermijncontract EUR/GBP
Valutatermijncontract EUR/GBP
Valutatermijncontract EUR/NOK
Valutatermijncontract EUR/NOK
Valutatermijncontract EUR/NOK
Valutatermijncontract EUR/NOK
Valutatermijncontract EUR/USD
Valutatermijncontract EUR/USD
Interest rate swap
Interest rate swap
Receiver swaption
Receiver swaption
Accrued interest
Actuele
waarde
activa
21-01-2014
21-01-2014
-7.817
7.817
-7.841
7.817
07-09-2027
07-09-2027
22-07-2018
07-06-2016
07-09-2027
-210.000
210.000
80.000
70.000
-217.209
207.147
5.540
3.070
1.169
2012
Expiratiedatum
17-01-2013
17-01-2013
17-01-2013
17-01-2013
17-01-2013
17-01-2013
17-01-2013
17-01-2013
07-09-2027
07-09-2027
07-06-2013
19-07-2013
07-09-2027
Onderliggende
contractomvang
Actuele
waarde
activa
-6.493
6.493
-19.471
19.471
-5.000
5000
-51.080
51.080
-210.000
210.000
35.000
50.000
-6.489
6.493
19.475
19.470
-5.018
5000
-50.692
51.079
-210.439
214.818
5.101
10.739
1.050
Ultimo 2013 zijn zekerheden ontvangen voor de swaps in Duitse en Nederlandse staatsobligaties voor
een bedrag van 1.174 (2012: 18.157).
12.
Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen Gecommitteerde nog niet afgeroepen private equity
Totaal per 31 december
2013
2012
3.533
3.533
4.467
4.467
Deze verplichtingen zullen naar verwachting in het volgende boekjaar nagenoeg geheel worden
afgewikkeld. Met ingang van 1 januari 2014 heeft Bpf AVH een nieuw committment afgegeven van
7.500 aan het Akina Euro Choice V fonds.
Uitvoeringsovereenkomst met AGH (t/m 2019) ter grootte van € 2.159.924,-- per jaar, of te wel totaal
€ 12.911.544,--. De bedragen kunnen jaarlijks geïndexeerd worden.
13.
Verbonden partijen
Overige transacties met verbonden partijen
Sinds 1 januari 2011 heeft Bpf AVH een extra belang in AGH. De extra koopsom bedroeg 120.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
76
76
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
De stichting Bpf AVH heeft uitvoeringsovereenkomsten afgesloten met werkgevers ten aanzien van de
uitvoering van de vrijwillige pensioenregelingen. Hierin zijn die zaken opgenomen die wettelijk zijn
vastgelegd in de pensioenwet.
14.
Premiebijdragen (van werkgevers en werknemers) Werkgevers/werknemersdeel
Koopsommen
FVP bijdragen
Totaal
De kostendekkende, gedempte en feitelijke premies zijn als volgt: Kostendekkende premie
Gedempte premie
Feitelijke premie
2013
2012
64.319
869
290
65.478
51.009
1.217
216
52.442
2013
2012
55.524
53.201
65.478
65.334
48.819
52.442
De feitelijke premie is inclusief de bijdrage VPL van 3.786 (2012: 3.623).
Het verschil tussen de bovenstaande drie premies wordt veroorzaakt door de gehanteerde
rentetermijnstructuur (RTS). De kostendekkende premie wordt berekend met de RTS per 1 januari
van het boekjaar. De gedempte kostendekkende premie wordt berekend met een vaste rekenrente
van 3%. De feitelijke premie betreft de werkelijk (te) ontvangen premie.
De kostendekkende en gedempte premie zijn als volgt samengesteld:
zuiver
Actuarieel benodigd
Opslag in stand houden vereist vermogen
Opslag voor uitvoeringskosten
Actuarieel benodigd ten behoeve
van toeslagverlening
15.
Beleggingsresultaten risico pensioenfonds 2013
Vastgoedbeleggingen
Aandelen
Vastrentende waarden
Derivaten
Overige beleggingen
Kosten vermogensbeheer
Totaal
2013
gedempt
zuiver
2012
gedempt
45.666
6.392
3.466
43.627
6.108
3.466
49.097
7.021
2.751
34.648
4.955
2.751
55.524
53.201
6.465
65.334
6.465
48.819
Direct
Indirect
Indirect
gereali- ongerealiseerd
seerd
1.258
3.966
17.586
3.909
489
27.208
-652
26.556
49
-16.949
24.075
-4.300
2.875
-1.152
1.723
Jaarverslag 2013 BPF AVH
-1.188
12.164
-34.396
-33.279
4.934
-51.765
-51.765
Totaal
70
16.179
-33.759
-5.295
1.123
-21.682
-1.804
-23.486
77
77
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
2012
Vastgoedbeleggingen
Aandelen
Vastrentende waarden
Derivaten
Overige beleggingen
1.271
2.382
17.990
1.255
780
23.678
-606
23.072
Kosten vermogensbeheer
Totaal
-1.312
18.233
18.857
1.543
37.321
-954
36.367
-840
13.900
652
-415
-2.560
10.737
10.737
431
14.970
36.875
19.697
-237
71.736
-1.560
70.176
Het verschil tussen de herwaardering van de beleggingen voor risico pensioenfonds (ref. 4) en de
indirecte ongerealisserde beleggingsresultaten risico pensioenfonds (ref.15) wordt veroorzaakt door
ongerealiseerde koersresultaten rekening-courant.
Specificatie kosten vermogensbeheer 2013
Aandelen
Vastrentende waarden
Overige kosten vermogensbeheer
-86
-1.006
-712
-1.804
De kosten voor vastgoed en derivaten zijn direct verrekend met de opbrengsten.
16.
Saldo overdrachten van rechten
De post saldo overdrachten van rechten bevat het saldo van bedragen uit hoofde van overgenomen
dan wel overgedragen pensioenverplichtingen. 2013
2012
Inkomende waardeoverdrachten kasstroom
Uitgaande waardeoverdrachten kasstroom
17.
Overige baten Baten uit herverzekering
Overig
Totaal
18.
3.019
-1.740
136
-45
1.279
91
2013
2012
128
59
187
241
473
714
Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds
Pensioenopbouw
Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de in het verslagjaar
opgebouwde nominale aanspraken op ouderdomspensioen en partnerpensioen
Indexering en overige toeslagen
Het pensioenfonds streeft ernaar jaarlijks de opgebouwde pensioenaanspraken van de actieven aan
te passen aan 55% van de stijging van de loonindex en de pensioenaanspraken van slapers
(gewezen deelnemers) en de pensioenrechten van pensioengerechtigden aan te passen aan 45% van
de stijging van de prijsindex. De indexering heeft een voorwaardelijk karakter. Dit betekent dat geen
recht op indexering bestaat en dat het niet zeker is of en in hoeverre in de toekomst indexering kan
plaatsvinden. Een eventuele achterstand in de indexering kan in principe worden ingehaald. Jaarverslag 2013 BPF AVH
78
78
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met 0,351% (2012: 1,544%), zijnde de 1-jaarsrente per 1
januari uit de rentetermijnstructuur zoals gepubliceerd door DNB. Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de
voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening
betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de uitkering van pensioenen in de
verslagperiode. Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden
vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit
hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de
financiering van de kosten van de verslagperiode.
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten Onttrekking voor pensioenuitkeringen
Onttrekking voor pensioenuitvoeringskosten
2013
2012
-17.131
-303
-17.434
-16.872
-297
-17.169
Wijziging rente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door
toepassing van de rentetermijnstructuur zoals gepubliceerd door DNB. Het effect van de verandering
van de rente wordt hier verantwoord. Wijziging actuariële grondslagen
Het betreft hier de wijziging in 2012 van de Prognosetafel 2010-2060 naar de Prognosetafel 20122062 en de overgang van leeftijdsterugstellingen naar correctiefactoren op de sterftekansen
gebaseerd op de ervaringssterfte bij Bpf AVH.
Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten
De onder dit hoofd opgenomen mutatie van de voorziening heeft betrekking op het saldo van de
overgenomen en overgedragen pensioenverplichtingen. 2013
2012
Toevoeging aan de voorziening pensioenverplichtingen
Onttrekking aan de voorziening pensioenverplichtingen
2.922
-1.944
164
-46
978
118
Overige mutatie
De onder dit hoofd opgenomen mutaties van de voorziening hebben o.a. betrekking op kanssystemen,
welke als volgt kunnen worden gespecificeerd:
Specificatie kanssystemen Sterfte
Arbeidsongeschiktheid
Jaarverslag 2013 BPF AVH
2013
2012
-632
-973
-1.605
-92
-1.229
-1.321
79
79
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
19.
Pensioenuitkeringen Ouderdomspensioen
Partnerpensioen
Wezenpensioen
Arbeidsongeschiktheidspensioen
Afkopen
Overige uitkeringen
Totaal
2013
2012
9.972
2.755
46
955
2.097
1.501
17.326
9.385
2.708
51
1.039
1.729
1.895
16.807
De post afkopen betreft de afkoop van pensioenen die lager zijn dan de wettelijke afkoopgrens van
451,22 (2012: 438,44).
20.
Pensioenuitvoeringskosten Bestuurskosten
Administratiekostenvergoeding
Controle- en advieskosten
Contributies en bijdragen
Overige
Totaal
Specificatie bestuurskosten Bestuur
Deelnemersraad
Verantwoordingsorgaan
2013
2012
314
1.877
229
98
-21
2.497
385
1.769
220
112
80
2.566
2013
2012
287
16
11
314
356
18
11
385
Controle en advieskosten accountant
In het boekjaar en voorgaand boekjaar zijn de volgende bedragen aan acountantshonoraria ten lasten
van het resultaat gebracht. 2013
2012
Controle van de jaarrekening
Andere controlewerkzaamheden
68
68
68
4
72
Bovenstaande honoraria betreffen de werkzaamheden die bij het pensioenfonds zijn uitgevoerd door
accountantsorganisaties en externe accountants zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht
accountantsorganisaties) en de in rekening gebrachte honoraria van het geheel netwerk waartoe de
accountantsorganisatie behoort.
21.
Overige lasten Premievrijstelling i.v.m. arbeidsongeschiktheid
Premies herverzekering
Andere lasten
Totaal
Jaarverslag 2013 BPF AVH
80
2013
2012
530
0
174
704
505
319
35
859
80
AVH JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING OP DE BALANS EN DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN
22.
Aantal personeelsleden
Bpf AVH heeft geen personeel in dienst.
Het bestuur van Bpf AVH
Rijswijk, 19 juni 2014
drs. L.A.M. Welschen, voorzitter
Mevr. J.A.M. Bergervoet, vice-voorzitter
Jaarverslag 2013 BPF AVH
81
81
AVH JAARVERSLAG 2013
OVERIGE GEGEVENS
Overige gegevens
Statutaire regeling omtrent de bestemming van het saldo van baten en lasten
Overeenkomstig de statuten en de ABTN wordt het resultaat van 25.858 als volgt toebedeeld: aan de
bestemmingsreserve -571 en aan de overige reserves 26.429.
Gebeurtenissen na balans datum
Door het bestuur is in januari 2014 een besluit genomen, waarbij de pensioenaanspraken en –rechten
per 01-01-2014 niet te indexeren. De lage rente heeft de dekkingsgraad onder druk gezet tot het
niveau van 104,4% ultimo 2013. Gelet hierop en de inschatting dat herstel niet realistisch is, heeft Bpf
AVH een korting van 0,5% toegepast die 1 april 2014 is uitgevoerd. De korting is in de voorziening
ultimo 2013 verwerkt.
Het fonds heeft in februari 2014 aan de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden
gecommuniceerd
dat
een
korting
van
0,5%
noodzakelijk
was
om
per
31 december 2013 te voldoen aan de wettelijke eisen betreffende het minimaal vereist eigen
vermogen. Deze korting is per 1 april 2014 geëffectueerd.
Bij het opmaken van de definitieve cijfers voor de verslaglegging is gebleken dat de dekkingsgraad
iets hoger is uitgekomen dan was gerapporteerd bij de evaluatie van het herstelplan. De reden
hiervoor is dat waarde van de bezittingen, nadat alle definitieve informatie van de
vermogensbeheerders was ontvangen en nadat alle controles waren uitgevoerd, wat hoger bleek te
zijn. Op basis van de definitieve cijfers had de korting in plaats van 0,5%, gelijk kunnen zijn aan
0,21%.
Omdat de dekkingsgraad van het fonds eind mei 2014 nog niet veel hoger lag dan het vereiste
minimum niveau van 104,6%, heeft het bestuur besloten om de korting van 0,5% te handhaven.
Gezien de ontwikeling van de rente acht het bestuur het zeer wel mogelijk dat dit beeld gedurende de
rest van dit jaar niet veel verbetert.
In mei 2014 is het voormalig kantoorpand, Prins Mauritsplein, verkocht.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
82
82
AVH JAARVERSLAG 2013
ACTUARIELE VERKLARING
Actuariële verklaring
Opdracht
Door Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Agrarische en Voedselvoorzieningshandel te ’sGravenhage is aan Aon Consulting Nederland cv de opdracht verleend tot het afgeven van een
actuariële verklaring als bedoeld in de Pensioenwet over het boekjaar 2013.
Gegevens
De gegevens waarop mijn onderzoek is gebaseerd, zijn verstrekt door en tot stand gekomen onder de
verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds.
Voor de toetsing van de fondsmiddelen en voor de beoordeling van de vermogenspositie heb ik mij
gebaseerd op de financiële gegevens die ten grondslag liggen aan de jaarrekening. De accountant
van het pensioenfonds heeft mij geïnformeerd over zijn bevindingen ten aanzien van de
betrouwbaarheid (materiële juistheid en volledigheid) van de basisgegevens en de overige
uitgangspunten die voor mijn oordeel van belang zijn.
Werkzaamheden
Ter uitvoering van de opdracht heb ik onderzocht of is voldaan aan de artikelen 126 tot en met 140
van de Pensioenwet. De door het pensioenfonds verstrekte administratieve basisgegevens zijn
zodanig dat ik die gegevens als uitgangspunt van de door mij beoordeelde berekeningen heb
aanvaard.
Als onderdeel van de werkzaamheden voor de opdracht:
• heb ik ondermeer onderzocht of de technische voorzieningen, het minimaal vereist eigen
vermogen en het vereist eigen vermogen toereikend zijn vastgesteld, en
• heb ik mij een oordeel gevormd over de vermogenspositie van het pensioenfonds.
Mijn onderzoek heb ik zodanig uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat
de resultaten geen onjuistheden van materieel belang bevatten. Ik heb mij een oordeel gevormd over
de waarschijnlijkheid waarmee het pensioenfonds de tot balansdatum aangegane verplichtingen kan
nakomen, mede in aanmerking nemend het financieel beleid van het pensioenfonds.
De beschreven werkzaamheden en de uitvoering daarvan zijn in overeenstemming met de binnen het
Koninklijk Actuarieel Genootschap geldende normen en gebruiken, en vormen naar mijn mening een
deugdelijke grondslag voor mijn oordeel.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
83
83
AVH JAARVERSLAG 2013
ACTUARIELE VERKLARING
Oordeel
De technische voorzieningen zijn, overeenkomstig de
uitgangspunten, als geheel bezien, toereikend vastgesteld.
beschreven
berekeningsregels
en
Gemeten naar de wettelijke maatstaf is ten aanzien van de verplichtingen, aangegaan tot
balansdatum, sprake van een reservetekort.
Met inachtneming van het voorafgaande heb ik mij ervan overtuigd dat is voldaan aan de artikelen 126
tot en met 140 van de Pensioenwet, met uitzondering van artikel 132.
Het pensioenfonds heeft het besluit genomen om de pensioenrechten en de pensioenaanspraken per
1 april 2014 te korten. Deze korting is in aanmerking genomen bij de vaststelling van de technische
voorzieningen.
De vermogenspositie van Stichting Bedrijfspensioenfonds Agrarische en Voedselvoorzieningshandel
is naar mijn mening niet voldoende, vanwege het reservetekort.
Amsterdam, 19 juni 2014
Ir. Martin (P.M.) Wouda, AAG
verbonden aan Aon Consulting Nederland cv
Jaarverslag 2013 BPF AVH
84
84
AVH JAARVERSLAG 2013
CONTROLEVERKLARING
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Aan: het bestuur van Stichting Bpf voor de Agrarische en Voedselvoorzieningshandel
Verklaring betreffende de jaarrekening
Wij hebben de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening 2013 van Stichting Bpf voor de Agrarische
en Voedselvoorzieningshandel te Rijswijk gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per
31 december 2013 en de staat van baten en lasten over 2013 met de toelichting, waarin zijn
opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere
toelichtingen.
Verantwoordelijkheid van het bestuur
Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het
stichtingskapitaal en reserves en het saldo van baten en lasten getrouw dient weer te geven, alsmede
voor het opstellen van het verslag van het bestuur , beide in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 van
het in Nederland geldende Burgerlijk Wetboek (BW). Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor een
zodanige interne beheersing als het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening
mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze
controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de
Nederlandse controlestandaarden. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische
voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van
zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de
bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk
van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de
risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.
Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in
aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld
daarvan, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden.
Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de
effectiviteit van de interne beheersing van de stichting. Een controle omvat tevens het evalueren van
de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid
van de door het bestuur van de stichting gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het
algehele beeld van de jaarrekening.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een
onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
85
85
AVH JAARVERSLAG 2013
CONTROLEVERKLARING
Oordeel
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het
stichtingskapitaal en overige reserves van Stichting Bpf voor de Agrarische en
Voedselvoorzieningshandel per 31 december 2013 en van het resultaat over 2013 in
overeenstemming met Titel 9 Boek 2 van het in Nederland geldende Burgerlijk Wetboek (BW).
Paragraaf ter benadrukking van kortingsmaatregelen
Wij vestigen de aandacht op pagina 21 van het verslag van het bestuur en pagina 67 van de
jaarrekening, waarin het bestuur meldt besloten te hebben per 1 april 2014 over te gaan tot het korten
van de opgebouwde aanspraken en rechten en waarin is toegelicht dat deze korting is verwerkt in
deze jaarrekening. Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.
Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn
gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het verslag van het bestuur , voor zover wij dat kunnen
beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 BW is opgesteld, en of de in artikel 2:392 lid 1 onder b tot
en met h BW vereiste gegevens zijn toegevoegd. Tevens vermelden wij dat het verslag van het
bestuur, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in
artikel 2:391 lid 4 BW.
Rotterdam, 19 juni 2014
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.
Origineel getekend door
drs. F.J. van Groenestein RA
Jaarverslag 2013 BPF AVH
86
86
AVH JAARVERSLAG 2013
AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN
Afkortingen en begrippen
Aanwezig vermogen
ABTN
ANW-hiaat
ALM
Asset
Basispunt
Benchmark
Commodities
Compliance
Continuïteitstoets
Corporate governance
Dekkingsgraad
Duration
Durationverlenging
Duration-mismatch
Feitelijke premie
Financiële instrumenten
FTK
Future
FVP-bijdrage
Geamortiseerde kostprijs
Gedempte premie
Toeslag
Toeslagmatrix
Inflatie
Totale activa minus de overige schulden en overlopende passiva.
Actuariële en bedrijfstechnische nota.
Een wettelijke voorziening voor mensen die hun partner door
overlijden verliezen. Bij overlijden vormt de ANW samen met het
partnerpensioen van het pensioenfonds de basis van de financiële
zorg voor de partner.
Asset-liability management; een analyse van de onderlinge
samenhang van de ontwikkeling van beleggingen en verplichtingen ter
toetsing van het premie-, beleggings- en toeslagenbeleid.
Beleggingscategorie.
0,01 procentpunt.
Norm waarmee kosten en prestaties van instellingen uit dezelfde
sector worden vergeleken.
Beleggingen in goederen en grondstoffen (verbruiksartikelen).
Handelen in overeenstemming met (in- en externe) wet- en
regelgeving en integriteitsbeleid.
Toets bedoeld om inzicht te geven in de financiële opzet van een
pensioenfonds en een oordeel te geven over de continuïteit van het
fonds.
Goed ondernemingsbestuur, gericht op (het toezien op) integer en
transparant handelen en het afleggen van verantwoording daarover.
De mate waarin de toegezegde pensioenverplichtingen zijn gedekt
door aanwezig vermogen.
De gewogen gemiddelde looptijd van cashflows van vastrentende
waarden.
Het verlengen van de duration van de portefeuille.
Het verschil in duration tussen de beleggingen en de
pensioenverplichtingen.
De daadwerkelijke premie die betaald wordt door de werkgever en de
deelnemers in de pensioenregeling.
Omvatten ‘primaire’ financiële instrumenten zoals vorderingen en
schulden en afgeleide financiële instrumenten zoals opties,
termijncontracten en swaps.
Financieel Toetsingskader.
Een op de beurs verhandeld termijncontract met verplichte levering
van de onderliggende waarden in de toekomst tegen een vooraf
vastgestelde prijs.
Een bijdrage aan het beperken van de pensioenbreuk bij
werkloosheid.
Het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder
aftrek van transactiekosten.
De berekening van de jaarlijkse premie op basis van grondslagen
anders dan de kostendekkende premie door rekening te houden met
verwachtingen en/of historische rendementen.
Aanpassing van de opgebouwde pensioenrechten en –aanspraken
aan de algemene loon- of prijsontwikkeling in enig jaar; de toeslag is
strikt voorwaardelijk.
Een belangrijk instrument bij het vormgeven van het toeslagbeleid van
pensioenuitvoerders; de matrix zorgt voor consistentie tussen de
toeslag-ambitie, de financiering, de toekenning en de voorlichting over
het toeslagbeleid.
Geldontwaarding.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
87
87
AVH JAARVERSLAG 2013
AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN
Kostendekkende premie
Normportefeuille
Private Equity
Rentetermijnstructuur
Receiver swaption
Slapers
STAR
SUDO
Swap
Swaption
Valutarisico
Vastgoedfondsen
Vastrentende waarden
Verantwoordingsorgaan
Visitatiecommissie
VUT
(Wet) BPF
Zakelijke waarden
Z-score
De premie die gelijk is aan de actuarieel benodigde premie voor de
inkoop
van
de
onvoorwaardelijke
onderdelen
van
de
pensioentoezegging.
De vooraf gedefinieerde samenstelling van de beleggingsportefeuille
met
bijbehorende
benchmarks,
waaraan
de
behaalde
beleggingsrendementen achteraf worden getoetst.
Participatie in het risicodragend vermogen van niet-beursgenoteerde
ondernemingen.
Een grafiek die het verband weergeeft tussen de looptijd van een
vastrentende belegging enerzijds en de daarop te ontvangen
marktrente anderzijds.
De verkoper verplicht zich bij uitoefening van het recht op de
uitoefendatum tot het betalen van een vaste rente over de hoofdsom
in ruil voor een variabele rente over de hoofdsom. De verkoper
ontvangt een premie voor het afsluiten van de swaption.
Persoon die niet langer actief aan de pensioenregeling deelneemt
(pensioenopbouw vindt dus niet meer plaats), maar voor wie wel
pensioenaanspraken opgebouwd zijn.
Stichting van de Arbeid.
Substitute user do. Staat de directie toe machtiging te verlenen aan
bepaalde gebruikers (of gebruikersgroepen) om een aantal (of alle)
opdrachten uitvoeren als root of een andere gebruiker bij het
verstrekken van een audit trail van de commando's en hun
argumenten.
Een overeenkomst tussen twee partijen waarbij wordt afgesproken om
gedurende een bepaalde periode bepaalde betalingen met elkaar uit
te wisselen, bijvoorbeeld het ruilen van vaste rentebetalingen en
variabele rentebetalingen.
Een optie op een swap waarbij de eigenaar van de swaption het recht
heeft, maar niet de verplichting, om een swap tegen vooraf bepaalde
voorwaarden af te sluiten op of voor de expiratiedatum van de
swaption.
Het risico dat de waarde van een financieel instrument zal fluctueren
als gevolg van veranderingen in valutawisselkoersen.
Een beleggingsfonds waarvan het kapitaal is belegd in vastgoed.
Beleggingen met een vaste looptijd en een overeengekomen plan van
rente en aflossing, zoals onderhandse leningen, obligaties en
hypothecaire leningen.
Een orgaan waaraan het bestuur van het pensioenfonds
verantwoording moet afleggen.
Beoordeelt minimaal één keer in de drie jaar het functioneren van het
pensioenfonds en bestaat ten minste uit drie externe deskundigen.
Regeling Vervroegd Uittreden.
(Wet betreffende verplichte deelneming in) Bedrijfs(tak)pensioenfonds
Aandelen, private equity, commodities en onroerend goed.
Een maatstaf die het verschil meet tussen het feitelijk behaald
rendement en het rendement van de vooraf gedefinieerde
normportefeuille, rekening houdend met kosten. De Z-score is één
van de criteria op grond waarvan eventueel kan worden afgezien van
de verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds.
Jaarverslag 2013 BPF AVH
88
88
AVH JAARVERSLAG 2013
NEVENFUNCTIES VAN (PLV) BESTUUR
Nevenfuncties van (plv) bestuur
Bestuur
Nevenfunctie
Mevrouw. J.A.M. Bergervoet
Vakbondsbestuurder FNV Bondgenoten
Werknemersvoorzitter VUGaard
Werknemersvoorzitter van Opf Coöp Pensioenfonds
Werknemersvoorzitter Bpf Groothandel in Levensmiddelen
Werknemersvoorzitter Bpf Drankindustrie
Werknemersvoorzitter GF Groothandelsfonds
Lid Vaste Commissie VUT/Prepensioenfonds
Textielgroothandel
Lid aanslutingscommissie Bpf Groothandel in Levensmiddelen
Lid commissie van Advies VUT-fonds Technische Groothandel
Lid beleggingscommissie Opf Coöp Pensioenfonds
Lid beleggingscommissie Bpf Drankindustrie
Vereffenaar VUT-fonds ETD
Onbezoldigd vicevoorzitter Wijkoverleg Assendelft
(gemeente Zaanstad)
O.F. Boersma
Directeur Gemzu
Secretaris NGZO
Bestuurslid (plv.) Vupak
Bestuurslid (plv.) PZ
Bestuurslid (plv.) FKB
Bestuurslid (plv.) Eucolait
T.J.C. van den Brekel *)
Administrateur Nederlandse Aardappel Organisatie
Lid studiecommissie Bpf AVH
Lid communicatie commissie Bpf AVH
Lid commissie risicomanagement Bpf AVH
DGA Timo van den Brekel beheer bv
Mevrouw. F. Bugdayci-Karatas***)
Vakbondsbestuurder FNV Bondgenoten
Bestuurslid Vut-ei
Mevrouw C.L Hagen***)
Secretaris Anevei
Bestuurslid CCvD – IKB Ei
Bestuurslid EEPA
Bestuurslid EEPTA
Bestuurslid IEC / EPI
Bestuurslid (plv.) PPE
Bestuurlid (plv.) Avined
Bestuurslid (plv.) Vut- Ei
Bestuurslid (plv.) Ovoned
Lid Adviescommissie pluimveegezondheidszorg PPE
Lid van het College van Belanghebbenden Stichting
Gebordge Dierenarts
Lid Ketenberaadsgroep diervoeder-dierlijke productie (PDV)
Lid (plv.) GMP + Production Committee
Lid deskundigheidsgroep Eieren
Lid van het basisoverleg LNV bij uitbraak dierziekten (LNV)
Lid regulier overleg warenwet (VWS)
Lid deskundigenoverleg Productwetgeving Levensmiddelen
Lid Welfare Quality
Lid werkgroep reduceren AI risico
A.M. Hess
Beleidsmedewerker Gemzu
Directeur Stichting kwaliteitszorg Boerenkaas
Secretaris BeNeluxSmelt
Jaarverslag 2013 BPF AVH
89
89
AVH JAARVERSLAG 2013
NEVENFUNCTIES VAN (PLV) BESTUUR
Secretaris Stichting Nederlandse Zuivelbeurs
Secretaris VAK
Bestuurslid PKP
Bestuurslid FKB
Bestuurslid Vupak
Voorzitter beleggingscommissie Bpf AVH
Lid studiecommissie Bpf AVH
Lid communicatie commissie Bpf AVH
Lid commissie risicomanagement Bpf AVH
M.R. Klunder **)
Vakbondsbestuurder FNV Bondgenoten
Lid studiecommissie Bpf AVH
C. Lonsain
Financieel adviseur CNV Dienstenbond
Bestuurslid Stichting Pensioenfonds voor de Nederlandse
Groothandel.
Bestuurslid Bpf voor de Handel in Bouwmaterialen.
Bestuurslid Bpf Particuliere Beveiliging
Bestuurslid Bpf Wonen.
Lid communicatie commissie Bpf AVH
Lid commissie risicomanagement Stichting Pensioenfonds voor
de Nederlandse Groothandel
Lid commissie risicomanagement Bpf AVH
Lid commissie Jaarwerk en DVO Bpf Wonen
N. Meijer
Vakbondsbestuurder FNV Bondgenoten
Voorzitter WesB
Bestuurslid Stimegro
Bestuurslid KC Handel
Bestuurslid Stichting opleidingsfonds detailhandel
Bestuurslid socialfonds bloemen detailhandel
Bestuurslid socialfonds tuincentrumbranche
Bestuurslid socialfonds voor de boekhandel en de
kantoorvakhandel
Bestuurslid hoofdbedrijfschap detailhandel
Arbeidslid FKB WTG connissie
Lid studiecommissie Bpf AVH
Lid commissie risicomanagement Bpf AVH
Lid beleggingscommissie Bpf AVH
Lid fusie werkgroep Bpf Wonen en Bpf Detailhandel
H. Molenaar
Secretaris/penningmeester Frugi Tel
Bestuurder Stichting Remedium AG
Lid scholingscommissie GF Groothandelsfondsen
Bestuurslid Stichting VUGaard
Penningsmeester Stichting Preventiefonds GF Groothandel
Lid MR / GMR Stichting PCPO Westland
Controller/ Financieel manager Frugi Venta
Eigenaar Molenaar Consultancy
Lid Preventiefonds Groothandel in Groenten en Fruit
R.C.R.M. Peeters
Directeur van PVA Financieel BV
Voorzitter van de Vereniging van Eigenaren Greenparc te
Bleiswijk
Penningmeester van Stichting het Groene Kruis te Maasland
Penningmeester van de Katholieke Bijbelstichting te Den Bosch
Bestuurslid (plv.) GF Groothandelsfonds
Bestuurslid (plv.) VUGaard
Lid van de Raad van Commissarissen van Adveniat
Lid werkgroep tender actuariaat Bpf AVH
Jaarverslag 2013 BPF AVH
90
90
AVH JAARVERSLAG 2013
NEVENFUNCTIES VAN (PLV) BESTUUR
Lid werkgroep governance Bpf AVH
H.J Vellenga
Vakbondsbestuurder FNV Bondgenoten
Bestuurslid Stichting opleidingdfonds Levensmiddelen
Bestuurslid Opf Campina
L.A.M. Welschen
Vicevoorzitter VUGaard
Vicevoorzitter GF Groothandelsfonds
Voorzitter Stichting Preventiefonds GF Groothandel
Bestuurslid Stichting Remedium Agrarische Groothandel
Lid studiecommissie Bpf AVH
Bestuurslid Fair Produce
Mevrouw P.M.B. Wilson
Financieel adviseur CNV Dienstenbond (tot 01-09-2013)
Bestuurslid Bpf Groothandel in Levensmiddelen
Bestuurslid SBZ
Bestuurslid Opf Coöp Pensioenfonds
Bestuurslid NN cdc pensioenfonds (vanaf 01-09-2013)
Lid beleggingscommissie Bpf AVH
Lid communicatie commissie Bpf AVH
Lid studiecommissie Bpf AVH
Voorzitter werkgroep Governance Bpf AVH
Lid beleggingscommissie Bpf Groothandel in Levensmiddelen
Lid communicatie commissie Bpf Groothandel in
Levensmiddelen
Voorzitter commissie bestuursmodellen Bpf Groothandel in
Levensmiddelen
Lid beleggingscommissie Opf Coöp Pensioenfonds
Lid klankbordgroep Opf Coöp Pensioenfonds
Lid pensioencommissie Opf Coöp Pensioenfonds
Portefeuillehouder Pensioen & Actuarieel NN cdc
Pensioenfonds
Portefeuillehouder vermogensbeheer NN cdc Pensioenfonds
Lid audit en compliance commissie SBZ
*) Onderhandelaar CAO Groente en Fruit Groothandel
**) Onderhandelaar CAO Partikulier Kaaspakhuisbedrijf
***) Onderhandelaar CAO Groothandel in Eieren
Jaarverslag 2013 BPF AVH
91
91
AVH JAARVERSLAG 2013
92
AVH JAARVERSLAG 2013
93
AVH JAARVERSLAG 2013
94
AVH JAARVERSLAG 2013
95
AVH JAARVERSLAG 2013
96
jaarverslag
2013
S T I C H T I N G B E D R I J F S P E N S I OE N F ON D S V OOR D E AG R AR I S C H E E N V OE DS ELVO O R ZI ENI NG S H A NDEL
Bpf AVH
Verrijn Stuartlaan 1e
2288 EK Rijswijk
Postbus 3144
2280 GC Rijswijk
Tel.: 070 - 338 10 20
Fax: 070 - 350 35 31
[email protected]
www.bpfavh.nl
De route naar een
nieuw pensioenstelsel