Partij voor de Dieren

Aan het lid van P rovinciale Staten,
mevrouw A. Hazekamp
\ '
Postbus 610
9700 A P
Groningen
't-'JJEftf -ü*i"5
050 316 49 II
050 316 49 33
Datum
Briefnummer
Zaaknummer
Behandeld door
Telefoonnummer
E-mail
Antwoord op
Bijlage
Ondenwerp
2 I JAN. 2014
2014-01350/4/A.8, LGW
494304
Vos R.
(050)316 4518
[email protected]
uw brief d.d. 5 december 2013
1
Schriftelijke vragen Statenfractie P artij voor de Dieren nav
uitspraak Raad van State over jagen op vossen met gebruik
van kunstlicht
Geachte mevrouw Hazekamp,
(U^
Hierbij sturen wij u de beantwoording op de door u gestelde vragen met betrekking
tot de uitspraak van de Raad van State ten aanzien van het doden van vossen met
gebruik van kunstlicht.
Vraag 1. Bent u op de hoogte van de uitspraak van de Raad van State?
Antwoord: Ja
Vraag 2. Kunt u aangeven hoe u het verbod op het 's nachts jagen op vossen en
konijnen gaat communiceren en handhaven?
Antwoord: De uitspraak van de Raad van State heeft op de eerste plaats
betrekking op de ontheffingen van Fryslan en Noord-Holland. Op de tweede plaats
is de uitspraak van invloed op nieuwe ontheffingen. De ontheffing voor het gebruik
van kunstlicht in Groningen is door het verstrijken van de bezwaar- en
beroepsperiode onherroepelijk. Dit betekent dat de ontheffing voor het gebruik van
kunstlicht van kracht blijft tot de einddatum van de ontheffing, 1 april 2014. Graag
vestigen wij uw aandacht op een brief van Staatsecretaris Dijksma aan de Tweede
Kamer over deze kwestie. In deze brief omschrijft de Staatssecretaris de ontstane
situatie en geeft aan dat zij werkt aan een oplossing. Gezien de door de
Staatssecretaris beschreven situatie zien wij geen reden om de ontheffing
voortijdig in te trekken.
06-HB-SG-001
OG praviücie Grortingan werkt v ^ia 's
Dit h^röv^st \np.di u op onsa v "^
â– \\. ïf m
1160
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Groningen:
voorzitter.
secretaris.
Bijlagen:
Nr.
Titel
1
Benei ux-overeenkomst Jacht en
Vogelbescherming
Bijgevoegd
ja
Ter inzage in
de Statenkast
Ministerie van Economische Zaken
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Binnenhof 4
2513 AA 's-GRAVENHAGE
Directoraat-generaal Natuur
& Regio
Programmadirectie Juridisch
instrumentarium Natuur en
Gebiedsinrichting
Bezoekadres
Bezuldenhoutseweg 73
2594 AC Den Haag
Postadres
Postbus 20401
2500 EK Den Haag
Factuuradres
Postbus 16180
2500 BD Den Haag
Datum
Betreft
06 december 2013
Benelux-overeenkomst ]acht en Vogelbescherming
Geachte Voorzitter,
Overheidsidentificatienr
00000001003214369000
T 070 379 8911 (algemeen)
www.rijksoverheid.ni/ez
Ons kenmerk
DGNR-PDJNG / 13180262
Op 4 december 2013 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State (hierna: de Afdeling) ontheffingen van provincies Fryslan en Noord-Holland
voor het gebruik van lichtbakken bij de bestrijding van vossen, vernietigd.
Volgens de Afdeling was de ontheffing in strijd met de Benelux-overeenkomst
Jacht en Vogelbescherming. De overheid ging er totnogtoe vanuit dat de
bepalingen van deze overeenkomst niet van toepassing waren op activiteiten in
het kader van beheer en schadebestrijding in de zin van de Flora- en faunawet.
De Afdeling schuift dit uitgangspunt terzijde. Dat heeft gevolgen voor de
effectieve en efficiënte uitvoering van beheer en schadebestrijding.
De overeenkomst bevat afspraken tussen België, Luxemburg en Nederland gericht
op de bescherming van in het wild levende dieren tegen stroperij. De Beneluxovereenkomst wijst 48 verschillende diersoorten aan als wildsoort, waarónder het
wild zwijn, de vos en de grauwe gans. Voorts behelst de overeenkomst dat
lidstaten het gebruik van het jachtgeweer verbieden tussen 1 uur na
zonsondergang en 1 uur vóór zonsopgang, evenals het gebruik van jachtmiddelen
en methoden die de stroperij kunnen ondersteunen, zoals kunstmatige
lichtbronnen. In de overeenkomst is bepaald dat het Comité van Ministers van de
Benelux Unie bij beschikking een lijst vaststellen van de middelen die lidstaten
voor de jacht toestaan. De overeenkomst biedt slechts beperkte ruimte om op
nationaal niveau van deze afspraken af te wijken.
De Afdeling oordeelt dat de bepalingen van de overeenkomst niet alleen gelden
voor de uitoefening van het jachtrecht, maar ook bij afschot van wilde dieren bij
beheer of schadebestrijding. De Afdeling volgt daarin het Gerechtshof van de
Benelux Unie, dat in maart 2013 over de zaak oordeelde naar aanleiding van
vragen van de Afdeling. Het Gerechtshof oordeelde dat jacht op de in de
overeenkomst aangewezen wildsoorten ook omvat het bestrijden van vossen ter
bescherming van de weidevogelstand. Dat het gebruik van het jachtrecht tegen
vossen in de Nederlandse wetgeving verboden is en uitsluitend beheer of
schadebestrijding wordt toegestaan, doet daar niets aan af.
Pagina 1 van 2
Directoraat-generaal Natuur
& Regio
Programmadirectie Juridisch
instrumentarium Natuur en
Gebiedsinrichting
De toepassing van de Benelux-jachtregelgeving heeft consequenties voor de
wijze waarop gedeputeerde staten invulling kunnen geven aan hun taken voor
beheer en schadebestrijding. Dit vind ik niet wenselijk. Indien de provincies de
populaties van de aangewezen wildsoorten niet langer effectief kunnen beheren,
ontstaan er risico's voor publieke belangen zoals verkeersveiligheid en
dierziektebestrijding. Bovendien veroorzaakt een deel van de aangewezen soorten
jaarlijks aanzienlijke schade aan landbouwgewassen, vee en visserij.
De beperkingen die de Benelux-overeenkomst aan de uitoefening van beheer en
schadebestrijding oplegt, zijn mijns inziens ook niet nodig. Beheer en
schadebestrijding is in de Flora- en faunawet gebonden aan strikte voorwaarden
die voortvloeien uit de Europese vogel- en habitatrichtlijn.
DGNR-PDJNG / 13180262
Deze zomer heb ik de problematiek, die nu voor Nederland dreigt te ontstaan,
onder de aandacht gebracht van de Secretaris-generaal van de Benelux Unie en
de andere Benelux-partners. De partijen van de Benelux Unie zijn het onderling
vooralsnog met Nederland eens dat de afspraken in de Benelux-overeenkomst
niet bedoeld waren om regels te stellen over de uitvoering van beheer en
schadebestrijding (Beschikking van het Comité van Ministers van 24 april 2012).
Wijziging van een Benelux-overeenkomst neemt tijd in beslag. Het wijzigingsbesluit van het Comité van Ministers kan alleen in werking treden nadat de
nationale parlementen de wijziging hebben geratificeerd. Gedeputeerde staten,
verantwoordelijk voor de uitvoering en bekostiging van beheer en
schadebestrijding, kunnen de uitkomst van een dergelijke procedure niet
afwachten. Zij hebben nu duidelijkheid nodig, willen zij hun taken efficiënt en
effectief kunnen uitoefenen. Mede gelet op wat hiervoor al over de kaders van de
Flora- en faunawet werd opgemerkt, vind ik dat gedeputeerde staten de huidige
praktijk van beheer en schadebestrijding binnen de kaders van de Flora- en
faunawet moeten kunnen voortzetten, waar nodig in afwijking van de bepalingen
van de Benelux-overeenkomst.
Daarom heb ik vooruitlopend op de uitspraak van de afdeling de Secretarisgeneraal van de Benelux Unie schriftelijk medegedeeld dat Nederland een beroep
zal doen op het recht van lidstaten om van de overeenkomst af te wijken indien
dat nodig is voor natuurbeheer of ter voorkoming of bestrijding van schade.
De overeenkomst staat dit toe onder voorwaarde dat het Comité van Ministers van
de Benelux Unie daarmee binnen 3 maanden na de mededeling heeft ingestemd
(artikel 13 van de Benelux-overeenkomst). Mijn inzet richt zich erop om die
toestemming te krijgen.
(w.g.)
Sharon A.M. Dijksma
Staatssecretaris van Economische Zaken
Pagina 2 van 2