Lezing Starred Up / door Gawie Keizer, 30 oktober 2014

Lezing Starred Up / door Gawie Keizer, 30 oktober 2014
Hoe de menselijke maat verloren gaat in de machinerie van bureaucratische sociale
instanties vormt de rode draad in een van de meest fascinerende subgenres in de
cinematografie: de gevangenisfilm.
Zoals Gabriel van den Brink in zijn bijdrage aantoont, spelen grote delen van ons leven
zich af in relatie tot instituties, zeker in het kader van de participatiesamenleving.
Professionele organisaties regelen de solidariteit in Nederland. Maar hierin ontstaat
een spanning tussen het oorspronkelijke motief, gebaseerd op menselijke emoties, op
humaniteit, en het systeem dat anoniem, grootschalig en bureaucratisch van karakter
is.
Van den Brink: ‘Daar ontstaat het risico dat je de verbinding kwijt raakt met de
oorspronkelijke motieven. Je moet juist in de hele werking van de organisatie –
daarmee bedoel ik ook de overheid en de samenleving – een relatie houden met het
hart: de eigenlijke motieven en waarden.’
Als het element humaniteit onder druk komt te staan, kristalliseert zich de kernvraag
uit: wat is er voor nodig dichterbij de essentie — het menselijke — te komen?
Nu, de gevangenisfilm. De film van vandaag, Starred Up, is een kerntekst in de canon.
Naast klassiekers zoals Don Siegels excellente Escape from Alcatraz (1979).
Beide werken hebben identieke openingsscènes waarin het hoofdpersonage bij
aankomst in de gevangenis een vernederend medisch onderzoek ondergaat, alsof hij
een nieuw te vormen onderdeel van de machine is, waarna hij een gesloten wereld
van wanhoop en geweld betreedt.
De kracht van het genre zit ’m in die strenge grenzen, wat in Siegels film het mooist
blijkt wanneer de gevangenisdirecteur tegen de pas gearriveerde en onderzochte Clint
Eastwood uitlegt dat de buitenwereld vanaf dit moment niet meer voor hem bestaat.
Geen kranten, geen informatie. Behalve ‘datgene wat wij tegen jullie vertellen’.
De machine komt eerst, dan het onderdeel. Zo krijgt dit soort films iets van een
experiment. Hoe ontwikkelen mensen zich zonder contact met de maatschappij? Wat
voor ‘maatschappij’ ontstaat er binnen de grenzen van de gevangenis? Ondanks de
isolatie van setting en personage vertellen de antwoorden op deze vragen juist veel
over de wereld daarbuiten. Ze laten zien hoe menselijkheid teloor gaat — paradoxaal
in een proces dat deel zou moeten uitmaken van een samenleving waarin zorg en
solidariteit kernwaarden zijn.
Dit soort films vormen een gesloten systeem waarin regels niet alleen bepalen hoe de
regisseur zijn verhaal moet vertellen, maar waarin die vooral ook vormgeven aan het
bestaan van de ingezetenen. De regels zijn als smeerolie in de radertjes van de
machine; daarzonder komt alles tot stilstand. En volgt de chaos.
Dit creëert een spanningsveld tussen schema en variatie. Tussen stilstand en
beweging. Wat het verhaal is, weten we wel; we kennen de gevangenisfilm, we weten
dat de mensen die er zitten ‘beesten’ zijn die hun kans hebben gehad. Schema, dus.
Vervolgens de vraag: is er variatie mogelijk? Kan het ook anders?
Deze vraag staat in dikke, rode letters gesuperimponeerd over iedere scène in
Starred Up. Het is een film vol ‘schema’: opgesloten criminelen verminken en
vermoorden elkaar terwijl de machinerie, de directie en personeelsleden, toekijken,
en zelfs actief meedoen.
Hoofdpersoon Eric is in eerste instantie een schoolvoorbeeld van een jeugdcrimineel
vol woede en geweld, iemand waarover dagelijks valt te lezen in krantenberichten
over zinloos geweld, of een schimmige figuur die op beelden van bewakingscamera’s
verschijnt en waarover de politie in programma’s als Opsporing Verzocht vraagt om
informatie van het publiek.
Tijdens zijn eerste dag in de gevangenis raakt Eric al betrokken bij vechtpartijen. Hij is
nog jong, een jaar of twintig, maar hij weet precies hoe je een plastic scheermes en
een tandenborstel moet omtoveren tot een gevaarlijk steekwapen.
Voor hem lijkt er geen verlossing mogelijk. Hij is onbereikbaar, onberekenend en
zonder enig vooruitzicht behalve een leven achter tralies, in alles een gevangene van
‘schema’.
Een van de directeuren is een beul die achter een façade van Britse burgerlijkheid
schuilt: net gekamd haar, middenklasse accent, grijs pak. Het hoofd van de
gevangenis is een blonde vrouw die harde beslissingen achteloos neemt.
Oliver is een therapeut die als vrijwilliger groepsgesprekken met de gevangenen voert
waarmee hij succes lijkt te boeken, ook met Eric die na diverse geweldsuitbarstingen
aan zo’n sessie deelneemt.
Wrang is dat Eric in opdracht van zijn vader Neville in het groepje van Oliver
plaatsneemt. Waarom Neville dit wil, is eerst niet duidelijk. Misschien wordt hij
gemotiveerd door schaamte. Nu zijn zoon in dezelfde gevangenis als hij vastzit is
Neville kwetsbaar. Een vader zijn is iets anders dan de sterke man spelen die het
reilen en zeilen in deze microkosmos als geen ander kent.
Binnen het dwangbuis van ‘schema’ tonen zich de eerste tekenen van ‘variatie’: een
vader die geen tough guy meer kan zijn, een zoon die ontdekt dat hij liefde kan voelen.
Starred Up gaat over de mogelijkheid van hoop voor iedereen. Het idee van
verandering zit al in de titel, een verwijzing naar een jeugdcrimineel die ‘promotie’
krijgt wanneer hij naar een gevangenis voor volwassenen gaat. Maar ook: ‘verheffing’
(variatie, dus). Is zoiets mogelijk voor mensen als Eric en Neville, juist in die wereld
waarin alles zo vaststaat (schema)?
Ja, luidt het antwoord in Starred Up — mits je buiten de kaders van regels en
conventies denkt.
Deze film laat zien dat er mensen schuilen achter de hoodies, de tatoeages en de
glimmende spieren. Het ontkennen van deze menselijkheid betekent het verwijderen
van de smeerolie — het menselijk gevoel als basiswaarden- en motieven in de
samenleving — waardoor alles tot stilstand komt.
Aan de andere kant: de kans is levensgroot dat ik zojuist een verhaal vol idealisme
heb gehouden, vol cliché.
Maar dit is wat film doet: dilemma’s verbeelden — en een dilemma is bij uitstek
schema, stilstand — en vervolgens de mogelijkheid van beweging — variatie —
onderzoeken.
Een film, een verhaal, bestaat bij de gratie van de beweging, in de vorm van
narrativiteit en karakterontwikkeling. Een verhaal is niet het echte leven, of misschien
wel?