Klik hier

Fisconetplus5.7.0.1-ServicePubl
icFédéralFinances
Page1of4
Propriétés
Type de document : Communications
Titre : 23.07.2014 - Bericht aan de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing die in artikel 228, § 3
van het Wetboekvan de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) bedoelde inkomsten betalen of
toekennen aan niet-rijksinwoners
Exercice d'imposition : 2014
Date du document : 23/07/2014
Source du document : B.S., 23.07.2014, p. 55254
Mots clefs : belasting van niet-inwoners / belastbare grondslag in de BNI / belastbaar inkomen /
bedrijfsvoorheffing
Langue du document : NL
Nom : 23.07.2014 - Bericht aan de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing die in artikel 228, § 3
van het Wetboekvan de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) bedoelde inkomsten betalen of
toekennen aan niet-rijksinwoners
Version : 1
Algemene administratie van de Fiscaliteit - Inkomstenbelastingen
23.07.2014 - Bericht aan de schuldenaars van de bedrij
fsvoorheffing die in artikel 228, § 3
van het W etboekvan de inkomstenbelastingen 1992 (W IB 92) bedoelde inkomsten
betalen of toekennen aan niet-rij
ksinwoners
B.S., 23.07.2014, p. 55254
Met het koninklijkbesluit van 4 maart 2013 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stukvan de
bedrijfsvoorheffing (BS 8.3.2013) werd artikel 87, 5°, KB/WIB 92 aangevuld zodat op de vanaf 1
maart 2013 betaalde of toegekende inkomsten die zijn vermeld in artikel 228, § 3, WIB 92
bedrijfsvoorheffing verschuldigd is.
Huidig bericht heeft tot doel enkele praktische aangelegenheden inzake de toepassing van voormeld
koninklijkbesluit toe te lichten.
1) Wie is bedrijfsvoorheffing verschuldigd ?
De bedrijfsvoorheffing is verschuldigd door degenen die als schuldenaar, bewaarder, mandataris of
tussenpersoon de in punt 2 hierna vermelde inkomsten betalen of toekennen.
2) Op welke inkomsten is bedrijfsvoorheffing verschuldigd ?
De bedrijfsvoorheffing is in principe verschuldigd op de in artikel 228, § 3, WIB 92 bedoelde
inkomsten.
De in artikel 228, § 3, WIB 92 bedoelde inkomsten zijn de volgende winst of baten, die
voortkomen uit de levering van diensten :
- de winst die niet door bemiddeling van een Belgische inrichting is opgebracht en die niet voortkomt
uit :
a)de vervreemding of de verhuring van in Belgiëgelegen onroerende goederen, noch uit de
vestiging of de overdracht van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende
rechten op dergelijke goederen;
b)in Belgiëgedane verrichtingen van buitenlandse verzekeraars die er gewoonlijkandere contracten
dan herverzekeringscontracten inzamelen;
c)de hoedanigheid van vennoot in vennootschappen, samenwerkingsverbanden of verenigingen die
krachtens artikel 29, § 2, WIB 92, geacht worden verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid te zijn;
d)werkzaamheden uitgeoefend door een in artikel 227, 2°, WIB 92 vermelde niet-inwoner in een
Belgische inrichting waarover een andere in artikel 227, 2°, WIB 92, vermelde niet-inwoner
http://
ccff02.minfin.fgov.be/KMW eb/document
.do?method=view&nav=1&i
d=d5cb6...
24/07/2014
Fisconetplus5.7.0.1-ServicePubl
icFédéralFinances
Page2of4
beschikt, of uit de uitoefening door die niet-inwoner van een opdracht of van functies in de zin van
artikel 32, eerste lid, 1°, WIB 92 in een binnenlandse vennootschap;
- de baten die voortkomen uit een in het buitenland uitgeoefende werkzaamheid;
- de winst (zoals hierboven in het eerste streepje onder a), b) en c) omschreven) en baten die
betrekking hebben op een vorige zelfstandige beroepswerkzaamheid die in het buitenland werd
uitgeoefend door de verkrijger of door de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is.
Voormelde inkomsten zijn daarenboven slechts overeenkomstig artikel 228, § 3, WIB 92 belastbaar
indien :
- die winst of baten ten laste zij
n van
- een rijksinwoner;
- een binnenlandse vennootschap of een vereniging, instelling of lichaam met maatschappelijke
zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer in België;
- de Belgische Staat, Gemeenschappen, Gewesten, provincies, agglomeraties, federaties van
gemeenten en gemeenten;
- een Belgische inrichting waarover een in artikel 227 bedoelde niet-inwoner beschikt;
- die winst of baten ingevolge een overeenkomst tot het vermij
den van dubbele belasting
belastbaar zij
n in België, of, wanneer dergelij
ke overeenkomst niet van toepassing is,
voor zover de belastingplichtige niet bewij
st dat de inkomsten daadwerkelij
kbelast
werden in de Staat waarvan hijinwoner is.
3) Minimumdrempel inzake verschuldigde bedrijfsvoorheffing en vaststelling van het bedrag van de
verschuldigde bedrijfsvoorheffing
Voor de toepassing van de bedrijfsvoorheffing wordt een de minimis drempel toegepast. Rekening
houdend met het gehanteerde kostenforfait van 50 %, betekent dit dat er geen bedrijfsvoorheffing
verschuldigd is op eerste schijf van 38.000 euro van de hiervoor omschreven (bruto) winst of baten.
Voormelde grens geldt per genieter, per jaar en dient door iedere schuldenaar afzonderlijk
beoordeeld te worden.
Voor het jaar 2013 moet deze grens niet worden verminderd in functie van het aantal maanden
waarin het koninklijkbesluit van 4 maart 2013 van toepassing was (zijnde 10/12).
Een administratief beroep kan worden ingediend tegen de in het verleden ten onrechte gestorte
bedrijfsvoorheffing.
Voorbeeld
Een Belgische vennootschap betaalt aan een Braziliaanse vennootschap een vergoeding voor het
leveren van technische diensten (de door de Braziliaanse verkregen winst is overeenkomstig het van
toepassing zijnde dubbelbelastingverdrag belastbaar in België, maar werd niet door bemiddeling van
een Belgische inrichting opgebracht en is niet beoogd in artikel 228, § 1 en § 2, WIB 92). Volgens
het van toepassing zijnde dubbelbelastingverdrag mag de belasting geheven op die beloningen niet
hoger zijn dan 10 pct. van het brutobedrag ervan.
De Belgische vennootschap betaalt aan de buitenlandse vennootschap tijdens het jaar 2014
volgende inkomsten :
27 mei 2014 : 15.000 euro
26 juni 2014 : 10.000 euro
24 oktober 2014 : 17.000 euro.
Op de betalingen van 27 mei en 26 juni is geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd. Hiervoor moet ook
geen aangifte in de bedrijfsvoorheffing worden ingediend.
Op de betaling van 24 oktober dient de verschuldigde bedrijfsvoorheffing te worden vastgesteld op
een bedrag van 4.000 euro (de verschuldigde bedrijfsvoorheffing bedraagt derhalve 660 euro, zijnde
4.000 x 50 % (kostenforfait) x 33 %). Deze verschuldigde bedrijfsvoorheffing dient in voorkomend
geval beperkt te worden tot het maximumbedrag aan belasting waarin het van toepassing zijnde
http://
ccff02.minfin.fgov.be/KMW eb/document
.do?method=view&nav=1&i
d=d5cb6...
24/07/2014
Fisconetplus5.7.0.1-ServicePubl
icFédéralFinances
Page3of4
dubbelbelastingverdrag voorziet (zijnde 17.000 euro x 10 % = 1.700 euro). Voor deze betaling dient
een aangifte in de bedrijfsvoorheffing te worden ingediend.
4) Bewijsvoering door de verkrijger van de inkomsten, wanneer op deze inkomsten geen
overeenkomst tot vermijden van dubbele belasting van toepassing is
De bedrijfsvoorheffing is niet verschuldigd indien de verkrijger van de inkomsten bewijst dat de
inkomsten daadwerkelijkbelast werden in de Staat waarvan hij inwoner is.
Wanneer is een inkomen "daadwerkelijkbelast" ?
Een inkomen is "daadwerkelijkbelast" wanneer dat inkomen in de desbetreffende Staat aan de
belasting onderworpen is en in die Staat geen enkele belastingvrijstelling geniet.
De vorm van die inkomstenbelasting is van geen belang : cedulaire of globale belasting, patentrecht,
belastingheffing op een reële of op een forfaitaire grondslag, enz.. Een inkomen wordt geacht
"daadwerkelijkbelast" te zijn wanneer het opgenomen is in de belastbare grondslag op basis
waarvan de belasting berekend wordt, zelfs wanneer er geen belasting verschuldigd is ten gevolge
van de aftrekvan uitgaven en lasten die werden gedragen om dat inkomen te verwerven of te
behouden, ten gevolge van de aftrekvan verliezen, ten gevolge van het toekennen van voordelen
wegens gezinslasten of ten gevolge van het toekennen van andere belastingvoordelen.
Wie moet het bewijs leveren ?
Het bewijs moet door de verkrijger van het inkomen worden geleverd.
Moet een bewijs worden geleverd wanneer de in punt 3) vermelde grens niet werd overschreden ?
Neen. In dat geval is er sowieso geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd.
Hoe moet het bewijs worden geleverd ?
De bedrijfsvoorheffing is verschuldigd op de datum van betaling of toekenning van het betreffende
inkomen. Op dat ogenblikkan de verkrijger echter nog niet aantonen dat het inkomen in zijn
woonstaat daadwerkelijkwerd belast, gezien de belastingheffing in de woonstaat normaliter slechts
naderhand geschiedt.
Vanuit de zorg om de verkrijger van de inkomsten te helpen met de bewijslast die ten zijnen laste
valt, wordt in het stadium van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing aanvaard dat de
bedrijfsvoorheffing niet verschuldigd is wanneer aan de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing een
verklaring wordt overgelegd, waarin de belastingautoriteit van de woonstaat van de verkrijger voor
echt verklaart dat de gerechtigde :
- een inwoner van de desbetreffende Staat is;
en
- in die Staat daadwerkelijkbelast wordt, of daadwerkelijkbelast zal worden, op de betrokken
inkomsten.
Een model van dergelijke verklaring wordt als bijlage bij dit bericht gevoegd. Het staat de verkrijger
van de inkomsten echter vrij om een andere verklaring voor te leggen, voor zover zij voldoet aan de
bovenvermelde voorwaarden (zo moet de verklaring inzonderheid uitgaan van de Staat waarvan de
verkrijger inwoner is).
De schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing is er toe gehouden om dit bewijsstukter beschikking te
houden van de administratie.
Er wordt een uitzondering gemaakt voor de vereiste dat per in aanmerking komende betaling een
attest afgeleverd moet worden. Voor dienstencontracten over een langere termijn (met meerdere
betalingen in één jaar) kan het attest gelden voor een kalenderjaar en voor alle betalingen die
ingevolge dat contract worden betaald. In dat geval dient het contract als bijlage bij het attest
toegevoegd te worden en dient in de hoofding van het attest het jaartal aangeduid te worden.
Is de bedrijfsvoorheffing verschuldigd indien de verkrijger geen dergelijke verklaring aan de
schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing verstrekt en de in punt 3 vermelde grens is overschreden ?
J
a.
http://
ccff02.minfin.fgov.be/KMW eb/document
.do?method=view&nav=1&i
d=d5cb6...
24/07/2014
Fisconetplus5.7.0.1-ServicePubl
icFédéralFinances
Page4of4
Er kan nadien een administratief beroep tegen de geheven bedrijfsvoorheffing worden ingediend,
indien alsnog het bewijs wordt geleverd dat de betrokken inkomsten daadwerkelijkin de woonstaat
van de verkrijger werden belast.
Dit bewijs kan worden geleverd met alle middelen van het gemeen recht, met uitzondering van de
eed.
Naargelang het geval kan daarvoor met name een door de buitenlandse belastingadministratie
opgesteld aanslagbiljet worden voorgelegd, of een verklaring van de betrokken buitenlandse
belastingadministratie dat het betrokken inkomen overeenkomstig de interne belastingwetgeving
daadwerkelijkaan de belasting onderworpen werd.
5) Gevolgen voor de verkrijger van de in artikel 228, § 3, WIB 92 bedoelde inkomsten
De in artikel 228, § 3, WIB 92 bedoelde inkomsten zijn belastbaar in de belasting van niet-inwoners.
De belasting is evenwel gelijkaan de verschuldigde voorheffing, die op die inkomsten betrekking
heeft. De verkrijger is dus niet verplicht deze inkomsten te vermelden in een aangifte in de belasting
van niet-inwoners.
De niet-inwoners die dergelijke inkomsten verkrijgen kunnen er evenwel voor opteren om deze in
een aangifte in de belasting van niet-inwoners aan te geven.
Indien de belastingplichtige er voor opteert om deze inkomsten te regulariseren via een aangifte,
dient hij steeds alle in artikel 228, § 3, WIB 92 bedoelde inkomsten te regulariseren, met inbegrip
dus van de eerste schijf van 38.000 euro waarop geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd is.
De bedrijfsvoorheffing die op die inkomsten betrekking heeft wordt bij de berekening van de
verschuldigde belasting verrekend.
BIJ
LAGE
http://
ccff02.minfin.fgov.be/KMW eb/document
.do?method=view&nav=1&i
d=d5cb6...
24/07/2014