demo - thalassa

Thalassa
3
handboek
B. Bernaert
D. De Queecker
K. Lembrechts
K. Vandendriessche
derde uitgave
editie 23/08/2014
Ten geleide
Lectuur van auteurs – met Herodotus als hoogtepunt – staat centraal in dit leerboek
Grieks voor het tweede leerjaar van de tweede graad.
Voor de herhaling en uitbreiding van de grammatica is achteraan in het handboek een verwerking en inoefening voorzien ('Annex') met systematische verwijzing naar Thalassa
Basisgrammatica.
Herhaling van het vocabularium kan aan de hand van de vele mogelijkheden van Thalassa
Basisvocabularium. Als in het eerste leerjaar van de tweede graad al ca.740 woorden zijn
ingestudeerd, dienen nog 60 woorden aangeleerd.
De auteurs houden zich graag ter beschikking van collega's voor verdere informatie.
Alle suggesties die de kwaliteit van het handboek kunnen verbeteren zijn welkom.
E-mail adres waarop we bereikbaar zijn: [email protected]
De auteurs
Bart Bernaert, Dominiek De Queecker, Koen Lembrechts, Koen Vandendriessche.
ALLES
MOET KUNNEN
Hoe gevaarlijk is de Griekse humaniora?
inhoud
Panorama van de Griekse wereld
Griekse literatuur: een overzicht
De Zeven Wijzen
1.1 - 1.6
1.7 - 1.13
2.1 - 2.4
Papyrus, papyri, papyrologen
3.1 - 3.12
Xenophon
4.1 - 4.32
Griekse Anthologie Revisited
5.1 - 5.3
De Griekse roman
6.1 - 6.7
Sprekende vazen
7.1 - 7.10
Sprekende stenen
8.1 - 8.2
Timon de mensenhater
What’s In A Word?
Herodotus
Tot slot
Annex: verwerking en inoefening van de Basisgrammatica
9.1
10.1
11.1 - 11.64
12.1 - 12.4
13.1 - 13.30
Bij het onmiddellijke en praktische nut van het Grieks en het Latijn bij het studeren van een taal zullen criticasters meteen opwerpen: “Maar je hebt toch geen
Grieks en/of Latijn nodig, talen die niet eens meer gesproken worden, om Frans,
Engels of Duits te leren?” Het is echter een illusie dat je met minder talenkennis
die éne taal die je wel kent, beter zou beheersen. “Alle kennis versterkt elkaar.
Kennis van die ene taal maakt het gemakkelijker de andere te leren.”
anoniem
Van letters naar cijfers.
Tekststudie vormt wiskundig talent.
Het volgens van een Latijn-Griekse humaniora werd vroeger dikwijls gepromoot met de
stelling dat de studie van teksten het logisch denkvermogen kon stimuleren. Dit wordt
gesteund door een recent verslag in het vakblad Developmental Psychology. Israëlisch
onderzoek wees uit dat ultra-orthodoxe Joodse scholen, die hun leerlingen overladen
met de studie van bijbelse teksten, mensen afleveren die beter geometrische problemen
oplossen dan scholieren uit meer technisch gerichte scholen.
Dit resultaat zou het gevolg zijn van de verplichting om teksten vanuit verschillende invalshoeken te analyseren, om onafhankelijk tot conclusies te komen, en om goed afgelijnde technieken te ontwikkelen waarmee problemen oplosbaar worden. Met deze methoden konden later ook problemen uit totaal andere disciplines dan de bijbelstudie worden aangepakt. In klassieke technische scholen leren de studenten hoe ze snel eenvoudige wiskundige problemen kunnen oplossen, zonder dat ze verplicht worden de diepere
logica van een vraagstelling te exploreren.
Twaalfjarige orthodoxe scholieren scoorden op alle vlakken beter dan hun minder religieuze leeftijdsgenoten. Zestienjarigen konden alleen geklopt worden door scholieren
die extra cursussen wiskunde volgden.
Japanse scholen staan ook langer stil bij de oplossing van enkele zware problemen, terwijl kinderen in het Westen een brede waaier aan eenvoudige vraagstukken voorgeschoteld krijgen. Dat verschil
ligt aan de basis van de JapanDirk Draulans
se superioriteit in wiskunde.
Knack
De mensen krijgen al lang méér dan ze gevraagd hebben. Hun droom is vervuld.
Hun materiële droom. Links heeft voor hun welvaart gevochten, maar heeft hen
niet gelukkig gemaakt, omdat men de culturele waarden uit het oog verloor. Het
échte failliet van links is, dat het de schoonheid heeft vergeten. En het helen van
de pijn van de menselijke eenzaamheid.
Mikis Theodorakis
Panorama van
de Griekse wereld
Kaartoefening
Zoek eens op waaraan de vermelde plaatsen hun bekendheid te danken hebben.
Voeg eraan toe:
- de stad Troje;
- het Olympusgebergte;
- de streeknamen Attica, Laconië, Arcadië, Messenië, Epirus, Thessalië, Macedonië, Lydië, Phrygië, Carië, Lycië,
Ionië.
Op deze kaart ontbreken Zuid-Italië en Sicilië. Wat was in ‘Magna Graecia’ de belangrijkste stad?
Dodo a
Pella
Stagira
A dera
Les os
Perga u
Teos
S yr a
Sa os
.
Ephese
Hierapolis
Milete
Hali ar assus
Elis
Kos
Delphi
Oly pia
A orgos
Megalopolis
Chaero ea
Sparta
Kori the
The e
Athe e
K ossos
Paros
Tijdslijn Griekenland en Rome
.
De territoriale e oluie a het oder e
Hellas ordt trefzeker sa e ge at op deze
postzegel uit 9 , ter gelege heid a
jaar o aha kelijkheid.

Io iërs
M kee se ultuur
A haeërs

Duistere Eeu e
Ma edo ië A ipater
S rië Seleu us
Griekenland
Klei -Aziais he stede
aa Perzië s hatpli hig Perzis he
—> Oorloge
Xer es
Arta er es
Darius II
Arta er es II
Pelopo esis he
Oorloge
Arta er es III
o derli ge
t iste
Ais h-Delis he )ee o d
Athe e o.l. . Peri les
De osthe es
A a i e es
A a i a der
Herodotus
P thagoras
Thu dides
Hera litus
Xe opho
Par e ides
Protagoras
De o ritus
2. Van wanneer tot wanneer
loopt volgens het schema de
Hellenistische periode? Weet je
welke van de drie Hellenistische
rijken het langst standgehouden
heeft?
So rates
Plato
Aristoteles
Darius III
8: Chaero ea
Grieke la d o.l. .
Philippus a Ma edo ië
6: o.l. . Ale a der
Tijdslijn Griekenland en Perzië
C rus
Ca
- Darius I
ero ert
ses
Ass rië
ero ert
Ba lo iëL Eg pte
dië
Thales
Klassiek  Helle is e 
6
Kolo isaie 
8
Doriërs
Perzië
1. Kun je de naam Demosthenes en de naam
Aristoteles zomaar van
plaats verwisselen? Of de
naam Herodotus en de
naam Protagoras? Waarom wel of niet?

.
Hieronder tien Griekse postzegels uit 1937 met de Griekse geschiedenis als
thema. Heb je enig idee wat ze voorstellen?
1
2
1.
3
5
4
6
7
8
1.
9
10
Griekse literatuur:
een overzicht.
Traditioneel start een overzicht van de Griekse literatuur met de dichter Homerus
(8e eeuw voor Christus). Natuurlijk waren zijn werken geen ‘creatio ex nihilo’: tegenwoordig wordt algemeen aanvaard dat hij een hoogtepunt vormde van een
lange orale traditie. In feite zou een literair overzicht dus lang vóór Homerus
moeten beginnen. Maar omdat over die orale traditie weinig geweten is, houden
we het in dit overzicht toch bij de traditionele start, bij Homerus dus.
Anderzijds is er het probleem van het eindpunt van onze tijdslijn. Net zo min als
de Griekse taal ophield te bestaan na de Oudheid, stopte de Griekse literatuur.
Het zou een hoofdstuk op zich vragen om een overzicht te geven van de Griekse
auteurs uit de 6e tot de 15e eeuw. En natuurlijk wordt tot op heden nog in het
Grieks literatuur geschreven. Maar om niet nodeloos uit te breiden, zullen we in
dit handboek slechts zijdelings verwijzen naar niet-antieke teksten.
Samengevat: dit overzicht loopt van 800 voor tot 500 na Christus.
Geografische namen met een * verwijzen naar de kaart op bladzijde 1.1.
.
DE EPISCHE TIJD (8e-7e eeuw)
Tijdsbeeld:
in deze periode leeft Griekenland weer op na de zogenaamde ‘dark ages’. De kolonisatie is in volle gang en de economie bloeit weer op. Het is de tijd van de rapsoden, de rondtrekkende zangers, die hun ellenlange epen (= gedichten over helden en goden) reciteerden in paleizen en bij
rijke mensen. Over de auteurs in deze tijd is
weinig persoonlijks geweten.
Namen:
- Homerus: Ionische auteur van Ilias (gedicht
over Ilion of Troje) en Odyssee (gedicht
over de held Odysseus). Er is geen volledige zekerheid over zijn auteurschap (en
zelfs over zijn leven).
- Hesiodus: Boeotische landeigenaar. Auteur
van Werken en dagen (raad aan boeren) en
Theogonie (stamboom der goden).
DE LYRISCHE TIJD (650-450)
Tijdsbeeld:
Vanaf 700 veranderde het politieke beeld in Hellas: het koningschap moest plaats
maken voor de democratie. Het individu komt meer op de voorgrond, wat ook in de
literatuur merkbaar is: epische poëzie wordt ingeruild voor ‘lyrische’ poëzie, waarin
een ‘ik’ aan het woord is. Dit is tevens de tijd van de eerste ‘filosofen’.
Namen:
- elegische dichters
Tyrtaeus van Sparta*: strijdliederen
Mimnermus van Smyrna*: weemoedige bespiegelingen
Solon van Athene*: politieke propaganda en wijsheidsliteratuur
- iambische dichters: zij droegen persoonlijke gedichten voor over alledaagse zaken
Archilochus van Paros*
Semonides van Amorgus*
Hipponax van Ephese*
- lierdichters: zij zongen solo of in koor gelegenheidsliederen
Alcaeus van Lesbos*
Sappho van Lesbos*
Anacreon van Teos*
Pindarus van Thebe*
- de fabeldichter Aesopus (zie Thalassa 2)
- natuurfilosofen: zij zochten naar de oorsprong van de natuur
Thales, Anaximander en Anaximenes van Milete*
.
DE KLASSIEKE TIJD (500 tot 330)
Tijdsbeeld:
Dit is de bekendste periode van de Griekse geschiedenis en van de Griekse literatuur, zelfs in die mate dat velen geneigd zijn andere periodes te verwaarlozen.
Het is de tijd van de πo ε ς, met alle voor- en nadelen die daarbij hoorden: de
(relatieve) democratie en vrijheid van meningsuiting, maar ook de verdeeldheid
binnen Hellas. Na een bloeiperiode ten gevolge van de succesvolle Perzische
Oorlogen volgt een steeds grotere crisis, met als
dieptepunt de Peloponnesische Oorlogen. De teksten
van de diverse auteurs weerspiegelen vaak het enthousiasme of het scepticisme van de respectieve periodes. Athene wordt hét centrum van het culturele leven.
Namen:
.
- tragedieschrijvers (zie Thalassa 2):
Aeschylus, Sophocles en Euripides van
Athene*
- komedieschrijvers (zie Thalassa 2):
Aristophanes van Athene*
Menander van Athene*
- geschiedschrijvers:
Herodotus van Halicarnassus* (zie verderop in deze Thalassa 3)
Thucydides van Athene* (455-396): adellijke strateeg. Op basis van directe getuigenissen beschrijft hij de Peloponnesische Oorlogen. Hij
schrijft opvallend objectief en accuraat.
Xenophon van Athene* (zie verderop in Thalassa 3)
- filosofen:
Zeno en Parmenides van Elea* (zie Thalassa 1)
Democritus van Abdera* (460-370): vader van de atomenleer
Pythagoras van Croton* (zie Thalassa 1)
sofisten, o.a. Protagoras van Abdera* en Gorgias van Leontini: zij relativeerden elke opinie door debat
Plato van Athene* (429-347): bekendste leerling van Socrates en auteur van vele dialogen, waarin hij eigen inzichten met die van zijn leraar vermengt. Rabiaat anti-sofist en verdediger van absolute waarden.
Aristoteles van Stagira* (384-322): leerling van Plato, maar ook zelfstandig denker. Schreef over kennisleer, ethiek, kunst en logica.
- wetenschap: de geneesheer Hippocrates van Kos* (zie Thalassa 2)
- de retoren: deze sprekers bepaalden mee de politieke ontwikkelingen van hun
tijd, vooral in Athene
Lysias van Syracuse* (445-380): vooral juridisch actief
Isocrates van Athene* (436-338): vooral lofredenaar
Demosthenes van Athene* (384-322): politiek spreker, wellicht de
grootste in zijn genre
DE HELLENISTISCHE TIJD (320-50 voor Christus)
Tijdsbeeld:
Alexander de Grote, zoon van Philippus van Macedonië, legt de grondvesten
voor een Grieks wereldrijk, dat na zijn dood in drie Helleense staten wordt opgesplitst. De grootste culturele centra van die tijd waren steden als Alexandrië en
Pergamum. Typisch voor het literaire leven van deze tijd is de gekunsteldheid, de
effectjagerij en het geleerde. Steeds nadrukkelijker worden korte werken geschreven (onder het motto ε α
ov, ε α α ov) en steeds duidelijker raken
de diverse literaire genres gedefinieerd. Van de massa werken uit deze tijd is
procentueel bijzonder weinig bewaard.
Namen:
- poëzie:
Theocritus van Syracuse (?)* (305-250): auteur van bucolische gedichten en epyllia (=kleine epen)
Callimachus van Cyrene* (305-240): auteur van epyllia en hymnen
Apollonius van Rhodos* (295-235): auteur van het Argonautica-epos
- wetenschappers (zie Thalassa 1):
Eratosthenes van Cyrene (in Noord-Afrika)
Euclides van Alexandrië
Hero van Alexandrië
- filosofen:
de cynici (zie Thalassa 2)
de epicuristen: Epicurus van Samos* (341-271) hechtte veel belang
aan het zintuiglijke en noemde genot het hoogste goed.
de stoïcijnen: Zeno van Citium (op Cyprus) (335-263) doceerde in de
‘Bonte Stoa’ in Athene en leerde dat deugd, op basis van kennis, tot
onverstoorbaar en dus gelukkig leven leidt.
- geschiedschrijving:
Polybius van Megalopolis* (201-120) beschreef de geschiedenis van
Rome in 3e en 2e eeuw
.
DE ROMEINSE TIJD (50 voor - 400 na Christus)
Tijdsbeeld:
In deze periode komen steeds meer invloeden de
Griekse literatuur bepalen. Door de centrale positie
van Griekenland in het Romeinse rijk wordt het een
draaischijf van culturele prestaties. Dat blijkt o.a.
uit de invoer van mystieke visies en oververfijnde
kunstvormen uit het Oosten, maar ook uit de uitvoer van Griekse opinies en teksten naar Rome
zelf. In de 2e eeuw komt als reactie op de vreemde
invloeden een Attisch purisme op. Daarna wint het
o vη-Grieks definitief veld in de dan overwegend
christelijke literatuur.
Namen:
.
- geschiedschrijving:
Flavius Josephus (37-100): joods auteur, die tijdens zijn verblijf in Rome in het Grieks over de joodse oorlogen schreef.
Plutarchus van Chaeronea*(46 -120): schreef heel wat moraliserende
werken maar vooral zijn Parallele levens (telkens over één Romein en
één Griek) zijn bekend.
Arrianus van Nicomedia* (95 -175): auteur van de Anabasis, een verslag over de tochten van Alexander
Pausanias (120-?): schreef een ‘reisgids’ over Griekenland.
- filosofie:
Epictetus van Hiërapolis (50 -130): stoïcijns auteur van diatriben
(‘aansporingen’)
Marcus Aurelius (121-180): stoïcijnse keizer-filosoof
neo-platonici: Plotinus en Porphyrius
Lucianus van Samosata (aan de Eufraat) (120-180): sofistisch redenaar. Auteur van humoristische, sceptische dialogen.
- romans:
Longus van Lesbos* (3e eeuw): auteur van de romantische herdersroman Daphnis en Chloë (zie verderop!)
- wetenschap:
Galenus van Pergamum* (130-200): medisch auteur
Claudius Ptolemaeus (100-178): geograaf en wiskundige
- christelijke literatuur: deze omvat onder andere de geschriften van het Nieuwe
Testament (naast vele apocriefe teksten), apostolische en apologetische
teksten, maar ook talrijke monniksliteratuur en hagiografieën. We vermelden enkel de belangrijkste Grieks-schrijvende auteurs:
Clemens van Alexandrië (150-215): bekeerder van heidenen
Origenes van Alexandrië (185-255): veelschrijver
Eusebius van Caesarea1 (263-339): apologeet en theoloog
Gregorius van Nazianze1 (330-390): redevoeringen
Johannes Chrysostomus uit Antiochië (347-407): preken
(1= uit Cappadocië in Turkije)
Duizend jaar geen Grieks ...
Eerst Laijn, dan Grieks
Hoe zou het ko e dat je pas Grieks egi t te lere als je al ee of eer jare Laij gehad he t? Dat is o eral ter ereld
zo, ehal e i Grieke la d. Waaro zou
het eige lijk iet o gekeerd ku e :
eerst Grieks e da Laij ? E aaro
zoude de Griekse aa alle e erkoordsijde alijd orde aa geduid
et Laij se ter e ? Het a t oord op
deze rage heet te ake
et de ges hiede is a de studie a het Grieks i
de esterse ereld. Die is a ders erlope da de ges hiede is a de studie
a het Laij . Laij leer je a ee leraar
of lerares die Laij geleerd heet a iea d die Laij geleerd heet a ie a d
die Laij geleerd heet a … e zo oort,
e zo oort – de lij loopt zo der o derreki g door tot i de Oudheid. Bij het
Grieks is dit iet zo. Daar ka het spoor
orde terugge olgd tot i de ijtie de
eeu , aar da loopt het dood. Daar óór
ligt ee periode a ru eg duize d jaar
aari de ke is a het Grieks i WestEuropa geheel of rij el geheel erd ee is ge eest.
Duizend jaar geen Grieks
I de ierde eeu raakte het reusa hige
Ro ei se rijk i er al. I
erd het i
t ee dele gesplitst: ee estelijk deel
et Milaa als e tru , e ee oostelijk
deel et als hoofdstad Co sta i opel.
Deze t eedeli g heet ijgedrage tot
ee s heidi g tusse de Laij se e de
Griekse ultuur. I het ooste erd het
Grieks steeds eer de e ige oertaal, i
het este het Laij . Toe i
de laatste West-Ro ei se keizer erd afgezet,
erd de kloof tusse de t ee ulture
og groter. De ke is a het Grieks erd ij t i West-Europa rij el geheel. Als
kopiiste ij het o ers hrij e a Laij se
ha ds hrite Griekse itate tege koe , slaa ze die ee oudig o er. )e ero ts huldige zi h daar oor so s et de
op erki g Grae u est, o legitur Dit
is Grieks, o lees aar . I het OostRo ei se Rijk leef de Griekse ultuur
oort estaa . Vele ete s happelijke e
godsdie sige erke zij i die ijd uit
het Grieks i het Laij ertaald, e later
ook i het S ris h, He reeu s e Kopis h
de taal a Eg pte . I de ze e de e
a htste eeu esigde de Ara iere ee
isla iis h ereldrijk dat zi h a I dia
tot Spa je uitstrekte. )ij zij het ge eest
die de erfe is a de Grieke oor de o derga g he e ehoed. Voor literaire
erke hadde zij ei ig i teresse; hu
ela gstelli g gi g ooral uit aar ilosois he, edis he, isku dige, astro o is he e iologis he ke is. )o erd ij
oor eeld het edis he erk a Galeus ertaald door I Si a
,
ee Perzis he arts ie s aa i het
Weste eke d erd als A i e a. De i
Cordo a ge ore ilosoof I Ros hd
estudeerde de ges hrite
a Aristoteles. )ij o
e tare
aakte ook i de hristelijke ereld opga g,
aar e zij Ara is he aa er asterde tot A erroës.
.
.
Michael Scotus vertaalt Aristoteles.
O der de iologis he erke a Aristoteles
.C. is ee oek aar a
de itel eestal i het Laij ordt ge iteerd: De pari us a i aliu , O er de
li haa sdele a diere . Hij o derzoekt daari elk er a d er estaat tusse de karakterisieke eige s happe a
elk dier e de ou a zij li haa . Het
ges hrit ligt aa de oorspro g a
oder e ete s happe als erfelijkheidsleer
e ethologie de studie a diergedrag .
O der de duize de aar e i ge die
Aristoteles i dit oek heet es hre e ,
is er ook ee o er de relaie e groote a
het hart a so
ige diere . Hij ee de
dat diere die als a g of laf of ge iepig
gelde dik ijls op alle d grote harte
he e . Volge s de huidige Aristotelesspe ialiste heet hij dit als olgt gefor uleerd:
.
α
α α ἔχου
α ώ ,
ἔ αφο , ῦ , ὕα α, ο , π
α ,
α ῆ, α ἆ α χ
π
΄ α
φα
ῶ
ἤ
φ ο α οῦ α.
I ertali g: Grote harte he e de
haas, het hert, de uis, de h e a, de ezel,
de luipaard, de arter, e ij a alle diere die of el duidelijk laf zij of k aadaardig door rees.
Vijtie ho derd jaar a Aristoteles, o streeks
, erkte er op Si ilië ee geleerde, Mi hael S otus, die zi h tot taak
had gesteld, het iologis he erk a
Aristoteles toega kelijk te ake oor de
esterse ete s hap. Er as raag aar,
a t zij opdra htge er, keizer Frederik
II, die zelf ee oek had ges hre e o er
de alke ja ht, as he ig geï teresseerd
i iologis he raagstukke . Maar Griekse
ha ds hrite a Aristoteles had e
iet, e Mi hael S otus ke de o e die
gee Grieks. Wat hij l ke de, as Ara-
is h. Si ilië as i deze periode a elijk
ee ge ied aar, et zoals i Spa je e i
de Kruis aardersstate i het Heilige La d
het ge al as, de hristelijke e de isla iis he es ha i g et elkaar i o ta t
k a e . De Ara iere ezate al si ds
de ege de eeu ee ertali g a het
iologis he erk a Aristoteles. Mi hael
S otus ist ee ha ds hrit a deze ertali g te e a hige , e ego deze i
het Laij o er te re ge . toe hij tot de
zojuist ge iteerde passage as geko e ,
las hij het olge de:
Volge s oder e Ara iste staat hier:
Grote harte e i de zi h i haze , herte , uize , h e a s, ezels, ezels, e a dere diere die duidelijk a g zij e die
tot vrees i staat zij . De eteke is a
de ursief gedrukte oorde is o duidelijk; Mi hael S otus heet ze daaro , zoals
hij el aker deed, i zij Laij se ertali g eggelate . Pro le e had hij ook
et het oord a ezels . I het Ara is h
sto d hier i ’irs, ezel , ee oord dat
hij lijk aar iet ke de. Het egi
ee de hij te egrijpe : i
eteke t zoo .
)ou de zoo a irs edoeld zij , ie of
at irs da ook o ht eze ? Iets eters
ist hij iet te ede ke , e daaro
s hreef hij:
corda autem magna sunt in leporibus et
cervis et asinis et muribus et filio hirz,
et in animalibus in quibus manifestat
timor
grote harte zij i haze , herte , ezels,
uize e de zoo a hirz, e i diere
aari rees aa de dag treedt …
Ee latere afs hrij er heet ge ee d dat
er et ilio hirz ee ij uitstek a g eze
edoeld oest zij , e dat hij daaro deze oorde eilig ko er a ge door…
fe i a rou .
Dit klei e oor eeld illustreert
fa et
a het oeiza e egi a ee o t ikkeli g die oor de esterse es ha i g
a au elijks te o ers hate eteke is
is ge eest: de hero tdekki g a de
Griekse ete s hap, de Griekse ilosoie,
e te slote ook de Griekse literatuur, i
de eeu e tusse
e
.
De herontdekking van het Grieks
De hero tdekte Griekse s hrij ers re ge ee i grijpe de er ieu i g a de
iddeleeu se theologie e atuur ete s happe te eeg. Aa de u i ersiteite
i de felle de ate plaats tusse erdedigers e estrijders a de ieu e i zi hte . Ee eeu a Mi hael S otus
ee t de Italiaa se di hter Petrar a
, ee a de grootste lai iste a zij ijd, lesse i het Grieks ij
ee Griekse o ik, Barlaä , die hij had
o t oet aa het pauselijk hof te A ig o .
)o der eel su es o erige s: tot zij erdriet is Petrar a er ooit i geslaagd het
Ho erus-ha ds hrit te leze dat ee B za ij s diplo aat he had ges ho ke .
Nog eer ee eeu later is het ei delijk
afgelope
et het trotse Oost-Ro ei se
Rijk. I
alt B za iu i ha de a
de Turke . Tie talle Griekse geleerde
e e de ijk aar Italië, et ede ei g a hu kost aarse ezit: ha ds hrite a Griekse s hrij ers. E hu er, de latere kardi aal Bessario ,
s he kt zij i liotheek a
dele aa
de stad Ve eië. Vol geestdrit egi e
de Italiaa se hu a iste Grieks te lere .
Lerare are er u ge oeg. Er ers hije gra
ai a s, aari het Grieks aar
het odel a het Laij ordt es hree . Va e oorde de Alpe reize talrijke hu a iste aar Italië. Eras us is
a he .
Aldus Ma uius, ee Ve eiaa se drukker,
ko t op het rilja te idee klassieke tekste als po kets uit te ge e . Va
tot
ers hij t er elke aa d ee
ieu deel, i ee oplage a
e e plare . Aldus uitga e zij edoeld oor
de o os e i e dileta i, de ij proeers e de liehe ers, die zi h oeite
ille getrooste o de oude s hrij ers
i de oorspro kelijke taal te ku e leze . Wie i o ze ijd op s hool zit e
Grieks i zij ei de a e pakket kiest,
ag zi h et gepaste es heide heid es hou e als ee erre azaat a deze
zesie de-eeu se liehe ers.
.
© uitge erij Bulk oek, A sterda
DE ZEVEN WIJZEN
De Zeven Wijzen (οἱ ἑπτά σοφοί) is de naam van een losse groep historische
Grieken, die om hun uitnemende wijsheid bekend stonden. Het waren mannen
die, op één uitzondering (Thales) na, nog wel geen echte wetenschappers of
filosofen waren, maar die om hun goede raad en praktische levenswijsheid in
aanzien stonden onder hun medeburgers. Hun bondige uitspraken, vergelijkbaar
met die van het oudtestamentische boek Spreuken, werden gebruikt om burgers,
en in het bijzonder kinderen, op te voeden. Hun morele adviezen gaven hen een
status als orakels. In latere tijden ontstond zelfs het verhaal dat de Zeven Wijzen,
in een competitie om een drievoet, hun grootste wijsheid moesten graveren op de
tempel van Apollo in Delphi. Hun moreel gezag was vanaf toen onaantastbaar,
tot in de middeleeuwen toe.
Dat ze precies met zeven zijn, heeft veel te maken met de symbolische betekenis
van dat getal. Denk maar aan de Zeven Heuvels van Rome, de Zeven
Wereldwonderen, de Zeven tegen Thebe of de Zeven Zonen van de god Helios.
Plato is de eerste die een lijstje van de zeven wijste mannen van Hellas opstelde.
In zijn dialoog Protagoras (over de vraag of men de deugdzaamheid kan
aanleren) noemt hij als Zeven Wijzen: Cleobulus, Solon, Chilo, Thales, Pittacus,
Bias en Periandrus. Maar 50 jaar na Plato is er al een vervanging op de lijst:
Periandrus, een tiran uit Korinthe, is door de radicaal democratische beweging in
zijn stad uit het zevental gezet en vervangen door Myso. Die zevende naam
vinden we dan ook in de reeks van Demetrius van Phalerum. Vanaf dat moment
is het hek helemaal van de dam. Auteurs als Hermippus en Sotio gaan steeds
meer vervangingen doorvoeren in de lijst, vaak uit politieke motieven of uit
persoonlijke voorkeur. Vandaar dat Diogenes Laërtius (einde 3e eeuw na
Christus) het nodig vindt een overzicht te geven van alle genoemde namen,
waarbij hij in totaal...tweeëntwintig wijzen vermeldt!
Daarvan zijn Thales, Pittacus, Bias en Solon, met de woorden van de auteur
Luciano de Crescenzo, de ‘vaste kernspelers’, terwijl voor de drie andere plekken
geput wordt uit een ‘reservebank’ met 18 namen. Hieronder volgen de zeven
voornaamste, met daaronder telkens een paar aforismen.
2.1
1. Thales (Θάλης)
Dit was de eerste natuurfilosoof uit Milete (640-550). Hij was een bereisd man,
een wiskundige (denk aan zijn stelling!) en astronoom. Hij was de eerste
geocentrist en dacht dat water de oerstof van alles was. Hij zou zijn reputatie van
wijze gevestigd hebben door een zonsverduistering te voorspellen en door de
hoogte van de piramiden precies te berekenen. Bekend is de anekdote hoe hij
een ezel van ‘vallende ziekte’ genas.
Advies: ‘Denk aan je vrienden’.
- Κακὰ ἐν οἴκῳ κρύπτε.
- Γνῶθι σαυτόν.
- Φθονοῦ μᾶλλον ἢ οἰκτίρου.
φθονεῖν = benijden
2.2
οἰκτίρειν = beklagen, medelijden hebben
In beide gevallen een passieve imperatief!
- Μέτρῳ χρῶ.
τὸ μέτρον, ου = de maat
2. Solon (Σόλων)
De bekende Atheense politicus (7e en 6e eeuw). Hij deelde de burgers van zijn
stad in op basis van hun eigendom en organiseerde de Βουλή en de ̓Εκκκλσσία.
Hij was ook dichter.
Advies: ‘Als je weet, zwijg je’.
- Μσδὲν ἄγαν.
ἄγαν (bijwoord) = te (veel)
- Μὴ ψεύδου.
- Φίλους μὴ ταχὺ κτῶ, οὓς δʹ ἂν κτήσῂ μὴ ἀποδοκίμαζε.
ἀποδοκιμάζειν = afdanken, verstoten
- Ἄρχε πρῶτον μαθὼν ἄρχεσθαι.
3. Periandrus (Περίανδρος)
Korintische tiran (6e eeuw). Machtig politicus, organisator van de Istmische Spelen
en vaak bemiddelaar in conflicten tussen steden.
Advies: ‘De lusten zijn sterfelijk, de deugden onsterfelijk’.
- Λόγων ἀπορρήτων ἐκφορὰν μὴ ποιοῦ.
ἀπόρρστος, ος, ον = verboden, geheim ἡ ἐκφορά, ας = de publicatie, het verklikken
- Μὴ μόνον τοὺς ἁμαρτάνοντας, ἀλλὰ καὶ τοὺς μέλλοντας κόλαζε. (DL 1.98)
κολάζειν = bestraffen
4. Cleobulus (Κλεόβουλος)
Tiran van Lindus op Rhodos.
Advies: ‘Doe niets met geweld’.
- Μέτρον ἄριστον.
- Φιλήκοον εἶναι μᾶλλον ἢ φιλόλαλον.
φιλ-σκοος, ος, ον: leid zelf de betekenis af op grond van de samenstelling.
φιλο=λαλος, ος, ον: leid zelf af.
- Γυναικὶ μὴ φιλοφρονεῖσθαι, μσδὲ μάχεσθαι, ἀλλοτρίων παρόντων.
φιλοφρονεῖσθαι = vriendelijk behandelen, liefkozen
ἀλλότριος, α, ον = ander, vreemd
- Γαμεῖν ἐκ τῶν ὁμοίων· ἐὰν γὰρ ἐκ τῶν κρειττόνων λάβῃς, δεσπότας κτήσῃ τοὺς
συγγενεῖς.
συγγενεῖς = de verwanten, de aangetrouwden
- Εκὐτυχῶν μὴ ἴσθι ὑπερήφανος· ἀπορήσας μὴ ταπεινοῦ.
ὑπερήφανος, σ, ον = hoogmoedig
ταπεινοῦσθαι = neerslachtig worden
- Τὰς μεταβολὰς τῆς τύχσς γενναίως ἐπίστασο φέρειν.
ἡ μεταβολή, σς = de verandering γενναῖος, α, ον = flink
5. Chilo (Χείλων)
Spartaanse efoor (6e eeuw), een belangrijk man in zijn stad.
Advies: ‘Met een steen toetst men goud, met goud toetst men mensen’.
- Μὴ ἀπειλεῖν μσδενί· γυναικῶδες γάρ.
ἀπειλεῖν + dat. = bedreigen
γυναικώδσς, σς, ες = vrouwelijk; onmannelijk
μὴ ... μσδενί: die dubbele negatie is voor ons taalgevoel overbodig.
- Ταχύτερον ἐπὶ τὰς ἀτυχίας τῶν φίλων ἢ ἐπὶ τὰς εὐτυχίας πορεύεσθαι.
ἀ-τυχία, εὐ-τυχία: leid zelf de betekenis af.
2.3
- Τὴν γλῶτταν μὴ προτρέχειν τοῦ νοῦ.
ἡ γλῶττα, σς: leid zelf de betekenis af als je het Nederlandse woord ‘polyglot’ kent.
προ-τρέχειν: leid zelf de betekenis af.
- Θυμοῦ κρατεῖν.
ὁ θυμός = (hier) de woede
- Λέγοντα μὴ κινεῖν τὴν χεῖρα· μανικὸν γάρ.
κινεῖν: leid zelf de betekenis af als je het Nederlandse woord ‘kinesist’ kent.
μανικός, σ, ον: krankzinnig; onzinnig
6. Bias (Βίας)
Rechter en politicus uit Priëne (7e eeuw). Verwierf zich in zijn stad legendarische
roem doordat hij met sluwe voorstellen vrede bewerkte in een oud conflict met
Samos en door zijn listen tijdens een Lydisch beleg.
Advies: ‘Zeg wat passend is’.
- Πείσας λαβὲ, μὴ βιασάμενος.
- Βραδέως ἐγχείρει· ὃ δʹ ἂν ἄρξῃ διαβεβαιοῦ.
ἐγχείρειν: aanpakken, ondernemen διαβεβαιοῦσθαι: krachtdadig afhandelen
2.4
7. Pittacus (Πίττακος)
Politiek rechter uit Mytilene (7e eeuw). Na zijn tussenkomst in een burgeroorlog
kon zijn reputatie van wijze niet meer stuk.
Advies: ‘Zeg geen kwaad van uw vrienden en geen goed van uw vijanden’.
- Καιρὸν γνῶθι.
- Ὃ μέλλεις πράττειν, μὴ πρόλεγε· ἀποτυχῶν γὰρ γελασθήσῃ.
προ-λέγειν, ἀπο-τυχεῖν: leid zelf de betekenis af.
- ̓Αννέχου ὑπὸ τῶν πλσσίων μικρὰ ἐλαττούμενος.
ὁ πλσσίος = de medemens, de naaste
ἐλαττοῦν: leid zelf de betekenis af.
μικρά (bijwoord) = een beetje
papyrus, papyri,
papyrologen
3.1
Boven-Egypte in de Hellenistische en Romeinse tijd.
Markeer op deze kaart: Alexandrië, de Fayoem, Oxyrhynchus, Philadelphia.
Deze plaatsnamen zul je op de volgende bladzijden nog ontmoeten!
Uit BOWMAN, A. (1996²). Egypt After the Pharaohs. London: British Museum Press.
Wie in de Oudheid een geschreven boodschap wilde nalaten, had een ruime keuze aan materiaal dat hij daarvoor kon gebruiken. Men kon letters kerven op een
wastafeltje of op een kleitablet. Soms kraste men op een potscherf een korte mededeling. In steen kon men letters beitelen, op houten plankjes werd geschilderd
en in loden plaatjes gekrast.
Elk van deze schriftdragers had zijn nadeel: sommige waren erg duur, zoals
steen, andere erg klein, zoals potscherven en loden plaatjes.
Toch bestond er ook een materiaal dat én goedkoop én duurzaam én op de gewenste maat kon worden gemaakt: iets als ons papier dus. Ons woordje papier is
er trouwens van afgeleid, hoewel het er verder als product slechts weinig overeenkomst mee heeft. We hebben het over de papyri, gemaakt uit de papyrusplant. Tot de derde eeuw na Christus was papyrus het schrijfmateriaal bij uitstek.
Papyrus
3.2
De papyrusplant komt bijna uitsluitend voor in Egypte langs de oevers van de
Nijl. Het gaat om een rietplant, te vergelijken met de bamboe uit het Verre Oosten. Het merg kon men eten. Uit het riet vlocht men touwen of maakte men
schoeisel, manden en tassen. Verder gebruikte men de plant om daken of boten
te maken. De wortels dienden als brandstof, de pluimen voor de versiering. Maar
bovenal leverde de Cyperus papyrus de grondstof voor de fabricage van schrijfmateriaal.
Van papyrusplant tot papyrusblad
Wanneer men precies de papyrusplant begon te gebruiken voor de productie van
schrijfmateriaal, is niet bekend. De oudste ons bekende rol is afkomstig uit een
graf van ca. 3000 voor Christus. Deze onbeschreven papyrusrol werd aan de dode meegegeven om in het hiernamaals te gebruiken. Wellicht was het maken van
papyrusrollen, net zoals het schrijven zelf, een privilege van de priesterkaste uit
Egypte. Met de tijd werd het een echte industrie. In talrijke ateliers werkten vaklui
om te voldoen aan de vraag van het hele Middellandse-Zeegebied. Papyrus werd
een belangrijk exportproduct van Egypte.
Het vervaardigen van een papyrusblad was vrij eenvoudig. Men ontdeed de stengel van de bast en sneed het merg in repen, die horizontaal en verticaal over elkaar werden gelegd. Het merg bevatte voldoende sap om de repen aan elkaar te
kleven als men ze bewerkte met een platte hamer.
De zo verkregen bladen hechtte men aaneen tot een lange rol; pas later voegde
men ze wel eens samen tot een codex.
Op de voorzijde of rectozijde liepen de nerven horizontaal. Op de achterzijde of
versozijde liepen ze verticaal. De kwaliteit van het schrijfmateriaal werd verder
bepaald door de wijze waarop het oppervlak gepolijst was. Hoe gladder, hoe
comfortabeler om te beschrijven, maar ook hoe duurder, want gladstrijken vroeg
tijd en arbeid.
Papyrologie en papyrologen
De papyri vormen een belangrijke historische bron voor onze kennis van de Oudheid. Ze geven inlichtingen over allerlei domeinen van het leven waar de literaire
bronnen over zwijgen: boodschappenlijstjes, contracten, rekeningen, schoolschriftjes, particuliere en ambtelijke brieven, kwitanties, geboorteaangiften, archiefstukken, attesten, fragmenten van literaire en godsdienstige geschriften.
Heel dikwijls waren ze geschreven door gewone mensen die niet zoveel onderricht hadden genoten. Zo komen er nogal wat grammaticale fouten in voor die de
lectuur bemoeilijken. Bovendien zijn ze wegens de broosheid van het materiaal
dikwijls heel gehavend tot ons gekomen. Daarom is het bestuderen van papyri
echt een specialistenwerk. De papyroloog houdt zich bezig met die studie, en zijn
discipline noemen we de papyrologie.
Divers van inhoud, geografisch beperkt
Zo verschillend en rijk als de onderwerpen zijn waarover de papyri spreken, zo
beperkt is het gebied waar we ze terugvinden. Papyrus is immers een organisch
materiaal en dus sterk onderhevig aan vochtigheid en lucht. Hoewel het om het
meest gebruikte en verspreide materiaal van de schrijfcultuur van de Oudheid
gaat, is de enige vindplaats, ironisch genoeg, ook de plaats van herkomst. Alleen
in het droge woestijnzand, zonder contact met de lucht konden papyri bewaard
blijven.
Graven en vuilnisbelten aan de rand van vroegere steden en dorpen zijn de
plaatsen bij uitstek waar papyri aan het licht komen. Eén van de merkwaardigste
vondsten werd gedaan door Engelse geleerden. Zij onderzochten een begraafplaats van krokodillen. Niets bijzonders als je weet dat de krokodil in Egypte, net
zoals de kat en de ibis, een heilig dier was en daarom met passende eerbied begraven werd. Een van de arbeiders die erg teleurgesteld was dat zijn zwoegen in
het woestijnzand slechts enkele krokodillenkadavers opleverde, slingerde een
beest uit het graf. Het beest barstte en bleek volgepropt te zitten met beschreven
papyrusrollen. Men had de ingewanden verwijderd en de buik opgevuld met administratieve paperassen. Het krokodillenkerkhof bleek een schat aan informatie
te bevatten over het bestuur in hellenistisch Egypte.
3.3
De taal van de papyri
Sinds de verovering van Egypte door Alexander was het Grieks er de administratieve taal. De taal van de meeste papyri is dan ook het koinè-Grieks. Je zou het
een algemeen beschaafd Grieks kunnen noemen. Die taal leunde sterk aan bij
het Atheense dialect. In deze taal werden de evangelies geschreven. Later ontstond het Nieuwgrieks eruit.
Dank zij de papyri kunnen we de taalevolutie van het Grieks op de voet volgen.
Ook toen Egypte een Romeinse provincie werd, hield het Grieks er stand als officiële taal. Vandaar dat er nauwelijks papyri bestaan in het Latijn.
Papyrus uit Oxyrhynchus met daarop een fragment uit het Bijbelse boek Job.
(P.Oxy L 3522, bewaard in Oxford, Ashmolean Library—
Gevonden via Oxyrhynchus online—http://www.csad.ox.ac.uk/POxy/papyri/tocframe.htm)
3.4
Een papyroloog aan het werk
Papyrologen hebben het niet onder de markt: op de broze papyrusresten zijn alle
woorden zonder spaties of leestekens aan elkaar geschreven, dikwijls in een
moeilijk leesbaar handschrift vol afkortingen. De meeste papyri zijn bovendien
beschadigd; niet zelden zijn ze door ‘gelukkige vinders’ uiteengescheurd — omdat je één fragment dan meerdere keren kunt verkopen — en zo in snippers op
verschillende onderzoeksplaatsen terechtgekomen.
Puzzelen en creatief gissen hoort dus bij de job. Computers leveren daarbij een
belangrijke hulp. Via nauwkeurige beschrijving van de kenmerken van elk afzonderlijk fragmentje kan de computer overeenkomstige fragmenten aan elkaar linken. Bovendien is via internet een snellere uitwisseling van gegevens en afbeeldingen mogelijk.
Een op die manier herstelde en ontcijferde tekst komt in een verzamelwerk, een
corpus, terecht. Daarin maakt de papyroloog ook duidelijk waar hij zelf heeft ingegrepen om de tekst te herstellen. Daartoe is in september 1931 op het achttiende
Internationaal Oriëntalistencongres te Leiden een systeem van codes voorgesteld dat sindsdien als het ‘Leidse systeem‘ bekend staat. Bij voorbeeld:
(αβγ)
[ ]
[αβγ] of <αβγ>
ạḅ
....
[[αβγ]]
{αβγ}
<abg>
door de uitgever voluit geschreven afkorting
verloren tekstgedeelte
aanvulling van verloren tekstgedeelte
onzeker gelezen letters
onleesbare letters
letters door de antieke schrijver geschrapt
letters door de uitgever geschrapt
tekstwijziging of –toevoeging door de uitgever
Op de bladzijde hierna vind je een indrukwekkend staaltje van wat papyrologie
kan.
Dit briefje is gedateerd op 4 november 255 v.C. Het is geschreven door een zekere Nikeratos en gericht aan Zenon, een zakenman uit het Egyptische Oxyrhynchus.
Door een speling van het lot is het in stukjes uiteengevallen. Vier van die stukken
zijn bewaard, maar dan wel verspreid over Firenze, Caïro en Londen. Papyrologen van de Leuvense universiteit zijn erin geslaagd deze stukjes op het spoor te
komen en samen te voegen. Een vijfde snipper is nog steeds verloren. Misschien
ligt hij ergens in een of ander archief, en heeft niemand hem belangrijk genoeg
gevonden om te publiceren in een corpus.
De puzzel ziet er als volgt uit:
3.5
Wanneer men deze vier fragmenten ontcijfert is deze Griekse tekst het resultaat.
Let op het gebruik van de ‘Leidse’ symbolen:
3.6
Het ontbrekende fragmentje van 3cm breed maakt het zelfs voor specialisten
zeer moeilijk om te interpreteren wat Nikeratos precies aan Zenon vraagt. Een
wetenschappelijk verantwoorde vertaling is dus voorlopig onmogelijk.
Interessant is ook dat dit fragmentje geschreven is met een penseel, niet met een
‘Griekse’ κάλαμος of rietpen. De schrijver is dus een Egyptische secretaris die
gewoon is om Demotisch, het toentertijdse Egyptisch, te schrijven.
Vandaar dat de schrijver ook heel wat fouten tegen het Grieks maakt. Zo verwart
hij voortdurend de -ε- en de -η-. Kun je daar voorbeelden van terugvinden?
Voor wie er nog meer wil over weten verwijzen we naar:
CLARYSSE, W. & VANDORPE, K. (1990). Zenon, een Grieks manager in de schaduw van de
piramiden. Leuven: KUL..
HERMENEUS, tijdschrift voor antieke cultuur, jg.52 (1980), nr.4.
SIZOO, A. (1985²), Herleefd verleden: schetsen uit het dagelijkse leven van 2000 jaar geleden.
Kampen: uitg. Kok.
Brief van Hilarion aan Alis
P. Oxy. IV 744
Datum: 17 juni 1 v.C.
In Oxyrhynchus woonde het gezin van Hilarion: zijn vrouw Alis, zijn dochter Apollinarion, zijn moeder Berous. Hilarion zelf ging blijkbaar, samen met andere
dorpsgenoten, werk zoeken in Alexandrië. Thuis ziet Alis, die opnieuw zwanger
is, uit naar bericht. Als een vrouw uit Oxyrhynchos, namelijk Aphrodisias, ook
naar Alexandrië reist, geeft Alis haar een boodschap mee voor Hilarion: μή με
ἐπιλάθῃς! Om zijn vrouw gerust te stellen schrijft Hilarion daarop de volgende
brief:
̓Ιλαρίων Ἄλιτι τῆι ἀδελφῆι πλεῖστα χαίρειν καὶ Βεροῦτι τῇ κυρίᾳ μου καὶ ̓Απολλωναριν. Γίνωσκε ὡς ἔτι καὶ νῦν ἐν ̓Αλεξαν-
γίνωσκε = γίγνωσκε
δρε<ί>ᾳ <ἔ>σμεν· μὴ ἀγωνιᾷς ἐὰν ὅλως εἰσ-
ἀγωνιᾶν = zich angstig maken
πορεύονται, ἐγὼ ἐν ̓Αλεξανδρε<ί>ᾳ μένω.
̓Ερωτῶ σε καὶ παρακαλῶ σε· ἐπιμελή-
παρακαλεῖν = verzoeken
θ<ητ>ι τῷ παιδίῳ καὶ ἐὰν εὐθὺς ὀψώνι-
τὸ ὀψώνιον = loon
ον λάβωμεν ἀποστελῶ σε ἄνω. ̓Εὰν
πολλαπολλῶν τέκῃς ἐὰν ἦν ἄρσε-
τίκτειν = baren
νον ἄφες, ἐὰν ἦν θήλεα ἔκβαλε.
ἄρσενος, η, ον = mannelijk
Εἴρηκας δὲ ̓Αφροδισιᾶτι ὅτι· μή με
θήλυς, εια, υ = vrouwelijk
ἐπιλάθῃς· πῶς δύναμαι σε ἐπι-
ἐπιλανθάνειν = vergeten
λάθειν; ̓Ερωτῶ σε οὖν ἵνα μὴ ἀγω-
νιάσῃς.
(ἔτους) κθ´ Καίσαρος Παῦνι κγ´
Uit SIZOO, A. (1985²), Herleefd verleden: schetsen uit het dagelijkse leven van 2000 jaar geleden. Kampen: uitg. Kok.
3.7
Brief van Apion aan zijn vader Epimachos
Wilcken, Chrest. 480 (= B.G.U. II 423)
e
Datum: 2 eeuw n.C.
Apion, uit een dorpje in de Fayoem, heeft dienst genomen op de Romeinse vloot.
Vanuit de Romeinse vlootbasis te Misenum (golf van Napels!) schrijft hij zijn
vader een vriendelijk briefje.
3.8
̓Απίων ̓Επιμάχῳ τῶι πατρὶ καὶ
κυρίῳ πλεῖστα χαίρειν. Πρὸ μὲν πάντων εὔχομαί σε ὑγιαίνειν καὶ διὰ παντὸς ὑγιαίνειν = gezond zijn διὰ παντός = voortdurend
ἐρωμένον εὐτυχεῖν μετὰ τῆς ἀδελφῆς ἐρ(ρ)ωμένος,η,ον = gezond εὐτυχεῖν = geluk hebben
μου καὶ τῆς θυγατρὸς αὐτῆς καὶ τοῦ ἀδελφοῦ
μου. Εὐχαριστῶ τῷ κυρίῳ Σεράπιδι,
εὐχαριστεῖν = dankbaar zijn
ὅτι μου κινδυνεύσαντος εἰς θάλασσαν
εἰς + acc. = (i.c.) ἐν + dat.
ἔσωσε εὐθέως. Ὅτε εἰσῆλθον εἰς Μηεὐθέως = εὐθύς
σηνους, ἔλαβα βιάτικον παρὰ Καίσαρος
ἔλαβα = ἔλαβον βιάτικον = reisgeld
χρυσοῦς τρεῖς καὶ καλῶς μοί ἐστιν.
χρυσοῦς = aureus (175 drachmen)
̓Ερωτώ σε οὖν, κύριέ μου πατήρ·
γράψον μοι ἐπιστόλιον πρῶτον
τὸ ἐπιστόλιον, ου = briefje
μὲν περὶ τῆς σωτηρίας σου, δεύἡ σωτηρία, ας = welzijn
τερον περὶ τῆς τῶν ἀδελφῶν μου,
τρ[ί]τον, ἵνα σου προσκυνήσω τὴν
προσκυνεῖν = vereren
χέραν, ὅτι με ἐπαίδευσας καλῶς,
χέραν = χείρα: acc. enk. van χείρ (i.c. handschrift)
καὶ ἐκ τούτου ἐλπίζω ταχὺ προκόπροκόσαι = προκόψαι van προκόπτειν: vooruitkomen
σαι τῶν θε[ῶ]ν θελόντων. Ἄσπασαι
ἀσπάζεσθαι = groeten
Καπίτων[α πο]λλὰ καὶ το[ὺς] ἀδελφούς
[μ]ου καὶ Σε[ρηνί]λλαν καὶ το[ὺς] φίλους μο[υ].
Ἔπεμψά σο[ι εἰ]κόνιν μ[ου] διὰ Εὐκτήεἰκόνιν = εἰκόνιον: portret
μονος. ̓Εσ[τ]ι [δὲ] μου ὄνομα ̓Αντῶνις Μάξιμος. Ε
̓ ρρῶσθαί σε εὔχομαι.
ῥώννυναι = sterk / gezond worden
Κεντυρί(α) Α
̓ θηνονίκη.
In de linkermarge is dwars geschreven:
̓Ασπάζεταί σε Σερῆνος ὁ τοῦ Α
̓ γαθοῦ [Δα]ίμονος [καὶ . . . .]ς ὁ τοῦ [. . .]
ρος καὶ Τούρβων ὁ τοῦ Γαλλωνίου καὶ Δ[. . .]́νᾶς ὁ τ[οῦ . . .]σεν[. . .]
[. . . .]. [. . .].[
]
ἀσπάζεσθαι = groeten
Brief van Theontje aan Theon
P. Oxy. I 119
Datum: 2e-3e eeuw
n.C.
Theon is een typisch voorbeeld van een verwend kereltje. De familie woont
blijkbaar in de buurt van Oxyrhynchus (“ἡ πόλις”).
Θέων Θέωνι τῷ πατρὶ χαίρειν. Καλῶς
ἐποίησες· οὐκ ἀπένηχές με μετʹ
ἐποίησες = ἐποίησας
ἐσοῦ εἰς πόλιν. Ἤ οὐ θέλις ἀπενέκκειν
ἤ = ει
μετʹ ἐσοῦ εἰς Α
̓ λεξανδρίαν, οὐ μὴ
οὐ μή + conj. in Koinè = ind. fut.
γράψω σε ἐπιστολήν, οὔτε λαλῶ σε,
σε = σοι
οὔτε υἱγένω σε εἶτα. Ἄν δὲ ἔλθῃς
υἱγένω = ὑγιαινω: “ik zal je niet meer groeten”
εἰς Α
̓ λεξανδρίαν, οὐ μὴ λάβω χεῖραν
χεῖραν = χεῖρα
παρά σου, οὔτε πάλι χαίρω σε λυπόν.
πάλι = πάλιν χαίρειν = groeten λύπον = λοιπόν: verder
Ἄμ μὴ θέλῃς ἀπενέκαι με, ταῦτα
ἄμ = ἄν = ἔαν ἀπενέκαι = ἀπενεγκεῖν
γείνετε. Καὶ ἡ μήτηρ μου εἶπε ̓Αρχελάῳ,
γείνετε = γίγνεται
ὅτι rἀναστατοῖ με· ἆρρον αὐτόνr.
ἀναστατοῦν = dol maken ἆρρον = ἆρον: “neem hem mee”
Καλῶς δὲ ἐποίησες· δῶρά μοι ἔπεμψες
ἐποίησες = ἐποίησας ἔπεμψες = ἔπεμψας
μεγάλα, ἀράκια. Πεπλάνηκαν ἡμῶς
ἀράκια = peultjes ἡμῶς = ἡμᾶς
ἀπένηχες = ἀπήνεγκας
θέλις = θέλεις ἀπενέκκειν = ἀπενεγκεῖν
λαλεῖν = spreken
πεπλάνηκαν: ze hebben me voor de gek gehouden
ἐκείνῃ τῇ ἡμέρᾳ ιβ´ ὅτι ἔπλευσες.
ὅτι = ὅτε ἔπλευσες = ἔπλευσας
Λυπὸν πέμψον εἴς με, παρακαλῶ σε·
λύπον = λοιπόν: (i.c.) dus παρακαλεῖν = verzoeken
ἂμ μὴ πέμψῃς, οὐ μὴ φάγω, οὐ μὴ
ἄμ = ἄν = ἔαν
πείνω. Ταῦτα. Ε
̓ ρρῶσθέ σε εὔχομαι.
πείνω = πίνω ἐρρῶσθε = ἐρρῶσθαι, inf. perf. van
ῥωννύναι, sterk / gezond worden
Τῦβι ιή.
Op de andere zijde van de papyrus:
̓Απόδος Θέωνι ἀπὸ Θεωνᾶτος υἱῶ.
Θεωνᾶς, Θεωνᾶτος = Theontje
υἱῶ = υἱοῦ
3.9
Verzoek van een cafébazin
P. Londen VII 1976
Datum: 253 v.C.
De Egyptische cafébazin Haüchis richt zich tot Zenon, een notabele uit het stadje Philadelphia,
waar Haünchis haar cafeetje uitbaatte.
̔Αῦγχις Ζήνωνι χαίρειν.
3.10
Λαμβάνουσα ζῦτον ἐκ
ὁ ζῦτος, ου = gerstebier
τοῦ μεγάλου ζυτοπω-
τὸ ζυτοπώλιον, ου = biercentrale
λίου δι'ατ'ίθημι τὴν
διατιθέναι = uiteenzetten, verhandelen
ἡμέραν (δραχμὰς) δ, καὶ
τὴν ἡμέραν: per dag
εὐτακτῶ.
εὐτακτεῖν = goed gedisciplineerd zijn (i.c. stipt betalen)
Δημήτρ[ι]ος δέ μου ὁ ἀμ-
ὁ ἀμπελουργός, ου = wijngaardenier
πελουργὸς ἀπατήσας
ἀπατᾶν = misleiden, bedriegen, verleiden
τὴν θυγατέρα ἐξαγα-
ἐξ-άγειν = wegleiden
γὼν κρύπτει, φάμενος
συνοικήσ[ε]ιν αὐτῆι ἄνευ
συν-οικεῖν = samenwonen
ἐμοῦ. Αὕτη δὲ συνένεμε
συν-νέμειν = (i.c.) mee uitbaten
τὸ ἐργαστήριον καὶ ἐμὲ
τὸ ἐργαστήριον, ου = werkplaats, winkel
ἔτρεφεν πρεσβυτέραν οὖσαν. Νῦν οὖν ζημίαν ποι-
ἡ ζημία, ας = schade, nadeel, verlies
ῶ ταύτης ἐξελθούσης, καὶ
αὐτὴ δὲ τὰ δέοντα οὐκ ἔχω. Ἔχει δὲ καὶ γυναῖκα
ἑτέραν καὶ παιδία ὧδε
ὥστε οὐ δύ'ναται συνοικεῖν
ἧι ἠπάτησεν. ̓Αξιῶ οὖν βοηθῆσαι μοι διὰ τὸ γῆρας
τὸ γῆρας, γήρως = ouderdom
καὶ παραδοῦναι μοι αὐτὴν.
παρα-διδόναι = uitleveren, toevertrouwen, overhandigen
Ἔρρωσο.
Sollicitatiebrief van wevers
Wij zijn naar hier gekomen
om te werken. En we stellen
de volgende eerlijke regeling
voor:
geef ons één drachme per
talent [= 18 kg] voor het wassen en het kammen; en voor
het weven drie drachmen
per geweven stuk. Dat is zeker niet teveel, want voor elk
stuk zijn er drie mannen nodig en één vrouw, en het
duurt zes dagen voor we het
stuk van het getouw kunnen
afsnijden. Als dit voorstel u
niet bevalt, geef ons dan per
persoon anderhalve obool,
voor de vrouw een halve
obool en geef ons een helper die dit soort werk aankan
voor vijf drachmen en twee
obolen, die u dan van ons
loon kunt aftrekken.
Hoogachtend
Vlucht naar de vrijheid
Memorandum aan Zenon, vanwege Sosikrates, over slaven die vroeger behoorden tot het personeel van de gewezen dioiketes, en nu bezit zijn van Paideas. Als iemand er
één brengt, hou hem dan vast en stuur ons bericht.
Pindaros, een Lykiër, huisdienaar, ongeveer 29 jaar oud,
middelgroot, met honingkleurige huid, aaneengegroeide
wenkbrauwen en haakneus, met een litteken onder zijn linkerknie.
Philonides, die ook Beltenouris wordt genoemd, ongeveer
24 jaar oud, middelgroot, met honingkleurige huid, met een
litteken op zijn linkerwenkbrauw en rechts onder zijn lip.
Zijn dromen bedrog?
Aan Apollonios, Zoilos van Aspendos, behorend
tot - - (en) die aan u werd voorgesteld door de
Vrienden van de koning, groet (u).
(Ziehier wat) mij overkwam, toen ik de god Sarapis vereerde met het oog op uw gezondDe
heid en uw aanzien bij de koning Ptolepapaverblomme
maios. Sarapis droeg mij meermaals tijHoros aan Zenon, dens mijn slaap op, de zee over te steken
gegroet. Ze zullen tot bij u en u het volgende orakel te openvol papaver staan, baren: u moet voor hem een Sa130 arouren (en dat) rapistempel en een temenos oprichten in
vóór de 12e van (de de Griekse wijk nabij de haven, en een
maand) Chojak. Als priester moet het toezicht houden en op
Sport en studie
je zin hebt, kom dan het altaar offers voor jullie [d.i. Apollonios
Hiërokles groet Zenon.
tot bij mij, je zal je en de koning] brengen. Toen ik (de god)
Ik hoop dat je het goed stelt en ogen niet geloven. smeekte dat hij mij van de taak ginds zou
dat je het ook anders naar je zin
ontslaan, trof hij mij met een ernstige ziekhebt; ikzelf ben ook gezond.
te, zodat ik in levensgevaar verkeerde. Ik deed
Je hebt ons geschreven betreffende Pyrrhos
dan een gelofte aan hem dat, als hij mij genas, ik
dat we hem mochten trainen als we zeker
de gewijde taak op mij zou nemen en zou doen
waren dat hij zou winnen; zoniet, dan moeswat hij opdroeg. Nauwelijks was ik genezen, toen
ten we vermijden hem van zijn lessen af te
er een man uit Knidos aankwam die een Sarapishouden en nutteloze kosten te maken.
tempel op deze plaats begon te bouwen en (al)
Wat nu zijn lessen betreft, die verwaarloost
stenen had aangevoerd. Maar later verbood de
hij geenszins, maar hij maakt goede vordegod hem (de tempel) te bouwen en de man verringen, en zo ook voor de rest van zijn stutrok. Toen ik naar Alexandrië kwam en treuzelde
dies. Wat betreft het 'zeker weten', dat zouom met u hierover te spreken, maar het wel over
den alleen de goden kunnen, maar Ptoleeen (andere) aangelegenheid met u had waarmaios zegt dat hij met kop en schouders zal
over u met mij tot een akkoord gekomen was,
uitsteken boven zijn mededingers, voor zoherviel ik voor vier maanden. Daarom kon ik niet
ver die nu al bekend zijn, hoewel hij op dit
dadelijk tot bij u komen.
ogenblik nog een achterstand heeft omdat
U doet er dus goed aan, Apollonios, u te schikken
de anderen al geruime tijd aan het trainen
naar de bevelen van de god, opdat Sarapis u
zijn, terwijl wij pas met de trainingen begingunstig gezind zou zijn, u veel groter in de ogen
nen. En weet wel dat Ptolemaios geen loon
van de koning zou maken en u meer faam zou
vraagt zoals de overige trainers: hij hoopt
bezorgen, zonder uw lichamelijke gezondheid te
alleen maar een krans voor je te winnen als
vergeten. Laat u dus niet afschrikken door de uitdank voor de dienst die jij hem hebt willen
gaven, omdat het u veel geld zal kosten. Inbewijzen vóór je hem kende en omdat je nu
tegendeel, het zal erg in uw voordeel spelen. Ik
steeds klaar staat voor het gymnasion.
zal trouwens al die zaken samen met u regelen.
3.11
3.12
Memorandum voor een ontsnapte slaaf. (P.Oxy. LI 3617, Oxford, Ashmolean library
Gevonden via Oxyrhynchus online—http://www.csad.ox.ac.uk/POxy/papyri/tocframe.htm)