1. CO - ASSISTENTSCHAP NEUROLOGIE. Afdeling Neurologie

1.
CO - ASSISTENTSCHAP NEUROLOGIE.
Afdeling Neurologie, algemeen tel.nr. 074-548 3000, huisnummer 111.
Telnr. Leidinggevende polikliniek (LG) (mw. B. Ligthart) 072-5483018 / 06-53978082
1.1.
STAF NEUROLOGIE
dr. M. Aramideh
dr. R.J. Beukers
dr. J.W.M. Brans
dr. B.M. van Geel
dr. P.H.A.Halkes
dr. R. ten Houten
dr. R.L.C. Vogels
dr. A. Winogrodzka
Coördinator co-assistentschap: dr. B.M. van Geel.
1.2.
INDELING CO-SCHAP
Totale duur van het co-assistentschap: 6 weken.
A. Kliniek
* 4 - 5 weken kliniek met directe begeleiding van de arts-assistent van
dat moment, supervisie door de neurologen, die op die afdeling hun
patiënten hebben.
B. Polikliniek
* 1 - 1½ weken polikliniek met supervisie door de verschillende
neurologen.
C. Diensten
* De dienst loopt van 08.15 – 20.00 uur. 1 keer per week, gedurende 4
weken (niet tijdens poli-stage), in overleg met de arts-assistent. De coassistent wordt bij de dienst begeleid, met name op de EHBO, zodat
de aard van het werk daardoor duidelijk wordt.
1.2.1. INTRODUCTIE
1e dag:
08.30 – 09.30 uur
Introductiebijeenkomst onderwijscoördinatie, in het
personeelsrestaurant, 014.
In aansluiting op de introductiebijeenkomst melden op de polikliniek
neurologie,afd. 111-112, bij de teamleider Mw. B. Ligthart, Zij zal de co
ass begeleiden naar de verpleegafdeling, indien mogelijk evt.
aansluiten met de visite of zelfstudie en ’s middags aanhaken bij een
van de arts assistenten of zelfstudie (HNP+CVA). Bij afwezigheid van
Mw.Ligthart zal een van de polikl.ass deze taak overnemen.
2e dag:
Om 08.15 uur aanwezig zijn bji de overdracht en na de overdracht melden
bij dr. B.M. vanGeel, dr. R.ten Houten.
Ten behoeve van de co-assistent fase 4 is een sein beschikbaar.
Wat betreft het sein kan informatie opgevraagd worden bij leidinggevende van de polikliniek.
1
Iedere dag start met de overdracht om 8.15 uur in de bespreekruimte op afd. 111.
1.2.2. PROGRAMMA
De werktijd is van 08.15 - 17.00 uur.
In de klinische fase moet de co-assistent leren een goede neurologische anamnese af te
nemen en het neurologische onderzoek te verrichten. Op basis hiervan moet een
differentiële diagnose worden opgesteld en een plan voor verder onderzoek en behandeling.
De co-assistent doet mee aan de visite en leert de patiënten op de afdeling kennen.
De assistent superviseert, soms de neuroloog.
Er worden door de co-assistent geen uitspraken gedaan over diagnose en therapie.
In de poliklinische fase wordt volgens een schema een afspraken spreekuur ingepland met
een aantal patiënten voor de co-assistent, bij toerbeurt superviseert één van de neurologen.
Ook dan wordt het onderzoek bekeken, er wordt een programma gemaakt, alles in overleg
met de supervisor. De 1e poli patient staat om 8.40 uur afgesproken, dus mocht de
overdracht te lang duren, dan moet je deze eerder verlaten zodat je op tijd met het spr.uur
kan beginnen. Meld je een dag vòòr dat je met de poliklinische fase start bij een van de
polikliniekassistentes, meld dat je een dag later spr.uur gaat draaien en vraag tekst en uitleg
De statusformulieren, die worden gebruikt, zijn voor de kliniek en de polikliniek hetzelfde. Het
is vooral belangrijk, dat na overleg met de supervisor, de co-assistent de samenvatting
schrijft, een d.d. maakt en het verdere programma opschrijft.
2
1.2.3. BESPREKINGEN
Dagelijks ochtendrapport om 8.15 uur.
Dag:
Tijd:
Onderwerp:
dinsdag
woensdag
16.30 - 17.30 uur
08.15 - 08.45 uur
woensdag
11.00 - 12.00 uur
woensdag
12.15 - 13.00 uur
13.00 - 13.30 uur
13.30 - 14.30 uur
donderdag
11.30 - 12.00 uur
onderwijs voor co-assistenten
neurochirurgie bespreking,
tijdens overdracht
klinische patiëntenbespreking
(arts-assistent)
neuro-radiologie bespreking
neuro-oncologiebespreking
discipline overstijgend onderwijs in
de Pieter van Foreestzaal
klinische patiëntenbespreking (coassistent)
Dagelijks voor het begin van de visite geeft de co-assistent een zeer korte samenvatting van
de opnames van de vorige dag.
Op donderdagochtend geeft één co-assistent een korte presentatie over één van de
opgenomen patiënten.
Verder zijn er conferenties en besprekingen voor de hele ziekenhuisstaf, welke de coassistenten kunnen bijwonen.
1.2.4. DIENSTEN
Neurologie is een poortspecialisme. Veel patiënten worden met spoed verwezen en dienst is
een essentieel onderdeel van het vak.
Op de zaterdagen doet een van de (fase 2 of fase 4) co-assistenten dienst, samen met de
arts-assistent van 09.00 – 17.00 uur.
Iedere co-assistent doet tijdens de stage 1 of 2 keer dienst. De woensdag erop is een
compensatiedag. Het rooster wordt gemaakt in overleg met de arts-assistent.
Tijdens de dienst heb je recht op een maaltijdvergoeding à € 7,50. Als je dit wilt declareren
dien je een declaratieformulier in te vullen (intranet>P&O (gele balk) >formulieren&folders>
formulieren vergoedingen>algemene declaratie door medewerkers niet in loondienst van het
MCA.)
Dit formulier dien je ingevuld en getekend in te leveren bij de leidinggevende van de
polikliniek. Indien deze formulieren niet door de declarant en de leidinggevende
getekend zijn, wordt de declaratie niet uitgekeerd, ook niet achteraf…!!!
Je mag maximaal 3 maaltijden declareren.
NB:
Woensdag is geen vrije dag voor de co-assistenten op de poli, als er geen polipatiënten zijn.
De co-assistent loopt dan mee met de visite op de afdeling en is bij de besprekingen
aanwezig.
3
1.2.5. BENODIGDHEDEN VOOR HET NEUROLOGISCH ONDERZOEK ZIJN
Stethoscoop
Lampje
Stemvork, liefst een stemvork van het toontype C met een frequentie van 128 Hz.
Deze kan later ook goed gebruikt worden bij het KNO-onderzoek.
reflexhamer
In het ziekenhuis bestaat de mogelijkheid tot het bijwonen van onderzoek d.m.v.
verschillende neurofysiologische technieken (EEG, EMG, evoked responses), de neuroradiologische onderzoekingen, zoals DSA en duplex echografie en neurochirurgie operaties.
1.2.6. ZIEKTE OF AFWEZIGHEID ANDERSZINS
Telefonisch melden bij de leidinggevende van de polikliniek of het secretariaat neurologen,
toestel 3018 of 3000.
Elk verzuim dient gemeld te worden aan de co-assistentenopleider en hoofd polikliniek. Een
ziekteverzuim van meer dan vijf dagen is reden voor overleg. In dat geval ook contact
opnemen met de onderwijscoördinator, 3731. Ook altijd weer beter melden bij de
leidinggevende van de polikliniek.
1.2.7. SPREEKBUIS
Indien er onvrede over het beloop van het co-schap bestaat, kunt u dit bespreken met de
begeleider co-assistenten of hoofd medisch onderwijs.
1.3.
SCHEMA CO-ASSISTENTEN NEUROLOGIE MEDISCH CENTRUM ALKMAAR
Maandag
08.15 uur:
08.45 uur:
Overdag:
16.00 uur:
ochtendrapport.
visite met arts-assistent en neuroloog.
Of: polikliniek (meestal 4e, 5e of 6e week).
1e patiënt staat om 08.40 dus op tijd het ochtendrapport verlaten.
nieuwe patiënten worden in het algemeen eerst door de co-assistent
onderzocht. Supervisie daarna door de arts-assistent (kliniek) of door de
neuroloog (polikliniek).
gezamenlijke patiëntenbespreking.
Dinsdag:
4
08.15 uur:
08.30 uur:
16.30 uur:
ochtendrapport.
visite met arts-assistent of polikliniek.
praatje voor co-assistenten door neuroloog
(schema hangt in de bespreekruimte).
Woensdag:
08.15 uur:
09.00 - 11.00
11.00 uur:
12.00 uur:
13.00 - 13.30
13.30 uur:
17.00 uur:
neurochirurgiebespreking + ochtendrapport.
visite lopen en multidisciplinair overleg
klinische patiëntenbespreking.
neuro-radiologie bespreking.
neuro-oncologiebespreking
discipline overstijgend onderwijs voor co-assistenten.
gezamenlijk patiëntenbespreking
Donderdag:
08.15 uur:
08.30 uur:
11.30 uur:
ochtendrapport.
visite met arts-assistent of polikliniek.
korte klinische presentatie door één co-assitent.
Vrijdag:
08.15 uur:
08.30 uur:
ochtendrapport.
visite met arts-assistent en neuroloog. Soms wordt aan de co-assistenten
gevraagd om de taak van de arts-assistent over te nemen, natuurlijk onder
supervisie van de neuroloog.
Of polikliniek.
16.15 - 16.45 Patiënten overdracht/bespreking voor weekend.
Voorts:
Het is gewenst om één keer tijdens de stage een neurochirurgische operatie bij te wonen.
Tevens bestaat de mogelijkheid om hulponderzoekingen (ECG, EMG, EP) bij te wonen.
2.
ONDERWIJSREGLEMENT NEUROLOGIE
I.
DOELSTELLING VAN HET CO-ASSISTENTSCHAP IN DE NEUROLOGIE
1.
De co-assistent verkrijgt voortgaande vertrouwdheid met de inzicht en vaardigheid in
de omgang met en begeleiding van patiënt en hun familieleden.
De co-assistent verkrijgt inzicht in neurologische ziektebeelden van belang voor de
basisarts, het ziektebeloop en het resultaat van de behandeling en is in staat het een
en ander samen te vatten.
De co-assistent verkrijgt vaardigheid in:
1.
het afnemen van (hetero)anamnese en het verrichten van fysisch diagnostisch
onderzoek,
2.
het omschrijven van het probleem van de patiënt in een samenvatting,
3.
het opstellen van een differentiaaldiagnose,
4.
het opstellen van een onderzoekprogramma,
5.
het opstellen van een behandelingsplan,
6.
het voorschrijven en toedienen van geneesmiddelen,
7.
het voorschrijven van een optimale leefwijze voor zijn neurologische patiënt.
De co-assistent verdiept en verbreedt zijn theoretische kennis met name t.a.v. veel
voorkomende en acute neurologische ziektebeelden.
De co-assistent verkrijgt enig inzicht in de mogelijkheden van specialistisch
onderzoek van neurologische patiënten en van (para)medische therapie (zie sub III).
2.
3.
4.
5.
5
6.
De co-assistent verkrijgt vaardigheid in het werken in teamverband met andere die
zich met de zorg van de patiënt bezighouden.
II.
VEREISTEN
Vereist voor het deelnemen van het co-assistentschap neurologie is het met goed gevolg
afgelegd hebben van het Doctoraal Examen.
III.
DUUR EN VORM VAN HET CO-ASSISTENTSCHAP
De duur van het co-schap bedraagt 6 weken. Het co-assistentschap begint altijd met een
klinische fase. Van het co-schap wordt 4 weken in de kliniek en 1 - 2 weken op de polikliniek
doorgebracht.
6
IV.
INHOUD VAN HET CO-ASSISTENTSCHAP
Co-fase 2:
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
Het maken van een modelstatus van nieuwe opgenomen klinische en poliklinische
patiënten overeenkomstig het onder sub I.3. gestelde.
Bij het doen van voorstellen voor verder diagnostisch onderzoek dient scherp onderscheid gemaakt te worden tussen invasieve en non-invasieve onderzoekmethoden.
Vervolgens vindt controle plaats van de bevindingen en besprekingen van de
voorstellen met de assistent of neuroloog.
Het deelnemen aan zaalvisites met assistent of neuroloog.
Het deelnemen aan patiëntenbesprekingen, waarbij tevens door de co-assistent zelf
opgenomen patiënten worden voorgedragen.
Het bijwonen van refereerbijeenkomsten, therapiebesprekingen, de neurochirurgische, neuropathologische, neuroradiologische en klinisch neurofysiologische
besprekingen.
Het bijwonen van (poli)klinische (neurologische) behandelingen en onderzoekingen,
zoals die genoemd worden in de checklist (sub V).
Het leren beheersen van de receptuur met betrekking tot de meest voorkomende en
acute neurologische aandoeningen.
Het bestuderen van literatuur met betrekking tot bij zijn patiënten voorkomende
aandoeningen.
Co-fase 4:
De co-assistent treedt onder supervisie zelfstandig op als zaalassistent met een beperkt
aantal bedden. De duur van het co-schap bedraagt 8 weken.
Doel:
Zelfstandig klinisch handelen door middel van op doen van ervaring in de klinische
geneeskunde met feedback op het functioneren.
Er wordt prioriteit gegeven aan afdelingsgebonden activiteiten; hieronder vallen geen
diensten.
Beoordeling door middel van activiteitenregistratie aan de hand van het co-journaal na 4 en 8
weken.
Eindbeoordeling in de vorm van een judicium.
V.
TAAKOMSCHRIJVING
1.
Van de specialist-opleider:
Afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden zijn een of meer neurologen belast
met de dagelijkse leiding van de co-assistenten.
Zulks dient volgens een vast programma te geschieden. In deze taak wordt de
neuroloog bijgestaan door assistenten.
1.
Indeling van de co-assistenten in de verpleegeenheden en de polikliniek.
2.
Inwerken van de co-assistenten.
3.
Toezicht en controle op de door de co-assistenten verrichte werkzaamheden,
zoals die onder inhoud (sub III) vermeld staan.
4.
Organiseren van de onder sub III genoemde besprekingen en demonstraties.
5.
Stimuleren van staf en assistenten in hun educatieve opdracht.
6.
Stimuleren van zelfstudie door de co-assistent.
7.
Geven van een evaluatie halverwege het co-assistentschap en van een
schriftelijke beoordeling.
7
8.
9.
10.
Zorg dragen voor goede werkomstandigheden, voor de gelegenheid
zelfstandig patiënten te onderzoeken en voor het plaatsvinden van de
nabesprekingen.
In geval van onvoldoende beoordeling, vaststellen - eventueel in overleg met
de universitaire opleider - aan welke voorwaarden de co-assistent nog moet
voldoen alvorens tentamengerechtigd te zijn.
Zorg dragen voor de uitvoering van al datgene, wat met betrekking tot zijn
taak in het basisarts-examenreglement is vastgelegd.
2.
Van de arts-assistent:
1.
Het begeleiden van de co-assistent op de eigen afdeling c.q. de polikliniek,
waaronder het wegwijs maken met betrekking tot de dagelijkse gang van
zaken, het voorstellen aan medewerkers en patiënten het duidelijk maken wat
er van de co-assistent wordt verwacht.
2.
Het met de co-assistent bespreken van de status van nieuwe en oude
patiënten en het controleren van het door hem uitgevoerde lichamelijk
onderzoek, waarbij de assistent zich ervan vergewist dat het onderzoek door
de co-assistent goed wordt uitgevoerd.
3.
Het onder zijn leiding en supervisie laten behandelen van een klein aantal
patiënten door de co-assistent.
4.
Het bijdragen aan de sub III genoemde besprekingen en demonstraties.
5.
Het zorg dragen voor het verkrijgen van voldoende eigen vaardigheden door
de co-assistent.
6.
Het bijdragen aan de beoordeling van de co-assistent.
3.
Van de co-assistent:
1.
Het voldoen aan datgene wat in sub III als inhoud van het co-assistentschap
aangegeven wordt.
2.
Het bijdragen aan het inwerken van nieuwe co-assistenten.
3.
Het bijhouden van het ziektebeloop, verder onderzoeks- en behandelingsresultaten met betrekking tot patiënten in overleg met assistent of
neuroloog.
4.
Het verkrijgen van de vaardigheden die noodzakelijk zijn voor een goed
neurologisch onderzoek.
5.
Het beoordelen en vastleggen van zijn indruk over het gelopen coassistentschap op het standaard-beoordelingsformulier (zie sub VI.2).
6.
Het zorg dragen voor geheimhouding van al datgene wat hem over patiënten
ter ore is gekomen. Het is de co-assistent niet toegestaan zelfstandig aan
patiënten of familieleden mededelingen te doen over diagnose, ziektebeloop,
therapie, prognose en dergelijke.
Hij dient wel in de gelegenheid gesteld te worden gesprekken dienaangaande
tussen assistent/neuroloog en betrokkenen bij te wonen.
VI. CHECKLIST VAN VAARDIGHEDEN
Het bijgewoond/kennisgenomen hebben van:
lumbaalpunctie,
EEG-onderzoek,
EMG-onderzoek,
CT- of MRI-onderzoek,
neurochirurgische operatie.
VII. RICHTLIJNEN VOOR HET INWERKEN EN BEOORDELEN VAN CO-ASSISTENTEN
1.
Inwerken:
De specialist-opleider en de onderwijscoördinator zien erop toe, dat de co-assistent
op gepaste wijze wordt opgevangen bij zijn binnenkomst op de betrokken afdeling en
8
snel ingewerkt wordt. Dit geschiedt ondermeer door hem schriftelijke informatie te
verstrekken over afdeling en ziekenhuis en over de werkzaamheden die van hem
verwacht wordt. Hij krijgt een overzicht van de verschillende activiteiten van de
afdeling, van de dagindeling, van de co-assistentenpraatjes en demonstraties.
1.1. Parate kennis
Om met succes het co-assistentschap neurologie te kunnen volgen, dient men op de
eerste dag van het co-assistentschap algemene kennis van de neurologie paraat te
hebben zoals beschreven in het handboek van Hijdra e.a.:
De opleiders rekenen erop, dat men de hierin weergegeven neurologische stof het
boek kent. Zij kunnen hierop toetsen.
2.
Beoordeling
De beoordeling geschiedt aan de hand van een door de Faculteit der Geneeskunde
opgesteld formulier, aan het eind van het co-assistentschap. Daarnaast vindt er
halverwege het co-assistentschap een evaluatiegesprek plaats tussen specialistopleider en co-assistent. De eindbeoordeling vindt plaats mede op basis van de
beoordelingen van de specialist, assistenten en hoofdverpleegkundigen, die met de
co-assistent bekend zijn. De co-assistent wordt bekendgemaakt met de inhoud van
de beoordeling die over hem gegeven is. Indien nodig, worden richtlijnen gegeven om
eventuele tekortkomingen te corrigeren.
Tenslotte kan de co-assistent op hetzelfde formulier schriftelijk zijn beoordeling van
het co-assistentschap geven, na het gesprek met de specialist-opleider.
VIII. OVERIGE BEPALINGEN
1.
2.
Bij een ziekteverzuim van een week of langer zal het de specialist-opleider overlegd
moeten worden over de noodzaak en mogelijkheid deze periode in te halen, ter
plaatse of elders.
In alle gevallen waarin dit deelreglement niet voorziet, zal nader overleg tussen de
co-assistent en de opleider moeten plaatsvinden. Komen zij niet tot
overeenstemming, dan kon bemiddeling van de onderwijscoördinator van het
ziekenhuis worden ingeroepen. In laatste instantie kan ook de onderwijscoördinator
van de Faculteit worden ingeschakeld.
Jan.2014.
9