Het land dat in mij leeft

Het land dat in mij leeft
FAMILIE
VRIENDEN
GESCHIEDENIS
TOEKOMSTDROMEN
OMGEVING
CULTUUR
Als ik haar tot slot vraag wat zij
hoopt dat ik later doorgeef aan
mijn kinderen, antwoordt ze:
“Liefde, eerlijkheid en respect”.
Door dit interview besef ik maar
weer al te goed hoe erg ik mijn
oma bewonder. Wat een mooi
mens is ze toch!
Ik heb mijn oma geïnterviewd,
omdat ik niet veel van haar
verleden wist en ook niet hoe
Bosnië eruit zag voor de oorlog. Ik
was erg benieuwd en ik wilde
weten waar mijn roots liggen. Ik
wilde het ook graag van mijn oma’s
kant horen, vanuit haar perspectief.
Dit is het gebruiksvoorwerp dat echt mijn familie
symboliseert. Iedereen in mijn familie drinkt koffie en het is
eigenlijk een traditie om koffie te drinken in Bosnië, vooral
Bosnische koffie. We drinken het altijd bij oma en ik drink
het ook al een jaartje. Ik vind het zelf echt lekker en ik vind
het altijd leuk als mijn oma Bosnische koffie maakt. De đezva
is echt een traditioneel gebruiksvoorwerp en elke oma heeft
dat in Bosnië, dat weet ik wel zeker.
Er zijn vele verschillen, zo hebben sommige Nederlanders
bijvoorbeeld een bepaalde etenstijd. Surinamers hebben
geen vaste etenstijd. Nederlanders hebben de klok, maar de
Surinamers de tijd.
Ik heb voor school
verschillende soorten boeken
gelezen. ‘’Het land van mijn
vader’’, van Greta Riemersma
vind ik persoonlijk het leukste
boek dat ik heb gelezen. Het
verhaal is erg interessant, er
komen ook migratieaspecten
bij kijken. Mijn opa zal het
boek fantastisch vinden.
Thema’s zoals zoektocht,
familie en liefde spreken hem
erg aan.
Kantika pa hasi ju sonjo kune
Ik ben in de sneeuw gevallen
wiegeliedje
•
Ik ben in de sneeuw gevallen
Kun je me niet redden?
•
Ma kai den sneeuw
Bo n' por sakami?
Val dan neer naast mij
En help me huilen.
Kai bande mi anto
judami jora.
Als je Papiamentu kon spreken
Noemde ik je DUSHI
Vroeg ik je me met een zoen te
redden
Maar je kunt niet zwart worden.
Si bo por a papia papiamentu
lo ma jama bo DUSHI
pidi bo un sunchi pa sakami
ma bo n' por bira pretu.
En ze hebben me gezegd
En ze hebben me bezworen
Trouw je met een blanke vrouw
Kom je je zwarte land niet meer in.
I nan a bisami
I nan a hurami:
Si bo kasa ku un muhe blanku
bo n' por drenta
bo tera pretu.
Ik ben in de sneeuw gevallen
Kun je me niet redden?
Ma kai den sneeuw
Bo n' por sakami?
Val dan neer naast mij
En help me huilen.
Kai bande mi anto
judami jora.
Je kent het wel; je bent op zoek naar iets en toevallig vind je op zolder een
doos met fotoboeken. Uit nieuwsgierigheid blader je in de boeken en
ontdek je dat het foto’s zijn van je ouders toen zij nog klein waren. In mijn
geval waren het foto’s uit Suriname en de beginjaren in Nederland. Aan de
hand van de foto’s heb ik een interview met mijn moeder, …………….
Daarnaast kreeg je als baby een blauwe stip op het voorhoofd. “Zo wordt de
baby beschermd tegen het boze oog. Het spelden van een zwart kraaltje aan
een gouden speldje aan de kleding van de baby is ook een bescherming tegen
het boze oog.”
Soms ben ik even met iets bezig en ik hoef me maar om te draaien of ze heeft
weer een boek uit. Ik houd er zelf niet van om dikke boeken te lezen. Alleen
voor dikke boeken over interessante mensen, tennisspelers en onderwerpen
maak ik graag een uitzondering.
Het leesverleden van mijn opa en mij heeft overeenkomsten en
grote verschillen. Lezen is voor ons beiden niet een belevenis
geweest waar we veel tijd in hebben gestoken. Maar aan de andere
kant heb ik wel vroegtijdig goed leren lezen. Ik ben het met mijn
opa eens dat er in een boek wel echt iets moet gebeuren en
daarom vond ik bv. De donkere kamer van Damokles ook een leuk
boek. Ik vind oorlogsboeken daarom ook erg interessant, net als
mijn opa. Al met al heb ik veel meer kansen gehad om goed te
leren lezen dan de mensen in de tijd van mijn opa.
In dit document staan mijn leeservaringen en mijn familiegeschiedenis. Ik ben
achter dingen gekomen die ik nooit verwacht had, bijvoorbeeld dat mijn
voorouders bijna allemaal van Texel komen en pas naar het vaste land verhuisd
zijn toen de Haarlemmermeer werd drooggelegd.
Hij is mijn oom via mijn moeders kant. Het was een zeer
leuk interview, want het verliep erg natuurlijk en voor
we het wisten waren we 1,5 uur verder. We hebben het
veel gehad over de literatuur en dan vooral welke
boeken ons interesseerden. Wanneer ik terug kijk op het
interview, concludeer ik dat we ongeveer hetzelfde met
literatuur hebben. We lezen beiden, maar het is niet zo
dat we lezen omdat we interesse hebben in literatuur.
We moeten geïnteresseerd zijn in het onderwerp. Het is
daarom ook niet zo dat we altijd dezelfde boeken leuk
vinden, want niet al onze interesses komen overeen.
Voor zover ik weet hebben we één boek allebei gelezen
en dat is ‘De Donkere Kamer van Damokles’.
Familie is iets bijzonders, wat je met
niemand anders hebt.
Wie wil niet weten wat zijn voorouders deden, wanneer zij leefden en
bovenal wie zij waren? Zijn er verschillen tussen de verschillende generaties
in jouw familie en is er een rode draad die door jouw familie heen loopt? Met
deze vragen werd ik bestookt tijdens de opdracht en op deze vragen heb ik
een antwoord gevonden. Een stamboom, een interview met verschillen en
overeenkomsten en een duidelijke weergave van de verandering van mijn
leesgedrag en de bijbehorende beoordelingen van literaire werken passeren
de revue in deze samenvatting van de tweede fase.
Na het interview te hebben gedaan ben ik erachter gekomen dat mijn vader
en ik veel gemeen hebben qua leven en leesgedrag, maar dat we ook veel
dezelfde interesses hebben. Zo is een van de overeenkomsten van ons leven
dat we allebei dezelfde manier van doen hebben, namelijk voorzichtig zijn,
het liefst geen conflicten willen en vaak de middenweg kiezen. Daarnaast zijn
er ook verschillen zoals de interesses op school. Waar mijn vader de talen
ontzettend leuk vindt, ben ik veel meer van de economische vraagstukken.
Taal is voor mij juist niets, terwijl mijn vader zich veel minder interesseert
voor economie. Het is daarom misschien ook wel zo dat hij veel meer literaire
werken heeft gelezen dan ik heb gedaan.
Waren er vroeger ook bepaalde tradities die je je nog
goed kan herinneren?
Er is wel een traditie die ik mij heel goed kan
herinneren. Zo aten wij met Kerst altijd gelatinepudding en kip. O, en op zaterdagavond kregen we
een glaasje prik met een chips in een Tupperwarebakje.
En welke van deze tradities zou je binnen de familie
willen doorgeven? De kip met gelatine! Hahaha. En
dat doen wij ook braaf.
Je wist terwijl je het boek las niet of het de
hoofdpersoon het verhaal daadwerkelijk
beleefde, of dat het verzonnen was. Hierdoor
bleef ik aangetrokken tot het boek. Ik wou het
boek per se uitlezen om erachter te komen of de
hoofdpersoon het nou echt mee had gemaakt of
niet. In beide boeken ging het allebei om een
verbeelding. Bij 'Dooi' zou er een schaatser over
het ijs schaatsen terwijl het ijs nog nauwelijks
begaanbaar was, en bij 'De donkere kamer van
Damokles' was het niet duidelijk of Osewoudt
Dorbeck echt ontmoet, of dat Osewoudt Dorbeck
zelf is. Dit heeft iets mysterieus.
Welke rol speelde het Groningse dialect destijds in jou leven?
‘Binnen het gezin en binnen de rest van de familie spraken wij Gronings onder elkaar, op
school werd het niet gesproken. Verder las ik alleen boeken in het Nederlands. ‘
En welke rol speelt het nu?
‘Binnen ons huidige gezin spreken wij onderling geen Gronings. Wel buiten het gezin met
ouders, ooms en tante en de rest van de familie. Tijdens het uitoefenen van ons werk
waarbij je veel met mensen omgaat, merk je wel, dat zodra men merkt dat je ook
Gronings praat, het “ijs wat sneller gebroken is” en men je het gevoel geeft dat het wel
goed zit. Een soort vertrouwde omgeving.’
In hoeverre denk je dat het leesgedrag van jou verschilt met dat van mij?
‘Vroeger las ik heel veel boeken. Ik ging ook geregeld naar de bibliotheek om boeken te
lenen om deze dan in mijn vrije tijd te lezen. Ik denk dat jullie alleen die boeken
halen/lezen die je verplicht bent te lezen voor school. Dat was in mijn jeugd niet zo, maar
wij keken in verhouding heel weinig TV . Ik ging dan bijvoorbeeld radio/muziek luisteren
en boeken lezen. De sociale media waar jullie mee leven kenden wij natuurlijk niet,
informatie enz. moesten wij dan ook uit boeken halen.’
Wat had opa graag anders willen zien in het huidige school
systeem, denk je.
Opa wilde altijd dat mensen zich creatief ontwikkelden dus ik denk
dat hij veel meer creatieve vrijheid in het systeem wilde. Daarnaast
had hij het bij het leger wel naar zijn zin dus misschien zou hij daar
wat elementen van in willen voeren op scholen om wat meer
discipline in het onderwijs te krijgen.
Duidelijk is dus dat mijn opa van (neo)romantische boeken hield en
veel landschapen bewonderde. Ik heb daar persoonlijk niets mee.
Ik lees liever iets spannends waar je maar in blijft lezen omdat je wil
weten hoe het eindigt. Mijn leven is lang niet zo avontuurlijk als dat
van mijn opa. Ik zou later wel willen dat het zo avontuurlijk wordt
als dat van hem. Het lijkt me erg mooi om veel van de wereld te
zien en ik hoop dat dat met mijn studie een stage in het buitenland
kan regelen, misschien zelfs wel Indonesië.
Alles is nu veel moderner, bijna alles gaat via
beeldschermen. Je zou dus zeggen dat jullie dit alles juist
hebben moeten missen. Maar wat denk je dat wij missen
in vergelijking met de tijd waarin jullie jong waren?
De dingen die ik vroeger heb kunnen ervaren, dingen die
ik leuk vond c.q. mocht, wilde ik jullie ook laten ervaren.
Dus op dat gebied is er weinig verschil en missen jullie dus
ook vrijwel niks. Ik denk echter wel dat door de grote
invloed van sociale media het echt persoonlijke contact
minder is. Wij gingen vroeger vaker naar iemand toe als je
hem/haar wilde spreken. Nu chat je met iemand op
facebook. Waar ook nog eens het gevaar van verkeerd
begrepen geschreven tekst bij komt kijken.
Op deze afbeelding is de veerpont van Renkum te zien. Mijn
vader is met zijn vader (mijn opa) vele malen met deze pont naar
het veerhuis gevaren. Deze pont heeft een bijzondere plek in de
geschiedenis van onze familie.
Veerpont Renkum 1965
Een boek moet mij
wel een goed gevoel
geven, ik lees liever
niet over hele zware
onderwerpen, zoals
de dood. Ook vind ik
het erg belangrijk dat
het boek me iets
meegeeft en dat het
me aan het denken
zet over bepaalde
onderwerpen of over
mijn eigen leven.
Boeken hebben al vanaf het moment dat ik kon lezen, een
grote rol in mijn leven gespeeld. Het lezen heeft me heel veel
meegegeven. Als lezer van een boek kom je in een andere
wereld terecht of je ziet de wereld uit de ogen van iemand
anders. De hoofdpersoon uit je boek heeft misschien heel
andere ideeën dan jij. Misschien komt de hoofdpersoon uit een
andere cultuur of zelfs uit een letterlijke andere wereld. Het
zien door hun ogen kweekt begrip. Al snel heb ik geleerd
iedereen anders is en dat iedereen dingen ziet. Boeken krijgen
het voor elkaar me uit mijn eigen wereld te helpen, en er
anders naar te kijken. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik begrip
kreeg voor anderen.
Een goed voorbeeld hiervan is de boeken die ik rond mijn
dertiende begon te lezen. Deze boeken van de schrijfster
Francisca de Cesco, laten een andere visie op het leven zien.
Een van de boeken ging over een indianenmeisje. Zo leerde ik
een meer spirituele visie kennen. Veel van haar boeken hadden
dit karakter.
Het mooiste en meest waardevolle boek uit mijn
leesdossier, en daarmee bedoel ik alle boeken die ik
voor school heb gelezen, is 'De kroongetuige' van
Maarten 't Hart. Dit heb ik in de derde klas gelezen,
dus eigenlijk komt het boek niet uit de Tweede fase.
Toch wil ik het graag noemen. Ten eerste omdat dit
het eerste boek was van Maarten 't Hart dat ik las. Ik
had weinig verwachtingen van het boek, maar het
bleek een ontzettend goed boek te zijn. Ten tweede
omdat dit boek spannend en goed geschreven is. Ik
had het heel snel uit en het voelde helemaal niet
alsof ik het moest lezen.
Uiteindelijk heb ik deze opdracht toch wel met plezier gemaakt. De ene
opdracht vond ik leuker om te maken dan de andere. Zo heb ik veel
plezier beleefd aan het voorbereiden en afnemen van het interview.
Mijn opa is heel behulpzaam geweest en heeft veel verteld. Daar wil ik
hem graag voor bedanken. Toch heeft hij in zijn leven niet zo veel
beleefd als ik had verwacht. Het interview zit niet vol met spannende
verhalen, maar toch heb ik veel geleerd.
Ook het verhaal zoeken achter een voorwerp vond ik leuk om te doen.
Ik heb weer wat meer geleerd over mijn familie. Ik weet daar vrij weinig
vanaf, maar deze opdracht heeft me weer een mooi verhaal laten
ontdekken.
Wat minder vond ik het maken van de stamboom en het uitzoeken van
de auteur. Ik had graag mijn stamboom wat meer willen uitbreiden en
de gastles van het Groninger archief die werd aan de andere klassen
had ik ook graag willen bijwonen. Ook is het mij nog steeds niet goed
gelukt het verband te vinden tussen mijn familiegeschiedenis en mijn
leesdossier. Toch heb ik ervan geleerd en er plezier aan beleefd.
Voor mijn ouders is familie heel belangrijk, die waarde heb ik
overgenomen. Ik praat erg graag over mijn familie en het is
voor mij dan ook niet moeilijk om een werkstuk over hen te
maken. Ik weet niet wat ik zonder mijn familie zou moeten
beginnen en ik hoop dat ik zelf later ook op zo’n manier een
familie mag krijgen.
Als ik mijn leesgedrag moet vergelijken
met dat van mijn oma, dan kan ik nu al
zeggen dat we verschillen in onze
keuze. Daarnaast leest zij veel, ze zit
in drie of vier leesclubs en ze leest
ongeveer een boek per week. Ik lees
toch beduidend minder.
Mijn oma kent geen Nederlandse gedichten, wel kent ze nog een gebedje in
het Sanskriet, dat haar erg aansprak. Dit gebedje lijkt wel op een gedicht en
heeft een diepe betekenis, waardoor ik het wel toepasselijk vond voor deze
bespreking.
Gayatri mantra
Aum
Bhur Bhuva Svah
Tat savitur varenyam
Bhargo devasya dhimahi
Dhiyo yo naha prachodayat
Vrije vertaling:
O Moeder!
Die verblijft in alle drie tijden,
in alle drie werelden en
in alle drie hoedanigheden,
ik smeek U:
verlicht mijn verstand en
verdrijf mijn onwetendheid
net zoals het schitterend zonlicht
alle duisternis verdrijft.
Ik smeek U,
maak mijn verstand rustig en helder en verlicht.
Ik heb mijn opa geïnterviewd op de eerste kerstdag van het jaar
2012. De familie van mijn moeders kant en ik hebben deze dag
bij hem thuis in Groningen gevierd. Het is en blijft een traditie om
bij hem Kerst te vieren. We begonnen in de ochtend met een
ontbijt, daarna gingen we lunchen en we sloten af met een diner.
Een aantal activiteiten was gepland om deze eetmomenten heen,
zoals het spelen van bordspellen met de familie. Ook kreeg ik de
gelegenheid om mijn opa te interviewen. Ik heb geprobeerd
vragen te stellen over zijn jeugdjaren waarin migratie naar
Nederland een belangrijke rol speelde. Ik wist al veel over hem,
maar het is altijd mooi om de verhalen die hij vertelt opnieuw te
horen.
Toch geef ik toe dat ik het lezen van boeken niet saai
vind. Een boek wordt vooral leuk als er meerdere
wendingen in het verhaal verwerkt zijn. Dit houdt mijn
aandacht als lezer vast. Daarnaast houd ik ervan om
nieuwe dingen te leren. Met het lezen van verhalen met
als onderwerp bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog kun
je via de personages een beeld krijgen van hoe het eraan
toe ging toentertijd. Het lezen heeft dus een belangrijke
bijlage gehad aan mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik besef
nu dat ik een fantastisch leven tot nu toe heb ten
opzichte van de mensen die de oorlog hebben moeten
meemaken.
Het leven van mijn oma staat voor een groot deel in het
teken van reizen. Ze heeft ook verschillende jaren in het
buitenland geleefd. 1 jaar in Ivoorkust, 3 jaar in Zambia
en later nog 3 jaar in Egypte. Ze heeft alle reizen
gemaakt met haar man, mijn opa, die toevallig ook Jan
heet net zo als mijn andere opa. Toen ze terug kwamen
uit Zambia zijn ze in Hoogezand gaan wonen. Nadat ze in
Egypte zijn geweest zijn ze terug gekomen naar
Hoogezand waar ze tot op heden wonen.
Het huis was klein, waardoor meerdere mensen
in 1 bedstee moesten slapen. De wc stond
buiten, dat was een soort ton. De tuin was vrij
groot, want iedereen kweekte zijn eigen
groenten. Vlees kocht je van slagers die langs de
deur kwamen. Melk werd gebracht door de
melkboer. De handelaren kwamen langs de
deuren om de bestellingen op te nemen. Kruiden
haalde je bij een winkeltje. Je moest dan zelf een
leeg potje meenemen dat daar werd gevuld en
afgewogen. Boter maakte je zelf. In de tuin liet je
tabaksplaten groeien om tabak van te maken. Er
waren in die tijd nog geen cafetaria’s.
Er hoefde haast nooit meegeholpen te worden in
het huishouden. Kleren werden zelf gemaakt of
het waren afdankertjes die je van anderen kreeg.
Ook kwamen er weleens handelaren met lappen
stof langs de deuren.
Ik vond het een erg leuke opdracht om aan te werken,
omdat je intensief bezig bent met je familie en je op die
manier heel veel te weten komt. Daarom vond ik vooral
de opdracht van het interview en de stamboom het
leukste. Het is leuk om te weten te komen hoe de wereld
er vroeger uit zag en welke gewoontes er toen waren. Ik
heb het altijd al leuk gevonden om oude dingen te
bekijken, zoals een museum met nagemaakte winkels en
cafés van vroeger of oude slaapkamers. Om erachter te
komen hoe dit bij je eigen familie was, is nog leuker. Ook
is het interessant om uit te zoeken van wie je afstamt,
wie je familie was, waar je vandaan komt. Heel veel
mensen ken je niet en dat maakt het leuk om het te
weten te komen.
Een leuk feitje:
Mijn vader heeft een aantal jaar geleden geprobeerd
om de stamboom verder uit te zoeken en uit te breiden.
Hij is er daarbij in geslaagd om aan zijn kant van de
familie terug te gaan tot ongeveer 1700
en daar bij heeft hij een interessante ontdekking
gedaan.
Onze achternaam komt eigenlijk deels uit Duitsland.
Rond 1700 was er iemand met de achternaam ‘König’,
in Duitsland, en over de loop van ongeveer drie tot vier
generaties is dat verbasterd van ‘König’ tot ‘Keunig’ tot
‘Keuning’ en uiteindelijk tot ‘Koning’.
In 1968 kregen ze thuis een tv. Ze waren daar mee het
eerste gezin bij hen in de buurt met een televisie en dat
zorgde er dan ook voor dat iedere middag, rond een uurtje
of vier, kinderen uit de buurt en de buren bij hun tv
kwamen kijken. De invloed van de televisie was echter niet
echt te merken aan het leesgedrag van mijn moeder en
mijn oma. Mijn opa daarentegen las helemaal niet meer en
hij keek ’s avonds naar actualiteitenprogramma’s terwijl
mijn oma een boek las.
Wat betreft deze opdracht Nederlands heb ik veel geleerd.
Ik heb niet alleen geleerd over familieleden en over hoe
het lezen vroeger was, maar ik heb ook geleerd over
mezelf en om naar mezelf te kijken en om dat zo goed
mogelijk te verwoorden.
We houden er beiden niet van als de personages in
een boek te veel onrecht wordt aangedaan, we
vinden dat beiden meestal te zielig. Meestal lezen
we dit soort boeken toch wel uit omdat we hopen
dat het later toch beter gaat met de karakters. Een
voorbeeld van zo’n soort boek is “De vliegeraar”of
“Duizend schitterende zonnen”.
Gedicht Nelson Mandela
Onze grootste angst
Onze diepste angst is niet dat we ontoereikend zijn
Onze diepste angst is dat we onmetelijke kracht bezitten.
Het is ons licht, niet onze duisternis die ons angst aanjaagt.
We vragen ons af,
wie ben ik om briljant, fantastisch,
talentvol, geweldig te zijn?
Je bent een kind van God.
Met je kleiner voordoen dan je bent,
bewijs je de wereld geen dienst...
We zijn geboren om de glorie van God
in ons zichtbaar te maken.
Die is niet in enkelen van ons,
maar in iedereen.
En als we ons licht laten schijnen,
geven we onbewust
anderen toestemming hetzelfde te doen.
Als we bevrijd zijn van onze eigen angst,
dan bevrijdt onze aanwezigheid
automatisch ook anderen
Dit gedicht komt uit de inauguratierede van Nelson Mandela, 1994
In het interview heb ik mijn moeder gevraagd naar het
voorlezen in haar jeugd. Ze vertelde me dat zij als kind
nooit is voorgelezen door haar ouders. Dit verbaasde
mij enigszins, omdat ik me het moeilijk kon
voorstellen. Zelf ben ik namelijk erg veel voorgelezen,
door mijn vader en door mijn moeder. Mijn vader las
me boeken voor uit de serie van “Wipneus en Pim” en
door mijn moeder werd ik voorgelezen uit onder
andere “Wiplala” en “Pluk van de Petteflet”. Ook heb
ik al op vrije jonge leeftijd wat dikkere boeken met
haar gelezen, zoals “De Telduivel” en de serie “De
Kleine Kapitein”. Deze laatstgenoemde boeken heb ik
zelf later nog een aantal keren gelezen, omdat ik ze erg
leuk vond. Dit is dus een groot verschil tussen mijn
moeder en mij.
Als je dit vergelijkt met hoe mijn jeugd
tot nu toe was zie je behoorlijke
verschillen. Ik heb mijn hele jeugd in
Hoogezand gewoond en zij in Heerlen.
De omgeving is natuurlijk heel
verschillend, maar vooral ook de
mensen. Als ik in Limburg ben merk ik
altijd dat de mensen heel hartelijk en
open zijn. Dit is een groot verschil met
de mensen hier in Groningen. Die zijn
vaak wat meer gesloten en nors.
Ook heb je een verschil in taal en gewoonten. Een goed voorbeeld is met eten.
Toen mijn oma van moeders kant nog leefde aten we wel eens rollade. In
Groningen eet men die koud, maar in Limburg juist warm. Dit wisten de oma’s
niet en zo zei mijn oma van vaders kant tijdens het eten: ‘Het smaakt me heel
goed, jammer dat de rollade koud geworden is’. Hierop keek iedereen haar
verbaasd aan. Ook een groot verschil tussen onze jeugd is dat ik me niet kan
voorstellen hoe het zou zijn zonder tv. Mijn oma had die luxe toen niet en deed
daarom hele andere dingen. Zo luister ik bijvoorbeeld vrijwel nooit naar de
radio. Toch zei ze dat ze zich nooit heeft verveeld.
Wat ik ook leuk vind om te zien is dat mijn vader een
echt buitenkind was. Vroeger speelde ik ook vaak
buiten: Voetballen, hutten bouwen en tikkertje. Toen
ik wat ouder werd, zwakte dit af, omdat ik ook een
televisie en een computer had. Deze had mijn vader
nog niet en dus had hij niet veel keus en bleef buiten
spelen. Weer een verschil dat afhangt van de tijd
waarin wij zijn opgegroeid. Dat mijn vader meer
buiten speelde dan ik heeft overigens niet veel
verschil gemaakt in het leesgedrag dat wij ontwikkeld
hebben. Ook heeft het gebrek van computers en
televisies in zijn tijd niet voor een stimulans gezorgd
om te gaan lezen en de aanwezigheid van deze
apparaten in mijn jeugd evenmin.
Hoewel er dus veel verschillen zijn in hoe wij
zijn opgevoed en wat wij in onze jeugd tot onze
beschikking hadden, heeft dit niet geleid tot
twee sterk uiteenlopende leesontwikkelingen
tussen mij en mijn vader. We zijn allebei geen
echte lezers. We pakken er niet snel een boek
bij en de boeken die wij dan wel gelezen
hebben zijn veelal strips. Dit zijn dan vaak ook
nog eens dezelfde strips geweest. Mijn vader en
ik kijken dus op eenzelfde manier tegen lezen
aan en dit vind ik heel bijzonder, gezien het feit
dat wij een totaal andere jeugd hebben gehad.
Allien
M'n vader is een bouwer
Z'n bouw loit boi de doik
Ik zien 'm heêl veer skrape
As ik 't veld in koik.
M'n vader het een skuitje
Dat bringt 'm nei de bouw
Hoi moet den alles kloete
Dat is een hêle sjouw.
In 't veld deer staat een boetje
Heêl op 't achterstik
't skot dat is van planke
't dak is van oud blik.
Deer zien je haast gien minse
Deer is gien naaste buur
M'n vader is alliendig
Allien mit de netuur.
Uit mijn verhaal is te concluderen dat ik de kansen en mogelijkheden heb
gekregen om mijn kennis en literatuur te ontwikkelen en dit heeft mijn opa niet
gekregen. Het verschil tussen ons is dan ook dat ik veel proza heb gelezen en hij
helemaal niets. Het is erg jammer dat mijn opa niet weet hoe het is om je
helemaal in te leven in een boek, maar wel weet ik zeker dat als mijn opa in mijn
tijdsperiode was opgegroeid en ik in het zijne, dat het verhaal nu andersom zou
zijn.
Ging je ook uit? Naar bepaalde cafés bijvoorbeeld.
Het was in die tijd natuurlijk niet gebruikelijk om als jonge
meid uit te gaan. Ik ging echter vaak stiekem naar Hotel
Dik. Hier waren af en toe feesten van de zeevaartschool.
Hierbij was het traditie om in het lang te komen. Van te
voren hoorde je aan je ‘date’ te melden welke kleur jurk je
aan zou hebben en dan namen de mannen een passende
corsage mee voor op de jurk.
Hotel Dik rond
1950
Op de vraag aan welk gedicht mijn pake speciale herinneringen
heeft, bleef het lang stil. Hij vertelde mij dat hij nooit veel gedichten
heeft gelezen, aangezien hij zich liever wilde inleven in een verhaal.
Hij herinnerde zich wel dat hij met zijn dochters en ook wel met zijn
kleinkinderen, vaak gedichtjes van Annie M.G. Schmidt las, vooral
uit de bundel “Iedereen heeft een staart”.
Een aantal humoristische gedichten vond hij wel leuk om te lezen,
en ook heeft hij hartelijk kunnen lachen om het volgens mij niet bij
uitstek humoristisch bedoelde gedicht “De tuinman en de dood” van
P. N. van Eyck. Het gedicht is geschreven voor zijn geboorte,
namelijk in 1926 en hij heeft het op school voor het eerst gelezen.
Zelf zag hij geen diepere laag in het gedicht, omdat hij alleen de
leuke kant wilde zien en er niet over wilde na denken. De lerares
heeft er echter lang over gesproken en alle leerlingen moesten het
gedicht uit hun hoofd leren.
Het leesgedrag van mijn oudtante en mijn eigen leesgedrag verschilt
enorm, op een aantal manieren. Mijn tante haar jeugd was tijdens
de oorlog. Er was weinig geld beschikbaar en wat over was werd
geïnvesteerd in het leger. Om deze reden was het veel moeilijker om
in die tijd boeken te lezen. Er waren geen bibliotheken, maar wel
boekhandels. Elk boek dat je wilde lezen, moest je dus ook kopen.
Ten eerste was er dus weinig geld om boeken te schrijven, en ten
tweede was er ook niet veel geld om de boeken vervolgens te kopen.
Dit is nu heel anders: er is in elke plaats wel een bibliotheek die voor
iedereen beschikbaar is en boeken kun je eventueel zelfs kopen in
een supermarkt. Iedereen heeft wel een aantal boeken op de plank
liggen. Sterker nog, mensen met een “e-reader” hebben soms wel
duizend boeken in huis. Dit heeft het gevolg dat de boeken, die in de
tijd van mijn tante erg schaars en luxe waren, erg in aanzien zijn
gedaald. Het is niet meer speciaal om een boek te hebben.
Denkend aan Holland, het land dat in mij leeft
Meester mag ik maandag
houden?
Dinsdag gaat mijn zuster trouwen,
woensdag ben ik ziek,
donderdag kan ik niet,
vrijdag moet ik naar de buren,
zaterdag moet ik schrobben en schuren
en zondag is de dag,
waarop ik niet werken mag
De reden dat ik minder lees dan in de periode dat ik op
de basisschool zat, is misschien wel de toegenomen
elektronische mogelijkheden. Bijna uit gewoonte lees
ik de verhalen van vrienden op Twitter en Facebook.
Ook betrap ik mezelf er vaak op dat ik zonder
belangrijke reden de zoveelste herhaling van een
televisieprogramma bekijk. Als ik niets te doen heb,
komt het lezen van een spannend, avontuurlijk boek
niet eens meer in me op.
Ondanks dat ik minder boeken ben gaan lezen, ben ik
wel steeds meer het nieuws gaan volgen. Voornamelijk
in de krant. Net als mijn ouders, vind ik het heerlijk om
in de ochtend een papieren krant te lezen.
Mijn oma kon zich nog herinneren dat ze voor de eerste
keer naar de basisschool ging. Dit vind ik erg opmerkelijk,
omdat ik het van mezelf niet eens meer weet. Het enige
nadeel van de basisschool was dat kinderen werden
geslagen als zij niet goed luisterden naar hun leraar. Mijn
opa en oma vonden dat dit probleem de laatste jaren
goed is aangepakt. Na de basisschool is mijn oma de
toenmalige huishoudschool gaan doen en daarnaast
moest zij werken op het land. Na school of soms binnen
de schooltijden was het heel gebruikelijk dat kinderen
hun ouders hielpen om de oogst binnen te halen.
‘Wat
leuk’, was de reactie van mijn oma
op de vraag of ik haar zou mogen
interviewen voor een opdracht van het
vak Nederlands. Een andere reactie had
ik, als kleinkind, ook niet verwacht van
mijn oma. Dit omdat mijn grootouders
graag praten met hun kleinkinderen over
gebeurtenissen uit hun jeugd.
Mijn oma gaf haar leven een acht, omdat ze nu erg
gelukkig is. Ze woont vlakbij haar familie en dat geeft mijn
oma een goed gevoel en rust.
Op latere leeftijd heeft hij veel vakliteratuur gelezen, dit
kwam vooral door het feit dat hij dit voor zijn cursus
moest lezen. Ook las hij graag boeken van Karl May
(indianen) en Jules Verne (reis om wereld in 80 dagen).
Hij interesseerde zich vooral in natuurboeken, de
Tweede Wereldoorlog, wereldgeschiedenis en heeft een
brede interesse in de Oudheid. De boeken over de
oorlog spreken hem het meest aan, zoals de boeken
Engelandvaarders van Klaas Norel en Exodus van Leon
Uris.
Toen hij klein las hij niet graag Groningse boeken, ook
waren er in die tijd niet veel Groningse boeken. Maar nu
op latere leeftijd leest hij steeds meer in het Gronings
,vooral van Jan J. Boer.
Als klein kind werden we beiden voorgelezen, alleen
het verschil is uit een ander soort boek. Ik werd
voorgelezen met sprookjes en fantasierijke verhalen
en mijn opa werd voorgelezen uit de Bijbel. Hij werd
meestal na het eten aan tafel voorgelezen. Als klein
kind werd hij niet veel voorgelezen door zijn ouders,
omdat die aan het werk moesten. Pas toen hij op de
basisschool kwam, begon hij kleine boekjes te lezen.
In deze periode zie ik een vergelijking, omdat we
beiden begonnen met boekjes lezen op school. Naast
school zijn we beiden gaan lezen, alleen de manier
hoe we aan die boeken kwamen verschilde. Hij
leende de boeken van school of van een boekenclub,
want in die tijd was er niet veel geld om aan boeken
uit te geven.
Ze vierden thuis altijd de christelijke feestdagen zoals Kerstmis. Ook
deden ze aan Sinterklaas en werden verjaardagen altijd gevierd. Ze kent
nog erg veel kinderliedjes uit haar jeugd, zoals: Een karretje op de
zandweg reed, Op de grote stille heide, ’t Ros Beiaard doet z’n ronde,
Daar komt Jaap de groenboer aan, Al in een groen groen knolleknolleland, Onder moeders paraplu, Het regent oh wat regent het, Alle
weken tweemaal moet ik in het bad, Het Angelus klept in de verte,
Guusje ziet een negerjongen, ‘k zag twee beren broodjes smeren.
Met dit voorwerp kan ik een stukje familiegeschiedenis symboliseren. Het
voorwerp is te zien op de volgende pagina. Zoals ik in het interview al
beschreef, is mijn oma eerst een tijdje verloofd geweest met mijn opa. Op
het feest dat mijn opa en oma toen gaven, hebben ze deze kapspiegel
gekregen met daarin twee kledingborstels. Mijn moeder vond het leuk
om iets van haar ouders in huis te hebben, dus nu hangt deze kapspiegel
bij ons aan de muur.
Of ik na de middelbare school het lezen ga ontdekken,
ik heb er geen idee van. Op dit moment zou ik er geen
zin in hebben. Maar, net zoals mijn vader toen hij zelf
mocht kiezen wel weer ging lezen, zou dat natuurlijk bij
mij ook wel kunnen gebeuren.
Mijn oma was linkshandig. In tegenstelling tot nu
mocht er niet linkshandig worden geschreven. Ze
heeft rechtshandig moeten leren schrijven. Ze heeft
er wel voordeel mee gehad, later kon ze zowel met
haar linker als rechterhand schrijven.
Piggelmee
In het land der blonde duinen
En niet heel ver van de zee,
Woonde eens een dwergenpaartje
En dat heette "Piggelmee."
't Waren heel, heel kleine menschjes
En ze woonden - vrees'lijk lot,
Want ze hadden heel geen huisje In een ouden, keulschen pot.
Voor de zon en voor den regen Nooddurft had hun dat geleerd Hadden zij dien steenen pot, met
d'Oop'ning naar den grond gekeerd.
Toen een gat er in geslagen,
Klein, maar groot genoeg toch voor
Hun zoo kleine dwergenlijfjes
En daar kropen zij dan dóór.
't Vrouwtje zorgde voor het eten
Maar.... dat eten moest er zijn,
"t Ventje ging dus daag'lijks jagen
Schoot een haasje of konijn.
Over de vraag naar een bekend gedicht uit zijn tijd
hoefde opa niet lang na te denken. Hij kwam al vlot
met het antwoord : Piggelmee. En het eerste versje
volgde. Hij kende er nog veel van uit zijn hoofd.
Deze versjes stonden op de verpakking van de Van
Nelle koffie en thee. In totaal zijn er 91 coupletten,
hierboven staan de eerste vijf. Het zijn korte
grappig versjes die een verhaal vertellen.
De afgelopen jaren is lezen nog steeds
niet in mijn lijst met hobby’s gekomen,
maar ik lees nu wel met meer plezier
dan ik eerder heb gedaan. Dus wie
weet verslind ik in de toekomst het een
na het andere boek.