In die dagen - Ekklesia Amsterdam

In die dagen
In die dagen
werd een bevel uitgevaardigd door keizer Augustus
dat er een volkstelling moest worden gehouden
over de hele wereld.
Deze volkstelling vond plaats
voordat Quirinius landvoogd van Syrië was.
Allen gingen op reis om zich te melden,
ieder in zijn eigen stad.
Ook Jozef ging op weg
en omdat hij uit het huis en geslacht van David was,
trok hij vanuit Nazaret in Galilea
naar Judea toe,
naar Betlehem, de stad van David,
om zich daar te melden,
samen met Maria zijn vrouw, die zwanger was.
En terwijl zij in Betlehem verbleven,
brak het uur aan dat zij bevallen moest.
Zij bracht een zoon ter wereld,
haar eerstgeborene,
wikkelde hem in doeken
en legde hem neer in een kribbe,
omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.
Nu waren er herders in de buurt;
die nacht, in het open veld,
hielden zij de wacht bij hun kudde.
Plotseling stond voor hun ogen een engel des Heren,
en de glorie des Heren omstraalde hen –
zij werden zeer bevreesd.
Maar de engel sprak tot hen:
weest niet bevreesd,
want ik verkondig u een grote vreugde,
die voor heel het volk bestemd is.
Heden is u, in de stad van David,
een redder geboren,
de Heer, de Messias.
En dit zal u een teken zijn:
gij zult een pasgeboren kindje vinden,
het is in doeken gewikkeld,
het ligt in een kribbe.
Plotseling was de engel omringd
door een schare van hemelse machten.
Zij verheerlijkten God, en zij riepen:
Ere zij God in den hoge
en vrede op aarde voor alle mensen van goede wil.
1
En het geschiedde,
toen de engelen van hen waren weggevaren naar de hemel
dat de herders zeiden tot elkaar:
Laat ons gaan zien het woord dat daar geschiedde.
Lukas 2, vers 1-15a
In den beginne
was het woord.
Roepend om licht, en het licht werd geboren.
Roepend om mensen, zij werden geboren.
Roepend om ons en
wij mensen werden geboren.
In dat woord was leven, levenslicht.
In dat woord was leven.
Levenslicht, bronwaterlicht, ziel, leeftocht,
adem voor de mensen.
En dat woord geschiedt waar mensen zijn,
licht en duisternis waar mensen zijn.
En het licht schijnt in de duisternis.
En de duisternis heeft het licht niet overmeesterd.
En het geschiedde
toen de engelen van hen waren weggevaren naar de hemel
dat de herders zeiden tot elkaar:
Kom, laat ons gaan naar Betlehem
en zien dit grote woord dat is geschied,
dat JHWH ons heeft bekendgemaakt.
Zij zijn gegaan, met spoed.
Zij vonden Maria en Jozef en het kleine kind
in de voederbak gelegen.
Zij zagen en maakten bekend
het grote woord
dat tot hen was gesproken over die kleine jongen.
En allen die het hoorden, stonden verbaasd
over wat de herders hen vertelden.
Maria bewaarde al deze grote woorden
en overdacht ze in haar hart.
De herders keerden terug,
brachten eer aan God en loofden hem
om alles wat zij hadden gehoord en gezien,
zo waar het tot hen was gesproken.
Lukas 2, vers 15-20
2
Het volk dat in duisternis gaat
zal aanschouwen groot licht.
Die wonen in schaduw van dood
over hen op gaat het licht.
Zij zullen lachen en juichen
als op de dag van de oogst.
Het volk dat in duisternis gaat
zal aanschouwen groot licht.
Die wonen in schaduw van dood
over hen op gaat het licht.
En toen de acht dagen waren vervuld
en hij besneden werd,
toen werd zijn naam geroepn: Jezus-JHWH bevrijdt –
die naam die de engel geroepen had
voordat hij werd ontvangen in de schoot.
En Jezus groeide in wijsheid, in gestalte, in genade
voor God en mensen.
En het geschiedde
toen heel het volk gedoopt werd,
toen ook Jezus werd gedoopt,
toen hij daar te bidden stond,
dat de hemel werd geopend
en de heilige geest,
in lijfelijke gestalte, als een duif,
neerdaalde over hem.
En een stem geschiedde uit de hemel:
Jij bent mijn zoon, de geliefde,
die ik verkoren heb.
Jezus, vol van heilige geest, trok weg van de Jordaan,
door de geest gedreven de woestijn in
om daar, veertig dagen,
te worden beproefd
door de satan.
Lukas 2, vers 51-52; 3, vers 21-22; 4, vers 1-2a
Mocht ons verschijnen
deze gerechte
mocht hij ons geven
licht van zijn ogen
adem van zijn leven.
Hij verliet de stad
en ging, zijn gewoonte getrouw, naar de Berg van de Olijven
en zijn leerlingen volgden hem.
Toen hij bij de plaats gekomen was,
sprak hij tot hen:
3
Bid – dat je niet bezwijkt aan de beproeving.
Toen ging hij van hen weg, een steenworp ver ongeveer,
viel op zijn knieën en bad:
Vader, als jij het wilt,
neem deze beker van mij weg –
maar niet mijn wil geschiede, maar die van jou...
Een engel uit de hemel verscheen hem
en sterkte hem.
Hij raakte in doodsangst, en bad nog heviger.
En het geschiedde:
zijn zweet werd als druppels bloed die neervielen op de aarde.
Hij stond op uit zijn gebed,
hij ging naar zijn leerlingen,
hij vond hen in slaap, van verdriet.
Hij sprak tot hen:
Waarom slapen jullie?
Sta op en bid – dat je niet bezwijkt aan de beproeving.
Lukas 22, vers 39-46
Mocht ons verschijnen
deze gerechte
mocht hij ons geven
licht van zijn ogen
adem van zijn leven.
Het was al het zesde uur ongeveer
en het geschiedde:
duisternis over heel de aarde
tot aan het negende uur.
De zon werd verduisterd.
De voorhang in het heiligdom scheurde middendoor.
Jezus riep met grote stem en sprak:
Vader, ‘in jouw handen beveel ik mijn geest’.
En dit zeggende gaf hij de geest.
De Romeinse honderdman –
toen hij zag wat geschiedde,
verheerlijkte hij God en sprak:
Deze mens was waarlijk een gerechte.
Lukas 23, vers 44-47
tekst Huub Oosterhuis, muziek Antoine Oomen
www.huuboosterhuis.nl
4