Lees het volledige persbericht.

PERSBERICHT
25 maart 2015
Wat vinden kinderen belangrijk in de opvang?
Veel kinderen uit de basisschool worden buiten de schooltijd op diverse plekken opgevangen. Er is de
buitenschoolse opvang (vnl in initiatieven voor buitenschoolse opvang) en de opvang in de scholen.
Tijdens de schoolvakanties zijn er de gemeentelijke speelpleinen die vaak een opvangfunctie
vervullen.
In opdracht van Kind en Gezin voerde het centrum voor Vernieuwing in de Basisvoorzieningen voor
Jonge Kinderen (VBJK) met de medewerking van de Universiteit Gent een onderzoek naar wat
kinderen verwachten van opvang vóór en na schooltijd, op schoolvrije dagen en tijdens
schoolvakanties. Met dit onderzoek laat Kind en Gezin voor het eerst de kinderen zelf aan het woord.
Een uniek onderzoek in verschillende opzichten
We hebben 76 kinderen gevraagd hoe ze hun tijd in de opvang of op het speelplein doorbrengen.
We hebben hen ook gevraagd wie zij daar ontmoeten, wat ze leuk, niet leuk, belangrijk en
onbelangrijk vinden. Dit deel van het onderzoek leert ons iets over de betekenis die kinderen aan
de opvang/het speelplein geven.
Om de kleuters te bevragen werden creatieve methodieken gebruikt. Kleuters kregen de opdracht
om foto’s te maken van de plekken waar ze (niet) graag spelen of om zichzelf te tekenen in de
opvang of op het speelplein. Dit materiaal werd gebruikt om er samen met hen over te praten.
De verhalen van de kinderen vormden de basis voor een vragenlijst die werd voorgelegd aan 438
lagere schoolkinderen. Het resultaat van de bevraging leert ons iets over wat maakt dat kinderen
opvang/speelplein als een leuke plek ervaren.
Vrienden, het belangrijkste ingrediënt
Vrienden zijn het belangrijkste ingrediënt om van de opvang/speelplein een leuke plek te maken. In
de opvang of op het speelplein kunnen kleuters en lagere schoolkinderen samenspelen met
vrienden, ze kunnen samen ervaringen opdoen en zaken ontdekken. In het bijzonder voor de oudste
kinderen is dat zeer belangrijk. Als de vrienden er niet zijn, is de kans dat ze zich vervelen groot.
Opvang/speelplein verruimt de leefwereld
In de opvang/op het speelplein doen schoolgaande kinderen andere dingen dan thuis en ze spelen er
vaker buiten. Dit is niet onbelangrijk gelet op de vele campagnes om kinderen aan te zetten tot meer
bewegen.
Kinderen maken geen onderscheid tussen opvang en speelplein
Het lijkt erop dat kinderen in wat ze belangrijk vinden geen onderscheid maken tussen opvang en
speelplein. Het onderzoek leert ons dat kinderen opvang/speelplein als een leuke plek ervaren
wanneer de organisatie rekening houdt met die opvangkenmerken die kinderen belangrijk vinden.
Het gaat daarbij om: het belang en de rol van de begeleiders, de binnen- en buitenruimte, de
mogelijkheid om vrij te kunnen kiezen en mee te kunnen bepalen wat er in de opvang/op het
speelplein gebeurt.
 ‘Goede’ en voldoende begeleiders
Kinderen verwachten dat hun begeleiders zowel een zorg- als een spelfunctie opnemen. De
zorgfunctie vormt de basis. Zo verwachten kinderen minimaal dat begeleiders aanwezig en ook
aanspreekbaar zijn. ‘Goede’ begeleiders zien waar kinderen nood aan hebben en spelen daarop in.
De meeste kinderen ervaren dat deze minimale invulling van de zorgfunctie door begeleiders ook
effectief wordt opgenomen.
Kinderen krijgen ook graag individuele aandacht van de begeleiders: bij de jongste kinderen ligt de
nadruk op bv. knuffels krijgen, oudere kinderen worden graag gewaardeerd om wie ze zijn. Kinderen
verwachten van begeleiders ook dat ze conflictsituaties kunnen oplossen. Vooral de oudste kinderen
lijken deze bijkomende dimensies te moeten missen. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor al wie
opvang of speelplein organiseert.
‘Goede’ begeleiders organiseren een gedifferentieerd aanbod, met afwisseling tussen vrij spel en
georganiseerde activiteiten, op maat van de kinderen en met een bepaalde uitdaging. Kinderen
waarderen het als begeleiders af en toe met hen meespelen. Ook moeten begeleiders over een
aantal vaardigheden beschikken zodat kinderen van hen iets kunnen leren. De speldimensie van de
begeleiding in al zijn facetten is minder algemeen aanwezig dan de zorgdimensie.
Belangrijke randvoorwaarden om de verschillende dimensies van de zorg- en de spelfunctie te
kunnen realiseren is dat er voldoende begeleiders zijn. We stellen vast dat waar er minder kinderen
per begeleider zijn, de kinderen positievere ervaringen opdoen. Kinderen uit de lagere school geven
ook aan dat er minder gepest wordt als er meer begeleiders zijn.
 Rijk gevulde binnen- en buitenruimte
Binnen willen kinderen kunnen spelen in verschillende ruimtes, maar willen ze vooral ook rust. Toch
blijkt dat maar weinig opvang-/speelpleinwerkingen er in slagen om die rust te bieden.
Buiten willen kinderen zich kunnen uitleven. Toestellen, speelhuisjes en avontuurlijke plekken
verrijken de buitenomgeving en de ervaringen van kinderen.
De meeste kinderen willen in de opvang ook een plek waar ze zich af en toe kunnen onttrekken aan
de blik van anderen. Al heeft die plek ook een negatieve kant omdat het vaak de plaats is waar het
snelst ruzie gemaakt wordt of waar kinderen gepest worden. Kinderen vinden het daarom belangrijk
dat begeleiders in de buurt zijn en af en toe toch eens komen kijken.
 Activiteiten
Kinderen willen in de opvang kunnen kiezen hoe ze hun tijd invullen. Kinderen willen het liefst vrij
spelen. De keuze tussen binnen of buiten spelen is daarbij essentieel. Eens ze binnen of buiten zijn,
willen ze kunnen kiezen wat ze doen en met wie.
Ook het aanbod is een bepalende factor om van opvang-/speelpleintijd een leuke tijd te maken.
Liefst willen kinderen vrij spelen maar ze hebben ook graag afwisseling met begeleide activiteiten.
Voorwaarde is wel dat deze activiteiten op maat zijn en kinderen uitdagen hun spelmogelijkheden te
verruimen.
 Inspraak
Hoe ouder de kinderen, hoe belangrijker ze het vinden dat er naar hun ideeën wordt geluisterd en
hoe meer ze aangeven dat ze mee willen kunnen beslissen over wat er gebeurt in de opvang/op het
speelplein. Desondanks ervaart de meerderheid van de kinderen dit niet.
Conclusies
Opvang buiten de schooltijd, in al zijn varianten, betekent een verruiming van de leefwereld van
kinderen. Om die reden is het belangrijk te blijven investeren ook in de opvang van schoolgaande
kinderen.
Wat kinderen belangrijk vinden staat los van de plek waar de opvang gebeurt. Dit pleit voor een
geïntegreerde aanpak vanuit de verschillende sectoren (welzijn, jeugd, sport en cultuur) waarbij de
noden van het kind centraal staan. In dat opzicht ondersteunen de onderzoeksresultaten de
beleidsaanbevelingen die eerder ook al door de Staten-Generaal opvang en vrije tijd schoolkinderen
naar voren werden geschoven.
Een kwaliteitsvol opvang- en vrijetijdsaanbod houdt rekening met wat kinderen belangrijk vinden.
Competente begeleiders maken dat kinderen hun opvang/ speelplein positief ervaren. Investeren in
competente begeleiders en omkadering is een aandachtspunt voor het beleid, alsook voor
verantwoordelijken van opleidings- en vormingsorganisaties en de organisatoren van de opvang.
Andere aandachtspunten, vanuit het perspectief van de kinderen, zijn een uitdagend en gevarieerd
aanbod aan activiteiten en materialen in een infrastructuur die kinderen keuzevrijheid biedt om
binnen of buiten te spelen. Aan de Vlaamse overheid om dit mee te ondersteunen.
Bijkomende informatie:
Referentie onderzoek:
Peleman, B. Boudry, C. Bradt, L. Van de Walle, T. & Vandenbroeck, M. (2014). Schoolkinderen over
hun opvang. Wat leren ze ons over de kwaliteit? Gent: VBJK.
Contactpersonen voor de pers:
Leen Du Bois, woordvoerder Kind en Gezin: 0496 59 15 11
Onderzoekers Brecht Peleman en Caroline Boudry (VBJK): 09 232 47 35
Prof. dr. Michel Vandenbroeck: 0479 29 14 73