Lees meer

Z
prof. dr. Gilbert Lemmens
ZORG 9
RELATIE- EN GEZINSTHERAPIE IN HET UZ GENT
Het gezin
als systeem
Sinds eind 2014 biedt
het UZ Gent relatie- en
gezinsraadplegingen
aan. Een multi­disciplinair
team ontrafelt de
­problematiek en for­
muleert een behandelplan. Het uitgangspunt:
in relaties en gezinnen
beïnvloeden mensen
elkaar – positief
of ­negatief.
H
et Centrum voor
­Relaties en Gezinnen van het UZ Gent
biedt ­ambulante
hulpverlening,
­organiseert een permanente
vorming partnerrelatie-, gezinsen systeemtherapie en doet aan
wetenschappelijk onderzoek.
Het team bestaat onder meer uit
kinder- en ­volwassen­psychiaters,
kinder- en volwassen­
psychologen en partnerrelatieen ­gezinstherapeuten.
We praten over het hulp­
verlenings­­aanbod met de
coör­dinator van het Centrum,
psychiater prof. dr. ­Gilbert
­Lemmens (dienst Psychiatrie,
UZ Gent) en met Tom Declercq,
praktijkassistent aan de vakgroep
Huisartsgeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidszorg (UGent) en
huisarts in Merelbeke.
Wie kan voor relatie- en gezin­­s­­­
therapie in het UZ Gent ­terecht?
Gilbert Lemmens: ‘Cliënten
kunnen rechtstreeks bij ons
aankloppen, maar worden soms
doorverwezen door de huisarts
of een afdeling in het UZ Gent.
We zijn er voor partners die aan
hun relatie willen werken, voor
ouders en kinderen van wie de
onderlinge relaties stroef verlopen
of die bijvoorbeeld in een nieuw
samengesteld gezin leven.’
‘We zijn er ook voor patiënten met
een psychiatrische of somatische
aandoening. Die heeft vaak een
enorme impact op de relatie met
de partner en de verhoudingen in
het gezin. Als mensen met zulke
problemen in het UZ Gent zijn
opgenomen, proberen we daar
het gezin bij te betrekken. Ons
uitgangspunt is dat klachten of
­problemen nooit op zichzelf staan.
Ze beïnvloeden de interacties
­tussen de gezinsleden, die de
klachten op hun beurt kunnen
­verbeteren of verslechteren.
Daarom bekijken we de relatie
of het gezin als een systeem.’
Is dat uitgangspunt herkenbaar
voor een huisarts?
Tom Declercq: ‘Zeker. Mensen leven
in verbondenheid met elkaar. Daar
moet je oog voor hebben. Denk
maar aan een vader met een zware
depressie: die ­aandoening zet het
gezin onder druk, wat dan weer
een invloed heeft op de depressie.
Zo krijg je een vicieuze cirkel.’
‘Als huisarts ben je vaak de arts
van het hele gezin. Je ziet en hoort
veel en je krijgt een goed zicht op
de ­interacties.’
Gilbert Lemmens: ‘Mensen ver­
geten wel eens dat gezinsleden de
belangrijkste zorgverlener blijven
voor iemand met ­psychische of
medische problemen. Ouders
blijven bijvoorbeeld voor hun
psychisch zieke kind zorgen,
ook als dat het huis uit is. Je kunt
gezinsleden in die zorgende
rol ­ondersteunen.’
Tom Declerq: ‘Als huisarts ben
je vaak de arts van het hele gezin.
Je ziet en hoort veel en je krijgt een
scherp beeld van de interacties.
Dat is trouwens een meerwaarde
van huisbezoeken: je kunt eventuele problemen detecteren en als
hypothese blootleggen.’
Wat doe je daar dan verder mee?
Tom Declercq: ‘Als huisarts heb
je niet de skills om daarmee aan
de slag te gaan. Je bent wél de
juiste persoon om mensen in de
juiste richting te duwen en hen
te motiveren om hulp te zoeken.
Veel huisartsen dringen aan op
ondersteuning bij vragen rond
geestelijke gezondheidszorg. Op de
sociale kaart vind je wel hulpverleners en in het ideale geval heb je
in je groepspraktijk een eerstelijnspsycholoog. Maar als je de hele
gezinscontext wil meenemen, kun
je in het Gentse bij weinig systeem­
therapeuten terecht. Daarom is het
Centrum voor Relatie- en Gezins­
therapie een zeer zinvolle aanvulling van de sociale kaart.
Gilbert Lemmens: ‘De vraag
naar individuele therapie is nu
eenmaal erg groot, zodat partners
en gezinnen minder vaak worden
betrokken: dat vergt ­immers veel
meer organisatie. Veel t­ herapeuten
werken wel systemisch
met ­individuen.’
Tom Declercq: ‘Voor gezinnen
spreekt het ook niet vanzelf dat
ze in hun systeem pottenkijkers
toelaten. De meeste mensen
moeten toch een drempel over.
Psychische problemen blijven in
de taboesfeer.’
Gilbert Lemmens: ‘Allerlei
gevoeligheden spelen mee. Als een
depressieve vrouw haar partner
mee op therapie wil, voelt die
zich misschien onterecht schuldig
aan de depressie. Een depressieve
moeder voelt zich vaak schuldig
omdat ze tekortschiet tegenover
haar partner en kinderen. Ze durft
het dan niet aan om hen mee op
therapie te vragen en hen extra
te belasten.’
Hoe pakt het Centrum
voor ­Relaties en Gezinnen
de ­problematiek aan?
Gilbert Lemmens: ‘Dat hangt af
van de problematiek. Bij partnerrelatietherapie vertrekt alles bij de
verwachtingen van de partners:
wat willen ze bereiken en welke
obstakels staan dat in de weg? Bij
gezinnen die met een psychisch of
somatisch probleem te maken krijgen, bekijken we de impact op het
hele systeem. In welke levensfase
zit het gezin, hoe lopen de relaties,
wie zijn de ­steunfiguren?’
‘Bij een depressie merk je vaak
dat de normale communicatie
ZORG 11
Huisarts Tom Declercq en prof. dr. Gilbert
­Lemmens: ‘Het Centrum voor ­Relatieen ­Gezinstherapie is in de regio
Gent een zeer zinvolle aanvulling
van de ­sociale kaart.’
IDENTIK
IT
Tom Decle
rcq (links)
• huisarts
in Merelbe
ke
• praktijk
assistent
aan de
vakgroep
Huisartsg
eneeskun
en Eerste
de
lijnsgezo
ndheidsz
(UGent)
org
verstoord raakt. Sociale contacten
verwateren. Het tijdsperspectief
versmalt: alleen het hier-en-nu rest
nog. Ook het palet van interactie­
patronen vernauwt. Mensen
vermijden sommige onderwerpen,
ze ontzien elkaar, zitten gevangen
in negatieve vicieuze cirkels.’
Hoe doorbreek je dat?
Gilbert Lemmens: ‘Door men-
sen ervan bewust te maken dat
ze elkaars gedrag veel sterker
sturen dan ze beseffen, ook niet-­
intentioneel. We helpen hen te
beseffen dat ingesleten negatieve
interacties een negatief gezinsklimaat in stand houden. En we
proberen de normale, gezonde,
positieve interacties – die vaak wat
ondergesneeuwd zijn geraakt –
weer te activeren. Waarom zou
het gezin van een depressieve
man niet samen op reis gaan?
Door de herstellende krachten
die in het gezin schuilen aan te
boren kun je depressiegestuurde
­interacties ­terugdringen.’
Tom Declerq: ‘Dat zijn belangrijke
inzichten en communicatieve vaardigheden. De basis daarvan hoort
eigenlijk thuis in het c­ urriculum
van de voortgezette huisartsenopleiding, vind ik. Dat is nodig om
patiënten niet als indi­vidu te benaderen, maar in verbondenheid met
hun omgeving. Die attitude heb je
als huisarts hard nodig.’
Het Centrum is verbonden aan
het UZ Gent en heeft een derdelijnsfunctie. Hoe vervult het die?
Gilbert Lemmens: ‘Door onder
meer gebruik te maken van
vernieuwende therapievormen.
Groepsgezinstherapie, bijvoorbeeld: het gelijktijdig behandelen
van verschillende gezinnen in
een groep. Die therapie wordt al
langer toegepast bij problemen als
bipolaire stoornissen, schizofrenie
of eetstoornissen. Wij passen ze
ook toe bij ernstige depressie. Dat
werkt: door elkaar te observeren leren gezinnen van elkaar.
Ze beseffen dat ze niet alleen op de
wereld zijn. Dat werkt destigmatiserend. Gezinnen leren elkaar
te ondersteunen.’
Doet het Centrum ook
­wetenschappelijk onderzoek?
Gilbert Lemmens: ‘Zeker. We
brengen bijvoorbeeld de psychosociale kenmerken in kaart van
allerlei psychische problemen:
we onderzoeken op welke manier
­relaties aandoeningen zoals ADHD
of eetstoornissen beïnvloeden, al
dan niet intentioneel. We bestuderen hechtingsproblemen, om
preciezer te weten welke gezinsrelaties we moeten aanpakken. Maar
we onderzoeken bijvoorbeeld ook
broer-zusrelaties in reguliere en
nieuw samengestelde gezinnen.’
Centrum
voor Relaties en Gezinnen
Dienst Psychiatrie, UZ Gent
De Pintelaan 185
9000 Gent
Contact: 09 332 43 94 of 95​