Routebeschrijving voor het aanvragen van een uitkering

Samen op zoek naar verandering
Een handreiking voor cliënten WWB (Participatiewet) met
Routebeschrijving aanvragen van een uitkering
Inleiding
Zoals de ombudsvrouw van de gemeente Rotterdam het omschreef, is het grootste probleem voor mensen in een uitkering de vervelende manier van bejegening die ze ervaren.
Binnen het netwerk van EAPN Nederland horen we hier al jaren veel klachten over.
Zoals we ook klachten horen van mensen die bij Werkpleinen en Sociale Diensten werken
over de wijze waarop cliënten hen bejegenen.
Met elkaar omgaan is niet makkelijk wanneer de een afhankelijk is van de ander.
Dat vereist zoals men dat zo mooi noemt Fingerspitzengefühl.
Eigenlijk gaat het om iets heel eenvoudigs, namelijk respect hebben voor elkaar.
Respect voor de cliënt die in een moeilijke, vaak ook financieel zware, situatie zit.
Respect voor de klantmanager omdat die onder druk van de overheidsopdracht over iemands inkomen moet besluiten volgens vastgestelde regels en onder grote regeldruk.
Twee posities die met elkaar in één proces geduwd worden. Niemand vraagt of je elkaar
ligt of niet. Je moet het SAMEN opknappen.
Dat is het sleutelwoord geworden dat we voor dit project gekozen hebben: SAMEN. Ons
project heet “Samen op zoek naar verandering”. Een verandering bij beide partijen. Alles
begint met goed communiceren en goed geïnformeerd zijn. Daar besteden we aandacht
aan.
Dankzij de ondersteuning van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is dit
project mogelijk geworden. Dat is het eerste SAMEN. Het tweede is dat we SAMEN met
velen uit lokale organisaties, cliëntenraden, gemeenten en werkpleinen vier regionale
werkconferenties hebben gehouden waar een stortvloed aan positieve ideeën, waardevolle opmerkingen en voorstellen uit voort kwam. Het derde SAMEN is dat we met Stimulansz werken aan een product voor de Werkpleinen en Sociale Diensten. In principe geldt
het verbeteren van bejegening voor meer beroepen en momenten. Maar we richten ons
hiervoor op de uitvoering van de WWB. Om te beginnen op de intake, omdat daar in het
begin al de problemen, maar ook de veranderingsmogelijkheden aanwezig zijn. Dit proces levert een vierde SAMEN op omdat we in de klankbordgroep maar liefst drie klantmanagers en een beleidsmedewerker van vier verschillende Werkpleinen en Sociale Diensten hebben zitten die met ons meedenken. Een van hen is bestuurslid van de Vereniging
van Klantmanagers wat in de toekomst een nieuw SAMEN gaat opleveren. Het vijfde SAMEN is de klantbordgroep die we hebben gevraagd met ons concept mee te denken en
die ons goed op weg geholpen heeft. Zo is dit project een echt gezamenlijk project geworden. Een project dat minimaal twee, maar vermoedelijk zelfs meer producten zal opleveren. Bedoeld om de cliënten te helpen hun eigen positie goed in te schatten om zo
van hun kant die zo broodnodige betere communicatie en bejegening op te bouwen en
om de klantmanagers en beleidsmakers te ondersteunen, en tevens uit te dagen, om hun
kant anders in te vullen. Want SAMEN kunnen we het veranderen!
Dit wat nu voor u ligt, is het cliëntproduct dat aan zoveel als mogelijk cliëntenraden, lokale organisaties en anderen gemaild zal worden om u te helpen beter uw weg te vinden.
We hebben alle opmerkingen die tijdens het proces bij ons zijn neergelegd, gebruikt om
dit stappenplan samen te stellen. Daarbij zoveel mogelijk alle stappen op logische volgorde benoemd (waar dat mogelijk was) en we stellen vragen die de cliënt kan/moet stellen
tijdens de verschillende stappen van dit proces.
Inleiding
Routebeschrijving
3
Stap 1.
Naar de bijstand
moeten
4
Stap 2.
Melden bij het
werkplein
5
Stap 3.
De aanvraag zelf
6
Stap 4.
Het intake gesprek
7
Stap 5.
Invullen aanvraag en
inleveren formulieren
9
Stap 6. Bijzondere
situaties
6.1 - Heb je al een
bijstanduitkering?
10
6.2 - wat moet ik doen
bij schulden
11
6.3 - Handhaving
of sancties
12
6.4 - Re-integreren
13
6.5 - Armoede
14
6.6 - Participatie
15
Tot slot
16
We hopen dat het u gaat helpen het proces te begrijpen en binnen dat proces de weg te
vinden. Dat daarmee ook de bejegening zal verbeteren. We horen graag van u of het
heeft geholpen en hoe het beter kan. Want ook dat is SAMEN werken.
2
Routebeschrijving
Routebeschrijving
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5
Stap 6
Naar de bijstand moeten
Melden bij het Werkplein
De aanvraag zelf
Het intakegesprek
Invullen aanvraag en inleveren formulieren
bijzondere situaties
6.1 Heeft u een bijstandsuitkering?
6.2 Wat moet u doen bij schulden?
6.3 Handhaving of sancties
6.4 Re-integreren
6.5 Armoede
6.6 Participatie
Tot slot
Dit is ongeveer de volgorde bij een aanvraag voor een
bijstandsuitkering. Officieel heet het een uitkering
volgens de wet WWB (Wet Werk & Bijstand).
Vanaf 1 januari 2015 wordt dat de Participatiewet.
3
3
Naar de bijstand moeten
Er zijn zo van die zaken in het leven, die iedereen zoveel mogelijk probeert te voorkomen.
Een daarvan is naar de gemeente moeten “om je hand op te houden”.
Maar soms heeft een mens geen keuze meer en blijft de bijstand letterlijk als laatste optie over. U weet hoe mensen er over denken en wat dat betekent. Dat is meestal niet
positief. U probeert tijdens gesprekken en familie- of andersoortige bijeenkomsten te
voorkomen dat men er over begint. Want een WIA (arbeidsongeschiktheid) kan iedereen
overkomen. Je kunt zo maar ziek worden of een ongeluk krijgen. WW is net zoiets, want
iedereen kan wel eens pech hebben. Maar de WWB, (Wet Werk & Bijstand, vanaf 1 januari 2015 Participatiewet) dat staat nog vaak gelijk met niet willen, met lui zijn. Dit
beeld is helaas zeer hardnekkig.
Alhoewel velen weten dat dit niet waar is en dat niemand voor zijn of haar plezier bij de
gemeente aanklopt, is er bij de cliënten het gevoel dat de overheid er ook zo tegen aan
kijkt.
Dat betekent dat veel mensen met lood in hun schoenen en een beschaamd gevoel aankloppen bij het Werkplein om in aanmerking te komen voor een uitkering. Dat betekent
ook dat veel aanvragers teleurgesteld zijn, al heel wat te verhapstukken hadden, moedeloos zijn, ten einde raad zijn en zich in de steek gelaten voelen. Met deze gevoelens begint uw weg. De vraag is hoe de ambtenaar hierop reageert. Want dat eerste contact, dat
op elkaar reageren, zal mede bepalen hoe de tijd in de bijstand verder zal worden ervaren.
Hier steken we in. Wat gebeurt er allemaal. Maar ook…. Hoe kunt u zich zo goed mogelijk
voorbereiden op deze eerste en de volgende stappen.
.
4
Stap 1.
Naar de bijstand
moeten
4
Melden bij het Werkplein
Voor de meesten is het Werkplein bekend, want daar heeft u uw WW-uitkering aangevraagd. Loopt de WW ten einde dan waarschuwt de klantmanager van het UWV u dat u
een (WWB) uitkering aan moet vragen. Als u dus een (WWB) uitkering moet aanvragen
dan zult u dat ook bij een van de Werkpleinen moeten doen.
Naast de groep die via de WW in de bijstand instroomt, heb je nog een paar andere groepen die bij het Werkplein terecht komen.
jongeren die van school komen of de opleiding niet afmaken
vrouwen, met en zonder kinderen, die scheiden of bij hun partner weg gaan en
geen betaald werk hebben
mensen die vanuit werkloosheid een tijdelijke baan hebben die stopt en die nog
geen nieuw WW-recht hebben opgebouwd
zelfstandigen die het niet langer redden om het hoofd boven water te houden en
hun zaak moeten beëindigen
ouderen die met een onvolledige AOW zitten en geen pensioen hebben opgebouwd kunnen aanvullende bijstand aanvragen, maar dit gaat tegenwoordig via de
Sociale VerzekeringsBank in het kader van de aanvullende inkomensvoorziening
ouderen (AIOW) https://www.werk.nl/werk_nl/werknemer/uitkering-aanvragen/
bijstandsuitkering
asielzoekers die een verblijfsvergunning gekregen hebben. Echter wordt dit steeds
meer rechtstreeks bij de gemeenten zelf gedaan (intake en de rest) vanwege hun
aanvullende taak om ook snel voor huisvesting te moeten zorgdragen.
Zij kunnen een uitkering aanvragen wanneer ze geen inkomen uit arbeid meer verdienen
of kunnen verdienen.
Wanneer u zich meldt bij het Werkplein wordt u uitgenodigd voor een groepsintake (bij
die gemeenten die al zo werken). In deze workshop krijg t u de algemene informatie te
horen zodat u globaal weet:
Waaraan moet u voldoen om in aanmerking te komen voor een uitkering?
Welke gegevens moet u aanleveren?
Hoe vaak moet u solliciteren. Let op: dat moet u kunnen aantonen.
Waar krijgt u mee te maken als u gegevens achter houdt, zwart werkt of niet voldoende actief op zoek naar werk gaat?
Daarna, of bij gemeenten die nog geen groepsintake doen is dat de eerste stap, komt er
een individuele intake. Bij de stappen 4 en 5 vindt u meer informatie hierover.
5
Stap 2.
Melden bij het
werkplein
5
De aanvraag zelf
Een uitkering aanvragen. Wat betekent dit eigenlijk juridisch?
Wanneer u een uitkering aanvraagt bij het Werkplein/de gemeente sluit u in principe een
verbintenis met de overheid. In dat contract belooft de overheid (in dit geval de gemeente als uitvoerder) om zolang u zelf geen inkomen kunt verwerven een basisbedrag per
maand uit te betalen.
U belooft om alles in het werk te stellen om zo snel mogelijk zelf weer een inkomen te
verwerven via betaald werk. De bijstandsuitkering is dus een tijdelijke ondersteuning.
Door de economische situatie geldt dat de werkgelegenheid in Nederland niet zo rooskleurig is en dat niet iedereen die graag wil werken ook daadwerkelijk een baan kan vinden. Dat voert er toe dat steeds meer mensen steeds langer afhankelijk worden van die
bijstand. Maar ook andere factoren kunnen meespelen waardoor het niet altijd zo gemakkelijk is om weer snel uit de uitkering te komen.
Terug bij het aanvragen van een uitkering. Om in aanmerking te komen wordt heel wat
informatie gevraagd. U moet formulieren invullen en gegevens (vaak ook kopieën) verstrekken. Om dat goed te laten verlopen is het belangrijk dat:
vanaf de aanmelding duidelijk is wat u moet doen
u goed geïnformeerd wordt over de procedure
u met uw vragen goed terecht kunt.
Een paar zaken die bij iedere regionale bijeenkomst naar voren kwamen zijn.
Ik was of werd:
Slecht geïnformeerd
Gewoon weggestuurd
Niet serieus genomen.
Plus:
Mensen hadden het gevoel niet gehoord te zijn
Er was weinig interesse voor mij en mijn situatie
Wat kunt u hier zelf aan doen?
Koop een dagboek, neem dat mee en maak vanaf dag 1 aantekeningen. Zo krijgt u
zicht op wat u graag wilt vragen en vergeet u niet snel iets.
Zet voordat u naar de afspraak gaat alvast uw eventuele vragen in het dagboek,
zodat u ze kunt stellen.
Neem een vriend of vriendin mee. Twee horen meer dan een.
Vraag het emailadres van diegene, die u geholpen heeft, zodat u bij eventuele vragen of onduidelijkheden achteraf nog kunt mailen.
Vraag hoelang alles gaat duren
Want goed voorbereid zijn, is het halve werk. Dit kunt u allemaal al van te voren regelen
en voorbereiden.
6
Stap 3.
De aanvraag zelf
6
Het intake gesprek
Iedereen krijgt een zogenaamd intakegesprek. Dat vindt plaats nadat alle benodigde gegevens ontvangen zijn. Tijdens dit gesprek wordt in principe getoetst of u recht hebt op
een uitkering. Ook wijst men u op uw rechten en plichten.
Nadat het intakegesprek heeft plaatsgevonden wordt de aanvraag beoordeeld.
Gekeken wordt of er een recht op een uitkering bestaat. Het is namelijk mogelijk dat er
geen recht bestaat. Bijvoorbeeld omdat de partner een betaalde baan heeft en meer verdient dan het bijstandsniveau. Of omdat de overwaarde van een eigen huis veel hoger
ligt dan wat als norm geldt. Dan moet eerst die overwaarde worden ‘opgegeten’ voordat
er recht op een uitkering bestaat.
Of omdat er meer spaargeld of vermogen is dan wettelijk is toegestaan. Ook hier geldt
dat dat eerst moet worden gebruikt.
Zie http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijstand/hoogte-bijstandsuitkering voor
meer informatie hierover.
Is dat alles niet het geval dan volgt een toekenning. Dat kan 4 tot 8 weken duren.
Het is belangrijk te weten of u die periode zonder inkomen kunt overbruggen.
Is dat niet het geval dan kunt u na 4 weken vragen om een voorschot.
Bij de regionale bijeenkomsten werd het volgende opgemerkt:
Vraag bij de intake al om een voorschot. Doe dat schriftelijk. Soms helpt dat, maar
het feit blijft dat je pas recht hebt hierop 4 weken na de aanvraag.
Vraag ook bij de intake hoelang het duurt voor dat u de beschikking –de toekenning- ontvangt. Conform de wet moet er binnen 8 weken een besluit zijn. Dit kan
echter ook verlengt worden.
Blijf zakelijk. Emoties werken tegen u. Ook al is het niet altijd makkelijk om niet
boos te worden of in huilen uit te barsten
Moet u extra papieren inleveren of opsturen, vraag dan om een ontvangstbevestiging per mail. Dat kan achteraf veel ellende voorkomen
Wees niet te bang om te bellen en te vragen hoe het er mee staat. Uiteraard begint u daar niet na een of twee dagen mee, maar wacht u de eerste 4 weken eerst
af
Wees er op voorbereid dat het even kan duren voordat u uw eerste geld hebt.
Daar kan de consulent ook niet altijd iets aan doen
Kunt u zich voorbereiden op zo’n gesprek? Ja, dat kan echt. Bijvoorbeeld door mensen
die u kent die een bijstandsuitkering hebben te vragen hoe dat werkt. U kunt ook alle
vragen die u hebt in dat genoemde dagboek schrijven zodat u ze tijdens de intake kunt
stellen.
Er zijn tijdens de bijeenkomsten een paar belangrijke zaken genoemd. Denk bijvoorbeeld
aan:
Eigenlijk is de eerste vraag “Wat gaat er vanaf nu met mij gebeuren?”
Hoelang gaat het duren totdat ik mijn eerste geld krijg? Vraag om binnen uiterlijk 4
weken een voorschot te kunnen krijgen.
Wat is het Minimabeleid? Hoe werkt het? Is dat ook iets voor mij?
Is iets niet duidelijk, vraag dan om verduidelijking.
Vraag of u de consulent kunt bellen als iets niet duidelijk is of niet klopt.
7
Stap 4.
Het intake gesprek
7
U mag rustig neerleggen dat u zenuwachtig bent of gestrest omdat u in de financiële
problemen komt als het te lang duurt voordat u uw eerste geld krijgt.
Alhoewel het heel begrijpelijk is, laat toch het gesprek niet uit de hand lopen. Boos en
agressief reageren betekent dat dit de sfeer tussen jullie wordt bepaald en dat u daarmee steeds weer geconfronteerd zult worden. Want de consulent is ook een mens.
Bang en teruggetrokken zijn betekent dat u waarschijnlijk heel wat zult missen. Juist dan
is het meenemen van een vriend of vriendin dan heel handig. Laat hem of haar dan notities maken, zodat u er achteraf op terug kunt komen.
Maar in basis geldt dus: Wees rustig, stel de vragen die u wilt stellen. Vraag om verduidelijking als iets niet duidelijk is. Zorg voor een goede start, want dat is altijd in uw voordeel
als uw verblijf in de bijstand langer duurt dan u graag zou willen of had verwacht.
Dus in principe gaat het om de 2 volgende tips
1.
Investeer vanaf de intake in de gesprekken en vraag, als u denkt dat dat nodig is,
ook aan de consulent extra tijd te nemen, om later extra werk te voorkomen.
2.
Neem een vriend of vriendin mee.
NB - Zorg er wel voor dat deze vriend of vriendin zich nergens mee bemoeit. Hij of zij is er
als toehoorder en eventueel notulist. Spreekt dat heel duidelijk met elkaar af, zodat hun
aanwezigheid u niet schaadt, maar baat.
Dit wordt een ander verhaal wanneer u iemand meeneemt als officiële belangenbehartiger. Zorg er dan voor dat u een officiële verklaring bij u hebt waarin staat dat de persoon
die bij u is, als belangenbehartiger mag optreden.
Als u deze stappen allemaal van te voren hebt voorbereid, dan haalt u het meeste uit de
intake, evenals de consulent. Op die manier maken jullie samen een goede start.
Vraag altijd wat u graag wilt weten. Vaak is de informatie of niet voldoende of niet te
begrijpen. Dat ligt vaak niet aan u. Dat maakt communicatie moeilijk. U wilt bijvoorbeeld
iets waarbij niet helder is wat de consequenties zijn. Dus blijf net zolang vragen tot dat u
alles helder hebt. Check desnoods steeds weer, “dus heb ik het goed begrepen dat……”
8
Stap 4.
Het intake gesprek
8
Invullen aanvraag en inleveren formulieren
Na het intakegesprek krijgt u formulieren die u moet invullen en moet inleveren. Daar
moeten heel wat gegevens bij worden ingeleverd. Let op dat u alle stukken ook inlevert,
want is er iets mis dan wordt de aanvraag stilgelegd totdat alles op orde is. Dat vertraagt
dus de aanvraag, waardoor u langer moet wachten op toekenning en dus op geld.
Hebt u moeite met de vragen op het formulier of begrijpt u iets niet, aarzel dan niet om
hulp te vragen. Dat is altijd beter dan iets niet of foutief in te vullen, want dat zorgt voor
veel meer vertraging en wie weet onbedoelde—en onnodige ellende. Want men beoordeelt natuurlijk dat wat u opgeeft.
Hulp kunt u in sommige gemeenten vinden bij:
De formulieren brigade
De cliëntenraad
Sociale raadslieden
De gemeente zelf
Welzijnsorganisaties (bieden steeds vaker hulp)
Of die kennis of vriend die dit al eens heeft moeten doen
Hebt u alles bij elkaar en gaat u alles inleveren, vraag dan bij het inleveren of ze niets missen. Is dat wel het geval zorg dan dat u het zo snel mogelijk brengt.
Mocht u nog geen voorschot gevraagd hebben, doe dat dan nu. Dit is echt nu aan de
orde, want de behandeling van de aanvraag kan 6 tot 8 weken in beslag nemen. Daardoor kunt u na 4 weken financieel in de problemen komen. Of u een voorschot krijgt,
hangt af van de eerste beoordeling.
Overigens geldt dat een voorschot altijd minder is dan een volledige uitkering en dat,
mocht het ten onrechte verstrekt zijn, u het bruto terug moet betalen als u in het jaar
daarna gaat terug betalen. Houd daar rekening mee.
Maar steekt u zich niet onnodig in de schulden of andere betalingsmoeilijkheden door
deze kans te laten liggen.
Nu begint het wachten op de toekenning en daarmee ook uw leven met een uitkering,
waarvan u hoopt dat dit zo snel mogelijk niet meer nodig zal zijn.
Dit overkomt velen. Het is goed dat we nog steeds dit ‘vangnet’ hebben. Dus kijk of u ondanks deze (hopelijk tijdelijke) situatie uw leven goed kunt blijven invullen.
Blijf actief zover dat binnen de financiën haalbaar is, houd contacten met uw vrienden in
eren en probeer een ritme te vinden waardoor u een sociaal isolement (vaak een bij effect) kan voorkomen. Bij stap 6, punt 6.6. participeren komen we daar nog even op terug.
9
Stap 5.
Invullen aanvraag en
inleveren formulieren
9
Bijzondere situaties
6.1 Hebt u al een bijstandsuitkering
Hoe verlopen de contacten met de sociale dienst dan?
Er zijn heel wat opmerkingen gemaakt over de contacten met de sociale diensten. Weten
hoe hier mee om te gaan kan helpen contacten onderling te verbeteren een betere wederzijdse bejegening te krijgen. Zoals het woord ‘wederzijds’ al aangeeft, voor beide kanten. Ook u als cliënt neemt deel aan het gesprek en bepaalt mee hoe dat gesprek verloopt. Is de klik er niet, dan zal die er ook nooit komen. Die klik kan belangrijk zijn om
uiteindelijk uit de uitkering te kunnen stappen. Dat geldt met name voor een klik met de
re-integratieconsulent. U kunt vragen of u een andere consulent mag. Geef daarbij wel
duidelijk aan waarom en let er op dat als de nieuwe ook niet bevalt, het dan jammer is,
maar u zult er dan wel mee verder moeten.
Vraag hoe de klachtenprocedure werkt. Want als u eens een klacht hebt, is boos uitvaren
wel begrijpelijk (maar niet handig), maar weten dat u een klacht kunt indienen kan helpen om direct de juiste stappen te kunnen zetten.
Blijft de informatie onduidelijk? Neem dan contact op met de Cliëntenraad Werk & Inkomen in uw gemeente of andere mogelijkheden (zie stap 5) als uw cliëntenraad geen
spreekuur heeft of hulp biedt hierbij.
Ga uit van een positieve insteek. Dat wat u zelf uitstraalt is vaak dat wat u terug krijgt.
Vriendelijkheid wordt over het algemeen vriendelijk bejegend.
Bereidt u zich altijd voor op een gesprek. Denk na over wat gevraagd zou kunnen worden. Over wat u gedaan hebt om werk te vinden of over de mantelzorg of het vrijwilligerswerk dat u doet. Laat al tijdens het intakegesprek duidelijk merken waarom deze
laatste 2 vormen van werken zo belangrijk zijn. Voor uzelf en voor anderen.
Vraag aan de consulent om samen met u te kijken naar mogelijkheden in plaats van naar
verplichtingen. Wisselen de consulenten vaak en vindt u dat niet prettig, vraag dan of u
dezelfde consulent mag houden. Soms kan dat niet, maar dat wordt dan wel uitgelegd.
Probeer een omslag te maken van tegenzin, weerstand en wantrouwen naar een open
houding en een open gesprek. Dat helpt echt.
Krijgt u voldoende – en begrijpelijke informatie?
Welke informatie hebt u nodig?
Is er een Formulierenbrigade of een Cliëntenraad die kan helpen met het verstrekken van informatie?
Bent u voldoende op de hoogte van de mogelijkheden van het gemeentelijke Minimabeleid?
Weet u wat er van u verwacht wordt voor wat betreft de reintegratieverplichtingen?
Bent u bekend met instellingen binnen de gemeente waar u eventueel hulp kunt
vragen. Denk aan de Voedselbank of als u kinderen hebt de stichting Leergeld.
Weet u hoe de regels zijn als een van uw kinderen wat bijverdient? Vraag vooraf,
zodat u niet achteraf geconfronteerd wordt met naheffingen.
Bent u bekend met het feit dat de uitkering netto is, maar dat u bij een terugvordering het bruto bedrag moet betalen? Net als bij loon worden afdrachten gedaan.
Die worden natuurlijk ook teruggevorderd.
Krijgt u tips over lotgenotencontacten of workshops? Of beter zelfs. Zet eventueel zelf
een groep op om elkaar te steunen (ook tip uit de regiobijeenkomsten).
10
Stap 6. Bijzondere
situaties
6.1 - Heb je al een
bijstanduitkering?
10
6.2 Wat moet u doen bij schulden?
In een bijstandsuitkering terecht komen, kan betekenen dat de lasten niet altijd meer
betaald kunnen worden. Denk aan een hoge hypotheek of andere schulden.
Het is heel verstandig dat al tijdens het intakegesprek met de consulent te bespreken en
te vragen of u in aanmerking kunt komen voor schuldhulpverlening. Wacht niet af, want
dan kan het te laat zijn.
De regionale bijeenkomsten leverden de volgende aanbevelingen op.
Kijk of u alle toeslagen hebt aangevraagd en of u in aanmerking komt voor vergoedingen via het Minimabeleid. Vraag de consulent om advies.
Leg dit probleem al meteen bij de intake neer en vraag om een voorschot om verdere schuldproblemen te voorkomen.
Vraag om informatie over schuldhulpverlening.
Durf hulp ook te aanvaarden.
Hebt u gevraagd of kwijtschelding van gemeentelijke belastingen mogelijk is?
Gebruik het dagboek om aantekeningen te maken. Schrijf namen van instellingen
en organisaties op die genoemd worden. Noteer alle andere contactpersonen die
genoemd worden, zodat u ze niet vergeet.
Besef dat de sociale dienst de schulden niet over zal nemen, maar dat men u wel
kan helpen er meer grip op te krijgen. Schuldhulpverlening kan mogelijk de aflossing verminderen of anderszins helpen, zodat er iets meer geld overblijft om te
kunnen leven. Verwacht dus geen wonderen want die zullen ze niet verrichten.
Het blijft uw eigen verantwoordelijkheid. Daar kan de consulent niets aan veranderen. Dit ligt niet in zijn bevoegdheden, mogelijkheden of macht.
Vraag vooral ook of er Nazorg mogelijk is als u de schulden hebt afgelost. Dit om te
voorkomen dat u meteen weer opnieuw in schulden terecht komt.
Schulden krijgen door inkomensverlies gaat heel snel en voor velen is dit niet omdat u
raar bent gaan doen. Het komt doordat uw uitgavenpatroon niet zo snel bijgesteld is
naar de nieuwe ‘mindere’ situatie. Zo kan het heel makkelijk dat u binnen 2 maanden
ineens denkt, waar blijft het geld allemaal? Omdat de rekeningen (vaak ook automatisch
overboekingen of afschrijvingen) gewoon in het oude ritme doorgaan. Als een bedrijf dan
snel is met vorderingen, krijgt u dat er ook nog eens bovenop.
Het is dus ontzettend belangrijk dat u vrij snel al uw uitgaven doorloopt om te zien wat u
kunt schrappen of opzeggen.
Kijk of er binnen uw gemeente organisaties zijn die budgetteringscursussen geven.
Doe uw voordeel met de tips die u daar krijgt. Met de hulp die ze bieden. Want hoe sneller u uw inkomen en uitgaven op elkaar hebt afgesteld, hoe kleiner de kans is op het krijgen van schulden. Hoe moeilijk het ook is om van een bijstandsuitkering rond te moeten
komen door consequent te zijn, kunt u schulden voorkomen.
11
6.2 - wat moet ik doen
bij schulden
11
6.3 Handhaving of sancties
Om een uitkering te kunnen krijgen moet u aan een aantal voorwaarden voldoen.
Kort samengevat komt het hierop neer.
Actief solliciteren om betaald werk te krijgen.
Alle inkomsten (en vermogen) netjes opgeven.
Alle veranderingen direct doorgeven. Denk aan minder kinderen in huis (maar ook
als uw kinderen weer bij u komen wonen, noodgedwongen), uit elkaar gaan, verhuizen, etc.
Liever teveel informatie dan te weinig.
Doet u dat niet dan loopt u risico op een sanctie of mogelijk zelfs het stopzetten van de
uitkering. U hebt er dus belang bij om aan deze voorwaarden te voldoen. Zeker zolang u
de uitkering nodig heeft.
Over die handhaving die de sociale dienst moet uitvoeren, is ook van alles gezegd bij de
bijeenkomsten. Het belangrijkste was:
Vraag ondersteuning bij het zoeken naar werk als u het gevoel hebt het niet alleen
te kunnen.
Blijf zakelijk ofwel blijf helder voor ogen houden of uw deel van het contract goed
wordt ingevuld.
Mocht een foutje gemaakt zijn, ga dan niet in discussie want dat kan leiden tot een
welles nietes strijd en dat leidt weer nergens naar . U delft bijna altijd het onderspit vanwege jullie beider posities. Vraag liever om het samen op te lossen.
“oké… dit is nu de situatie.. Niet leuk.. Maar wat kunnen we doen om het weer
recht te trekken?”
Is iets niet helder, vraag om verduidelijking.
Hebt u het idee dat iets niet klopt, neem dan contact op met de consulent.
Vraag of er een workshop “Rechten en plichten” is die u kunt bijwonen.
Komt er een huisbezoek, vraag dan wat u moet overleggen en waarom dit huisbezoek wordt uitgevoerd.
Zijn er speciale omstandigheden – chronische ziekte (aantoonbaar), mantelzorg of
anderszins -, vertel dat dan aan consulent en vraag om daar rekening mee te houden.
Voor beide partijen geldt: Wie vertrouwen geeft, krijgt het ook terug.
Want dit was tijdens onze regiobijeenkomsten heel helder. Er is (opnieuw) vertrouwen
nodig. Vertrouwen van de cliënten naar de consulenten en omgekeerd van de consulenten naar de cliënten om bejegening vanuit een meer respectvolle houding te verkrijgen.
Elkaar met respect behandelen en elkaar kunnen helpen staat het professioneel zijn
(consulent) of voor je eigen belang opkomen (cliënt) niet in de weg.
Als we maar blijven beseffen dat we allemaal mens zijn en meestal niet er op uit zijn om
de ander te pesten.
12
6.3 - Handhaving
of sancties
12
6.4 Re-integreren
Een van de voorwaarden voor het verkrijgen van een bijstandsuitkering is actief zoeken
naar betaald werk.
Vindt u een part time baan maak dan goede afspraken met de consulent over het inleveren van loonbriefjes en het verwerken van inkomsten. Zo kan voorkomen worden dat
iedere maand heibel ontstaat.
Kan een opleiding of training helpen de kans op betaalde arbeid te verhogen? Ga in gesprek en kijk wat wel en wat niet mogelijk is. Ga er nooit van uit dat u krijgt wat u graag
wilt, maar weet dat er gekeken wordt naar wat wettelijke haalbaar is. Soms kunt u uw
eigen wensen daar al een beetje op afstemmen. Door in kleine stappen te denken. Wat is
haalbaar?
Wordt hulp of ondersteuning bij het vinden van werk aangeboden dan kunt u dat niet
afslaan. Het is niet vrijblijvend. Doet u dat wel, dan kan dat een sanctie opleveren. Dus
kijk liever wat u uit deze ‘hulp of ondersteuning’ kunt halen. Alles levert nieuwe ervaringen op en alles wat u bijleert is mooi meegenomen.
U kunt ook zelf vragen om ondersteuning bij het zoeken naar een nieuwe baan.
De wet schrijft voor dat ook uw –baanloze- partner op zoek moet naar een betaalde baan
om jullie uit de bijstand te helpen. Misschien ligt de oplossing bij twee part time banen.
Lukt het u niet om een baan te vinden, vraag dan aan de consulent of de werkmanager of
u in aanmerking kunt komen voor een re-integratietraject.
Komt u uit een WSW-verband (Wet Sociale Werkvoorziening), vraag dan altijd om ondersteuning om aangepaste arbeid te kunnen verwerven.
6.4 - Re-integreren
13
13
6.5 Armoede
Moeten rondkomen van een bijstandsuitkering betekent op de onderste trede van de
inkomensladder zitten. Om armoede te voorkomen biedt de gemeente een Minimabeleid
aan en zijn er verschillende organisaties die in bepaalde gevallen ondersteuning kunnen
bieden, zoals de Voedselbank. Het is echter niet zo dat u automatisch voor iets in aanmerking komt. Ook hier zijn regels waar u aan moet voldoen.
Heeft de consulent u op de mogelijkheid van het Minimabeleid gewezen of een
folder gegeven waarin informatie te vinden is? Bijvoorbeeld van de Cliëntenraad.
Bent u bekend met de eventuele Toeslagen waar u misschien recht op hebt en die
u bij de Belastingdienst kunt aanvragen?
Heeft men u gevraagd of uw kinderen speciale school- of opleidingskosten hebben
en u geïnformeerd over eventuele mogelijkheden om bij lokale organisaties, zoals
de stichting Leergeld, ondersteuning aan te vragen?
Maak hier gebruik van. Want het kan net dat beetje extra zijn wat uzelf, of uw kinderen
nodig hebben.
Het is even uitzoeken en actief worden. Maar ook daar geldt, ga op zoek naar mensen of
organisaties die u kunnen helpen. Van de consulent tot aan die andere uitkeringsgerechtigde die precies weet wat er kan en wat u dan moet doen.
6.5 - Armoede
14
14
6.6 Participatie
Om te voorkomen dat mensen vereenzamen of de verbinding met de samenleving verliezen, wordt ingezet op participatie. Dat is meedoen, bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk,
sport of andere activiteiten.
Om participatie – mee doen, deelnemen aan- mogelijk te maken, biedt de wet mogelijkheden. Daarbij horen een aantal regels.
Heeft uw consulent u op de mogelijkheid van participatie en de regels die er bij
horen gewezen?
Bent u uitgenodigd deel te nemen aan een project, waarbij u werkzaamheden
moet verrichten? Heeft men u geïnformeerd over de rechten en plichten?
Hebt u uw vrijwilligerswerk gemeld bij de gemeente?
Wilt u vrijwilligerswerk gaan doen? Neem dan vooral contact op met uw consulent. Om achteraf gedoe te voorkomen.
Kan de gemeente u verplichten om te werken met behoud van uitkering? Wordt u daarvoor gevraagd, vraag dan naar uw rechten en plichten. Op papier, zodat u weet waar u
aan begint.
Kan de gemeente vrijwilligerswerk verbieden? Ja, onder bepaalde omstandigheden kan
dat. Bijvoorbeeld wanneer het tijdens werkuren wordt gedaan en bijna op een baan lijkt
(werkverdringing).
Kunt u daar iets tegen ondernemen? Ja, u kunt tegen een dergelijk verbod in beroep
gaan. Doe dat samen met de organisatie waar u vrijwilligerswerk verricht of wilt verrichten. Let op. U moet wel een officiële beschikking hebben waarin staat dat u het vrijwilligerswerk niet mag doen om in beroep te kunnen gaan. Vraag de consulent om een beschikking.
Vraag ook welke kansen op participatie het gemeentelijk Minimabeleid biedt. Bijvoorbeeld een vergoeding om de contributie van een vereniging te kunnen bekostigen.
Participeren is voor EAPN Nederland (en het hele Europees netwerk) iets wat we zien als
recht en als iets wat voor iedereen mogelijk moet zijn. Wat de participatiewet ook moge
brengen. Ook hier geldt.. Zoek uw eigen voordeel. Waarschijnlijk is dat voordeel ook
weer voordelig voor anderen uit uw omgeving. Op deze manier draagt u uw steentje bij
aan die samenleving. Van straatniveau tot aan gemeentelijk niveau. Waarom wachten tot
een organisatie of de gemeente iets gaat doen. Al is het maar een klein beetje, alle kleine
beetjes helpen.. Niet waar?!
Dus…………..
Blijf vooral niet thuis zitten. Wordt actief, doe mee. Participeer!
6.6 - Participatie
15
15
Tot slot
Hier willen we nog een paar dingen aansnijden die met een aanvraag en met het krijgen
van een uitkering te maken hebben. Zaken die even wat aandacht verdienen.
Weet u dat een gemeentelijke sociale dienst een Klachtenregeling moet hebben?
Deze is er voor dat moment waarop u zich echt onheus behandeld voelt en een
klacht wilt indienen. Doe dat niet zo maar, want uiteindelijk helpt het niemand om
via een klacht uw gram proberen te halen.
Wacht niet af op wat men u gaat bieden. Neem zelf het initiatief. Dat kan door te
blijven solliciteren, door vrijwilligerswerk te zoeken, door samen met anderen een
contactgroep op te zetten, door niet in de bijstand weg te zakken.
Zoek uit wat uw mogelijkheden voor ondersteuning zijn. Daarmee is geen sollicitatiecursus bedoeld, maar bijvoorbeeld een individueel – of met een paar gelijkgestemden gezamenlijk- traject om de kansen op re-integratie te vergroten.
Ga er nooit van uit dat het toch niet zal lukken om ooit nog uit de bijstand te geraken. Pak de kansen die u kunt krijgen!
Doe het niet alleen.. Zoek steun en hulp.. Ga naar de cliëntenraad, of een andere organisatie waar men hulp biedt.. Want ook hier geldt:
Samen kunnen we
de gewenste verandering realiseren !
16
Tot slot
16
17
18
Dit is een product van het stichting EAPN Nederland (www.eapnned.nl), dat ontstaan is uit de uitkomsten
van 4 regionale bijeenkomsten binnen het project “Samen op zoek naar verandering”dat in 2014 plaatsvond
met ondersteuning van het Ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid. Aan deze tips kunnen geen
rechten worden ontleend. Ze zijn samengesteld om mensen te helpen hun weg te vinden bij het aanvragen
van - of het moeten leven van een uitkering ingevolge de Wet Werk & Bijstand of zoals de wet per 1 januari
2015 zal gaan heten, de Participatiewet.
19