DE NAAM LANGENBOOM

DE NAAM LANGENBOOM
Volgens oude overleveringen zou de naam Langenboom afkomstig zijn van een lange sluitboom, die
het vee, dat naar de Langstraat werd gedreven, moest verhinderen naar de boerderij terug te keren.
Reeds in zijn boek “De geschiedenis van de Dominicanen” zegt de schrijver al in 1903 “Wie weet of
het waar is”.
Ook nu willen wij deze vraag stellen, en daar zijn genoeg redenen voor.
Het meest logische is dat de naam Langenboom afkomstig is van een werkelijk “hoge” boom, die toen
beslist een herkenningspunt geweest moet zijn in het landschap en waar de enkeling die zich in de
Peel waagde, zich op oriënteerde. Immers vlak achter het landgoed de Lange Boom, daar waar nu de
Gasthuisstraat, en achter de Lage Polders, waar nu de Broekstraat is, begon de Peel. Een enorm
gebied met eikenhakhout, berken bosjes, verradelijke moerassen met daartussen drassig grasland,
dat zich tientallen kilometers uitstrekte. Het oudste document dat tot op heden bekend is, en waar de
naam de Lange Boom in voorkomt, (mogelijk is de naam nog ouder) is een akte van 10 november
1525, jammer genoeg is het niet geheel leesbaar, wel heeft men er de datum en het jaartal uit kunnen
halen, en dat het gaat over een stuk land of boerderij “gelegen aan de Lange Boom, aan de rand van
de Peel.”
In 1525 was de Peel nog een onverdeeld gebied, in 1812 werd de Peel verdeeld onder de aan dit
gebied grenzende gemeenten. Pas in 1818 werd de grens tussen de gemeente Zeeland en Escharen
vastgesteld. Veel later en wel in 1859 werd de weg door de Graspeel en de daarop aansluitend, de
huidige Dempseystraat aangelegd. Tot dan toe lagen de Lage Polders en het landgoed de Lange
Boom tegen elkaar aan zonder een weg daartussen. Ook in of rond 1859 werd de scheiwal met aan
weerskanten een sloot aangelegd. En toen pas is mogelijk geworden dat daar percelen grasland
omringd werden met wallen en sloten, geschikt te maken voor weiland, waar dan in een opening van
de wal (die zo smal mogelijk werd gehouden) een ban of keerhek werd geplaatst. Maar in geen geval
een sluitboom, waar het vee gemakkelijk onderdoor kon.
Het is bekend dat in 1770, en dit was nog zo in 1814, toen de eerste kadasterkaarten gemaakt
werden, Langenboom bestond uit tien boerderijen, met inbegrip van de twee boerderijen van het
landgoed.
Ook tonen deze kaarten aan dat bij deze boerderijen voldoende grond lag voor het weinige vee dat
toen gehouden werd. Later toen er meer boeren zich in Langenboom vestigden, is het voorstelbaar
dat men voor het vee verder van huis weiland moest zoeken.
Omtrent de naam Langenboom hadden we gedacht dat de oude Lindeboom in het hertekamp ons
enige uitkomst zou kunnen geven. Immers, was deze boom een 600 jaar oud geweest, dan was dat
een mooie aanwijzing waar de naam vandaan kon komen.
Op deze boom is op ons verzoek een leeftijdsbepaling toegepast, maar hij haalt nog geen 200 jaar.
En zo zal de vraag “Wie weet of het waar is” nog wel een tijd blijven.
LEEFTIJDSBORING VAN DE OUDE LINDE IN HET
HERTENKAMP (1975)
Niet zo oud als men oorspronkelijk dacht, maar toch nog een
respectabele leeftijd: ± 175 jaar. De naam Langenboom zou
misschien van deze boom afgeleid kunnen zijn, maar hij komt al
voor in 1525.
Om de leeftijd vast te stellen doet men een “leeftijdsboring”.
Hiertoe wordt met een fijne boor tot op het hart van de boom
geboord, daarna wordt het gaatje gedicht en met balsem
afgestreken.
Het boorsel: een staafje van 4 m/m doorsnede wordt naar het
laboratorium gestuurd en daar microscopisch onderzocht. Door
het tellen van de jaarringen kan men de leeftijd vaststellen en aan
deze jaarringen kan men ook zien wanneer de boom goede en
slechte jaren heeft gehad.
Links: het boorsel; om der wille van de duidelijkheid breder
getekend en ingekort, in feite is het boorsel meer dan 30 cm.
lang.
Van 1800-1835 heeft de boom een forse groei doorgemaakt; van
1835-1865 doet hij het wat kalmer aan en na 1865 is de groei
veel minder.
In 1925 met de stormramp krijgt hij het zwaar te verduren: het
bovenste gedeelte breekt af en de jaren 1926, 1927 zijn dan ook
zeer moeilijk voor hem.
Van 1927 tot heden is de groei zeer gering.
Het is mogelijk dat daar waar hij tijdens de storm afgebroken is
zich een gat bevindt, waardoor rotting mogelijk is.
Men zal trachten, indien nodig, dit te herstellen.
de heer P. Haverman van de bosbouw van de gemeente Mill
verricht hier de leeftijdsboring.