20ME120U - Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

20ME120U
Postbus 3183 I 3502 GD Utrecht
Bestuursondersteuning
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Afdeling CAV
Postadres
Postbus 3183
3502 GD Utrecht
Bezoekadres
Rijnzathe 10
3454 PV De Meern
Postbus 90801
2509 LV DEN HAAG
T 030 245 30 99
www.syntrusachmea.nl
Datum
Ons Kenmerk
Behandeld door
20 mei 2014
AHO20022014
Angela Karsoredjo-van Houten
+31 6 10 28 83 16
Onderwerp
Bijlage
angela. karsoredjo@achmea. nl
Verzoek tot A W van de CAO voor de
Gespecialiseerde
Bloemendetailhandel inzake Sociaal
Fonds
Geachte mijnheer, mevrouw,
Bovengenoemde CAO is per 31 december 2013 geëxpireerd. CAO-partijen hebben uiteindelijk
besloten een nieuwe CAO aan te gaan te weten van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2014.
Partijen bij deze CAO zljn:
VBW Centrale Vereniging Bloemendetailhandel, gevestigd te Ede; en
CVAH Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel, gevestigd te Zeewolde
FNV Bondgenoten, gevestigd te Amsterdam; en
CNV Dienstenbond, gevestigd te Hoofddorp.
Naast de looptijd zijn er ook nog tussentijdse wijzigingen.
Het aantal werknemers dat onder de werkingssfeer van de CAO valt, met inbegrip van de
werknemers bedoeld in artikel 14 van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst, is
gesteld op 5.090
Namens bovengenoemde partijen bij de CAO verzoeken wij u de bepalingen van deze CAO
algemeen verbindend te verklaren tot en met 31 december 2014. Het gaat om alle bepalingen
van deze CAO, inclusief de bepalingen van de statuten en het reglement van de Stichting die
Bladnummer 1 van 2
als bijlage I en II een integrerend deel uitmaken van de CAO.
Bij deze informeren wij u dat:
a. het aantal direct aan de CAO gebonden werkgevers is 1.167 en het aantal bij hen in dienst
zijnde werknemers dat onder de werkingssfeer van de CAO valt is 5.090.
b. het totaal aantal werkgevers is 3.390 en het totaal aantal werknemers is 8.975.
Wij stellen het zeer op prijs als de algemeen verbindendverklaring binnen afzienbare tijd
verleend zal kunnen worden. Indien het onderhavige onderzoek onverhoopt niet geheel aan
alle voorwaarden voldoet, dan vernemen wij dat graag spoedig, zodat alsnog daarmee
rekening gehouden kan worden.
Met vriendelijke groet,
Namens CAO partijen bij de CAO voor de Gespecialiseerde Bloemendetailhandel
inzake Sociaal Fonds,
Angela Karsoredjo-Van Houten
Syntrus Achmea Pensioénbehèer B.V.
Bestuursondersteuning
Bladnummer 2 van 2
Ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid
FORMULIER R E P R E S E N T A T I V I T E I T S G E G E V E N S
(bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit aanmelding van collectieve
arbeidsovereenkomsten en het verzoeken om algemeen verbindend verklaring)
Bij een avv-verzoek dienen de representativiteitsgegevens en de liiervoor
gehanteerde onderzoelamethodieic te worden opgegeven. Deze opgave kan
worden ingediend aan de hand van dit formulier. Gebruikmaking van dit
formulier is vereist bij een representativiteitspercentage onder de 6 0 % en
ingeval beargumenteerde bedenkingen tegen de representativiteit daartoe
aanleiding geven.
INHOUD
1
REPRESENTATIVITEITSOPGAVE
•
Werkgeversaeaevens
O Direct aan de cao gebonden werkgevers
O Werkgevers gebonden door de werkingssfeer
•
Geaevens werkzame personen
O Direct aan de cao gebonden personen en personen gebonden op basis van
artikel 14 Wet op de CAO
O Personen gebonden door de werkingssfeer
TOELICHTING
Gehanteerde onderzoeksmethode
Gebruikte bronnen
Wijze van meting
Relatie tot de werkingssfeer
Actualiteit van de cijfers
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving
24 augustus 2010
^
De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
Pagina 1 van 12
REPRESENTATIVITEITSOPGAVE
Het algemeen verbindend verklaren (avv) van bepalingen van een cao vereist dat naar
het oordeel van de minister de cao-bepalingen waarop het avv-verzoek betrekking
heeft, moeten gelden voor een belangrijke meerderheid van de In de bedrijfstak
werkzame personen. Dit meerderheidsvereiste wordt bepaald aan de hand van de
representativiteitsgegevens. De mate van representativiteit wordt als volgt berekend:
•
•
het aantal personen werkzaam bij werkgevers gebonden door de cao, die naar
aard van hun functie c.q. werkzaamheden binnen de werkingssfeer van de cao
vallen (teller), gedeeld door
het totale aantal personen, dat binnen de werkingssfeer van de cao zou vallen,
indien de cao algemeen verbindend zou worden verklaard (noemer).
De in de cao gedefinieerde werkingssfeer dient als uitgangspunt voor het bepalen van
het totale aantal personen dat in zowel de teller als de noemer wordt gehanteerd. Tot
het aantal personen kunnen naast werknemers ook opdrachtnemers worden gerekend,
indien in de cao geregeld is dat deze ook op hen van toepassing Is. Uitzendkrachten In
dienst van een andere (ultzend)werkgever dienen niet te worden meegeteld.
Gezien de verstrekkende consequenties van het algemeen verbindend verklaren van
een cao Is het noodzakelijk dat de representativiteitsopgave voldoet aan de eisen van:
•
•
•
•
•
reproduceerbaarheid
validiteit
interne consistentie
onderzoekstechnische kwaliteit, en
actualiteit
Het is een vereiste voor de beoordeling van het representativiteitscijfer dat dit
reproduceerbaar is. Brongegevens, gebruikte enquête, uitgevoerde berekeningen,
analyses en extrapolatie moeten beschikbaar zijn, zodat desgevraagd een accountant,
dan wel het Ministerie van SZW op basis hiervan het cijfer zelfstandig kan
reproduceren.
Het begrip validiteit heeft betrekking op de vraag of daadwerkelijk Is gemeten wat
beoogd was. Is het te meten begrip, werkzame personen, op de juiste wijze
gedefinieerd én zijn vervolgens de werkzame personen ook conform de
operationalisering gemeten. Voor het begrip werkzame personen bijvoorbeeld speelt
dan de werkingssfeer een rol en of op een juiste wijze Is gecorrigeerd voor werkzame
personen die in de werkingssfeer worden uitgesloten.
Bij de interne consistentie gaat het om gebruikte meeteenheden. De eenheid in de
teller moet overeenstemmen met de gehanteerde eenheid in de noemer. In teller én
noemer moeten standcijfers (gemeten op een bepaald moment) of stroomcijfers
(gemeten over een periode) worden gebruikt. De definitie van werkzame personen
moet in beide gelijk zijn. En ook de peildatum of de peilperiode moet in teller en
noemer vergelijkbaar zijn.
Bij de beoordeling van de kwaliteit van het onderzoek wordt nagegaan of voldaan is
aan de vereisten van zorgvuldigheid. Het gaat hierbij om zaken als de gebruikte
methode om de gegevens te verzamelen, de omvang van de enquête, de hoogte van
de non-respons, de gebruikte weging, gehanteerde analyses en uitgevoerde
berekeningen.
Pagina 2 van 12
De gegevens waarop het representativiteitscijfer is gebaseerd, mogen in principe niet
ouder zijn dan één jaar, te rekenen vanaf de ingangsdatum van de cao.
Om te kunnen beoordelen of aan deze criteria wordt voldaan, dient een toelichting te
worden gegeven op de verstrekte werkgeversgegevens en gegevens over het aantal
werkzame personen.
Een uitgebreide beschrijving van de eisen die aan de representativiteitsopgave worden
gesteld, is te vinden in het onderzoek dat Research voor Beleid in 2009 heeft
uitgevoerd naar de kwaliteit van de representativiteitsgegevens bij avv-verzoeken^ Dit
rapport is te vinden op de website cao.szw.nl.
Research voor Beleid, Kwaliteit representativiteitsgegevens bij avv-verzoeken. Stand van
zaken 2008, Eindrapport, Zoetermeer, juni 2009
Pagina 3 van 12
WERKGEVERSGEGEVENS
1
Direct aan de cao gebonden werkgevers
Hoeveel werkgevers vallen direct onder de werkingssfeer van de cao'^?
1167
Geef aan op welke peildatum dan wel over welke periode de gegevens
verzameld zijn.
l j u l i 2013
Werkgevers gebonden door de werkingssfeer
Wat is het totale aantal werkgevers dat valt onder de werkingssfeer van
de cao?
3390
Geef aan op welke peildatum dan wel over welke periode de gegevens
verzameld zijn.
l j u l i 2013
De wijze waarop de gegevens zijn verkregen over het aantal werkgevers dat direct en
in totaal onder de werkingssfeer van de cao valt, moet worden toegelicht. Daarvoor is
onderstaand een aantal aandachtspunten opgenomen. Afhankelijk van de gehanteerde
methode kunnen de aandachtspunten al dan niet relevant zijn. Indien een van de
genoemde methoden van toepassing is, dienen de vragen waarvoor een ' • ' is
opgenomen te worden aangekruist en te worden beantwoord. De toelichting kunt u
opnemen in het daarvoor opgenomen tekstvak. Als u meer ruimte in het tekstvlak
nodig heeft, klikt u op de rand van het tekstvlak en kunt u door te slepen het tekstvak
vergroten.
De eerste vraag dient altijd te worden beantwoord. Er zijn globaal 3 methoden, die
elkaar overigens niet uitsluiten: gebruik maken van bestaande bronnen/bestanden,
onderzoek en extrapolatie. Daarnaast moet zonodig een toelichting worden gegeven
op de actualiteit van de gebruikte gegevens. Achter de genoemde aandachtspunten is
een verwijzing opgenomen naar een uitgebreidere toelichting in deel 2 van dit
formulier. Dat deel gaat in op de gehanteerde onderzoeksmethode (ad. 1); de
gebruikte bronnen (ad. 2); de wijze van meting (ad. 3 ) ; de relatie tot de werkingssfeer
(ad. 4 ) ; en de actualiteit van de gegevens (ad. 5).
Een werkgever valt direct onder de werkingssfeer van een cao als hij lid is van een
werkgeversorganisatie die betrokken is bij de totstandkoming van de cao.
Pagina 4 van 12
Bestaande bronnen/bestanden
Geef voor het uitgevoerde onderzoek naar de bij vraag 1 en 2
opgegeven aantallen een beschrijving van:
•
de gebruikte bronnen (ad. 2)
•
de bronnen in relatie tot de werkingssfeer (ad. 4)
Voor het toetsen van de representativiteit hebben wij van de betrokken brancheorganisaties
(VBW & CVAH) een lijst ontvangen van de bij hen aangesloten leden. Het totaal aantal
werkgevers en werknemers in de bedrijfstak hebben wij ontleend aan de administratie van het
Sociaal Fonds Gespecialiseerde Bloemendetailhandel met peildatum 1 juli 2013. Enkel de
werkgevers die bij zowel de brancheorganisatie als het SF zijn aangesloten zijn gebruikt in de
berekening
•
Er is
Geef
•
•
•
gebruik gemaakt van meerdere bestanden.
onderstaand een beschrijving van:
de representativiteit van de bestanden (ad. 2)
uitgevoerde correcties voor dubbeltellingen (ad. 2)
de wijze van 'matching' van de bestanden (ad. 1)
De gehanteerde methode is die volgens de standcijfer methode, dat wil zeggen een meting op
een bepaalde peildatum. De gehanteerde peildatum is 1 juli 2013. Deze methode is zowel bij
de georganiseerde werkgevers en de bij hen in dienst zijnde werknemers als bij de niet
georganiseerde werkgevers en de bij hen in dienst zijnde werknemers gehanteerd.
Er is één op één gematcht tussen de ledenlijsten van de werkgeversorganisaties en de
werkgevers- en deelnemersadministratie van het sociaal fonds. Er zijn geen dubbeltellingen.
Wel is het mogelijk dat er werkgevers niet gematcht zijn, tenwijl ze feitelijk wel georganiseerd
zijn. Dit zou het representativiteitscijfer naar boven bijstellen.
Pagina 5 van 12
Onderzoek
•
Er is (aanvullend) steekproefonderzoek uitgevoerd, bijvoorbeeld op
basis van een enquête.
Geef een beschrijving met cijfermatige onderbouwing van:
•
de gehanteerde methodiek (ad. 1)
•
het steekproefkader in relatie tot de werkingssfeer (ad. 1)
•
de respons (ad. 1)
•
de representativiteit van de steekproef (ad. 1)
•
eventueel gebruik van aanvullende informatie (ad. 1)
•
toegepaste berekeningen en schattingen (ad. 1)
Extrapolatie
•
Onderzoeksgegevens zijn middels andere bronnen geëxtrapoleerd.
Geef een beschrijving met cijfermatige onderbouwing van:
•
de hiervoor gebruikte bronnen (ad. 2)
•
de representativiteit van het verkregen bestand (ad. 2)
•
de verschillen tussen de bronnen (ad. 2))
•
eventueel uitgevoerde correcties (ad. 4)
Pagina 6 van 12
GEGEVENS WERKZAME PERSONEN
Direct aan de cao gebonden personen en personen gebonden op basis
van artikei 14 Wet op de CAO^
Hoeveel personen worden direct dan wel op basis van artikel 14 van de
Wet op de CAO aan de cao gebonden?
5090
Geef aan op welke peildatum dan wel over welke periode de gegevens
verzameld zijn.
l j u l i 2013
Personen gebonden door de werkingssfeer
Wat is het totale aantal personen dat valt onder de werkingssfeer van
de cao?
8975
Geef aan op welke peildatum dan wel over welke periode de gegevens
verzameld zijn.
l j u l i 2013
De wijze waarop de gegevens zijn verkregen over het aantal werkzame personen dat
direct en In totaal onder de werkingssfeer van de cao valt, moet worden toegelicht.
Daarvoor is onderstaand een aantal aandachtspunten opgenomen. Afhankelijk van de
gehanteerde methode kunnen de aandachtspunten al dan niet relevant zijn. Indien een
van de genoemde methoden van toepassing is, dienen de vragen waarvoor een
is
opgenomen te worden aangekruist en te worden beantwoord. De toelichting kunt u
opnemen in het daarvoor opgenomen tekstvak. Als u meer ruimte in het tekstvlak
nodig heeft, klikt u op de rand van het tekstvlak en kunt u door te slepen het tekstvak
vergroten.
De eerste vraag dient altijd te worden beantwoord. Er zijn globaal 3 methoden, die
elkaar overigens niet uitsluiten: gebruik maken van bestaande bronnen/bestanden,
onderzoek, en extrapolatie. Daarnaast moet zonodig een toelichting worden gegeven
op de actualiteit van de gebruikte gegevens. Achter de genoemde aandachtspunten is
een verwijzing opgenomen naar een uitgebreidere toelichting in deel 2 van dit
formulier. Dat deel gaat in op de gehanteerde onderzoeksmethode (ad. 1 ) ; de
gebruikte bronnen (ad. 2 ) ; de wijze van meting (ad. 3 ) ; de relatie tot de werkingssfeer
(ad. 4 ) ; en de actualiteit van de gegevens (ad. 5).
Bestaande bronnen/bestanden
Voor
geef
•
•
•
•
het uitgevoerde onderzoek,
een beschrijving van:
de gebruikte bronnen (ad. 2)
de bronnen in relatie tot de werkingssfeer (ad. 4)
de uitgevoerde correctie In de bronbestanden (ad. 4)
de gehanteerde meeteenheid (ad. 3)
Een persoon valt direct onder de werkingssfeer van een cao als hij werkzaam is bij een
werkgever die lid is van een werkgeversorganisatie die betrokken is bij de totstandkoming
van de cao. Ook anders of niet georganiseerde werkzame personen in dienst van een
aangesloten werkgever dienen dus te worden meegeteld.
Pagina 7 van 12
Voor het toetsen van de representativiteit hebben wij van de betrokken brancheorganisaties
(VBW & CVAH) een lijst ontvangen van de bij hen aangesloten leden. Het totaal aantal
werkgevers en werknemers in de bedrijfstak hebben wij ontleend aan de administratie van het
Sociaal Fonds Gespecialiseerde Bloemendetailhandel met peildatum 1 juli 2013.
•
Indien gebruik is gemaakt van meerdere bestanden, geef een beschrijving
van:
•
de representativiteitvan de bestanden (ad. 2)
•
uitgevoerde correcties voor dubbeltellingen (ad. 2)
•
de wijze van matching van bestanden (ad. 1)
De gehanteerde methode is die volgens de standcijfer methode, dat wil zeggen een meting op
een bepaalde peildatum. De gehanteerde peildatum is 1 juli 2013. Deze methode is zowel bij
de georganiseerde werkgevers en de bij hen in dienst zijnde werknemers als bij de niet
georganiseerde werkgevers en de bij hen in dienst zijnde werknemers gehanteerd.
Er is één op één gematcht tussen de ledenlijsten van de werkgeversorganisaties en de
werkgevers- en deelnemersadministratie van het sociaal fonds. Er zijn geen dubbeltellingen.
Wel is het mogelijk dat er werkgevers niet gematcht zijn, tenwijl ze feitelijk wel georganiseerd
zijn. Dit zou het representativiteitscijfer naar boven bijstellen.
•
Sluiten de bronnen niet volledig aan bij de werkingssfeer,
geef een beschrijving van:
•
de correcties die zijn uitgevoerd (ad. 4)
Onderzoek
•
Is er aanvullend steekproefonderzoek uitgevoerd, bijvoorbeeld op basis
van een enquête,
geef een beschrijving van:
•
de gehanteerde methodiek (ad. 1)
•
het steekproefkader in relatie tot de werkingssfeer (ad. 1)
•
de respons (ad. 1)
•
de representativiteit van de steekproef (ad. 1)
•
eventueel gebruikvan aanvullende informatie (ad. 1)
•
toegepaste berekeningen en schattingen (ad. 1 )
Extrapolatie
•
Indien onderzoeksgegevens middels andere bronnen zijn geëxtrapoleerd,
geef een beschrijving van:
•
de hiervoor gebruikte bronnen (ad. 2)
•
de representativiteit van het verkregen bestand (ad. 2)
•
de verschillen tussen de bronnen (ad. 2)
•
eventueel uitgevoerde correcties (ad. 4)
Pagina 8 van 12
TOELICHTING
De door cao-partijen bij een verzoek tot algemeen verbindend verklaren van caobepalingen aangeleverde representativiteitsgegevens dienen, ten behoeve van de
beoordelingscriteria, te worden voorzien van een toelichting op de volgende punten:
1.
De
a.
b.
c.
wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd
populatieonderzoek
steekproefonderzoek
extrapolatie
2.
De gebruikte bronnen voor het onderzoek
a. uitgevoerde correcties
3.
De wijze van meting
a. aard van de gegevens
4.
De relatie tot de werkingssfeer van de cao
a. uitgesloten werkzame personen
b. vrijwillige aansluiting
c. gedispenseerden
5.
De peildatum of de periode waarop de cijfers betrekking hebben
Op grond van paragraaf 4.1 van het Toetsingskader AW laat de minister periodiek en
steekproefsgewijs onderzoek uitvoeren naar de kwaliteit van de
representativiteitsgegevens
bij avv-verzoeken. Om dit te kunnen doen is het
Pagina 9 van 12
noodzakelijk dat het representativiteitscijfer
reproduceerbaar is. Dit betekent dat alle
oorspronkelijke (bron)gegevens die zijn gebruikt bij de opgave van de
representativiteit bij het laatst ingewilligde avv-verzoek moeten worden bewaard,
zodat deze desgevraagd beschikbaar kunnen worden gesteld. De oorspronkelijke
gegevens worden dus niet bij het avv-verzoek
meegestuurd.
ad 1
Gehanteerde
onderzoeksmethode
Het is noodzakelijk dat een beschrijving van de gehanteerde onderzoeksmethode
wordt gegeven. Het gaat om de vraag hoe de gegevens zijn verzameld. Idealiter wordt
er gebruik gemaakt van populatiebestanden, zowel voor werkgeversaantallen als
aantallen werkzame personen die onder de werkingssfeer van de cao dan wel het avvbesluit vallen.
Indien geen populatiegegevens beschikbaar zijn, kan gebruik worden gemaakt van
steekproefonderzoek. Het gebruik van steekproefgegevens vereist dat een toelichting
wordt gegeven op de uitvoering van de enquête, de respons, de representativiteit,
verzamelde aanvullende informatie, uitgevoerde berekeningen en schattingen.
Aandachtspunten:
O
Beschrijving van de gehanteerde onderzoeksmethode.
•
Een beschrijving van de hierbij gebruikte bestanden.
•
De manier waarop de steekproef is getrokken (waaronder het gebruikte
steekproefkader).
•
De respons van de steekproef.
•
De representativiteit van het steekproefonderzoek.
•
Op bestanden toegepaste correcties ten opzichte van de populatie;
•
Het gebruik van aanvullende informatie.
•
De manier waarop berekeningen, schattingen en eventuele extrapolaties zijn
uitgevoerd.
•
Het is niet zorgvuldig om het aantal werkzame personen van niet-responderende
bedrijven op nul In te schatten.
Streef altijd naar de verkrijging van gegevens uit één bronbestand. Dit doet u door het
bestand waarin de gegevens van de aangesloten werkgevers zijn opgenomen, te
matchen met het bestand waaruit de totale aantallen werkgevers en werkzame
personen zijn opgenomen. Een nadere uitleg over de uitvoering van het matchen van
bestanden is te vinden in het rapport Kwaliteit representativiteitsgegevens bij avvverzoeken. Stand van Zaken 2008, eindrapport, p. 20 (zie de website cao.szw.nl).
ad 2
Gebruikte
bronnen
Een representativiteitsopgave moet een beschrijving bevatten van de gebruikte
bronnen. Niet alle bronnen zijn even betrouwbaar. Ook zijn niet alle bronnen even
volledig gegeven de werkingssfeer van de cao. Inherent hieraan Is het gebruik van
meerdere bronnen. Van belang is dat de gebruikte bronnen en de daarbij gehanteerde
berekeningen met het oog op de eis van reproduceerbaarheid goed worden beschreven
en bewaard.
Aandachtspunten:
•
Het is aan te bevelen zo min mogelijk bronnen te gebruiken.
•
Worden gegevens uit verschillende bronnen gebruikt, dan vereist dit een
toelichting op onderlinge vergelijkbaarheid waarbij aandacht nodig is voor
dubbeltellingen, uitgesloten groepen werkzame personen en verschillen in
meetmomenten.
•
Gebruik van branche- of sectoronderzoek vereist een toelichting op de
representativiteit van de gegevens. Aandacht vereist de periode waarin het
onderzoek is gehouden, de onderzoeksmethode en de relatie tot de
werkingssfeer.
•
Ten aanzien van de gebruikte bronnen wordt aandacht gevraagd voor de
vrijwillig aangesloten werkgevers, (gedeeltelijk) gedispenseerde werkgevers en
de actualiteit van de gegevens.
Pagina 10 van 12
ad 3
Wijze van
meting
Uitgangspunt bij het berekenen van het representativiteitscijfer is dat de teller en de
noemer worden uitgedrukt In dezelfde eenheid. Idealiter worden de teller en de
noemer uitgedrukt in aantallen personen. Andere meeteenheden worden in principe
afgeraden. Andere maatstaven die worden gebruikt om tot een berekening te komen
van het aantal personen zijn de loonsom, aantal fte's of omzetgegevens. U dient dan
wel aannemelljkte maken dat de gebruikte maatstaf een goede afspiegeling is van het
aantal personen zodat geen sprake is van een systematische eenzijdige vertekening
van het representativiteitsgegevens. In geval van fte als meeteenheid moet
aannemelijk worden gemaakt dat de parttimefactor van georganiseerde ten opzichte
van ongeorganiseerde werkgevers vergelijkbaar is. Dit betreft de eis van interne
consistentie. Teller en de noemer moeten in dezelfde eenheid worden uitgedrukt en de
peildata moeten vergelijkbaar zijn.
Aandachtspunten:
•
De wijze van meting moet dezelfde zijn voor teller en noemer. De eenheid moet
gelijk zijn. Gegevens moeten ofwel standcijfers óf stroomcijfers zijn.
•
De gegevens moeten zijn uitgedrukt in dezelfde eenheid. In de teller aantallen
personen dan ook in de noemer aantallen personen gebruiken.
•
Het gebruik van een andere meeteenheid dan aantallen personen vereist een
gedegen toelichting op het gebruikte bestand en in hoeverre de gebruikte
maatstaf een goede afspiegeling is van het aantal werkzame personen.
ad 4
Relatie tot de
werkingsfeer
De representativiteitsopgave dient gerelateerd te zijn aan de werkingssfeer van de
cao. In de werkingssfeer uitgesloten categorieën werkzame personen moeten dan ook
in de tellingen voor de representativiteitsopgave buiten beschouwing worden gelaten.
Het is van belang dat daadwerkelijk gemeten wordt wat beoogd was. Het gaat hier om
de validiteit van de gegevens.
Aandachtspunten:
•
Aandacht voor vrijwillig aangesloten werkgevers die in de
representativiteitsopgave niet moeten worden meegenomen.
•
De bronnen mogen niet vervuild zijn met werkzame personen die niet onder de
werkingssfeer vallen. Hierbij kan gedacht worden aan onder andere
uitzendkrachten en hoger personeel.
•
In de tellingen moeten van (onderdelen van) de cao gedispenseerden wel
worden meegerekend, behalve indien sprake is van een integrale dispensatie
vanwege een eigen rechtsgeldige cao.
•
Indien gebruik wordt gemaakt van een verplicht gesteld
bedrijfstakpensioenfonds, dient -indien van toepassing- gecorrigeerd te worden
voor jongere werkzame personen die wel onder de werkingssfeer van de cao
vallen, maar niet deelnemen aan het bedrijfstakpensioenfonds. Ook dient
gecorrigeerd te worden voor werkgevers die zijn vrijgesteld van het
bedrijfstakpensioenfonds, maar niet zljn gedispenseerd van de cao.
ad 5
Actualiteit
van de cijfers
Voor de representativiteitsopgave dient de datum of de periode waarop de cijfers
betrekking hebben te worden vermeld. Als regel geldt dat gegevens, om te voldoen
aan de els van actualiteit, niet ouder dan één jaar mogen zijn gerekend vanaf de
ingangsdatum van de cao. Tevens geldt dat de verschillende peildata niet te ver uit
elkaar moeten liggen, omdat anders de interne consistentie van de
representativiteitsopgave in het geding is. Als uitgangspunt hierbij geldt dat de
peildata in principe niet meer dan één jaar uiteen mogen liggen.
In geval de peildata te ver in het verleden liggen kunnen de gegevensbestanden op
basis van de werkgelegenheidsontwikkeling in de branche worden geactualiseerd,
oftewel geëxtrapoleerd. De marktontwikkelingen in het verleden vormen de basis om
de huidige waarden met een zekere onzekerheidsmarge te voorspellen.
Pagina 11 van 12
Het is dan wel van belang om expliciet te vermelden op welke gegevens deze
extrapolatie is gebaseerd en hoe die is uitgevoerd. De bestanden die hiervoor gebruikt
worden moeten vergelijkbaar zljn naar bijvoorbeeld verhouding voltijders-deeltijders of
de verhouding grote-kleine bedrijven.
Aandachtspunten:
•
De actualiteit van de gebruikte gegevens. Deze mogen gerekend vanaf de
ingangsdatum van de cao in beginsel niet ouder zijn dan 1 jaar. Indien de
gebruikte gegevens ouder zijn, dient vermeld te worden waarom het niet
mogelijk is om gegevens van recenter datum te leveren (zie ook aanvulling bij
de vraag over actualiteit).
•
Het toepassen van extrapolatie. Indien op basis van andere gegevensbronnen de
gegevens voor de representativiteitsopgave zijn geactualiseerd dient
aangegeven te worden welke bronnen gebruikt zijn en op welke wijze voor
onderlinge afwijkingen tussen de bronnen is gecorrigeerd. Een nadere uitleg
over de wijze van extrapoleren is te vinden in het rapport Kwaliteit
representativiteitsgegevens bij avv-verzoeken. Stand van Zaken 2008,
eindrapport, p. 21 (zie de website cao.szw.nl).
•
De peildatum dan wel de periode waarop de gegevens betrekking hebben. De
teller en de noemer moeten betrekking hebben op dezelfde peilmoment dan wel
betrekking hebben op dezelfde periode.
Pagina 12 van 12
COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR DE GESPECIALISEERDE BLOEMENDETAILHANDEL
INZAKE SOCIAAL FONDS
mei 2014
Tussen
VBW Centrale Vereniging Bloemendetailhandel, gevestigd te Ede; en
CVAH Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel, gevestigd te Zeewolde
als partij ter ene zijde
en
FNV Bondgenoten, gevestigd te Amsterdam; en
CNV Dienstenbond, gevestigd te Hoofddorp,
als partijen ter andere zijde
is de navolgende collectieve arbeidsovereenkomst inzake Sociaal Fonds overeengekomen:
Artikel 1
Begripsbepalingen
In deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder:
1.
werkgever:
de natuurlijk persoon, de rechtspersoon of de niet rechtspersoonlijkheid bezittende vennootschap die
uitsluitend of in hoofdzaak de gespecialiseerde bloemendetailhandel uitoefent.
Onder de "gespecialiseerde bloemendetailhandel" wordt verstaan: het uitoefenen van een onderneming in
een besloten, voor het publiek toegankelijke, ruimte, danwel het uitoefenen van een ambulante onderneming
waar of van waaruit uitsluitend of in hoofdzaak bloemen en/of planten c.q. arrangementen daarvan aan de
eindgebruiker plegen te worden verkocht of afgeleverd.
Met "besloten ruimte" wordt bedoeld de zelfstandige winkel of verkoophal, het zelfstandige
bloemenverkooppunt binnen een supermarkt, grootwinkelbedrijf, station, ziekenhuis of dergelijke (shop in the
shop), het verkooppunt op basis van franchise, hetzij deel uitmakend van een keten van
bloemenverkooppunten, en de kiosk.
Met "het uitoefenen van een ambulante onderneming" wordt bedoeld de onderneming in een marktkraam of
verkoopwagen, in een vaste standplaats, als wijkrijder en als concessionair.
Van "in hoofdzaak' als hiervoor bedoeld, is sprake indien meer dan 50% van de totale loonsom binnen het
bedrijf direct verband houdt met de bedrijfëactiviteit "detailhandel in bloemen en planten";
2.
werknemer:
degene die tot een werkgever als genoemd in dienstbetrekking staat in de zin van de sociale
werknemersverzekeringen;
3.
Stichting:
de "Stichting Sociaal Fonds Gespecialiseerde Bloemendetailhandel";
4.
premieplichtig loon:
het loon in de zin van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen, met uitzondering van:
a. uitkeringen en verstrekkingen ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen of de Werkloosheidswet en hierop door de werkgever verstrekte
aanvullingen;
b. het genot van een door de werkgever ter beschikking gestelde auto.
Het loon dat meer heeft bedragen dan het maximum premieioon als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet
financiering sociale verzekeringen op jaarbasis (2014: € 51.414,-) blijft buiten aanmerking voor de
toepassing van de sociaal fondsregeling. Indien de dienstbetrekking een deel van een kalenderjaar betreft,
dan wel de werknemer minder dan de volledige arbeidstijd werkzaam is, wordt het maximum premieioon
naar evenredigheid toegepast. Daartoe wordt het maximum premieioon uitgedrukt in een uurbedrag door het
maximum premieioon op jaarbasis te delen door het aantal uren per jaar volgens de voor het functieniveau
geldende normale arbeidsduur in de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst dan wel, indien
er geen collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is, de voor het functieniveau geldende bij de
werkgever gebruikelijke normale arbeidsduur, waarbij het maximum uurioon naar beneden op eurocenten
wordt afgerond.
Artikel 2
Doel
Het financieren en subsidiëren van activiteiten die gericht zijn op het in sociaal opzicht optimaal functioneren van
de Gespecialiseerde Detailhandel in Bloemen en Planten. Deze activiteiten zullen binnen het doel van de Stichting
bestaan uit het bevorderen van:
a.
het doen uitvoeren van de werkzaamheden van de Sociale Commissie voor de Gespecialiseerde
Detailhandel in Bloemen en Planten. Deze werkzaamheden staan beschreven in artikel 3 lid 3 van het
reglement van de Stichting Sociaal Fonds voor de Gespecialiseerde Bloemendetailhandel;
b.
het verrichten en publiceren van onderzoek naar maatregelen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden
dan wel het welzijn van de werknemers bij arbeid in de Gespecialiseerde Detailhandel in Bloemen en Planten
alsook activiteiten gericht op het uitvoeren van dergelijke maatregelen;
c.
het verrichten van opleidings- en vormingsactiviteiten ten behoeve van de werknemers en werkgevers in de
Gespecialiseerde Detailhandel in Bloemen en Planten, gericht op de arbeidsvoonwaarden en/of de
arbeidsverhoudingen in de Gespecialiseerde Detailhandel in Bloemen en Planten, zoals beschreven in artikel
3 lid 4 van het reglement van de Stichting Sociaal Fonds Gespecialiseerde Bloemendetailhandel;
d.
het informeren van werkgevers en/of werknemers over bovengenoemde activiteiten, danwel het benaderen
van werkgevers en/of werknemers in het kader van onderzoeken naar de arbeidsmarkt,
arbeidsomstandigheden, arbeidsvoonwaarden en/of loopbaanontwikkeling;
e.
het ontwikkelen en/of implementeren van beleid specifiek ten behoeve van het uitvoeren van projecten die
gericht zijn op loopbaan- en carrière ontwikkeling, vakmanschap, flexibele arbeidsmobiliteit, leeftijdsbewust
personeelsbeleid en terugdringen van zware beroepen in het belang van groepen werknemers in de
Gevestigde Bloemendetailhandel;
f.
het bij werknemers onder de aandacht brengen van de mogelijkheden en gevolgen van het eerder stoppen
met werken of doorgaan met werken.
Artikel 3
De uitvoering
De realisatie van het in artikel 2 genoemde doel is opgedragen aan de Stichting, waarvan de statuten en de
reglementen als bijlage I en II aan deze overeenkomst zijn gehecht en daan/an een integrerend deel uitmaken.
Artikel 4
Verplichtingen werkgever
Werkgevers zijn gehouden zich aan te melden bij de Stichting, gegevens te verstrekken en de bijdragen te betalen
die zij aan de Stichting verschuldigd zijn, overeenkomstig datgene wat in dit opzicht in de statuten en het
reglement van de Stichting is bepaald en zullen zich ook overigens moeten houden aan het bepaalde in de
statuten en het reglement van de Stichting.
Artlkei 5
Rechten van werknemer en werkgever
Iedere werknemer en iedere werkgever heeft het recht deel te nemen aan cq. gebruik te maken van (de
resultaten van) de door de Stichting gefinancierde of gesubsidieerde activiteiten als bedoeld in artikel 2.
Artikel 6
Premie
Door de werkgever is aan de Stichting af te dragen een door de Stichting te bepalen percentage van het
premieplichtig loon van alle werknemers in de onderneming.
Deze premie is ingaande 1 juli 2014 vastgesteld op 1,62%.
Door de werkgever zal maximaal 0,11 % verhaald worden op de bij hem werkzame werknemers door middel van
inhoudingen bij elke loonbetaling.
Artikol 7
Duur
Deze colloctievo arboidsovoroonkomst goldt van 1 juli 201^1 tot en met 31 december 201^1.
Bijlage I
Statuten van de Stichting Sociaal Fonds Gespecialiseerde Bloemendetailhandel
Bijlage als bedoeld in artikel 3 van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Gespecialiseerde
Bloemendetailhandel inzake Sociaal Fonds.
STATUTEN VAN DE STICHTING SOCIAAL FONDS GESPECIALISEERDE BLOEMENDETAILHANDEL
Artikel 1
Naam en Zetel
1.
De Stichting draagt de naam:
"Stichting Sociaal Fonds Gespecialiseerde Bloemendetailhandel".
2.
De Stichting is gevestigd te Utrecht,
Artikel 2
Begripsbepalingen
In deze statuten wordt verstaan onder:
1.
werkgever:
de natuuriijk persoon, de rechtspersoon of de niet rechtspersoonlijkheid bezittende vennootschap die
uitsluitend of in hoofdzaak de gespecialiseerde bloemendetailhandel uitoefent.
Onder de "gespecialiseerde bloemendetailhandel" wordt verstaan: het uitoefenen van een onderneming in
een besloten, voor het publiek toegankelijke, ruimte, danwel het uitoefenen van een ambulante onderneming
waar of van waaruit uitsluitend of in hoofdzaak bloemen en/of planten c.q. arrangementen daarvan aan de
eindgebruiker plegen te worden verkocht of afgeleverd.
Met "besloten ruimte" wordt bedoeld de zelfstandige winkel of verkoophal, het zelfstandige
bloemenverkooppunt binnen een supermarkt, grootwinkelbedrijf, station, ziekenhuis of dergelijke (shop in the
shop), het verkooppunt op basis van franchise, hetzij deel uitmakend van een keten van
bloemenverkooppunten en de kiosk.
Met "het uitoefenen van een ambulante onderneming" wordt bedoeld de onderneming in een marktkraam of
verkoopwagen, in een vaste standplaats, als wijkrijder en als concessionair.
Van "in hoofdzaak' als hiervoor bedoeld, is sprake indien meer dan 50% van de totale loonsom binnen het
bedrijf direct verband houdt met de bedrijfsactiviteit "detailhandel in bloemen en planten";
2.
werknemer:
degene die tot een werkgever als genoemd in dienstbetrekking staat in de zin van de sociale
werknemersverzekeringen;
3.
Stichting: de "Stichting Sociaal Fonds Gespecialiseerde Bloemendetailhandel";
4.
bestuur: het in artikel 5 bedoelde bestuur
5.
administrateur: de in artikel 8 bedoelde administrateur;
6.
reglement: het in artikel 12 bedoelde reglement.
Artikel 3
Doel
Het financieren en subsidiëren van activiteiten die gericht zijn op het in sociaal opzicht optimaal functioneren van
de Gespecialiseerde Detailhandel in Bloemen en Planten. Deze activiteiten zullen binnen het doel van de Stichting
bestaan uit het bevorderen van:
Artikel 2
Doel
Het financieren en subsidiëren van activiteiten die gericht zijn op het in sociaal opzicht optimaal functioneren van
de Gespecialiseerde Detailhandel in Bloemen en Planten. Deze activiteiten zullen binnen het doel van de Stichting
bestaan uit het bevorderen van:
a.
het doen uitvoeren van de werkzaamheden van de Sociale Commissie voor de Gespecialiseerde
Detailhandel in Bloemen en Planten. Deze werkzaamheden staan beschreven in artikel 3 lid 3 van het
reglement van de Stichting Sociaal Fonds voor de Gespecialiseerde Bloemendetailhandel;
b.
het verrichten en publiceren van onderzoek naar maatregelen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden
dan wel het welzijn van de werknemers bij arbeid in de Gespecialiseerde Detailhandel in Bloemen en Planten
alsook activiteiten gericht op het uitvoeren van dergelijke maatregelen;
c.
het verrichten van opleidings- en vormingsactiviteiten ten behoeve van de werknemers en werkgevers in de
Gespecialiseerde Detailhandel in Bloemen en Planten, gericht op de arbeidsvoonwaarden en/of de
arbeidsverhoudingen in de Gespecialiseerde Detailhandel in Bloemen en Planten, zoals beschreven in artikel
3 lid 4 van het reglement van de Stichting Sociaal Fonds Gespecialiseerde Bloemendetailhandel;
d.
het informeren van werkgevers en/of werknemers over bovengenoemde activiteiten, danwel het benaderen
van werkgevers en/of werknemers in het kader van onderzoeken naar de arbeidsmarkt,
arbeidsomstandigheden, arbeidsvoonwaarden en/of loopbaanontwikkeling;
e.
het ontwikkelen en/of implementeren van beleid specifiek ten behoeve van het uitvoeren van projecten die
gericht zijn op loopbaan- en carrière ontwikkeling, vakmanschap, flexibele arbeidsmobiliteit, leeftijdsbewust
personeelsbeleid en terugdringen van zware beroepen in het belang van groepen werknemers in de
Gevestigde Bloemendetailhandel;
f.
het bij werknemers onder de aandacht brengen van de mogelijkheden en gevolgen van het eerder stoppen
met werken of doorgaan met werken.
Artikel 4
Geldmiddelen
1.
De inkomsten van de Stichting bestaan uit:
a. bijdragen van werkgevers;
b.
bijdragen van de overheid;
c.
de te kweken renten;
d.
schenkingen, legaten en erfstellingen;
e.
al hetgeen op andere wijze wordt venworven;
f.
de verkregen financiële middelen van de Stichting Vervroegd Uittreden Gevestigde
Bloemendetailhandel.
2.
Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
3.
De uitgaven van de Stichting bestaan uit:
a.
de uitgaven voortvloeiend uit de realisatie van het in artikel 3 omschreven doel;
b.
de beheerskosten van de Stichting.
Artikel 5
Bestuur
1.
Het bestuur van de Stichting bestaat uit zes leden,
van wie drie worden benoemd door de werkgeversorganisaties, te weten:
-
twee door de VBW Centrale Vereniging Bloemendetailhandel, gevestigd te Ede;
-
één door CVAH Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel, gevestigd te Zeewolde
en drie door de werknemersorganisaties, te weten:
twee door FNV Bondgenoten, gevestigd te Amsterdam;
één door CNV Dienstenbond, gevestigd te Hoofddorp,
Door de hien/oor genoemde organisaties wordt een gelijk aantal plaatsven/angers benoemd, die als
bestuurslid kunnen optreden in geval een door de desbetreffende organisatie benoemd bestuurslid afwezig
is,
2.
Het lidmaatschap casu quo het plaatsven/angend lidmaatschap van het bestuur eindigt door periodiek
aftreden, schriftelijk bedanken, overiijden, alsmede indien de betrokken organisatie de benoeming intrekt.
3.
leder jaar in de maand januari treedt één werkgeversbestuurslid en één werknemersbestuurslid, alsmede
van beide zijden een plaatsven/anger af volgens een door het bestuur op te maken rooster De aftredenden
zijn, met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid, onmiddellijk herbenoembaar.
4.
In een vacature wordt zo spoedig mogelijk na het ontstaan daarvan voorzien door de organisatie die, gelet
op het bepaalde in het eerste lid, daarvoor in aanmerking komt
Een bestuurslid, casu quo plaatsven/angend bestuurslid, dat in zulk een vacature is benoemd, treedt af op
het tijdstip waarop degene die hij opvolgt moest aftreden. Het bestuur kan zijn bevoegdheden uitoefenen
ook wanneer er vacatures zijn.
5.
Door het bestuur kan aan de leden casu quo plaatsvervangende leden van het bestuur voor het bijwonen
van vergaderingen of daarmede gelijk te stellen bijeenkomsten een vergoeding worden toegekend.
6.
Het bestuur wijst een werkgeversbestuurslid en een werknemersbestuurslid aan, die beurtelings voor de tijd
van één kalenderjaar als voorzitter optreden. De functie van voorzitter wordt in de even jaren door de
werkgeversvoorzitter en in de oneven jaren door de werknemersvoorzitter vervuld.
Bij ontstentenis van de fungerende voorzitter treedt de andere voorzitter als zodanig op.
7.
Evenzo wijst het bestuur een werkgeversbestuurslid en een werknemersbestuurslid aan, die beurtelings
voor de tijd van één kalenderjaar als secretaris optreden, met dien verstande, dat met de werkgevervoorzitter de werknemer-secretaris en met de werknemer-voorzitter de werkgever-secretaris fungeert. Bij
ontstentenis van de fungerende secretaris treedt de andere secretaris als zodanig op.
Artikel 6
Bevoegdheden van het bestuur en vertegenwoordiging
1.
Het bestuur vertegenwoordigt de Stichting. Daarnaast zijn de voorzitter en secretaris van het bestuur
gezamenlijk bevoegd de Stichting te vertegenwoordigen.
2.
Het bestuur is bevoegd alle handelingen te verrichten voorzover daaromtrent bij of krachtens wettelijke
voorschriften, respectievelijk bij of krachtens deze statuten of het reglement van de Stichting niet anders is
bepaald.
Voorts is het bestuur bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging,
ven/reemding en bezwaring van registergoederen, daaronder echter niet begrepen het aangaan van
overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een
derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
3.
Alle van het bestuur uitgaande stukken worden door de voorzitter en de secretaris getekend.
4.
Het bestuur is bevoegd om ook de administrateur tekeningsbevoegdheid te geven.
5.
Het bestuur is belast met de zorg voor de uitvoering en handhaving van de statuten en het reglement.
6.
Het bestuur kan zijn bevoegdheden geheel of gedeeltelijk mandateren aan de voorzitter en de secretaris of
aan de administrateur.
De gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend onder toezicht en verantwoordelijkheid van het
bestuur.
Artlkei 7
Bestuursvergaderingen en besluitvorming
1.
Het bestuur vergadert ten minste éénmaal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter dit nodig acht of ten
minste twee bestuursleden zulks wensen.
In het laatste geval is de voorzitter verplicht, nadat een desbetreffend schriftelijk verzoek door hem is
ontvangen, het betrokken schriftelijk verzoek onmiddellijk aan de overige bestuursleden toe te zenden, een
bestuursvergadering uit te schrijven en deze binnen zes weken te doen houden.
De oproeping voor alle vergaderingen geschiedt door of namens de voorzitter per schriftelijke convocatie.
De te behandelen ondenwerpen worden in de oproeping vermeld. Andere punten kunnen slechts worden
behandeld in een vergadering, waarin ten minste vier bestuursleden aanwezig zijn, tenzij een der
aanwezige bestuursleden zich tegen behandeling verzet. Van de vier aanwezige bestuursleden dient van
zowel de werkgeversorganisaties tezamen als de werknemersorganisaties tezamen minimaal één
bestuurslid aanwezig te zijn
Indien de voorzitter geen gevolg geeft aan een verzoek ingevolge het eerste lid, zijn de betrokken leden van
het bestuur gezamenlijk tot de convocatie der vergadering bevoegd.
Ter vergadering brengen de aanwezige werkgeversbestuursleden gezamenlijk evenveel stemmen uit als
door de aanwezige werknemersbestuursleden worden uitgebracht.
Zijn de aantallen ter vergadering aanwezige wericgevers- en werknemersbestuursleden even groot, dan
brengt ieder lid van het bestuur één stem uit.
Zijn de aantallen ter vergadering aanwezige werkgevers- en werknemersbestuursleden niet even groot, dan
brengt elk der leden van die groep, waan/an het kleinste aantal ter vergadering aanwezig is, zoveel
stemmen uit als overeenkomt met het aantal leden van die groep, waan/an het grootste aantal ter
vergadering aanwezig is. Elk der leden van de groep, waan/an het grootste aantal aanwezig is, brengt
alsdan zoveel stemmen uit als overeenkomt met het aantal leden van die groep, waarvan het kleinste aantal
ter vergadering aanwezig is.
Het bestuur is slechts bevoegd tot het nemen van beslissingen, wanneer ten minste drie bestuursleden ter
vergadering aanwezig zijn. Van de drie aanwezige bestuursleden dient van zowel de
wericgeversorganisaties tezamen als de werknemersorganisaties tezamen minimaal één bestuurslid
aanwezig te zijn.
Ingeval ter vergadering niet het voor het nemen van een beslissing vereiste aantal bestuursleden aanwezig
is, wordt het bestuur binnen een maand doch niet eerder dan na 10 dagen opnieuw in vergadering
bijeengeroepen. In die vergadering kan, ongeacht het aantal aanwezige bestuursleden, een besluit worden
genomen over die voorstellen, waarover in de eerste uitgeschreven vergadering wegens onvoltalligheid
geen besluit kon worden genomen.
Tenzij in deze statuten uitdnjkkelijk anders is bepaald, worden alle besluiten in een bestuursvergadering
over zaken genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen.
Bij staking van stemmen wordt, tenzij de vergadering voltallig is, het nemen van een besluit tot een
volgende vergadering uitgesteld.
In deze en evenzo in een voltallige vergadering wordt bij staking van stemmen het voorstel geacht niette
zijn aangenomen. De stemming moet geschieden bij hoofdelijke oproeping wanneer één van de
bestuursleden dit veriangt en alsdan mondeling.
De stemming over personen geschiedt met gesloten en ongetekende brieves. De volstrekte meerderheid
van stemmen beslist. Heeft bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan heeft
een tweede vrije stemming plaats. Is er ook dan geen volstrekte meerderiieid, dan heeft er tussen de twee
kandidaten, die alsdan de meeste stemmen verkregen hebben, een herstemming plaats nadat zonodig door
een tussenstemming is uitgemaakt tussen welke personen de herstemming zal plaatsvinden. Zo bij deze
tussenstemming of herstemming de stemmen staken, beslist het lot. Blanco uitgebrachte stemmen tellen
niet mee bij de berekening van het aantal stemmen, dat de volstrekte meerderheid uitmaakt.
7.
Een besluit van het bestuur kan via schriftelijke vooriegging aan de leden van het bestuur tot stand komen
bij meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Indien een bestuurslid de wens daartoe te kennen
geeft, wordt het besluit aangehouden tot de volgende bestuursvergadering.
Artikel 8
Administrateur
1.
De uitvoering van de sociaal fonds regeling en het daaraan verbonden geldelijk beheer wordt onder toezicht
en verantwoordelijkheid van het bestuur opgedragen aan een daan/oor door het bestuur aan te wijzen
administrateur.
2.
De opdracht tot het verrichten van de werkzaamheden die verband houden met de uitvoering van de sociaal
fonds regeling en het daaraan verbonden geldelijk beheer wordt schriftelijk vastgelegd in een
beheerovereenkomst die de rechten en verplichtingen van de stichting en de administrateur ten opzichte van
elkaar regelt.
3.
De afspraken over de kwaliteit van de dienstveriening door de administrateur worden nader vastgelegd in
een of meer dienstverieningsovereenkomsten, die behoren bij de beheerovereenkomst
4.
De administrateur is verplicht zich te doen vertegenwoordigen in de vergaderingen van het bestuur.
Artikel 9
Boekjaar
Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 10
Jaarverslag, rekening en verantwoording
1.
Het bestuur van de Stichting stelt jaarlijks een verslag op, dat een getrouw beeld geeft van de grootte en
samenstelling van het vermogen van de Stichting en van de ontwikkeling daan/an gedurende het
voorafgaande boekjaar In dit verslag legt het bestuur rekenschap af van het gevoerde beleid.
2.
Het verslag moet overeenkomstig de in artikel 3 van de statuten genoemde bestedingsdoelen
respectievelijk activiteiten zijn gespecificeerd en gecontroleerd door een door het bestuur aangewezen
extern registeraccountant uit welke stukken moet blijken dat de uitgaven overeenkomstig de
bestedingsdoelen zijn gedaan.
3.
Het verslag en de accountantsverklaring worden ter inzage van de bij de Stichting betrokken werkgevers
en werknemers neergelegd;
a.
ten kantore van de administrateur;
b.
4.
op een of meer door de Minister van Sodale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen plaatsen.
Het verslag en de accountantsverklaring worden toegezonden aan elk der in artikel 5, eerste lid, genoemde
organisaties en op aanvraag aan de bij de Stichting betrokken wericgevers en werknemers.
Artikel 11
Statutenwijziging en ontbinding
1.
Besluiten tot wijziging der statuten, alsook een besluit tot ontbinding van de Stichting kunnen alleen door het
bestuur worden genomen in een bijzonderiijk daartoe uitgeschreven vergadering, waar ten minste drie
bestuursleden aanwezig zijn, en indien ten minste twee/derde der ter vergadering uitgebrachte geldige
stemmen zich daarvóór verklaart. Van de drie aanwezige bestuursleden dient van zowel de
werkgeversorganisaties tezamen als de werknemersorganisaties tezamen minimaal één bestuurslid
aanwezig te zijn.
2.
Voorstellen tot ontbinding van de Stichting worden niet in behandeling genomen dan nadat daarover
schriftelijk advies is ingewonnen van de in artikel 5, eerste lid, genoemde organisaties. Voor het uitbrengen
van deze adviezen moet een termijn van minstens één maand worden gegeven.
3.
Het bestuur zal binnen twee weken na het verlijden van een akte van statutenwijziging een authentiek
afschrift van die akte voor een ieder ter inzage neerieggen ter griffie van de rechtbank, sector kanton te
Utrecht.
Artikel 12
Reglement
1.
Het bestuur stelt één of meer reglementen vast waarin bepalingen worden opgenomen omtrent de
vaststelling en invordering der door de werkgevers verschuldigde bijdragen, alsmede de wijze waarop de
doelstelling zal worden gerealiseerd.
2.
Het bestuur is bevoegd tot wijziging van de reglementen.
3.
Bepalingen in de reglementen welke in strijd zijn met deze statuten zijn nietig.
4.
De reglementen, alsmede wijzigingen in de reglementen treden niet in werking alvorens een door het
bestuur ondertekend exemplaar houdende de volledige tekst van het desbetreffende reglement of ingeval
van wijziging de volledige tekst van die wijziging, voor een ieder ter inzage is neergelegd ter griffie van de
rechtbank, sector kanton te Utrecht.
Artikel 13
Verplichtingen werkgevers, werknemers en door de Stichting gesubsidieerde instellingen
1.
De werkgevers en werknemers zijn verplicht alle gegevens te verstrekken die het bestuur voor een goede
uitvoering van de statuten en de reglementen nodig acht.
2.
Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde gegevens is het bestuur gerechtigd de betreffende gegevens
naar beste weten te schatten.
3.
Bij een aanvraag om subsidie dient een begroting betreffende de besteding van de aangevraagde gelden te
worden ingezonden. Het voorgaande geldt niet voor de aanvraag voor een financiële bijdrage in de kosten
van een kindplaats.
Jaarlijks zal door een gesubsidieerde instelling aan het bestuur van de Stichting rekening en verantwoording
omtrent de besteding van de ontvangen gelden worden afgelegd.
Artikel 14
Vereffening
1.
Bij ontbinding van de Stichting geschiedt de vereffening door het bestuur of door een door het bestuur te
benoemen commissie.
2.
Bij vereffening wordt eerst een zodanig bedrag uitgetrokken dat de financiële verplichtingen van de Stichting
tot de reglementaire einddatum kunnen worden voortgezet.
Een eventueel overschot zal worden aangewend zoveel mogelijk in overeenstemming met de doelstelling
van de Stichting.
3.
De slotrekening van de vereffening, alsmede de bestemming van het eventuele overschot behoeven de
goedkeuring van de in artikel 5, eerste lid, genoemde organisaties.
Artikel 15
Beleggingen
1.
De geldmiddelen als bedoeld in artikel 4 lid 1 worden - voor zover niet direct bestemd voor de uitgaven
bedoeld in lid 3 van dat artikel - door het bestuur belegd, met inachtneming van in redelijkheid daaraan te
stellen eisen van liquiditeit, rendement en risicoverdeling.
2.
Gerede gelden worden in rekening-courant gestort bij de administrateur De titels betreffende geldleningen
op onderhandse schuldbekentenis worden bewaard in de kluis van de administrateur.
3.
Effecten en andere geldswaardige papieren worden zoveel mogelijk in bewaring gegeven bij algemene
handelsbanken.
4.
Het bestuur zal de kosten van beheer van de geldmiddelen en de wijze van verrekening van die kosten
vaststellen.
Artikel 16
Onvoorziene gevallen
Het bestuur is bevoegd in onvoorziene gevallen af te wijken van het bepaalde in de reglementen, mits daarbij niet
in strijd wordt gehandeld met de statuten.
Artikel 17
Inwerkingtreding
Deze statuten treden in werking op het moment dat de akte van oprichting door de notaris wordt verieden en zijn
laatstelijk gewijzigd bij notariële akte d.d. 26 januari 2012.
Bijlage II
Reglement van de Stichting Sociaal Fonds Gespecialiseerde Bloemendetailhandel
Bijlage als bedoeld in artikel 3 van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Gespecialiseerde
Bloemendetailhandel inzake Sociaal Fonds respectievelijk als bedoeld in artikel 12 lid 1 van de statuten van de
Stichting Sociaal Fonds Gespecialiseerde Bloemendetailhandel.
REGLEMENT VAN DE STICHTING SOCIAAL FONDS GESPECIALISEERDE BLOEMENDETAILHANDEL
Artikel 1
Begripsbepalingen
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de begripsbepalingen omschreven in artikel 2 van de statuten.
Voorts wordt in dit reglement verstaan onder premieplichtig loon:
het loon in de zin van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen, met uitzondering van:
a.
uitkeringen en verstrekkingen ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen of de Werkloosheidswet en hierop door de werkgever verstrekte
aanvullingen;
b.
het genot van een door de werkgever ter beschikking gestelde auto.
Het loon dat meer heeft bedragen dan het maximum premieioon als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet
financiering sociale verzekeringen op jaarbasis ((2014: € 51.414.-). blijft buiten aanmerking voor de toepassing
van de sociaal fondsregeling. Indien de dienstbetrekking een deel van een kalenderjaar betreft, dan wel de
werknemer minder dan de volledige arbeidstijd werkzaam is, wordt het maximum premieioon naar evenredigheid
toegepast. Daartoe wordt het maximum premieioon uitgedrukt in een uurbedrag door het maximum premieioon op
jaartDasis te delen door het aantal uren per jaar volgens de voor het functieniveau geldende normale arbeidsduur
in de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst dan wel, indien er geen collectieve
arbeidsovereenkomst van toepassing is, de voor het functieniveau geldende bij de werkgever gebruikelijke
normale arbeidsduur, waarbij het maximum uurloon naar beneden op eurocenten wordt afgerond.
Artikel 2
Premie
1.
De hoogte van de bijdrage als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub a van de statuten, is een voor
elk jaar door het bestuur vast te stellen percentage van het premieplichtig loon van alle
werknemers.
Deze premie is ingaande 1 juli 2014 vastgesteld op 1,62%.
De werkgever is verplicht deze premie aan de Stichting te voldoen. Door de werkgever zal
maximaal 0,11% verhaald worden op de bij hem werkzame werknemers door middel van
inhoudingen bij elke loonbetaling.
2.
De premie wordt geheven op basis van door de werkgever voor iedere werknemer verstrekte loonopgaven.
Na venwerking van de loonopgaven en het vaststellen van de eindafrekening over het voorgaande
kalenderjaar stelt het fonds per werkgever de bij wijze van voorschot voor het lopende kalenderjaar
verschuldigde premie vast. De werkgever wordt geïnformeerd over het bepaalde voorschot. Het voorschot
kan op verzoek van de werkgever worden gewijzigd.
Het voorschot wordt gewijzigd als de loonsom voor het desbetreffende kalenderjaar meer dan 10% afwijkt
van de loonsom waarover het voorschot is berekend. Het
fonds deelt het te betalen bedrag van de voorschotpremie en de termijn waarbinnen de betaling dient te
geschieden, schriftelijk aan de werkgever mee.
3.
Na venwerking van de loonopgaven over het kalenderjaar stelt het fonds per werknemer de definitieve premie
over dat kalenderjaar vast. Per werkgever wordt de eindafrekening opgemaakt. De bij wijze van voorschot
betaalde premies worden verrekend met de totaal verschuldigde definitieve premies.
4.
Over het verschil tussen de bij wijze van voorschot betaalde premies en de definitief verschuldigde premies
wordt rente verrekend over de periode tussen het eind van het desbetreffende kalenderjaar en de datum van
de eindafrekening. Deze rente is gelijk aan de depositorente Euribor voor zes maanden, zoals die geldt op 1
januari na het kalenderjaar waarover afgerekend wordt.
5.
Betaling van de premie vindt plaats in gelijke kwartaaltermijnen, waarbij het ven/allen bedrag steeds op de
eerste van het desbetreffende kwartaal in het bezit van de administrateur dient te zijn. In afwijking van het
voorgaande wordt een vordering in haar geheel opeisbaar, indien de werkgever ten aanzien van de betaling
van een der termijnen in gebreke is.
Voor werkgevers die dit wensen kan betaling van de premie ook plaatsvinden in gelijke maandtermijnen, die
steeds ven/allen per de eerste van de maand, mits die werkgevers de administrateur machtigen tot
maandelijkse afschrijving van de vervallen termijnen van hun rekening over te gaan.
Het in de vorige volzin bepaalde vervalt, indien op de rekening van de werkgever niet voldoende saldo
aanwezig is om de afschrijving te realiseren, zodat het bepaalde in de eerste en tweede volzin van dit lid ten
aanzien van die werkgever weer van toepassing is.
6.
De werkgever, die nalaat de premie binnen de gestelde termijn te betalen, is voor elke maand verzuim rente
verschuldigd ter hoogte van de alsdan geldende wettelijke rente, bedoeld in artikel 6:119 BW, tenzij het
bestuur daan/an geheel of gedeeltelijk ontheffing verieent.
7.
Voorts zijn in geval van nalatigheid aan de Stichting verschuldigd alle kosten die door de Stichting zijn
gemaakt ter invordering van niet tijdig betaalde premies en van de rente bedoeld in het vierde lid.
Artikel 3
Realisering doelstelling
1.
De stichting realiseert het in artikel 3 van de statuten genoemde doel door:
a, het toekennen van subsidies aan instellingen die activiteiten als genoemd in deze doelstelling verrichten;
b, het verstrekken van opdrachten aan derden tot het verrichten van activiteiten als genoemd in deze
doelstelling;
2.
a. Van de in artikel 4 lid 1 van de statuten bedoelde gelden - met uitzondering van de gelden als bedoeld in
artikel 4 lid 1 sub f van de statuten en voor zover niet benodigd voor de uitgaven als bedoeld in lid 3 sub
b van genoemd artikel - is:
•
20 euro per werknemer bestemd voor het A-fonds, met dien verstande dat de helft ten goede
komt aan de werknemersorganisaties en de helft te goede aan de werkgeversorganisatie. Binnen
de gelden van de werkgeversorganisatie is 93,5% bestemd voor de gevestigde
bloemendetailhandel en 6,5% bestemd voor de ambulante handel. De werknemers- en
werkgeversorganisaties dienen de gelden die zij verkrijgen uit het A-fonds te gebruiken voor
jaariijks terugkerende activiteiten in de zin van artikel 3 sub a, b, c en d van de statuten;
•
dat deel van de gelden dat niet bestemd is voor het A-fonds, bestemd voor het B-fonds. Van de
beschikbare middelen in het B-fonds is 93,5% bestemd voor de gevestigde bloemendetailhandel
en 6,5% bestemd voor de ambulante handel. De gelden uit het B-fonds dienen gebruikt te worden
voor eenmalige activiteiten in de zin van artikel 3 sub b, c en d van de statuten.
b. De gelden als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub fvan de statuten zijn, voor zover deze gelden toereikend
zijn, bestemd voor het C-fonds waaruit de activiteiten als bedoeld in artikel 3 sub e en f van de
statuten worden gefinancierd.
De gelden die telkenjare per onderdeel resteren, zullen worden gereserveerd en onder hetzelfde
onderdeel worden opgevoerd op de begroting van het volgende jaar. De genoemde bijdrage per onderdeel
kan door het bestuur overschreden worden, mits daartoe voldoende gelden aanwezig zijn.
De Sociale commissie voor de Gespecialiseerde Detailhandel in Bloemen en Planten verricht de volgende
taken:
a. het geven van een bindend advies bij geschillen over de uitleg en/of toepassing van de CAO voor de
Gespecialiseerde Detailhandel in Bloemen en Planten, wanneer werkgever en werknemer op voorhand
verklaren dat advies te accepteren;
b. het geven van advies omtrent uitleg en toepassing van de regels in de CAO voor de Gespecialiseerde
Detailhandel in Bloemen en Planten.
Opleidings- en vormingsactiviteiten die door de Stichting gesubsidieerd kunnen worden zijn:
a. belangenbehartiging van het bloemschikondenwijs in overkoepelende overlegstructuren met het
onderwijsveld en de overheid en bevordering van goede communicatie tussen partijen;
b. het geven van vooriichting met betrekking tot de opleidingsmogelijkheden in de bedrijfstak;
c. activiteiten die erop gericht zijn om een positief imago van de branche in relatie tot de
arbeidsvoonwaarden te handhaven of te verbeteren, zoals het verzorgen van lesbrieven,
ondenwijspromotie/ beurspresentaties, deelname aan beroepenwedstrijden;
d. activiteiten gericht op de kwaliteitsverbetering van diplomalijnen en het regulier ondenwijs, zoals het
ontwikkelen van leermiddelen, examensoftware en reglementering examens;
e. vormings- en ontwikkelingsweri< ten behoeve van werkgever en werknemer teneinde een goede werking
van de arbeidsmarkt in de sector te bewerkstelligen en de employability van werknemers in de sector te
verbeteren;
f.
het verrichten van werkzaamheden om een vergroting van de participatie op de arbeidsmarkt en een
beter functioneren van de arbeidsmarkt in het algemeen te bewerkstelligen;
g. stimulering van het volgen van vakopleidingen door middel van het verstrekken van een subsidie per
behaald diploma voor de bloemendetailhandel, te weten:
-
het diploma Basis/(Beginnend) Beroepsbeoefenaar Bloemsierkunst (BB);
het vakdiploma Dutch Flower Arrangements 2;
-
het diploma Vakfunctionaris/Zelfstandig Beroepsbeoefenaar Bloemsierkunst (ZB)
-
het vakdiploma Advanced Dutch Flower Arrangements 2;
-
het diploma Middenkaderfunctionaris Bloemschikken (KF)
-
het diploma Specialist/Gespecialiseerd beroepsbeoefenaar (GB);
-
het diploma "Erkend Bloemsierkunstenaar".
Artikel 4
Werkwijze
1.
De aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 13 lid 3 van de statuten dienen schriftelijk bij het bestuur te
worden ingediend, en wel
-
voor eenmalige subsidies: zo spoedig mogelijk na het nemen van het besluit een subsidie aan te vragen;
-
voor periodieke subsidies: jaariijks vóór de 1 ® januari van het jaar waarop de subsidieaanvraag
betrekking heeft.
Bij de aanvragen dient een begroting betreffende de besteding van de aangevraagde gelden te worden
meegezonden.
2.
De verantwoording omtrent de besteding van de ontvangen gelden als bedoeld in artikel 13 lid 3 van de
statuten dient schriftelijk bij het bestuur te worden ingediend, en wel
3.
-
voor eenmalige subsidies: zo spoedig mogelijk na de besteding van deze gelden;
-
voor periodieke subsidies: jaariijks vóór de 1® april volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking
had.
Het bestuur is bevoegd nadere voorschriften te geven waaraan de bij de subsidieaanvraag mee te zenden
begroting cq. de schriftelijke verantwoording dient te voldoen. De begroting moet zijn gespecificeerd
overeenkomstig de in artikel 3 van de statuten genoemde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten.
Behoudens een subsidie voor activiteiten waarvan de kosten verantwoord worden door middel van een
gespecificeerde factuur van een derde, dient de verantwoording vergezeld te gaan van een door een
registeraccountant of accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid gecontroleerde
verklaring van de subsidie-ontvangende instelling over de besteding van de subsidiegelden, welke verklaring
moet zijn gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 3 van de statuten genoemde bestedingsdoelen
respectievelijk activiteiten, en geïntegreerd onderdeel uit moet maken van het jaan/erslag van de Stichting.
4.
Op beslissingen van het bestuur omtrent de subsidieaanvraag kan geen beroep worden ingesteld, onveriet
de mogelijkheid een nieuwe aanvraag in te dienen.
Artikel 5
Begroting
Het bestuur stelt jaariijks een begroting van inkomsten en uitgaven van de Stichting vast, welke
voor de bij de Stichting betrokken wericgevers en werknemers beschikbaar moet zijn.
De begroting omvat
a,
de inkomsten als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de statuten;
b,
de uitgaven als bedoeld in artikel 4 lid 3 van de statuten, waarbij:
1.
de uitgaven als bedoeld in lid 3 onder a worden gespecificeerd overeenkomstig de in
artikel 3 van de statuten genoemde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten;
2.
de beheerskosten van de stichting als bedoeld in lid 3 onder b worden gespecificeerd naar
kosten van administratie en bestuur en eventueel andere kosten.
AFtikel-6
Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 199^ en is laatstelijk gewijzigd per 20 mei 201^1.