Mantelzorgbeleid - Gemeente Hof van Twente

Hof van Twente
Mantelzorgbeleid
Richtlijn voor 2014-2017
Hof van Twente 2013
Auteur:
Afdelingshoofd:
Wethouder:
Nora Yilmaz
Adrie Ouwehand
Pieter van Zwanenburg
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Mantelzorg in het algemeen
2.1 Wat is mantelzorg
2.2 Positie mantelzorger
3. Mantelzorgondersteuning in onze gemeente
3.1 Wie zijn de mantelzorgers in onze gemeente?
3.2 Bestaande mantelzorgvoorzieningen in onze gemeente
4. Waar willen we als gemeente naar toe?
4.1 Het beleid
4.2 Lokale ontwikkelen
4.3 Landelijke ontwikkelingen
4.4 Belang van de mantelzorger en zijn systeem
5. Doelen
5.1 Algemene doelen
5.2 Specifieke doelen
6. Aanpak om te komen tot een mantelzorgbeleid
7. Financiële consequenties
Bijlage 1 : Basisbehoefteschema: werkplan
Bijlage 2 : Acht basisfuncties mantelzorg
2
Inleiding
In de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) is in prestatieveld 4 vastgelegd dat
gemeenten verantwoordelijk zijn voor de ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers.
2. Mantelzorg in het algemeen
2.1 Wat is Mantelzorg
Mantelzorg is anders dan de gebruikelijke zorg en aandacht voor een naaste. Mantelzorg is
niet iets incidenteels, het is structurele hulp aan bijvoorbeeld een dementerende vader of
moeder, een gehandicapte zoon of dochter, een partner die een beroerte heeft gehad of een
broer/zus met een psychische ziekte. Dat zijn mensen die meer dan acht uur per week of
langer dan drie maanden voor een chronisch ziek, gehandicapt of hulpbehoevend familielid,
vriend of buur zorgen. Ook kinderen en jongeren kunnen mantelzorger zijn.
Deze hulp wordt verleend vanuit de relatie die er is, vrijwillig en onbetaald. Dit kan uit liefde
of genegenheid zijn maar ook omdat het bieden van hulp als vanzelfsprekend wordt ervaren.
Mantelzorg overkomt je omdat de persoonlijke band meestal geen andere keuze toelaat.
Hulp geven is vanzelfsprekend. Dat doe je gewoon. Ongemerkt gaat hier steeds meer tijd en
energie in zitten. Vaak is het een dagtaak naast baan en gezin. Mantelzorg is intensief werk
waar soms zelfs geen beroepsmatige zorgverlener aan te pas komt.
Mantelzorg kan op den duur leiden tot een zware psychische en/of fysieke belasting en,
uiteindelijk, overbelasting van de mantelzorger. De zorg neemt vaak geleidelijk aan toe.
Deze zorg kan variëren van sociale steun tot (samen) boodschappen doen tot eens naar
buiten kunnen gaan of overnemen van taken in de persoonlijke verzorging De mantelzorger
ervaart de zorg in eerste instantie als vanzelfsprekend. Maar bij toenemende belasting kan
het gevoel van morele verplichting ontstaan en daarmee neemt de kans op overbelasting
toe. Mantelzorgers die zich overbelast of zwaarbelast voelen, lopen een verhoogd risico om
ziek te worden en uit te vallen. Mantelzorgers onderscheiden zich hierin van vrijwilligers.
Vrijwilligers hebben geen emotionele band met de zorgvrager en kunnen zich makkelijker
terugtrekken uit een situatie.
3
2.2 Positie mantelzorger
Volgens Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) waren er in 2010 naar schatting
3.5 miljoen mantelzorger actief in Nederland. Daarvan verleende 2,6 miljoen meer
dan 8 uur per week mantelzorgtaken en/of langer dan drie maanden per jaar voor
een ander (20% van de volwassen bevolking).
1,1 miljoen mensen geven zowel intensief als langdurig hulp 450.000 mantelzorgers
voelen zich zwaarbelast of overbelast Van de mantelzorgers tussen de 18 en 65 jaar
heeft 71% naast de zorgtaken ook betaald werk
een kwart van alle jeugdigen van 12-15 jaar groeien op met ziekte en zorg in de
thuissituatie.
Voor de gemeente Hof van Twente zou 20% van de volwassen bevolking (27.751)
neerkomen op ongeveer 5.550 inwoners die meer dan 8 uur per week en/of langer dan drie
maanden per jaar voor een ander zorgen.
3. Mantelzorgondersteuning in Hof van Twente
3.1 Wie zijn de mantelzorgers in onze gemeente?
Om de mantelzorgers en het ondersteuningsaanbod voor de mantelzorgers binnen onze
gemeente in kaart te brengen is hiernaar onderzoek1 verricht. De resultaten zijn onderstaand
neergelegd.
Over het algemeen verleent de mantelzorger in de gemeente mantelzorg vanuit liefde en
genegenheid. De mantelzorger vindt het vanzelfsprekend mantelzorg te verlenen. Uit het
onderzoek is gebleken dat 81 % van de mantelzorgers vrouw is. Uit onderstaande overzicht
blijkt dat vooral de categorie 35-64 jaar en de categorie 65 en ouder mantelzorg verlenen.
17 jaar of jonger
18-34 jaar
35-64 jaar
65-74 jaar
75 jaar en ouder
1%
1%
47 %
24%
26%
Aan wie wordt mantelzorg verleend?
Echtgeno(o)t(e) of partner
(schoon)ouders
Pleeg- en stiefkinderen
Andere familieleden
Buren vrienden of kennissen
Anders
47 %
25 %
15 %
9%
3%
2%
Uit bovenstaand tabel blijkt dat met name mantelzorg aan echtgen(o)t(e) of partner en
(schoon)ouders word verleend.
1
SGBO. Onderzoek naar de klanttevredenheid van mantelzorgers in Hof van Twente. Hof van
Twente 2010.
4
Wat is de situatie van de verzorgde?
Lichamelijke beperkingen (handicap)
Algemene, lichamelijke beperkingen door ouderdom
Dementie / geestelijke achteruitgang
Niet alleen kunnen zijn
Psychische problemen
gedragsproblemen
Verstandelijke handicap
Anders
43 %
39%
24 %
19 %
14 %
14 %
10 %
8%
In de meeste gevallen heeft de verzorgde een lichamelijke beperking door handicap of
ouderdom of lijdt aan dementie.
Vormen van hulp die de mantelzorger verleent.
Vervoer en begeleiding bij bezoeken
Gezelschap troost, afleiding
Aanvragen en regelen van voorzieningen
Administratieve hulp (bijv. financiën)
Hulp bij het huishouden
Verpleegkundige hulp (bijv. toedienen van medicijnen)
Persoonlijke verzorging (bijv. wassen en aankleden)
Anders
65 %
64 %
56 %
55 %
42 %
36 %
35 %
8%
Wat zijn de behoeften van de mantelzorger met andere woorden van welke
ondersteuning wordt op dit moment gebruik gemaakt?
Informatie, advies en begeleiding
Educatie (cursussen, voorlichtingsbijeenkomst)
Materiele hulp (bijv. woningaanpassing t.b.v.
mantelzorger, parkeerpas
Financiële tegemoetkoming
Respijtzorg (zorg deels en/of tijdelijk overgenomen)
Emotionele steun
Praktische hulp (bijv. kinderopvang, administratieve
hulp)
5
37 %
20 %
37 %
53 %
19 %
24 %
14 %
3.2 Bestaande mantelzorgvoorzieningen in onze gemeente.
Mantelzorgondersteuning is een verzamelterm voor voorzieningen en diensten die de
draagkracht van mantelzorgers vergroten of de draaglast verlichten.
Steunpunt Informele zorg Twente
Mantelzorgers worden in de gemeente Hof van Twente sinds 2005 ondersteund door onder
meer het Steunpunt informele zorg Twente (SIZT). Het SIZT is gevestigd aan de Rozenstraat
te Goor. Dit steunpunt is vijf dagen per week van 9.00 – 16.00 uur telefonisch bereikbaar.
Tijdens de afwezigheid van de consulent staat de telefoon doorgeschakeld naar het centrale
nummer in Hengelo. Er is een consulent voor 15 uur in de week werkzaam voor het
steunpunt. Het steunpunt werkt volgens haar werkplan Steunpunt mantelzorg Hof van
Twente.
Op 01-03-2013 stonden 378 mantelzorgers geregistreerd bij het SIZT. De activiteiten die de
SIZT uitvoert, zijn ingedeeld in de acht basisfuncties (bijlage 1) die het ministerie van WVS
hanteert.
Thuiszorg instellingen
De thuiszorg instellingen verzorgen ondersteuning middels Preventieve ondersteuning
Mantelzorgers (POM). POM is een methode voor vroegsignalering van mantelzorgers,
gericht op het versterken van de persoonlijke en sociale hulpbronnen van de mantelzorger
en het wegnemen van belemmeringen voor het zoeken en accepteren van hulp. Uiteindelijke
doel is het voorkomen van overbelasting. POM zoekt mantelzorgers op in plaats van te
wachten tot zij zichzelf melden omdat zij in veel gevallen te weinig of te laat gebruik maken
van ondersteuningsmogelijkheden. Hoewel wij geen financiële relatie hebben met
thuiszorginstellingen willen wij ze hier wel noemen ten aanzien van samenwerking in de
toekomst gezien de toekomstige overheveling van (AWBZ-)zorg taken.
Door verschillende landelijke en lokale ontwikkelingen is het nodig om ons huidige
mantelzorgbeleid en mantelzorgactiviteiten te actualiseren en aan te passen daar waar het
niet voldoet aan de behoeftes of waar het onvoldoende aansluit op vernieuwende ideeën en
ontwikkelingen
4. Waar willen we als gemeente naar toe?
4.1 Het beleid
Momenteel hebben we binnen onze gemeente het beleid met betrekking tot mantelzorg niet
in een aparte notitie beschreven. Er zijn wel verschillende beleidsstukken vastgesteld die
richting geven aan het welzijn-/zorgbeleid namelijk Beleidskader Welzijn 2014-2017 en
WMO-beleidsplan 2013- 2017.
De algemene doelstelling van het Wmo-beleid binnen de gemeente: “het helpen van de
burgers om activiteiten te ontplooien, te participeren en actief mee te doen in de
samenleving”. Voorop staat dat burgers zich met elkaar kunnen verbinden en elkaar kunnen
helpen daar waar dat nodig is. Daarnaast is het van belang dat de burger wordt ondersteund.
Ondersteuning van burgers die zonder deze hulp niet actief mee kunnen doen aan de
samenleving. Zo worden zorgactiviteiten ingezet om de eigen kracht en zelfredzaamheid te
6
bevorderen. Hiermee kan soms voorkomen worden dat mensen een (groter) beroep op
betaalde zorg gaan doen.
Tevens is onze gemeente reeds op verschillende manieren bezig invulling te geven aan de in
het beleidskader Welzijn geformuleerde doelstellingen, te weten: het versterken van de kracht
van de samenleving, het versterken van de zelfredzaamheid en het bevorderen van de
maatschappelijke participatie.
De doelstelling van het mantelzorgbeleid is het bieden van ondersteuning aan mantelzorgers
die dit nodig hebben, met speciale aandacht voor diegene die het zwaarst belast zijn in
samenwerking met lokale en regionale partners. Er wordt zoveel mogelijk lokaal maatwerk
geleverd aan zoveel mogelijk mantelzorgers.
4.2 Lokale ontwikkelingen
Er zijn een aantal lokale ontwikkelingen gaande in het kader van: de Kanteling, Het gesprek,
het procesmanagement en de wijkserviceteams die van invloed zijn op de te verstrekken
ondersteuning aan mantelzorgers.
Met het opzetten van wijkserviceteams wordt door verschillende partijen wijkgericht
samengewerkt binnen een aangewezen wijk. Doel hiervan is vroegtijdig te signaleren,
kennisuitwisseling tussen verschillende partijen maar vooral samenwerking met de
verschillende partijen waarbij de burger centraal uitgangspunt is die door gebruik van eigen
kracht dan wel ondersteuning uit de eigen omgeving vroegtijdig geholpen wordt.
De zorgstructuur 0 tot 100 jaar wordt verder geprofessionaliseerd met als doel dat niemand
buiten de boot valt. Binnen onze gemeente is een procesmanager jeugd (0-23) en een
procesmanager 23+ werkzaam. De procesmanager 23+ is er voor alle multiproblem situaties
binnen de gemeente.
Om de lokale ontwikkelingen verder te intensiveren is aan Stichting Welzijn Ouderen (SWO)
de opdracht gegeven om een optimale samenwerking (onder regie van de gemeente) te
realiseren tussen de verschillende welzijnsinstellingen (Steunpunt Informele Zorg (SIZ),
Servicepunt Vrijwilligerswerk (Scala) en het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW)) die
werkzaam zijn op het gebied van zorg en welzijn. Het gaat er om maximalisatie te bereiken
op het gebied van informatie en advies, zowel inhoudelijk als praktisch. Van belang is de
samenwerking op het gebeid van vrijwilligersbeleid. De doelgroep die het betreft is breed: het
gaat om ouderen, jongeren, gehandicapten en ook anderen die behoefte hebben aan
informatie, advies en ondersteuning op het gebied van welzijn en zorg.
Als laatste lokale ontwikkeling is de methode Het Gesprek in het kader van de Kanteling te
noemen. Het Gesprek ia een gezamenlijke methode van zowel de gemeente, overheid en
het maatschappelijk veld. Iedere burger die een probleem heeft met participatie kan zich
voegen bij het meldpunt (een nog nader in te richten loket) waar de burger in een gesprek
met iemand van een welzijnsinstelling kan aangeven welke ondersteuning hij/zij wenst.
4.3 Landelijke ontwikkelingen
Op het terrein van zorg en welzijn is sprake van decentralisatie. De centrale overheid treedt
terug en steeds meer taken op dit terrein worden lokaal of regionaal geregeld. Deze trend zet
7
zich naar verwachting in de komende jaren verder door. Een ander deel van de taken op het
gebied van zorg en welzijn worden overgelaten aan de markt of de civil society. Zo leiden de
bezuinigingen op de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) er in toenemende mate
toe, dat mensen min of meer gedwongen worden, eerst een beroep te doen op zorg uit eigen
omgeving. Met de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2007, zijn
de gemeenten concreet aan zet om ondersteuning mantelzorgers en de intensieve
vrijwilligerszorg mogelijk te maken en te financieren. Hiermee is voor gemeenten een nieuw
beleidsterrein van informele zorg ontstaan, waarin de traditionele scheiding tussen zorg en
welzijn geheel of gedeeltelijk verdwijnt.
4.4 Belang van de mantelzorger en zijn systeem
Mantelzorgers maken het voor de zorgvrager mogelijk om mee te doen aan de maatschappij,
doordat zij vaak zelfstandig kunnen blijven wonen. Daarnaast dragen mantelzorgers bij aan
het betaalbaar houden van de Nederlandse zorg door de betaalde zorg gedeeltelijk te
ontlasten. Nu er steeds meer druk komt op mantelzorgers is het van belang inzicht te hebben
in de achtergrond van de mantelzorgers, de aard van de problematiek en de behoefte aan
ondersteuning.
Onze gemeente vindt dat de inzet van mantelzorgers belangrijk is, dus moeten zij niet
overbelast raken. Ondersteuning van de mantelzorger is dus van belang. Om dat zo goed
mogelijk te doen krijgt het steunpunt voor mantelzorg samen met andere instellingen de
opdracht te komen tot een werkplan waarin opgenomen is hoe de ondersteuning eruit ziet
voor de mantelzorger nu en in de toekomst.
Waar staat de mantelzorger? De mantelzorger functioneert binnen een groter systeem
(maatschappelijke speelveld) van met elkaar in verbinding staande actoren, o.a.
familieleden, buren, gemeente, aanbieders van zorg en welzijn, etc.
Onderstaande schema geeft het mantelzorgsysteem weer in de maatschappelijke speelveld
van de zorgvrager in de 0e- ,1e -en 2e lijn.
Centraal in dit speelveld staat de zorgvrager (burger). De zorgvrager heeft in eerste instantie
een eigen verantwoordelijkheid waar het gaat om deelname aan de samenleving. Als blijkt
dat er belemmeringen zijn om deel te kunnen nemen dan wordt in eerste instantie hulp
gezocht bij de partner, kinderen (gezin), overige familieleden, vrienden en buren (0elijn).
Mantelzorgers maken hiervan onderdeel uit. Indien de hulp uit de 0e lijn niet mogelijk is of er
aanvullende ondersteuning en/-of zorg nodig is (b.v. materiele hulp, emotionele
ondersteuning) dan kunnen zowel de zorgvrager als de mantelzorger in aanraking komen
met actoren in de oe lijn die een specifiek aanbod hierop hebben. Het betreft SIZT,
welzijnsorganisaties, vrijwilligers etc.
Indien deze ondersteuning ook niet voldoende is, zal zorg vanuit professionele instellingen
(aanbieders van zorg in 1elijn) nodig zijn. Blijkt deze ondersteuning eveneens niet toereikend
te zijn, dan is doormiddel van doorverwijzing naar zorgaanbieders in de 2e lijn mogelijk. Dan
kan het zijn dat bijvoorbeeld opname in een ziekenhuis of instelling nodig is.
8
Schema : mantelzorgsysteem
Samenwerking en afstemming tussen alle actoren, zowel binnen de betreffende cirkels als
tussen de cirkels onderling, is essentieel voor het succesvol functioneren van het systeem.
Indien alle actoren hun verantwoordelijkheid
nemen door bijvoorbeeld tijdig hulp te vragen, tijdig te signaleren en in te grijpen, een
hulpvraag systematisch dus vanuit alle perspectieven (zorgvrager en zijn of haar omgeving)
te benaderen zal het systeem succesvol functioneren. Indien dit niet het geval is, ontstaat er
een risico voor het functioneren van het systeem als geheel en in dit geval in het bijzonder
voor de zorgvrager en de mantelzorger.
9
5. Doelen
Mantelzorgers zijn belangrijk binnen onze samenleving en verdienen daarbij ondersteuning
en waardering.
De hoofddoelstelling van het mantelzorgbeleid is het bieden van ondersteuning aan
mantelzorgers die dit nodig hebben, met speciale aandacht voor diegene die het
zwaarst belast zijn in samenwerking met lokale en regionale partners. Er wordt zoveel
mogelijk lokaal maatwerk geleverd aan zoveel mogelijk mantelzorgers.
Om deze ambitie te verwezenlijken zijn zowel algemene als specifieke doelen (voor de
invulling van de basisfuncties ) geformuleerd.
Door verschillende landelijke en lokale ontwikkelingen is het nodig om ons huidige
mantelzorgbeleid en mantelzorgactiviteiten te actualiseren en aan te passen aan de door ons
gestelde doelen om hiermee onze doelstelling te realiseren.
5.1 Algemene doelen
Het voldoende invullen en afstemmen van de basisfuncties mantelzorgondersteuning,
in overeenstemming met de specifieke behoefte van de mantelzorgers
Bij het invullen van de basisfuncties wordt, waar mogelijk, aangesloten bij reeds bestaande
vormen van ondersteuning. Het ondersteuningsaanbod dient inzichtelijk en toegankelijk te
zijn voor zowel mantelzorgers als professionals/-vrijwilligers die in hun werk te maken
hebben met mantelzorgers. Het aanbod sluit aan op de vraag (behoefte) van de
mantelzorgers en aanbieders stemmen het aanbod onderling af en maken hierbij gebruik van
elkaars expertise.
Mantelzorgondersteuning is een gezamenlijke verantwoordelijkheid/- samenwerking
tussen alle actoren binnen het systeem staat centraal
Mantelzorgondersteuning is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Alle actoren binnen het
systeem nemen hun verantwoordelijkheid en werken samen waar het gaat om signalering,
het verstrekken van de juiste informatie en doorverwijzing. Mantelzorgers en zorgvragers
hebben een verantwoordelijkheid om hun stem te laten horen en om hulp te vragen en te
zoeken. Het mantelzorgsysteem kan alleen succesvol functioneren indien alle partijen hun
verantwoordelijkheid nemen en hierin actief samen werken.
Binnen het mantelzorgsysteem is er specifieke aandacht voor preventie en
(vroeg)signalering
Preventief ingrijpen (het signaleren van een mantelzorger) en het zien van de eerste
signalen van overbelasting is noodzakelijk om te voorkomen dat mantelzorgers uitvallen. Een goed functionerend systeem van vroegsignalering en de beschikbaarheid over een
instrument om overbelasting tijdig te signaleren zijn hierbij onmisbaar. Een dergelijk systeem
omvat dat actoren om de mantelzorger heen in staat zijn tot vroegsignalering en zodanige
toeleiding dat ondersteuning geboden gaat worden, alsmede dat er instrumenten bestaan
om vroegtijdig te kunnen signaleren en oorzaken aan te pakken. Toerusting van de
professionals (kennis/kunde) op dit terrein betreft een verantwoordelijkheid van de
organisatie waar de professional werkzaam is.
Signalering van mantelzorgers dient tevens onderdeel te zijn van prestatieafspraken van
gemeente Hof van Twente met andere gesubsidieerde instellingen.
Binnen het mantelzorgsysteem is er specifieke aandacht voor curatie en nazorg
Helaas is het in de praktijk niet altijd mogelijk om alle mantelzorgers vroegtijdig in beeld te
krijgen. Ook is het niet zo dat wanneer de mantelzorg is beëindigd, b.v. omdat de zorgvrager
10
is overleden, er geen ondersteuningsbehoefte meer is. Denk alleen al aan de mentale
belasting die ook na het beëindigen van de mantelzorgtaak vaak nog lang effect heeft op het
functioneren van de mantelzorger. Naast preventie en vroegsignalering, dient binnen
het systeem dan ook blijvend aandacht te zijn voor curatie, dus specifieke inzet op
mantelzorgers die overbelast zijn, en nazorg, ondersteuning na beëindiging van mantelzorg.
De mantelzorger speelt een rol bij de Indicatiestelling AWBZ en de Individuele
verstrekkingen Wmo
Bij de indicatiestelling voor de AWBZ en de gemeentelijke individuele verstrekkingen moet
duidelijk worden welke rol de mantelzorger kan en wil vervullen en wat mogelijk kan worden
ingezet om de draaglast voor de mantelzorger te verminderen.
Daar komt bij dat de gemeente in het kader van de transitie AWBZ, fasegewijs
verantwoordelijk wordt voor de functie extramurale begeleiding. Deze functie is
bedoeld voor mensen met somatische, psychogeriatrische of psychiatrische problematiek, of
een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, die matige of zware beperkingen
hebben.
Bij een deel van deze doelgroep hebben mantelzorgers een grote rol. Als de mantelzorg
wegvalt, is intramurale opname vaak het enige alternatief. De begeleiding wordt in deze
gevallen ook ter ontlasting van mantelzorgers ingezet, want het langdurige en intensieve
beroep dat op hen wordt gedaan, leidt vaak tot overbelasting.
Het steunpunt mantelzorg is ‘Spin in het web’ en samenwerkingspartner
Het lokale mantelzorgsteunpunt neemt een centrale positie in binnen het systeem. Direct
voor onze lokale mantelzorgers (gesprek, advies en doorverwijzing) en indirect voor
vrijwilligers en professionals werkend met mantelzorgers (Gesprek met mantelzorger en
doorverwijzen naar het steunpunt). Zowel vrijwilligersorganisaties als professionals werken in
onze organisatie volgens de methode Het Gesprek. Dat betekent dat zorgvragers op een
zelfde wijze aangesproken wordt (zij brengen de vraag in beeld en zijn verantwoordelijk voor
doorverwijzing) en indien blijkt dat de zorgvrager mantelzorg ontvangt doorverwezen wordt
naar het steunpunt. Er is sprake van een goede samenwerking tussen het steunpunt, de
mantelzorgers en de professionals/-vrijwilligers die vanwege hun werk in aanraking komen
met mantelzorgers.
Mantelzorgbeleid is onderdeel van meerdere beleidsgebieden
In alle facetten van het gemeentelijk beleid wordt rekening gehouden met mensen
die mantelzorg verlenen. Denk hierbij aan zorg, wonen ( bijvoorbeeld de mogelijkheid van
meer generatie-erven in het buitengebied), welzijn, arbeid en inkomen en onderwijs.
Werkgevers kunnen b.v. worden geconfronteerd met werknemers die mantelzorg
verlenen en daarom geregeld verzuimen. Scholen krijgen te maken met leerlingen die
doodmoe in de schoolbank zitten, omdat ze bijvoorbeeld thuis mantelzorg verlenen aan een
hulpbehoevende ouder.
Zowel regionaal als lokaal is reeds een aanbod voor mantelzorgers (Steunpunt). Wij streven
er naar dit aanbod blijvend af te stemmen op de vraag van onze mantelzorgers, en integraal
in overeenstemming te brengen met actuele ontwikkelingen binnen de samenleving. Maak
gebruik van elkaars expertise!
Verbeteren van het functioneren van bestaande voorzieningen gaat voor investeringen in
nieuwe voorzieningen.
11
5.2 Specifieke doelen
Informatie
Toegankelijke, volledige en juiste informatieverstrekking over
ondersteuningsmogelijkheden vanuit alle ingangen waar (potentiële) mantelzorgers
direct/- indirect mee in aanraking komen, bij voorkeur via de vindplaatsen (o.a.
huisarts, onderwijs, steunpunt mantelzorg, bedrijven etc.)
Veel mantelzorgers worden niet bereikt of weten niet goed waar informatie te halen is
wanneer zij vragen hebben over ondersteuningsmogelijkheden. Het bereiken van
mantelzorgers is en blijft dan ook een uitdaging. Het is om deze reden belangrijk dat de
informatie duidelijk is en afgestemd is op de doelgroep, wat zowel de mantelzorgers betreft
als ook hun omgeving. Niet alleen aan de gemeentelijke balie maar ook binnen diverse
instellingen vindt contact plaats met mantelzorgers en hun omgeving.
Wij vinden het belangrijk dat op zoveel mogelijke ontmoetingspunten informatie ligt of
aanwezig is zodat deze breed toegankelijk is. De informatie moet ook volledig en juist zijn
zodat de mantelzorger of zijn omgeving keuzes kan maken in wat hen het beste past aan
ondersteuningsmogelijkheden.
Met al onze partners in het maatschappelijk veld zullen wij als gemeente de voorwaarde
opnemen dat zij werken aan een actieve benadering van mantelzorgers door tevens
passende informatie te verstrekken, dan wel doorverwijzen naar ondersteuning die gevraagd
worden.
Advies en begeleiding
Advies en begeleiding moet zo dicht mogelijk in de buurt van mantelzorgers gegeven
worden (vindplaatsen).
Het verstrekken van informatie is voor veel mantelzorgers niet voldoende. Zij hebben
behoefte aan verdergaande ondersteuning. Mantelzorgers vinden het vaak moeilijk om
(langere tijd) van huis te zijn. Tevens kan het combineren van werk en mantelzorg een
probleem zijn, waardoor er geen tijd meer voor de mantelzorger zelf is.
Om tal van redenen is het daarom van belang dat er advies en begeleiding is, die antwoord
geeft op al die vraagstukken die er bij een mantelzorger leven. Wij vinden het belangrijk dat
het advies of begeleiding zoveel mogelijk in de thuissituatie gegeven wordt, dan wel op
wijkniveau geregeld is. Een goed advies of begeleiding kan enkel gegeven worden als er een
actueel beeld is over wat er zich om de mantelzorger afspeelt. De mogelijkheden van de
mantelzorger zelf én die van de omgeving van mantelzorger kunnen dan optimaal
meegewogen worden in de vraag naar ondersteuning.
Emotionele steun
Emotionele steun moet toegankelijk zijn voor alle mantelzorgers en dient te worden
aangepast aan de doelgroep
Indien emotionele steun nodig is, is het tevens belangrijk om te weten hoe de mantelzorger
deze steun wilt ontvangen. Een uurtje op spreekuur komen of naar een mantelzorgsalon
gaan, is niet voor alle mantelzorgers de vorm van ondersteuning die beantwoord aan deze
behoefte.
Wij vragen de organisatie die in onze gemeente gespecialiseerd is in de ondersteuning aan
mantelzorgers dit verder te onderzoeken. Wij zien graag meerdere mogelijkheden in het
organiseren van emotionele steun.
12
Educatie
Er is een adequaat educatief aanbod voor mantelzorgers in de gemeente Hof van
Twente, dat zowel voorziet in het aanleren van kennis en vaardigheden op het gebied
van zorg, als mentale vaardigheden om mantelzorgers om te leren gaan met hun
zorgtaak.
Mantelzorg overkomt je, in de meest gevallen zijn mensen hier niet op voorbereid.
Mantelzorg vraagt vaak veel kennis en vaardigheden van mensen, zij nemen taken op zich
die in andere gevallen door professionals in de zorg worden uitgevoerd. Daarnaast vraagt
mantelzorg ook om specifieke mentale vaardigheden.
Hierin is educatie een belangrijke ondersteuning. Mantelzorgers kunnen bijvoorbeeld
vaardigheden aangeleerd worden om hun grenzen aan te geven, maar ook om te leren
omgaan met de mening van hun omgeving. In onze visie wordt daarom nadrukkelijk
benoemd dat educatie zich zowel moet richten op kennis en vaardigheden van het zorgen,
als ook de mentale gezondheid van mantelzorgers. Dit alles om de belasting van de zorg
aan te kunnen maar ook de belastbaarheid van de mantelzorger te versterken.
Opgemerkt dient te worden dat ons inziens educatie in gezamenlijkheid geboden kan
worden. Ook instellingen van zorg en opvang of opleidingsinstituten kunnen hierin
participeren en hun aanbod presenteren.
Praktische hulp
Indien nodig moet een mantelzorger tijdelijk taken uit handen kunnen geven aan
andere zorgverleners. Dit aanbod moet bekend zijn en toegankelijk.
Naast het opdoen van kennis en vaardigheden, is het soms ook nodig dat een mantelzorger
praktische hulp krijgt. Deze hulp bestaat kortgezegd uit „handjes‟.
Het gaat dan vaak om zorgvrijwilligers die al dan niet gecoördineerd, door een
gespecialiseerde organisatie in de ondersteuning aan mantelzorgers, ondersteuning bieden
aan de mantelzorger. De hulp kan zeer gevarieerd zijn van het helpen in de tuin tot het voor
korte tijd opvangen van de zorg voor de verzorgende, zodat de mantelzorger zelf iets kan
ondernemen voor zich zelf.
Respijtzorg
Er zijn verschillende vormen van respijtzorg die al dan niet binnen de gemeente van
Hof van Twente geboden kan worden.
Mantelzorgers kunnen de zorg langer volhouden als zij af en toe de zorg uit handen kunnen
geven en zelf nieuwe energie kunnen opdoen. Een tijdelijke en volledige overname van zorg
met als doel de mantelzorger een adempauze te geven noemen we respijtzorg. Nu de
decentralisaties van extramurale begeleiding en kortdurend verblijf doorgaan, wordt
respijtzorg steeds meer de verantwoordelijkheid die door gemeenten moet worden opgepakt.
Daarom willen wij als gemeente het aanbod van respijtzorg beter in kaart krijgen, zowel
lokaal als regionaal. Wij vragen de organisatie die in onze gemeente gespecialiseerd is in de
ondersteuning aan mantelzorgers dit verder te onderzoeken. Wij zien graag meerdere
mogelijkheden in het organiseren van respijtzorg. De volgende onderdelen dienen in het
onderzoek meegenomen te worden als het gaat om respijtvoorziening:
1. Mogelijkheid vrijblijvend kennis te maken
2. Gebruik van checklist bij zorgoverdracht
3. Vaste contactpersoon voor zorgvrager én mantelzorger
4. Afspraken over „achterwacht‟ (in geval van calamiteiten)
5. Mogelijkheid voor nagesprek
6. Hulp bij het regelen van de zorg
13
7. Mogelijkheid om te reserveren met garantie op plaats
8. Flexibele tijden
9. Specifieke deskundigheid aanwezig indien nodig
10. Specifieke hulpmiddelen aanwezig indien nodig
Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek willen wij als gemeente ook
instellingen van zorg en opvang, zorgvrijwilligers en/of andere organisaties betrekken bij de
invulling van respijtzorg. Gezamenlijk kan dan voorzien worden in de diverse behoeften van
mantelzorgers.
Financiële tegemoetkoming
Financiële belemmeringen mogen geen reden zijn om te stoppen met mantelzorg, dan
wel er niet aan te beginnen. Mantelzorgers worden vanuit het steunpunt optimaal
geïnformeerd over de mogelijkheden.
De extra kosten voor mantelzorger zijn bijvoorbeeld reiskosten. Ook kan het inkomen
veranderen, doordat hij of zij minder gaat werken. Op verschillende manieren kun je dan
financiële hulp krijgen. Sommige hulp is specifiek voor mantelzorgers. Andere hulp is meer
voor de zorgvrager.
Wij zien graag als gemeente dat het aanbod van financiële tegemoetkomingen beter bekend
is bij mantelzorgers. Wij vragen de organisatie die in onze gemeente gespecialiseerd is in de
ondersteuning aan mantelzorgers dit verder te onderzoeken. Mogelijk aanbod is te vinden
bij: algemene bijstand, de bijzondere bijstand, TOG, belastingen, zorgtoeslagen,
schuldsanering, mantelzorgcompliment en dergelijke. Mede omdat in de afgelopen periode
vele veranderingen zijn doorgevoerd is een actueel overzicht van groot belang.
Materiële hulp
Bij het toekennen van materiele hulp aan de zorgvrager zal de mantelzorger betrokken
worden.
Materiële hulp richt zich op de hulpbehoevende en stelt die in staat om actief te blijven in de
maatschappij. Als de materiële hulp goed georganiseerd is, hebben mantelzorgers er zelf
ook baat bij wanneer de mantelzorger betrokken wordt bij de toekenning van ervan. Onder
materiele hulp vallen onder meer: vervoer, hulpmiddelen en woningaanpassingen.
6. Aanpak om te komen tot een mantelzorgbeleid
Met in achtneming van de door ons geformuleerde doelstellingen (hoofdstuk 5) zal op basis
van de gemeten behoeftes van onze mantelzorgers (paragraaf 3.1) en de acht basisfuncties
(bijlage 2) een basisbehoeften schema (werkplan) opgezet worden. Een dergelijk schema zal
dan met alle betrokken instellingen in- en aangevuld worden. In opdracht van de gemeente
zal SIZ, in samenwerking met alle betrokken instellingen, het werkplan realiseren. In bijlage 1
is een (lay-out) schema opgenomen waarin het steunpunt mantelzorg in samenwerking met
andere betrokken instellingen het schema verder completeert waarbij aangegeven word wie,
welke, welke activiteiten in het basisbehoefteschema op zich gaat nemen. Om draagvlak te
creëren dient er dus een nauwe samenwerking te zijn met de verschillende zorginstellingen.
In de loop van 2013 zal de definitieve werkplan worden gepresenteerd.
Dit werkplan zal als een meetinstrument fungeren op basis waarop eveneens gemonitord zal
worden.
14
In bijlage 2 zijn de acht basisfuncties opgenomen die het ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (WVS) binnen het mantelzorgbeleid heeft gedefinieerd om te komen tot een
kwalitatief goed ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers.
7.Financiele consequenties
Zowel in 2012 als 2013 heeft de SIZT voor haar uitgevoerde/uit te voeren activiteiten een
subsidiebedrag van € 72.537,26 ontvangen. Vooralsnog gaan we er van uit dat het te
realiseren werkplan voor 2014 en verder geen financiële consequenties heeft. Wij
verwachten wel een groter rendement te realiseren in termen van de te bereiken resultaten
zoals genoemd in deze beleidsnotitie.
15
Bijlage 1: Basisbehoefte schema: werkplan
Onderstaand schema is niet definitief. De kolommen “Activiteiten” en “Actoren” in het
schema zijn niet ingevuld.
De bedoeling is dat SIZ, in samenwerking met andere betrokken instellingen, onderstaande
basisbehoeften schema completeert waarbij aangeven word wie, welke activiteit in het
basisbehoefteschema op zich gaat nemen. Om draagvlak te creëren dient er dus een nauwe
samenwerking te zijn met de verschillende zorginstellingen. In de loop van 2013 zal de
definitieve basisbehoefte schema worden gepresenteerd.
Activiteiten
Basisbehoefte Informatie
Positieve, toegankelijke en correcte
informatieverstrekking over
ondersteuningsmogelijkheden vanuit alle
ingangen waar (potentiële) mantelzorgers
direct/- indirect mee in aanraking komen, bij
voorkeur via de vindplaatsen (o.a. huisarts,
onderwijs, steunpunt mantelzorg, bedrijven
etc.)
Basisbehoefte
Advies en begeleiding
Advies en begeleiding moet zo dicht
mogelijk in de buurt van mantelzorgers
gegeven worden (Vindplaatsen).
Basisbehoefte
Emotionele steun
Emotionele steun moet toegankelijk zijn voor
alle mantelzorgers en dient te worden
aangepast aan de doelgroep
Basisbehoefte
Educatie
Er is een adequaat educatief aanbod voor
mantelzorgers in de gemeente Hof van
Twente, dat zowel voorziet in het aanleren
van kennis en vaardigheden op het gebied
van zorg, als mentale vaardigheden om
mantelzorgers te leren om te gaan met hun
taak.
Basisbehoefte
Praktische hulp
Indien nodig moet een mantelzorger tijdelijk
taken uit handen kunnen geven aan andere
zorgverleners. Dit aanbod moet bekend zijn
en toegankelijk.
16
Actoren
Basisbehoefte
Respijtzorg
Het mantelzorgsteunpunt/- Wmo loket
informeert mantelzorgers goed over de
mogelijkheden van verschillende vormen van
respijtzorg.
Respijtzorg stimuleren binnen de gemeente
Hof van Twente?
Basisbehoefte
Financiële tegemoetkoming
Financiële belemmeringen mogen geen
reden zijn om te stoppen met mantelzorg,
dan wel er niet aan te beginnen.
Mantelzorgers worden vanuit het steunpunt
optimaal geïnformeerd over de
mogelijkheden.
Basisbehoefte
Materielehulp
Bij het toekennen van materiele hulp aan de
zorgvrager zal de mantelzorger betrokken
worden. Inzet wordt gepleegd vanuit alle
relevante ingangen (Steunpunt mantelzorg,
Wmo – loket, balie gemeente, etc)
17
Bijlage 2
Acht Basisfuncties Mantelzorg
Om gemeenten te ondersteunen bij het uitvoeren van prestatieveld 4 van de Wmo zijn de
basisfuncties mantelzorg ontwikkeld. Gemeenten kunnen deze basisfuncties gebruiken om
de huidige situatie in hun gemeente in kaart te brengen. Ook eventuele verbeterpunten
worden op deze manier zichtbaar. Bovendien vormen de basisfuncties een handreiking om
de lokale ondersteuningsstructuur effectief in te richten, aan te sturen, en lokale
inspanningsverplichtingen te formuleren.
Hieronder zijn de verschillende basisfuncties (zoals omschreven door het ministerie van
VWS) mantelzorg beschreven.
Basisfunctie 1: Informatie
Mantelzorgers hebben behoefte aan informatie. Informatie over ziekten en beperkingen, over
beschikbaar hulpaanbod en over hoe om te gaan met het mantelzorgerschap. De
basisfunctie Informatie is hierdoor de eerste stap richting andere vormen van
mantelzorgondersteuning. Informatie moet daarom in vele vormen en langs verschillende
kanalen worden geboden. Naast een fysiek loket kan gedacht worden aan: schriftelijke
informatie bij bibliotheken, apotheek, thuiszorginstellingen etc; een mantelzorggids;
aanpassing van het trefwoordenregister op de website van de gemeente; een aparte
webpagina of verwijzing daar naartoe en/of bijzondere gelegenheden als: dag van de
mantelzorger, mantelzorgcafé etc.
Basisfunctie 2: Advies en begeleiding
Informatie alleen is vaak niet genoeg. Veel mantelzorgers hebben vooral een luisterend oor
nodig om hun vragen te verhelderen en begeleiding bij het vinden van passende
oplossingen.
De functie Advies kan bestaan uit een of meer persoonlijke gesprekken. Deze kunnen
gericht zijn op de volgende doelen: het bieden van een luisterend oor; het verhelderen van
de vraag; bemiddeling; bieden van hulp bij aanvragen; doorverwijzen. De benadering is
zoveel mogelijk preventief. Immers een tijdig advies kan stress en overbelasting van de
mantelzorger voorkomen.
Uitvoerenden kunnen zijn: loketmedewerkers, MEE- en mantelzorgconsulenten,
ouderenadviseurs, maatschappelijk werkenden, thuiszorgmedewerkers, huisartsen,
Praktijkverpleegkundigen. Voor speciale doelgroepen kunnen ook andere
uitvoerenden gelden. Bijvoorbeeld leerlingbegeleiders of mentoren voor de doelgroep
jonge mantelzorgers, medewerksters van moeder- en vadercentra en andere
intermediairs voor niet-westerse allochtonen. Ook voor advisering over het omgaan
met specifieke beperkingen en aandoeningen, zoals dementie en psychiatrische
ziektebeelden, kunnen andere uitvoerenden gelden.
Begeleiding kent ook de elementen van advies, maar bestaat uit een langer traject. Doel van
begeleiding is: een ondersteunend eigen netwerk te organiseren; zorg en andere hulp te
regelen; de combinatie van arbeid en mantelzorg te realiseren; geschikte
18
tijdbesteding/ontspanning te vinden; de ouder- of partnerrol naast de mantelzorgrol in te
vullen.
Uitvoerenden kunnen zijn:
- zorgcoördinatoren (casemanager of zorgbemiddelaar)
Beroepskrachten die namens de zorgaanbieders de professionele hulp tussen de
intramurale, semimurale en ambulante zorg coördineren en een goede afstemming
proberen te bewerkstelligen van de juiste hoeveelheid gewenste zorg voor een cliënt.
- mantelzorgconsulenten (medewerkers Steunpunt Mantelzorg) ij bieden onder meer
informatie, advies en begeleiding. Tevens hebben zij een groot netwerk met allerlei
relevante organisaties die met mantelzorgers in aanraking komen. Het bewust maken
van intermediairs is een van hun taken.
- Mantelzorgmakelaars
Een mantelzorgmakelaar is iemand die regeltaken overneemt van mantelzorgers,
zodat zij minder belast worden. Veel mantelzorgers ervaren alle regelzaken als een
grote bron van stress en ergernis. Een mantelzorgmakelaar kan onder een Steunpunt
Mantelzorg vallen of zelfstandig werkzaam zijn.
- Mantelzorgcoaches
De mantelzorgcoach is een specialist (professional of vrijwilliger) die de mantelzorger
met raad en daad bijstaat. De focus ligt op het coachen van de mantelzorger
bijvoorbeeld bij hoe om te gaan met de zieke. Als er hulp of ondersteuning moet
komen, dan helpt de mantelzorgcoach de mantelzorger die te verkrijgen. Daarmee
houdt de mantelzorger de regie over de mantelzorg.
Methoden die gebruikt worden bij mantelzorg begeleiding zijn:
- De POM-Methode ofwel Preventieve Ondersteuning Mantelzorgers. Methode om
mantelzorgers op te sporen en te ondersteunen voordat ze overbelast raken.
- De Methode Familiezorg. Deze methode is een evidence based scholingsinstrument voor
beroepskrachten gericht op de relationele ondersteuning van mantelzorgers. De methode
familiezorg wordt gebruikt voor preventie maar ook intensieve begeleiding en
vraagverheldering tot en met praktische uitvoering.
- EDIZ - Ervaren Druk door Informele Zorg. De EDIZ wordt naast wetenschappelijk
onderzoek ook gebruikt bij interventies, onder andere bij POM-Methode van GGZ
Mediant.
- CSI - Caregiver Strain Index. Instrument ontwikkeld in de Verenigde Staten van Amerika
in 1983 door B. Robinson en één van de meest gebruikte (internationale)
meetinstrumenten om belasting door mantelzorg te meten.
Basisfunctie 3: Emotionele steun
Wie intensief zorgt voor een ander krijgt zelf ook veel te verwerken. Zorg, ziekte en snel
veranderende perspectieven vragen specifieke ondersteuning. Individueel of in
groepsverband, afgestemd op de aard van de problematiek en op de doelgroep.
Individuele emotionele steun betreft één of meer persoonlijke gesprekken. In deze
gesprekken is het van belang actief te luisteren, begrip te tonen, erkenning te bieden,
situaties te verhelderen en samen met de mantelzorgers te zoeken naar mogelijkheden om
met de situatie om te gaan. Gesprekken kunnen bij de mantelzorger thuis plaatsvinden
of bijvoorbeeld bij een wijksteunpunt. Individuele steun kan geboden worden door: MEE- en
19
mantel-zorgconsulenten, maatschappelijk werkenden, ouderenadviseurs (professionals of
vrijwilligers).
Groepsverband: Groepsbijeenkomsten lenen zich bij uitstek voor informatieoverdracht in
combinatie met het delen van ervaringen. Een thematische opzet van de bijeenkomsten is
mogelijk, bijvoorbeeld over drempels bij gebruik van respijtzorg. Maar ook kunnen ze gericht
zijn op een specifieke doelgroep zoals op partners van dementerenden. Bijeenkomsten
kunnen worden georganiseerd door: patiëntenverenigingen, Steunpunten Mantelzorg,
MEE-organisaties, zorgondernemers (thuiszorg, verpleging/verzorging, Ggz en Gz)
welzijnsondernemers.
Concrete voorbeelden van emotionele steun zijn:
Groepsbijeenkomsten, cursussen (thematisch); Lotgenotengroepen; Mantelzorgsalon/café;
Alzheimercafé; Individueel gesprek, luisterend oor; Gesprekken over drempelvrees bij
respijtzorg; Chatbox mantelzorgerskring; Sms-service
Basisfunctie 4: Educatie
Op mantelzorg is niemand voorbereid. Of het nu gaat om tiltechniek of om het leren stellen
van eigen grenzen, kennis en vaardigheden moeten gaandeweg worden
opgebouwd. Educatie in de vorm van voorlichting of training, is daarom een belangrijke
vorm van mantelzorgondersteuning.
Educatie voor mantelzorgers kan bestaan uit cursussen gericht op zorg en ziekte en gericht
op de mantelzorger zelf. Educatie gericht op zorg en ziekte betreft: instructie voor het juiste
gebruik van hulpmiddelen of een praktische training: Cursus tiltechnieken; Instructie gebruik
hulpmiddelen. Cursussen over ziektes, ziektebeelden, omgaan met ziektes (bijv. dementie,
psycho-educatie): Cursus „verder na een beroerte‟; Cursus „na zorgen komt morgen‟; Cursus
„zorg de baas‟; Cursus omgaan met dementerenden door de organisatie voor de GGZ.
Educatie gericht op de mantelzorger zelf: Cursus psycho-educatie voor familieleden van
mensen met schizofrenie; Training empowerment „zorg de baas‟; Eigenkracht conferentie.
Mantelzorgers maken met steun vanuit hun netwerk een plan voor de eigen situatie;
Cursus Time Management en Motivatie; minder stress en meer vrije tijd.
Basisfunctie 5: Praktische hulp
Wie helpt mij met…? Praktische problemen rond verzorging of huishouding zijn voor veel
mantelzorgers de eerste aanleiding om ondersteuning te zoeken. De praktische hulp is vaak
primair gericht op de zorgbehoevende, maar betekent ook een taakverlichting voor de
mantelzorger.
Praktische hulp kan zowel door professionals als door vrijwilligers worden verleend.
Concreet gezien kan praktische hulp uit de volgende diensten bestaan: huishoudelijke hulp;
welzijns-/gemaksdiensten: klussendienst, maaltijdservice, vrijwillige hulp; administratieve
hulp; extra kinderopvang.
Hand- en spandiensten bestaan onder meer uit maaltijdvoorziening, klussendienst,
boodschappenservice en vervoer. Deze diensten zijn veelal opgezet vanuit
vrijwilligersorganisaties zoals het Rode Kruis of vanuit het welzijnswerk. Maar ook
20
thuiszorgorganisaties, instellingen voor verpleging en verzorging en commerciële bedrijven
bieden steeds meer praktische diensten aan.
Speciale aandacht verdient de ondersteuning in administratie en regeltaken. Het
Nederlandse zorgstelsel is gecompliceerd en veel voorzieningen kennen weer hun eigen
administratieve procedures. Op dit gebied leeft onder mantelzorgers dan ook een grote, nog
niet vervulde ondersteuningsbehoefte. Het huidige gebruik ligt op 3% van de mantelzorgers;
12% heeft hieraan behoefte, maar krijgt deze vorm van ondersteuning niet.
Bij het uitvoeren van praktische hulp is het belangrijk overzicht te hebben van de
organisaties die activiteiten aanbieden op dit vlak. Misschien is er sprake van overlap of juist
van gaten in het aanbod. Eén van de aspecten bij de vraag naar voldoende praktische
dienstverlening is dat mantelzorgers en hun naasten de diensten bij voorkeur dicht bij hen in
de buurt willen hebben. Initiatieven op buurtniveau zouden in dit licht uitkomst bieden. Buren
kunnen elkaar praktisch gezien ondersteunen en daarnaast wordt door deze initiatieven de
sociale betrokkenheid bevorderd.
Basisfunctie 6: Respijtzorg
Respijt, wekelijks een paar uur vrij van de zorg of af en toe er helemaal tussenuit. Vooral bij
langdurige mantelzorg is het voor velen een noodzakelijke voorwaarde om de zorg vol te
houden. Respijtzorg wordt in vele vormen aangeboden. Variërend van „oppas aan huis‟ of
dagopvang op een zorgboerderij tot kortdurende opname in een zorginstelling.
Respijtzorgvoorzieningen onderscheiden zich van andere voorzieningen doordat er sprake is
van twee kenmerken. Het is namelijk tegelijkertijd:
- Passende en verantwoorde zorg en hulp aan zorgbehoevenden,
- Tijdelijke en volledige overname van de taken van de mantelzorger.
Respijtzorg omvat niet alleen zorg-, maar ook welzijnsaspecten: de zorgvrager doet nieuwe
indrukken op, legt nieuwe sociale contacten en heeft een zinvolle invulling van de dag. De
mantelzorger krijgt de gelegenheid om op adem te komen en aan het maatschappelijk leven
deel te nemen. De relatie tussen de mantelzorger en zorgontvanger verbetert omdat
gevoelens van stress, depressie en eenzaamheid bij mantelzorgers afnemen.
Respijtzorgvoorzieningen onderscheiden we naar verschillende aspecten:
- Voor wie? Voor welke cliënten/gebruikers bedoelt?
- Door wie? Door welke aanbieders aangeboden?
- Hoe? In welke vorm aangeboden?
Basisfunctie 7: Financiële tegemoetkoming
Het bieden van mantelzorg kost niet alleen tijd en energie, maar ook geld. Mantelzorgers met
een laag inkomen kunnen hierdoor financieel in de knel komen. De gemeente kan
mantelzorgers hierin op verschillende manieren ondersteunen. Bijvoorbeeld in de vorm van:
- Fiscale compensatie: Hieronder vallen de buitengewone uitgaven;
- Bijzondere bijstand: Uitkerings- en bijstandsgerechtigde mantelzorgers voldoen soms niet
aan de bijzondere voorwaarden vanwege hun mantelzorgtaken en belanden soms in de
bijstand. Een gemeente kan de hoogte van de bijstandsuitkering aanpassen, bijvoorbeeld
door een toeslag van 20% voor de mantelzorger als medebewoner van de verzorgde;
21
-
-
-
-
-
Activerings- en re-integratiebeleid: Voor mantelzorgers die niet volledig kunnen
werken, kan de gemeente een aanvulling verzorgen op het loon. Zo blijft het contact met
de arbeidsmarkt behouden en is later een volledige terugkeer naar de arbeidsmarkt
makkelijker;
Gemeentelijke bijstandsconsulent: De gemeentelijke bijstandsconsulent kan mensen
wijzen op mogelijkheden van lastenverlichting, zoals buitengewone lasten die aftrekbaar
zijn of fondsen die ondersteuning bieden;
Vrijstelling van sollicitatieplicht: Er kan vrijstelling van sollicitatieplicht worden verleend
aan mantelzorgers die een WW- of bijstandsuitkering hebben. Men komt in aanmerking
voor vrijstelling als men minstens 1 jaar werkeloos is en:
• Men ten minste 20 uur per week aan vrijwilligerswerk en/of mantelzorg besteedt;
• Men geen salaris voor dit werk ontvangt;
• Men niet in een reïntegratietraject zit.
Het Persoonsgebonden Budget: Dit is in principe geen financiële tegemoetkoming, maar
biedt wel mogelijkheden om een mantelzorger te betalen voor verleende zorg;
Het Mantelzorgcompliment: Dit is een landelijke regeling om mantelzorgers te waarderen.
Zorgvragers kunnen hun mantelzorgers jaarlijks in aanmerking laten komen voor een
„mantelzorgcompliment‟ van €250,-. De uitvoering van deze regeling is in handen van het
CIZ, de SVB en de Bureaus Jeugdzorg.
Eigen zorgverzekering. De eigen zorgpolis biedt soms onbenutte mogelijkheden om
kosten te verhalen.
Financiële tegemoetkoming in de praktijk
Een aantal specifieke organisaties heeft veel kennis en ervaring met het aanvragen van
financiële tegemoetkoming. Dit zijn onder meer maatschappelijk werkenden, MEEmedewerkers en/of sociaal raadslieden. Vragen om een financiële tegemoetkoming is voor
veel mensen een moeilijk punt. Zodra de tegemoetkoming binnen het Wmo-beleid een
duidelijke plaats krijgt, verlaagt dat de drempel voor veel mantelzorgers zich te laten
registreren. Want geregistreerde mantelzorgers hebben mogelijk recht op een inkomens
gerelateerde vergoeding.
Basisfunctie 8: Materiële hulp
Hulpmiddelen kunnen in allerlei vorm de zorgtaken van de mantelzorger verlichten. De
concrete invulling kan variëren van verpleegartikelen of woningaanpassing tot een
parkeervergunning of een complete tijdelijke woning voor de mantelzorger. Net als bij
respijtzorg geldt bij materiële hulp dat de materiële hulp zowel op de behoefte van de
verzorgde als op die van de mantelzorger moet zijn afgestemd. Bij de beoordeling van
aanvragen moeten beide perspectieven dan ook worden betrokken.
Materiële hulp is echter primair gericht op de zorgbehoevende middels de voorzieningen
gehandicapten. Bij toewijzing van hulp is het van belang de mantelzorger niet over het hoofd
te zien. Ook werkgevers spelen een belangrijke rol bij de ondersteuning van
mantelzorgers. Organisaties en bedrijven moeten op de hoogte zijn van hun bijdrage in een
mantelzorgvriendelijke bedrijfscultuur. Het is dan ook zaak bedrijven en organisaties te
informeren. Dit kan door middel van al of niet bestaande overlegstructuren.
Ook de Wmo-consulenten zijn de intermediairs voor informatie, advies en begeleiding bij de
aanvraag van deze voorzieningen. Zorgvragers kunnen via de Wmo hulpmiddelen
aanvragen. Transferhulpmiddelen (bijvoorbeeld tilliften), hulpmiddelen bij de persoonlijke
22
verzorging (toiletverhogers en beugels), hulpmiddelen voor veiligheid en behandeling worden
vooral door mantelzorgers gehanteerd. Bij woningaanpassing valt ook te denken aan een
mantelzorgwoning, of –kamer. Er kan eveneens een (tijdelijke) parkeervergunning afgegeven
worden of een parkeerplaats te reserveren.
Huisvesting Nabijheid is een belangrijke voorwaarde om regelmatig zorg te kunnen verlenen.
Gemeenten kunnen de mantelzorgers en hulpbehoevenden de mogelijkheid geven (tijdelijk)
bij elkaar te wonen. Een familielid kan in een bijgebouw gaan wonen, bijvoorbeeld in een
omgebouwde schuur of tuinhuis. De hulpvrager kan ook tijdelijk bij de mantelzorger gaan
inwonen. De mogelijkheden moeten uiteraard passen binnen het bestemmingsplan van de
gemeente.
23