Dyslexie op de SGL

Dyslexie op de SGL
Beleid en protocol 2014-2015
Lelystad, september 2014
1
Hoofdstuk 1: Beleid
1.1 Inleiding
In dit gedeelte gaan we in op de theoretische achtergronden van dyslexie, zoals: wat
is dyslexie en wat betekent het in de praktijk.
In het voortgezet onderwijs gaat men ervan uit, dat de leerlingen basisvaardigheden
zoals technisch lezen en spellen voldoende beheersen. Dit is helaas niet altijd het
geval. Een aantal leerlingen ondervindt nog hinder van hardnekkige lees- en
spellingproblemen. Dit beperkt hun functioneren.
NB. Overal waar in het vervolg gesproken wordt van ‘leerlingen’ bedoelen we
‘leerlingen met dyslexie’.
1.2 Wat is dyslexie?
De SDN (Stichting Dyslexie Nederland) geeft de volgende definitie voor dyslexie:
‘Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met
het aanleren en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau.’
In de wet wordt gesteld dat dyslexie een objectief waarneembare handicap is.
Niet iedere leerling met dyslexie heeft dezelfde problemen. Bovendien verschilt per
leerling de mate waarin hij last heeft van dyslexie. Dyslexie heeft een erfelijke
component. Wanneer dyslexie bij een kind is vastgesteld, zien we vaak dat dit te
herleiden is tot één van de ouders of een ander familielid. Dit houdt in dat dyslexie in
aanleg gegeven is en niet ‘overgaat’. Omdat er binnen het schoolsysteem (en in de
maatschappij) nu eenmaal gelezen en geschreven moet worden, bedenken
leerlingen allerlei manieren om met hun dyslexie om te kunnen gaan. Dyslexie is niet
gebonden aan intelligentie, maar deze leerlingen hebben vaak meer tijd nodig om
deze informatie te kunnen verwerken. Mensen met dyslexie kunnen zowel laag-,
gemiddeld, als hoogbegaafd zijn.
1.3 Wat betekent dyslexie in de praktijk?
Leerlingen kunnen niet gemakkelijk automatiseren. Vrijwel geen enkele ‘talige’
handeling gaat voor hen vanzelf. Ze ervaren problemen op de volgende gebieden:
 Geheugen : leerlingen hebben grote moeite met het onthouden van losse
gegevens zoals: rijtjes, woordjes, topografie, formules, muzieknoten. Als ze
de informatie niet aangeboden krijgen in samenhang met de gegevens, dan
zullen ze de informatie dus moeilijk onthouden.
Ook het onthouden van woordbeelden is voor deze leerlingen een probleem.
Dat manifesteert zich met name in de spelling en bij het leren van een
vreemde taal.

Lezen:
Het technisch lezen is gebrekkig. Dit kan consequenties hebben voor het
begrijpen van de tekst, doordat woorden soms verkeerd gelezen worden of
2
relevante informatie wordt overgeslagen door gebrek aan tijd. Door veel te
lezen wordt die snelheid hoger.
Geoefende lezers lezen voorspellend (radend). Dit houdt in, dat ze lezen op
grond van een verwachting over de inhoud van de tekst, waarbij ze in een
enkele blik groepen woorden scannen. Op het moment dat ze merken dat ze
iets fout lezen, zoeken ze terug in de tekst en gaan dan over op spellend
lezen: ze vertragen het leestempo, zodat ze met extra aandacht naar de
woorden en de letters daarin kijken en zo terugvinden, wat ze verkeerd
hebben gelezen. Voor geoefende lezers zijn dit geautomatiseerde
leesstrategieën die zij soepel afwisselen wanneer dat nodig is.
Leerlingen hanteren meestal één van deze strategieën: ze lezen of
voorspellend (radend) of spellend.

Schrijven:
Het leren van de schrijfwijze van woorden (zowel in het Nederlands als in
een andere taal) is voor leerlingen een probleem.
Een formulering bedenken voor het beeld dat je in je hoofd hebt en het
opschrijven van die formulering zijn twee verschillende processen. Voor
leerlingen met dyslexie zijn het vaak processen die niet samengaan; ze
beïnvloeden elkaar negatief. Je begint een zin op te schrijven, je moet te lang
nadenken over de schrijfwijze van een woord of het verloop van een zin en je
bent meteen de draad van je verhaal kwijt. Bij mondelinge navraag blijkt de
leerling vaak uitstekend te kunnen formuleren wat de essentie is.

Mondeling taalgebruik:
Leerlingen hebben soms ook moeite met het vinden van de
juiste woorden en maken verbaal een zwakke indruk. Ze hebben geen
problemen om te begrijpen wat anderen bedoelen, maar wel om zelf het
verhaal onder woorden te brengen. Ze hebben problemen met het formuleren
en spreken daarom soms in kortere zinnen.

Planning:
Veel leerlingen hebben moeite met tijd en daardoor met plannen.
Het structureren van leerstof is ook vaak een probleem. Ze analyseren
nieuwe leerstof niet doeltreffend en het kost moeite er zelf ordening in aan te
brengen.

Concentratie: Dat leerlingen met dyslexie snel last hebben van
concentratieproblemen is algemeen bekend. Zowel kinderen als volwassenen
kunnen zich vaak uitstekend concentreren, zolang … ze maar niet hoeven te
lezen en te schrijven. Studeren vergt enorm veel hersenactiviteit en kost veel
energie. Studeren met dyslexie is te vergelijken met het beoefenen van
topsport. Ze hebben langer tijd nodig om hun concentratie weer op te bouwen.
Als iemand ze stoort bij het lezen moeten ze vaak weer helemaal opnieuw
beginnen.
3
 Emotionele ontwikkeling :
Het verschil tussen ‘wel kunnen’ en toch niet voldoende ‘opleveren’ geeft spanning.
De naaste omgeving kent weliswaar de goede leermogelijkheden van het kind, maar
de schoolse resultaten vallen steeds weer tegen. Zo kan dyslexie gepaard gaan met
faalangst.
 Toetsen:
Veel voorzieningen voor leerlingen zijn gericht op faciliteiten bij toetsen
en examens. Toetsen betekenen voor deze leerlingen een extra grote druk.
Sommige leerlingen hebben grote problemen bij meerkeuzetoetsen, maar doen het
relatief goed bij open vragen. Voor anderen geldt het omgekeerde. Ook komt het
voor dat de leerlingen de eerste vragen verkeerd lezen of interpreteren.
1.4 De SGL en dyslexie
1.4.1 Naar de SGL met een spelling- en leesprobleem
De SGL kent een werkgroep Remedial Teaching (RT), bestaande uit RT-docenten en
een dyslexiecontactpersoon per team.
Er komen 2 groepen leerlingen met taalleerstoornissen op school.
 Leerlingen die voor plaatsing op de SGL al een dyslexieverklaring hebben. Zij
hebben in het begin van het schooljaar een gesprek met de RT-docenten.
Tijdens het gesprek kunnen zij aangeven van welke faciliteiten zij gebruik
willen maken. Deze faciliteiten komen op het dyslexiepasje te staan.
 Leerlingen die volgens de gegevens van de basisschool en/of het instapdictee
dyslectische ‘kenmerken’ vertonen. Zij worden in kleine RT-groepjes geplaatst
en krijgen ondersteuning voor spelling en technisch lezen.
Aan het eind van de eerste klas krijgen de leerlingen een eindtoets. Deze
bestaat uit: een dictee, een stilleestoets, een overschrijftoets en twee
technische leestoetsen. Als de testgegevens wijzen in de richting van dyslexie
krijgt de leerling een brief thuis waarin wordt verwezen naar de mogelijkheid
van een officiële test bij De IJsselgroep.
Deze leerling krijgt alleen in klas 2 een voorlopig dyslexiepasje. Vanaf klas 3
vervalt deze faciliteit, mits er een officiële verklaring is.
1.4.2 Het dyslexieprotocol en de gevolgen daarvan
Op alle scholen voor Voortgezet Onderwijs in Nederland is het “dyslexieprotocol” van
kracht. Dit betekent dat, om aanspraak te kunnen maken op faciliteiten bij het
Centraal Schriftelijk Eindexamen (CSE), door de ouders aan de school een officiële
door een GZ-psycholoog afgegeven dyslexieverklaring dient te worden overhandigd.
Deze moet zodra de leerling in het bezit is van een dyslexieverklaring bij de school
worden ingeleverd. De dyslexieverklaring moet uiterlijk op 30 september van het
schooljaar waarin eindexamen wordt gedaan, zijn ingeleverd.
Ter verkrijging van een officiële verklaring, kunnen leerlingen centraal via de
“IJsselgroep” getest worden. De aan dat onderzoek verbonden kosten
(ongeveer € 375,-) worden rechtstreeks aan de ouders gefactureerd.
Ouders kunnen uiteraard ook zelf door een externe instantie een onderzoek laten
doen naar dyslexie.
4
1.4.3 Begeleiding en faciliteiten op school
1.4.3.1 Faciliteiten
De faciliteiten die beschreven worden in het protocol zijn erop gericht de leerling te
ondersteunen. Docenten dragen er zorg voor dat de leerling met reële inspanning en
een realistische tijdsbesteding voldoende resultaten behaalt. Dit komt de motivatie
ten goede.
1.4.3.2 Dyslexiepasje
Aan alle leerlingen met een dyslexieverklaring wordt een dyslexiepasje verstrekt. Bij
begin van elke les legt de leerling deze kaart op tafel, zodat de docent rekening kan
houden met het feit dat de leerling dyslexie heeft.
Dyslexiepas
Verantwoordelijkheid leerling
Laat je pasje tijdig zien
Tijdens de les:
Naam:
Vraag of je een leesbeurt mag
Klas:
voorbereiden
Schooljaar:
 Zorg zelf voor goede
______________________
aantekeningen: kopieer ze
e
e
Inloopspreekuur op vr 1 en 2
als dat nodig is
lesuur in
 Schrijf huiswerk goed op
 Vraag indien nodig om hulp
Faciliteiten
Huiswerk:
 25% langer tijd bij so’s en
 Plan je werk
toetsen
 Werk iedere dag; werk vooruit
 Geen onverwachte mondelinge
 Gebruik de software bij de
leesbeurten tijdens de les
methode
 Spellingbeoordeling aanpassen  Lees een tekst opnieuw als je
 Spellingfouten niet meetellen
niet weet wat er staat
voor het cijfer bij werkstukken
 Gebruik bij werkstukken de
en stageverslagen
spellingcontrole of
 Schriftelijke overhoringen
laat je werk door iemand
worden gemaakt. Indien
controleren
noodzakelijk en mogelijk wordt Bij toetsen:
dezelfde stof mondeling
 Lees goed
getoetst.
 Controleer je werk; niets
 Aantekeningen mogen
vergeten
gekopieerd
 Zet een D boven je toets
 Anders, namelijk
 Vraag als dat nodig is zelf om
mondelinge overhoringen
 Als je een toets op de laptop
hebt gemaakt, lever het dan via
de mail of op een usb-stick in
5
1.4.3.3 Technische hulpmiddelen
Leerlingen kunnen baat hebben bij het gebruik van technische hulpmiddelen.
Wanneer een leerling gebruik wil maken van technische hulpmiddelen dan zal
voorafgaand aan het gebruik eerst de rt-docent en de mentor hiervan op de hoogte
gebracht moeten worden. Op school kunnen leerlingen voorafgaand aan de
aanschaf oefenen met een daisyspeler of met het softwareprogramma Kurzweil.
School is in geen geval aansprakelijk voor diefstal, schade of verlies van technische
hulpmiddelen.
1.4.3.4 Faciliteiten ten aanzien van het examen
Indien een leerling gebruik wil maken van faciliteiten tijdens het examen dan dient
door ouders en/of de leerling het formulier ‘Aanvraag faciliteiten dyslexie Centraal
Examen’ te worden ingevuld en vóór 1 oktober van het examenjaar bij het
examensecretariaat te worden ingeleverd.
1.4.3.5 Gedeelde verantwoordelijkheid
Het dyslexiebeleid op de SGL is erop gericht leerlingen met dyslexie een eerlijke
kans te bieden op een diploma dat bij de individuele leerling past. Op de SGL gaan
we ervan uit dat de leerling in steeds grotere mate zelf leert omgaan met zijn
dyslexie. Ouders kunnen hieraan een belangrijke bijdrage leveren door te zorgen
voor een rustige en prettige studieomgeving en interesse te tonen in de
schoolcarrière van het kind. Vaak zal het kind meer tijd nodig hebben dan andere
klasgenoten om dezelfde leerresultaten te behalen. Uiteraard heeft de leerling zelf
ook een verantwoordelijkheid voor de eigen studieresultaten. Achterop het
dyslexiepasje staan hier aandachtspunten voor.
1.4.3.6 Informatieve websites
http://www.steunpuntdyslexie.nl/
Het Steunpunt Dyslexie geeft uitgebreide informatie over de kenmerken, oorzaken en
gevolgen en over dyslexie op school, in de zorg en thuis.
http://www.balansdigitaal.nl/
Balans is de landelijke vereniging voor ouders van kinderen met
ontwikkelingsstoornissen bij leren en/of gedrag, waaronder ADHD, dyslexie, het
Syndroom van Asperger en PDD-NOS.
http://www.dedicon.nl/
Dedicon produceert aangepaste school- en studieboeken voor leerlingen met een
leesbeperking. De collectie gesproken schoolboeken (Daisy) bevat ruim 80% van de
populaire methoden voor basis- en voortgezet onderwijs. Daarnaast is er een hard
groeiende collectie digitale bestanden voor speciale dyslexiesoftware. Voor het lenen
van Daisy-studieboeken bij Dedicon is een dyslexieverklaring noodzakelijk. Ouders
dienen zich te registreren. Er is geen betaald lidmaatschap. Via deze site kunt is het
mogelijk om gesproken studieboeken aanvragen. U betaalt de rekening zelf. Indien u
toestemming heeft van de rt-docenten en de examensecretaris bestaat de
mogelijkheid om de gemaakte kosten te declareren bij de financiële administratie van
de school.
6
http://www.aangepastlezen.nl/home
Gratis lidmaatschap. Geeft toegang tot alle leesboeken in digitale vorm of op Daisy
cd-rom. Handig voor de boeken die je voor je fictiedossier moet lezen.
http://www.lexima.nl/
Op deze website zijn technische maatjes te vinden die helpen om zelfstandig te
lezen, spellen, schrijven, vreemde talen te leren, studeren, toetsen en examens te
maken.
http://masterplandyslexie.nl/nl/pages/home
Het Masterplan Dyslexie heeft als doel een systematische en geïntegreerde aanpak
van dyslexie in het onderwijs te realiseren.
Overhoorprogramma’s
http://www.wrts.nl/
Wrts is een online overhoorprogramma. Voer je woordjes in en laat je overhoren.
http://www.teach.nl/
Wanneer een leerlingen moeite met het automatiseren van woorden bij de moderne
vreemde talen. Teach 2000 kan dan een goed middel zijn om te gebruiken.
7
Hoofdstuk 2: Dyslexieprotocol van de SGL
Hierin is de regelgeving omtrent dyslexie opgenomen en de faciliteiten die door het
bevoegd gezag van de school kunnen worden verleend.
2.1. Algemeen
Voor leerlingen met een officiële dyslexieverklaring kunnen onderstaande faciliteiten
door het bevoegd gezag worden verleend. De leerling neemt zelf initiatief om met
zijn/haar docenten te regelen dat onderstaande faciliteiten worden nageleefd.
Leerlingen die van mening zijn dat deze faciliteiten niet of onvoldoende worden
nageleefd bespreken dit eerst zelf met de betreffende docent of de mentor. Bij
aanhoudende problemen die verband houden met zijn dyslexie neemt de leerling
(en/of zijn ouders) contact op met zijn dyslexiecontactpersoon of remedial teacher.
Onze remedial teachers zijn Ingrid Hanekamp en Mado van Alphen.
De dyslexiecontactpersonen van schooljaar 2014-2015 zijn:
Afdeling 1: Irene Koning en Dennis Bohle
Afdeling 2 Ingrid Hanekamp (1a t/m 1g) en Jolande Hendrikse (1h t/m 1k)
Afdeling 3: John Mulder en Hendrik van den Berg
Afdeling 4: Astrid Rosenhart
Afdeling 5: Ilse Visser
Afdeling 6: Sybille Osburg en Gerard Kriek
2.2 Huiswerk
Tijdens de les en bij het opgeven van huiswerk houdt de docent zoveel mogelijk
rekening met de problemen van de leerling. Al het huiswerk wordt in de onderbouw
door de docent zo vroeg mogelijk in de les opgegeven en in Magister gezet. Echter
de leerling dient het huiswerk ook op te schrijven in zijn agenda of planner, doordat
bij roosterwijzigingen de huiswerkopgave uit Magister verdwijnt. In de bovenbouw
wordt veelal gewerkt met planners die de leerlingen kunnen raadplegen op de ELO
van Magister.
2.3 Aanbieden van lesmateriaal of toetsen
Lesmateriaal en toetsmateriaal wordt duidelijk, overzichtelijk en in getypte vorm
aangeboden. Het lettertype Arial 12 wordt gebruikt. Dit is in deze tekst gebruikt.
2.4 Extra tijd
De schoolleiding kan de leerling extra tijd verlenen bij het maken van toetsen. Dit
betekent 15 minuten extra tijd bij een toets van een lesuur en 30 minuten bij een
toets van 100 minuten of langer. Indien extra tijd niet mogelijk is, wordt de toets
ingekort. De docent geeft aan welke vragen niet gemaakt hoeven te worden. Voor
het centraal schriftelijk eindexamen gelden specifieke regels (Eindexamenreglement,
artikel 55).
8
2.5 Aangepaste normering spelling bij Nederlands en Moderne
Vreemde talen in de onderbouw (klas 1, 2 en 3 havo/vwo)
Bij alle toetsen, behalve waar specifiek voor moet zijn geleerd, is de totale aftrek voor
spelfouten en fonetisch gespelde woorden maximaal 1 punt van het totale toetscijfer.
Bij Nederlands worden fouten bij inprentwoorden niet fout gerekend. De
spellingregels moeten bij Nederlands worden beheerst.
Voor Moderne Vreemde talen geldt dat fonetisch gespelde woorden en
letteromkeringen niet fout worden gerekend. Herhalingen van spelfouten
(consequente fouten) worden slechts 1 maal gerekend.
Voor de werkwoordspelling en onregelmatige werkwoorden in het Engels geldt het
bovenstaande niet.
N.B. Bij het eindexamen wordt geen aparte normering voor spelling gehanteerd.
2.6 Spelling bij overige schoolvakken
Er wordt getoetst op inhoud. Bij toetsen wordt in principe niet op de spelling
beoordeeld. Indien mogelijk (zoals bij werkstukken) wordt het adequaat toepassen
van de spellingscontrole verwacht. Als een woord door verkeerde spelling een
andere betekenis krijgt, geldt bovenstaande niet.
2.7 Aangepaste toetsmomenten
De leerlingen hebben minstens vijf schooldagen de tijd om zich op een repetitie voor
te bereiden (zie Leerlingstatuut).
2.8 Cito-kijk- en luistertoets bij talen
In het examenjaar kan bij leerlingen op aanvraag in de toetsweek een aangepaste
versie van de Cito Kijk- en Luistertoets worden afgenomen. Deze toets vindt plaats in
een apart lokaal met surveillance.
2.9 Luisterboek bij (Jeugd-) literatuur
De leerling mag tijdens het lezen als ondersteuning gebruik maken van een
luisterboek. Het luisterboek mag het gewone leesboek niet vervangen. Het moet
hierbij wel gaan om een originele, niet ingekorte of aangepaste, versie. De aanschaf/
huur hiervan valt onder de verantwoordelijkheid van de ouders.
2.10 Overgangsnormen.
Als de leerling op grond van de cijfers voor de tweede moderne vreemde taal niet
bevorderbaar is, wordt deze leerling toch besproken.
2.11 Speciale faciliteiten in overleg met dyslexiecoach
Onderstaande faciliteiten worden alleen verstrekt na overleg met de remedial
teachers. De remedial teachers voeren hiervoor overleg met de schoolleiding.
Uiteindelijk neemt de schoolleiding een besluit.
2.11.1 Technische hulpmiddelen thuis en in de les
Bij inschrijving van de leerling of afgifte van dyslexieverklaring dienen de ouders de
school via de mentor te informeren over het gebruik van technische hulpmiddelen.
Wanneer een leerling gebruik wil maken van technische hulpmiddelen binnen school
dan zal voorafgaande aan het gebruik eerst de remedial teacher hiervan op de
9
hoogte gesteld worden door de mentor. De remedial teacher zorgt voor de
informatieoverdracht naar de mentor. De mentor informeert de vakdocenten.
De aanschaf en het onderhoud van hulpmiddelen valt onder de verantwoordelijkheid
van de ouders. Indien ouders gedigitaliseerd lesmateriaal willen bestellen, dienen zij
contact op te nemen met de boekencoördinator, Jan de Wit. Zolang schoolboeken
gratis verstrekt worden, kunnen digitale schoolboeken na overleg met en
goedkeuring van de boekencoördinator aangeschaft worden
2.11.2 Technische hulpmiddelen tijdens toetsen
Het gebruik van een laptop tijdens de les en bij het maken van toetsen is toegestaan.
Indien oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van de laptop, vervalt de aangepaste
normering eerder genoemd in dit protocol.
2.11.3 Mondeling toetsen
Mondeling toetsen in het voortgezet onderwijs heeft praktische bezwaren. Daarom
geeft de school de voorkeur aan technisch-auditieve ondersteuning. Bovendien
bevorderen technische hulpmiddelen de zelfstandigheid. Als een leerling in de
onderbouw moeite heeft met formuleren, kan in overleg met een
dyslexiecontactpersoon en de desbetreffende docent gekeken worden naar de
mogelijkheid om de toets geheel of gedeeltelijk mondeling te toetsen.
2.11.4 Aanpassing van lesprogramma
Soms hebben leerlingen met dyslexie baat bij aanpassing van het lesprogramma
Frans/ Duits. Hiervoor is een afzonderlijk protocol opgesteld (zie hieronder 2.11.5).
Een verzoek tot aanpassingen binnen het lesprogramma moet door de leerling of
ouder/ verzorgers worden ingediend bij de schoolleiding. De schoolleiding bekijkt aan
de hand van het afzonderlijke protocol of het verzoek kan worden ingewilligd.
Voor vmbo-leerlingen kan desgevraagd door de schoolleiding een ontheffing worden
verleend voor Frans/Duits.
2.11.5 Aanpassingen van onderwijs Frans/Duits voor leerlingen met dyslexie in
klas 2 en 3 havo en vwo
Wettelijk zijn alle leerlingen havo en vwo verplicht om de eerste drie leerjaren beide
vakken te volgen. In overleg met de vakgroepvoorzitters Frans en Duits en de RTdocenten zijn afspraken gemaakt over aanpassingen in het aanbod voor dyslectische
leerlingen in 2 en 3 havo en vwo. Uitgangspunt daarbij is altijd het leveren van
maatwerk: leerling en docent overleggen dus over welke specifieke
aanpassingen voor deze leerling geschikt zijn. De RT-docenten stimuleren de
leerlingen om daartoe het initiatief te nemen en volgen de ontwikkelingen via de
regelmatige contacten met de leerlingen.
Mogelijke (!) aanpassingen:
1. De leerling maakt alleen de basisopdrachten en geen verrijkingsopdrachten.
2. In de toetsen worden alleen woorden of zinnen van de vreemde taal naar het
Nederlands vertaald.
3. De leerling en de docent bepalen vooraf of onderdelen mondeling getoetst
kunnen worden.
10
4. Naar behoefte kan de leerling gebruik maken van een schema voor de
vervoeging van de regelmatige werkwoorden.
5. Naar behoefte kan de leerling gebruik maken van een naamvallenschema.
6. De leerling behoudt het recht op leestijdverlenging bij toetsen.
7. Bij de lay-out van de toetsen zorgt de docent voor optimale leesbaarheid (Arial
12 pt.-letter, contrastrijke kopieën enz.).
Tot slot: bovenstaande mogelijke aanpassingen worden altijd gedaan in goed
onderling overleg.
2.12 Faciliteiten ten aanzien van het Centraal Examen
2.12.1 Technische hulpmiddelen tijdens het examen
Conform de regels van het College van Examens kan aan de leerling toestemming
worden verleend om gebruik te maken van digitale ondersteuning tijdens het
Centraal Schriftelijk Eindexamen. Dit kan alleen als de leerling vertrouwd is met het
hulpmiddel en het binnen de kaders en de mogelijkheden van de school ligt.
Daisy-bestanden zijn alleen voor het eerste tijdvak van het CSE beschikbaar en voor
het tweede tijdvak voor de vakken Nederlands en Engels. Voor de overige tweede
tijdvakken kan op verzoek van de leerling en/of ouders indien mogelijk een
individuele voorleeshulp beschikbaar worden gesteld. De voorkeur van de school
gaat uit naar het programma Kurzweil. Het verzoek hiervoor moet door de leerling
en/of ouders bij het verzoek tot herkansing direct worden ingediend bij de
schoolleider.
2.12. 2 Verlenging examentijd
Voor de leerling kan verlenging van de examentijd met ten hoogste 30 minuten
worden toegekend, zoals opgenomen in artikel 55 van het Eindexamenbesluit. Dit
geldt niet voor praktijkexamens, tenzij er veel leeswerk is. Dit is ter beoordeling van
de examinator.
2.12.3 Regeling verlenging toets- of examentijd voor leerlingen met dyslexie
Op grond van het Eindexamenreglement, artikel 55 kan de schoolleiding “toestaan
dat een leerling met een handicap of beperking het examen geheel of gedeeltelijk
aflegt op een wijze die aangepast is aan de mogelijkheden van die kandidaat.”
Tenzij er sprake is van een objectief waarneembare lichamelijke handicap dient er
een deskundigenverklaring van een ter zake deskundige orthopedagoog of
psycholoog op school aanwezig te zijn. De aanpassing kan in ieder geval bestaan uit
een tijdverlenging van ten hoogste 30 minuten. Een andere aanpassing kan alleen
worden toegestaan indien in de deskundigenverklaring een voorstel wordt gedaan of
de aanpassing aantoonbaar aansluitend aan een vermeld begeleidingsadvies is.
E.e.a. is onverminderd van toepassing voor een schoolexamen of toets.
De gang van zaken is daarbij als volgt:
1. De leerling heeft een objectief waarneembare handicap of een officiële
verklaring waaruit een beperking blijkt.
2. Ouders dienen via de mentor bij de zorgcoördinator een verzoek in tot
aanpassing van toetsafname of inzet van hulpmiddelen.
11
3. De zorgcoördinator bepaalt op basis van de verklaring en het daarin vermelde
advies of tijdverlenging en/of andere aanpassingen van het examen van
toepassing zijn en geeft dit door aan de zorgadministratie.
4. De zorgadministratie geeft in Magister aan om welke beperking het gaat: “LVS
>> Kenmerken >> kenmerkkeuze dubbel aanklikken”.
5. Indien de zorgcoördinator heeft aangegeven dat (lees-)tijdverlenging een
adequate hulp is, wordt dit kenmerk ook in Magister aangeklikt: “LVS >>
Kenmerken >> Leerproblemen >> Tijdverlenging”.
6. De (kopie van een) verklaring wordt in het leerlingendossier bewaard.
7. In alle andere gevallen beslist de betreffende schoolleider, waarna het
stroomdiagram vanaf punt 3 gevolgd wordt.
8. De zorgcoördinator stuurt de mentoren van alle klassen aan om te
inventariseren welke leerlingen met welke beperkingen er zijn. Hiertoe is een
deskundigenverklaring op school de indicator.
12