IB-tekst PDF - CBG-MEB

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Virazole, poeder voor inhalatievloeistof.
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Ribavirine, 6 g.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Poeder voor inhalatievloeistof.
Wit, gevriesdroogd materiaal.
4.
KLINISCHE GEGEVENS
4.1
Therapeutische indicaties
Ribavirine inhalatievloeistof is bestemd voor de behandeling van ernstige infecties van de onderste
luchtwegen, veroorzaakt door respiratoir syncytiumvormend virus (RSV) bij pasgeborenen en zuigelingen
en kinderen met preëxistente cardiovasculaire en pulmonale aandoeningen of immunodeficiënties.
Ribavirine inhalatievloeistof is effectiever indien het binnen de eerste 3 dagen van de behandeling van
bronchiolitis wordt ingezet. Behandeling in het beginstadium van de ziekte kan nodig zijn voor een goede
werkzaamheid. Indien 24 uur na behandeling de RSV infectie niet is bevestigd, wordt aanbevolen om de
initiële behandeling met ribavirine alleen voort te zetten na een individuele voordeel/risico evaluatie.
4.2
Dosering en wijze van toediening
Dosering
Neonaten, zuigelingen, kinderen:
De standaard dosering is 6 g binnen 12 - 18 uur per dag (20 mg/ml ribavirine inhalatievloeistof). De
behandeling dient zonder onderbreking voortgezet te worden gedurende minstens 3 en niet meer dan 7
dagen.
Wanneer de ribavirineoplossing met een eindconcentratie van 20 mg/ml gebruikt wordt, met de benodigde
snelheid van 300 ml gedurende 12 uur, bedraagt de gemiddelde concentratie (over een periode van 12 uur)
in de aerosol 190 microgram (0,19 mg) per liter lucht.
Volwassenen:
Er kan geen doseringsadvies voor volwassenen worden gegevens (zie ook rubriek 5.1).
Wijze van toediening
Ribavirine uitsluitend toedienen via een kap met behulp van de Aiolos vernevelaar of de Viratek Model
small particle aerosol generator (SPAG-2). Geen andere geneesmiddelen aan de inhalatievloeistof
toevoegen, zie ook rubriek 4.4.
De respiratoire fractie van de Aiolos vernevelaar is consistent 18% hoger in de testen dan van de Viratek
Model SPAG-2 vernevelaar. Dit zou kunnen resulteren dat er meer Virazole in de longen beschikbaar komt
met behulp van de Aiolos vernevelaar.
Toediening van de aerosol geschiedt via een zuurstofkap. Toediening via gezichtsmasker of zuurstoftent
kan nodig zijn indien de zuurstofkap niet kan worden gebruikt. Het volume van distributie en condensatie
2
zijn echter groter in een tent. De effectiviteit van deze wijze van toediening is slechts bij een kleine groep
patiënten geëvalueerd.
Zie rubriek 6.6 “ Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies” voor
instructies over het bereiden van een aerosol oplossing.
Een geschikte hoeveelheid geneesmiddel die per tijdseenheid wordt toegediend (mg/min) en respiratoire
fractie worden verkregen met de volgende apparaatinstellingen t.a.v. druk voor de perslucht:
Aiolos: 3.0 bar
Viratek Model SPAG-2: 2.6 bar
Opgelet:
Zie rubriek “6.2 Gevallen van onverenigbaarheid”.
4.3
4.4
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor ribavirine en andere componenten van het product zoals natuurlijk
rubber.
Niet gebruiken tijdens de zwangerschap of wanneer men zwanger wenst te worden.
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Behandeling met ribavirine moet steeds gepaard gaan met klassieke behandelingswijzen vereist voor het in
stand houden van de ademhalingsfuncties en vloeistofbalans bij neonaten, zuigelingen en kinderen.
Geen andere geneesmiddelen aan de inhalatievloeistof toevoegen, zie rubriek 6.2. Vernevelings
bronchodilatoren mogen, in geval van klinische indicatie, alleen gebruikt worden als de SPAG generator of
Aiolos vernevelaar is uitgeschakeld.
Gebruik van ribavirine bij kinderen wordt geassocieerd met een verslechtering van de ademhalingsfunctie.
Ook in volwassenen met chronische obstructieve longziekten of astma, wordt het gebruik van ribavirine
geassocieerd met een achteruitgang van de ademhalingsfunctie.
Voorzichtigheid is geboden bij behandeling van patiënten met chronische obstructieve longziekten en
astma, aangezien bronchospasmen zijn gemeld bij gebruik van ribavirine.
De ademhalingsfunctie dient zorgvuldig gevolgd te worden tijdens de behandeling. Indien, bij het starten
van de behandeling, de ademhalingsfunctie verslechtert, de behandeling onderbreken en slechts met in acht
name van de nodige omzichtigheid en onder constante controle hervatten.
In sommige gevallen kunnen ernstige complicaties optreden tijdens kunstmatige beademing. Indien de
aerosol wordt gebruikt bij kinderen die gelijktijdig kunstmatig worden beademd, moet zowel de patiënt als
het ademhalingsapparaat zorgvuldig worden gecontroleerd. In de vernevelaar en in de slangen is het
mogelijk dat er een neerslag van Virazole kan optreden waardoor er een opeenhoping van vloeistof kan
ontstaan. Indien dit gebeurt, moeten de betrokken delen gereinigd of vervangen worden zoals in rubriek 6.6
“Speciale voorzorgsmaatregelen voor verwijdering en andere instructies.. De filters en eventueel de
kleppen dienen iedere 2 - 4 uur vervangen te worden.
Bij voorkeur leidingen met een ingebouwd verwarmingssysteem gebruiken om condensvorming te
voorkomen.
Ribavirine poeder voor inhalatievloeistof dient uitsluitend voor dit doel gebruikt te worden.
Hemoglobine- en hematocrietgehalten moeten worden gecontroleerd aangezien hemolytische anemie is
gerapporteerd in patiënten na orale toediening van ribavirine.
3
Virazole wordt met name gebruikt voor de behandeling van pediatrische patiënten. Indien adolescenten of
volwassenen in de vruchtbare leeftijd behandeld worden met Virazole moet effectieve anticonceptie
gebruikt worden tijdens de behandeling en gedurende 6 maanden na beëindigen van de behandeling (zie
ook rubriek 4.3 en 4.6).
Blootstelling van behandelend personeel
Irritatie van de slijmvliezen van ogen en bovenste luchtwegen en excitatoire effecten zijn gemeld als acute
verschijnselen na blootstelling aan ribavirine bij het behandelend personeel. In verband met het
toxiciteitsprofiel van ribavirine dient het behandelend personeel met reeds bestaande ziekten van de
luchtwegen passende maatregelen te nemen om blootstelling aan ribavirine te vermijden.
De meest praktische methode is het uitschakelen van de SPAG generator of Aiolos vernevelaar gedurende
5 tot 10 minuten voor langdurig contact.
Vrouwelijk personeel dat zwanger is of zwanger wil worden en seksueel actief mannelijk personeel, dienen
uit voorzorg blootstelling aan de Virazole aerosol te vermijden (zie rubriek 4.6 “Vruchtbaarheid,
zwangerschap en borstvoeding).
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Interacties met andere geneesmiddelen zoals bronchodilatoren, andere antivirale middelen en antibiotica
zijn niet onderzocht. In vitro onderzoek wijst uit dat ribavirine geen substraat is voor CYP450-iso-enzymen
en deze niet remt. Interacties met geneesmiddelen, welke worden gemetaboliseerd of beïnvloed door
CYP-enzymen, zijn onwaarschijnlijk. In vitro onderzoek wijst uit dat ribavirine de fosforylering van
zidovudine en stavudine remt. Deze in vitro bevindingen kunnen echter wijzen op de mogelijkheid dat de
gecombineerde toediening van Virazole en zidovudine of stavudine zou kunnen leiden tot een toegenomen
HIV-plasmaviremie.
Gelijktijdige toediening van ribavirine en didanosine is niet aanbevolen. Blootstelling aan didanosine of
zijn actieve metaboliet (dideoxyadenosine 5’-trifosfaat) is in vitro verhoogd wanneer didanosine
gelijktijdig met ribavirine toegediend wordt. Meldingen van fataal leverfalen alsook perifere neuropathie,
pancreatitis en symptomatische hyperlactatemie/lactaat acidose zijn gemeld bij gebruik van ribavirine.
Ribavirine kan interferen met azathioprinemetabolisme, doordat het een remmend effect heeft op
inosinemonofosfaatdehydrogenase. Dit kan mogelijk leiden tot een accumulatie van 6-methyliosinosine
monofosfaat (6-MTIMP), wat is geassocieerd met myelotoxiciteit bij patiënten die worden behandeld met
azathioprine. Het gelijktijdig gebruik van ribavirine met azathioprine dient te worden vermeden.
Interferenties met laboratoriumtesten zijn niet geëvalueerd.
4.6
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Het gebruik van Virazole is gecontra-indiceerd tijdens de zwangerschap.
Vruchtbaarheid
Preklinische gegevens:
Vruchtbaarheid: In dierproeven veroorzaakte ribavirine reversibele effecten op de spermatogenese
(zie rubriek 5.3).
Teratogeniciteit: Er werd aangetoond dat ribavirine een significant teratogeen en/of embryocide
vermogen vertoont bij alle diersoorten waarbij adequate onderzoeken werden gedaan; dit treedt op bij doses
ver beneden de aanbevolen dosis voor de mens (zie rubriek 5.3).
Genotoxiciteit: Ribavirine induceert genotoxiciteit (zie rubriek 5.3).
Vrouwen die zwanger kunnen worden/anticonceptie bij mannen en vrouwen
Vrouwelijke patiënten: Virazole mag niet gebruikt worden bij zwangere vrouwen (zie rubrieken 4.3 en
5.3). Bij vrouwelijke patiënten moet het uiterste worden gedaan om zwangerschap te voorkomen (zie
rubriek 5.3). Therapie met Virazole mag pas gestart worden als een rapport van een negatieve
zwangerschapstest werd verkregen onmiddellijk voorafgaand aan het opstarten van de therapie. Vruchtbare
vrouwen en hun partners moeten beiden effectieve anticonceptie gebruiken tijdens de behandeling en
4
gedurende de vier maanden na het einde van de behandeling. Indien de patiënte toch zwanger raakt tijdens
de behandeling of binnen vier maanden na het einde van de behandeling, moet zij geïnformeerd worden
over het grote teratogene risico van ribavirine voor de foetus.
Mannelijke patiënten en hun vrouwelijke partners: Het is van zeer groot belang om zwangerschap te
voorkomen bij partners van mannelijke patiënten die Virazole gebruiken (zie rubrieken 4.3 en 5.3).
Ribavirine accumuleert intracellulair en wordt zeer traag uit het lichaam geklaard. In dierstudies
veroorzaakte ribavirine veranderingen in sperma bij subklinische doseringen. Het is onbekend of
bevruchting van eicellen met sperma dat ribavirine bevat kan leiden tot teratogene effecten. Mannelijke
patiënten en hun vrouwelijke partners moeten daarom worden geadviseerd om beiden een vorm van
effectieve anticonceptie te gebruiken tijdens de behandeling met ribavirine en gedurende 6 maanden nadat
de behandeling is afgesloten. Mannen van wie de partner zwanger is moeten het advies krijgen een
condoom te gebruiken om de overdracht van ribavirine aan de partner te beperken.
Borstvoeding
Het is onbekend of ribavirine uitgescheiden wordt in de moedermelk. Vanwege het risico op bijwerkingen
bij zuigelingen die borstvoeding krijgen, moet de borstvoeding stopgezet worden voordat de behandeling
gestart wordt.
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen om
machines te bedienen.
4.8
Bijwerkingen
Verschillende ernstige bijwerkingen zijn opgetreden tijdens de behandeling van zwaar zieke zuigelingen,
van wie velen gelijktijdig beademd werden. De bijwerkingen waren pulmonaire (bacteriële pneumonie,
pneumothorax, apnoea) en cardiovasculaire (hartstilstand, hypotensie) van aard.
De volgende bijwerkingen zijn waargenomen met Virazole en/of ribavirine bevattende producten. De
frequenties zijn gedefinieerd als: Zeer vaak ((≥1/10), vaak ((≥1/100, 1<10), soms (≥1/1.000 tot <1/100),
zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000) en zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens
niet worden bepaald.
Binnen iedere frequentiegroep zijn de bijwerkingen gerangschikt naar afnemende mate van ernst.
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Zelden: Reticulocytosis, anemie, hemolytische anemie en hemolyse
Immunsysteemaandoeningen
Niet bekend: De verpakking bevat een natuurlijk rubber. Natuurlijk rubber kan overgevoeligheid of
ernstige allergische reacties veroorzaken
Centraal zenuwstelsel
Zelden: Hoofdpijn
Oogaandoeningen
Zelden: Conjunctivitis
Hartaandoeningen
Zelden: Hartstilstand
Niet bekend: Bradycardie en tachycardie
Bloedvataandoeningen
Zelden: Hypotensie, hypertensie
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
5
Zelden: Bacteriële pneumonie en pneumothorax. , laryngitis, pharyngitis
Zeer zelden: Dyspnoe, hoesten, hypo- en hyperventilatie en apnoe
Niet bekend: Bronchospasmen.
Maagdarmstelselaandoeningen
Niet bekend: Misselijkheid, braken, buikpijn
Lever- en galaandoeningen
Soms: Abnormale leverfunctie
Huid- en onderhuidsaandoeningen
Zelden: Huiduitslag, irritatie, pruritus, exanthem en erythema
Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties
Zeer zelden: Een geval van sterfte geassocieerd met het gebruik van Virazole is beschreven, waarbij
kristalvorming in de tracheale tube werd geconstateerd
Beroepsmatige blootstelling
De volgende bijwerkingen zijn zelden gemeld als acute verschijnselen na blootstelling aan ribavirine bij het
behandelend personeel:
Zenuwstelselaandoeningen
Hoofdpijn
Oogaandoeningen
Conjuctivitis
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Laryngitis, pharyngitis
4.9
Overdosering
Symptomen
Er zijn geen gevallen van overdosering met ribavirine bekend.
Hypocalciëmie en hypomagnesïemie zijn waargenomen bij personen die doseringen toegediend kregen
die viermaal groter waren dan de aanbevolen maximale doseringen. In veel van deze gevallen was
ribavirine intraveneus toegediend.
Behandeling
In geval van overdosering moet de behandeling met ribavirine onmiddellijk worden onderbroken.
Vanwege het grote distributievolume van ribavirine, worden significante hoeveelheden ribavirine niet
effectief verwijderd door hemodialyse. Een specifiek antidotum is niet bekend.
5.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: anti-virale middelen, ATC-code: J05A B04.
Ribavirine is een synthetisch nucleoside, een guanoside analoog, met antivirale werking. In vitro inhibeert
ribavirine het respiratoir syncytiumvormend virus (RSV), het influenza virus en het herpes simplex virus.
Het is eveneens actief tegen RSV in experimenteel geïnfecteerde ratten. In celculturen is de inhiberende
werking van ribavirine selectief voor RSV.
Werkingsmechanisme
6
Het precieze werkingsmechanisme van ribavirine is niet bekend. Er zijn aanwijzingen dat ribavirine op
verschillende manieren de replicering van DNA en RNA virussen in vitro en vele RNA virussen in
vivo remt. Er zijn minstens vijf werkingsmechanismen die direct of indirect werken.
Farmacodynamische effecten
Ribavirine bereikt voldoende concentratie op de plaats van infectie om de replicering van RSV te
remmen. Ribavirine wordt intracellulair enzymatisch omgezet naar ribavirinemonofosfaat (RMP) en
ribavirinettrifosfaat (RTP). RTP kan cytidine of uridine vervangen en ingebouwd worden in viraal
RNA wat kan resulteren in transitie fouten en letale mutaties welke de virale infectie kunnen
reduceren. Dit effect kan toenemen door een gelijktijdige remming van inosine-5'-monofosfaat
dehydrogenase (IMDPH). Klinische studies hebben aangetoond dat ribavirine vergeleken met placebo
significant de virus replicatie remt evenals de virus uitscheiding.
Klinische werkzaamheid en veiligheid
Neonaten, zuigelingen, kinderen:
Ribavirine reduceert de ernst van de ziekte, hypoxemie en mogelijke virus uitscheiding in sommige
kinderen met ernstige RSV bronchiolitis. Bij gebruik in geventileerde patiënten lijkt de lengte van
beademing en hoeveelheid benodigde zuurstof verminderd te zijn. Nader klinisch onderzoek is nodig om de
grootte van het effect van ribavirine bij deze infecties te preciseren.
Volwassenen:
Er zijn weinig data beschikbaar uit gecontroleerde klinische studies.
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Ribavirine wordt bij nasale en orale inhalatie systemisch geabsorbeerd via de luchtwegen. De
hoeveelheid geneesmiddel die in de luchtwegen passeert is evenredig met de concentratie en duur van
de inhalatietherapie. Maximale plasmaconcentraties worden gewoonlijk gemeten op het einde van de
inhalatieperiode en zijn ook afhankelijk van de duur van inademing.
De biologische beschikbaarheid van geïnhaleerd ribavirine is niet bekend en kan afhangen van de
wijze van aerosol levering. Bij een dagelijkse inhalatie van 20 uur gedurende 5 dagen was de
gemiddelde plasmaconcentratie 1,66 microgram/ml. De piekwaarden in het plasma zijn lager dan de
concentraties die, in weefselculturen, RSV plaquevorming 85 tot 98% reduceren. De
ribavirineconcentratie in de secreties van de luchtwegen is echter vele malen hoger dan deze welke
vereist is om plaquevorming te reduceren.
Distributie
Na nasale en orale inhalatie, worden de hoogste ribavirine concentraties gevonden in de luchtwegen en in
de erytrocyten. Bij de mens accumuleert ribavirine intracellulair, voornamelijk in erythrocyten . Na een
eenmalige orale dosis van ribavirine wordt een plateau na ongeveer vier dagen bereikt en daalde daarna
geleidelijk met een halfwaardetijd van 40 dagen. De accumulatie na inhalatie is niet bepaald. Ribavirine
bindt slechts licht aan plasmaproteïnen. Ribavirine doordringt de bloed-hersenbarrière. Bij hoge
doseringen kunnen de concentraties in het hersenvocht bereikt worden die vergelijkbaar zijn met die in
plasma. Het is niet bekend of ribavirine de placenta passeert en of het wordt uitgescheiden in de
moedermelk.
Metabolisme
Bij de mens wordt ribavirine hoofdzakelijk via de nieren uitgescheiden. Waarschijnlijk wordt ribavirine in
de lever grotendeels gemetaboliseerd in 1,2,4-triazool-3-carboxamide, met een werkingsmechanisme
vergelijkbaar aan die van ribavirine. De stof wordt ook omgezet in 1,2,4-triazool-3-carbonzuur. Andere
actieve metabolieten worden afgeleid uit intracellulaire fosforylering.
7
Eliminatie
Bepalingen van ribavirine in humaan materiaal vindt plaats door middel van radioimmunoassay, waarbij
ribavirine en de metaboliet worden gedetecteerd.
Na nasale en orale inhalatie van ribavirine in een beperkt aantal pediatrische patiënten was de plasma
halfwaardetijd en de halfwaardetijd van ribavirine in de luchtwegen gemiddeld 9,5 uur en 1,4 - 2,5 uur,
respectievelijk. Er moet rekening gehouden worden met een essentieel langere terminale plasma
halfwaardetijd van 24 uur. Ribavirine kan aanwezig blijven in niet-plasma compartimenten voor een duur
van 6 maanden.
In gezonde volwassenen met een normale nierfunctie werd ongeveer 53% van een eenmalige orale dosis
ribavirine teruggevonden in de urine binnen 72-80 uur. Na 1,5 - 2 uur, bestond de uitscheiding in
urine-fractie voor 37% uit ribavirine, voor 30% uit 1,2,4-triazool-3-carboxamide en voor 30% uit
1,2,4-triazool-3-carbonzuur. Na 24 uur waren de waarden 17%, 50% en 22%, respectievelijk. Ongeveer
15% van een eenmalige orale dosis ribavirine werd binnen 72 uur uitgescheiden in feces.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
In dierproeven met jonge fretten, waarbij ribavirine als inhalatievloeistof werd toegediend gedurende
10 tot 30 dagen met 60 mg/kg zijn inflammatoire en mogelijk emfysemateuze veranderingen in de
longen waargenomen. Proliferatieve veranderingen zijn vastgesteld bij toediening van 131 mg/kg
gedurende 30 dagen. De betekenis van deze bevindingen bij humaan gebruik is niet bekend.
Ribavirine is embryotoxisch en/of teratogeen. bij doseringen ver beneden de aanbevolen dosis voor de
mens. Dit is gezien na orale toediening bij alle diersoorten waarmee adequate studies zijn uitgevoerd.
De waargenomen effecten betreffen afwijkingen aan de schedel, het verhemelte, de ogen, de kaken, de
ledematen, het skelet en het maagdarmstelsel. De incidentie en ernst van de teratogene effecten namen
toe bij met toenemende dosering. Overleving van de foetussen en het nageslacht was verminderd.
In herhaalde dosisstudies met muizen om de door ribavirine geïnduceerde effecten op de testes en het
sperma te onderzoeken, traden afwijkingen in het sperma op bij doseringen ver beneden de
therapeutische doseringen. Na het staken van de behandeling trad een nagenoeg totaal herstel op van
de door ribavirine geïnduceerde toxiciteit binnen een of twee spermatogenetische cycli.
De erytrocyten zijn het belangrijkste doelwit voor de toxiciteit van ribavirine in dierproeven. Anemie
treedt kort na de aanvang van de therapie op, maar is snel reversibel na stopzetting van de behandeling.
Genotoxiciteitsonderzoek toonde aan dat ribavirine enige genotoxische activiteit uitoefent. Ribavirine
was werkzaam in een in-vitro transformatietest. In in-vivo micronucleustesten bij de muis werd
genotoxische activiteit aangetoond. Een dominant letaal test bij ratten was negatief hetgeen erop wijst
dat, als er al mutaties optreden bij de rat, deze niet worden doorgegeven door de mannelijke gameten.
6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1
Lijst van hulpstoffen
Er zijn geen hulpstoffen.
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Men dient geen steriel water te gebruiken dat conserveringsmiddelen of andere additieven bevat.
Dit geneesmiddel mag niet worden gemengd of tegelijkertijd verneveld worden met andere
geneesmiddelen.
6.3
Houdbaarheid
8
In gelyofiliseerde vorm: 5 jaar.
Na reconstitutie: direct gebruiken.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Flacons met poeder voor inhalatievloeistof niet boven 25 ºC bewaren.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
Doos met 3 flacons (100 ml type I glas met butylrubber sluiting en aluminium afscheurzegel) met elk 6 g
steriel, gelyofiliseerd ribavirine poeder per verpakking.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
* Voor gebruik van de hulpapparatuur, deze regelmatig controleren en schoonmaken.
* Voor gebruik Virazole poeder voor inhalatievloeistof oplossen door aseptisch 50 - 100 ml water voor
injectie toe te voegen. Goed schudden. Het wordt niet aanbevolen de vloeistof te verhitten gedurende het
oplossen.
* Bij gebruik van de Aiolos vernevelaar, de oplossing overbrengen in de opvouwbare infusiezak en
verdunnen tot 300 ml met steriel water (eindconcentratie 20 mg/ml).
* Bij gebruik van de Viratek Model SPAG-2, de oplossing overbrengen in de vooraf gesteriliseerde 500 ml
erlenmeyerkolf (SPAG-2 reservoir) en verdunnen tot 300 ml met steriel water (eindconcentratie 20
mg/ml).
Voor toediening dient de oplossing visueel onderzocht te worden op verkleuring en op aanwezigheid van
ongewenste partikels.
Verwijder aanwezige restvloeistof voordat verse oplossing in het reservoir wordt gebracht.
Zie voor richtlijnen over ongewenste blootstelling van personeel rubriek “4.4 Speciale waarschuwingen en
voorzorgen bij gebruik”.
Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Meda Pharma BV
Krijgsman 20
1186 DM Amstelveen
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
In het register ingeschreven onder RVG 12588.
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING
1 juni 1988.
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
9
Laatste gedeeltelijke herziening betreft rubrieken 4.1 - 4.6, 4.8, 4.9, 5.1 - 5.3, 6.2 en 6.6: 9 mei 2014
10