Inspectierapport PSZ It Swanneblomke oz na registratie 25-06-2014

Inspectierapport
It Swanneblomke (PSZ)
Westerich 1
8722 HR MOLKWERUM
Toezichthouder:
In opdracht van gemeente:
Datum inspectie:
Type onderzoek:
Status:
Datum vaststelling inspectierapport:
GGD Fryslân
SUDWEST-FRYSLAN
25-06-2014
Onderzoek na registratie
Definitief
02-07-2014
Inhoudsopgave
Het onderzoek .................................................................................................................... 3
Observaties en bevindingen .................................................................................................. 4
Peuterspeelzaalwerk in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen .... 4
Pedagogisch klimaat ........................................................................................................ 5
Personeel en groepen....................................................................................................... 7
Veiligheid en gezondheid .................................................................................................. 9
Ruimte en inrichting........................................................................................................10
Ouderrecht ....................................................................................................................11
Inspectie-items ..................................................................................................................12
Gegevens voorziening .........................................................................................................17
Gegevens toezicht ..............................................................................................................17
Bijlage: Zienswijze houder peuterspeelzaal............................................................................18
2 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
Het onderzoek
Onderzoeksopzet
Dit onderzoek is uitgevoerd op grond van artikel 2.20 lid 2 van de Wet kinderopvang en
kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Het betreft een onaangekondigd onderzoek na registratie.
Een onderzoek na registratie vindt binnen drie maanden na aanvang exploitatie plaats. Tijdens
deze inspectie zijn alle voorwaarden die op deze peuterspeelzaal van toepassing zijn onderzocht.
Beschouwing
Op verzoek van de Gemeente Súdwest-Fryslân heeft GGD Fryslân op 26 juni 2014 een
onaangekondigd onderzoek na registratie uitgevoerd bij peuterspeelzaal It Swanneblomke te
Molkwerum.
It Swanneblomke is onderdeel van de koepelorganisatie Stichting Welzijn Middelsee.
De Stichting biedt naast peuterspeelzaalwerk ook dagopvang, buitenschoolse opvang
en gastouderopvang aan.
De peuterspeelzaal staat geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang en
Peuterspeelzaalwerk met 8 kindplaatsen en is gehuisvest in het dorpshuis dat onderdeel is
van basisschool 'CBS It Swannenêst'. Elke woensdagochtend worden de kinderen van 2 - 4 jaar
opgevangen en zijn er gezamenlijke activiteiten met de kleuters, zoals het starten met een
kringgesprek en een verhaaltje voorlezen of het zingen van liedjes.
Naast een eigen groepsruimte wordt er gebruik gemaakt van het kleuterlokaal, een sanitaire
ruimte en een eigen buitenspeelruimte. Er zijn voldoende speelhoeken en er is voldoende
spelmateriaal aanwezig om de verschillende ontwikkelingsgebieden van de kinderen te
stimuleren.
Uit het onderzoek is gebleken dat peuterspeelzaal It Swanneblomke aan alle inspectie-items
voldoet, die in dit onderzoek getoetst zijn.
Advies aan College van B&W
Geen handhaving.
3 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
Observaties en bevindingen
Peuterspeelzaalwerk in de zin van de Wet kinderopvang en
kwaliteitseisen peuterspeelzalen
Peuterspeelzaalwerk in de zin van de wet
Een peuterspeelzaal is een voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt, anders dan
gastouderopvang of kinderopvang in een kindercentrum.
Er wordt op de peuterspeelzaal verzorging en opvoeding geboden en een bijdrage geleverd aan de
ontwikkeling van kinderen uitsluitend bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het
tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs.
Gebruikte bronnen:
•
Website: www.landelijkregisterkinderopvang.nl en www.welzijnmiddelsee.nl
•
Inspectierapport van 12 februari 2014
4 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
Pedagogisch klimaat
Pedagogisch beleid
De houder van een peuterspeelzaal draagt zorg voor een zodanig pedagogisch beleid dat leidt tot
verantwoord peuterspeelzaalwerk. De inhoud van het pedagogisch beleid wordt bij een volgende
inspectie aan de pedagogische praktijk getoetst.
Stichting Welzijn Middelsee werkt met een algemeen pedagogisch beleidsplan, waarin de voor alle
locaties geldende pedagogische visie wordt beschreven.
Daarnaast heeft It Swanneblomke een pedagogisch werkplan, waarin staat beschreven hoe de
algemene visie naar de praktijk van de locatie is vertaald. Hierin wordt onder andere de
dagindeling en samenwerkingsactiviteiten met de kleuters beschreven.de ontwikkeling van
kinderen of andere problemen signaleren en ouders doorverwijzen naar passende instanties die
hierbij verdere ondersteuning kunnen bieden.
Pedagogische praktijk
In teamvergaderingen of tijdens workshops komen de vier basisdoelen aanbod en beroepskrachten
leveren input voor het pedagogisch werkplan van de locatie.
De beroepskracht weet wat de vier pedagogische basisdoelen inhouden. Ze weet in grote lijnen wat
hierover in het pedagogisch beleid staat. Dit kwam ook tot uiting tijdens de observatie op de groep.
Tijdens de observaties van de pedagogische praktijk maakt de toezichthouder gebruik van het
'Veldinstrument observatie kindercentrum'. Onderstaande beschrijvingen zijn aan dat instrument
ontleend. Na de beschrijving uit het veldinstrument volgt een voorbeeld uit de waargenomen
praktijk.
Er heeft een beperkte observatie plaatsgevonden tijdens een kringmoment samen met de kleuters
en vrij spel binnen.
Emotionele veiligheid
De oriëntatie op een nieuwe groep gebeurt stapsgewijs en in aanwezigheid van bekende
volwassenen.
Voorbeeld:
Er is een nieuw meisje voor het eerst aan het wennen. De beroepskracht neemt het meisje bij zich
op schoot en geeft aan: “Mama komt straks, we gaan eerst nog spelen en fruit eten. Dan komt
mama jouw weer ophalen.“
Kinderen worden serieus genomen en doordat de beroepskracht bij de spelende kinderen gaat
zitten, is er veel individuele aandacht.
Persoonlijke competentie
De beroepskrachten ondersteunen en stimuleren individuele kinderen in hun ontwikkeling.
Voorbeelden:
Tijdens het vrije spel is er aandacht voor leermomenten. Bij het voorlezen en het vrije spel komen
begrippen en kleuren aan de orde: “Welke kleur is dit?” of “Hoeveel vlinders zijn er?”.
De beroepskracht nodigt de kinderen uit om met haar een puzzel aan tafel te maken. Ze geeft bij
een meisje aan: “Wat heb jij een makkelijke puzzel gemaakt” en stimuleert het meisje om daarna
nog een moeilijkere puzzel te maken.
In de kring mogen een kleuter en peuter de datum, dag e.d. op een klok invullen. Aan de peuter
wordt gevraagd welke kleur dag het is.
De kinderen worden gestimuleerd om zelf hun handen te wassen na het plassen.
Sociale competentie
De beroepskracht draagt actief bij aan een positieve groepssfeer door behulpzaam te zijn,
gerichtheid op alle kinderen, aandacht en zorg voor individuele kinderen.
Voorbeelden
Er is een goede interactie tussen de beroepskracht en de kinderen. Het dagritme is herkenbaar
door vaste rituelen zoals het opruimen voordat de kinderen bij de kleuters fruit gaan eten.
5 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
De beroepskracht houdt in de gaten hoe de kinderen met elkaar omgaan en kijkt naar de interesse
Van een kind. Als zij met een kind de treinrails maakt, betrekt ze twee andere kinderen hierbij:
“Zullen we de boerderij met de duplo erbij doen? Willen jullie helpen?”
Normen en waarden
De beroepskracht en vrijwilliger hanteren de afspraken, regels en omgangsvormen op eenduidige
en consequente wijze. Hun optreden sluit aan bij het gedrag en de behoeften van de kinderen.
Voorbeelden:
De kinderen worden positief benaderd. De kleuterjuf geeft in de kring het volgende aan: “Ik zie dat
kinderen wachten. Hij wacht met de vinger tot hij zijn beurt krijgt. Dat vindt ik heel knap.”
Ze worden voorbereid op wat er komen gaat: “Is er nog meer belangrijk nieuws? Bedankt voor het
vertellen. Nog één liedje gaan we zingen en dan spelen of werkjes doen. Daarna komen we terug
in de kring voor het fruit.”
Als een jongen probeert naar het toilet te gaan, geeft de beroepskracht duidelijk aan dat hij daar
mag zijn om te plassen en verder niet.
De toezichthouder concludeert hiermee dat er voldoende aandacht wordt besteed aan de vier
pedagogische basisdoelen.
Gebruikte bronnen:
•
Vragenlijst houder
•
Interview beroepskracht
•
Pedagogisch beleidsplan (peuterspeelzalen – 17 december 2013)
Pedagogisch werkplan (actuele versie staat op website houder)
•
•
Observatie tijdens een kringmoment samen met de kleuters en vrij spel binnen.
6 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
Personeel en groepen
Verklaring omtrent het gedrag
Per 1 juli 2013 is de nulmeting continue screening opgenomen in de Wet kinderopvang en
kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Alle medewerkers die een verklaring omtrent het gedrag (VOG)
hebben van vóór 1 maart 2013 dienen een nieuwe VOG aan te vragen. Daarmee wordt
gecontroleerd of medewerkers relevante strafbare feiten hebben gepleegd in het verleden.
Het aanvragen van nieuwe verklaringen omtrent gedrag wordt gefaseerd ingevoerd. Dit betekent
voor het toezicht op de VOG’s, dat er gekeken wordt naar de datum op de VOG en er getoetst
wordt of de houder bijtijds een nieuwe VOG heeft laten aanvragen.
Stagiaires, uitzendkrachten en vrijwilligers vallen vooralsnog niet onder de continue screening en
zullen tweejaarlijks een nieuwe VOG moeten aanleveren.
De toezichthouder is tot een oordeel gekomen op basis van de verklaring omtrent het gedrag van
een beroepskracht. De verklaringen omtrent het gedrag voldoet aan de gestelde eisen.
Passende beroepskwalificatie
Voor de peuterspeelzalen worden de beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken, genoemd in de
collectieve arbeidsovereenkomst Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening, aangemerkt als een
passende beroepskwalificaties.
De toezichthouder is tot een oordeel gekomen op basis van het aangeboden diploma van de
beroepskracht. Uit de toetsing is gebleken dat de beroepskracht beschikt over een passende
beroepskwalificatie.
Vrijwilligersbeleid
Peuterspeelzalen die gebruik maken van vrijwilligers beschikken over een vrijwilligersbeleid en een
aansprakelijkheidsverzekering.
Stichting Welzijn Middelsee beschikt over een vrijwilligersbeleid. In het vrijiwlligersbeleid staan
minimumeisen waar een in de peuterspeelzaal werkzame vrijwilliger aan dient te voldoen.
Op dit moment wordt er op de peuterspeelzaal geen vrijwilliger ingezet. Er is een taakomschrijving
waarin wordt omschreven welke bijdrage aan het werk in de peuterspeelzaal van de vrijwilligers
wordt verwacht en op welke wijze dit samenhangt met het pedagogisch beleid.
Stichting Welzijn Middelsee heeft een Collectieve aansprakelijkheidsverzekering en collectieve
ongevallen verzekering voor vrijwilligers en beroepskrachten afgesloten.
Beroepskracht/vrijwilliger-kindratio
Bij de peuterspeelzaal wordt het aantal beroepskrachten en vrijwilligers per groep getoetst.
Uit de steekproef van aanwezigheidslijsten van de kinderen van mei en juni 2014 blijkt dat de
beroepskracht-kindratio op de groep voldoet aan de eisen vanuit de Wet kinderopvang. Tijdens de
inspectie zijn er 5 kinderen van 2 en 3 jaar waarop 1 beroepskracht is ingezet.
Er is geen inval beroepskracht tijdens deze periode ingezet.
De achterwachtregeling is beschreven in het pedagogisch beleidsplan van de locatie.
7 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
Opvang in groepen
De peuterspeelzaalgroep vindt plaats in een vertrouwde ruimte en met dezelfde groep kinderen en
vaste beroepskrachten.
De opvang in groepen is beoordeeld aan de hand van het gesprek met de beroepskracht en een
steekproef van de aanwezigheidslijsten kinderen van mei en juni 2014. Er is 1 groep bestaande
uit maximaal 8 kinderen waarbij de kinderen gebruik maken van 1 dagdeel per week. Er is een
vaste beroepskracht werkzaam op de woensdagochtend.
Gebruik van de voorgeschreven voertaal
De voorgeschreven voertaal van Nederlands en/of Fries dient gebruikt te worden en wordt getoetst
in de praktijk.
De voertaal op de peuterspeelzaal is Nederlands en Fries.
Gebruikte bronnen:
•
Vragenlijst houder
•
Interview beroepskracht
VOG beroepskracht
•
•
Diploma beroepskracht
Aanwezigheidslijsten mei en juni 2014 en planningslijsten (met verlengde opvang) van mei
•
2014
8 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
Veiligheid en gezondheid
Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid
De houder van een kindercentrum voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid
van de op te vangen kinderen in elk door hem geëxploiteerd kindercentrum zoveel mogelijk is
gewaarborgd. De houder van het kindercentrum legt in een risico-inventarisatie schriftelijk vast
welke risico's de opvang van kinderen met zich brengt. Tijdens de inspectie is de risicoinventarisatie veiligheid en gezondheid steekproefsgewijs getoetst aan de verschillende ruimtes en
aan de praktijk.
De risico-inventarisatie veiligheid is uitgevoerd op 13 november 2013 met behulp van het model
van de Stichting Consument en Veiligheid. De risico-inventarisatie gezondheid is op dezelfde datum
uitgevoerd met behulp van het model van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid. Hierbij is
het meubilair en de aanwezigheid van kinderen meegenomen, aangezien de locatie op dat moment
draaide als zelfstandige peuterspeelzaal.
De actiepunten uit de inventarisatie zijn uitgevoerd, behalve het aanbrengen van vingerbeveiligers.
Risico's worden geborgd middels het werken met onder andere gedragsregels/ werkafspraken voor
de beroepskrachten en huisregels voor de kinderen die op schrift zijn gesteld.
Uit de steekproef van de praktijk zijn geen bijzondere risico’s naar voren gekomen.
Er wordt in de praktijk gehandeld conform de afspraken en de beroepskracht kan risico’s in de
praktijk benoemen.
Voor het registreren van ongevallen is een fomulier en dit systeem is sinds de start van de opvang
nog niet gebruikt.
Meldcode kindermishandeling
Ter versterking van de aanpak van kindermishandeling is vanaf 1 juli 2013 de 'Wet meldcode
huiselijk geweld en kindermishandeling' van kracht.
De houder beschikt over de meldcode kindermishandeling van de Brancheorganisatie Kinderopvang
(juli 2013) waarin een duidelijke procedure is vastgelegd die gevolgd wordt in het geval van een
(vermoeden) van kindermishandeling en/of seksueel geweld.
De meldcode is voor de beroepskracht inzichtelijk en zit in de map die op de groep ligt.
De beroepskracht heeft alle protocollen, waaronder de meldcode kindermishandeling, bij de
overname van Stichting Welzijn Middelsee doorgenomen en kan zonodig vragen stellen aan de
leidinggevende van de stichting.
Gebruikte bronnen:
•
Vragenlijst houder
•
Interview beroepskracht
•
Risico-inventarisatie veiligheid en actieplan van 13 november 2013
•
Risico-inventarisatie gezondheid en actieplan van 13 november 2013
•
Huisregels/groepsregels voor beroepskrachten en kinderen
•
Meldcode kindermishandeling van de Brancheorganisatie Kinderopvang (juli 2013)
9 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
Ruimte en inrichting
Binnenruimte
De Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen stelt geen eisen aan de ruimte en
inrichting van peuterspeelzalen. De gemeente Súdwest-Fryslân hanteert de modelverordening
ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen van de VNG.
It Swanneblomke heeft de beschikking over een groepsruimte in het dorpshuis van 42 m².
Dit is voldoende oppervlakte voor het gelijktijdig opvangen van maximaal 8 kinderen in de leeftijd
van twee tot vier jaar. Dit is conform de aanvraag voor het landelijk register.
In de groepsruimte zijn 3 speelhoeken: een auto/-bouwhoek, een leeshoek en een lage tafel om
puzzels en spelletjes aan te doen.
In de kasten zijn diverse materialen aanwezig, zoals puzzels, spelletjes, auto's met garage,
treinrails, duplo, poppenmaterialen, keukenspullen, etc.
Er staat een een rek met verkleedkleding en een kist met knuffels. In de groepsruimte zijn
2 fietsjes en een step.
Er is voldoende gevarieerd speelgoed aanwezig afgestemd op de peuterleeftijd.
Buitenspeelruimte
De Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen stelt geen eisen aan de ruimte en
inrichting van peuterspeelzalen. De gemeente Súdwest-Fryslân hanteert de modelverordening
ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen van de VNG.
De peuterspeelzaal heeft de beschikking over een eigen omheinde buitenspeelruimte van
111 m². Er zijn voldoende vierkante meters buitenspeelruimte voor het gelijktijdig opvangen
van acht kinderen. Dit is conform de aanvraag voor het landelijk register.
Via de nooddeur van de groepsruimte kunnen de kinderen in de buitenspeelruimte komen
De buitenspeelruimte bestaat uit wat planten en tegels met daarop een zandbak en een
picknicktafel.
Daarnaast is er klein spelmateriaal aanwezig, zoals rijdend materiaal, zandbakmaterialen,
ballen en stoepkrijt.
Gebruikte bronnen:
•
Vragenlijst houder (met afmetingen binnen- en buitenspeelruimte)
•
Observatie van binnenruimtes en buitenspeelruimte.
10 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
Ouderrecht
Informatie
De houder van een kindercentrum informeert de ouders van de kinderen over het te voeren beleid.
De informatie aan ouders moet voldoende gedetailleerd zijn om ouders een adequaat beeld van de
praktijk te geven. De houder informeert ouders en personeel over het meest recente
inspectierapport door het op een eenvoudig vindbare plek op de eigen website te plaatsen.
Ouders worden geïnformeerd middels folders, het informatieboekje en tijdens het
kennismakingsgesprek. Stichting Welzijn Middelsee heeft daarnaast een website, waarop onder
andere het pedagogisch beleidsplan van de locatie en de klachtenregeling is te downloaden.
Er wordt een diversiteit van informatie gegeven over de werkwijze, welke aansluit bij de
waarnemingen in de praktijk.
Op de website wordt bij de locatie aangegeven welke beroepskracht op de woensdagochtend
werkzaam is.
Het laatste inspectierapport staat op de website van Stichting Welzijn Middelsee bij de betreffende
locatie en zit in een map die op de groep ligt.
Klachten
Iedere houder dient een klachtenregeling te hebben voor de ouders (Wet Klachtrecht Cliënten
Zorgsector) waarin de mogelijkheid tot klagen staat beschreven.
Stichting Welzijn Middelsee heeft een interne klachtenregeling. Daarnaast is de stichting
aangesloten bij een externe klachtencommissie, Stichting Klachtencommissie Kinderopvang (SKK).
Ouders worden geïnformeerd over de klachtenregeling middels de folder 'Klachtenbehandeling voor
gebruikers van de Kinderopvang en Peuterspeelzalen Stichting Welzijn Middelsee', het
informatieboekje en het pedagogisch beleidsplan wat te downloaden is via de website.
Er zijn geen externe klachten van ouders van It Swanneblomke geweest.
Het jaarverslag klachten 2013 is niet van toepassing op deze locatie die pas per februari 2014 in
exploitatie is gegaan.
Gebruikte bronnen:
Vragenlijst houder
•
•
Informatiemateriaal voor ouders; folder, informatieboekje en lijst kennismakingsgesprek
•
Website; www.welzijnmiddelsee.nl
Klachtenregeling Stichting Welzijn Middelsee en aansluiting bij SKK via website
•
www.klachtkinderopvang.nl
11 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
Inspectie-items
Peuterspeelzaalwerk in de zin van de Wet kinderopvang en
kwaliteitseisen peuterspeelzalen
Peuterspeelzaalwerk in de zin van de wet
Gedurende het verblijf in de peuterspeelzaal wordt verzorging en opvoeding geboden en wordt een
bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van kinderen.
(art 2.1 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze
toezichthouder)
Het verblijf in de peuterspeelzaal is uitsluitend bestemd voor kinderen in de leeftijd van twee jaar
tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs.
(art 2.1 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze
toezichthouder)
Pedagogisch klimaat
Pedagogisch beleid
De houder heeft een pedagogisch beleidsplan waarin de voor die peuterspeelzaal kenmerkende
visie op de omgang met kinderen is beschreven.
(art 2.6 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 20 lid 2 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 11 lid 1 Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk)
In het pedagogisch beleidsplan staat in duidelijke en observeerbare termen het volgende
beschreven: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de
mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en
de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt.
(art 2.6 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 20 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 20 sub a Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de werkwijze, de
maximale omvang en de leeftijdsopbouw van de peuterspeelzaalgroep.
(art 2.6 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 20 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 20 sub b Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de (spel)activiteiten
waarbij kinderen hun peuterspeelzaalgroep dan wel de peuterspeelzaalgroepsruimte verlaten.
(art 2.6 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 20 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 20 sub c Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de wijze waarop
beroepskrachten bij hun werkzaamheden met kinderen worden ondersteund door andere niet
structureel ingezette personen.
(art 2.6 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 20 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 20 sub d Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen hoe de achterwacht is
geregeld indien slechts één beroepskracht in de peuterspeelzaal aanwezig is.
(art 2.6 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 20 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 20 sub e Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen hoe beroepskrachten
in een peuterspeelzaal bijzonderheden in de ontwikkeling van kinderen of andere problemen
signaleren en ouders doorverwijzen naar passende instanties die hierbij verdere ondersteuning
kunnen bieden.
(art 2.6 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 20 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 20 sub f Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen hoe beroepskrachten
in een peuterspeelzaal toegerust worden voor de taak van signaleren en doorverwijzen en op welke
wijze zij daarbij ondersteund worden.
(art 2.6 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 20 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 20 sub g Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
12 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
Pedagogische praktijk
De houder draagt zorg voor uitvoering van het pedagogisch beleidsplan.
(art 2.6 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 20 lid 3 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen)
De houder draagt zorg voor het waarborgen van emotionele veiligheid.
(art 2.5 en 2.6 lid 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 20 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 20 sub a Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
De houder draagt er zorg voor dat de kinderen de mogelijkheid krijgen om tot ontwikkeling van
persoonlijke competentie te komen.
(art 2.5 en 2.6 lid 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 20 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 20 sub a Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
De houder draagt er zorg voor dat de kinderen de mogelijkheid krijgen om tot ontwikkeling van
sociale competentie te komen.
(art 2.5 en 2.6 lid 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 20 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 20 sub a Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
De houder draagt zorg voor de overdracht van normen en waarden.
(art 2.5 en 2.6 lid 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 20 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 20 sub a Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Personeel en groepen
Verklaring omtrent het gedrag
De houder en personen werkzaam bij de onderneming waarmee de houder de peuterspeelzaal
exploiteert zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag die niet ouder is dan twee jaar.
(art 2.6 lid 3 en 3.8g Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen)
De verklaring omtrent het gedrag van een persoon werkzaam bij een onderneming is vóór aanvang
van de werkzaamheden bij de peuterspeelzaal overgelegd.
(art 2.6 lid 4, 8 en 9 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen)
De verklaring omtrent het gedrag van een persoon werkzaam bij een onderneming is bij aanvang
van de werkzaamheden niet ouder dan twee maanden.
(art 2.6 lid 4, 8 en 9 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen)
Passende beroepskwalificatie
Alle beroepskrachten beschikken over een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie
overeenkomstig de cao Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening.
(art 2.6 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 18 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 17 lid 1 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Vrijwilligersbeleid
De houder heeft een vrijwilligersbeleid, wat tot uitdrukking komt in een beleidsplan.
(art 2.6 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 18 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 21 lid 1 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
In het vrijwilligersbeleid staan minimumeisen waar een in de peuterspeelzaal werkzame vrijwilliger
aan dient te voldoen.
(art 2.6 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 18 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 21 lid 1 sub a Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen))
In het vrijwilligersbeleid staan afspraken die de houder met vrijwilligers maakt.
(art 2.6 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 18 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 21 lid 1 sub b Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
In het vrijwilligersbeleid staan de taakomschrijvingen waarin wordt omschreven welke bijdrage aan
het werk in de peuterspeelzaal van de vrijwilligers wordt verwacht en op welke wijze dit
samenhangt met het pedagogisch beleid.
(art 2.6 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 18 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 21 lid 1 sub c Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
13 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
De houder draagt er zorg voor dat alle vrijwilligers werkzaam bij de peuterspeelzaal tegen
wettelijke aansprakelijkheid verzekerd zijn.
(art 2.6 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 18 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 21 lid 2 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Beroepskracht/vrijwilliger-kindratio
Het aantal beroepskrachten en vrijwilligers per groep bedraagt:
- in een groep met maximaal 8 kinderen ten minste 1 beroepskracht;
- in een groep met 9 t/m 16 kinderen ten minste 1 beroepskracht, en een vrijwilliger of tweede
beroepskracht.
(art 2.6 lid 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 19 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 18 lid 4 en 5 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
De houder heeft geregeld dat een andere volwassene telefonisch bereikbaar is en binnen 15
minuten aanwezig kan zijn in geval van een calamiteit, indien conform de
beroepskracht/vrijwilliger-kindratio slechts één beroepskracht in de peuterspeelzaal aanwezig is.
(art 2.6 lid 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 19 lid 3 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 19 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Opvang in groepen
De opvang vindt plaats in peuterspeelzaalgroepen.
(art 2.6 lid 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 20 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 18 lid 1 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
De peuterspeelzaalgroep bestaat uit maximaal 16 kinderen.
(art 2.6 lid 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 19 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 18 lid 1 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Ieder kind heeft maximaal drie vaste beroepskrachten waarvan er dagelijks minimaal één
werkzaam is op de groep van het kind.
(art 2.6 lid 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 20 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 18 lid 3 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Gebruik van de voorgeschreven voertaal
De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt.
(art 2.12 lid 1 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen)
OF
Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in deze
specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde
gedragscode.
(art 2.12 lid 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen)
Veiligheid en gezondheid
Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid
De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud.
(art 2.6 lid 2 en 2.9 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 17 lid 1 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 11 lid 1 Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk)
De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie.
(art 2.6 lid 2 en 2.9 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 15 lid 5 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 11 lid
1 Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk)
De houder beschrijft de veiligheidsrisico’s op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking,
valongevallen, verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden.
(art 2.6 lid 2 en 2.9 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 15 lid 1 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
In het plan van aanpak geeft de houder aan welke maatregelen op welk moment zijn
respectievelijk worden genomen in verband met de veiligheidsrisico’s, alsmede de samenhang
tussen de veiligheidsrisico’s en de maatregelen.
(art 2.6 lid 2 en 2.9 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 17 lid 1 sub b Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen)
14 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
De registratie van ongevallen bevat per ongeval de aard en plaats van het ongeval, het jaar waarin
het ongeval zich heeft voorgedaan en een overzicht van getroffen maatregelen.
(art 2.6 lid 2 en 2.9 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 15 lid 3 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
De houder zorgt ervoor dat personen werkzaam bij de peuterspeelzaal kennis kunnen nemen van
de vastgestelde risico-inventarisatie veiligheid.
(art 2.6 lid 2 en 2.9 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 15 lid 4 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud.
(art 2.6 lid 2 en 2.9 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 17 lid 1 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 11 lid 1 Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk)
De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie.
(art 2.6 lid 2 en 2.9 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 15 lid 5 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 11 lid
1 Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk)
De houder beschrijft de gezondheidsrisico’s op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu,
buitenmilieu en medisch handelen.
(art 2.6 lid 2 en 2.9 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 15 lid 2 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
In het plan van aanpak geeft de houder aan welke maatregelen op welk moment zijn
respectievelijk worden genomen in verband met de gezondheidsrisico’s, alsmede de samenhang
tussen de gezondheidsrisico’s en de maatregelen.
(art 2.6 lid 2 en 2.9 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 17 lid 1 sub b Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen)
De houder zorgt ervoor dat personen werkzaam bij de peuterspeelzaal kennis kunnen nemen van
de vastgestelde risico-inventarisatie gezondheid.
(art 2.6 lid 2 en 2.9 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 15 lid 4 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Meldcode kindermishandeling
De houder heeft een meldcode kindermishandeling vastgesteld welke voldoet aan de beschreven
eisen.
(art 2.9a Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 17a Besluit kwaliteit kinderopvang en
peuterspeelzalen)
De houder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.
(art 2.9a Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen)
Ruimte en inrichting
Binnenruimte
Er is ten minste 3,5 m² bruto oppervlakte in de groepsruimte beschikbaar per kind.
De binnenruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal op te vangen kinderen.
De binnenruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen
kinderen en het pedagogisch beleid.
Buitenspeelruimte
Er is ten minste 3 m² bruto buitenspeelruimte beschikbaar per aanwezig kind.
De buitenspeelruimte is voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar.
De buitenspeelruimte is aangrenzend aan het kindercentrum.
De buitenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen
kinderen en het pedagogisch beleid.
15 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
Ouderrecht
Informatie
De houder informeert de ouders over het te voeren beleid.
(art 2.11 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen)
De houder informeert de ouders en de kinderen tot welke peuterspeelzaalgroep het kind behoort
en welke beroepskrachten op welke dag voor welke groep verantwoordelijk zijn en welke
vrijwilligers op deze dag aanwezig zijn.
(art 2.6 lid 2 en 2.11 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 18 lid 3 en 4 Besluit kwaliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 18 lid 2 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
De houder informeert ouders en personeel over het inspectierapport door het zo spoedig mogelijk
na ontvangst op de eigen website te plaatsen. Indien geen website aanwezig is legt de houder een
afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.
(art 2.11 lid 2 en 3 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen)
Klachten
De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten van ouders die voldoet aan de
beschreven eisen.
(art 2 lid 1 Wet klachtrecht cliënten zorgsector)
De houder brengt de klachtenregeling voor ouders op passende wijze bij hen onder de aandacht.
(art 2 lid 1 Wet klachtrecht cliënten zorgsector)
16 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
Gegevens voorziening
Opvanggegevens
Naam voorziening
Vestigingsnummer KvK
Aantal kindplaatsen
Gesubsidieerde voorschoolse educatie
:
:
:
:
It Swanneblomke
410056620000
8
Ja
Gegevens houder
Naam houder
Adres houder
Postcode en plaats
Website
KvK nummer
:
:
:
:
:
Stichting "Welzijn Middelsee"
Pyter Jurjensstrjitte 17
9051 BR STIENS
www.welzijnmiddelsee.nl
41005662
Gegevens toezichthouder (GGD)
Naam GGD
Adres
Postcode en plaats
Telefoonnummer
Onderzoek uitgevoerd door
:
:
:
:
:
GGD Fryslân
Postbus 612
8901 BK LEEUWARDEN
088-2299222
Y. Kamp
Gegevens opdrachtgever (gemeente)
Naam gemeente
Adres
Postcode en plaats
: SUDWEST-FRYSLAN
: Postbus 10000
: 8600 HA SNEEK
Gegevens toezicht
Planning
Datum inspectie
Opstellen concept inspectierapport
Vaststelling inspectierapport
Verzenden inspectierapport naar houder
Verzenden inspectierapport naar
gemeente
Openbaar maken inspectierapport
:
:
:
:
:
25-06-2014
02-07-2014
02-07-2014
03-07-2014
03-07-2014
: 24-07-2014
17 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM
Bijlage: Zienswijze houder peuterspeelzaal
De zienswijze betreft een reactie van de houder op de inhoud van het inspectierapport.
De houder heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een zienswijze in te dienen.
18 van 18
Definitief inspectierapport peuterspeelzaal onderzoek na registratie 25-06-2014
It Swanneblomke te MOLKWERUM