Een nieuwe systematiek voor het vaststellen van

3-8-2014
Een nieuwe systematiek voor het vaststellen van Positieflijsten | Platform Verantwoord Huisdierenbezit
Een nieuwe systematiek voor het
vaststellen van Positieflijsten
Nadat we in de achterliggende drie jaar een wat rommelige periode doormaakten in het
gesprek over de invulling van de Positieflijsten, bereiken we nu een punt waarop we
constructief aan de slag kunnen. Er ligt een door EZ gedragen voorstel van de WUR voor
een beoordelingsmethode waarin de sector zich (op hoofdlijnen) kan vinden. Er blijven
uiteraard nog detailpunten waarvan ‘in het werk’ moet blijken, of daarmee in voldoende
mate recht wordt gedaan aan de belangen van de dieren en de dierhouders. Maar het
vertrouwen is er dat we daar wel uit gaan komen.
Het wettelijke kader
In de ‘Wet dieren’ is in artikel 2.2 geregeld dat het verboden is dieren te houden die niet
tot door de minister aangewezen diersoorten of diercategorieën behoren. In artikel 1.4 van
het besluit ‘Houders van dieren’ wordt dit nader uitgewerkt. De in dit kader relevante
artikelen vindt u in de bijlage.
In het besluit staat dat de regeling voorlopig alleen voor zoogdieren geldt. Echter, de
staatssecretaris heeft inmiddels aan de Tweede Kamer toegezegd dat ze eind 2014 ook
zal komen met voorstellen voor vogels en reptielen.
In het besluit ‘Houders van dieren’ lezen we dat de minister de soorten aanwijst die ‘zonder
specialistische kennis en vaardigheden kunnen worden gehouden’. Het gaat dus om de
soorten voor ‘de leek’. Daarna worden er criteria opgesomd, waar bij de beoordeling
rekening mee moet worden gehouden.
Hiermee zijn we er nog niet. Omdat een Positieflijst een handelsbelemmering tussen de
lidstaten van de EU oplevert (voor alle soorten die daarmee worden verboden), heeft het
Europese Hof zich uitgesproken over de spelregels voor de weigering om een soort op de
Positieflijst te plaatsen. Die spelregels zijn vastgelegd in het Andibel-arrest. De
ambtelijke taal van het arrest is wel eens wat moeilijk leesbaar, vandaar dat een verkorte
samenvatting van de belangrijkste punten is toegevoegd.
Strikt genomen is voor de Nederlandse overheid alleen nog de bescherming van het welzijn
van het gehouden dier (punt 27) aan de orde. De beide andere punten, de bescherming van
de gezondheid en het leven van mensen en dieren (punt 28) en de bescherming van het
milieu (punt 29), worden op EU-niveau geregeld.
Belangrijk in de uitspraak van het Europese Hof is, dat een houderijverbod alleen maar is
toegestaan, ”indien het beoogde doel (de bescherming van dierenwelzijn) niet k an worden
bereik t op een wijze die minder handelsbelemmerend is“. PVH en de aangesloten
http://www.huisdieren.nu/over-pvh/wat-doen-wij/wet-en-regelgeving/wetgeving/de-wet-dieren/positieflijsten/een-nieuwe-systematiek-voor-het-vaststellen-van-…
1/4
3-8-2014
Een nieuwe systematiek voor het vaststellen van Positieflijsten | Platform Verantwoord Huisdierenbezit
organisaties in de sector hebben altijd betoogd, dat het welzijn van gehouden dieren
afdoende kan worden veiliggesteld met bindende houderijvoorschriften. Daarmee is het
zowel voor de houder als voor de handhaver duidelijk onder welke omstandigheden de
dieren mogen worden gehouden. Een stap verder, voor wie niet aan de gestelde eisen kan
of wil voldoen, geldt een absoluut houderijverbod.
Relevante documenten
Aanloop naar een nieuwe start
Bij de aankondiging van de concept Positieflijst aan de Tweede Kamer in juni 2013 wilde de
staatssecretaris, na het beoordelen van slechts 90 zoogdiersoorten, er 6 ‘vrij’ toestaan, 33
‘onder voorwaarden’ toestaan en alle overige zoogdiersoorten verbieden. Dat verbod betrof
dus niet alleen de ruim 50 soorten na beoordeling, maar ook meer dan 5300 soorten
zonder enige vorm van proces. PVH heeft daarop per brief aan de staatssecretaris
gevraagd de niet-beoordeelde zoogdiersoorten alsnog te beoordelen, òf ze gewoon op de
Positieflijst te plaatsen. Ze werden daarna voorlopig vrijgesteld van het verbod, in afwachting
van een beoordeling en een besluit ‘op een later tijdstip’.
Anders dan EZ aanvankelijk meende, kan de overheid niet zomaar de houderij van soorten
verbieden door ze niet op de Positieflijst te plaatsen. Elk verbod zal met inachtneming van
de spelregels van het Andibel-arrest moeten worden gemotiveerd. Daarbij, er zal tevens
hard moeten worden gemaakt dat er geen alternatieven zijn, die het Europese vrije
handelsverkeer minder belemmeren.
Met dit laatste gegeven als uitgangspunt kwam er al eerder ruimte voor de
‘tussencategorie’, de soorten die ‘onder voorwaarden’ mogen worden gehouden. Het is
juridisch en maatschappelijk niet uit te leggen dat er soorten moeten worden verboden, die
al vele tientallen jaren zonder grote problemen worden gehouden. Die problemen zijn er
nauwelijks of niet omdat de houders er in slagen aan de gezondheids- en welzijnseisen van
die soorten te voldoen.
Met de aanwijzing van soorten ‘onder voorwaarden’ ontstond er een volgend probleem. De
Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) werd gevraagd die voorwaarden in te vullen en
stelde vast dat de verzamelde informatie in de WUR-database onvoldoende basis bood om
inzichtelijk te maken waarom die soorten ‘onder voorwaarden’ zouden moeten worden
gehouden, Deze conclusie werd vastgelegd in het RDA-advies aan de staatssecretaris van
1 april 2014.
Voor de te verbieden soorten ontstond er een vergelijkbaar probleem. PVH diende bij EZ
een verzoek tot motivering van het verbodin. Nadat bleek dat het niet mogelijk was om
te motiveren waarom de vijftig soorten moesten worden verboden, besloot de
staatssecretaris de lijst van 90 beoordeelde soorten niet langer te handhaven. Ze koos
ervoor in te zetten op een verbeterde methodiek. In haar brief van 2 juli 2014 aan de
Tweede Kamer geeft de staatssecretaris uitleg over de nieuwe inzichten en het daarop te
baseren vervolg van het proces om tot Positieflijsten te komen.
http://www.huisdieren.nu/over-pvh/wat-doen-wij/wet-en-regelgeving/wetgeving/de-wet-dieren/positieflijsten/een-nieuwe-systematiek-voor-het-vaststellen-van-…
2/4
3-8-2014
Een nieuwe systematiek voor het vaststellen van Positieflijsten | Platform Verantwoord Huisdierenbezit
In overleg tussen de projectleider van de WUR en het ministerie van EZ werd daarop de
systematiek aangepast. Kernpunten van de WUR-methode 2.0 zijn dat de kennis en
kunde uit de sector worden ingebracht en meegewogen en dat een aantal voor
dierenwelzijn niet-relevante elementen (zoals de ‘PEI’ en de zoönosen) niet meer in de
besluitvorming worden meegenomen.
Het concept van de nieuwe methode werd door EZ aan de betrokken maatschappelijke
groeperingen voorgelegd. Alleen PVH en Dibevo brachten daarop hun bedenkingen en
overwegingen in. De gekende tegenstanders van het houden van gezelschapsdieren
(Dierenbescherming, Dierencoalitie en stichting AAP) stemden stilzwijgend in. Vervolgens
werd de methode, samen met de ingebrachte kanttekeningen van PVH en Dibevo, ter
beoordeling op wetenschappelijke en maatschappelijke ‘haalbaarheid’ voorgelegd aan een
Visitatiecommissie onder voorzitterschap van prof.dr. Ludo Hellebrekers. Op basis van het
oordeel van deze commissie heeft de staatssecretaris tot de nieuwe procedure besloten
Belangrijk voor de dierhouders is dat zij al hun soorten ‘vrij’ mogen houden totdat die
beoordeeld zijn. Dat zal niet eerder zijn dan 1 januari 2015 en het zal dan nog maar een
zeer beperkt aantal soorten betreffen. Er moet nog een immense hoeveelheid werk worden
verzet, voordat de nieuwe methode operationeel is en de eerste resultaten beschikbaar
komen. Bovendien zal in die aanloopfase tussen de betrokken beoordelaars een vorm van
consensus moeten worden bereikt over de wijze waarop met veronderstelde welzijnsrisico’s
moet worden omgegaan.
Relevante documenten
Hoe nu verder?
In de komende periode moet een heleboel werk worden verzet. De WUR werkt inmiddels
aan een nieuwe database waarin de beschikbare literatuur (en de conclusies daaruit)
kunnen worden ondergebracht. Die database moet breed toegankelijk zijn zodat alle
betrokken partijen over de relevante informatie kunnen beschikken.
Voor de sector betekent dit, dat alle belangrijke artikelen uit vakbladen en handboeken over
de houderij en fokkerij per diersoort (of per groep van diersoorten) digitaal beschikbaar
moeten worden gemaakt. De eerste prioriteit ligt uiteraard bij de zoogdieren, maar voor de
andere diergroepen is het verstandig alvast te beginnen.
Omdat het praktisch en financieel niet haalbaar is om al de duizenden gehouden soorten
elk afzonderlijk te beoordelen, wordt er over nagedacht om de soorten per ‘cluster’ te
beoordelen. Ook hierin hebben de deskundigen uit de sector een rol. Met deze aanpak is
eerder ervaring opgedaan in het proces om tot de RDA-lijsten te komen, maar het blijft van
belang om de soortspecialisten te betrekken bij de vaststelling van de clusters. Vooral ook
omdat er in de eerdere ronde nog wel eens een organisatie was, die de ene of andere soort
tot boegbeeld van haar verhoopte overwinningen maakte (denk aan het recente gedoe over
de Degoe, een diersoort die volgens sommigen absoluut niet te houden zou zijn).
http://www.huisdieren.nu/over-pvh/wat-doen-wij/wet-en-regelgeving/wetgeving/de-wet-dieren/positieflijsten/een-nieuwe-systematiek-voor-het-vaststellen-van-…
3/4
3-8-2014
Een nieuwe systematiek voor het vaststellen van Positieflijsten | Platform Verantwoord Huisdierenbezit
Verder is het natuurlijk zaak om de komende invulling van de processtappen te blijven
toetsen aan de wetenschappelijke en juridische kaders. Ook als het proces op hoofdlijnen
correct verloopt, er blijven altijd detailpunten waarop de invulling kritische aandacht vraagt.
http://www.huisdieren.nu/over-pvh/wat-doen-wij/wet-en-regelgeving/wetgeving/de-wet-dieren/positieflijsten/een-nieuwe-systematiek-voor-het-vaststellen-van-…
4/4