Besluit FrieslandCampina Beilen

Provinciehuis lVesterb¡ink r, Assen
Postød.res Postbus r22, 94oo Ac Assen
r
n
w.drenthe.nl
VERZONDEN
Ol
(o592)
(o592)
t6 SS tt
t6 tZ lZ
proainci
renthe
SEP,2OI¿
Assen, 1 september 2014
Ons kenmerk 201 401 619-00435959
Ondenruerp: Besluit ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor FrieslandCampina DOMO BV te Beilen
BESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WABO VOOR
FRIESLANDCAMPINA DOMO BV TE BEILEN
OMGEVINGSVERGUNNING VERLENEN
Onderwerp
Gedeputeerde staten hebben op 12 juni 2014 van FrieslandCampina DOMO BV een aanvraag voor
een omgevingsvergunning ontvangen voor het milieuneutraal veranderen van de inrichting door
nieuwbouw van een smart PoederKleinVerpakking extension (sPKVe) inclusief bruggen naar de bestaande bebouwing. De aanvraag gaat over de inrichting aan De Perk 30 in Beilen. De aanvraag heeft
het volgende kenmerk gekregen: 201401619-00423927 en heeft OLO-nummer 1342027.
Concreet wordt verzocht om:
1. een vergunning ex artikel 2.1, lid 1, onder a (bouw);
2. een vergunning ex artikel2.1, lid 1, onder c (bouwen in stríjd met het bestemmingsplan)
3. een vergunning ex artikel 2.1, lid 1, onder e (milieu).
Besluit
Wij besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op artikelen
2.1 en2.2van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo):
de omgevingsvergunning te verlenen voor de volgende activiteiten:
- het bouwen van een poederkleinverpakkingsinstallatie inclusief bruggen naar bestaande
bebouwing (artikel 2.1 ,lid 1 , onder a, van de Wabo);
het verplaatsen van de meng- en verpakkingsactiviteit ten behoeve van babyvoeding naar
deze nieuwbouw.
de aanvraag onderdeel van dit besluit te maken;
aan deze vergunning voorschriften te verbinden.
Ondertekening
Gedeputeerde staten voornoemd,
namens dezen,
ì.o
F. Quené,
teamleider RUD Drenthe
Bijlage(n)
msicoll.
2
Bekendmaking besluit en rechtsmiddelen
Om te voldoen aan hoofdstuk 3 van de Wabo wordt een kennisgeving van het besluit geplaatst in
een huis-aan-huisblad en geplaatst op de provinciale website.
Belanghebbenden kunnen binnen een termijn van zes weken een schriftelijk en gemotiveerd bezwaarschrift indienen bijgedeputeerde staten van Drenthe, Postbus 122,9400 AC Assen. De bezwaartermijn begint op de dag na de datum van bekendmaking van het desbetreffende besluit.
Een
bezwaarschrift moet in elk geval bevatten:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
- inclusief datum en nummer van het genomen besluit de gronden (redenen) van het bez¡'taar.
Als het bezwaarschrift niet voldoet aan deze e¡sen, of als het bezwaarschrift niet binnen de gestelde
termijn is ingediend, kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit betekend dat het
bestuursorgaan niet inhoudelijk op uw argumenten in hoeft te gaan. Een onafhankelijke commissie zal
uw bezwaarschrift behandelen en u horen. Deze commissie brengt na het horen een advies uit aan
het college van gedeputeerde staten. Het college beslist op uw bezwaarschrift.
De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Het indienen van een bezwaarschrift
stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking
in werking is in afwachting van de bezwaarprocedure, kan een verzoek om een voorlopige voorziening
worden gedaan bijde Rechtbank Noord-Nederland, Postbus 150, 9700 AD Groningen.
Verzending
Dit besluit is verzonden aan FrieslandCampina DOMO BV, De Perk 30, 9411 PZ Beilen
Een afschrift is verzonden aan:
het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe, Postbus 24,9410 AA Beilen
-
3
INHOUDSOPGAVE
Ondertekening
1
VOORSCHRIFTEN OVERIGE ACTIVITEITEN
5
2.
2.1.
2.2.
2.3.
2.4.
2.5.
2.6.
HET (VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK
Algemeen
Veiligheid
Brandveiligheid
Welstand (Welstandsnota)
Bouw- en sloopwerkzaamheden
Bouwverordening
PROCEDURELE OVERWEGINGEN
3.
3.1
3.2
3.3
3.4
3.5
3.6
GEVOLGDE PROCEDURE
Gegevens aanvrager
Vergunde situatie
Projectbeschrijving
Bevoegd gezag
Volledigheid van de aanvraag en opschorting procedure
Adviezen
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN MILIEU
5
5
5
6
7
7
7
I
I
I
I
10
10
10
10
12
4.
TOETSINGSKADER MILIEU
12
4.1.
lnleiding
12
4.2.
Toetsing milieuneutrale verandering
12
4.3.
Conclusie toetsing
14
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN OVERIGE ASPECTEN
5.
5.1.
5.2.
5.3.
5.4.
5.5.
5.6.
5.7.
5.8.
5.9.
HET (VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK EN HET HANDELEN IN
STRIJD MET DE REGELS VAN RUIMTELIJKE ORDENING
lnleiding
Toetsing bouwen van een bouwrverk
lndieningsvereisten vanwege bouwen
Bouwbesluit
Bouwverordening
Bestemmingsplan
Welstand
Bouwkosten
Conclusie
16
16
16
16
16
16
17
17
17
17
17
4
VOORSCHRIFTEN
behorende bij het besluít sPKVe
betreffende de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
voor de inrichting
FrieslandCampina DOMO BV te Beilen
5
VOORSCHRIFTEN OVERIGE ACTIVITEITEN
2.
HET (VER}BOUWEN VAN EEN BOUWWERK
2.1.
Algemeen
2.1.1
Het bouwen moet geschieden overeenkomstig de bepalingen van het Bouwbesluit en de
Bouwverordening.
2.1.2.
De juiste plaats van het bouwwerk en de peilhoogte, moeten door het bouwtoezicht worden
uitgezet.
2.1.3.
De start van de werkzaamheden (waaronder ontgraven, heien en grondverbeteringswerkzaamheden) moeten uiterlijk 3 dagen van tevoren worden gemeld aan het bouwtoezicht,
dit bijvoorkeur via https://portaal.middendrenthe.nl, zoeken op'gereedmelden werkzaamheden'.
2.1.4.
Uiterlijk op de dag van de beëindiging van de werkzaamheden, waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht
gemeld. Dit kan via https://portaal.middendrenthe.nl, zoeken op'gereedmelden werkzaamheden'.
2.1.5.
De riolering dient als een gescheiden systeem uitgevoerd te worden, waarbij de afuoerleidingen worden aangesloten op het daarvoor aanwezige rioolsysteem. Voor vragen en informatie hierover, kan contact worden opgenomen met de afdeling Openbare Werken, telefoonnu m mer (0593) 539222.
2.1.6.
Voordat graafwerkzaamheden geschieden in de nabijheid van bomen, dan wel zodat bomen
daar ernstige schade uit zouden kunnen ondervinden, dient vooraf contact opgenomen te
worden met van de afdeling Openbare Werken, telefoonnummer (0593) 53 92 22.
2.1.7
Bouwmaterialen mogen slechts met toestemming van de gemeente Midden-Drenthe op
openbaar terrein worden opgeslagen. Hiertoe dient u telefonisch contact op te nemen met
de afdeling Openbare Werken via telefoonnummer (0593) 53 92 22.
2.1.8.
Binnen een week na het gereed komen van de bouwwerkzaamheden moet de gebruikte
gemeentegrond vrij zijn van bouwmaterialen en dient de grond in de oorspronkelijke staat te
worden opgeleverd, een en ander ten genoegen van de afdeling Openbare Werken. Eventuele kosten t.b.v. het herstellen van beschadigingen e.d. zullen op de veroorzaker worden
verhaald.
2.1.9.
De kwaliteitsverklaringen dienen uiterlijk 3 week voor de start van de bouwwerkzaamheden
te zijn aangeleverd. Dit kan via [email protected] (onder vermelding van uw zaaknummer) (BB paragraaf 1.3).
2.2.
Veiligheid
De aard, materiaalkeuze en afmetingen van de fundering moeten worden vastgesteld naar
de uitkomsten van uit te voeren sonderingen en grondboringen en/of andere onderzoekingen
2.2.1
6
naar de aard en het draagvermogen van de bodem, de gegevens uiterlijk 3 weken voor de
start van de bouwwerkzaamheden te overleggen aan het bouwtoezicht (BB artikel 2.1).
2.2.2.
Van alle hout- , staal- en gewapend betonconstructies moeten uiterlijk 3 weken voor de aanvang van de bouwwerkzaamheden nadere tekeningen en berekeningen, rapporten en verklaringen aan het bouwtoezicht worden overlegd. Dit kan via [email protected] (onder
vermelding van uw zaaknummer).
2.2.3.
Uiterlijk 3 werkdagen voor het storten van beton dient het bouwtoezicht te worden gewaarschuwd dat de wapening voor controle gereed ligt. Dit kan via [email protected] (onder
vermelding van uw zaaknummer).
2.3.
Brandveiligheid
2.3.1
Uiterlijk vier weken voor ingebruikname van het bouwwerk moet bij de gemeente MiddenDrenthe een gebruiksmelding worden gedaan.
2.3.2.
Brandpreventief moet men bouwen conform gewaarmerkte rapporten + tekeningen;
Rapport constructie verslag, referentienummer: 140527.VFCDB.02NW/ir, d.d.
.
.
27 mei2014;
Rapport beheersbaarheid van brand + brandbeveiligingsplan, Projectnummer:
5337-100-05, d.d.27 mei 2014.
2.3.3. Alle deuren in een brandwerende
scheiding moeten zelfsluitend worden uitgevoerd
2.3.4.
Van alle toegepaste brandwerende materialen moet doormiddel van certificaten worden
aangetoond dat ze voldoen aan de gestelde WBDBO.
2.3.5.
Boven alle buitendeuren (vluchtdeuren) moet vluchtwegaanduiding worden aangebracht.
2.3.6
Van de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie moeten nog goedgekeurde PVE's worden
ingediend, inclusief installatie tekeningen.
2.3.7
Voor de sprinkler installatie moet nog een UPD worden ingediend. De sprinkler moet doormelden naar de Meldkamer Noord Nederland in Drachten.
2.3.8.
ln overleg met de brandweer moet worden gekeken hoeveel small-packs er moeten worden
aangeschaft (dit i.v.m. gelijkwaardigheid droge blusleiding).
2.3.9.
Er moet overleg zijn met de brandweer over de aansluitpunten/leidingen van de small-pack
in het bouwwerk.
2.3.10.
Ook moet er overleg zijn (afspraken worden gemaakt) met de brandweer over onderhoud
van de small-packs inclusief leidingeniaansluitpunten voorin de toekomst. Dit i.v.m. de
gelijkwaardigheid.
2.3.11
Geadviseerd wordt om aan de buiten zijde van het bouwwerk (bij de vluchttrappen) buiten
verlichting en noodverlichting aan te brengen.
2.3.12.
Geadviseerd wordt om tijdens de bouw regelmatig overleg te hebben
7
2.4.
Welstand (Welstandsnota)
2.4.1
Voordat met de desbetreffende werkzaamheden een aanvang wordt gemaakt, dient een
monster van de toe te passen gevelbekleding en dakbedekking ter goedkeuring aan het
bouwtoezicht te worden aangeboden.
2.5.
Bouw- en sloopwerkzaam heden
Het bouwafval moet op de bouwplaats worden gescheiden en in deugdelijk af te sluiten con-
2.5.1
tainers worden opgeslagen (BB artikel 8.8).
2.5.2.
Het bouwen en het verrichten van alles wat daarmee in verband staat, moet geschieden op veilige wijze, onder meer zodanig dat de nodige veiligheidsmaatregelen zijn genomen ten behoeve
van de weg en de in de weg gelegen werken en de weggebruikers en ten behoeve van naburi-
ge bouwwerken, open erven en terreinen en hun gebruikers (artikel 8.2).
2.5.3.
Het terrein waarop wordt gebouwd, grond wordt ontgraven of dergelijke werkzaamheden worden verricht, moet door een doeltreffende afscheiding van de weg en van het aangrenzende
open erf of terrein zijn afgescheiden indien gevaar of hinder te duchten is (artikel 8.2).
2.6.
Bouwverordening
2.6.1
Alle te gebruiken bouwmaterialen moeten voldoen aan het Besluit Bodemkwaliteit.
2.6.2
Er mag geen grond, vrijkomend bij graafwerkzaamheden op de bouwlocatie worden afgevoerd (zogeheten gesloten grondbalans). Eventueel vrijkomende grond dient op het terrein
zelf te worden toegepast. Voor toepassing van de grond buiten de locatie is een onderzoek
vereist op grond van het Besluit bodemkwaliteit. De grond mag toegepast worden alleen op
een bodem met dezelfde kwaliteitsklasse. lndien de af te voeren grond in een (bouw)werk
wordt hergebruikt dient dit conform het Besluit bodemkwaliteit plaats te vinden
(artikel 2.4.2).
I
P ROCEDU RELE OVERWEGI NGEN
behorende bij het besluit
betreffende de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
voor de inrichting
FríeslandCampina DOMO BV te Beilen
I
PROCEDURELE OVERWEGINGEN
3.
GEVOLGDE PROCEDURE
3.1.
Gegevens aanvrager
Op 12 juni 2014 hebben wij een aanvraag ontvangen voor een omgevingsvergunning. Dit is op basis
van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanvraag is afkomstig van FrieslandCampina DOMO BV te Beilen en heeft betrekking op de inrichting aan De Perk 30 te Beilen, kadastrale gegevens gemeente Beilen, sectie M, perceelnummers 3248,3246,3245,2230,3239,2231,
2232,1927,1930, 1789,3748,1716, 1863, 1812 en 1889.
3.2.
Vergunde situatie
Op 2 november 2004, kenmerk 7.412003008383, hebben wij aan Friesland Coberco Dairy Foods
Poeder Unit Beilen, tegenwoordig FrieslandCampina DOMO BV Beilen, een vergunning ingevolge de
Wet milieubeheer (Wm)verleent voor een inrichting voor het produceren van poedervormige producten uit melk, gelegen aan De Perk 30 te Beilen. Deze vergunning is verleend voor onbepaalde tijd
Verder hebben wij voor de inrichting de volgende veranderingsvergunning ingevolge de Wm verleend
- aanleggen van een wasplaats, 1B februari 2009, DO12009001842.
Tevens hebben wij van de aanvrager de volgende meldingen ingevolge de Wm ontvangen
- nieuwbouw van een controlekamer, 24 mei 2007, MB,12007006493
- plaatsen van een verpakkingsli)n,21 mei 2008, 211DO12008006256
- plaatsen egalisatietank proceswater, 16 september 2008, DO/2008010989
-
uitbreiding indampcapaciteit, '16 februari 2009, DO12009001 718
plaatsen indamper 13,24 augustus 2010,DO12010009928
Met het in werking treden van de Wabo op 'l oktober 2010 zijn vorenstaande milieuvergunningen van
rechtswege om gevi n gsvergu nn ngen geworden.
i
Verder hebben wij voor de inrichting de volgende omgevingsvergunningen ingevolge de Wabo verIeend:
-
vervangen van een meetput door een noodoverstort, 15 maart 2011, DO12011002297
het aanleggen van een leidingbrug en plaatsing van een concentraat- en een koude permeaattank,
23 mei 2011, MOl201 1004329
het realiseren van een opslagloods, 28 juli 201 1, 30/MO/201 1006563 (van rechtswege verleend)
het aanleggen van een uitrit, 2 augustus 2011,311MO12011006787
het onder andere plaatsen van een nieuwe poedertoren (Toren 6), 25 oktober 2011,
v1H12011008874
het gewijzigd uitvoeren van de bouw van toren 6, 22 mei 2012,VIH12012003523
het plaatsen van vier condensaattanks, 29 juni 2012, VTH12012004450
het plaatsen van een warmtepomp, 5 juni 2013,2013003081
het kappen van 5 bomen, 19 mei 2014,201400757-00419293
De voorschriften van de onderliggende vergunningen zijn overeenkomstig van toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de veranderingen zich
daartegen verzetten.
10
3.3.
Projectbeschrijving
Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven:
- het bouwen van een smart PoederKleinVerpakking extension sPKVe) inclusief bruggen naar de
bestaande bebouwing:
- het verplaatsen van de meng- en verpakkingsactiviteit ten behoeve van de babyvoeding naar het
nieuwe gebouw.
Verhoogde eisen op het gebied van kwaliteit en efficiency vragen om een goede logistiek en interne
zonering. Dit is in de bestaande bebouwing niet mogelijk. Denk hierbij aan gescheiden materiaal- en
personeelssluizen en het gescheiden afvoeren van afval.
3.4.
Bevoegd gezag
Gedeputeerde staten zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo juncto artikel 3.3, lid 1, van het Bor. De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage l, onderdeel C,
categorie 9.3, a en c, van het Bor en daarnaast betreft het een inrichting waartoe een IPPC-installatie
behoort.
3.5.
Volledigheid van de aanvraag en opschorting procedure
Na ontvangst van de aanvraag en de aanvullingen daarop, hebben wij deze getoetst op volledigheid.
Wij zijn van oordeel dat de aanwaag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de
gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.
3.6.
Adviezen
ln de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de
artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies aan het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe gezonden.
Naar aanleiding van de aanvraag hebben wij geen adviezen ontvangen
11
I N H O U D E LIJ
KE OVERW EG'A'GEru M I LI E U
behorende bij het besluit voor de sPKVe
betreffende de Wet algemene bepalingen omgevíngsrecht
voor de inrichting
FrieslandCampina DOMO BV te Beilen
12
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN MILIEU
TOETSINGSKADER MILIEU
4.
4.1.
lnleiding
De Wabo omschrijft in artikel 2.14 het toetsingskader voor het onderdeel milieu. Een toetsing aan
deze specten heeft plaatsgevonden.
De aanvraag heeft betrekking op het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting als
bedoeld in artikel 2.1,lid 1, aanhef en onder e, van de Wabo. De verandering leidt volgens de aanvraag alleen tot milieuneutrale effecten als bedoeld in artikel 3.10, l¡d 3, van de Wabo.
4.2.
Toetsing milieuneutrale verandering
De Wabo bepaalt in artikel 2.14,lid 5 dat een omgevingsvergunning voor een milieuvriendelijke of
milieuneutrale verandering kan worden verleend als voldaan wordt aan de voorwaarden uit artikel
3.10, lid 3, van de Wabo. Hieruit volgt dat de gevraagde vergunning kan worden verleend indien de
realisering van de met deze aanvraag beoogde verandering van de inrichting of verandering van de
werkwijze binnen de inrichting:
1. niet zal leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende
vergu nning zijn toegestaan;
2. niet zal leiden tot het ontstaan van een andere inrichting dan waarvoor vergunning is verleend en
3. niet m.e.r.-plichtig is.
Bij het beoordelen van de aanvraag hebben wij, gelet op de gevolgen die de inrichting voor het milieu
volgens de geldende omgevingsvergunning reeds mag veroorzaken, de volgende relevante milieuaspecten betrokken:
- afvalstoffen
- afvalwater
- bodem
- geluid
-
energre
lucht
BBT
Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij
dat de aangevraagde verandering hieraan voldoet.
Ad. 1: Geen gevolgen voor het milieu
.
Afvalstoffen
De aangevraagde verandering zal niet leiden tot het produceren van meer afvalstoffen. De aange-
vraagde wijziging is op dit punt milieuneutraal.
o
Afvalwater
De aangevraagde verandering zal niet leiden tot meer afualwater dan reeds vergund. De aange-
vraagde wijziging is op dit punt milieuneutraal.
13
.
Bodem
Er treed geen verandering op in de opslag van stoffen of activiteiten waar bodembeschermende voor-
zieningen noodzakelijk zijn. De aangevraagde wijziging is op dit punt milieuneutraal.
o
Geluid
De inrichting is gelegen op het gezoneerde industrieterrein de Zuidmaten. Op grond van de Wet geluidhinder is rondom dit industrieterrein een geluidszone vastgesteld. lngevolge artikel 2.14 van de
Wabo dient bij de beoordeling van de door de inrichting veroorzaakte geluidsniveaus de zone in acht
te worden genomen en moet de benodigde geluidruimte worden getoetst aan de grenswaarden ter
plaatse van de binnen de zone gelegen woningen. De inrichting moet op een zodanige wijze geluidruimte vergund krijgen dat de zone en de betreffende grenswaarden niet wordt overschreden.
FrieslandCampina DOMO (FCD) is voornemens om de bestaande poeder- en kleinverpakking te vervangen door de sPKVe. De akoestische verandering is inzichtelijk gemaakt in een rapportage van
DGMR, kenmerk: 1.2008.1427.12.R001 , d.d. 12 juni 2014. Met inachtneming van het voorgaande zijn
in de vigerende vergunning van 25 oktober 201 1 , kenmerk WH/201 1008874, geluidsvoorschrifte
n gesteld. Uit de akoestische rapportage blijkt dat de aangevraagde veranderingen van zodanige
aard zijn, dat zij geen toename van de geluidsbelasting vanwege de inrichting tot gevolg zullen hebben. Om dit te bewerkstelligen zijn er maatregelen getroffen aan de bestaande installatie om het effect door reflectie tegen te gaan. Door de aangevraagde veranderingen zal er geen overschrijding
van de vergunde waarde optreden.
Voor de twee maatgevende woningen nabij de sPKVe (Vonderkampen 23 en't Spiek 104) geldt dat
na realisatie van de sPKVe de geluidniveaus gelijk blijven of dalen. Voor alle woningen waarvoor een
maximaal toelaatbare geluidbelasting (MTG) is vastgesteld zal het geluidniveau gelijk blijven of afnemen.
Uit oogpunt van geluid leidt de gevraagde wijziging niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor
het milieu dan volgens de geldende omgevingsvergunning is toegestaan. De aangevraagde wijziging
is op dit punt milieuneutraal.
.
Energie
De aangevraagde wijziging betreft het verplaatsen van een bestaande activiteit zodat er geen sprake
is van een toename van energiegebruik. Wel wordt een nieuw gebouw geplaatst met venruarming,
koeling en verlichting. Dit wordt echter energie-efficiënt ingericht, en de verplaatste activiteit wordt
energie-efficiënter ingericht. Hierdoor zal er geen wijziging in het energiegebruik optreden. De aangevraagde wijziging is op dit punt milieuneutraal.
¡
Lucht
De aangevraagde wijziging betreft het verplaatsen van een bestaande activiteit zodat er geen sprake
is van een toename van emissies. Het intern transport van big bags ten behoeve de verplaatste activiteit gaat plaatsvinden met een hangbaansysteem in plaats van heftrucks. Dit heeft een gunstige uitwerking op de luchtkwaliteit. De aangevraagde wijziging is op dit punt milieuneutraal.
.
BBT
Door verplaatsing van de activiteit wordt deze in zekere mate geoptimaliseerd zodat getoetst aan de
van toepassing zijnde BREF's (Food Drink and Milk, lndustriële koelinstallaties, Opslag en Crossmedia effects) sprake was en blijft van het toepassen van BBT. De aangevraagde wijziging is op dit
punt milieuneutraal.
14
Conclusie gevolgen milieu
Er komen geen andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van de aangevraagde
verandering.
Ad. 2: Geen andere inrichting
De aangevraagde activiteit heeft geen gevolgen voor de wijze waarop afvalstoffen worden veruverkt.
De verwerkingscapaciteit van de inrichting blijft ongewijzigd. De verandering leidt niet tot een andere
inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend.
Ad. 3: Geen m.e.r.-plicht
De voorgenomen verandering komt noch voor in bijlage C noch in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is derhalve noch m.e.r.-plichtig noch m.e.r.-beoordelingsplichtig. Voor
de wijziging bestaat geen verplichting tot het maken van een milieueffectrappoñ als bedoeld in
hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer.
4.3.
Conclusie toetsing
De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende omgevingsvergunning is toegestaan. Daarnaast bestaat geen verplichting tot het maken van
een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Ten slotte leidt de verandering niet tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend.
15
INHOU DELIJ KE OVERWEGI NGEN OVERIGE ASPECTEN
behorende hij het besluitvoor de sPKVe
betreffende de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
voor de inrichting
FrieslandGampina DOMO BV te Beilen
16
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN OVERIGE ASPECTEN
5
HET (VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK EN HET HANDELEN IN STRIJD MET DE
REGELS VAN RUIMTELIJKE ORDENING
5.1.
lnleiding
De aanvraag heeft betrekking op het bouwen van een bouwwerk en handelen in strijd met regels van
ruimtelijke ordening als bedoeld in artikel 2.1,lid 1 aanhef en onder a en c Wabo. De Wabo omschrijft
in artikel 2.10 het bouwtechnische toetsingskader van de aanvraag. Een toetsing aan deze aspecten
heeft plaatsgevonden.
5.2.
Toetsing bouwen van een bouwwerk
Gelet op artikel 2.'10 hebben wij de volgende aspecten betrokken bij de beslissing op de aanvraag:
1. de aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden het naar het oordeel van het bevoegd gezag aannemelijk maken dat het bouwen van een bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens een algemene maatregel
van bestuur als bedoeld in artikel 2of 120 van de Woningwet; (Bouwbesluit)
2. de aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden het naar het oordeel van het bevoegd gezag aannemelijk maken dat het bouwen van een bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij de bouwverordening of, zolang de
bouwverordening daarmee nog niet in overeenstemming is gebracht, met de voorschriften die zijn
gesteld bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8, achtste lid, van de
Woningwet dan wel bijof krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 120
van die wet; (Bouwverordening)
3. de activiteit niet in strijd is met het bestemmingsplan, de beheersverordening of het exploitatieplan,
of de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke
orden ing ; (Be ste m mi ng spla n)
het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, met uitzondering
van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als
in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke
eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onder a, van de
Woningwet, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning niettemin moet
worden verleend; (Welstand).
5.3.
lndieningsvereisten vanwege bouwen
Bij het indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een
bouwwerk voldoen de ingediende stukken aan paragraaf 2.1 en 2.3 van de Mor (ministeriële regeling
omgevingsrecht). Paragraaf 2.2 geeft de gemeente de mogelijkheid om de aanvrager toe te staan de
gegevens van de constructie en installatiegegevens op een later tijdstip te mogen aanleveren
5.4.
Bouwbesluit
De aanvraag is aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012 getoetst en op grond daarvan zijn er geen
redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
Met betrekking tot het aspect brandveiligheid is de aanvraag door de brandweer getoetst aan de
brandveiligheidseisen van het Bouwbesluit. Hierbij zijn extra voorwaarden gesteld in verband met de
brandveiligheid. ln de voorschriften behorende bij de bouvwergunning zijn deze extra voorwaarden
van toepassing verklaard en als bijlage opgenomen.
17
5.5.
Bouwverordening
De aanvraag is aan de voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening getoetst en op grond daarvan zijn er geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren;
Artikel 2.1.5 is er op gericht om te voorkomen dat er gebouwd wordt op verontreinigde grond en daardoor
schade zou ontstaan aan de gezondheid van bewoners en of gebruikers van het gebouw. Voorafgaand
aan de bouw dient goedkeuring te worden afgegeven op een (bodem)onderzoeksrapport als bedoeld in
artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht.
5.6.
Bestemmingsplan
De aanvraag is in strijd met de geldende beheersverordening'De Zuidmaten', als ook strijdig met het
ontwerp bestemmingsplan 'De Zuidmaten'. De bouwhoogte van het gebouw heeft een hoogte van
maximaal 30 meter terwijl op basis van artikel 3.2.2, sub b, van de beheersverordening en ontwerpbestemmingsplan, een maximale hoogte van25 meter is voorgeschreven. Artikel 3.4, sub c, van de
beheersverordening en ontwerp bestemmingsplan, maakt het mogelijk medewerking te verlenen aan
het vergroten van de bouwhoogte van gebouwen met ten hoogste 5 meter. Hieraan voldoet het bouwplan. De verhoging met 5 meter heeft, mede gezien de afstand ten opzichte van de (doorgaande)
weg, geen negatief effect op het straat- en bebouwingsbeeld. Medewerking kan derhalve worden verleend op basis van artikel 2.12,|id 1, sub a, onder 1, van de Wabo.
Op basis van artikel 3.3, lid 1, sub b, van de Wabo houdt het bevoegd gezag, de beslissing aan, indien er geen grond is de vergunning te weigeren maar voor het gebied waarin de activiteit zal worden
verricht vóór de dag van ontvangst van de aanvraag een bestemmingsplan in ontwerp ter inzage is
gelegd. Artikel 3.3, lid 3, van de Wabo biedt het bevoegd gezag, in afwijking van het eerste lid, de
mogelijkheid de omgevingsvergunning te verlenen, indien de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Aan de omgevingsvergunning kan op basis van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan medewerking worden verleend op basis van een binnenplanse aflruijkingsbevoegdheid, hiermee is er geen strijd met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Hiermee is er geen aanleiding om het besluit op de omgevingsvergunning aan te houden en maakt het
bevoegd gezag gebruik van de mogelijkheid op basis van artikel 3.3, lid 3, van de Wabo om de aanhouding te doorbreken.
5.7.
Welstand
De aanvraag is op 7 augustus 2014 voor een advies voorgelegd aan de welstandscommissie. De
commissie heeft daarbij aangegeven, dat de aanvraag aan redelijke eisen van welstand voldoet.
5.8.
Bouwkosten
Uitgaande van de bouwkosten van € 30.000.000,-- voor de bouw van het bedrijfspand ten behoeve
van de PKV, is er geen noodzaak tot een herberekening van de bouwkosten.
5.9.
Conclusie
Uit deze ovenruegingen volgt daarom dat wij de gevraagde omgevingsvergunning voor de activiteiten
bouwen van een bouwwerk en handelen in strijd met regels van ruimtelijke ordening met genoemde afwijking onder de in de bijlage vermelde voonivaarden verlenen.