functiegerichte opleiding werkorganisator infra 1

FUNCTIEGERICHTE OPLEIDING
WERKORGANISATOR INFRA 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING ................................................................................................. 3
2
RANDVOORWAARDEN ............................................................................ 4
3
3.1.
3.2.
3.3.
3.4.
3.5.
3.6.
3.7.
3.8.
LEERDOELEN EN DUUR.......................................................................... 5
5
BEGROTEN-, BEWAKEN, MEER- EN MINDERWERK
5
KAM OP PROJECTNIVEAU
6
ONTWIKKELEN EN TEKENEN
6
UAV RAW
6
PLANNEN
7
PROJECT- EN PROCESANALYSE
8
SOCIALE VAARDIGHEDEN
8
INKOOP
2
1
INLEIDING
Iedere projectmedewerker heeft zijn of haar verantwoording. Het acteren van een ieder op elk niveau is gerelateerd aan het slagen van een
project, en de daar mee gemoeide kosten en – of opbrengsten. Het is
daarom van belang dat een ieder binnen een projectorganisatie zich er
van bewust is dat zijn of haar functioneren wel degelijk van invloed kan
zijn op het slagen van het project.
Om gestelde doelen te realiseren worden de volgende beheersaspecten
tijdens het bouwproces onderkend:
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Geld
Risico’s
Organisatie
Tijd
Informatie
Kwaliteit
Ten behoeve van de opleiding en training van beginnend werkorganisator binnen de infratechniek zijn op basis van deze beheersaspecten de
volgende globale doelen opgesteld.
1. Begrip van bestekken en bewustwording kostprijs, begroting en
kostenbewaking;
Een eenvoudige kostprijs kunnen berekenen;
een eenvoudige begroting of deelbegroting kunnen lezen en implementeren;
Een eenvoudige kostenbewaking kunnen opzetten.
2. Bekend zijn met, en kunnen ( laten ) uitvoeren van een LMRA;
de juiste beheeraspecten kunnen toepassen n.a.v. een risico - analyse en inventarisatie , bekend zijn met de taken en verantwoordelijkheden van een V&G-coördinator;
Inzicht verkrijgen in het ontstaan van de financiële risico’s van een
project.
3. Op basis van begroting de projectorganisatie kunnen weergeven;
Bedrijfsorganisatie kunnen weergeven;
Plaats in de organisatie kunnen weergeven en de diverse functionarissen met hun taken kunnen benoemen.
De bouwplaats administratie kunnen voeren.
4. Op basis van een begroting het tijdspad van processen kunnen
weergeven;
Een eenvoudig algemeen tijdschema kunnen opzetten,
Een 6-weken planning kunnen opzetten;
Een detailplanning kunnen opzetten m.b.t. inkoop, werkregeling
etc.;
Inzicht verkrijgen in het principe bouwtijdverlenging, acceleratiekosten, werkbare- en onwerkbare dagen;
3
5. Op basis van tekeningen de juiste informatie kunnen verkrijgen;
Op basis van bestek en tekeningen meer- en minderwerk kunnen
signaleren;
Contractuele verplichtingen van opdrachtgever en opdrachtnemer
kunnen aangeven o.b.v. UAV en UAV-GC;
Om kunnen gaan met de standaard RAW-bepalingen;
Weer kunnen geven wat de belangrijkste verplichtingen zijn inzake
kwaliteitsborging en certificeringen;
6. Kennis hebben van technieken om doelgericht gesprekken te kunnen voeren en deze in beginsel kunnen toepassen;
7. Kennis hebben van stijlen van leidinggeven en effectief kunnen
instrueren;
8. Kennis hebben van effectief overleg voeren en technieken in beginsel kunnen toepassen;
9. Technieken voor time-management kennen en kunnen toepassen.
Wegens de onderlinge samenhang van de beheeraspecten zijn deze op didactischverantwoorde wijze geclusterd in separate lesblokken of modulen waarin de lesmaterie aan de deelnemer wordt aangereikt.
We onderscheiden dan ook de volgende lesblokken of modulen:
1)
2)
3)
4)
5)
6)
7)
8)
2
Begroten-, bewaken, meer- en minderwerk
Kam op projectniveau
Ontwikkelen en tekenen
UAV ( -GC )
Plannen
Project- en procesanalyse
Sociale vaardigheden
Inkoop
RANDVOORWAARDEN
Om aan de opleiding te kunnen deelnemen wordt van de leerling verlangd in bezit te
zijn van het diploma “Elementaire Infratechniek””, én het diploma ‘Voorbereidend Kader Infratechniek, dan wel ten minste te beschikken over een MBO-4 diploma Civiele
techniek met aantoonbare relevante werkervaring van ten minste 2,5 jaren infra/gww,
of een HBO opleiding Civiele techniek te hebben genoten met een half jaar relevante
werkervaring.
Het is mogelijk dat een inschrijver voor de cursus verzocht wordt een selectieprocedure te doorlopen om vast te stellen of de kandidaat over het gewenste startniveau beschikt.
4
Teneinde de bedrijfsmatige belasting voor werkgevers, en de studiebelasting van de
kandidaten zoveel als mogelijk te beperken, is gekozen om de modulen in samengestelde dagdelen aaneengesloten aan te bieden. In overleg met de werkgevers kan
hier, bij voldoende deelname, van worden afgeweken.
3
LEERDOELEN EN DUUR
3.1.
−
−
–
Begroten-, bewaken, meer- en minderwerk 4 dagdelen
Kent basisbegrippen van kostenleer en kan ze toepassen in calculatie;
kosten en kostprijs;
kostprijsberekening;
kostenonderscheidingen;
kostprijsberekening en kostprijsvergelijking;
Inschrijvingsbegroting;
Formulieren
Kent basisbegrippen productiefactoren en productiviteit;
Arbeidskunde;
Logistiek;
Werkterrein;
Nacalculatie;
Kan calculatie en nacalculatie uitvoeren;
Eindtermen
• Begrip van bestekken en bewustwording kostprijs, begroting en kostenbewaking;
• Een eenvoudige kostprijs kunnen berekenen;
• Een eenvoudige begroting of deelbegroting kunnen lezen en implementeren;
• Een eenvoudige kostenbewaking kunnen opzetten;
• Inzicht verkrijgen in het ontstaan van de financiële risico’s van een project;
• Op basis van een begroting het tijdspad van processen kunnen weergeven;
• Kennis hebben van het principe bouwtijdverlenging, acceleratiekosten, werkbare- en onwerkbare dagen;
• De bouwplaats administratie kunnen voeren.
3.2.
–
–
–
–
Kam op projectniveau 3 dagdelen
Kennis hebben over de rol van het projectplan, werkplan en keuringsplan in relatie tot de werkwijze van de opdrachtgever;
Kunnen opstellen van werk- en keuringsplannen als hulpmiddel om de kwaliteit van een project te beheersen;
Kennis opdoen over de (wettelijke) rol van het V&G-plan uitvoeringsfase;
Het kunnen opstellen van een V&G-risicoanalyse voor de uitvoeringsfase.
5
Eindtermen
• Weer kunnen geven wat de belangrijkste verplichtingen zijn inzake kwaliteitsborging en certificeringen;
• Bekend zijn met, en kunnen ( laten ) uitvoeren van een LMRA;
de juiste beheeraspecten kunnen toepassen n.a.v. een risico - analyse en
inventarisatie , bekend zijn met de taken en verantwoordelijkheden van
een V&G-coördinator.
3.3.
–
–
–
Ontwikkelen en tekenen 1 dagdeel
Het kunnen beoordelen van tekeningen van derden;
Het kunnen maken van productietekeningen;
Het kunnen coördineren van tekenwerk en het kunnen beheersen van tekeningenstromen.
Eindtermen
• Op basis van tekeningen de juiste informatie kunnen verkrijgen;
• Op basis van bestek en tekeningen meer- en minderwerk kunnen signaleren;
• Op basis van het bestek en tekeningen aan de juiste kwaliteitsverplichtingen
kunnen voldoen.
3.4.
–
–
–
–
UAV RAW 4 dagdelen
aangeven o.b.v. RAW, UAV en UAV-GC;
Om kunnen gaan met de standaard RAW-bepalingen;
Weer kunnen geven wat de belangrijkste verplichtingen zijn inzake kwaliteitsborging en certificeringen op projectniveau;
Inzicht verkrijgen in het ontstaan van de financiële risico’s van een project.
Eindtermen
• Onderscheid kunnen maken tussen publiek- en privaatrecht;
• Onderscheid kunnen maken in typen aanbestedingsvormen;
• Inzicht verkrijgen in het karakter en de uitgangspunten van de UAV (-GC).
3.5.
–
–
–
–
–
Plannen 5 dagdelen
Deelnemer kan een planning op te stellen;
Kent de relatie tussen inschrijvingsbegroting en planningsdocument;
Kan tijdschema's opstellen;
Kan een werkbegroting opstellen;
Weet hoe voortgangscontrole uit te voeren;
6
Eindtermen
• Beheerst het vervaardigen en controleren van:
1
gedetailleerde planningen
2
(ploeg)takenschema's
3
werkregelingsschema's
5
materieelbezetting
6
tekeningafroepschema’s
7
onderaannemingsplanningen
8
Kan standopnamen maken en verwerken;
9
Kan tijdschema's bijhouden/aanpassen
10 Kan detailschema's maken en bijhouden
11 Kan voortgangsgegevens interpreteren;
12 Kan de inhoud van een terrein en transport plan aangeven;
13 Kan materieelplanning maken;
14 Kan planningen van onderaannemers 's in overall- planning verwerken.
3.6.
Project- en procesanalyse 3 dagdelen
Cursist weet hoe een project- en procesanalyse te maken.
– Kent verschillende analyse methodes;
– Weet welke omgevingsfactoren invloed hebben op calculaties.
– Kan van bestekken en bestektekeningen interpreteren;
– Kent relatie inschrijf- en werkbegroting;
– Kent relatie project- en bedrijfskosten;
− Kent projectadministratiesystemen;
− Deelnemer heeft inzicht in project beheeraspecten (GROTIK).
Cursist kan een plan van aanpak opstellen.
− Doel;
− Inhoud;
Correspondentie;
Archiveren;
Eindtermen
• Is in staat van een (deel) project een plan van aanpak te maken op basis van
werkopnames;
• Kan werkopname maken;
• Kan keuze van werkmethode onderbouwen;
• Is in staat de voor en nadelen aan te geven;
• Kan beheeraspecten verwerken in pva;
• Kan financiële gevolgen van beslissingen aangeven;
• Kan aanbestedingsdocumenten uitwerken in pva;
• op basis van begroting de projectorganisatie kunnen weergeven,
• Moet de plaats in de organisatie kunnen weergeven en de diverse functionarissen met hun taken kunnen benoemen,
• Moet de bedrijfsorganisatie kunnen weergeven,
• Moet de projectorganisatie kunnen weergeven.
7
3.7.
–
–
–
–
–
–
–
Sociale vaardigheden 6 dagdelen
Deelnemer heeft inzicht in hoe basis communicatieve vaardigheden in verschillende situaties toe te passen;
o Individuele gesprekken;
o Vergaderingen;
o Timemanagement
Deelnemer kan op basisniveau interventies plegen;
Deelnemer is in staat eigen situaties op gedragsniveau te analyseren en verbeter-punten aan te geven;
Deelnemer is in staat gedrag te benoemen en te sturen middels gespreksvaardigheden.
Deelnemer heeft inzicht in succesfactoren voor vergaderen;
Deelnemer heeft inzicht in karakters en rollen bij samenwerking;
Deelnemer heeft inzicht in technieken voor timemanagement en kan deze toepassen.
Eindtermen
• Deelnemer kan volgens STARR methodiek het geleerde toepassen op een eigen situatie.
3.8.
–
–
–
–
–
Inkoop 3 dagdelen
kennen van inkooptechnieken;
kunnen opzetten en bijhouden inkoopadministratie;
kennen van verschillende inkoopcontracten in de Infra-sector;
kunnen opstellen van inkoopcontracten;
kunnen vergelijken van offertes van onderaannemers
Eindtermen
•
het inkoopproces kunnen beschrijven;
o
verdeling van inkooptaken binnen Infra-bedrijven kunnen weergeven
o
de verschillende contractvormen kennen
8