20131218 over grens VKP artikel

BOUWEN OVER DE GRENS VKP
Welkom in België; alleen die regels…
Artjan van Kooten:
“Je spreekt elkaar
nooit aan met ‘je’ of
‘jij’.”Foto: Erald van
der Aa
“Ze zien ons in België graag komen.
We komen onze afspraken na en
dat vinden ze fantastisch. Als je
onbewust een fout maakt, wordt je
dat snel vergeven. En een bedrijf
met onze omvang van dertig fte
wordt in België al snel beschouwd
als een groot bedrijf. Al die dingen
maken het voor ons veel prettiger
om in België te werken.”
Van onze medewerker
Hans Smit
Kapelle - Artjan van Kooten (33)
van VKP uit het Zeeuwse Kapelle
haalt met zijn timmer- en
aannemingsbedrijf ruim 30
procent van de 3 miljoen euro
omzet uit België. Vooral uit
Vlaanderen, maar gaandeweg
zakken de Zeeuwen zuidelijker in
de richting van het Franstalige
Brussel en omstreken. Een
ontwikkeling die Van Kooten en
zijn mede-directeur en broer Niels
(28) tien jaar geleden niet hadden
zien aankomen.
In 2003 besloten de twee broers
onder het mom ‘waarom ook
niet?’ een woning te kopen en die
op te knappen. “Ik kwam uit de
accountancy en Niels heeft twee
rechterhanden en we zochten
samen een uitdaging. Het lukte
prima, maar we bleken slechte
verkopers want we wilden het
huis niet meer kwijt toen het
klaar was”, zegt Artjan nu. De
twee broers raakten verder in de
bouw verzeild als timmerlieden en
dan vooral als gevelbekleders.
Artjan: “Van gevels schoven we door
naar ruwbouwtimmerwerk en zo
verder naar prefab timmerwerken.
Nu maken we prefab delen in onze
eigen werkplaats en die worden
door ons zelf gemonteerd en
bekleed. Door alles in één hand te
houden, ontstaat een goede
afstemming tussen fabricage,
montage en afwerking. Dat is de
beste manier om problemen tijdens
de uitvoering voor te zijn. De kans
op fouten neemt zo sterk af en vaak
ontstaat een betere kwaliteit van het
werk. Uiteindelijk komt er zo voor
iedereen een betere projectprijs.”
Het kernwoord van VKP is ‘ontzorgen’. “Ja, dat klinkt misschien wat
vreemd, maar we gaan er echt voor
en we maken het ook waar. Het
begint bij de inkoopgesprekken
tussen bouwer en opdrachtgever.
Daar wordt helaas vaak alleen naar
de prijs gekeken zodat je niet samen
iets bouwt, maar al snel elkaars
vijanden dreigt te worden. De prijs
bepaalt dan de relatie. Wij kijken als
onderaannemer liever niet naar dat
ene werk, maar een goede relatie die
op termijn een win-winsituatie voor
alle betrokkenen oplevert. Wat wil
de bouwer realiseren voor zijn
opdrachtgever? En hoe kunnen wij
daar de meest voordelige invulling
aan geven zonder kwaliteit van het
werk te verliezen? Dat is in onze
ogen ontzorgen. Het is jammer dat
we onze specialistische kennis als
onderaannemer nog steeds zo
weinig in bouwteams mogen
inbrengen.”
Kwaliteit
In België gaat dat volgens Van
Kooten anders. “Daar is de architect
eindverantwoordelijk en dat praat
heel anders. Hij kijkt naar de
kwaliteit van het eindresultaat en
geeft je meer vrijheid in de technische uitvoering. Dan blijkt in de
praktijk dat we vaak goedkoper kunnen werken.”
Het Zeeuwse bedrijf rolde België
als vanzelf binnen. “We werden
gevraagd voor een project en
daarna wisten ze ons te vinden. In
België bestaan er veel ‘vaderzoon’-bedrijven en dan zijn wij als
middelgroot bedrijf al snel een
wat grotere speler. Onze kennis en
capaciteit worden er gewaardeerd. De situatie in de Belgische
bouw is vrij hiërarchisch: je
spreekt elkaar nooit aan met ‘je’ of
‘jij’ en je moet als directeur aan de
onderhandelingstafel verschijnen. Nou, dat doen we graag en
we zijn ook vaak op de bouwplaats
te vinden, omdat we feeling met
het werk willen houden. Dat
wordt gewaardeerd.”
Artjan merkt in de praktijk dat
het nakomen van afspraken – voor
ons Nederlanders redelijk
normaal – in België bijzonder
positief wordt ontvangen. “Daar
kicken ze heel erg op.” Over de
Belgische regelgeving zegt Van
Kooten: “Dat krijg ik nooit
helemaal onder de knie, vrees ik.
Ik deed en doe vreselijk mijn best,
lees alles twee, drie keer, haal
advies van binnen en buiten
België in huis en nog steeds word
ik geregeld verrast. Dan blijkt het
toch net weer anders gedaan te
moeten worden. Er is ook nergens
een echte vraagbaak om zulke
dingen uit te zoeken en we
moesten alles zelf ontdekken.
Eigenlijk doen we dat nog steeds.”