Communicatieve Vaardigheden 3S

Communicatieve
Vaardigheden 3S
Hogeschool van Amsterdam
Hbo-Verpleegkunde jaar 3
Naam: Lauri Linn Konter
Studentnr: 500642432
Groep: Lg13-3IKZ2
Docent: Laura te Hennepe
Studiedeel: COVA 3S
Totaal aantal woorden: 3226
Datum: 29-6-2014
Jaargang: 2013-2014
Inhoudsopgave
Inleiding..............................................................................................................................................3
Uitgangspunt ......................................................................................................................................4
Leerdoelen omrent het voorzitten van het MDO: .............................................................................4
Voorbereidingsopdracht......................................................................................................................5
Opdracht A: Multidisciplinair team op de afdeling ...........................................................................5
Opdracht B: Zwakke en sterke punten .............................................................................................9
Casuïstiek ......................................................................................................................................... 10
Onderdeel 2: Onderhandelen ........................................................................................................ 10
Onderdeel 3: Conflict hantering ..................................................................................................... 10
Onderdeel 5: Machtsverschillen..................................................................................................... 11
Reflectie verslag MDO voorzitten ...................................................................................................... 12
Bijlage .............................................................................................................................................. 14
Feedbackformulieren voorzitten MDO ........................................................................................... 14
Verantwoording praktijkopleider................................................................................................... 20
Agenda punten MDO op afdeling .................................................................................................. 21
2
Inleiding
In jaar 3 van de opleiding HBO-Verpleegkunde aan de hogeschool van Amsterdam maken de
studenten kennis met het voorzitten van een multidisciplinair overleg, het aangaan van conflicten en
de do’s en dont’s omtrent coaching vaardigheden in het vak Communicatieve Vaardigheden 3S(COVA
3S). Hierbij komen machtsverschillen en onderhandeltechnieken in beeld. De studenten leren
hiermee om te gaan doormiddel van casuïstiek, waarin gesprekstechnieken toegepast en
geëvalueerd kunnen worden.
De toets opdracht bestaat uit het voorzitten van een multidisciplinair overleg op de stage afdeling
waarbij minimaal 3 feedbackformulieren van verschillende disciplines verzameld worden. Hierover is
een uitgebreide evaluatie geschreven, waarin beschreven wordt hoe de opstelling er op stage uit
heeft gezien en hoe de rol van voorzitter volbracht werd. In de bijlage staat een opdracht als
voorbereiding voor de gehele COVA cursus. Ook is casuïstiek bijgevoegd, deze dienden als
voorbereiding voor de lessen.
3
Uitgangspunt
Gedurende mijn stages als verpleegkundige in opleiding heb ik nog nooit een vergadering hoeven
voorzitten en/of leiden. Vaak werden uitgebreide vergaderingen voorgezeten door artsen of
managers, hierbij hadden de gediplomeerde verpleegkundigen en verpleegkundigen in opleiding
weinig in te brengen. Wel heb ik buiten mijn stage vergaderingen moeten voorzitten. Zo was ik
voorzitter van de projectgroep op school , waarbij ik de agendapunten opstelde en de vergadering in
goede banen leidde. Echter was dit altijd alleen met mede studenten, waardoor eventuele
machtsverschillen niet echt voor kwamen. Ook durfde ik hier sneller een conflict aan te gaan, omdat
ik wist wie ik tegenover me had en hoeveel kennis we beide van een onderwerp hadden. Als
feedback kreeg ik hier dat de vergaderingen niet altijd even overzichtelijk waren en het leek alsof niet
iedereen evenveel inbreng had.
Tijdens het voorzitten van een casus in de lessen COVA kwam naar voren dat ik rustig blijf wanneer
mensen met elkaar in conflict gaan en kan bemiddelen tussen verschillende disciplines. Ook durf ik
deelnemers af te kappen. Echter is dit in een leersituatie met wederom alleen mede studenten. Ik
weet van mezelf dat ik in een overleg waarbij machtsverschillen aanwezig zijn, minder snel
deelnemers durf te onderbreken om een ander aan het woord te laten of een duidelijke
samenvatting te maken.
Leerdoelen omrent het voorzitten van het MDO:
-
Structuur bieden door agendapunten als leidraad te houden en deze niet uit het oog te
verliezen.
Collega’s en medestudenten durven afkappen bij irrelevantie.
Iedere aanwezige betrekken bij het overleg, ook wanneer het lijkt alsof deze in eerste
instantie geen mening heeft.
4
Voorbereidingsopdracht
Opdracht A: Multidisciplinair team op de afdeling
1. Waar loop je stage?
AMC, Traumatologie en Acute Chirurgische Unit
2. Met welk doel wordt op deze afdeling zorg verleend?
Patiënt klaar krijgen voor een andere afdeling(revalidatie, verzorging) of thuissituatie
3. Hoe is de organisatiestructuur?
5
4. Welke disciplines werken er op deze afdeling?
Verpleegkundige, Afdelingshulp, Afdelingssecretariaat, Gastvrouwen, Zorgassistent, Zaal
arts, Traumatoloog, Artsen van verschillende divisies, Fysiotherapeut, Psycholoog,
Maatschappelijk werk
5. Geef bij elke discipline aan: aantal medewerkers, aanwezigheid in uur per week en taken
en bevoegdheden.
Discipline
Aantal
Hoofdverpleegkundige
1
Management omtrent afdeling
Seniorverpleegkundigen
3
Praktijkopleiders
3
Verpleegkundig team (inclusief
afdelingshoofd,
seniorverpleegkundigen,
verpleegkundigen, duaalstudenten,
zorgassistenten, maatschappelijk
werkende, afdelingssecretariaat,
afdelingshulp en verschillende
gastvrouwen)
Verpleegkundigen
(MBO, HBO)
Studenten verpleegkunde
(Duaal, voltijd)
Afdelingshulp
24 fte
Verschillend
Personeel en arbeid
Praktijkopleiders
Management omtrent leerlingen en stagiaires
Aanwezig bij tussen- en eindevaluaties
Verschillend, zie details per discipline
32
Part-time
Full-time
Afdelingssecretariaat
2
Gastvrouwen
Wisselend
Zorg assistent (niveau 2)
1
Arts in opleiding (zaal arts)
1
Traumachirurgen
2
Coassistenten
2
Fysiotherapeut
1
1
Aanwezigheid
(uur/week)
Taken en bevoegdheden
Regelt distributie en ontvangst van goederen op de afdeling
Transport tussen afdeling en LAB
Alle werkzaamheden achter de balie
Patiënten helpen met eten
Kamers netjes maken
Spullen naar LAB brengen enz.
Ondersteund verpleegkundige in zorg voor patiënt
Per dienst gekoppeld aan 1 verpleegkundige welke eindverantwoordelijk is
Dagelijks medische zorg leveren
Medische zorg leveren
Eindverantwoordelijk
Afspraken maken
Onderzoeken aanvragen enz.
Patiënt ondersteunen in mobiliseren en revalideren
6. Welke formele overlegvormen zijn er op de afdeling en wie zijn daarbij aanwezig? Geef
per overlegvorm aan hoe vaak het overleg voorkomt en welk doel het heeft. Geef ook aan
welke taak de (HBO)verpleegkundige heeft binnen dit overleg.
Lerende bespreking (1x in 2 weken)
Doel: Als student tips ontvangen over een situatie die als moeilijk ervaren wordt. Studenten
worden onderverdeeld en worden sowieso 1 keer per maand besproken.
Aanwezig: student met werkbegeleiders en maximaal 5 collega’s.
Verpleegkundige: ondersteunt student in leerproces en geeft deze tips.
6
Dagevaluatie (op aanvraag van verpleegkundig team)
Doel: Evalueren hoe de dag is geweest en knelpunten bespreken.
Aanwezig: Elke verpleegkundige die de dag op de vloer is geweest.
Verpleegkundige: Actief evalueren en knelpunten aangeven.
Werkbespreking (wanneer punten aangegeven worden)
Doel: Aan de orde komen van zaken die belangrijk zijn voor de verpleging of de afdeling en
die op dat moment spelen. Dit wordt gedaan op aangeven van punten van verpleegkundigen.
Aanwezig: Verpleegkundig team inclusief stagiaires en studenten.
Verpleegkundige: Actief evalueren.
Vaste medewerkers overleg (2x per jaar)
Doel: Toelichten van beleid en uitstippelen voor de komende periode. Van alle vaste
Aanwezig: vaste medewerkers
Verpleegkundige: Actief evalueren
Dossierbespreking(op aanvraag van verpleegkundig team)
Doel: Casus van een patiënt bespreken in teamverband. Knelpunten benoemen en zoeken
naar oplossingen.
Aanwezig: Verpleegkundig team.
Verpleegkundige: Verpleegkundige gegevens overdragen en dillema’s aandragen.
Grote visite(elke maandag)
Doel: Een overleg- en leermoment voor zowel de verpleegkundigen als de arts- assistenten.
Aanwezig: Verpleegkundigen, Traumachirurgen, arts-assistenten, fysiotherapeut en de
maatschappelijk werkende aanwezig.
Verpleegkundige: Verpleegkundige gegevens overdragen
7. Wat is je indruk over hoe er in overlegvormen op de afdeling gecommuniceerd wordt?
Kort maar krachtig. Er wordt meteen overgegaan naar het doel van het overleg. Wat ik als
prettig ervaar is het relaxte karakter. Iedereen mag vragen stellen en stellingen aandragen.
8. Welke informele overlegmomenten zijn er?
Dag evaluaties omtrent studenten, korte mondelinge verpleegkundige overdrachten.
9. Hoe verloopt de besluitvorming op de afdeling?
Hoofdverpleegkundige beslist, nadat hij overleg heeft gepleegd met alle verpleegkundigen.
10. Wat is je indruk over de samenwerking op de afdeling?
Samenwerking lijkt heel goed te gaan. Er wordt veel onderling geholpen en bijgeschoten
wanneer het druk is. Er is een open sfeer waardoor vragen om hulp makkelijker is.
11. Kun je knelpunten aanwijzen in de samenwerking op de afdeling? Hoe ontstaan deze
knelpunten en wat zou de afdeling er aan kunnen doen?
12. Wat doet de afdeling er zelf aan om te bewaken dat de samenwerking goed verloopt?
Veel communiceren gedurende de dag. Meerdere malen vragen hoe iedereen ervoor staat.
Het aanwijzen van een ‘stip’ voor de dag, deze houdt de drukte op de afdeling en per
7
verpleegkundige in de gaten.
13. Woon een multidisciplinair overleg (MDO) bij.
Niet uitvoerbaar op mijn afdeling.
8
Opdracht B: Zwakke en sterke punten
1. Hoeveel weken duurt het meestal voordat je je thuis voelt in een nieuw team?
3 a 4 weken
2. Wat zijn voor jou de belangrijkste factoren die maken dat de samenwerking in een team
goed verloopt?
Open communicatie en gezien worden als een gelijke. Wanneer ik het idee heb dat ik
gerespecteerd wordt als stagiaire en ik de verpleegkundigen respecteer, durf ik makkelijker
vragen te stellen en wordt de communicatie toegankelijker.
3. Wat zijn jouw sterke kanten op het gebied van samenwerken?
Ik geef snel aan wat ik wel en wat ik niet kan. Ik zou nooit buiten mijn bekwaamheid
handelen, dus collega’s weten vaak wat ze aan me hebben. Ook zet ik snel mijn eigen taken
aan de kant, om zo anderen te helpen.
4. Wat zijn jouw minder sterke kanten op het gebied van samenwerken?
Door mijn eigen taken aan de kant te zetten, maak ik soms wel tijd voor anderen vrij, maar
denk ik niet aan mijn eigen leerproces. Ik vindt het over het algemeen moeilijk om hulp te
vragen, omdat ik vaak vindt dat ik iets alleen moet kunnen oplossen. Ook ben ik soms erg
chaotisch, waardoor het werk wat ik doe niet meer overzichtelijk is voor collega’s.
5. Hoe sterk ben je in het behartigen van de belangen van de patiënt, ten aanzien van collega
verpleegkundigen? En ten aanzien van artsen?
Wanneer een patiënt mij iets verteld over zijn belangen en een arts of verpleegkundige
verteld dat ik iets anders moet doen, ga ik eerst in overleg om ook de arts en
verpleegkundige op de hoogte te brengen van de belangen van de patiënt. Echter weet ik
over de medische belangen minder dan verpleegkundigen en artsen, dus als zij met
argumenten kunnen beredeneren waarom voor een bepaalde handeling wordt gekozen, zal
ik hier wel in meegaan, maar toch een compromis proberen te stellen zodat beide partijen
tevreden zijn.
6. Wat wil je leren op het gebied van:
-Voorzitten
Durven voorzitten van een vergadering/discussie, waar machtsverschillen spelen. Hierbij
iedereen durven aanspreken op zijn/haar gedrag.
-Onderhandelen
Tussen arts en verpleegkundigen kunnen onderhandelen over verschillende manieren van
behandelen of toenaderen van patiënten.
-Conflict hanteren
Een conflict durven aangaan en hierin niet mijn eigen normen en waarden opzij zetten.
-Omgaan met hiërarchie
-Verdedigen patiënten belang
-Coachen van collega’s
9
Casuïstiek
Ter voorbereiding van de lessen
Onderdeel 2: Onderhandelen
Casus
Dhr. Blok, 20 jaar, opgenomen met schotwond in buik met als gevolg schade aan colon, waarna een
ileus ontstaat. Door de ileus en hierbij aanhoudende misselijkheid is een hevel sonde ingebracht.
Verpleegkundige
Jij begint je dag dienst en krijgt overgedragen van de nachtdienst dat dhr. moeilijk instrueerbaar is,
zijn hevelsonde er al eens uitgetrokken heeft, maar blijft klagen over misselijkheid. Dhr. belt en jij
loopt naar hem toe. Je treft een kokhalzende jonge man aan, die alleen maar blijft herhalen dat zijn
hevelsonde eruit moet. Na primperan te hebben toegediend ga je in gesprek met dhr. Medisch
gezien heeft dhr. op basis van zijn ileus een hevelsonde nodig om zijn maag te ontlasten. Ook ben jij
van mening dat wanneer de primperan werkt, de misselijkheid dus wel vanuit zijn maag moet
komen.
Patiënt
Die irritante sonde in je keel, elke keer moet je kokhalzen van dat ding. Had je hem gisteren eindelijk
eruit getrokken, moest hij er met alle geweld weer in. Die mensen hier snappen echt niet waar jou
misselijkheid vandaan komt, gelukkig helpt dat stofje wat je via het infuus krijgt wel even. Toch ga je
eens even duidelijk vertellen aan de verpleegkundige dat het voor jou gezondheid en gesteldheid
veel beter zou zijn als die sonde eruit gaat.
Onderdeel 3: Conflict hantering
Casus
Tijdens mijn stage werd ik op het matje geroepen door de praktijkopleider van dien. Deze wilde met
mij graag mijn verzuimdagen op een rijtje zetten, zodat voor iedereen duidelijk zou zijn hoeveel
dagen stage ik in totaal zou lopen en of ik dagen zou moeten inhalen.
Verpleegkundige (ik)
Tijdens de dienst word je gevraagd voor een gesprek door de praktijkopleider. Je gaat met haar mee
waarna ze het gesprek kort inleid, hierdoor weet jij dat het om je verzuimdagen gaat. Zij weet je te
vertellen dat er al contact geweest is met school, zonder dat jij hierover bent ingelicht. Ook vertelt ze
dat je 10 verzuimdagen hebt staan, terwijl jij zeker weet dat je op 4 uitkomt. Ze lijkt totaal niet te
begrijpen hoe het programma werkt, waaruit de 10 verzuimdagen komen, maar blijft volhouden dat
het te veel is en dat het zeker weten klopt. Ook vertelt ze dat je moet gaan bedenken hoe je dit gaat
oplossen, aangezien je nog maar 5 weken hebt. Je vindt dit erg vervelend en voelt je niet begrepen.
Je probeert duidelijk te maken dat jij een ander idee hebt over het aantal verzuimdagen, maar daar
wordt verder niet op ingegaan. Uiteindelijk verlaat je het kantoor met een vervelend gevoel en heb je
niet het idee dat je wat bent opgeschoten met de 5 minuten die er voor het gesprek zijn gebruikt.
Was je het conflict maar wel aangegaan.
Praktijkopleider
Je komt erachter dat een student op de afdeling veel te veel verzuimdagen heeft staan, echter zegt
ze er zelf veel minder te hebben. Eigenlijk wil je graag op tijd naar huis, maar je hebt je collega
10
beloofd even te gaan zitten met deze student. Je vraagt haar te komen. Tijdens het gesprek maak je
haar zo snel mogelijk duidelijk dat er te veel verzuim dagen staan en dat het haar taak is een
passende oplossing te zoeken. Eigenlijk snap je niet zo goed hoe het rooster programma werkt en je
kan dus eigenlijk niet zo goed verantwoorden waar die 10 dagen vandaan komen. Je merkt dat de
student het niet met je eens is, maar je hebt geen zin en tijd om hierop in te gaan. Uiteindelijk sluit je
het gesprek af en vertel je de student dat er morgen weer even tijd is om ernaar te kijken samen met
een andere praktijkopleider.
Sterkte en zwakte op het gebied van bemiddelen:
Mijn sterke punten op het gebied van bemiddelen zijn vooral een oordeel kunnen zien vanuit
verschillende standpunten, op die manier weet ik me in te leven in de persoon die voor me zit en kan
ik zijn/haar redenatie begrijpen. Ook kan ik mijn mening op zo’n manier geven, dat dit niet
persoonlijk of kwetsend overkomt. Mijn zwakke punt is echter dat ik in een conflictsituatie vaak
vermijdend gedrag toon, vooral als ik het idee heb weinig te kunnen voortbrengen met een discussie.
Wanneer ik niet zeker genoeg ben van mijn zaak of het idee heb niet goed duidelijk te kunnen maken
waar ik vandaan kom, zal ik eerder stil blijven dan de confrontatie aangaan.
Leerdoel:
Wanneer zich een conflict voordoet, zal ik te allen tijde mijn mening en standpunt verdedigen. Vanuit
hier kan ik dan bemiddelen en werken naar een oplossing.
Onderdeel 5: Machtsverschillen
Kleineren/ intimideren
Op de afdeling waar ik nu stage loop is de hiërarchie tussen artsen en verpleegkundigen in geringe
mate aanwezig. Daardoor maak ik het weinig mee gekleineerd of geïntimideerd te worden. Echter
deed dit zich een keer voor in de artsen visite aan het begin van de ochtend. Ik had mijn patiënten
casussen goed voorbereid en wist precies wat ik moest vragen en vertellen. De artsen waren met
veel, twee traumachirurgen, een zaalarts en twee co assistenten. Er werden een paar vragen gesteld
jegens mij wat betreft mijn patiënt. Ik kon op alles antwoord geven, echter eenmaal bij de patiënt
aan bed vertelde deze een totaal ander verhaal dan wat hij een half uur daarvoor aan mij had
verteld. Hierdoor werd ik na de visite op het matje geroepen, want ik zou verkeerde informatie
verschaft hebben. Ik was erg verbaasd, heb mijn excuses aangeboden en ben verder gegaan met mijn
werkzaamheden.
Als ik hierop terug kijk had ik liever wat anders willen reageren tegenover de arts in kwestie.
Ik weet wat ik gehoord heb en weet van mezelf dat ik het niet anders geïnterpreteerd heb. De
volgende keer zou ik meer voor mezelf op willen komen en de arts laten weten dat de informatie die
ik overgedragen heb, daadwerkelijk zo aan mij verteld is.
11
Reflectie verslag MDO voorzitten
Op mijn stage afdeling was het niet mogelijk een MDO voor te zitten wegens het feit dat het MDO
altijd voor gezeten wordt door een arts of professor. Ook vindt het MDO enkel op maandag plaats,
terwijl ik maandag altijd les heb. Ik heb een verklaring van de praktijkopleider als bijlage toegevoegd.
Om toch aan mijn voorzittersrol te werken, heb ik samen met nog twee derde jaar hboverpleegkunde studenten, twee artsen in opleiding en een werkbegeleider een MDO nagespeeld op
de afdeling. Hier werden patiënten casussen besproken volgens de standaard MDO agenda, waarbij
ik de rol als voorzitter op mij nam. De agenda is als bijlage bijgevoegd. Het doel van het MDO op de
afdeling is duidelijkheid te scheppen omtrent het beleid bij de besproken patiënt. Er word altijd
gebruik gemaakt van dezelfde agenda, zodat er geen belangrijke punten vergeten worden. Tijdens
het MDO, wat geleidt wordt door artsen, zijn vaak meerdere disciplines betrokken om zo de patiënt
vanuit verschillende oogpunten te benaderen. De patiënten casus wordt vaak afgesloten met een
korte samenvatting over wat er gezegd is en wat nu het beleid zal zijn. Ook zal er in het
verpleegkundig dossier kort terug te lezen zijn wat er besproken is.
Mijn leerdoelen aan het begin van het voorzitten van een MDO waren:
- Collega’s en medestudenten durven afkappen bij irrelevantie.
- Structuur bieden door agendapunten als leidraad te houden en deze niet uit het oog te
verliezen
- Iedere aanwezige betrekken bij het overleg, ook wanneer het lijkt alsof deze in eerste
instantie geen mening heeft.
Gedurende het MDO ontstond een onderonsje tussen de twee artsen. De artsen waren erg veel
aan het woord, waardoor er geen aandacht was voor het verpleegkundig aspect van de besproken
patiënt. Vanuit de feedback van mijn werkbegeleider en de artsen zelf blijkt dat ik eerder had mogen
afkappen. Ik merkte dat ik het in deze situatie erg moeilijk vond de arts in kwestie aan te spreken op
haar gedrag en ruimte te maken voor de andere betrokken partijen. Ondanks het feit dat de artsen
hierdoor veel aan het woord waren heb ik daarna wel de verpleegkundigen uit kunnen vragen en hun
zegje kunnen laten doen. Voor mijn gevoel vindt ik het afkappen moeilijk, omdat er een
machtsverschil heerst en ik bang ben fouten te maken. Ik merk dat ik verbetering toon in dit leerdoel,
omdat ik, ondanks een machtsverschil, eerder durf af te kappen dan voor de lessen COVA. Toch zie ik
dit punt als leerdoel om mee te nemen naar volgend jaar en mijn jaren als verpleegkundige. Ik denk
hier ook tijdens de korte momenten met artsen en/of opleiders aandacht aan te kunnen besteden.
Het MDO heb ik ingeleid door het doel van de bijeenkomst te benoemen en de agendapunten
aan een ieder duidelijk te maken. Aan het begin kon ik volgens de agenda werken en ronden
afsluiten om met het volgende punt verder te gaan. Dit blijkt ook uit de verkregen feedback. Ik leidt
het MDO goed in volgens de standaard agenda en blijft deze structuur houden. Echter toen er een
klein conflict ontstond tussen de artsen was ik dit echter helemaal kwijt. Het gesprek kwam door het
onderonsje tussen de artsen op een dwaalspoor en ik had dit niet op tijd door, waardoor hier te lang
op door gegaan werd zonder dat dit relevant was voor de patiënten casus. Ook kon ik hierdoor de
ronde waarin we waren begonnen niet goed afronden. Nadat de artsen uitgepraat waren kon ik de
draad weer oppakken en dwong ik mezelf weer volgens de agenda te gaan werken. Ik merk aan
mezelf dat ik soms nogal chaotisch kan zijn in mijn hoofd, waardoor ik de agenda punten wel eens
door elkaar haal. Echter had ik dit keer niet het idee dat het door mijn chaos kwam, maar meer door
het feit dat ik irrelevantie niet adequaat heb (durven) afkappen. Mijn aandachtspunt blijft structuur
houden ondanks de chaos in mijn hoofd en daarbij irrelevantie afkappen wanneer er te veel geweken
wordt van de agenda.
Ik voelde me het grootste deel van het MDO op mijn gemak. Ik maakte oogcontact met alle
betrokkenen en verdeelde mijn aandacht. Ook in de feedback die ik gekregen hebt komt naar voren
dat ik goed mijn aandacht verdeeld heb. Door mijn open houding en het doorvragen voelde iedereen
12
zich begrepen en nodigde ik uit tot praten. Ook heb ik na elke ronde korte samenvattingen gegeven
en aan het einde van het MDO iedereen kunnen bedanken voor hun aanwezigheid.
13
Bijlage
Feedbackformulieren voorzitten MDO
14
15
16
17
18
19
Verantwoording praktijkopleider
20
Agenda punten MDO op afdeling
21