Sjaak Koenis - Yvonne Zonderop

Het algemeen belang Filosoof Sjaak Koenis
‘Democratie en boosheid horen bij elkaar’
De filosoof Sjaak Koenis denkt dat we ons op een breukvlak in
de politieke geschiedenis bevinden. Oude modellen zijn uitgewerkt,
nieuwe zijn nog in de maak. Onrust en irritatie zijn onvermijdelijk.
Daarom moeten we luisteren naar de populisten.
Sjaak Koenis
‘Mensen vinden wel
weer manieren om
het op te lossen’
DOOR YVONNE ZONDEROP BEELD CHRIS KEULEN
GEEN PROVINCIE waar de opmars van het
populisme zo duidelijk zichtbaar is als Limburg, de bakermat van Geert Wilders. Zijn pvv
won de Statenverkiezingen, en gaat – een primeur! – waarschijnlijk meebesturen. Filosoof
Sjaak Koenis kan het allemaal van nabij observeren. Zeventien jaar geleden verhuisde hij van
Groningen naar Maastricht om les te geven
aan de universiteit. De overstap is hem prima
bevallen. Hij stoort zich niet aan het populisme
aldaar, eerder aan de veelgehoorde veronderstelling dat Limburg nu eenmaal lijdt aan de
bevolkingskrimp en het vertrek van jongeren
naar de Randstad. Dat was altijd al zo, zegt
Koenis, en het verklaart de opkomst van het
populisme geenszins. Er zitten veel positieve
kanten aan het Limburgs bewustzijn, vindt hij,
zolang men maar niet gaat zwelgen in de goede
oude tijd van Limburgers-onder-elkaar want
immigranten hebben er altijd veel economische
groei gebracht.
Koenis denkt dat wij ons op een breukvlak
in de politieke geschiedenis bevinden Oude
modellen zijn uitgewerkt, nieuwe zijn nog in
de maak Ressentiment tiert welig, maar daar
zouden we ons niet zoveel zorgen over moeten
maken, want dat hoort nu eenmaal bij democratie. Onrust en irritatie zijn onvermijdelijk,
zegt Koenis, verwijzend naar Menno ter Braak.
Zolang we de waarde van een algemene publieke ruimte maar niet uit het oog verliezen. Dat
zou pas echt zorgelijk en gevaarlijk zijn.
Waarom zou je Menno ter Braak, een essayist uit de jaren dertig, raadplegen over de stand
van de democratie anno nu?
‘Politiek essayisten zijn bij uitstek de moeite
waard om te bestuderen. Ze geven vaak een
scherper beeld van een bepaalde politieke situatie dan wetenschappers of politici uit die tijd.
Dat was voor mij en mijn collega Jan de Roode een reden hun werk opnieuw te lezen. Ter
Braak, bijvoorbeeld, schreef heel nuchter over
wat democratie nu eigenlijk is. Hij was daar
tamelijk illusieloos over. Dat zag ik pas toen
ik me realiseerde hoe wij tegenwoordig over
democratie spreken, namelijk als iets goeds.
Democratie geldt tegenwoordig als het goede
leven. Het is een moreel oordeel geworden. Je
16 DE GROENE AMSTERDAMMER 07.04.11
kunt iemand verwijten: je bent niet democratisch en dan heb je je punt eigenlijk al gemaakt.
Ten tijde van Ter Braak was dat natuurlijk
een ander verhaal. Hij wijst erop dat democratie zogezegd een veel grotere bandbreedte
heeft; het kan allerlei kanten op slaan. Als je
democratie opvat als een politiek stelsel dat
zich onderscheidt van andere stelsels omdat het
volk veel te vertellen heeft, kun je bijvoorbeeld
verdedigen dat fascisme een onderdeel van de
democratie is geweest en dat het dus geen aberratie was. Dat is misschien erg omstreden, maar
toch.
Ik dacht: we hebben een blik nodig op de
democratie die de uitslag naar het volk beter
kan volgen. Ik verzet me tegen mensen die
populisten als niet-democratisch beschouwen.
Dat is onjuist, in veel opzichten zijn de populisten juist democratischer dan de elite, die ze
om heel eenzijdig winden te laten in het openbare debat zonder je te bekommeren om hoe
dat aankomt. Er zit nu een premie op, terwijl er
vroeger een rem op zat. Als je naar een politieke
vergadering ging en je begon te schelden, werd
je de zaal uitgezet.
Dus inderdaad; ik denk dat er een intrinsiek
verband is tussen democratie en ressentiment.
Dat is niet toevallig.’
Hoe ziet dat verband eruit?
‘Het is een combinatie van twee tendensen. Democratie is bedoeld om het volk aan de
macht te brengen. Dit betekent automatisch
dat je iedere vorm van hiërarchie kritisch zult
bezien. Er is geen enkele vanzelfsprekende
acceptatie van welke hiërarchie dan ook, want
iedereen is gelijk. Daarnaast geldt: als de oude
hiërarchie, die vaak nog stoelde op afkomst,
aan de kant wordt gezet, komt daarvoor een
‘Als politici niet meer de moeite nemen om uit te leggen
dat we wel degelijk systemen hebben die zwakkeren
tegemoet komen, dan wordt het een kale bedoening’
afwijzen. Dat is een inhoudelijke reden om de
populisten serieus te nemen.’
Zegt u: democratie en boosheid horen bij
elkaar?
‘Ik ben daarover gaan denken vanwege het
heersende ressentiment. De laatste jaren is het
volk inderdaad opvallend boos, maar ik vroeg
mij af: was dat vroeger nu zo veel anders? Ik
las politiek essayist Henk Hofland die in zijn
boek Tegels lichten over de naoorlogse jaren en
de jaren zestig schreef over het tv-programma
Beeldreligie en de boze reacties die dat opriep.
Dat was net zo goed een enorme scheldpartij.
Er waren zelfs mensen, zo schreef Hofland,
die hun uitwerpselen in een envelop deden en
opstuurden. Dat vond ik verbluffend. Ik dacht:
het zou me niet verbazen als de boosheid toen
helemaal niet zo veel minder was dan nu
Maar nu ligt het permanent op tafel, iedereen kan het zien. Dat is natuurlijk wel anders.
De moderne technologie maakt het mogelijk
kale, harde meritocratie in de plaats. De besten komen dan bovendrijven. Daar zien we
in Nederland duidelijk tekenen van. Dit leidt
onherroepelijk tot het probleem dat mensen die
onderop blijven steken geen verhaal meer hebben. Ze hebben geen perspectief
Vroeger konden gemeenschappen nog trots
putten uit het feit dat de meest talentvollen
onder hen omhoog konden. Dat straalde af op
de gehele gemeenschap. Ik heb dat zelf meegemaakt. Ik kwam uit een katholiek dorp. De
slimste jongetjes mochten naar het seminarie.
Dat gold niet voor iedereen. Maar er heerste wel
het idee dat de hele katholieke gemeenschap
baat had bij het succes van die jongens. Zonder
dergelijke verhalen blijf je helemaal alleen over.
Als je dan ziet dat je het niet redt, en je ziet dat
je kinderen lager terechtkomen dan jijzelf, dan
is dat een bittere pil.
Politici leggen ook niet meer uit dat er nog
een publieke ruimte is waarop je kunt terug-
vallen. Dat die misschien iets
minder is geworden, maar nog
niet verdwenen. Ik heb zojuist
het boek van oud-cda fractieleider Bert de Vries gelezen. Hij
wijst erop dat Balkenende steeds
maar tamboereerde op de eigen
verantwoordelijkheid van de
burger. Dat had misschien te
maken met de houdbaarheid
van de verzorgingsstaat. Maar
als politici niet meer de moeite
nemen om uit te leggen dat we
wel degelijk proberen te middelen, dat we wel degelijk systemen
hebben die de pijn verdelen en
die zwakkeren tegemoet komen,
dan wordt het een kale bedoening. Dan kan ik me voorstellen
dat mensen boos worden ’
IN DE MERITOCRATIE zit ook een
element van: eigen schuld, dikke
bult. Had je maar harder je best
moeten doen.
‘Dat werkt naar twee kanten.
Mensen die veel geld verdienen
denken nu dat ze dat succes aan
zichzelf te danken hebben. Dat
is net zo onzinnig. Maar goed,
mensen aan de top redden zich
wel. Ze worden in het publieke
debat zo nu en dan afgezeken, maar ach. Terwijl mensen
onderaan, die kunnen echt het
gevoel krijgen dat ze hebben gefaald.
Neem alle aandacht voor de kennissamenleving. Ook die heeft een opdrijvende werking.
Mensen met een eenvoudig beroep als timmerman of boer krijgen dan het gevoel dat ze er
niet meer toe doen. We moeten ervoor zorgen
dat mensen trots kunnen zijn op wat ze realiseren. Daar zijn vanzelfsprekend gradaties
in, de een heeft nu eenmaal meer in zijn mars
dan de ander. Maar het gaat om vormen van
waardering voor verdienste. Ik was geraakt
door wat Phillip Blond daarover zei (zie De
Groene Amsterdammer 48, 2010), namelijk dat
we behoefte hebben aan andere vormen van
respect.’
U zegt: democratie brengt automatisch ressentiment met zich mee, want zij verzet zich
tegen hiërarchie. Daarom leidt democratie uiteindelijk ook tot meritocratie.
‘De verbindende schakel in dat argument is
dat juist in een democratie verschillen niet meer
vanzelfsprekend zijn. Daarom gaan ze pijn
doen. In een ouderwetse standenmaatschappij
is er natuurlijk ook boosheid, maar dan hebben
mensen niet het idee dat ze eigenlijk het recht
hebben om hetzelfde te zijn als de mensen met
Geloven we nog
in het algemeen belang?
Is er nog een gezamenlijke noemer die
we kunnen bestempelen als het algemeen
belang? Of valt onze samenleving uiteen
in – veelal zelfverkozen – groepen die vooral
hun eigen belang behartigen? En wat
betekent dat voor politiek en bestuur?
Deze vragen staan centraal in een reeks
interviews in De Groene Amsterdammer.
Op het forum www.groene.nl/forum
discussiëren we hierover voort.
U bent uitgenodigd om mee te doen.
07.04.11 DE GROENE AMSTERDAMMER 17
geld en macht. Er zijn nu meer gelijke kansen
en minder belemmeringen, dan steekt dat verschil des te meer.
Meritocratie werkt goed zolang je er evidente ongelijkheden mee kunt bestrijden. Vroeger
raakten de talenten van allerlei kinderen verloren omdat ons hoger onderwijssysteem ze
domweg niet toeliet. De winst van hoger onderwijs voor velen is dat die kinderen nu wel zijn
meegekomen. Maar de emancipatie is nu uitgeput, het zegt niet zo veel meer. Die hele politieke beweging vanaf Abram Kuyper is aan een
einde gekomen. Dat maakt het extra lastig.’
Zo bezien luidt het populisme een nieuw tijdvak in?
‘In mijn boek Verlangen naar cultuur ga
ik in op de verschillende stijlen van politieke
bewegingen. De pvda hanteert de bureaucratische stijl, met een grote rol voor de overheid.
De liberalen hebben natuurlijk de markt en het
cda zit er een beetje tussenin. Ze doorlopen
allemaal een cyclus. Na de oorlog speelde de
overheid een briljante rol bij de opbouw van
de verzorgingsstaat. Toen dat niet meer goed
werkte, kwam de omslag naar de markt. Dat
was een nieuwe manier van problemen oplossen. Nu zie je de hype daartegen. Maar laten we
wel wezen, mensen die zich nu zo afzetten tegen
het marktdenken vergeten dat dit een reactie
was op de doorgeschoten rol van de overheid.
Iedere politieke stijl heeft zijn eigen publiek,
dat zijn de mensen die van die stijl het meest
profiteren. De pvda heeft enorm geprofiteerd
van de bureaucratische stijl, eenvoudigweg
door veel beslissende posities te bezetten. Neem
de volkshuisvesting, daar vervulden de sociaaldemocraten alle belangrijke functies. Dat was
hun belang. Alleen al daarom is het goed dat er
een andere stijl opkomt. Dat is een onherroepelijk gegeven.
Het zijn golven. Op een gegeven moment
zijn ze uitgeput. Wat eerst een succes was, toont
later zijn gebreken. Het populisme is een markering daarvan. De oude politieke stijlen zijn op
hun grenzen gestuit. Daarmee zijn ze nog niet
verdwenen; de overheid en de markt hebben
nog steeds hun waarde als oplossingsmethode.
Maar ze domineren niet meer. Iedereen zoekt
nu naar een mix, er is een speurtocht gaande
naar interessante tussenvormen, waarbij intermediaire organisaties een belangrijke rol spelen. Het populisme signaleert dit vooral.
Maar je kunt ook spreken van een breukvlak.
Als je ziet hoe er over de massa en over de elite
wordt gepraat – dat tref je volgens mij enkel
aan in bepaalde fases. Het signaleert een diepere crisis. De tegenstelling tussen boven- en
onderlaag krijgt sterke nadruk als het idee van
een publieke ruimte aan het zicht is onttrokken.
En dat is nu duidelijk het geval.’
We geloven niet meer in die publieke ruimte?
‘Kijk naar de rol van de instituties, die
is altijd essentieel geweest. Als je pensioen
betaalde, wist je, als individu: hier profiteer ik
ook van. Het pensioenfonds is in het algemeen
belang, het zorgt voor een zekere solidariteit,
maar het is ook in mijn eigen belang. Voor de
kinderbijslag en heel veel andere sociale regelingen gold hetzelfde; het was altijd een mengeling van algemeen belang en eigen belang en
we hoefden dat niet tegen elkaar uit te vechten.
Maar dat gevoel is verdwenen. Mensen geloven
het niet meer. Terwijl die publieke ruimte er
nog wel degelijk is. Het zou pas echt een ramp
zijn als die ruimte niet meer bestond.’
DAN KUN JE EERDER spreken van een crisis van
de instituties in het maatschappelijk middenveld dan van een crisis van de politiek?
‘Veel professionals zijn ontzettend onzeker
geworden. Het is bijna deerniswekkend hoe
moeilijk ze het hebben, bijvoorbeeld in het
onderwijs. Hoe ze proberen nog iets van
beroepstrots overeind te houden. Dat komt:
belang is dus verbonden met reële praktische
kwesties. Wat ik politici verwijt is dat ze dit niet
goed uitleggen. Ze praten of heel abstract of
ze vluchten in details. Maar het gaat om onze
publieke ruimte die het mogelijk maakt om
samen te leven, dat moeten ze uitdragen.’
Toch een verwijt aan de politici? Weten ze
niet meer waar ze voor staan?
‘Als je biografieën leest van grote politieke
leiders als Willem Drees zie je dat ze de grote
vraagstukken van hun ideologie direct koppelden aan de praktijk. Ze hadden een idee,
bijvoorbeeld solidariteit, en ze gaven dat tegelijkertijd vorm, bijvoorbeeld in het vakverbond
nvv. Mensen konden de link leggen. Ik weet
nog hoe mijn vader het begrip naastenliefde
heel praktisch kon vertalen. Hij was voorzitter
van de dorpsvereniging de Naastenliefde die
ondersteuning bood aan boeren en tuinders die
‘Het algemeen belang houdt op als mensen niet
meer de moeite willen doen om samen te leven.
Dat is in Nederland totaal niet aan de orde’
de grote trend van democratisering zet gewoon
door. Mensen praten mee, steeds vaker. De middelmannen en middelvrouwen die de managementsposities bij de instituties bezetten krijgen
daar de klappen van mee. Er is geen vanzelfsprekend gezag meer. Autoriteit brokkelt al een
jaar of vijftig gestaag af.’
Toch, zegt u, ligt het algemeen belang vooral
in dat middenveld?
‘Ik heb er lang over nagedacht. Willem
Witteveen zegt: het algemeen belang is een nuttige fictie. Maar dat ben ik niet met hem eens.
Dat we er met z’n allen naar zoeken, dat is het
algemeen belang. Het gaat om het gevecht om
het algemeen belang te formuleren.
Vroeger, ten tijde van de verzuiling, bepaalde de politieke elite wat het algemeen belang
was. Nu praat iedereen mee, dat is een enorme
kakofonie. Dat is misschien lastig voor de elite,
maar dat is geen teken dat het algemeen belang
niet meer bestaat, integendeel. Het algemeen
belang houdt op als mensen niet meer de moeite willen doen om samen te leven. Dat is bij
ons totaal niet aan de orde. We zijn ontzettend
geëngageerd, iedereen wil meepraten, dat geeft
een zekere wrijvingswarmte.
Bovendien, het algemeen belang refereert
aan reële vragen. Een vrouw die wordt gediscrimineerd komt op voor haar eigen belang als ze
daartegen in opstand komt. Maar het is tevens
in het algemeen belang dat mannen en vrouwen
gelijk zijn en dat zoiets is vastgelegd. Met haar
protest verwijst ze daarnaar. Of neem de pensioenen, die gaan over solidariteit. Als de ouderenpartij van Jan Nagel nu zegt: de pensioencrisis gaat ten koste van ons, komt ze niet enkel
op voor zichzelf, maar refereert ze ook aan een
algemeen belang van solidariteit. Het algemeen
even niet konden werken. Dat was niet abstract.
Nu is dat veel ingewikkelder geworden. De
ideologie en de instituties zijn vager geworden.
Dus wat ziet de burger? Enkel nog de politicus.
Die vervult de rol van vertegenwoordiger. Dan
kun je zeggen: de politiek is nu veel minder
machtig dan vroeger, maar politici komen nog
wel bij burgers binnen. Andere partijen hebben
misschien wel invloed, maar ze komen moeilijk
de dijk over.’
Veel denkers die ik heb geïnterviewd zeggen:
burgers moeten meer zelf gaan doen, dan kunnen ze de waarde van het algemeen belang weer
ervaren. En door ze persoonlijk aan te spreken,
geef je ze respect.
‘Ik denk dat dat wel klopt. Maar inderdaad,
oude vormen van het uitdelen van respect zijn
verkruimeld, en dus moeten daar nieuwe vormen voor in de plaats komen. We weten nog
niet precies hoe dat eruit zal zien. De nationale
context boet in, het lokale wordt belangrijker, dat lees je er duidelijk uit. Je ziet de regio
sterker worden en aan de andere kant ook het
Europese verband. Daar zie ik hier in Limburg
duidelijke tekenen van.
Ik ben ook niet somber. Het is mijn rotsvaste
overtuiging dat mensen
altijd zoeken naar maniezie www.groene.nl
ren om dingen samen te
voor Het algemeen belang
doen. De drang om die
gemeenschap te bouwen
is veel sterker dan de drang om alles alleen te
doen. Dus mensen vinden wel weer manieren
om het op te lossen.’
Sjaak Koenis, Het verlangen naar cultuur:
Nederland en het einde van het geloof in een
moderne politiek. Van Gennep, 296 blz., € 22,50
07.04.11 DE GROENE AMSTERDAMMER 19