20140824T0930-Welkomkerk-P150 - Protestantse Gemeente te

Morgendienst 24 Augustus 2014
Welkomkerk
Ds. J. Schep
Doopdienst voor Jorik ter Meer
Schriftlezing: Matteüs 10: 1-7, 16; 15: 21-28; 28: 16-20
Intro
Ik wil graag beginnen met een gedeelte van een brief, die ik een tijdje terug ergens las:
Beste Laila uit de buurt van Tyrus en Sidon,
Laatst las ik het verhaal van je ontmoeting met Jezus.
Wat moet je geschrokken zijn, toen Jezus jou en je volksgenoten vergeleek met "honden" (evt. de
hondjes):
"Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het
aan de honden te voeren...."
Zo herinnerde Hij jou er aan, dat je als heiden niet meetelt in de heilsgeschiedenis. Een "tweederangs
burger" voor de God van Israël.
Gelukkig wist je jezelf niet alleen te beheersen, maar de woorden van Jezus in hun tegendeel om te
keren. Ook honden eten immers mee in het huishouden, al is het van de kruimels.
Jood of geen Jood, je dochter was al jaren "door een demon gekweld" en Hij, die Joodse Rabbi, een
man van God, zou haar kunnen genezen! Waarom zou Hij dat dan niet doen? Het ging je duidelijk in
de eerste plaats om de genezing van je dochter.
Door je houding stelde je niet alleen aan Jezus, maar ook aan ons allemaal een belangrijke vraag: in
hoeverre delen buitenstaanders mee in de zegen van God?
Je wist Jezus als eerste te overtuigen. Hij erkende je gelijk, niet zozeer door zijn woorden, als wel
door wat Hij deed: je dochter was vanaf dat moment genezen.
Dat bewonder ik trouwens zo in Jezus. Hij de leermeester, is bereid om te luisteren - ook naar een
vreemde. En Hij schaamt zich niet om van gedachten te veranderen.
Beste Laila, uit de kuststreek van Libanon, bedankt voor je doorzettingsvermogen, voor de strijdbare
woorden, waarmee je het opnam voor je dochter en voor iedereen, die "er niet bij hoort". Bedankt voor
je moedige eigenwijsheid.
Ik bid dat Gods zegen steeds verder reiken zal.... om moeders te troosten, om de zwakken te
genezen en om de hoop levend te houden voor wie geen uitkomst ziet - binnen de kerk - en juist ook
daarbuiten.
de hartelijke groeten!
De vrijmoedigheid van deze vrouw is me bij gebleven en ná dat ik vorige week aan de kinderen
van de KND vertelde dat het die morgen er over ging dat iedereen bij Jezus mag horen, dacht ik:
dáár wil volgende week op terug komen.
De verhalen over Simson en Gaza zijn voor een andere keer.
Bij een doopvont vinden we het heel gewoon om te zeggen dat álle kinderen bij Jezus mogen
komen. Zo begonnen we de dienst: “Laat de kind’ren tot Mij komen!”
Dan kun je je bijna niet voorstellen dat Jezus ooit die vrouw uit het gebied ten Noorden van Israël
heeft weggestuurd of nog duidelijker gezegd: heeft genegeerd. Ze kwam niet naar Hem toe voor
zichzelf, maar voor haar dochter en die Liefde zou toch altijd gehonoreerd moeten worden.
Maar zo simpel ligt het blijkbaar niet.
Ik heb me afgevraagd waarom Matteüs dit gebeuren in zijn Evangelie heeft opgenomen. Je zou
denken: laat het maar weg, dan voorkom je dat er misschien een negatief beeld over Jezus naar
buiten zou komen.
Maar nee, het staat juist centraal in een omwenteling, die zich in het Evangelie aftekent. Nu ís het
geschreven ná Pasen en Pinksteren, dus de opening naar de heidenwereld heeft al plaats
gevonden, maar je vindt in het Evangelie toch ook terug hoe die opening is ontstaan.
Je zou kunnen zeggen: in de lijn van het Oude Testament is de Messias gekomen voor zijn eigen
volk. Om dát terug te brengen naar de God van Israël, om dáár genezing en heil te brengen.
Copyright Protestantse Gemeente te Zuidland - www.KerkenInZuidland.nl
1/3
Morgendienst 24 Augustus 2014
Welkomkerk
Ds. J. Schep
In de woorden van de Engel aan Jozef in z’n droom: “Geef Hem de naam Jezus, want Hij zal zijn
volk bevrijden van hun zonden” (Matt. 1: 21).
En als Jezus voor het eerst zijn leerlingen uitzendt, dan horen we: “sla niet de weg in naar de
heidenen, ga zelfs niet naar een Samaritaanse stad; ga liever op zoek naar de verloren schapen
van het volk van Israël”.
Hoe dat te rijmen is met de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw, is mij ook niet
helemaal duidelijk, maar ik denk dat Matteüs, die zijn Evangelie schreef voor een van oorsprong
Joods publiek, heel goed wil duidelijk maken dat Jezus niet over één nacht ijs is gegaan in zijn
keuze het goede nieuws ook naar de volken, de heidenen, de Gojim te brengen.
Daarom nog even terug naar deze ontmoeting buiten de grenzen van Israël, want voordat Jezus
vlak voor de Hemelvaart zijn leerlingen de opdracht geeft om alle volken tot zijn leerlingen te
maken door ze te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de Geest – we hoorden de
woorden ook al in het Doopformulier – voordat het dus zover was, is er iets ingrijpends gebeurd.
De ontmoeting met deze vrouw – en Matteüs gebruikt het wat negatief klinkende woord
“Kanaänitisch”, terwijl Marcus wat neutraler spreekt over Syro-Fenicisch – deze ontmoeting staat in
de rij van ontmoetingen in de Bijbel waarin een gewoon mens God op andere gedachten probeert
te brengen.
Zoals Abraham God aanspreekt als het gaat om Sodom: als er nu nog eens zoveel mensen U
trouw zijn, of zoveel, of zoveel.....
zoals Jacob in zijn gevecht bij de beek Jabbok tegen God zegt: ik laat U niet gaan, tenzij U mij
zegent,
zo is het hier deze vrouw, die eigenlijk ook zegt – tegen Jezus in dit geval – ik laat U niet gaan,
tenzij mijn dochter genezen wordt.
De liefde van een moeder voor haar kind wordt hier zichtbaar, zoals jullie vanmorgen als moeder
en vader hier gekomen zijn om Gods zegen, om Zijn aanraking in de doop, om het teken van Zijn
genade en vergeving voor je kind te vragen.
Dat is iets waar jullie thuis al om gevraagd hebben, dat is iets wat jullie op het geboortekaartje al
onder woorden hebben gebracht, maar wat jullie nu ook hardop hebben uitgesproken.
“Heer, kom ons te hulp als wij Jorik voor willen gaan in het
leven met U”.
We zullen het straks nog zingen: “Als Gij het zelf niet vast blijft houden...”(NLB 778). Alleen
wanneer God hem vast houdt, alleen wanneer God jou of mij vasthoudt, zal het goed komen in ons
leven”.
In het Evangelie is er een moeder, die vecht voor haar kind....
En Jezus is geraakt!! Want dit was niet gepland.
Ik geloof niet zo in beproevings-theorieën.
Nee, Jezus weet niet wat Hem overkomt
En ik moest daarbij denken aan de geschiedenis van Jona, waar we horen, na het berouw van
Ninevé:
En God bedacht zich, kwam terug op wat Hij gedreigd had hun aan te doen en deed het niet (geen
verwoesting - 3:20.
Hier is het: en Jezus bedacht zich en deed het wel!
Trouwens het boek van de profeet Jona wordt - naast Psalm 87 wel genoemd als één van de geschriften in het Oude Testament waarin geprobeerd wordt het naar
binnen gericht zijn van Israël te doorbreken. Een zendingsboekje dus.
Jezus spreekt voor het eerst de vrouw persoonlijk aan, nadat Hij eerst heeft gezwegen en later over
de hoofden van de leerlingen heen haar heeft aangesproken.
“Je hebt een groot geloof - wat je verlangt, zal ook gebeuren!”
En vanaf dat moment was haar dochter genezen.
Copyright Protestantse Gemeente te Zuidland - www.KerkenInZuidland.nl
2/3
Morgendienst 24 Augustus 2014
Welkomkerk
Ds. J. Schep
Wanneer heb je een groot geloof?
Wanneer is jouw eigen geloof groot genoeg?
Wanneer zou je dat geloof kunnen belijden,
of vanuit dat geloof een taak op je nemen?
Een groot geloof, een groot vertrouwen had deze vrouw in de goedheid van de Heer; en dát werd niet
beschaamd.
Grens-overschrijdend is toch de liefde van Christus.
En - zo las ik ergens: dát geloof is groot, dat blijft volhouden dat er bij Jezus brood is voor iedereen.
Een Kruimelgeloof is groot genoeg!
Tussen alle verhalen over brood – tussen de spijziging van de vijfduizend, met 12 manden vol over –
voor heel Israël – én de spijziging van de vier duizend, uitgelegd als uit alle windstreken, staat dit
Evangelieverhaal waar zélfs de kruimeltjes onder de tafel voldoende zijn om nieuwe kracht op te doen
en zó te vechten voor je kind.
Een groot geloof – wanneer je in beweging komt, richting Jezus;
een groot geloof – als je je niet laat afschrikken door een koude douche en soms menen kerkmensen
die te moeten uitdelen in Jezus’ naam ...;
een groot geloof als je de vindingrijkheid bezit om Jezus’ woorden toch op jezelf te betrekken!
een groot geloof als je Jezus tot drie maal toe aanroept als Heer en voor Hem knielt.
De deuren van het Evangelie zijn sindsdien opengegaan naar de volken en die laatste woorden van
het Matteüs-evangelie zijn daarvan het bewijs. (Paulus heeft daar later – over die verhouding nog veel
geschreven)
Ook wij allemaal zoals we hier samen zijn – klein en groot – mogen deze vrouw dankbaar zijn. Als
gelovigen uit de volken delen we in de zegen, die Jezus aan deze vrouw mee gaf.
Groot is je geloof – Hij zag dat geloof waar Hij het misschien niet verwacht had.
Zijn eigen leerlingen, zijn eigen Petrus bleek toch niet zo rotsvast in zijn geloof: “Kleingelovige,
waarom heb je getwijfeld?” – zo lezen we nog in het vorige hoofdstuk (14: 31).
Vanmorgen worden we allemaal aangesproken - doopouders, familie en vrienden, wij allemaal als
gemeente om jullie heen:
“Je mag er bij horen, bij die grote kring van Jezus, de Heer...
“Je mag altijd weer komen, wie je ook bent...
“Je mag delen in die grote liefde van Jezus – en die is nooit op
Kom in geloof en vertrouwen.
Spring over alle menselijke beperktheden heen.
Niemand kan ooit meer een hek om Gods liefde heen zetten.
Laten wij het dan ook delen – in onze woorden, door onze daden – met iedereen om ons heen.
Het doopwater dat spreekt van Gods genade en liefde, dat blijft stromen in het leven van ons
allemaal.
Met die belofte kunnen we – ook in de week die komt – getuige zijn van die laatste woorden van de
Heer: Ik ben met jullie, alle dagen!
Hij laat ons nooit alleen.
Amen.
Copyright Protestantse Gemeente te Zuidland - www.KerkenInZuidland.nl
3/3