Branding Tijdschrift voor Vrije Scholen Nijmegen

Voorjaar 2014
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
Inhoud
3Redactioneel
4Colofon
5
Vrijheid door houvast, door Harry Gubbels
6
Vormtekenen: een uitdagend vak! Erna de Good
7
Een goed boek lezen, een film kijken, gamen... door Hilmar Meijnen
9
Ritme en nregelmaat, Peter Josemans
10
Weerzien met mijn klas, Anne Vellinga
13
Iedere maand weer... Monique Coffeng
14
Het technieklandje: toepassingen van en in de natuur, Herman Beeren
17
De enquête: een bloemlezing, redactie Branding
18
Ritme en regelmaat, door Hennie de Gans-Wiggermans
21
De ziel, door Frans Schobbe
22
Temperamenten in de praktijk: de melancholicus, door Frans Schobbe
27
Notities van een groene vogel, Omgekeerde wereld, door Pjotr Timmerman
28
Lezing: uitgangspunten van het Vrijeschoolonderwijs, deel 2
door Frans Geurts
32
Enthousiasme en bevlogenheid, interview met Peter Teunissen,
door Leo Hofman
35
Ritme is de hartslag van het leven, Mirjam van Meurs
37
Even voorstellen: Paul Zuiker, voorzitter Stichting tot Steun,
Monique Coffeng
38
Oceanography & Meteorology, Erik Nieuwkoop
40
De regelmatige schoonheid van de niet-repeterende breuk,
Herman Beeren
42
Een ervaring met kunstzinnige therapie, Hypericon
Voorpagina door Kees
Hollander, 9de klas
De melancholicus, blz 22
Ik roep-toeter wel dat de
Branding mij bevalt,
maar wil er zelf niets
voor doen. Ik waardeer
de Branding en ben blij
dat jullie er energie en
creativiteit in steken.
Dank je wel.
ouder van kind(eren) op
KGC
Vormtekenen: een uitdagend vak
blz. 6
Iedere maand weer, blz. 13
Het technieklandje, blz 14
Redactioneel
Branding voorjaar 2014
Ritme & Regelmaat
…en Rust!, voegden twee oudere (ex)leerkrachten eraan toe in hun
verhalen. De drie R’s maken al meer dan een halve eeuw deel uit van
pedagogische inzichten die tot de dag vandaag niets aan belang hebben
ingeboet. Interessant te lezen hoe Peter, Hennie en Erna deze thematiek
vervlechten in hun bijdragen.
Van Dale: ritme (het; o; meervoud: ritmen, ritmes)
regelmatig afwisselende beweging (m.n. in de poëzie en de muziek); door
klemtoon, intonatie en tempo.
Deze redacteur heeft het zó geleerd (dankzij 100 keer uit het hoofd wegens
strafwerk) van H.J.M.F. Lodewick uit zijn boekje Literaire Kunst (1965, 35ste
druk): Ritme is de natuurlijke beweging van de zin, expressief gemaakt
door de wisselende intensiteit van het temporeel, het dynamisch en het
melodisch accent.
Hoe kernachtig!
Je kunt de definitie niet slechts toepassen op de poëzie, maar ook op
muziek, op de ontwikkeling van het kind, op alle facetten van het leven
eigenlijk. Zelden een mooiere omschrijving gezien!
Terug naar de ritmische golfslag van de Branding, terug naar de actualiteit.
We kunnen niet al te uitgebreid ingaan op de uitkomsten van het Grote
Lezersonderzoek. Vanwege ‘technische storingen’ bij het verzenden van
e-mails zijn de antwoorden helaas te laat bij ons binnengekomen om
betrouwbare conclusies te trekken. Een eerste blik op de resultaten is
bemoedigend wat betreft het voortbestaan van de Branding: ongeveer
driekwart van de inzenders geeft aan door te willen gaan met de
schoolkrant. We beperken ons tot een bloemlezing uit de vele reacties. Je
vindt ze verderop in deze Branding.
De redactie is in elk geval blij met alle feedback en zal alles in het werk
stellen om ze in te zetten bij het verhogen van de kwaliteit van de
schoolkrant.
Maar: het voortbestaan van de schoolkrant is zeker niet alleen afhankelijk
van wat de lezer wil. Het leunt zwaar op de medewerking van ouders.
Geen ouders, geen Branding, zo simpel is het. Die medewerking is
weliswaar vrijwillig, maar schept hoe dan ook verplichtingen en dus ook
verantwoordelijkheid.
En nu komt het: twee van die ouder-redactieleden gaan weg aan het einde
van dit schooljaar. Er moeten zich nu minstens twee vervangers aandienen
die het stokje overnemen. Want zo gaat het altijd, en zeker in het geval
van een schoolkrant: leerlingen worden ouder, gaan naar andere scholen,
vaders en moeders ‘groeien’ mee en verdwijnen zodoende uit het zicht.
Kortom: het is een natuurlijke – ritmische! - ontwikkeling van groei en
vervanging en daardoor van vernieuwing.
Neemt men het aantal ademhalingen in een minuut (18), dan is het
merkwaardige dat men een bepaald ritme verkrijgt in het aantal ademhalingen
per dag, voor 24 uren, en dat men in 24 uren evenveel ademhalingen maakt
(18 x 60 x 24 = 25.920), als men bij een normale levensduur aan dagen in een
mensenleven beleeft, als men ongeveer 72 jaar oud wordt (72 x 365 = 26.280).
En dat dit weer hetzelfde getal is als het getal van een zogenaamd platonisch
zonnejaar, het aantal jaren, waarin de zon schijnbaar de gehele dierenriem
doorloopt (12 x 2160 = 25.920).
Rudolf Steiner, Stuttgart 6 juli 1919
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
De zomerbranding
verschijnt op 1 juli
met het thema
Familie
De sluitingsdatum voor
kopij is 27 mei
Redactieadres:
[email protected]
Branding online, kijk op
www.branding-nijmegen.nl
Voor de zoveelste keer plaatst
de redactie een oproep. We
hebben het nageteld: zeker 27
keer in de 40-jarige historie
heeft de dienstdoende redactie
noodoproepen geplaatst in de trant
van:
Dit is de voorlaatste
Branding!
We zijn nu dus echt op zoek naar
nieuwe redacteuren!
Want wij, Herman en Carlien,
stoppen ermee. Kom op, meld
je aan. Het is hartstikke leuk! Je
leert er enorm veel van en het is
dé manier om als zelfbenoemde
buitenstaander te integreren in de
wereld van de vrijeschool en de
antroposofie.
Zeker, het kost tijd, maar je doet het
voor de school, voor de klas, voor je
kind. Voor jezelf dus.
En bedenk: je komt in een gespreid
bed. Er ligt een serieus en
uitgebreid lezersonderzoek, dat veel
uitdagingen biedt!
Wie durft de verbinding aan te
gaan?
Reacties naar
[email protected]
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 3
- Advertenties -
door Paul Beekers
“Kunstzinnig werken vanuit je hart”
Workshops creatief en bezinnend
schrijven, voor al wie zin heeft te
luisteren naar z’n eigen verhaal en te
ontdekken wat jou raakt en inspireert.
Ook creatieve begeleiding en therapie
En kunsteducatie-projecten, zoals:
schimmen-/ poppenkast maken/spelen
21 t/m 23 maart Schrijfweekend
LUISTEREN NAAR JE PEN
Cursussen/workshops Intuïtief
tekenen, schilderen, boetseren
25 maart en 22 april Schrijfcafé in café
de Hemel, Nijmegen
1 april Schrijfdag
SPELEN MET JE LEVEN
www. hartistiek. nl t.026-3790772
Voor informatie en
opgeven zie:
www.zininschrijven.nl
Colofon
De Branding is het tijdschrift van en voor Meander vrijesschool voor basisonderwijs en het Karel de Grote College,
Regionale School voor Voortgezet Onderwijs. Het verschijnt vier keer per jaar in elk seizoen en is een platform
voor ouders, leerkrachten en belangstellenden. We stellen uw bijdragen dan ook zeer op prijs. Dat kunnen teksten,
illustraties of thema’s zijn. Mail gerust als u hulp nodig heeft om uw gedachten te verwoorden. Redactieadres
Groesbeekseweg 146, 6524 DN Nijmegen, (024) 360 03 56 [email protected]
Redactie
Herman Beeren, Carlien de Witte,
Colet Falke, Sara Erdtsieck
(docente Meander), Jolien
Woortman (docente bovenbouw)
Verspreiding
Maud Peters
Lay Out
Colet Falke
Ontwerp Voorkant
Wisselend, door leerlingen
Illustraties/Fotografie
Diverse bronnen:
Google en zie vermelding
bij de foto’s
4 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
Advertenties
Colet Falke
[email protected]
Tarieven advertentie
hele pagina (16 x 23 cm) € 50,00
halve pagina (16 x 11 cm) € 25,00
1/4 pagina (8 x 11 cm)
€ 12,50
Tarieven zijn per nummer.
Factuur wordt 1 keer per jaar, in de
zomer verstuurd.
Kopiëren, rapen en nieten
ProPersona Nijmegen
AdministratiefWerk
Oplage
1000 stuks
Aan dit nummer werkten mee:
Harry Gubbels, Erna de Good, Hilmar
Meijnen, Peter Josemans, Anne
Vellinga, Monique Coffeng, Herman
Beeren, Hennie de Gans-Wiggermans,
Frans Schobbe, Pjotr Timmerman,
Frans Geurts, Leo Hofman, Mirjam
van Meurs, Monique Coffeng, Erik
Nieuwkoop, Hypericon
Winter 2013
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
Vrijheid door houvast
door Harry Gubbels. directeur Meander
Vaak verzorg ik rondleidingen aan mensen die geïnteresseerd zijn om hun kind
eventueel bij ons op school te plaatsen. Het aantal rondleidingen neemt enorm
toe. De eerste twee jaren dat ik dit verzorgde waren er ongeveer zeventig geïnteresseerden per jaar. De laatste drie jaren gaat het aantal ruim over de honderd!
Deze tendens is ook zichtbaar in de bezoekersaantallen van de open dag. Steeds
meer mensen weten onze school te vinden.
Soms - gelukkig niet meer zo vaak - merk ik bij een rondleiding op Meander, dat
de ouders denken dat het onderwijs ongestructureerd is. Deze inschatting maken
ze naar aanleiding van het woordje vrij. De verbazing is dan ook groot als we door
de school lopen en de kinderen in de klassen hard aan het werk zijn. De gasten zijn
dan positief verrast over de rust die er in school heerst!
Vrijheid, dat is mijn stellige overtuiging, kun je als mens alleen verkrijgen door
ritme, rust en regelmaat. Een kind heeft een liefdevolle structuur nodig om zich
te ontwikkelen tot een ‘vrij mens’. Het vrij-mens-zijn houdt in mijn optiek verband
met het kunnen aanspreken van je denkvermogen; goed in je vel zitten en iets willen in het leven. Interesse hebben in de wereld.
Directeur Harry Gubbels
06-48 16 48 56
[email protected]
Werktijden:
Maandag, dinsdag,
donderdag en vrijdag
op de Groesbeekseweg.
Woensdag op de
Prins Bernhardstraat
Afspraak: via de
administratie,
tel.: 024 360 03 56.
Bellen: Maandag tussen
08.30 – 16.00 uur,
dinsdag, donderdag en
vrijdag tussen 09.00 – 14.00
uur, woensdag tussen
08.30 – 15.00u
Kinderen zijn gebaat bij houvast in het leven. Een goed dagritme is van wezenlijk
belang. Maar ook een weekritme en een jaarritme is broodnodig. Iedere ouder
weet dat als het kind de ene avond om zeven uur naar bed gaat en de andere
avond om tien uur dat er dan iets met het kind gebeurt. Trouwens ook met de
ouder….
Op school hebben we een duidelijke lijn in het aanbieden van het ritme. Het jaarritme is terug te vinden in de jaarfeesten en de plek die de seizoenen innemen in
het onderwijs. Heel duidelijk is dat terug te vinden in de kleuterklassen. Het weekritme zit in de vaste opbouw van de dagen en de verhoudingen daartussen. Niet
voor niets wordt er op een vaste dag brood gebakken bij de kleuters!
Het dagritme zie je bijvoorbeeld in het periodeonderwijs, dat ook weer een
bepaalde structuur heeft. De afwisseling tussen de creatieve vakken en de oefenvakken heeft ook invloed op het houvast dat we de kinderen bieden.
Met het houvast dat we de kinderen bieden in hun dagelijkse verbinding met
school willen we een bodem leggen voor de zich ontwikkelende mens die in vrijheid als jong volwassene de maatschappij tot vorm kan gaan brengen.
Harry Gubbels
Directeur Meander Vrijeschool voor basisonderwijs
Thema voor het zomernummer van de Branding: Familie
Wie reken jij tot je familie en hoe ziet die eruit? Herken je
een familiekaraktertrek, een familiaire interesse, uiterlijke
gelijkenissen of motorische overeenkomsten? Met wie
voel je je verwant en met wie niet? Hebben jullie een
familiedag of –reünie of ontmoeten jullie elkaar alleen op
een bruiloft of begrafenis? En hoe ervaren kinderen hun
band met familieleden? Zijn er erfstukken die de familie
rond gaan of is de familie juist door bezit uiteen gevallen?
Koester je een familieportret of zijn er banden door
gesneden? Welke familietradities worden door jou in ere
gehouden? Familie: wie is de pater of mater familias, wie
de pias en wie het zwarte schaap? Er is koude familie
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
en warme, hoe treedt je tot een familie toe en wat
gebeurt er na een echtscheiding?
Wij zijn heel benieuwd wat familie bij jullie oproept
en teweeg brengt. We hopen dat jullie je gedachten
en ervaringen met ons willen delen door ze op
schrift te stellen voor de Branding die in de zomer zal
verschijnen.
Uiterste inleverdatum: dinsdag 27 mei
Verschijnt op: dinsdag 1 juli
Redactieadres: [email protected]
Website: www.branding-nijmegen.nl
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 5
Vormtekenen: een uitdagend vak!
door Erna de Grood, leerkracht klas 1 Meander
“Ik zie aan het eind van het schooljaar mijn kind thuiskomen met van die leuke vormtekeningen, leuk,
maar waarom neem je dat vak zo serieus”... zo kwam een moeder na een schooldag bij me.
Waarom we vormtekenen?
• het werkt versterkend op
de lichaamsgerichte zintuigen:
tastzin-levenszin-bewegingszin
en evenwichtszin
• het versterkt het etherIichaam
• en schept verbinding met de
levensstroom...
Een antwoord waar de meeste
ouders in eerste instantie niets mee
kunnen. Laten we eens naar de
opbouw van het leerplan kijken, dan
wordt het misschien duidelijker.
Vormen zijn om ons heen, de
natuur, behuizing, speelgoed etc.,
maar ook in ons worden organen
en onze fysieke gestalte gevormd.
Vormtekenen is dan ook niets
anders dan tekenen van vormen.
In de oudheid kon men in enkele
tekens een wereld aan gegevens
uitdrukken, daar waar wij bladzijden
vol moeten schrijven om onze
bedoelingen duidelijk te maken.
De mensen stonden nog zo dicht
bij de wereld die ze met zo’n beeld
tot uitdrukking wilden brengen, dat
die simpele vorm volstond. Lijnen
en vormen hadden een directe
verbinding met hun belevings- en
voorstellingswereld. Lettertekens
zoals hiërogliefen zijn hiervan een
voorbeeld (ons schrijfonderwijs
sluit hierop aan!). Lijnen en vormen
spreken dus een taal, die parallel liep
aan het ontwikkelingsniveau dat de
mensheid toen had. Kruisende lijnen
kwamen aanvankelijk niet voor,
lijnen liepen parallel of om elkaar
heen. Ingewikkelde spiralen zijn
uitdrukking van de weg naar binnen:
6 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
eindeloos doorgaan naar binnen of
naar buiten zonder dat lijnen elkaar
kruisen.
Op een later moment in de
ontwikkeling van de mensheid
treffen we wel opeens lijnen aan die
elkaar kruisen en dat is niet toevallig:
het laat op een simpele manier zien,
dat de mens zijn eigen spoor begint
te kruisen en tegenover zichzelf komt
te staan: er ontstaat zelfbewustzijn.
En zoals met veel vakken op de vrije
school laten we het kind ook deze
weg ervaren door de leerstof heen.
Wan neer een jong kind een krijtje
en papier krijgt gaat het krassen.
Vervolgens komt de fase van het
krabbelen, rondjes, kopvoeters,
huizen etc. Het drukt zijn eigen
ontwikkeling uit door gebruik te
maken van strepen/rechte lijnen en
ronde/gebogen lijnen die hij steeds
beter gaat beheersen.
Aan het eind van de kleuterschool
ontstaat er steeds meer vorm
vanuit een onbewuste stroom
Graag kleuren de kinderen met veel
verve de hoeken en randen van
hun tekening tot kleurig gevormde
gordijntjes.
Vanaf de eerste klas gaan we hier
bewust gebruik van maken. Op de
eerste schooldag mogen ze allemaal
een rechte en een gebogen lijn op
het schoolbord tekenen. De basis
van alle vormen die later ook nodig
is om de getallen en de letters uit te
vormen, maar ook de vormen om
hen heen.
De geometrische vormen gaan
de kinderen in de eerste klas al
hanteren. Maar ook: op grote
vellen papier, zo groot als hun tafel
, tekenen de kinderen een cirkel
‘zo groot en rond als de zon’, met
de tekenbeweging naar rechts en
later naar links, wat ervaar je daar
allemaal niet aan?
Stromende vormen, het valt niet
altijd mee om deze vormen binnen
het gevoel voor verhoudingen op
het papier te plaatsen. Daarom gaan
we vooraf de vorm eerst bewegen
om de uiterlijke vorm vanuit de
beweging om te zetten tot gestolde
beweging op papier.
Het kan als volgt gaan: met de hele
groep lopen we de vorm in de zaal
met de leerkracht en later zonder
leerkracht, dan wordt er met groot
gebaar in de lucht getekend, met de
voet over de grond, met de neus, in
de zandbak (elke leerkracht heeft
zo zijn eigen repertoire) tot het
moment van de grote uitdaging:
op het papier vanuit één beweging
binnen de goede vlakverdeling. De
melancholisch e kinderen aarzelen,
willen het liefst voorzichtig in een
hoekje met lichte druk de tekening
maken. De flegmaat blijft oefenen
en als het krijt over het papier
gaat wil het almaar doorgaan over
de vorm, tot er een harmonische
duidelijke vorm staat. De cholericus
heeft de vorm al met stevige druk
op het krijt en papier getekend vóór
de leerkracht is uitgesproken. Hij
schiet ook nogal eens van het papier
af door zijn daadkrachtig/trefzekere
handelen. De sanguinicus wil graag
met een vrolijke kleur de vorm met
korte lijntjes sierlijk plaatsen en
hoort de leerkracht zeggen : ‘vanuit
één beweging, als een lange draad’.
Het voorgaande laat al enigszins
zien dat de leerkracht veel kan
waarnemen aan een kind, hoe
zit het in zijn vel? Voor het
ondersteunen van een té eenzijdig
temperament heeft Rudolf Steiner
veel aanwijzingen voor specifieke
vormtekenoefeningen gegeven.
In de tweede klas gaan we
spiegelen en spiralen tekenen
in allerlei variaties. Nu moet het
kind gelateraliseerd zijn. Linkeren rechterhersenhelften kunnen
samenwerken, dit komt tot uiting
in het dominant rechts (of links)
schrijven, knippen etc. Spiegelende
vormen laten zien of dit is gebeurd
en onde steunen het proces.
In de derde klas: vormverandering/
metamorfoses, spiegelen in drieën,
vieren.
In de vierde klas: de vertellingen uit
de Noorse mythologie sluiten aan
bij de Keltische en Longobardische
vlechtmotieven. Dromend
stromende vormen tekenen is er
niet meer bij , wakkerheid! wordt
gevraagd bij het vlechten van de
lijnen die elkaar kruisen. Op de
eerste schooldag van de vierde klas
had ik een zeer ingewikkelde vorm
op het bord staan. De kinderen
keken er met ontzag naar, Toen ik
ze vertelde dat zij dat ook zouden
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
gaan tekenen, ging er groot protest
op: “véél te moeilijk!” Binnen vier
lessen zou het lukken beloofde ik
ze, als jullie allemaal héél goed
opletten. “Wie gaat de uitdaging
aan?” Aarzelend werden vingers
opgestoken. Eerst gingen we heel
eenvoudig een lemniscaat vlechten.
dat ging zo goed dat we het
vlechten konden uitbreiden.
Langzaam werd de vorm
opgebouwd. De vierde week werd
de vorm helemaal voltooid. de
laatste zwoegers werden door de
anderen nog wat geholpen met
‘over-onder-over-onder-overonder...’, want natuurlijk schoot
dat ene lijntje er toch nog wel
eens overheen terwijl het onder
de kruisende lijn door moest... We
hadden ons doel gehaald, de hele
klas was supertrots op elkaar toen
alles achter in de klas opgehangen
was en ieder het op zijn eigen wijze
had uitgevoerd.
In de vijfde klas gaan we nog
door met de vlechtmotieven
en tekenen we motieven uit de
geschiedenisperioden. Griekse
randen die op vazen en sieraden zijn
gevonden. Egyptische patronen uit
de versieringen uit de tempels etc.
ook een grote rol gespeeld bij
de afwerking van de vormen,
maar bij de meetkundige
figuren kunnen de kinderen alles
wat ze geleerd hebben vervolmaken
tot fraaie afbeeldingen in prachtige
kleurschakeringen.
Om terug te komen op het
antwoord van de beginvraag
is misschien nu wel duidelijk
geworden dat met al het oefenen
vanuit de grote beweging (lopen
in de zaal) naar het kleine
toe (precieze meetkunde) en
uiteindelijk op papier (kan ook in
klei) de kinderen een hele weg
door de vormenwereld lopen. Ze
oefenen en beleven er intens veel
aan:
• Bij het tekenen van de vormen
kun je het ‘midden’ steeds sterk
ervaren, boven en onder, links en
rechts: de tast- en bewegingszin
wordt aangesproken.
• Zoeken naar de juiste
verhouding; de evenwichtszin. En
overal moet je wilskracht inzetten
om de vorm te doorgronden en
moedig op papier te plaatsen om
tot eindresultaat te komen.
• Het ritme: in de stromende
vormen als levensstroom, de
levenszin, werd het etherlichaam
aangesproken.
Een serieus vak dus!
In de zesde klas komt het op
precisie aan. Van vormtekenen
uit de hand gaan we nu over naar
meetkundige figuren. Liniaal, passer
en potlood worden gebruikt. De
kinderen vinden het heerlijk om
nu alles ‘kloppend’ te krijgen. Het
kunstzinnige aspect heeft alle jaren
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 7
8 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
Column
Ritme en Regelmaat
door Peter Josemans
Hoe leuk…, deze twee woorden als titel boven een stukje
over ritme en regelmaat!
Als klein kind begin je het na enige tijd te beseffen:
dingen komen terug, gaan zich in de tijd herhalen, er
wordt nagedacht over de inrichting van het leven. En jij
bent daaraan onderhevig.
Het principe van deze twee ‘R’-woorden (aangevuld
met de derde van Rust) werd –zo ik me kan herinnerenvaak ook graag als moraliserend opvoedkundig principe
gedeclameerd. Op tijd naar bed dus!
De spannende dingen in het leven echter, leken zich
buiten dit geroemde principe af te spelen. En ik moet
nu ook even denken aan onze jongste zoon, die - als
student- een uiterst spannend leven leidt zonder dat de
drie R’en ook maar in de verste verte te bespeuren zijn.
Maar dat was in de kindertijd ook zo: ritme en regelmaat
waren saai!
Mijn moeder waste op maandag. Met behulp van een
open elektrisch aangedreven waskuip, koken, spoelen
en mangelen. Met houten tangen en dampende
pannen op het fornuis. Dat duurde de gehele ochtend.
Ik stond dan buiten, bij het putje waar het waswater
in verdween te kijken en te genieten van de warmte.
Ach, ik ga niet alle dingen opnoemen, het poetsen
van het koperwerk, de schoenen, het dweilen en
zwabberen, het vouwen en strijken…, alles in tamelijk
vaste regelmaat.
Wie er allemaal op gezette tijden door de straat of
aan de deur kwamen? We kenden ze allemaal, hun
paarden, karren ,wagens…, hun stemmen en bellen:
de groenteboer, de melkboer, de bakker, de eierboer
(met kaas), de voddenman, de visboer, de borstels- en
garenman, de kolenboer, de petroleumboer en soms
ook de orgelman.
Als kind van vier heb ik –voor mijn eigen gevoel tamelijk
bewust- een handjevol taxusbessen gegeten. Van
een bekende struik op de hoek van de straat, tevens
de eindgrens van mijn leefgebied: ‘Niet de hoek om!’
Gevolg was dat ik ernstig ziek werd en op een andere
manier bijna het hoekje omging. Na een duistere
periode van uitzweren, was ik er tenslotte overheen,
maar was ik dusdanig verzwakt dat een periode
thuisblijven (van de kleuterschool) volgde om weer aan
te sterken. En toen, in de eenzaamheid van het bestaan
die ik samen met mijn moeder meemaakte, heb ik de
weldadigheid van de drie R’en leren waarderen.
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 9
Column
Weerzien met mijn klas
door Anne Vellinga
Het is tasten in het donker naar het juiste huisnummer van het etentje.
In de bocht zien we een vuur oplaaien in een achtertuin en horen dat
onweerstaanbare feestgemurmel dat we op de toneelschool moesten zien te
bereiken met ‘rabarberrabarber’ en ‘appelmoesappelmoes’. Ik gloei voor ik
er ben.
Het tuinpad knerst, de voordeur zwaait open, een klein jongetje en een
vlotte atleet met eendagsbaard en zwarte bril staan in het licht. Het kleintje
herken ik vaag, de grote duidelijk niet.
‘Anne! Je bent er!’
De atleet blijkt gevoelige antennes te hebben.
‘Ik heb bij juffie Zuidema in de klas gezeten. Ik ben de-man-van en dit is ons
zoontje.’
Laat de-man-van nou het charismatische jongetje zijn dat we met het
complete docententeam menigmaal besproken hebben vanwege onbesuisd
gedrag. Dat vindt hij een leuk verhaal. Lachend loodst hij ons door de gang
langs een eetkamer met gedekte tafels als in een restaurant, de keuken door
waar een kokkin in alle pannen tegelijk roert en dan de koude buitenlucht
weer in.
Over hobbelgras bereiken we het kampvuur waar grote mensen genoeglijk
met elkaar staan te klinken. Zo’n moment dat de laatste zich een vreemde
eend in de bijt en een kat in een vreemd pakhuis voelt.
Kat en eend krijgen geen kans.
‘Anne!’ Tienstemmig enthousiasme waar geen Herman van Veen met zijn
baby tegenop kan.
Mijn hart spat uit elkaar, ik ben terug in de tijd dat zij mijn grootste liefde
waren, kinderen van 6,7,8,9,10,11,12. Zes jaar waren ze mijn kinderen. Nu
zijn ze zowat middelbaar, dat is niet waar, want wat ben ik dan zelf? En wie is
wie?
Ik ben blij met het kampvuur als brandpunt van ontmoeting, zo hebben we
allemaal tijd nodig om te zien wie schuilt in het schaduwspel van levend
vuur. Het is goed dat een mens een stem heeft, die verandert nauwelijks.
Ik hoor Marieke, Koen, Esther, Joyce, Hannelore, Stephan, Hans Rochus,
Onno, Lukas, Natascha, Judy, Marije en er zijn er nog meer… en dan die
beroepen! Die zaten er toen al in: schooldirectrice, verzekeringsman,
huisarts, ICT-er, acteur, cameraman, filmer, danser, fysiotherapeut, nog een
arts, nog een cameraman, nog een acteur, maar die is er niet – is dit een
film?
Uit de keuken klinkt een roep, we mogen naar binnen! Geruislozer en sneller
dan weleer nemen we plaats aan een van de gedekte tafels. Ons gastpaar
vertelt met soepele gebaren dat er drie gangen zijn en dat we na elke gang
met ons bestek van plaats moeten wisselen.
We beginnen met een amuse waarvan niemand weet hoe die de mond in
moet, een groot uitgevallen blauwe pruim of tomaat waar van alles in en
om zit. Dan blijkt dat we in het bos hutten gebouwd hebben, toneelstukken
hebben verzonnen, circus hebben gespeeld, liedjes gezongen zo vals als de
nacht en zo helder als glas, we kennen elkaar van haver tot gort, ieder neemt
tot zich op eigen manier, in brokjes, likjes, hap… heerlijk! Wat een kokkin!
Verhalen komen los, verbaasd en weemoedig, verheugd enthousiast. Hoe de
school begon in het bos en groeide van gebouw naar groter gebouw tot heel
10 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
Anne was, met juf Jaant Loos,
de eerste leerkracht aan onze
school, van 1974 tot 1981. Ze
schrijft al tien jaar columns
voor het Noordhollands
Dagblad. Daarnaast heeft
ze een eigen weblog (www.
annevellinga.nl) en schrijft ze
gedichten, korte verhalen en
romans.
Blog: www.annevellinga.nl
Recent is haar debuutroman
‘Sophie – Genius Loci’
verschenen.
Nijmegen erop zat. Het gaat verder
dan anekdotes. Er is aanwezigheid
in elke herinnering, geen vlakke
praatjes, geen praten over, dit is een
beleving waar ik kippenvel van krijg,
ons samenzijn blaast zelfs de doden
leven in…
Het wisselen van plaats is nog niet
zo simpel. Aan de volgende tafel
zitten we met dezelfde groep.
Lachend husselen we ons door
elkaar tot iedereen anders zit.
Behalve mijn man. Jawel, die is
mee. Hij zit geworteld met steeds
andere persoonlijkheden om zich
heen en amuseert zich opperbest.
We zouden om half negen terug
naar Hoorn voor de verjaardag van
buurman, het is twee uur voor we
thuis zijn.
Het hoofdgerecht wordt opgediend
in drie tazjines, vis, vlees en
vegetarisch, daarbij saladeschotels
als schilderijen. Het kan niet op.
Aan onze tafel komt het gesprek
op meisje/vrouw die er vanavond
niet bij is. Met een typerend
voorval wordt ze herinnerd, de
keer dat zij op 1 april voor juf
speelde achterin de klas, iedereen
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
achterstevoren op de stoel. Stilte
valt. We missen haar. Begrijpen
haar. Woordloos. En dan gebeurt
het wonderbaarlijke. In de schaal
van aandacht wordt geput uit eigen
ervaringen waarin het leven naar
binnengericht was om uitdagingen
het hoofd te bieden. Het leven is
niet zo gladjes als het soms lijkt
aan de buitenkant. Ik smelt van de
openheid, luistervaardigheid en het
vertrouwen. Dit zijn de kinderen die
voor altijd in mijn hart zitten, dit
zijn de mensen die elkaar voorgoed
in hun hart dragen.
Mijn hart waaiert almaar wijder
open.
Tijd voor de volgende wissel.
Het toetje komt vlammend binnen,
ijs met vuurwerk.
Nu zit ik naast een man met
ogen die niets ontgaan, de ogen
van het jongetje dat zo broos en
transparant was dat hij wekelijks in
een warm bad met honing moest
om steviger te worden.
‘Ik heb je boek bijna uit.’
Hij kijkt me aan als een wijze vader
zijn dochter die net bevallen is. Mijn
hart bonst.
‘Ik lees niet vaak romans en ik
moest er even inkomen, maar ik
ging door omdat jij mijn juffie was.
Ineens zat ik er helemaal in en ik
vind het prachtig, zo mooi en echt
ongelooflijk knap hoe de geest van
het ene hoofdstuk naar het andere
overgaat, heel mooi geschreven.
Ik leer er ook nog van, de enigma’s
van Herakleitos…’
Mijn hart zet wereldomvattend
uit. Ik houd van iedereen die ooit
heeft bestaan en zal bestaan.
Het is tijd om te gaan. Het
gastpaar begeleidt ons naar de
deur met een uitsmijter.
‘Nog wat leuks Anne. Ons zoontje
was toch zo benieuwd naar de
juffie van mama. Hij stond bij
de deur om haar niet te missen.
Toen iedereen binnen was, kwam
hij teleurgesteld naar me toe ‘ik
dacht dat jouw juffie kwam!’. Ik
wees naar jou. ‘Die??? Maar die is
even oud als iedereen!”
Ik vouw mijn hart naar binnen en
tel mijn zegeningen.
Anne Vellinga
www.annevellinga.nl
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 11
12 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
Liefdewerk Oud Papier
Iedere maand weer....
door Monique Coffeng (moeder van Okke en Puck)
Ritme en regelmaat (het thema van deze Branding) klinken
wat star en strak. En tja, er zijn van die onopvallende dingen
die iedere maand weer terugkomen. Maar dat hoeft zeker
niet vervelend te zijn.
Elke maand wordt er namelijk door een aantal ouders
heel wat kilo’s oud papier verstouwd. En die stille werkers
leveren daarmee een flinke financiële boost waar de school
leuke dingen mee kan doen. Wist u dat bijvoorbeeld de
boerderijschool voor de 3e- en 4e-klassers helemaal door
oud papier geld wordt bekostigd?
Zo zijn er meerdere initiatieven die worden ondersteund.
In Nijmegen heeft de gemeente de inzameling van
oud papier uitbesteed aan vrijwilligersorganisaties.
Sportverenigingen, muziekverenigingen, scholen etc.
kunnen zo extra bijverdiensten genereren. De DAR (het
Nijmeegse vuil- en afvalverwerkingsbedrijf) zorgt voor de
vrachtauto’s en de chauffeurs, de verenigingen leveren
de mensen die achter de vrachtauto’s lopen en het papier
inzamelen dat langs de straten staat. Onze Vrije School
Meander is één van die vrijwilligersorganisaties.
Met een flinke ploeg (± een poule van 25 ouders) halen
wij in twee wijken in Nijmegen maandelijks oud papier
op. Die wijken zijn: de Archipelbuurt (de wijk achter onze
schoollocatie op de Groesbeekseweg) en een deel van de
Wezenhof. Er is voor iedere wijk één vaste ophaaldag in
de maand. Elke maand gaat het ophalen door: ook in de
zomervakanties (en ook tijdens de Vierdaagse) en in de
Kerstvakanties. Heel regelmatig dus...
Onze school heeft veel profijt van deze inzameling. De
opbrengst van de inzameling gaat naar de Stichting tot
Steun van de Vrije School Meander. De opbrengst is ± 550
euro per maand voor de twee wijken (± 2,3 cent per kilo).
Dat is ± 7.000 euro per jaar. Niet alleen de opbrengst is
leuk, er zijn ouders die de ophaalavond zelf ook als prettig
ervaren. Een sociale ontmoeting met andere schoolouders,
het gezamenlijk werken aan een doel, een sportieve
activiteit. Kortom, voor ieder is er wel wat uit te halen.
Als coördinator van de Archipelbuurt besluit ik ook eens
een avond mee te lopen. Al een aantal jaar coördineer ik de
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
‘mannen’ en een enkele vrouw (en vooral mijn eigen
man die als vliegende keep iedere maand meedraait)
en bestook ik ze met e-mails en sms’jes (“ben je op
tijd”, “kun je wel komen”, “kun je invallen”, etc.).
Maar echt meegelopen heb ik zelf nog nooit.
Om strak 18.00 uur staan Arnoud en ik voor de
schooldeur. DAR-chauffeurs en andere ophaalouders
begroeten, fluorescerende hesjes aan, rekken en
strekken, even een fotootje maken, en als iedereen
er is: daar gaan we! Vol enthousiasme hang ik aan de
kar, met z’n tweeën staan we op het plateautje, op
naar de eerste bulk papier.
Ja, en dan is het gewoon lopen, bukken, door de
knieën, dozen pakken en met een stevige armzwaai
het papier de wagenbak in kieperen. De DAR
chauffeur houdt ons met z’n achteruitkijk-camera
goed in de gaten en zodra hij ziet dat de bulk papier
weg is, trekt hij op naar de volgende stapel. We lopen
met z’n drieën achter de wagen en soms botsen we,
in onze focus op papier/wagen, tegen elkaar aan.
Toch lopen we snel weer verder en na een kwartiertje
hebben we ons ritme gevonden. En dan gaat het
eindeloos door met lopen, bukken, door de knieën,
dozen pakken en met een stevige armzwaai het
papier de wagenbak in kieperen...
Na ruim twee uur is de klus geklaard en met zware
benen op de fiets (dit zie ik maar als aftrainen) naar
huis.
Volgende maand weer...
Er zijn ALTIJD en dus heel REGELMATIG nieuwe
ouders nodig ter aanvulling op de poules. Heb je
interesse om een bijdrage te leveren? Meld je aan bij
Frank van Groenendaal, oudpapiercoördinator
024 354 05 96.
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 13
Kinderen in de natuur
Het technieklandje: toepassingen van en in de natuur
door Herman Beeren
De (vijfde) klas van Peter Josemans gaat elke twee weken met de fiets naar de Ooijpolder om daar in het
natuurontwikkelingsgebied ’t Zwanebroekje zich bezig te houden met allerlei opdrachten, variërend van
hoe maak ik een regenmeter tot het bouwen van een schuilhut met behulp van wilgentakken.
De plek is ’t Technieklandje gaan heten en is een initiatief van Pjotr Timmerman en consorten. Pjotr
kennen we al van allerlei andere groene initiatieven op de vrijeschool
We willen Pjotr in de volgende Branding aan de tand voelen over dit mooie project. Vooruitlopend op dit
voornemen is hier een kennismaking met het gebied…
’t Zwanenbroekje is een particulier initiatief, omstreeks
1992 gestart, waarbij landbouwgronden worden
omgevormd naar natuur. Bij de inrichting van het gebied
wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke variatie
passend bij het landschap, zodat zoveel mogelijk planten
en dieren zich hier thuis voelen. Het gebied is een
onderdeel van de ecologische verbindingszone door
de Ooijpolder tussen de stuwwal bij Nijmegen en de
uiterwaarden langs de rivier de Waal. ’t Zwanenbroekje
werkt samen met het IVN, vereniging voor natuur en
milieu-educatie van het Rijk van Nijmegen.
Bij elkaar een lengte van ongeveer 1200 meter. In de
Ooijpolder waren vroeger veel meer heggen. Door de
introductie van het prikkeldraad, de rationalisatie van
de landbouw en ruilverkavelingen zijn veel heggen
verdwenen. Aanleg van heggen draagt bij aan de door
’t Zwanenbroekje nagestreefde biodiversiteit en aan de
aantrekkelijkheid van het landschap. Delen van de heg
zullen gevlochten worden als veekering.
Natuurwaarden
Zeer schoon water uit de bronnen op de stuwwal, dat
voorheen in het riool verdween, stroomt via een duiker
Ecologische verbindingszone: ‘t Zwanenonder de weg naar het gebied en door een moeraszone
broekje als stapsteen
naar het Meertje. Er zijn vistrappen aangelegd zodat
De ligging van ’t Zwanenbroekje tussen de verkeersweg
trekvissen vanaf de Waal de bovenloop van de beken
en het Meertje is strategisch. Beide vormen een geduchte kunnen bereiken. Er zijn poelen en waterpartijen
barrière voor dieren die zich willen verplaatsen van de
gegraven voor amfibieën en andere waterbewoners. De
stuwwal naar de polder of omgekeerd. Er zijn technische oever langs het Meertje is zodanig ingericht dat vogels
voorzieningen getroffen om de doortocht mogelijk te
en vissen er makkelijk kunnen schuilen, nesten maken
maken, zoals tunnels voor kleine zoogdieren, zoals de
of paaien. Er is een griend en er zijn hagen geplant van
Das en natuurvriendelijke oevers. De aanwezigheid van
inheems materiaal, waarin vlinders, andere insecten
’t Zwanenbroekje als leefgebied en stapsteen maakt het
en vogels voedsel en schuilplaatsen vinden. Kleinere
dieren aantrekkelijk hiervan gebruik te maken.
zoogdieren vinden hier dekking bij hun omzwervingen
en overwintering. Er zijn takkenrillen gelegd en er is een
Uitbreiding van ’t Zwanenbroekje
broeihoop opgeworpen om ringslangen te lokken en
Sinds december 2008 is het Natuurontwikkelingsproject ’t in het terrein te krijgen. Libellen maken gebruik van de
Zwanenbroekje uitgebreid met een rietmoeras langs het
poelen en sloten om hun eitjes af te zetten. Grenzend
Meer en met natte graslanden aan de oostzijde van de
aan de natte, soortenrijke graslanden is een groot
beek, naast het wandelpad naar het voetgangerspontje
rietmoeras aangelegd ten behoeve van de Roerdomp en
over ‘t Meertje . Het gaat om het herstel van de vroegere de grote Karekiet.
situatie. Het is de bedoeling langs de west-, zuid- en
oostrand van de nieuwe graslanden een heg te planten.
Doelgroep
Wandelaars en natuurliefhebbers kunnen het
natuurgebied in ogenschouw nemen vanaf het
openbare wandelpad dat dwars door ’t Zwanenbroekje
naar het pontje loopt. Ook vanaf de witte
voetgangersbrug bij de havo, de Landbouwweg, de
Dijkgraaf van Wijckweg en de Persingensestraat is
het gebied goed zichtbaar. Met name het wat hoger
gelegen rivierduin bij het kerkje van Persingen, gelegen
aan de noordoever van ‘t Meertje biedt een fraai
uitzicht op de plassen met vogels en de achterliggende
graslanden van ‘t Zwanenbroekje.
14 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
Financiën
‘t Zwanenbroekje is een particulier initiatief, zonder
winstoogmerk. Het heeft geen eigen inkomsten.
Het beheerwerk wordt verricht door vrijwilligers
uit de gemeenten Ubbergen en Nijmegen en leden
van de werkgroep Praktisch
Natuurbeheer van het IVN- Rijk
van Nijmegen.
Onder begeleiding wordt het
gebied bezocht door groepen
belangstellenden. De educatieve
doelstelling wordt met name
gediend door het werk dat
leerlingen van scholen uit de
gemeente en uit Nijmegen
verrichten (basisscholen,
maatschappelijke stages).
Waar ligt het?
Het terrein ligt tussen de rijksweg N325 lopend van
Nijmegen via Beek naar de grens met Duitsland en
het afwateringskanaal Het Meer, ook wel ’t Meertje
genoemd. De rijksweg loopt aan de voet van de
stuwwal Nijmegen – Kleef. Het gebied is gelegen in de
Amersfoortse coördinaten X-190400 –190600/ Y-427800
–428100. Het terrein, ongeveer 27,3 hectare groot,
bestaat uit een aantal aaneen gesloten weilanden.
Door het terrein lopen twee beken die water vanuit de
zuidelijk gelegen stuwwal naar Het Meer afvoeren.
Het gehele natuurgebied is ‘t Zwanenbroekje genoemd
naar het eerste weiland dat in 1992 werd verworven.
Echter van oudsher worden de verschillende weiland
in de Ooijpolder met
veldnamen aangeduid. Deze
namen zijn in de gehele
Ooij aan de toegangshekken
van de weiden te zien.
Zo is na de eerste weide
het gebied geleidelijk
uitgebreid met een aantal
weiden met elk een eigen
naam. Vanuit het meest
westelijke deel komen we
in oostelijke richting gaand
dan de volgende weilanden
tegen: Geerhoekje,
Zwanenbroekje waardoor de westelijke beek stroomt,
Haverkamp, Eerste Hoge Wei, Tweede Hoge Wei,
Achterse Aarland en Grote Kopsekamp. Dan stuiten
we op de oostelijke beek en het wandelpad door het
terrein naar het voetgangerspontje over Het Meer.
Oostelijk hiervan liggen de terreinen Voorste Aarland
met Eerste en Tweede Langkamp, daarnaast liggen de
meest oostelijke terreinen te weten de 5e, 4e , 3e en 2e
Spraeheuvel. Alleen de 5e Spraeheuvel behoort tot het
natuurontwikkelingsproject.
Geomorfologie
Een groot deel van het terrein is weiland. Een deel ervan
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
wordt begraasd door vijf tot zeven exemplaren van het
runderras Rode Geuzen. Een ander deel van het terrein
wordt begraasd door schapen.
Het gebied is een rivierkomgrondgebied. Grote delen
ervan staan in herfst en winter onder 5 tot 10 cm water.
In het gebied bevinden zich een
aantal verschillende landschapselementen. Dit zijn:
• moerassen met geleidelijk
aflopende oevers en rietstroken
Deze moerassen zijn in december
2008 gegraven. Zij liggen tegen
het Meer aan in het noordelijke
deel van de terreinen ten oosten
van de Haverkamp. Een deel van
het materiaal van de afgraving is
gebruikt om enkele verhogingen
van 1,5 - 2 meter hoogten aan te
leggen.
• weilanden: vooral in het midden en de zuidelijke
delen van de terreinen
• sloten en laagten. Een aantal noord-zuid lopende
sloten zijn verbreed, waardoor een natuurvriendelijke
oever is ontstaan met een moerasvegetatie. Daarnaast
lopen een aantal sloten oost-west door de terreinen. Van
oudsher vormden deze sloten in de meeste gevallen de
afscheiding tussen de verschillende weilanden waaruit
gehele gebied is gevormd.
• poelen. Gelegen in de terreinen Geerhoekje,
Zwanenbroekje en Haverkamp. Deze zijn in 1995
gegraven. Eén van de poelen in het weiland ’t
Zwanenbroekje is in november 2009 aangelegd speciaal
voor educatieve doeleinden; de oever ervan is in
november 2010 opnieuw geëgaliseerd.
•
verhogingen van 1,5 tot 2
meter hoog van verschillende grootten,
te weten 2 bij 2 meter tot ongeveer
50 bij 5 meter . Het materiaal is
afkomstig van de uitgegraven poelen
en moerassen.
•
drie takkenrillen, twee noordzuid en één oost-west georiënteerd.
Deze zijn geleidelijk gevormd uit het
snoeihout van de struwelen en bomen
van het gebied.
In het terrein zijn naast de
weidegebieden de volgende vegetatietypen te vinden:
• moeras- en oevervegetaties: in de noordelijke
gebieden nabij Het Meer
• rietvelden: vooral in de noordelijke gebieden nabij
Het Meer en langs de sloten;
• struwelen. Een struweel in het zuidelijke deel vooral
bestaande uit meidoorns en wilgen. Twee noord-zuid
lopende struwelen onder andere bestaande uit twee
tot drie meter hoge meidoorns, rode kornoeljes en
sleedoorns.
• een haag, ongeveer 1 meter hoog van in elkaar
gevlochten meidoorns en verschillende solitair staande
bomen hoger dan 4 meter..
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 15
- Advertenties -
16 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
De enquête: een bloemlezing…
door redactie Branding
Voor het eerst in haar geschiedenis heeft de redactie van
de Branding in samenwerking met de beide schoolbesturen
een lezersonderzoek gehouden. We hadden het ook een
tevredenheidsonderzoek kunnen noemen, maar daarmee zou het
een te passief karakter krijgen. De Branding wil geen krant zijn die
verkocht wordt aan een lezerspubliek, dat eenzijdig consumeert
wat het blad voorschotelt. Het blad is een krant van, door en voor
iedereen die het vrijeschool-onderwijs een warm hart toedraagt.
We mogen ons gelukkig prijzen met de relatief hoge respons (rond de 400),
maar eigenlijk meer nog met de vele opmerkingen, suggesties, originele
en andere bevlogen reacties, die zonder uitzondering veel betrokkenheid
verraden bij het wel en wee van de vrijeschool in het algemeen en die
van de schoolkrant in het bijzonder. Of ze nou lovend, positief, kritisch of
in enkele gevallen ronduit negatief waren, die reacties, ze waren steeds
opbouwend.
71% vindt dat de Branding moet blijven. Daar zegt de helft van dat het in
een vorm moet zijn ze aan blijft spreken.
Het is aan de redactie om uit die stortvloed aan antwoorden een nieuwe
koers uit te zettten. Waarheen drijven de golven van de Branding in een
tijd waarin de samenleving in een steeds rapper tempo verandert, zichzelf
vernieuwt, maar tegelijk steeds meer onderhevig is aan spirituele verarming.
We zijn natuurlijk maar gewoon een schoolkrant en we hoeven geen
hoogdravende vergezichten te schilderen. De Branding wil wel een baken
zijn in een woelige zee, met een eigen identiteit, middenin de tijd van nu.
ik b
e
Bra n verh
e
ndi
ng ugd da
keer
de l
t de
m
a
schr eer o
ver atste tw
i
j
f
t
d
. Vo
soor
ee
t
n e an
them new-a d het troposo
t
g
scho a’s) en e blad eveel ee fie
n
(
ol a
v
o
fsta nd h ook do
o
e
a
t
n
v
;
oud
er v r de
an d
er v
a
Mea
e
nde n kind
r
(ere
n) o
p
vragen
filosofische
rubriek met
r
stellen bv pe
aan kinderen
klas.
) op
ind(eren
ouder van k
Meander
meer o
pe
ouders n ervaringe
n van
/leerli
n
teveel
propag gen. Het is
an
kritisc
he not da. Ik lees
en..
geen
leerlin
g op K
GC
Ik zou het fijn vinden als
ouders meer uitgenodigd en
aangemoedigd worden om hun
mening te geven over dingen
We komen er zeker nog op terug.
ouder van kind(eren) op
De volledige uitslag staat binnenkort online op www.branding-nijmegen.nl
Meander
ft, is
a
k
i
a
ng, sa d van het
itstrali
u
saaie u ant de inho sant.
w
es
r
e
e
e
td
jamm lf is wel int r
wel da maar
r
e
e
t
z
e
o
-t
t,
boekje
Ik roep g mij beval oen. Ik
op KGC
halen.
n
d
i
r
d
o
ek ver eur en
(eren)
n
o
e
d
t
v
n
s
i
s
n
Bra
t
e
k
e
b
m
i
e
an
Ik lees
direct
zelf n
ng en
n boez
ouder v
de Bra
wil er r de Brandi e en
n eige ke leven van dilemma
i
d
n
n
i
g
a
e
g
d
e
evoel d
h
.
erkelij
en van
waard ullie er ener Dank je
at alle ing al erg l
t het w ng , het del roeiprocessen ver
j
i
i
a
.
s
s
t
n
u
.
n
a
a
e
g
M
l
d
k
e
j
e
i
e
i
e
n
j
o
t
g
n
n
d
s
e
i
bli
h
i
s
e
k
k
t
l
n
e
g
l
i
i
e
b
nder
er vo
het
ik heb
aran
arin
iteit
schoo
ere erv t een transp ituaties
niet m en zijn bijn orbij gekom
creativ
d
n
a
eer
av
en
va
s en
.q. s
tstaa
wel.
GC m n de opvoedi zo de behoef an school af
oor on van zaken c ken hebben
K
d
p
r
o
e
i
)
n
t
H
e
e
a
eer in
g
et
eren
de ma . Ik zou de aan verdiep n
e gang aal mee te m geven in h
g
kind(
i
t
n
s
a
a
a
a
B
i
l
l
v
n
t
n
l
e
g
randi
een bi
schap
g
ouder
e allem
kunn
ijwilli
antrop nnen schoo pij willen zi ng wat
waar w loot zouden spelen en vr jke
l. Ik m
en en
osofie
b
eli
rt
ni
en
is
je je al
en ons n open kaa eden. Mens eb
s (sym maatschap de link tus et
a
h
h
v
k
t
j
r
i
a
e
l
sen
pij
pa
hedend
cw
eite
kad
n de f ent ouder et hool, wat
aagse thiserend) , hoe verhou
a
v
n
e
c
antrop
dt
maats
dit mi
sc
del
os
van do
ch
jn
je met
een
ouders persoonlijk appij? Maar oof t.o. de
erhalen ool, wat doe je , wat voor ool,
v
e zoek
h
m
en kin
r
c
o
s
sch
isschie
o
toc
met de
d
je met
chool v at mis je op aan
s
e
d
Brand eren daar ge ht en hebben n is
t
je
n
veel ou
i
e
beteke heeft ze ??? W en wat mis
ders v ng, ik weet n last van. andere
l
l
e
i
an jon
z
Succe
hebben
functi je anders w etc
s
gere k eker dat er
.
u
er
o
t
z
s
nog
indere
o
t
o
a
w
n hier
het r
n
i
n
veel aa
ouder
vakke
GC
n
van k
n) op K
e
r
ind(er
e
(
d
en) op
n kin
KGC
der va
u
o
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 17
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
Ingezonden stuk
Ritme en regelmaat
door Hennie de Gans-Wiggermans
Lang geleden volgde ik de opleiding voor kleuterleidsters.
Tegenwoordig wordt dat studeren genoemd, in die tijd volgde je een
opleiding. What’s in a name? Het was een gedegen opleiding waar ik
nog steeds de vruchten van pluk. Van wat ik heb onthouden is er één
heel belangrijk: dat zijn de drie R’s van de Engelse pedagoge Margaret
Ribble. Zij schreef in 1949 het boek ‘De rechten van de zuigeling’.
Daarin stonden deze drie R’s voor de belangrijkste zaken bij de
verzorging van jonge kinderen. Rust, reinheid en regelmaat. Ritme kan
hier aan toegevoegd worden, maar zit eigenlijk al in regelmaat. Hoewel
deze begrippen nu vaak in een ander jasje worden gegoten, zijn ze nog
steeds heel belangrijk.
In de peuter- en kleutergroepen van de Vrije school worden ze nog altijd
gehanteerd. Alles in het leven is ritmische beweging. Alles herhaalt zich in een
vast patroon met bepaalde rustmomenten, overgangen en pauzes. Deze pauzes
zijn er niet voor niets, maar maken de overgang van de ene naar de andere
beweging mogelijk en bereiden die voor. Tijdens die rustpauzes gebeurt er
iets. Voorbeelden van ritmes zijn: de ademhaling, het kloppen van het hart, de
golfslag van de zee, de seizoenen en de jaarfeesten. Natuurlijk zijn er nog veel
meer voorbeelden van een ritmisch verloop. Hoe ritmischer ons leven verloopt,
des te harmonischer en evenwichtiger we ons voelen. Voor de ontwikkeling van
kinderen is een geregeld leven van het allergrootste belang. De regelmaat in de
dagindeling kunnen rust geven in een groep, maar ook in jezelf.
Het fysieke lichaam
Zoals eerder gezegd bestaat het hele leven uit ritmes. Ons fysieke lichaam is
een ritmisch systeem. Als daar iets in verstoord wordt, worden we ziek. In deze
tijd wordt door alle technische hoogstandjes vaak gedacht dat men alles zelf
kan besturen. Maar toch worden we elke keer weer ingehaald door natuurlijke
factoren. Nog steeds kan men niets doen aan het weer, dag of nacht en de
behoefte van de mens om te slapen. Eigenlijk zonde van de tijd die nachtrust.
Sommigen zeggen aan een paar uur slaap genoeg te hebben, maar storten na
een aantal jaren in. En moeten vervolgens heel lang uitrusten om weer gezond
te worden. Dit is vaak één van de redenen waarom mensen tegenwoordig
geconfronteerd worden met de meest uiteenlopende ziektes. We denken dat
alles rationeel is op te lossen, maar ons fysiek lichaam roept ons een halt toe
als ons ‘ik’, ‘astraal-’ en ‘etherlichaam’ opgebruikt zijn. Om het dan weer in orde
te krijgen en op het goede spoor te krijgen, vergt heel veel tijd en therapie.
Dat is niet altijd meer mogelijk. Kleine kinderen hebben al deze voorgenoemde
omhullingen nog niet. Bij de geboorte van kinderen is fysiek alles aanwezig,
er komt niets meer bij (zoals bijvoorbeeld een hand, oog of nier). Het moet
alleen nog uitgroeien. Het etherlichaam of zoals het ook wel genoemd wordt
het levens- of gewoontelichaam moet nu gevormd worden. Dit gebeurt in
de eerste zeven jaar. Alles wat een kind in deze jaren ziet, doet en meemaakt
vormt dit etherlichaam. Het leven bestaat uit vele ritmes, de vorming van dit
ether- of levenslichaam is daarom gebaat bij ritme. Dit kan in het dagelijks leven
ervaren worden. Alles wat je in een bepaald ritme doet kost minder energie.
We kennen een jaar-, maand-, week- en dagritme. Kinderen zijn nog druk bezig
hun fysiek lichaam op te bouwen. Maar ook zij worden al geconfronteerd met
de hectiek van de samenleving. Zij hebben die drie R’s nog veel meer nodig, dan
de volwassenen. Tijdens welke vakantie dan ook, zijn kinderen uit hun gewone
doen. Wij proberen dan leuke dingen met hen te doen en zijn teleurgesteld als de
kinderen hier niet altijd enthousiast over zijn.
18 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
Hennie was in de tachtiger en
negentiger jaren kleuterleidster
aan de Nijmeegse vrijeschool.
Zij heeft in die tijd in de Branding
veel artikelen geschreven over
haar ervaringen met de peuters
en de kleuters, waarin ze altijd
op levendige en betrokken wijze
de verhalen wist te koppelen aan
haar pedagogische inzichten.
Tegenwoordig schrijft Hennie
boeken met kinderliedjes, versjes
en verhalen, gericht op de
praktijk van kinderdagverblijf en
het kleuteronderwijs en levert ze
opnieuw geregeld bijdragen aan
de Branding.
Boeken:
De opvoeding van het kind Rudolf Steiner
Mag ik ook? - Hennie de GansWiggermans
Website - www.henniedegans.nl
Door ritme worden we
wakker
In de zomer doen we de dingen
anders dan in de winter. Alhoewel
met de centrale verwarming echte
winter- en zomerkleding soms door
elkaar worden gehaald is het nog
altijd fijn om zomers zonder jas te
mogen lopen. Kinderen willen dit al
als ze zien dat op een winterdag de
zon schijnt. Wij zijn er dan om hen
gereserveerd voor de zondag.
Welk kind heeft tegenwoordig
Eigenlijk willen ze gewoon wat ze
nog zondagse kleren? Ook de
altijd doen. Daar voelen ze zich
kachel ging rond die periode uit
veilig bij. Natuurlijk kan dat niet
en verdween naar de schuur.
altijd, maar proberen zo dicht
Kinderen leefden wat dichter bij
mogelijk bij het ritme van de dag
de natuur en maakten mee dat de
te komen helpt hen en ook de
tuin weer in bloei kwam en keken
opvoeders om een harmonisch
uit naar de tijd dat de aardbeien
geheel te krijgen.
rijp waren. In de
Dit kan al beginnen
Kinderen willen eigenlijk gewoon doen wat ze altijd kinderopvang,
in de weekenden.
de peuter- en
doen. Daar voelen ze zich veilig bij. Dat kan niet
Uitslapen is iets
altijd, maar proberen zo dicht mogelijk bij het ritme kleutergroepen
voor pubers en
kunnen we
van de dag te komen helpt hen daarbij
volwassenen!
hier veel aan
Kleine kinderen
doen, maar
kunnen niet
niet alles. Alles
voor te doen hoe dat moet. Als wij
uitslapen. De avond ervoor later
wat ritmisch verloopt, geeft
de kinderen het goede voorbeeld
naar bed helpt niet, maar levert
bevrediging, versterkt en ontspant.
geven weten zij wat ze moeten
alleen de volgende dag een
Wie goed oplet zal merken hoeveel
doen. Bij regen trek je regenkleding
vermoeid kind op. Wat tijd doet
dingen kinderen vanzelf ritmisch
aan, ‘s zomers je sandalen en ‘s
aan kinderen is goed te zien aan het
doen. Vooral in hun tekeningen
winters je dikke jas. Kinderen zelf
wisselen van zomer- en wintertijd.
kunnen we dit goed zien. Al het
laten kiezen wat ze aan willen is
Een uurtje later of vroeger merken
bovenstaande maakt duidelijk
daarom een onmogelijke taak
we vaak ook bij onszelf, maar
waarom muziek, liedjes, versjes,
voor hen. Zij weten nog niet wat
vooral bij de kinderen. Dus ook
kringspelletjes, maar vooral alle
goed is, maar moeten dat van ons
in het weekend op de gewone
vormen van ritme zo belangrijk
leren. Is kleding nog duidelijk voor
klok op en dan iets meer tijd en
zijn in het leven van kinderen in
volwassenen, het eten wordt al
aandacht voor het ontbijt is voor
de groep. Maar zoals bij alles, ook
moeilijker. Zomergroenten zijn het
kinderen vaak al genoeg. Ook
hier blijft de thuissituatie toch het
hele jaar verkrijgbaar. Aardbeien
hoeft er niet altijd geëntertaind
allerbelangrijkste. Het is de moeite
met Kerst, spinazie in de winter.
te worden. ‘Quality time’ is er
waard om weer in het ritme van de
Toch hebben wintergroenten
niet om zoveel mogelijk te doen,
seizoenen te komen en te letten op
zoals kool, wortelen enzovoort
maar om in alle rust de dingen te
bovenstaande dingen. We zullen
hun waarde voor deze tijd. De
kunnen doen en er te zijn voor
merken dat het gezondmakend is
voedingsstoffen in deze groenten
de kinderen. Sommige kinderen
voor de kinderen, maar ook voor
hebben we juist in de winter nodig.
komen op maandag vermoeid en
onszelf.
De zomergroenten hebben weer
volkomen uitgeblust op school
andere kwaliteiten. Door onze
en hebben dan heel veel kracht
mechanisatie wordt dit al snel uit
nodig om daar weer hun ritme te
het oog verloren. Het is er toch
vinden. De maandag en de dag(en)
allemaal, dus waarom zouden we
na een vakantie, zijn de moeilijkste
het niet kopen? Terug naar de
dagen voor kinderen, maar vooral
natuur staat hoog in ons vaandel,
ook voor leerkrachten. Krijg de
daar horen dus ook de natuurlijke
kinderen die naar vader of moeder,
voeding, kleding en verzorging bij.
pretpark, sportgebeurtenis of
familie en dergelijke zijn geweest,
Ritme bevredigt,
maar weer eens in het dagelijkse
ritme. Het aantal kinderen dat uit
versterkt en ontspant
hun ritme is gehaald en nu weer in
Ik kan soms met een beetje
de groep moet functioneren wordt
weemoed terugdenken aan
steeds groter, met alle gevolgen
vroegere jaren wanneer we in de
van dien. Ritme zegt echter ook
lente, meestal met Pasen, nieuwe
dat er best wat mag veranderen.
kleren kregen. De oude, alhoewel
Zou dit niet zo zijn dan wordt het
ze altijd een paar maten groter
leven een sleur en slaapt men in.
werden ingekocht en gemaakt,
Door ritme worden we wakker,
waren dan te klein geworden.
maar blijft de regelmaat bestaan.
Maar met Pasen liepen we in
De seizoenen helpen ons hierbij.
nieuwe kleren en die bleven dan
Lees verder op pagina 20
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 19
- Advertenties -
“Om clown te zijn hoef je
niets te leren, je hoeft alleen
weer terug te halen wat je
vroeger hebt afgeleerd.”
Ton Kurstjens is sinds 1989 clownsdocent en
professioneel clown. Tijdens zijn cursussen
besteedt hij aandacht aan contact-clownen;
zonder oordeel en met liefde voor de mensen
het open contact met elkaar zoeken.
•
Voor het programma kunt U kijken op:
Groenestraat 189 te Nijmegen
www.clownerie.nl
De cursussen zijn bedoeld voor volwassenen.
Voor meer informatie kunt u een mail sturen
naar [email protected] of bellen: 024-354 21 05
•
•
•
Volledig assortiment vers lamsvlees, kalfsvlees,
rundvlees, vakensvlees, kip / gevogelte,
worst en vleeswaren;
Het adres voor barbeque / fondue / gourmet;
Goede parkeergelegenheid;
Gevestigd naast ‘Ekoplaza’.
tel: 024- 355 50 60 | email: [email protected]
Openingstijden:
maandag: gesloten
dinsdag t/m vrijdag: 8.00 - 18.00 uur
zaterdag: 8.00 - 16.00 uur
WWW.DEGROENEWEG.NL
20 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
Vormtekeningen
Rubriek
Antroposofie voor beginners
De ziel
door Frans Schobbe
We noemden de ziel een tijdelijke
bemiddelaar tussen het fysieke en
de geest (zie de vorige Branding).
Dat tijdelijke betekent dat de ziel
sterfelijk is en bij dit leven hoort. Na
de dood lost die ziel als het ware op
in een eigen zielewereld.
klas 1
klas 2
klas 3
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
De functie van de ziel tijdens het
leven is ‘verbindend’. Door de
ziel kan de mens een verbinding
aangaan met de wereld. Door de
zielefunctie voelen we behagen en
onbehagen, vreugde en verdriet,
het is de zetel van ons gevoelsleven.
De ziel is ook de bemiddelaar
tussen de zintuigen en de innerlijke
gewaarwording daarvan. Over de
objectiviteit van de waarneming
kan ik lange discussies voeren,
maar dat elk mens op zijn eigen
wijze interpreteert wat hij of zij
waarneemt zal niemand willen
ontkennen.
Deze subjectiviteit van de
waarneming is een functie van
de ziel. Alles wat de waarneming
oproept aan belevingen vindt plaats
in de ziel. Ons innerlijk gevoelsleven
is dus een ziele-leven.
Maar ook met de geest heeft de
ziel een relatie, bemiddelt zij. Dat
wat vanuit de geest gedacht wordt,
beoordeeld wordt, zal door de
ziel met gevoelens van behagen
of onbehagen worden begeleid.
Tussen geest en lichaam staat de
ziel en neigt ertoe de een of de
ander sterker toe te laten in het
leven van alledag.
De ziel is ofwel meer gericht op
de lichamelijke kant van het leven
ofwel meer op de geestelijke kant.
Wat dit voor consequenties heeft?
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 21
Temperamenten in de praktijk: de melancholicus
door Frans Schobbe
Nadat we in de vorige Branding het flegmatische type nader hebben
bekeken en enkele voorbeelden hebben gegeven van pedagogische
handelwijzen tegenover dit type, willen we het deze keer over het
melancholische temperament hebben.
Het melancholische temperament komt niet in aanmerking voor de beste
karakterisering van de Nederlandse aard. Wij Nederlanders zijn eerder wat
flegmatiek (zoals de Engelsen), maar niet te typeren als zijnde melancholisch. Het
melancholische past ook niet goed bij de kinderleeftijd tussen zeven en veertien
jaar, daar past het sanguinische beter bij. Veel melancholische kinderen zul je
daarom niet aantreffen in een gemiddelde Nederlandse basisschoolklas, maar
zeker wel een aantal kinderen met een melancholische inslag. Omdat het van de
vier temperamenten het moeilijkste is om pedagogisch mee om te gaan en om
mee te leven als je het zelf hebt, zal ik aan de algemene beschrijving ervan wat
meer aandacht besteden.
Melencolia
Een van de beroemdste afbeeldingen van dit temperament is zeker de ets van
Dürers Melencolia . Het is een van die zeldzame werken uit de kunstgeschiedenis
waarover boeken vol interpretaties zijn geschreven. Albrecht Dürer (1471-1528)
maakte deze ets (een nog nieuwe grafische techniek) in 1514 en hij heeft over de
betekenis alleen meegedeeld dat de sleutelbos geweld beduidt en de geldbuidel
rijkdom. Verdere interpretatie van de afbeelding liet hij over aan de kijkers.
We zullen ons er ook voorzichtig aan wagen, maar zuiver binnen het kader van
ons onderwerp. Het belangrijkste op de afbeelding is de zittende figuur op de
voorgrond, die blijkens zijn/haar vleugels een engelachtig wezen is. De figuur
houdt een passer in de hand en steunt op een gesloten boek. Met de andere
hand ondersteunt hij/zij het hoofd. Aangezien het licht van rechts komt, wat we
kunnen opmaken uit de slagschaduw op de figuur, kan de afgebeelde ster op de
achtergrond niet de zon zijn. Volgens één interpretatie is dat de planeet Saturnus.
Saturnus
Saturnus is in de
astrologie de planeet
van het melancholische
temperament. Een groot
aantal van de afgebeelde
voorwerpen kan verklaard
worden als we deze
interpretatie volgen.
Saturnus was de planeet
van de scheepvaart en
de zee en een aantal
beroepen stonden onder
zijn heerschappij, zoals
het vak van: bouwmeester,
metselaar en timmerman.
Deze planeet heeft ook te
maken met de tijd en dus
met de meting van het
verstrijken ervan. Saturnus
schenkt bovendien rijkdom
en macht. Hij heeft te maken
22 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
Frans Schobbe was
leerkracht aan de
Meander in de jaren ’90
en ’00. Hij heeft talloze
artikelen geschreven
over antroposofische
onderwerpen, niet alleen
voor de Branding toentertijd,
maar, en ook nu nog, voor
de Seizoener, tijdschrift voor
vrijescholen.
Hij heeft ook boeken
geschreven, o.a. over oude
culturen in India, Perzië,
Mesopotamië en Egypte.
Frans geeft momenteel les
aan de Johannesschool in
Tiel.
Literatuur:
Raadsels van het
menselijk temperament,
Rudolf Steiner. Uitg. Vrij
Geestesleven
Ieder kind zijn temperament,
Wil van Houwelingen
Harmsen. Folder
Mensen en planeten,
W.F.Veltman. Uitg.
Cbristofoor
Mensentypen, Max Stibbe.
Uitg. Christofoor
De beeldentaal van de
dierenriem, Frits Julius
met begrenzing en vormgevende krachten. De hond die
aan de voeten ligt van de centrale figuur is een symbool
van trouw, ook een eigenschap van de Saturnus-mens.
W. Veltman karakteriseert de Saturnus-mens, of het
ik-bewuste type, in zijn boek Mensen en planeten als
volgt: “De Saturnus-mens is meestal vrij lang en mager,
sluikharig met een enigszins gebogen houding. Hij is
naar binnen gekeerd en reageert niet snel en spontaan
op zijn omgeving.
Niet zelden ziet hij er wat ouder uit dan hij in
werkelijkheid is door de ernst en de schraalheid die hij
van buitenaf toont. Geen frisse blos, maar iets grauwigs
in gelaat en voorkomen. Hij leeft sterk en actief in
zijn innerlijke ervaringen; eigenlijk moet alles wat
hij opneemt eerst herinnering worden, voordat hij er
iets meekan doen. De Saturnus-mens is meestal niet
handig, omdat hij niet snel tot beslissingen komt. Hij
heeft veel tijd nodig de dingen innerlijk te verwerken;
hij moet grondig over iets nadenken voor hij reageert”.
Veltman merkt verder op dat de Saturnus-mens niet
zelden een melancholisch temperament heeft en
inderdaad zou de beschrijving hierboven ook heel goed
kunnen slaan op het melancholische type.
Rudolf Steiner beschrijft in zijn boekje Raadsels van
het menselijk temperament het ontstaan van dit
temperament:
“Is nu het fysieke lichaam met zijn wetmatigheden
zo sterk, dat het de mens domineert, waardoor
het individuele wezen niet in staat is bepaalde
verhardingen van het fysieke lichaam te overwinnen,
dan hebben we met een melancholisch temperament
te maken.”
En verderop: “Bij een melancholisch temperament
hebben we gezien, dat het fysieke lichaam, dus het
meest verdichte deel van het menselijke wezen,
de overige delen overheerst. Een mens moet zijn
lichamelijkheid de baas zijn, zoals hij ook een machine
de baas moet zijn wil hij die gebruiken. Wanneer
echter de lichamelijkheid over de mens zelf de baas
is, dan voelt men dat alsof men het fysieke niet kan
hanteren....Als het lichamelijke overmatig sterk is
ten opzichte van de overige drie systemen (ether-,
astraallichaam en ik), dan verhardt het. Dat, wat een
mens beweeglijk maakt, werkt niet. De psychische
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
mens kan niet op tegen het fysieke systeem; hij voelt
innerlijke obstakels. Die obstakels worden manifest,
doordat zij veel kracht verbruiken. Obstakels die niet
overwonnen kunnen worden, veroorzaken leed en
verdriet. Zij zijn er de oorzaak van, dat zo een mens
niet onbevangen om zich heen kan kijken. Dit op
zichzelf teruggeworpen zijn, is de bron van de innerlijke
gramschap. Dat voelt een mens als leed en onlust, als
zijn droefgeestige stemming. Heel snel is zo iemand
door het leven gekwetst. Bepaalde gedachten en
denkbeelden krijgen een blijvend karakter, men gaat
tobben en piekeren, men wordt melancholisch.”
Nu is het niet zo dat de melancholische mens (of
Saturnusmens) alleen maar kan lijden, het geeft ook
de mogelijkheid tot grote positieve ontwikkeling.
De Saturniale mens kan door innerlijke scholing en
geestdrift voor grote idealen een warmvoelend mens
worden die zijn omgeving kan inspireren.
Het melancholische kind
Het tegenbeeld van het sanguinische kind is het
melancholische, bij dit kind overheerst het aardeelement, de zwaarte, het fysieke. Bij deze kinderen
werkt vooral het hoofd, maar dan niet als actief
zintuigorgaan maar als bergplaats van herinneringen.
Het is dus niet verwonderlijk dat dit het temperament
is dat sterk in het verleden leeft. Dit kan op efficiënte
wijze worden toegepast als de kinderen in de vierde en
vijfde klas leren omgaan met verleden-heden-toekomst
in de taal.
De onvoltooid verleden tijd is de tijd van dit
temperament! Innerlijk zijn deze kinderen weinig
actief, ze nemen weinig indrukken op en ze doen er
heel lang over om deze te verwerken. Indrukken en
belevenissen werken heel langdurig en diep door. Deze
kinderen kunnen lang nadat iets is voorgevallen er nog
op terugkomen, zeker als het een negatieve ervaring
is. Hun fantasiekrachten zijn wat armelijk en hierin
hebben ze steeds een duwtje in de rug nodig. Het
fysieke heeft deze kinderen soms in een dwangmatige
greep, waardoor ze een ouwelijke indruk maken en
weinig levenskracht uitstralen. Ze kunnen langdurig en
meelijwekkend bevangen zijn door pijntjes, en wondjes
die altijd worden ervaren als levensbedreigend.
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 23
- Advertentie -
GZ-Psycholoog
Cranio-sacraal therapeut
Fytotherapeut
Staringstraat 2 Nijmegen
www.stokkochtherapie.nl
tel 06-183 24 045
De natuur heeft ons zelfgenezende kracht gegeven en een groot aanpassingsvermogen.
Er zijn momenten in het leven dat we klachten krijgen. Vaak in periodes waarin er veel
gebeurt of gebeurd is met ons lichaam, onze geest, ons gevoel. Het zelfgenezend vermogen
krijgt dan te maken met hindernissen.
In mijn praktijk begeleid ik mensen op hun levenspad met hoofd, hart en handen, opdat het
zelfgenezend vermogen weer kan stromen.
24 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
Vervolg van pagina 23
Gesteld op ritme en regelmaat
Het zijn denkers, de filosofisch ingestelde
kinderen, die diepe vragen kunnen stellen en heel
ondoorgrondelijk kunnen zijn. Ze zijn moeilijk te
peilen en daarbij voelen ze zich gauw tekort gedaan.
Ze zullen er altijd van uitgaan dat de ander wordt
bevoordeeld en dat zij in het nadeel zijn. Ze zijn
gevoelig voor wat rechtvaardig en eerlijk is, maar
hun zwaarmoedige kant zal niet gauw tevreden zijn
met een beslissing in de praktijk. Als je als ouder
of leerkracht een besluit neemt, dan zal het niet
meevallen de melancholicus te overtuigen van de
rechtvaardigheid van zo’n besluit. Dat komt mede
omdat ze angstig goed waarnemen, hoewel ze een
wat vernauwd blikveld hebben, doordat ze zich
verliezen in kleinigheden en niet het grote overzicht
kunnen houden.
Ze kunnen dwangmatig netjes zijn, zeer gesteld
op regelmaat en houden niet van verrassingen:
daarvoor zijn ze te egocentrisch. Ze hangen aan
hun bezittingen, kunnen heel materialistisch zijn en
ze lenen niet graag wat uit. Alles wat ze hebben is
geteld en precies bekend.
Innerlijk lijden deze kinderen aan Weltschmerz,
wereldpijn. Voor hen is de wereld en het bestaan op
de eerste plaats een tranendal en zij beschouwen
zichzelf a priori als ernstig slachtoffer van dit
tranendal. Ze zijn stil en teruggetrokken, meestal
wat kouwelijk. Het is goed ze in een klaslokaal
aan de lichte kant te zetten en in de buurt van de
verwarming. In de klas hebben ze weinig vriendjes of
vriendinnetjes, maar meestal wel één goed vriendje
of vriendinnetje, aan wie ze dan ook zeer hangen.
Ze hebben geen overzicht over gehelen en verliezen
zich in details en kleinigheden, die ze heel belangrijk
vinden. Bovendien hebben ze weinig fantasie en
hun kunstzinnig werk oogt wat armelijk, het mist
rijkdom aan kleuren en vormen, en komt lineair over.
Opvallend is dat ze vaak linksonder beginnen met
een tekening.
Ze kunnen zich heel goed inleven in het leed van
de andere mens en ze begrijpen de moeite die
volwassenen hebben met problemen in het leven. Ze
zoeken dan ook vaak het gezelschap van volwassenen
en kunnen dan heel wijs meepraten. Het is moeilijk
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
een relatie te krijgen met deze kinderen, maar als
we als volwassene laten merken dat ook wij zorgen
hebben en hun problemen herkennen uit ervaring, dan
zal het kind zich gemakkelijker openstellen voor ons.
Door op hun zorgen of pijntjes in te gaan en vervolgens
hun aandacht op het leed van anderen te richten kun je
ze uit hun zelfmedelijden halen.
Meelevend
Het lezen van of luisteren naar biografieën van mensen
die zich door veel tegenslagen niet er onder hebben
laten krijgen is goed voor ze. Wat ze nodig hebben
is vertrouwen in hun omgeving en de zekerheid
dat ze erbij horen en op de volwassene kunnen
vertrouwen. Veel bevestiging en geduld vragen ze
van ons. Opgewekte aansporingen, ontkenningen in
de trant van: “Ach, zo erg is het nou ook weer niet!”,
en dwang kunnen ze niet verdragen en werkt dan
ook versterkend op de negatieve kanten van hun
temperament.
Het zijn de echte boekenverslinders onder de kinderen
en daarmee hebben we meteen een uitstekend
pedagogisch middel in handen. Het melancholische
kind voelt zich sterk aangesproken door het leed van
anderen, dit wekt zijn interesse. Het kind kan daaraan
ervaren dat het niet de enige op de wereld is die lijdt.
Er zijn natuurlijk boeken genoeg te vinden die dit
thema aansnijden, maar een aantal klassiekers noemen
we toch: Alleen op de wereld, Het kleine huis op de
prairie en Uitgestoten van Suthcliff.
Interessant is dat bij recitaties en taaloefeningen de
ritmes een heilzaam middel kunnen zijn bij de aanpak
van temperamentsproblemen. De amfibrachus (kortlang- kort) heeft een harmoniserende, aanvurende
werking en is heel goed voor het melancholische kind.
De trochee (lang-kort) is geschikt voor de flegmaticus,
de jambe (kort-lang) voor de sanguinicus en de
spondeus (kort-kort) voor de cholericus.
Hiermee komt de leerkracht aan het eigenritme van
het temperament tegemoet en kan daarna overgaan
op een andere versvoet, die harmoniseren kan werken
op eenzijdigheden in het temperament. Dat van de vier
hoofdbewerkingen bij het rekenen het aftrekken bij dit
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 25
Advertorial
Verbondenheid
De altijd in beweging zijnde verbondenheid van een
mens met zijn of haar familierelaties ‘context’.
In programma’s als ‘Spoorloos’ kunnen we
meeleven met
familieleden, die elkaar wel of
niet vinden.
Het raakt ons als er sprake is
van erkenning, maar zeker ook als er afwijzing is.
Alleen al de zoektocht
naar de eigen
bestaansgrond lijkt
eigenwaarde te geven.
We zien in de praktijk
dat familiebanden
ongelooflijk krachtig
zijn. Of je nu een fijne
band met je ouders
hebt of niet, of je nu
goed overweg kunt met
je broers en zussen of
niet; familiebanden
beïnvloeden onze
manier van leven.
En zelfs meer dan
de meeste mensen
denken. Onbewust
dragen mensen
heel wat van hun
familiegeschiedenis
met zich mee; hoe ze zich verhouden tot anderen,
hoe ze problemen aanpakken, wat ze graag doen.
In gezinnen waar de ouders zijn gescheiden of een
van de ouders is overleden, is de kans groot dat
het kind de ouderplek inneemt. Het kind wordt
als het ware ouder van zijn ouder. Dit noemen we
parentificatie. Het kind komt niet aan zijn eigen
behoeften toe en geeft meer aan zijn ouder dan het
neemt.
Voor een kind van gescheiden ouders is het
heel belangrijk dat de ouder bij wie het opgroeit
respectvol is naar de andere ouder. Alleen dan
krijgt het kind de kans van beide ouders voluit te
nemen. Als de andere ouder onvoldoende wordt
gerespecteerd of zelfs afgewezen, dan kan het kind
niet anders dan zich onbewust solidair verklaren
met de afgewezen ouder. Het is immers een
onlosmakelijk deel van beiden. Het is belangrijk dat
de natuurlijke orde van het kind ten opzichte van
zijn ouders innerlijk hersteld wordt. Dat is de enige
manier om los te komen uit de verstrikking. Het
kind moet zijn eigen plek als kind weer innemen.
Om de balans tussen geven en nemen terug te
vinden is begrip noodzakelijk. Begrip voor jouw
rol, inzicht waarom je doet zoals je doet. Heb je
een dierbare verloren? Heb je jezelf altijd klein
gemaakt en weggecijferd? Heb je veel boosheid of
verdriet in je? Alles staat in relatie tot je omgeving.
Die invloed kun je niet weghalen. De band tussen
ouders en kinderen
is zelfs onbreekbaar.
Je blijft altijd een
kind van je ouders,
wat er ook gebeurt.
Maar je kunt wel
patronen doorbreken.
Anders reageren.
Door erkenning van
jouw loyaliteit, door
begrip voor jezelf en
voor anderen of door
toelaten van verdriet
of boosheid, doe je
jezelf weer recht. En
daarmee de ander.
‘Therapie in Beeld’ is
een verrassende en
intense manier om het
verhaal van de cliënt
‘in beeld’ te krijgen.
Door betrokkenen uit de context van de cliënt met
behulp van Playmobil poppetjes op tafel te zetten
kan hij zichzelf zien staan te midden van al die
relaties. De zoektocht naar mogelijke problemen,
dilemma’s en oplossingen krijgt zodoende een
beeld (een taal )erbij die confronterend, onthullend
en ook richting gevend kan zijn. Het brengt
beweging op gang, maakt emoties vrij, roept
herinneringen op en prikkelt het denken op een
nieuwe wijze.
Contextuele begeleiding streeft naar een zo eerlijk
mogelijke relatie tussen de cliënt en zijn context
en is gericht op het doorbreken van isolement
en het herstellen van dialoog. Het contextuele
gedachtegoed is ontwikkeld door de HongaarseAmerikaanse psychiater en familietherapeut prof.
Dr. Ivan Boszomeriy- Nagy.
Voor meer informatie:
Marion de Bruijn
www.jouwvlieger.nl
[email protected]
Column
Notities van een groene vogel
Omgekeerde wereld
door Pjotr Timmerman
Afgelopen week liep in de Kinderboekenwinkel (KBW) in Nijmegen binnen om
2 boeken te kopen. Geen van beide was op voorraad en ik aarzelde. Als ik ze
nu hier bestel, dan moet ik nog een keer terugfietsen en als ik ze thuis bij bol.
com aanklik, vind ik ze morgen zonder veel verdere moeite op mijn deurmat.
De mevrouw achter de toonbank meldde ongevraagd dat ze met hun toko op
de rand van de afgrond balanceren en ‘of ik niet al mijn boeken, óók de grotemensen-exemplaren, voortaan bij hen wilde bestellen?’ Ik zou het een ramp
vinden als er geen KBW meer zou bestaan. Ik hoop kinderen ook, maar zeker
weten doe ik het niet. Ik bel m’n boeken nu maar aan hen door. Boeken horen
denk ik absoluut tot de rijke leeromgeving en des te rijker en diverser das
‘Umfeld’, des te meer en completer mens een kind wordt.
Maar eigenlijk
Meester Kanamori:
wilde ik het over
iets anders hebben. ieder kind in je klas hoort gelukkig te
zijn om goed te kunnen leren
Soms verzeil je in
de omgekeerde
wereld die ineens toch de waarheid blijkt. Ik dacht altijd, dat goed je best
doen, betere resultaten oplevert en dat dit succes mensen gelukkig(er) maakt.
Niets blijkt minder waar. Ons brein zit zó in elkaar, dat we na ieder succes
de interne lat stiekem een stukje hoger leggen en daarmee steeds verder
verwijderd raken van nieuwe succeservaringen én een gelukkig leven. Het
lijkt de verkeerde strategie. Ons brein werkt juist andersom. Positiviteit blijkt
de motor tot succes, niet het eindstadium. Dit geldt zowel op school, als
voor op ‘t werk. Succesjes hoe klein ook moeten we dagelijks bewust vieren.
Door daar bij stil te staan, worden we blijer en juist dát blije gevoel leidt tot
hernieuwd succes. Als je daarbij ook nog een rijk sociaal leven hebt én op een
positieve manier met stress om weet te gaan, dan heb je de perfecte mix voor
succes.
Eigenlijk heeft Shawn Achor met zijn boek The Happiness Advantage1, 2
de wetenschappelijke onderbouwing geleverd voor meester Kanamori’s3
stelling dat ieder kind in je klas gelukkig hoort te zijn om goed te kunnen
leren. Kinderen veel complimenteren is daarmee van een mooi fundament
voorzien. Belangrijke elementen voor nieuwe leerplannen. Twee minuten
geluksmeditatie tussen 8.45 en 8.47, brede openingstijden voor de pub in
onze pabo-kelder en ruim baan voor de workshop ‘leren in de hogedrukpan’.
Die accreditatiecommissie hoeft waarschijnlijk nooit meer langs te komen!
Notities van een groene vogel
is een serie columns van de
hand van Pjotr Timmerman,
waarin steeds actuele thema’s
centraal staan die direct of
indirect met duurzaamheid te
maken hebben.
Pjotr is mede-initiatiefnemer
van het groene speelplein, de
Boerderijschool, het
zonnepanelenproject op onze
school en het zogeheten
technieklandje op het
Zwanenbroekje (klas Peter
Josemans).
Deze columns verschenen
eerder in De Berichten,
personeelsblad van de HAN
pabo in Arnhem.
1 http://www.forbes.com/sites/danschawbel/2013/09/10/shawn-achorwhat-you-need-to-do-before-experiencing-happiness/
2 http://www.ted.com/talks/shawn_achor_the_happy_secret_to_better_
work.html (de ondertitelde bijbehorende TED-talk)
3 http://www.youtube.com/watch?v=5h31Hmq8hQg
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 27
Lezing: uitgangspunten Vrijeschoolonderwijs – deel 2
door Frans Geurts, scheikunde- en wiskundedocent aan het Karel de Grote College
Noot van de redactie:
Dit is het tweede deel van deel 1 van de lezing. Vanwege de lengte van het artikel verscheen het eerste deel (van
deel 1 dus)in de Branding van afgelopen winter 2013. Het hele deel 1 is ook te lezen op www.branding-nijmegen.nl/
fransgeurts/lezing2013.pdf
Op verzoek van enige aanwezigen op de lezing over uitgangspunten van het Vrijeschoolonderwijs op
9 oktober jl. wil ik proberen een samenvatting te geven, zodat men de informatie nog eens rustig kan
herkauwen – Frans Geurts
[..]
En hoe probeert nu het Vrijeschool hierop in te spelen?
Ik sprak over drie niveaus, die alle een antwoord van de
Vrijeschool vragen.
- De centrale vraag van vanavond is die van het kind als
individu, een vraag die vanuit ons mensbeeld en zijn
ontwikkelingsmotieven te benaderen is. Dit wil verder
uitwerken.
- De horizontale vraag, wat is een gezonde samenleving
kan door de school beantwoord worden via de eigen
sociale structuur op school (en daar horen de ouders
bij), die daarin de passende waarden en normen zou
moeten voorleven.
- Op het verticale appel kan de school reageren
door een doorleefde en authentieke spiritualiteit als
cultuurfactor in de school te verzorgen.
Maar nu naar ons mensbeeld. De antroposofie is het
spirituele kader waaruit het werkgebied ‘Vrijeschool’ is
voortgekomen. Rudolf Steiner, de grondlegger, noemt
de antroposofie geesteswetenschap, wetenschap dus,
en zeker geen religie. Wetenschap omdat voor elk
mens, op dit gebied geschoold, te controleren is wat hij,
Rudolf Steiner, gezegd heeft.
Wat houdt het mensbeeld van Steiner in? We spreken
dan over een vierledig mensbeeld: en dan niet vier
delen, maar vier geledingen, die, elk met hun eigen
kenmerken, elkaar doordringen en beïnvloeden.
1. Het fysieke lichaam
Met materie gevuld, te zien, meet- en weegbaar en aan
natuurkundige en scheikundige wetten gebonden. Je
kunt zeggen dat het in zijn kwaliteiten overeen komt
met het mineralenrijk, de dode wereld, daar gelden die
wetten het meest zuiver. Het zgn. Aarde-element van
de Oude Grieken is hierin herkenbaar. Uiteraard hebben
alle natuurrijken een fysiek lichaam, dus ook mineraal,
plant en dier. Ze zijn immers met onze gewone zintuigen
waarneembaar. Als iemand dood is, is het in zijn zuiverste
vorm te zien, dan wordt het lijk door genoemde wetten
geregeerd en vervalt het tot stof en keert terug tot zijn
domein, de aarde.
2. Een lijk dat leeft
Een lijf noemen we dat en dat ’s nachts bewusteloos in
bed ligt. Er is dus iets dat de zichtbare materie levendig
houdt, dat levensprocessen laat plaats vinden zoals
stofwisseling, ademhaling, groei. De werkingen, en niet
de oorsprong, van dat lijf worden beschreven in de
fysiologie en biochemie.
Iets werkt in het lijf, maar wat werkt daar onzichtbaar?
De Oude Grieken spreken van het waterelement. En dat
onzichtbaar iets noemen we ook wel het etherlichaam,
een voor de gewone ongeschoolde mens niet
waarneembaar lichaam, ook wel gewoontelichaam of
vormkrachtenlichaam (Bildekräfteleib) genoemd. Zoals
wij mensen hebben ook de planten en dieren een levend
lichaam, een lijf. Als iets levendigs sterft breekt de band
tussen de twee genoemde lagere geledingen en elk gaat
terug naar zijn eigen domein.
3. Een derde geleding doordringt de vorige twee bij dier en mens
Als dat niet het geval is, slaapt de mens. Deze geleding
zorgt ervoor dat innerlijke belevingen mogelijk zijn.
Bewustzijn, weet hebben van gedachten, weet hebben
van pijn of vreugde, gevoelens van sympathie en
28 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
antipathie beleven en allerlei
vormen van impulsen zoals instinct,
begeertes kunnen nu werkzaam
zijn. Het lijf wordt tot bewegen
aangezet en zintuigindrukken
worden bewust. In feite vormen
de drie tot nu toe genoemde
wezensdelen tezamen wat we vaak
‘het dierlijke’ in de mens noemen.
Het derde lichaam wordt in ons
jargon het astraal lichaam of, voor
mijn part, ziel genoemd. De Oude
Grieken gebruikten de term Lucht
voor deze derde geleding.
Als de mens zichzelf sterk
identificeert met de drie genoemde
geledingen en niet met het nog te
bespreken vierde, ziet hij zichzelf
(onbewust) als een dier. Met
een gerede kans dat hij zich ook
zo gedraagt. Je zou ook de oude
metafoor van de draak kunnen
nemen, die dan in hem regeert.
Krachten die dit versterken noemen
we in de antroposofie ook wel
tegenmachten. Denk aan de
christelijke begrippen, Satan en
Duivel. In de antroposofie Ahriman
en Lucifer. Zij versterken de kracht
van de draak.
Aartsengel Michaël strijdt die
met de draak, een oud motief.
Hij overwint hem, maar doodt
de draak niet. Hij beheerst
hem en leidt hem streng naar
de mensen toe, zodat de mens
hem als uitdaging ontmoet, als
ontwikkelingskans dus. De mens wil hij meer mens worden - zal die
draak, het dierlijke in hem, streng
en liefdevol moeten sturen wil hij
niet verworden tot een beest.
Begrijp me a.u.b. niet verkeerd,
ik wil hier niet alleen maar
een negatief beeld van die
tegenmachten uitspreken, we
hebben die tegenmachten wel
degelijk nodig als mens, om ons
bewust te worden van de weg die
te gaan is. Zij schenken ons de
weerstanden. Overwint de mens
die weerstanden, dan is hij op weg
zich te ontwikkelen tot drager van
vrijheid en liefde, die samen een
twee-eenheid vormen.
4. En nu kom ik dus over
die vierde geleding te
spreken
De Oude Grieken noemden dit
vermogen dan ook Vuur. Het beste
leert men het Ik in de biografie
kennen, het unieke van een mens
kan, vaak pas achteraf, in zijn
levensloop gelezen worden.
Enkel bij de mens is deze DEELS
geïncarneerd, die noemen we in ons
jargon, het IK. Ons wezen, dat wat
en wie we in feite zijn, ongesluierd.
Het is geen lichaam zoals de vorige
drie, het is onze geestelijke kern die
zich hier op aarde omkleedt met 3
sluiers, de drie lichamen, onze drie
instrumenten. Deze drie kunnen
heel weerbarstig de werkzaamheid
van het Ik bemoeilijken.
Ontwikkeling van de mens wordt
nu zo gezien dat het Ik de overige
drie lagere geledingen steeds
dieper doordringt, aanstuurt en aan
zichzelf dienstbaar maakt. Het Ik
moet dus de leiding nemen en niet
een van de lichamen. En aan deze
taak is onze pedagogiek gewijd.
Ons Ik vertegenwoordigt
ook datgene wat we ons
voorgeboortelijk hebben
voorgenomen hier op aarde verder
te ontwikkelen. Hier werkt een
ander element van ons mensbeeld,
de reïncarnatie en karmagedachte.
Het Ik van de mens kan zich
op vele manieren uitdrukken:
in onze talenten en aanleg, in
onze idealen, in ons vermogen
tot onvoorwaardelijke liefde voor
het andere, maar ook in door
ons zelf voor dit leven gekozen
onmogelijkheden, of aan ons
enthousiasme, wat letterlijk
vertaald ‘van god vervuld’ betekent.
Ons vermogen tot zelfbewustzijn,
reflecteren, articuleren, het
vermogen tot rechtop te kunnen
lopen, danken we aan ons IK. Zo
ook onze drang tot vrijheid om zo
onze eigen unieke moraliteit, ons
besef van goed en kwaad, handen
en voeten te kunnen geven. Als een
Prometheus kunnen we niet alleen
nadenken maar ook voordenken.
De mens is dus een wezen dat
een brug kan vormen tussen twee
werelden, de materiële wereld en
de geestelijke wereld. De mens
kan dat omdat hij met beide
werelden verwant is. De mens als
bruggenbouwer.
Wij, Vrijeschool-docenten zien het
als onze taak mee te helpen de
voorgeboortelijke voornemens van
de leerling in zijn verdere leven
mogelijk te maken. Dat is pas jezelf
worden! Dit proberen we door
de lagere drie geledingen zo op
te voeden opdat het unieke, het
Ik van het kind, zich daarin kan
uitdrukken. Voor hogere klassen
van de bovenbouw betekent dat
vooral dat we ons erop richten
die derde geleding, de ziel of het
astraal lichaam op te voeden. De
7de en 8ste klas richt zich nog
vooral op het opvoeden van het
etherlichaam.
Hoewel ik gelijk me bescheidener
moet uitdrukken: wij opvoeders
helpen mee, als we ons werk
goed doen om obstakels uit de
weg te ruimen, de motor achter
de ontwikkeling van het kind blijft
natuurlijk zijn eigen Ik.
Concreet betekent opvoeden op de
bovenbouw voor de leerlingen:
-- hun waarnemen scholen door
alle zintuigen zo exact mogelijk
leren te gebruiken – dit is eigenlijk
een wilsscholing. Waarnemen
oefenen door bijv. exacte
tekeningen van experimenten te
maken.
Lees verder op pagina 31
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 29
Biologische producten voor een redelijke prijs
De sfeer van de winkel om de hoek
Gratis parkeerplaatsen direct voor de deur
Gerard Noodtstraat 135 Nijmegen
024 3605081
www.VanNature-natuurvoeding.nl
30 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
Vervolg van pagina 29
-- het alledaagse denken scholen door
de wetten van de logica te volgen. Zo
wordt het zakelijk en niet speculatief
of willekeurig en kan dit denken zich
verder ontwikkelen tot een levendig,
meer zintuigvrij, zelfgestuurd denken.
Eerste opstapje kan de projectieve
meetkunde zijn.
-- hun voelen bevrijden van het
keurslijf sympathie of antipathie
en het zo tot een objectief zintuig
opvoeden, dat schoonheid, goedheid
en waarachtigheid aanvoelt.
-- hun willen of handelen zelf laten
sturen vanuit een steeds meer bewust
geworden eigen missie en niet vanuit
lagere lichaamsgebonden en dus
egoïstische motieven,.
-- en de leerlingen kracht en
moed helpen te vinden hun
eigen visie, ongeacht de
weerstanden die ze vanuit
hun omgeving of vanuit
hun eigen innerlijk zullen
ervaren, toch door te zetten
en zo te doen wat ze zich
ooit hadden voorgenomen
in dit leven. Door grenzen
te leren verleggen, door
je eigen unieke waarde als
mens te herkennen.
Je zou het kunnen samenvatten door
te zeggen dat we via denken, voelen
en willen, of anders gezegd via hoofd,
hart en handen willen opvoeden.
Mijn persoonlijke mening is dat dit
het recept is voor een gelukkig zinvol
leven, dat zo zijn maximale zinvolle
bijdrage aan een samenleving kan
bieden en zo die samenleving steeds
van nieuwe impulsen, de tijdgeest
bevestigend, kan voorzien én
tegelijkertijd rekening houdt met de
realiteit van een geestelijke wereld.
Uiteraard is dit geen vrijwaring van
verdriet of ander malheur, maar
niemand heeft ons ooit die garantie
gegeven dat menselijke ontwikkeling
alleen maar vreugde is, zelfs
Sinterklaas niet.
Twee aanvullende opmerkingen om
onduidelijkheid te voorkomen.
1. als ik over vrijheid spreek, bedoel
ik altijd vrijheid verbonden met
verantwoordelijkheid. Vrijheid
impliceert dat. Ongebondenheid of
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
vrijblijvendheid wordt vaak met
vrijheid verward maar is iets geheel
anders, is in feite egocentrische
willekeur.
2. Het begrip vrij van Vrijeschool
betekent dat in eerste instantie wij
samen, ouders en docenten, vanuit
onze overtuiging de opvoeding
vorm moeten kunnen geven, want
wij zijn het die het werk doen en
de kinderen kennen. Vrij in onze
naam slaat dan ook op vrij van
staatsbemoeienis – een droom
op dit moment, die m.i. snel
verwezenlijkt moet worden, in het
belang van het kind.
n mijn inleiding sprak ik ook over het
begrip de tijdgeest. Dit woord heeft
in de antroposofie een bijzondere
betekenis. Vanuit spiritueel oogpunt
leven we sinds eind negentiende
eeuw, 1879 om precies te zijn, onder
leiding van aartsengel en tijdelijk
archai Michaël. Via hem ontvangt
de mensheid vanuit de geestelijke
wereld impulsen en inspiraties
wat aan de tijd is. Vaak onbewust,
soms herkenbaar aan een innerlijke
onrust, maar vooral aan de crises.
Michaël is de leidende tijdgeest en
de mens kan kiezen in vrijheid, wat
hij met zijn impulsen doet.
In elk geval inspireert Michaël
ons om al het gedateerde, al wat
nu contraproductief is voor de
verdere ontwikkeling van de mens
weerstand te bieden, om te vormen,
eventueel in musea te zetten of zelfs
te vernietigen. Hij roept de mens
op zijn wezenlijke impulsen op te
zoeken en ze moedig ten uitvoer te
brengen.
Maar duidelijk is tegelijkertijd, als
we het verslapen, want zijn werk
moet voortgang vinden, zullen we
wakker geschud worden en kan het
er nog heftig aan toegaan, zoals nu
wel blijkt.
Michaël is drager en brenger van
wat kosmische intelligentie heet,
van kennis hoe de wereld er vanuit
diepere inzichten uitziet en wat
de bedoeling daarvan is. Om die
kosmische intelligentie te kunnen
oppakken voor de moderne mens
is een ander denken, ik noem het
levendig denken of met hoofd én
hart denken noodzakelijk. Ik kom
hier nog op terug. Het vaak kille,
abstracte logische academische, aan
de hersenen gebonden denken schiet
hierin te kort en de mens kan
op basis daarvan die kosmische
intelligentie vermoedelijk enkel
afwijzen.
Overheersend motief van
de huidige Michaëlstijd is je
bewust te worden van je eigen
missie, die per definitie sociaal
en spiritueel is, horizontaal en
verticaal is, en dat je ernaar durft
te handelen. Moed tot handelen
is gevraagd, moed en kracht
die Michaël je schenken zal als je je
ermee in vrijheid verbindt.. dat is zijn
belofte, aldus Rudolf Steiner. Dus je
hoeft je eigenlijk niet druk te maken,
dat je dat niet voor elkaar krijgt.
Draagkracht naar kruis is je gegeven.
In een Michaëlperiode vinden
snelle en grote veranderingen in de
ontwikkeling van mens en mensheid
plaats. Dus nu in onze tijd ook, kijk
maar naar de genoemde crises. Dat
maakt onze tijd tegelijkertijd ook
zo boeiend en daarom willen veel
mensen dit meemaken, misschien
wel de belangrijkste reden voor wat
we nu overbevolking noemen.
Nu is het dus aan de tijd het
onderwijs zo te organiseren dat het
handelen vanuit je missie mogelijk
gemaakt wordt, dan sluiten we aan
op de impulsen van Michaël, de
tijdgeest. Op 29 september vieren
alle Vrijescholen in de hele wereld
jaarlijks het Michaëlsfeest.
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 31
Interview
Enthousiasme en bevlogenheid
Een interview met Peter Teunissen naar aanleiding van zijn pensioen
door Leo Hofman, docent KGC
Ruim tien jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met Peter Teunissen. Ik kwam voor een stage
naar het Karel de Grote College en Peter was mijn stagebegeleider. In die hoedanigheid heb ik het
voorrecht gehad om vele van zijn lessen van achter uit de klas te mogen observeren. Het was genieten
geblazen voor mij als aankomend aardrijkskundedocent. Enthousiasme, charisma, bevlogenheid, een
onuitputtelijke vakkennis, inspirerend, motiverend: zo wilde ik ook ooit les kunnen geven! Nu, ruim tien
jaar verder, heb ik Peter opgezocht om terug te blikken op zijn carrière in het onderwijs, zijn visie op
lesgeven en zijn kijk op de kern van onze taak als opvoeders.
Peter begon zijn werkende leven als stuurman op de
grote vaart. Vier jaar voer hij over de wereldzeeën
op gigantische schepen, maar toen hij Jet ontmoette
was het gedaan met het avontuurlijke leven en moest
er gezocht worden naar een bestaan aan wal. Na
een beroepentest bleek dat hij geknipt was voor het
onderwijs en hij besloot dan ook om de lerarenopleiding
aardrijkskunde en natuurkunde te gaan doen.
Peter kwam voor het eerst in aanraking met de Vrije
School toen hij in Leiden woonde. Hij was daar op
zoek naar een nieuwe huisarts en kwam bij een
antroposofische arts terecht. Via deze arts maakte
hij kennis met de kerstspelen. Hij raakte steeds meer
geïnteresseerd in de antroposofie en het lukte hem om
het bij zijn opleiding voor elkaar te krijgen om een cursus
menskunde te mogen volgen en stage te lopen op de
Geert Grote school in Amsterdam.
Zijn eerste baan was op een lagere landbouwschool
waar hij het een halfjaar uit wist te houden. Na nog
wat andere omzwervingen werd hem gevraagd om
te solliciteren op de vrije school Den Haag als docent
aardrijkskunde. Daar werd hij in 1982 aangenomen en
hij bleef daar ruim tien jaar werken. Dit was een zeer
belangrijke leerschool voor Peter. Hier heeft hij echt
geleerd om een vrije schooldocent te zijn, o.a. door veel
bij zijn collega’s te observeren. In 1993 was het tijd voor
iets nieuws en het gezin verhuisde naar Nijmegen waar
Peter aan de slag ging als docent aardrijkskunde op het
Karel de Grote College, waar hij tot zijn pensioen zou
blijven werken.
Wat maakt een leraar tot een goede vrije schoolleraar?
‘Enthousiasme betekent ontzettend veel, het betekent
van geest vervuld zijn. In essentie komt het daar ook echt
op neer, als je van geest vervuld, warm, waarnemend
bezig bent, dan trek je die leerlingen mee. Dit merk
je ook aan de leerlingen. Uit mijn ervaringen in het
reguliere onderwijs viel mij op dat leerlingen op de vrije
school nog interesse hebben en dat leerlingen op het
regulier onderwijs hun interesse in de loop van de tijd
lijken te verliezen.”
32 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
Waarom verliezen leerlingen in het regulier onderwijs hun
interesse?
‘Ik denk vanwege het gebruik van schoolboeken. Ons
onderwijs hoort via het woord te gaan. Het lezen van een
tekst is niet creatief, er ontstaat op dat moment niets.
Leerlingen zijn dan eigenlijk met het verleden bezig. Het
gesproken woord is ons primaire onderwijsmiddel. Dat
is de basis van het kunstzinnig onderwijs. We scheppen
het onderwijs elke les weer. Met je stem kan je iedereen
bereiken en tijdens het praten kan je ook zien of je
iedereen bereikt. Als je een stuk tekst geeft dan zie je
helemaal niet waar de leerlingen mee bezig zijn. Volgens
mij breng je de onderwijsinhoud voornamelijk met je
stem.’
Hoe krijg je een klas enthousiast?
‘Dat is eigenlijk je eigen enthousiasme. Het eerste wat je
nodig hebt is voldoende bagage, je moet de lesstof onder
de knie hebben. Pas als je zeker bent over je vakkennis
kan je zeker voor de klas staan. Daarnaast moet je er
plezier in hebben, het moet met liefde gebeuren. De
leerlingen moeten voelen dat jij met liefde daar staat. En
als je dan tot rust bent gekomen, want in het begin ben je
ontzettend blij dat er een bureau tussen jou en die meute
staat, dan komen er succeservaringen. Tien procent van de
beginnende leraren is een oer-fenomeen, tien procent zal
het nooit leren en 80% moet het gaande weg leren’
Hoe blijf je zelf enthousiast?
‘Je zou je moeten afvragen, wat is nou een opgroeiend
kind, wat gebeurt daar. Het is belangrijk dat je ziet dat
de manier waarop je lesgeeft de mogelijkheden schept
voor de leerlingen om te groeien. Kijk naar de drie
basiseigenschappen van een docent volgens Steiner: vlijt,
liefde en opmerkzaamheid. Daar gaat het om en daar
zouden bijvoorbeeld functioneringsgesprekken ook over
kunnen gaan.
Leerlingen kijken dwars door de docenten heen. Ze zien
of je vlijtig bent, of je hard werkt, of je de leerlingen wel
of niet echt ziet. Ik herinner me nog een meisje uit de
twaalfde klas die zei: “Het bijzondere aan u is dat u elke les
heeft voorbereid”. En daar was ik echt verbaasd over. Dat
betekent dus dat sommige docenten de les inkomen en de
les niet voorbereid hebben. Nou, dan
sla je een flater van jewelste. Dan
geef je jezelf volkomen bloot.’
Ben jij je enthousiasme wel eens
kwijt geraakt?
‘Enthousiasme voor de leerstof en
met de leerlingen bezig zijn ben ik
nooit kwijt geraakt. Dit werk is zo
leuk! Je hebt de vrijheid om elke
dag scheppend bezig te zijn. Zorg
ervoor dat leerlingen zien dat je
zelf ook lerend bezig bent, dat je
consequent naar jezelf toe bent. Als
je erover nadenkt dan zijn die drie
basiseigenschappen zo belangrijk.
(vlijt, liefde, opmerkzaamheid)
Steiner zegt dat het niet goed is als
je als leraar ’s ochtends naar school
loopt en je dan afvraagt: wat zullen
we vandaag eens in de les gaan doen.
Leerlingen hebben dat perfect door.
Dat is die innerlijke band die er is, het
imponderabele (onweegbare); daar
hebben ze een soort gevoel voor, ze
kijken dan dwars door je heen, want
leerlingen kijken naar jou als docent.
Ze kijken hoe jij met je “astrale
dierentuin” om gaat en ze gooien dan
met plezier wat stenen in de vijver
om te kijken wat er dan met jou
gebeurt.” Fantastisch! Ze denken: “Jij
bent toch volwassen, nou, dat willen
we dan wel eens zien.” Als je zo over
leerlingen gaat denken, dan word je
vanzelf enthousiast.’
Kan je enthousiasme aanleren?
‘Ja, dat weet ik niet. Enthousiasme
is ook een raadsel. Als je er over
nadenkt dat het letterlijk betekent
van geest vervuld zijn, dan ben
je ook gelijk bij de kern van wat
Steiner als vernieuwing neerzet. Je
bent niet alleen hier bezig, je bent
ook een geestelijk wezen. Als je die
bron aan kan boren, wordt iedereen
enthousiast.’
Hoe doe je dat, hoe boor je die bron
aan?
‘Door je met gedachten bezig te
houden over opgroeiende kinderen.
Wat gebeurt daar, wat ontwikkelt zich
daar, dat proberen te begrijpen. Door
steeds weer open en opmerkzaam
te zijn. Dus geen vast oordeel te
hebben en dat is heel moeilijk,
helemaal voor mij, maar een open
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
oordeel te houden. Ik heb dat bij
leerlingen ook wel meegemaakt,
dat pas aan het eind van hun
schoolcarrière door acties van die
leerlingen ik andere oordelen over ze
kreeg en dan gaat het dus ook anders
in de les.’
Hoe kijk jij aan tegen het gebruik van
moderne leermiddelen zoals beamers
en PowerPoints?
‘Als het een illustratie bij een verhaal
is, waarbij jij eerst als het ware het
beeld schept en daarna het plaatje
laat zien, dan is het prima. Maar wat
ik ook wel doe is dat ik bijvoorbeeld
eerst een paar afbeeldingen laat zien
van verschillende landschappen en
dat ik dan met de leerlingen bespreek
wat ze zien en wat ze opvalt. Deze
middelen kunnen prima in de les
gebruikt worden, maar erbij. Als
aanvulling op de beelden die jij hebt
geschetst.
Je moet er ook voor zorgen dat de
leerlingen hun fantasievermogens
kunnen ontwikkelen en als je
leerlingen alleen maar kant en klare
beelden aanlevert dan kunnen ze
dat niet goed ontwikkelen. Dit doe
je door het woord te gebruiken
want dan moeten ze zelf een beeld
scheppen en deze beelden moeten
kunnen groeien, ze moeten dus niet
als een soort definitie vast worden
gelegd. Moeten leerlingen leren wat
een tropisch regenwoud is, of moeten
de leerlingen leren zelf een beeld,
een voorstelling maken? Ze moeten
het voorstellingsvermogen, het
beeldend vermogen, ontwikkelen. Ik
denk dat het goed is, bij het inzetten
van nieuwe leermiddelen, om je af te
vragen wat je de leerlingen aanleert
aan menselijke vaardigheden. Ze
moeten zich als mens ontwikkelen, en
al die stof is daarbij een hulpmiddel.’
Wat hebben leerlingen tegenwoordig
vooral nodig?
‘Een van de grote problemen van
deze tijd is de moeite die leerlingen
hebben om zich te concentreren.
Je langer met een onderwerp
bezighouden en je daarop focussen
en de rest uitsluiten. Leerlingen
leven vooral in een wereld van niet
focussen, van het een naar het ander
springen, de zap -wereld. Als het lukt
om je op één ding te concentreren,
dan word je in jezelf getrokken en
dan kom je tot rust. Veel leerlingen
hebben smartphones die constant
voor afleiding zorgen door berichten
die daarop binnen komen. Daarom
heb ik ook vaak als advies aan ouders
gegeven om samen met de kinderen
aan de keukentafel huiswerk te
maken en daarbij de telefoon uit te
zetten.’
Waarom is de taak als docent zo
belangrijk?
‘Jij bent op het moment dat je
lesgeeft iets van toekomst aan het
maken. De leerlingen komen later uit
de geestelijke wereld dan jij en die
gaan toekomst maken en daar mag
je als docent bij helpen. Dan kom
je bijna bij een soort heilige plicht.
Een leraar heeft dus een ontzettend
grote verantwoordelijkheid. Die
verantwoordelijkheid zou de docent
moeten krijgen van de ouders en de
schoolleiding. Als docent zet je iets
voort van een ontwikkeling die in de
geestelijke wereld al begonnen is. Als
jij dit bewustzijn tot in het gevoel en
in de wil kan laten zakken dan ga je
de goede dingen doen en dan krijg je
af en toe een les die geslaagd is tot
op individueel ontwikkelingsniveau.’
Wat wens je de school toe?
‘Samen menskunde studeren. Samen
erover praten hoe je dat in je lessen
toepast. Samen zorgen dat je veel
meer tijd voor achtergronden en
ideeën hebt.’
Wat ga je nu doen?
‘In ieder geval eerst uitrusten en op
vakantie, als het zomaar mooi weer
is. Daarnaast zou ik graag ook nog iets
met mijn in het vrijeschoolonderwijs
opgedane kennis en ervaring doen.
Maar ook: opa zijn, opruimen,
tuinieren, verbouwen, huis inrichten
naar onze huidige levensfase, veel
wandelen met Jet en wellicht ook
nog wat met stenen, ik heet niet voor
niets “Peter”.’
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 33
- Advertenties -
Elke donderdag
Consultatiebureau
Berg en Dalseweg 83
6522 BC Nijmegen
024- 323 46 56
Mail: [email protected]
[email protected]
www.dewittemolen.eu
34 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
Website: www.hypericon.nl
Ingezonden stuk
Ritme is de hartslag van het leven
door Mirjam van Meurs
Ritme loopt als een rode draad door ons en dus ook míjn leven. Als klein meisje herinner ik me mijn vader die me
welterusten zei aan mijn bed en dan naar de deur liep. Daar stond ie stil, en sloeg met zijn pols een ritme op de deur,
dat lekker dreunde en een diep gevoel van rust gaf… een ritmische slag. Hij zong erbij over de fanfare en ome Jan die
de grote trom sloeg. En dat ging lekker zo door in een tempo dat blijkbaar goed bij mijn hartslag hoorde. Dat deed
hij ook als ik “van slag was” en ik werd daar rustig van.
Ritme geeft het tempo aan. Een rustig ritme geeft
een koestering. Als ongeborene hebben we dat al
meegemaakt : de rustgevende hartenklop van de moeder.
Vandaar dat het zo heerlijk is om gewiegd te worden…
we voelen ons dan weer zo veilig en gekoesterd als toen!
Daarom ook schommelen kinderen zo graag, marcheren
ze voor de lol, én trommelen ze graag!
En ik? Ik ging later drummen! Dat was toen wel een beetje
“raar voor een meisje”, maar ik wilde graag die grote trom
van ome Jan nadoen! Ritme raakt, want ritme zit in ieder
van ons!
Als er een lekker ritme wordt gedrumd, kan niemand stil
blijven staan. Ritme is de basis van een muziekstuk of een
lied. Vanuit een goede basis is er een creatieve vrijheid
om mee te zingen, spelen of dansen…. en als er even
verwarring is dan kun je terugvallen op de basisslag en
dan zit je er weer lekker in.
Ik heb kinderen les gegeven op de djembé, de Afrikaans
trom. Ik leerde ze de basisslagen waar ze veel plezier
in hadden. Wat me nog het meest bijstaat is dat
leerkrachten vertelden dat het rekenen bij deze kinderen
zo vooruit ging! Ze snapten het beter, en hielden beter
overzicht.
In de natuur en de vormenwereld om ons heen is ritme
ook terug te vinden.
Een juf klaagde eens over het slechte handschrift van
de oudere kinderen en daarom ging ik het volgende met
ze doen: Ik zette muziek op, een populaire beat. Ik liet
ze in de maat tekenen (“tekendansen”): herhalende
hoeken, lijnen, soms golven, en het swingde! Zo kwamen
de kinderen lekker in hun lijf. De tekeningen die zo
ontstonden waren kunstwerkjes! Het (ritme-)gevoel was
de ingang om mooi recht en regelmatig te kunnen
blijven tekenen, en dat werkte weer door op hun
handschrift.
In de flow, meegaan in het levensritme geeft energie
en een prettig gevoel. Maar niet altijd zit je lekker in
je vel of in die flow! Wiegen (of pulsen) is dan een o
zo heerlijk, uitnodigend en koesterend gebeuren, net
als ritmische massage, wat de mens innerlijk weer
laat stromen. Dus met handen en (masserende of
pulserende) bewegingen kan ritme leven brengen, en
gevoel laten stromen. Het lijf herkent dat ritme van
binnen en een zelf genezende, balancerende werking
is dan een natuurlijk gevolg. Met pulsing heb ik
menige keren kinderen “uit hun studiehoofd” gehaald
en ook snel in slaap gebracht! Wiegende bewegingen
doen het lichaam herinneren aan de moederschoot.
Ritme kan iets in je lijf in gang zetten, het is dus
een lijfelijk ervaren. Onze rechterhersenhelft is het
creatieve, visuele en emotionele geheugen dat
informatie intuïtief verwerkt. Onze linkerhersenhelft
is de bestuurder, de ratio. We wisselen door de
dag van linker naar rechter helft afhankelijk van
de vaardigheden die nodig zijn. In een staat van
intensieve creativiteit of bij ritmisch geluid gaan beide
hersenhelften over tot hetzelfde gesynchroniseerde
ritme en is er sprake van een gevoel van helderheid
en verhoogd bewustzijn. Hemisferische synchronisatie
heet dat, en dit kan leiden tot verhoogde mentale
kracht en intense creativiteit.
Dat klinkt mooi, maar het werkt al in alle eenvoud
als een kindje gewiegd wordt door het lopen van
de dragende moeder. En dan gaat het kruipen en
dan lopen: het lichaam krijgt ritmisch een linksrechtscoördinatie die balans en
bewustzijn brengt in het systeem.
Ritme heeft invloed op ons. Ritme
nodigt je uit te voelen, intuïtief te
zijn, je lichaam te voelen en alles
te laten stromen. Daarom is ritme
evenwichtgevend, gezond en helend.
Ritme is de hartslag van ons leven!
Mirjam van Meurs is moeder van een
leerling op KGC, docente en creatief
therapeute bij centrum Hartistiek
waarin zij mensen intuïtief beeldend
laat werken. Ook geeft zij sessies Holistic
Pulsing .
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 35
- Advertenties -
36 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
Even voorstellen: Paul Zuiker, voorzitter Stichting tot Steun
door Monique Coffeng (moeder van Okke en Puck)
Paul, je bent net voorzitter geworden. Wil je jezelf even
introduceren?
Ik ben vader van Gideon (3e klas) en Esmee (1e klas). Ik
ken ik de Meander al geruime tijd, dankzij mijn oudere
kinderen (Itzel 22 jaar en Aron 19 jaar) die hier ook op
school hebben gezeten. Zij studeren nu onderwijskunde
(in Utrecht) en werktuigbouwkunde (in Eindhoven).
Ik vind het geweldig te zien tot welke zelfstandige en
zelfbewuste jonge volwassenen zij zijn uitgegroeid. Aan
die ontwikkeling heeft het Vrije School onderwijs een
belangrijke bijdrage geleverd. Dit motiveert mij ook mijn
steentje bij te dragen aan de bevordering van het Vrije
School onderwijs, dat de eigenheid en creativiteit van
onze kinderen zo ten goede komt. Dit onderwijs is tevens
een geschenk voor onze samenleving, die meer dan ooit
oorspronkelijke geesten nodig heeft.
Kun je ons wat vertellen over de bestedingen van de
Stichting tot Steun, wat doen jullie met het ingezamelde
geld?
De Stichting tot Steun is zo oud als de school zelf (41
jaar) en heeft al die jaren de vernieuwing van het
onderwijs ondersteund met financiële middelen. We zijn
de trotse sponsor van initiatieven als de boederijschool
(klas 3), de hapskampen (klas 5) en eindkampen (klas
6) maar ook van de aankoop van muziekinstrumenten,
de groene schoolpleinen en de verduurzaming van het
schoolgebouw (zonnepanelen).
Zijn er nog meer inkomsten voor de stichting?
Van oudsher vormt de oud papieropbrengst de
grootste inkomstenbron. Omdat mensen echter steeds
minder papier gebruiken, is er minder oud papier
voorhanden en zijn deze inkomsten wat onder druk
komen te staan. Vandaar dat we ook andere bronnen
zijn gaan aanboren zoals het vinden van subsidies en
donateurs. Om komende periode alle nieuwe initiatieven
financiëel mogelijk te blijven maken, breiden we onze
ondersteuning uit. We gaan de initiatiefnemers actief
helpen bij het genereren en vinden van de benodigde
middelen. Hierbij zullen we de ouders betrekken van
wie kinderen direct baat hebben bij zo’n initiatief. Ik
ben erg benieuwd wat die creativiteit en betrokkenheid
allemaal mogelijk gaat maken. Het is geweldig vanuit deze
solidariteit het onderwijs voor onze kinderen nog meer
inspirerend en beter te maken.
Wat ga jij dit jaar aanpakken bij de activiteiten?
Dat hangt geheel af van de vragen die we binnenkrijgen.
Het eerste prachtige verzoek hebben we afgelopen
maand al kunnen honoreren. Het betreft het initiatief
‘Technieklandje’ dat Pjotr Timmermans dit schooljaar
gestart is voor de 5e klas van Peter Josemans. Kinderen
leren er in de natuur te overleven door het ontwikkelen
en inzetten van technische kennis. Dit is niet alleen
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
De Stichting tot Steun
De Stichting tot Steun is een
organisatie van ouders die de
school financieel ondersteunt in,
met name, typische vrije school
activiteiten. Het bestuur
wordt gevormd door drie
ouders van school, waarvan één
ouder oud papier-coördinator is.
Sinds dit jaar is er een nieuwe
voorzitter met nieuwe
ideeën en aangepast
‘beleid’. Daar willen we
meer van weten.
hartstikke leuk onderwijs, maar hiermee lopen
we ook vooruit op een wettelijke bepaling die het
vak techniek vanaf 2020 verplicht stelt. Dankzij dit
initiatief kunnen onze kinderen 6 jaar eerder al van
deze onderwijsvernieuwing profiteren! In mei gaan
Pjotr en ik in gesprek met de ouders van klas 4, om te
bekijken hoe we dit onderwijs volgend jaar ook voor
hun kinderen mogelijk kunnen gaan maken.
Wat heb je nodig van de ouders?
De Meander kan dit hoge niveau aan onderwijs alleen
bieden dankzij de betrokkenheid en inzet van ouders.
Hierin bouwen we voort op een lange traditie. Wij
verzoeken ouders op een manier bij te dragen die ook
henzelf voldoening schenkt. Dit kan voor de een ’n
donatie zijn, de ander stelt tijd beschikbaar en weer
een ander organiseert een sponsorloop of boort een
goede-doelen-potje aan bij de werkgever. Voor de ene
ouder is het motiverend precies te weten waarvoor
zijn bijdrage wordt geleverd, zoals de sponsoring van
het technieklandje, terwijl de ander juist warm wordt
van een algemene bijdrage, zoals het ophalen van oud
papier. Al deze bijdragen zijn van harte welkom en heel
concreet zijn we op dit moment op zoek naar ouders
voor de oud papier-poule.
Dus als je je geroepen voelt, meld je dan aan bij Frank
van Groenendaal. En verder: heb je nog tips of zie je
kansen, we horen het graag!
Stichting tot Steun
Paul Zuiker, voorzitter (email: [email protected], tel:
06 215 245 13)
Jan de Graaf, penningmeester (email: deGraaf@
dgnadvocaten.nl, tel: 06 517 240 02)
Frank van Groenendaal, oudpapiercoördinator (e-mail:
[email protected], tel: 06 202 289 99)
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 37
- Advertenties -
Holistic Pulsing
De kracht van de zachtheid!
De Branding is op
zoek naar
NIEUWE
REDACTEUREN!!
Zachte wiegende, ritmische en pulserende
bewegingen nodigen het lichaam uit zich te
ontspannen en je weer te laten “meestromen”
Het ontkrampt, ontspant, geeft weer energie!
In een veilige omgeving lig je daarbij gekleed op
een massagetafel. Voor kind en volwassene;
voor zieke en gezonde. Ook geef ik instructieworkshops. Meer weten? Of goedkope
kennismaking? Bel mij! Mirjam van Meurs
tel 026-3790772/ 06-42254815
38 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
Doe mee en geef je
eigen kleur aan deze
krant
Reacties naar
redactie@
branding-nijmegen.nl
Reisverslag
Oceanography & Meteorology
door Erik Nieuwkoop, docent aardrijkskunde KGC
Tijdens de tweede week van de kerstvakantie en de twee weken die
daarop volgden, ben ik samen met Jaina Hurkens en Freek Besselink
uit klas 12 en twee leerlingen uit klas 10 van VS Zutphen naar de
Andaman Eilanden in India geweest voor een cursus Oceanography
& Meteorology en de daaraan gekoppelde lessen Marine Art.
Op het Karel de Grote College kennen we deze lesinhoud van de
aardrijkskundeperiode van klas 10, waarin onder andere de hydrosfeer, de atmosfeer en het weer
centraal staan. Tijdens de cursus kon ik voor de verandering uit mijn rol als docent stappen; ik mocht
deelnemen als leerling. Dit was natuurlijk een fantastische mogelijkheid om letterlijk en figuurlijk
ondergedompeld te worden in deze internationaal opgezette periode.
Al sinds enige jaren organiseert
Jayesh Pillarisetty Narasimhulu,
verbonden aan vier vrijescholen
in Hyderabad, India internationaal
opgezette lesprogramma’s,
gebaseerd op een specifieke
hoofonderwijsperiode. Dit jaar werd
voor het eerst een multinationaal
georiënteerde cursus georganiseerd.
Hoewel de Andaman-eilanden
-absoluut gezien- centraal liggen
voor de deelnemers uit Nederland,
India en Australië, was de relatieve
afstand vele malen groter. Na
een onafgebroken reis van bijna
drie dagen bereikten we de
eindbestemming: Havelock Island.
Voor het gevoel in een uithoek van
de wereld. Cultuurverschillen, het
seizoenverschil en vermoeidheid
dwong iedereen tot volledige
overgave. En dat was goed want de
cursus ving direct aan.
Het programma kende een heel
duidelijk ritme: 5.00 uur opstaan,
sport en spel op het strand,
ontbijt, hoofdonderwijs, kunst,
lunch, natuurkunde, theorie
duiken, huiswerk/vrije tijd, diner,
sterrenkunde, verhaal, 22.00 uur
avondklok.
Een indrukwekkend programma,
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
althans, zo kwam het op de
deelnemers over. Uiteraard was
het programma ook vol, maar
vanwege de afwisseling en de
regelmaat vloeiden de verschillende
programmaonderdelen erg mooi in
elkaar over. Er was ruimte voor in- en
uitademen.
Eén van de meest indrukwekkende
programmaonderdelen was een
PADI-open-water-duikcursus in
zee. Naast de voor mij geheel
nieuwe wereld die we betraden,
toonde de cursus prachtig de
verbanden die tijdens de lessen
natuurkunde vaak alleen beschreven
konden worden. Hierdoor kwam
de belevingswaarde van onder
andere de wet van Boyle op een
veel hoger niveau. Hoewel het voor
mij tijdens de eerste dagen erg
wennen was aan de rol als leerling
in plaats van de rol als docent,
kon ik langzaamaan steeds meer
gaan genieten van de kwaliteiten
van mijn collega’s van de andere
kant van de wereld. Het thema
en de onderwerpen waar we aan
werkten, vormden bekend terrein,
de benaderingswijze was echter
weer geheel anders. Het vormde
een heel mooie bron van inspiratie.
Gedurende de periode vormde zich
een erg mooi samenhangend geheel
van alle disciplines; een lijn die vanaf
zonsopgang, via zeestromingen zoals
besproken bij hoofdonderwijs en op
papier gezet bij kunst, herleid werd
tot fysieke kwaliteiten van water en
lucht om vervolgens met de opkomst
van de maan en ondergang van de zon
als gedachten mee de nacht in konden
worden genomen. Voor even...
Het drukke programma, de vreemde
omgeving en de nieuwe contacten
gaven de reis een magische tint.
De belevingswaarde van de lesstof
lag hoog. De regelmaat in de lessen
zorgde ervoor dat je niet anders kon
dan de lesstof doorléven. Dat niet
elke hoofdonderwijsperiode op deze
manier vorm gegeven kan worden, is
jammer, maar begrijpelijk. De cursus
heeft mij veel bagage opgeleverd.
Bagage in de vorm van internationale
contacten met vrijeschool collega’s
in India en Australië, maar bovenal
inspiratie. Ik hoop dat ik deze
bevlogenheid mee kan nemen in mijn
lessen.
Meer foto’s en informatie over deze
cursus zijn te vinden op de website:
www.asc-hyd.org
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 39
Wiskunde in de natuur
De regelmatige schoonheid van de nietrepeterende breuk
door Herman Beeren
De natuur zit vol
met al dan niet
verborgen regelmaat
en ritmiek. Iedereen
ziet de golven op
het water, hoort de
onzichtbare trillingen
van luchtdeeltjes
(geluid) of voelt
de, zowel voor
oor als oog niet
waarneembare,
elektromagnetische
golven van het licht.
Planeten die hun omloop maken om een ster, zijn
voorbeelden van veel grotere periodieke bewegingen.
En dat is meteen het kenmerk van ritme: de
periodiciteit - de op- en neergaande beweging rond een
evenwichtstand.
Het bekendste ritme is natuurlijk die van dag en nacht –
de aarde die eenmaal om haar as draait - , en daarmee
van waken en slapen, van het lawaai van de dag, dat
overgaat in de stilte van de nacht.
De jaarlijkse beweging van de aarde om de zon zorgt
niet alleen voor het periodieke verschijnsel van de
seizoenen, (dat overigens vooral veroorzaakt wordt door
de scheve stand van de aardas), in combinatie met de
maandelijkse omloop van de maan om de aarde ontstaat
een complex samenspel van gravitatiekrachten dat zich
op spectaculaire wijze manifesteert in eb en vloed, de
getijden.
Ook in de levende natuur treffen we tal van voorbeelden
aan van ritme en regelmaat. De bijen die gebruik
maken van de geometrie van het regelmatige zesvlak
bij het bouwen van hun nesten, ijskristallen die
groeien volgens zich voortdurend herhalende patronen
(fractals!), een insectensoort (cicaden) die er een
verbluffend eigenaardig ritme op nahoudt wat betreft de
voortplanting: het is zomaar een willekeurige greep.
Wat we zien in al die ritmiek en regelmaat lijkt een
streven naar vervolmaking en een optimaal gebruik van
vorm en van krachten, waardoor de meest efficiënte
wijze van groei en dus van overleving kan worden
gerealiseerd.
Het is vooral het aspect van groei en bloei in de
plantenwereld waardoor ik gefascineerd ben geraakt.
Ik ben me gaan verdiepen in de onderliggende
‘mathematiek’ van verschillende verschijnselen. Want
waar periodieke processen en regelmatigheid in de
verdeling van ruimte en tijd in het spel zijn is de wiskunde
nooit ver weg! Zij biedt ons immers het gereedschap
om onze waarnemingen te abstraheren tot een soort
40 | Voorjaar 2014| Ritme & Regelmaat
symbolische ‘exactheid’, waarmee we de schitterende
werkelijkheid als het ware kunnen transformeren tot
elegante wetmatigheden en in veel gevallen ook tot een
soort grafische kunst.
Die graphics zijn niet alleen oogstrelend maar wekken –
bij mij althans – op hun beurt nog meer verwondering
over hoe de wiskunde intrinsiek deel uit lijkt te maken
van de hele natuur.
We zijn als mens in staat om te ont-dekken, een tipje van
de sluier op te lichten en te zien wat een wonderbaarlijke
wereld eronder schuil gaat!
De Gulden Snede
Voordat ik een interessant wiskundig beeld werp op de
groei van de zaden in een zonnebloem moet ik eerst wat
theorie uit de doeken doen.
De gulden snede is een wiskundig begrip dat een
bepaalde verhouding weergeeft tussen twee
hoeveelheden (bijv. lengtes). Je kunt hem als volgt
visualiseren:
Verdeel het lijnstuk c in twee stukken a en b, zó dat: a/
b=a/c , m.a.w.: het langste lijnstuk (a) verhoudt zich tot
het korte lijnstuk (b) als het hele lijnstuk (c = a + b) tot het
langste lijnstuk (a).
Die ‘gulden verdeling’ van het lijnstuk is (m.b.v. wat
wiskunde) gelijk aan:
φ=(1+√5)/2=1,6180339887…
Met de eigenschappen van dit bijzondere getal φ (griekse
Phi, spreek uit: fi) hebben de grote wiskundige geesten als
Pythagoras en Euclides in het oude Griekenland en later
Kepler, Newton en vele anderen zich lang beziggehouden.
In de wiskunde vinden we de Gulden Snede terug in
allerlei geometrische vormen, zoals het pentagoon en het
pentagram.
Ik kan hier nu niet alle bijzondere eigenschappen van
φ bespreken. Het belangrijkste is om te zien dat de
zogenoemde decimale ontwikkeling van het getal nietrepetitief is. Dat betekent dat - in tegenstelling tot de
rationale getallen (‘breuken’) - getallen als φ en ook π
en bijvoorbeeld √5 (zogenoemde reële getallen) geen
repeterend gedeelte in de decimale ontwikkeling hebben.
De breuken 5/8=0,6250000… en 7/23=0,30434782608
695652173913043478261… bijvoorbeeld repeteren zich
na resp. de derde en de 22ste decimaal; een belangrijke
eigenschap van breuken: de decimale
ontwikkeling zal zich ooit, op enige
plaats, herhalen.
Groei en bloei
Welnu, wat betekent dit nu allemaal?
Wat heeft dat met een zonnebloem
te maken?
De zaden in de zaabol worden
primordia genoemd. Onderzoek
heeft geleerd dat de primordia
vanuit het midden aangroeien,
waarbij steeds het ene zaadje een
bepaalde, constante hoek maakt
met zijn voorganger. De grootte
van die hoek is cruciaal. Stel dat de
plant zou ‘kiezen’ voor een hoek
van (het complement van) 5/8*360
graden = 135 graden. Het is niet
moelijk in te zien dat er dan een
stervorm ontstaat, zie de afbeelding.
Na 8 maal immers wordt weer de
uitgangspositie bereikt, zodat zaadje
met rangnummer 9 dezelfde hoek
maakt met de hoofdas als zaadje
nummer 1 !
De rode pijl van zaadje 18 naar zaadje
19 markeert die hoek van 135 graden.
Nee, dat is niet wat de natuur als
beste oplossing voor ogen heeft
voor de opslag van de zaden! Deze
stervormige zaadbol is zwak van
structuur en zal daardoor snel
uiteenvallen. De plant moet op zoek
Branding
Schoolkrant Vrije Scholen Nijmegen
naar een andere, een ‘betere’ hoek.
Een hoek die zichzelf niet repeteert,
wat het voorbeeld laat zien.
Een hoek dus, die niet bepaald
wordt door een rationaal getal, (een
getal met een zich repeterende
reeks digits (cijfers)), maar juist een
getal dat niet in een breuk is uit te
drukken!
primordia tot het midden van de
zaadbol.
Ik heb daar een studie naar gedaan
en de resultaten geïmplementeerd
in een computerprogramma.
Die inspanningen leveren
mooie beelden op en door te
experimenteren met variabelen,
vaak ook verrassende inzichten.
Ja, precies, en laat φ , de Golden
Ratio, zo’n getal zijn!
Let op de vele spiralen die linksom
en rechtsom opdoemen. Door te
filteren op rangnummers kunnen
deze zichtbaar gemaakt worden:
Dat is waar de natuur naar op zoek
lijkt: een ‘niet-repeterend’ getal
als het gaat om de locatie van
opeenvolgende zaden en bladeren.
Zelfs zien we dit paradigma terug
in sterrenstelsels, in de groei van
slakkenhuizen en zoveel andere
verschijnselen.
Al wordt de zaadbol oneindig
groot: nooit zal er een zaadje met
de hoofdas een zelfde hoek te zien
geven als een van zijn voorgangers!
Het is wél verleidelijk om nog
in te gaan op het werk van de
Italiaanse wiskundige Fibonacci. Zijn
beroemde reeks, (1, 1,2, 3, 5, 8, 13,
21, 34, 55…) heeft zóveel kenmerken
die te maken hebben met alles
wat ik hierboven heb beschreven,
dat het jammer is dat dit geen
wiskunde-dictaat is.
Daarom laten we het hierbij.
Het getal φ levert de zogenoemde
Gulden Hoek namelijk:
het complement van φ*360 graden=
137,50776405…graden
Hier zoomen we weer in op het
centrale gedeelte van de zaadbol.
Merk nu op dat de
hoek niet terugkeert.
De pijl markeert
andermaal de
opeenvolgende zaden
tijdens de groei: zaadje
nummer 19 ligt een
Gulden Hoek verder
dan zaadje 18.
Hierdoor ontstaat de
ideale ‘compactheid’
en verkrijgt de zaadbol
bijgevolg zijn optimale
stevigheid.
Nieuwsgierig geworden? Als
je belangstelling hebt voor het
computerprogramma en de
broncode, laat het me dan weten:
[email protected]
Het voert te ver om
hier ook in te gaan
op de afstand van de
Ritme & Regelmaat | Voorjaar 2014 | 41
Ingezonden stuk
- Advertentie -
Een ervaring met kunstzinnige therapie
door Hypericon
Kunstzinnige therapie, een therapie waar je op een creatieve manier
tot de kern in jezelf kunt komen en kennismaken. Mirre van Zanten is
binnen Gezondheidscentrum Hypericon werkzaam als Ayurvedische
(massage) therapeut. Zij doet dit werk nu 15 jaar, waarvan 3 jaar bij
Hypericon.
Kunstzinnige therapie, een therapie waar je op een
creatieve manier tot de kern in jezelf kunt komen en
kennismaken.
Mirre van Zanten is binnen Gezondheidscentrum
Hypericon werkzaam als Ayurvedische (massage)
therapeut. Zij doet dit werk nu 15 jaar, waarvan 3 jaar bij
Hypericon.
"De manieren van denken van waaruit wordt gewerkt
in de Ayurveda en de antroposofie, hebben veel
overeenkomsten. Alleen de woorden die we eraan geven
zijn anders..."
Vijf jaar geleden is Mirre, via haar huidige partner, in
aanraking gekomen met de antroposofie. Sinds een paar
maanden zit haar dochter in de kleuterklas bij juf Joke.
Haar taak bij Hypericon is onder andere zorg dragen voor
het leveren van artikelen voor de Branding over Hypericon
en haar medewerkers.
Door haar werk bij Hypericon, heeft zij kennis kunnen
maken met verschillende vormen van therapie vanuit
de antroposofie, zoals euritmie, (ritmische) inwrijving,
bijenwas-inpakkingen. Sinds kort heeft zij daarnaast
bijzondere ervaring opgedaan met kunstzinnige therapie
bij Joyce van de Velde.
We laten Mirre aan het woord:
"En deze ervaring met kunstzinnige therapie wil ik graag
delen.
Zoonlief (12 jaar), groot en sterk, had een wens om
iets creatiefs te gaan doen, een speksteen bewerken
bijvoorbeeld. Dat had hij een aantal jaar geleden ook al
gedaan, bij een vriendin, die tevens kunstenares is. Hij zag
dat wel weer zitten, lekker hakken.
Als we nu eens samen iets gaan doen, zei ik tegen hem.
Jij speksteen bewerken en ik vraag of Joyce mij kan leren
sluieren. Dat zou ik toch ook wel eens graag echt willen
leren, met al die mooie kleuren.
Joyce vond het een erg leuk idee. Alleen...met
speksteen werken zou niet gaan, want dan zou de mooie
groepsruimte helemaal onder het stof komen te zitten,
wat niet echt een optie was. Dus het zou dan boetseren
worden of schilderen, maar op dat moment kon ze nog
niet zeggen wat het zou worden.
Waar wij het idee hadden om bij Joyce gewoon 1 à
anderhalf uur door te brengen met simpel iets creatiefs
te gaan doen, was Joyce al andere dingen aan het
verzinnen..
‘laten wij het maar los laten’, zei ik tegen Steijn, ‘en laten
we Joyce beslissen wat zij denkt goed is voor ons te doen.
Tot mijn verbazing stemde hij in…
Op de bewuste middag waren we ruim op tijd; ik had
zelf eerst nog een afspraak met een patiënt en Steijn zou
alvast met Joyce dingen voorbereiden en beginnen.
‘Nou’, dacht ik tijdens het doen van mij behandeling,
‘ze zijn veel aan het versjouwen, wat een kabaal daar
beneden. Maarrr rustiggg doormasseren’.
Eenmaal klaargemaakt om de ruimte in te gaan van de
kunstzinnige therapie, was ik verrast en verheugd te zien
wat ze aan het doen waren.
Twee tafels waren tegen elkaar gezet, vol met klei en
water, een modderboel dus waarin ze heerlijk met hun
handen de klei met het water in vorm brachten.
‘Om even te aarden en te voelen’, vertelde Joyce
verheugd, ‘als voorbereiding’. Ik mocht ook meedoen,
maar dat was niet echt noodzakelijk vond ze omdat ik
daarvoor al met mijn handen in de olie gekneed had.
Vond ook ik een prima idee.
‘En’, vertelde ze, ‘weet je hoe Steijn al deze klei op tafel
heeft gebracht?’ ‘Nee’, antwoordde ik natuurlijk. ‘Hij
heeft deze klei op tafel gegooid!!! En veel kracht dat hij
heeft! Hij mocht het zo hard doen als hij wou en kon’.
Ooh, dacht ik gelijk, dus dát
was het kabaal dat ik net
hoorde toen ik boven was.
‘Kijk maar eens naar de
muren en de gordijnen!’,
ging Joyce verder.
Zelfs het plafond zat
onder de klei. Dat wordt
schoonmaken!!
Maar ik was onder de
indruk. Met de handen
in de klei en water om te
aarden en met klei gooien
om zijn woede en frustratie
er uit te laten komen.
Hoe weet zij dit allemaal
van hem? Ze kent hem niet
en toch zit ze precies op
het goede pad.
We mochten onze hand losmaken uit de klei. En wat was
het geworden wat we hadden gemaakt? Een hol!
Toen mocht de hand er weer in en moest er klei gepakt
worden van binnenuit om deze te gaan kneden en er een
vorm in aan te brengen. Misschien werd het wel een dier
dat in het hol woont.
En dat door alleen te voelen, zonder te willen zien wat je
maakt. Het aanspreken van je tastzin en je vertrouwen..
Dit was toch wel lastig voor Steijn. Hij had al bedacht dat
hij een konijn wou maken, wat het uiteindelijk werd: een
hele konijnenfamilie in en op het grote hol, met een grote
draak.
Bijzonder, om getuige
van te zijn van die
aanpak van Joyce, die zo
passend bleek.
Om als moeder de
thema's te herkennen
die hem op dat moment
aanspreken. Om
daardoor iets voor elkaar
te krijgen of iets los te
laten.
En dat gaat dan voor een
kind vaak onderbewust.
Er werd wat geopend,
hij werd gezien, er werd
naar hem geluisterd en
hij mocht zijn creatieve
kunsten uiten en zelfs
zijn woede die hij in zich
had.
Toen gaf ze ons de volgende opdracht: met één hand
een vuist maken en met de andere hand deze hééél dik
instoppen met de klei.
Het kon niet dik genoeg, en het moest nog dikker.
Toen Joyce tevreden was mochten we door naar de
volgende opdracht: met de hand die in de klei zat ruimte
maken, heen en weer wrikken, nog meer ruimte maken
in die dikke klei, zonder er nog uit te komen.
Ruimte maken, ruimte maken voor jezelf, ruimte maken
voor je zelf.
Mijn hart voelde ik een slag overslaan! Weer raak
geschoten, ging er door me heen. Dit is exact een thema
dat op de voorgrond staat. Bijzonder, en ik hoopte maar
dat hij dat ook zo voelde. Maar ik besefte dat ik dat
natuurlijk niet zo tegen hem kan zeggen. Dus ik besloot
wijs om mijn mond te houden en het hem met zijn
handen te laten ervaren en te voelen, en maar te bezien
hoe het zich zou gaan ontwikkelen. Intussen hopen dat
het zich nestelt in zijn bewustzijn.
De volgende keer kan de aanpak van Joyce weer heel
anders zijn, want iedere dag is anders, ieder mens is
anders, iedere gebeurtenis is anders. Ook al lijkt een
gebeurtenis soms op een gebeurtenis die al eens eerder is
geweest, hij is toch nieuw. Net als ieder inademing waarin
leven zit, veel of weinig. Net als iedere uitademing waarin
loslaten en ontspanning zit, groot of klein.
Het is…”
Om datgeen wat buiten ons is waar ten nemen
gebruiken we onze zintuigen: zien, horen, ruiken,
proeven en voelen we. Bewust of onderbewust. Van alle
zintuigen is de tastzin doorgaans het minst ontwikkeld.
Mirre van Zanten
Ayurveda ( massage) therapeut
Hypericon, centrum voor integratieve geneeskunde
www.hypericon.nl
Bent u nieuwsgierig naar Joyce van de Velde?
Joyce werkt in groepsverband en ook individueel. Ze
organiseert regelmatig thema werkgroepen.
U kunt informatie over haar vinden op de website van
hypericon: www.hypericon.nl onder het kopje therapieën
bij kunstzinnige therapie. Bellen kunt u haar ook, onder
telefoonnummer: 024 322 37 74 en/of 06 55 84 28 42
Ik wens u een bijzondere creatieve tijd toe in welke vorm
dat ook mag zijn.
Meander vrijeschool voor basisonderwijs
Groesbeeksweg 146, 6524 DN Nijmegen 024-360 03 56
Prins Bernhardstraat 12-14, 6521 AB Nijmegen
024-344 82 06 www.vrijeschoolmeander.nl
Karel de Grote College scholengemeenschap voor
voortgezet vrijeschoolonderwijs
Wilhelminasingel 13-15, 6524 AJ Nijmegen
024-382 04 60 www.kgcnijmegen.nl