Exameneisen Winkelsurveillance

EXAMENEISEN WINKELSURVEILLANCE 2
Verduidelijking exameneisen
Voor alle exameneisen geldt dat waar gesproken wordt van kennis van de begrippen ook
voorbeelden van deze begrippen kunnen worden gevraagd in een examen.
Wijzigingen 2014:
Geen.
Exameneisen Certificaat Winkelsurveillance
Pagina 1 van 5
SVPB 052014
1.01
De essentiële beroepshouding
1.01.01
Beschrijft de basisberoepshouding van de winkelsurveillant en handelt hiernaar op basis
van professionaliteit, integriteit, klantgerichtheid, dienstverlenend optreden,
gezagsuitstraling en Security Awareness.
1.02
Beschrijft rechten en plichten
1.02.01
Beschrijft de rechten en plichten van een winkelsurveillant m.b.t. het gebruik van
Video Surveillance systeem (VSS)
1.02.02:
verwijderd
1.02.03:
verwijderd
1.02.04
Beschrijft de begrippen: het recht van retentie en aangifte doen.
1.03
Beschrijft bevoegdheden
1.03.01
Beschrijft en onderscheidt het overtreden van bedrijfsregels en het plegen van strafbare
feiten.
1.03.02
Beschrijft en onderscheidt geüniformeerde en ongeüniformeerde winkelsurveillance.
1.03.03
Beschrijft en onderscheidt de huisregels, instructies en de regels met betrekking tot
aanhouden en in beslag nemen.
1.04
Beschrijft verantwoordelijkheden
1.04.01
Beschrijft de sociale verantwoordelijkheden van de winkelsurveillant.
1.04.02
Beschrijft de taak van de winkelsurveillant bij het opvangen van personeel dat met
agressie te maken heeft gehad.
Beschrijft de meest voorkomende gevolgen van agressie op het winkelpersoneel.
2.01
Preventief optreden
2.01.01
Treedt preventief op volgens de bedrijfsinstructies, signaleert derving en handelt
preventief m.b.t. derving.
Beschrijft en onderscheidt de soorten derving.
Ondersteunt de ondernemer die maatregelen neemt t.b.v het vergroten van de veiligheid
(safety en security)
Exameneisen Certificaat Winkelsurveillance
Pagina 2 van 5
SVPB 052014
2.01.02
• Maakt gebruik van observatietechnieken.
• Herkent vormen van afwijkend klant- en kassagedrag.
• Herkent technieken om beveiligingsmaatregelen te omzeilen.
• Stelt in gegeven omstandigheden adviezen op t.b.v. preventie van
winkelcriminaliteit.
2.01.03
Voert volgens instructies visitaties, preventieve controles, (kassa-) boncontroles en
controles van interne geld- en goederenstroom uit.
2.01.04
Voorkomt dat schade wordt toegebracht aan inventaris en goederen.
Beschrijft het verschil tussen een gelegenheidsdief en een professionele dief.
2.01.05
Beschrijft en onderscheidt de organisatorische, bouwkundige en elektronische
beveiligingsmaatregelen en de meest gebruikte anti-diefstalsystemen.
2.01.06
De kandidaat beschrijft het ‘keurmerk veilig ondernemen’ en de begrippen rondtrekkende
dadergroepen, veilig ondernemen en winkeldiefstal en ZSM (‘zo samen, snel, slim en
selectief als mogelijk’).
2.02
Repressief optreden
2.02.01
Treedt repressief op op basis van geldende instructies bij alarm, strafbare feiten en
onregelmatigheden.
2.02.02
Beschrijft het RAAKprincipe.
Handelt volgens de instructies bij overvallen.
Geeft het signalement van een verdachte door.
2.02.03
Gaat correct om met agressie en geweld.
Werkt samen met interventieteams, winkelboa’s, Handhavers Toezicht en Veiligheid
(HTV) en opsporingsambtenaren.
2.02.04
Laat onveilige en ongezonde situaties herstellen, zorgt voor afzettingen en (gedeeltelijke)
ontruimingen.
2.02.05
Beschrijft een aanhouding.
Beschrijft hoe men omgaat met een aangehouden verdachte in een publieke ruimte (van
het winkelcentrum).
Beschrijft hoe een aangehouden verdachte naar een ophoudruimte vervoert moet
worden.
Exameneisen Certificaat Winkelsurveillance
Pagina 3 van 5
SVPB 052014
2.02.06
Beschrijft en onderscheidt publiek domein en privaat terrein.
Beschrijft de wijze waarop de verdachte aan de politie wordt overgedragen.
Beschrijft de wettelijke regels m.b.t. winkelontzeggingen en de wijze waarop personen de
toegang wordt ontzegd.
Beschrijft de minimale eisen waaraan een ontzeggingsformulier moet voldoen.
Beschrijft de procedure bij SODA stichting overlast donatie aangifte of afrekenen
winkeldieven.
3.01
Voert een winkelsurveillance uit.
3.01.01
Voert op basis van instructies surveillances en specifieke rondes uit (in winkelpanden
(dynamisch en statisch en tussen winkelpanden in een winkelgebied).
Weet op de juiste manier om te gaan met intern en extern personeel en personeel van
derden.
3.01.02
Houdt toezicht op laad- en losperrons, dienstingangen en –uitgangen, vluchtroutes.
Houdt toezicht op de werkzaamheden van personeel.
Houdt toezicht op geld- en goederenstromen.
3.01.03
Beschrijft de beveiligingshulpmiddelen van de winkelsurveillant en de voor- en nadelen
daarvan.
3.01.04
Beschrijft de procedures en de wettelijke regels t.a.v. gevonden voorwerpen
(BW, boek 5, art. 5 en 6).
3.01.05
Rapporteert en maakt gebruik van beveiligingshulpmiddelen en communicatiemiddelen.
3.01.06
Begeleidt interne en externe geld- en waardetransporten.
Voert een dienstoverdracht uit.
4.01
Strafbare feiten
4.01.01
Beschrijft en onderscheidt ingevolge het Wetboek van Strafrecht de strafbare feiten:
•
mishandeling (art. 300)
•
vernieling (art. 350), straatschenderij (art. 424), openlijke geweldpleging (art. 141),
•
huisvredebreuk (art.138), en verboden toegang (art. 461)
•
diefstal (art. 310), verduistering (art. 321) en verduistering in dienstbetrekking (art.
322),
•
afpersing (art. 317), afdreiging (art. 318), dwang (art. 284)
•
eenvoudige belediging (art. 266), bedreiging (art.285), hinderlijk volgen (art. 426
bis),
•
wederspannigheid (art. 180),
•
valsheid in geschrifte (art. 225), wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282),
oplichting (art. 326), flessentrekkerij (art. 326a), opzetheling
•
handeling in dronkenschap (art. 426), openbare dronkenschap (art. 453),
Exameneisen Certificaat Winkelsurveillance
Pagina 4 van 5
SVPB 052014
4.02.01
Beschrijft en onderscheidt t.a.v. drugsgebruik en Opiumwet alle verbodsbepalingen van
art. 2, 3 en 3b en het bestaan van lijst I en II.
4.02.02
Beschrijft t.a.v. de Gemeentewet de aanwijzing veiligheidsrisicogebied (art. 151b) en de
handhaving openbare orde (art. 172).
4.02.03
Beschrijft de rechten en plichten m.b.t. Reglement Verkeersregels en verkeerstekens
•
de artikelen ontheffing parkeren door invaliden (art. 85)
•
specifiek verbod om te parkeren bij laad- en losplekken (art. 24 onder f)
Beschrijft en onderscheidt de volgende bepalingen en de gebods- en verbodsborden
t.a.v. parkeren, voetgangersgebied, stoppen en invalidenvoertuigen.
4.02.04
Beschrijft ingevolge de Wegenverkeerswet art. 5 (kapstokartikel).
Exameneisen Certificaat Winkelsurveillance
Pagina 5 van 5
SVPB 052014