Ondersteuningsplan Zuidoost-Friesland

2
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Inhoudsopgave
Samenvatting
Voorwoord
Hoofdstuk 1
1.1
1.2
1.3
1.4
1.5
1.6
1.7
1.8
Mission statement
Visie
De kwaliteit van onderwijs en docenten
De basisondersteuning op schoolniveau
De rol van het samenwerkingsverband
De samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en jeugdzorg
Samenwerking tussen regulier onderwijs en speciaal voortgezet onderwijs
Ouders, identiteit en partnerschap
Hoofdstuk 2
2.1
2.2
2.3
2.4
2.5
2.6
2.7
2.8
2.9
2.10
2.11
Kengetallen van de regio
Kengetallen op samenwerkingsverbandniveau
Leerlingaantallen van het samenwerkingsverband
Leerlingaantallen in percentages afgezet tegen de landelijke cijfers
Kengetallen schoolbesturen regulier VO
Leerlingaantallen per schoolbestuur
Leerlingaantallen LWOO per schoolbestuur
Leerlingaantallen Praktijkonderwijs per schoolbestuur
Kengetallen voortgezet speciaal onderwijs
Leerlingaantallen VSO categorie 1
Leerlingaantallen VSO categorie 2
Leerlingaantallen VSO categorie 3
Leerlingaantallen rugzakleerlingen per schoolbestuur
Leerlingaantallen rugzakleerlingen cluster 4
Leerlingaantallen rugzakleerlingen cluster 3
Leerlingaantallen rugzakleerlingen cluster 1 en 2
OPDC en observatiegroep Renn4
Hoofdstuk 4
4.1
4.2
De organisatie van het samenwerkingsverband
De stichting Samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland VO
Overzicht van aangesloten bevoegde gezagen van scholen
Het bestuur
De directie
Het scholenoverleg
De toewijzingscommissie
De bezwaaradviescommissie
Het consultatieteam
De Ondersteuningsplanraad (OPR)
Expertisenetwerken
Werkgeverschap van het samenwerkingsverband
Hoofdstuk 3
3.1
3.1.1
3.1.2
3.2
3.2.1
3.2.2
3.2.3
3.3
3.3.1
3.3.2
3.3.3
3.4
3.4.1
3.4.2.
3.4.3
3.5
Missie en visie
Een dekkend onderwijsaanbod
Inleiding
Van expertisemodel naar professionaliseringsmodel
3
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
4.3
4.4
4.5
4.6
4.7
4.8
4.8.1
4.8.2
4.9
4.9.1
4.9.2
4.10
4.10.1
4.10.2
Zorgplicht
Het begrippenkader
Het continuüm van ondersteuning
Basisondersteuning
Extra ondersteuning op schoolniveau
Extra ondersteuning op samenwerkingsverbandniveau
Extra ondersteuning op het OPDC
Extra ondersteuning op een voorziening voor cluster 3 of 4
Op weg naar een dekkend onderwijsaanbod
De schoolondersteuningsprofielen
Knelpunten
Professionalisering en begeleiding vanuit het samenwerkingsverband
Het regionaal consultatieteam
Professionalisering en overige ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband
Hoofdstuk 5
5.1
5.2
5.3
5.3.1
5.3.2
5.3.3
5.3.4
5.4
5.5
5.6
5.7
5.8
5.8.1
5.8.2
5.9
5.9.1
5.9.2
5.9.3
Inleiding
Procedure toeleiding naar extra ondersteuning op samenwerkingsverbandniveau
De toewijzingscommissie
De samenstelling van de toewijzingscommissie
De arrangementen
Aanmelding bij de toewijzingscommissie
Het deskundigenadvies
De werkwijze van de toewijzingscommissie
Het ontwikkelingsperspectief
Afstemming met het primair onderwijs
Herindicatie van leerlingen die per 01-08-2014 in het VSO cluster 3-4 zitten
Bezwaar en beroep
Bezwaar en beroep tegen een beslissing van de toewijzingscommissie
De geschillencommissie voor het ontwikkelingsperspectief
Extra ondersteuning cluster 1 en 2
Wat verandert er?
Samenwerking met cluster 1
Samenwerking met cluster 2
Hoofdstuk 6
6.1
6.2
6.3
6.4
6.5
6.6
6.7
6.8
6.9
6.10
6.11
Het OPDC
Inleiding
Het wettelijke kader
De visie voor het OPDC
De inrichting van het OPDC
De doelgroep van het OPDC
Procedures voor toelatingen en terugplaatsing
Het aanbod OPDC
Het personeel op het OPDC
Organisatie
Kwaliteitsbeleid
De bekostiging van het OPDC
Hoofdstuk 7
7.1
Extra ondersteuning
Samenwerking met ouders
Uitgangspunten en visie
4
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
7.2
7.3
7.4
7.5
7.6
7.7
Zorgplicht, aanmelding en toelating
Het schoolondersteuningsprofiel
Het ondersteuningsplan en de ondersteuningsplanraad
Het ontwikkelingsperspectief
Betrokkenheid van ouders bij leerlingbespreking, MDO’s, consultatieteam en toewijzingscommissie
Geschillen tussen scholen en ouders
Hoofdstuk 8
8.1
8.2
8.3
8.4
8.5
8.5.1
8.5.2
8.6
8.7
8.7.1
8.7.2
Samenwerking met gemeenten
Arrangementen binnen het samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland
Inhoudelijke samenwerking tussen de reguliere VO-scholen en gemeenten
Inhoudelijke samenwerking op schoolniveau
Inhoudelijke samenwerking tussen het OPDC en de scholen voor cluster 3 en 4 en gemeenten
Samenwerking binnen het OPDC
Samenwerking binnen de scholen voor cluster 3 en 4
Bestuurlijke samenwerking: de inrichting van de REJA
Samenwerking met andere ketenpartners
Samenwerking met Jeugdhulp
Samenwerking met Bureau Jeugdzorg
Hoofdstuk 9
9.1
9.2
9.3
98.4
Communicatie
Inleiding
De belangrijkste communicatiemiddelen
De website van het samenwerkingsverband
De nieuwsbrief
Het jaarverslag
Hoofdstuk 11
11.1
11.2
11.3
11.3.1
11.3.2
11.3.3
11.3.4
11.4
11.5
11.6
11.7
Kwaliteitszorg en verantwoording
Inleiding
Kwaliteitszorg
Verantwoording
Toezicht van de onderwijsinspectie
Hoofdstuk 10
10.1
10.2
10.2.1
10.2.2
10.2.3
Samenwerking met gemeenten en ketenpartners
Financiën
Inleiding
De bekostigingssystematiek Passend Onderwijs
Inkomsten
Het budget lichte ondersteuning
Het budget zware ondersteuning
Inkomsten uit convenantsafspraken
LWOO en Praktijkonderwijs
Het financiële beleid
Het personeelsbeleid
Begroting 2014-2015
Het meerjarenperspectief
5
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Bijlagen:
Bijlage 1:
Lijst met begrippen
Bijlage 2:
Stroomschema zorgplicht VO 1 (apart bijgevoegd).
Zie ook website: http://www.passendonderwijs.nl/toolkit/stroomschemas-zorgplicht
Bijlage 3:
Stroomschema zorgplicht VO 2 (apart bijgevoegd)
Zie ook website: http://www.passendonderwijs.nl/toolkit/stroomschemas-zorgplicht
Bijlage 4:
Stroomschema zorgplicht VSO (apart bijgevoegd)
Zie ook website: http://www.passendonderwijs.nl/toolkit/stroomschemas-zorgplicht
Bijlage 5:
Basisondersteuning binnen het samenwerkingsverband
Bijlage 6:
Extra ondersteuning binnen het samenwerkingsverband
6
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Samenvatting
Negentien schoolbesturen voor voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs met in totaal 38 scholen
binnen de regio vormen samen het nieuwe samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland. Het gaat hierbij om
17.464 leerlingen in het regulier voortgezet onderwijs en 553 leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs.
De gezamenlijke schoolbesturen hebben de ambitie om zoveel mogelijk leerlingen passend onderwijs te bieden
in het regulier voortgezet onderwijs onder het motto “gewoon waar het kan, speciaal waar het moet”. Het
streven is om meer leerlingen te gaan opvangen in het regulier voortgezet onderwijs dan nu door het
versterken van de expertise van scholen.
Om deze ambitie te realiseren wordt gekozen voor een combinatie van het expertisemodel en het
professionaliseringsmodel, met een ontwikkeling richting het professionaliseringsmodel. In het expertisemodel
ligt de focus op bovenschoolse voorzieningen en expertise buiten de school waar scholen een beroep op
kunnen doen. In het professionaliseringsmodel ligt de focus op de reguliere school en het vergroten van de
expertise binnen de school in het bijzonder om met verschillen tussen leerlingen om te kunnen gaan. De
ontwikkeling richting het professionaliseringsmodel is zichtbaar in het beleid van het samenwerkingsverband.
Het samenwerkingsverband heeft als opdracht om zorg te dragen voor een dekkend onderwijsaanbod.
Daarvoor heeft het samenwerkingsverband een continuüm van ondersteuning ingericht, waarin de
verschillende niveaus van ondersteuning (vier niveaus) zijn beschreven en de toeleiding naar de verschillende
niveaus. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen basis- en extra ondersteuning.
Basisondersteuning (niveau 1) is het niveau van ondersteuning dat op elke school binnen het
samenwerkingsverband geboden moet kunnen worden. Het samenwerkingsverband heeft deze
basisondersteuning gedefinieerd aan de hand van een aantal indicatoren. Elke school heeft in haar
schoolondersteuningsprofiel middels zelfevaluatie haar basisondersteuning beoordeeld op deze indicatoren.
Mocht een school zwak of onvoldoende scoren op één van de indicatoren voor basisondersteuning dan zal
deze school zelf planmatig een verbetertraject uitvoeren met als resultaat een voldoende score binnen een
periode van twee schooljaren.
Extra ondersteuning zijn alle ondersteuningsarrangementen die binnen de school en het
samenwerkingsverband worden geboden voor leerlingen waarvan de onderwijsbehoeften de
basisondersteuning overstijgen. Binnen het samenwerkingsverband worden 3 niveaus van extra ondersteuning
onderscheiden.
Niveau 2 betreft alle leerlingen met extra ondersteuning binnen de scholen voor regulier voortgezet onderwijs.
Er zijn drie categorieën leerlingen: Bij niveau 2a gaat het om leerlingen met een indicatie voor LWOO of
Praktijkonderwijs. Deze indicaties worden tot 01-08-2015 afgegeven voor de RVC. Niveau 2b betreft leerlingen
met een indicatie voor een extra ondersteuningsarrangement cluster 1 of 2. Deze indicaties worden vanaf 0108-2014 afgegeven door Commissies van Onderzoek van scholen voor cluster 1 of 2. Bij niveau 2c gaat het om
overige leerlingen waarvoor de school extra ondersteuning biedt. De afzonderlijke scholen bepalen zelf welke
leerlingen dit betreft en de invulling van deze ondersteuning. De mogelijkheden voor extra ondersteuning legt
de school vast in haar ondersteuningsprofiel. Het samenwerkingsverband verstrekt voor het realiseren van
extra ondersteuning aan alle schoolbesturen een budget zware ondersteuning.
Niveau 3 betreft de tijdelijke plaatsing van leerlingen in het OPDC van het samenwerkingsverband. Het OPDC is
een voorziening van het samenwerkingsverband bedoeld voor leerlingen die tijdelijk geen onderwijs kunnen
volgen op de reguliere school, ook niet met extra ondersteuning. Het OPDC heeft een time-outfunctie (tijdelijke
opvang met als doel terugkeer naar de reguliere setting) en bij terugkeer naar een school voor regulier
voortgezet onderwijs kan vanuit het OPDC vraaggestuurd terugplaatsingsondersteuning worden geboden. De
toewijzing van dit arrangement vindt plaats door de toewijzingscommissie van het samenwerkingsverband
Zuidoost-Friesland. Het OPDC wordt deels bekostigd door het samenwerkingsverband en deels door de
verwijzende scholen in het kader van de verwijzer betaalt.
7
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Niveau 4 betreft tijdelijke of definitieve plaatsing van een leerlingen op een school voor voortgezet speciaal
onderwijs cluster 3 of 4. De toewijzing van dit arrangement vindt plaats door de toewijzingscommissie van het
samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland. De plaatsing van leerlingen op scholen voor voortgezet speciaal
onderwijs worden conform de wettelijk taakstelling bekostigd door het samenwerkingsverband vanaf het
schooljaar 2015-2016.
Om scholen te ondersteunen bij het vergroten en versterken van hun expertise in het bijzonder waar het gaat
om het omgaan met verschillen tussen leerlingen biedt het samenwerkingsverband professionalisering en
begeleiding aan. Het samenwerkingsverband richt voor de begeleiding van scholen een consultatieteam in.
Binnen het consultatieteam wordt de huidige expertise van PCL’s en de ambulante begeleiding cluster 3 en 4
geclusterd. Het consultatieteam werkt vraaggestuurd volgens de methodiek van handelingsgericht begeleiden
en richt zich daarbij direct op de werkvloer (docenten, mentoren etc). Scholen kunnen laagdrempelig en zonder
indicatie om advies en begeleiding op de werkvloer vragen met betrekking tot problemen in de
basisondersteuning en extra ondersteuning van leerlingen. Daarnaast biedt het samenwerkingsverband
professionalisering aan in de vorm van expertisenetwerken en scholing.
Het samenwerkingsverband heeft als doelstelling om de samenwerking met ouders te versterken. Het betreft
hier in ieder geval de positie van ouders als het gaat om het vaststellen van het ondersteuningsplan en het
ontwikkelingsperspectief van leerlingen. Daarnaast spelen ouders een belangrijke rol als partner bij het
bepalen van onderwijsbehoeften van leerlingen en het arrangeren van een passend onderwijsaanbod.
Om passend onderwijs te kunnen realiseren werkt het samenwerkingsverband op alle niveaus van het
continuüm van ondersteuning nauw samen met gemeenten en andere ketenpartners. Dit wordt in ieder geval
vormgegeven door de huidige ZAT’s (zorgadviesteams) op scholen om te bouwen naar meer flexibele MDO’s
(multidisciplinaire Overleggen).
8
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Voorwoord
Voor u ligt het eerste ondersteuningsplan van het nieuwe samenwerkingsverband passend onderwijs ZuidoostFriesland 21-02. Na de zomervakantie 2011 is het traject van het oprichten en inrichten van dit nieuwe
samenwerkingsverband gestart. Vanuit vier oude (zuilaire) samenwerkingsverbanden VO en de toevoeging van
de VSO-besturen moest met elkaar een nieuwe (interzuilaire) start worden gemaakt. Een nieuw
samenwerkingsverband, met nieuwe wettelijke taken en verplichtingen. Om dit traject goed te laten verlopen
is er tot 1 augustus 2013 begeleiding geweest van Harry Nijkamp vanuit het CPS. Het was geen eenvoudig
traject, aangezien de wet- en regelgeving vanuit het ministerie soms maar langzaam vorderde. Met name met
betrekking tot de financiële kaders is er tot op het moment van schrijven van dit ondersteuningsplan geen
volledige duidelijkheid gekomen. Toch starten we met elkaar op 1 augustus 2014 met Passend Onderwijs. In dit
ondersteuningsplan zijn de hoofdlijnen met betrekking tot het beleid voor de komende vier jaar vastgelegd. Bij
het lezen ervan zal duidelijk worden dat het niet volledig is. Een aantal zaken moet nog vóór 1 augustus 2014
nader worden uitgewerkt. Ook zullen er in de komende vier jaar al werkende weg mogelijk de nodige
beleidsmatige bijstellingen moeten worden gedaan als het beschreven beleid in de praktijk getoetst zal
worden. Daarom zal er gewerkt gaan worden met jaarplannen op samenwerkingsverbandniveau, waarin
evaluaties, eventuele bijstellingen van beleid en doelen voor het betreffende schooljaar zullen worden
opgenomen. Steeds zullen daarbij onze visie en ambities leidend zijn in het streven om voor alle leerlingen in
ons samenwerkingsverband een passend onderwijsaanbod te kunnen bieden.
Met dank aan iedereen die in de afgelopen jaren een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van het
beleid en dit ondersteuningsplan!
Linda de Vries,
directeur
9
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Hoofdstuk 1 Uitgangspunten, visie, doelstellingen en samenwerking
1.1
Mission Statement
Alle kinderen gaan succesvol naar school in het samenwerkingsverband Zuid Oost Friesland: gewoon waar het
kan, speciaal waar het moet.
Missie




1.2
Elke leerling heeft recht op zoveel mogelijk thuisnabij onderwijs.
Het vertrouwen in de competenties en de groeimogelijkheden van docenten is de basis voor passend
onderwijs in de school.
Passend onderwijs begint met het geven van goed onderwijs en aansluiten bij wat al goed gaat.
Samenwerken levert meer op; het leren van elkaar en met elkaar zijn daarbij belangrijke pijlers.
Visie
Ambitie
De gezamenlijke schoolbesturen in het samenwerkingsverband hebben de ambitie om zoveel als mogelijk
leerlingen passend onderwijs te bieden in een reguliere setting onder het motto ‘gewoon waar het kan,
speciaal waar het moet’. Deze ambitie is niet nieuw en sluit aan bij wat scholen nu ook al doen. Aansluiten bij
wat al goed gaat is belangrijk en versterkt het vertrouwen dat het mogelijk is om de ambitie te realiseren.
Tegelijk is er de overtuiging dat door samenwerking meer te bereiken is; dit visiedocument zet ‘een stip op de
horizon’; niet alles is morgen te realiseren, maar het geeft wel de richting aan waarin wij de komende jaren
willen werken aan passend onderwijs!
Deze ambitie vertaalt zich in:






1.3
Meer leerlingen in het regulier en minder in het speciaal onderwijs.
Focus op het sterker maken van docenten
Van ‘curatief naar preventief’
Thuiszitters worden niet geaccepteerd
Minder leerlingen in tussenvoorzieningen
Meer expertise binnen de reguliere school (en niet daarbuiten)
De kwaliteit van onderwijs en docenten
Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs op hun scholen.
De schoolbesturen zorgen voor het bieden van de basisondersteuning die binnen het samenwerkingsverband is
afgesproken en zijn hierop aanspreekbaar.
De docent is de spil waar het om draait, ook bij het realiseren van passend onderwijs. Elke school verwacht
daarom van zijn docenten dat zij zelf in staat zijn om hun eigen ondersteuningsbehoefte te formuleren en
10
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
hieraan ook plangericht te werken (persoonlijk ontwikkelingsplan). De docent staat er niet alleen voor maar is
onderdeel van de schoolondersteuningsketen en voelt zich daarin gesteund.




1.4
Schoolbesturen investeren in professionalisering van docenten
Schoolbesturen dragen zorg voor een sluitende, systematische ondersteuningsstructuur per school
waar docenten en ouders een beroep op kunnen doen
Docenten kunnen rekenen op ondersteuning binnen school in het omgaan met verschillen tussen
leerlingen
De expertise binnen de school en vanuit het samenwerkingsverband is erop gericht om docenten
sterker te maken in het primair proces.
De basisondersteuning op schoolniveau
Elke school beschikt over een schoolondersteuningsprofiel waarbij is aangegeven wat de ouder van de school
mag verwachten, als het gaat om leerlingen die specifieke ondersteuning nodig hebben. Het profiel beschrijft
de basisondersteuning en vormen van beschikbare extra ondersteuning binnen school.
Elke school verwoordt in het profiel niet alleen wat de school nu kan, maar ook de ambitie van de school voor
de toekomst.



De ondersteuningsprofielen worden binnen het samenwerkingsverband op elkaar afgestemd omdat
het samenwerkingsverband moet toetsen of sprake is van een dekkend aanbod.
Het samenwerkingsverband bepaalt het minimale niveau van basisondersteuning dat alle scholen
dienen te hebben.
Een school kan in beginsel alleen een beroep doen op extra ondersteuning van het
samenwerkingsverband als de basisondersteuning van de school op orde is
De basisondersteuning binnen ons samenwerkingsverband wordt beschreven in hoofdstuk 4.
1.5
De rol van het samenwerkingsverband
Het samenwerkingsverband ondersteunt de scholen in het realiseren van passend onderwijs en is
verantwoordelijk voor een sluitend systeem van arrangementen voor leerlingen die extra geïndiceerde
ondersteuning nodig hebben (van regulier tot speciaal onderwijs).
Het samenwerkingsverband initieert, coördineert en vervult waar gewenst de makelaarsfunctie.



1.6
Er is een consultatieteam waar de school een beroep op kan doen
Er is intervisie en lerende netwerken voor professionals op scholen en binnen het
samenwerkingsverband
Er vindt uitwisseling van good practice plaats
De samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en jeugdzorg
Voor sommige leerlingen geldt dat zijn niet alleen binnen het onderwijs extra ondersteuning nodig hebben
maar dat ook gerichte ondersteuning in de thuissituatie nodig is. In deze situaties moet er snel geschakeld
11
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
kunnen worden tussen onderwijs en jeugdzorg. Samenwerking met partners in de jeugdzorgketen is daarbij
onontbeerlijk. Uitgangspunt is dat de school de vindplaats van problematiek bij jongeren
Wij verwachten van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) dat het aansluit bij de interne zorgstructuur van de
school. Het CJG vormt daar de coördinerende schakel naar instanties in de jeugdzorg voor leerlingen die in de
thuissituatie (lichte) hulp en ondersteuning nodig hebben. Het Bureau Jeugdzorg is beschikbaar voor de
zwaardere situaties waar indicatie nodig is; wij verwachten van Bureau Jeugdzorg medewerking in het
realiseren van 1 kind, 1 gezin, 1 plan waarbij snel en flexibel schakelen uitgangspunt is en waarbij Bureau
Jeugdzorg aanspreekbaar is met 1 coördinator of contactpersoon (korte lijnen). Na de transitie van de
Jeugdzorg zal de doorschakeling moeten gaan verlopen via de CJG’s.
Vanuit het samenwerkingsverband willen wij een optimale aansluiting creëren tussen jeugdzorg, CJG, en de
scholen. Eén kind, één gezin, één plan en één regisseur (contactpersoon of aanspreekpunt). Het CJG moet daar
waar nodig met haar expertise zo vroeg mogelijk aansluiten bij de interne zorgstructuur van de school. De
samenwerking met de gemeenten is beschreven in hoofdstuk 9.
1.7
Samenwerking tussen regulier onderwijs en speciaal voortgezet onderwijs
1.7.1
Samenwerking met scholen voor voortgezet speciaal onderwijs cluster 3 en 4
Samenwerking tussen reguliere scholen voor voortgezet onderwijs en scholen voor voortgezet speciaal
onderwijs cluster 3 en 4 zal op twee niveaus plaatsvinden. Enerzijds worden leerlingen waarvoor geen passend
onderwijsaanbod kan worden gerealiseerd in het regulier voortgezet onderwijs na het afgeven van een
toelaatbaarheidsverklaring door de toewijzingscommissie geplaatst op een school voor speciaal voortgezet
onderwijs cluster 3 of 4. Onze ambitie daarbij is om ook arrangementen met tijdelijke of gedeeltelijke
plaatsingen te realiseren. Anderzijds streven we ernaar om de expertise vanuit het speciaal voortgezet
onderwijs zo optimaal mogelijk in te zetten ten behoeve van de versterking van de ondersteuning binnen het
samenwerkingsverband en op de reguliere scholen voor voortgezet onderwijs.
1.7.2
Samenwerking met scholen voor voortgezet speciaal onderwijs cluster 1 en 2
De scholen voor voortgezet onderwijs cluster 1 en 2 maken geen onderdeel uit van het samenwerkingsverband
Zuidoost-Friesland. Dit betekent dat de afspraken rondom plaatsing van leerlingen op deze scholen, eventuele
samenwerkingsvormen regulier/speciaal onderwijs en de inzet van de expertise van deze scholen voor
voortgezet speciaal onderwijs op de reguliere scholen voor voortgezet onderwijs door het
samenwerkingsverband worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.
1.8
Ouders, identiteit en partnerschap
Het respecteren van elkaars identiteit is een belangrijke pijler in de samenwerking binnen het
samenwerkingsverband. Dit uit zich onder meer in de wijze waarop het samenwerkingsverband met
keuzevrijheid van ouders wil omgaan. De schoolkeuzevrijheid van ouders staat bij het samenwerkingsverband
voorop. Het samenwerkingsverband ondersteunt daarom schoolbesturen in het realiseren van de schoolkeuze
van ouders indien het gaat om leerlingen die extra ondersteuning behoeven op een school binnen ons
samenwerkingsverband.



De school maakt duidelijk aan de ouders hoe het ondersteuningsaanbod eruit ziet;
Scholen betrekken ouders bij situaties waarin leerlingen extra ondersteuning nodig hebben
Ouders en school hebben elk een eigen verantwoordelijkheid maar werken samen in het gezamenlijk
belang van de leerling.
12
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Hoofdstuk 2 De organisatie van het samenwerkingsverband
2.1 De stichting Samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland VO
Op 15 juli 2013 is de stichting Samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland opgericht, de rechtspersoon van
het samenwerkingsverband. Bij de stichting zijn de 17 bevoegde gezagen aangesloten van de scholen die
in onze regio gevestigd zijn (verplichte aansluiting) en twee bevoegde gezagen van scholen voor
voortgezet onderwijs buiten onze regio die zich vrijwillig bij het samenwerkingsverband hebben
aangesloten. De stichting kent een bestuur dat de stichting bestuurt en een directeur, die belast is met
door het bestuur gemandateerde bevoegdheden. De doelstellingen, bevoegdheden en werkwijze van de
stichting is vastgelegd in het stichtingsstatuut.
2.2 Overzicht van aangesloten bevoegde gezagen en de scholen
1
Bestuur
Stichting Nordwin College
Scholen
Nordwincollege Heerenveen
Nordwincollege Buitenpost
Singelland VHS
Singelland Drachtster Lyceum
Singelland De Venen
Singelland Burgum
Singelland Surhuisterveen
Singelland ISK
Liudger Burgum
Liudger Raai
Liudger De Ring
Liudger Splitting
Liudger Waskemeer
Lindecollege
2
Stg. v. Opb VO gem Small Tytsjerkstr Achtkarsp
3
Vereniging voor Christelijk Vgz. Onderwijs Oost
Friesland
4
St. SVO in de regio Steenwijk, Weststellingwerf en
Westerveld
5
Stichting RENN4
VSO De Zwaai
6
Stg. Scholengem. Spec. Onderw. Fryslân
VSO Talryk ZML/MG
7
Stg. Openbare Scholen Groep Sevenwolden
8
Stichting Gereformeerde Scholengroep
Sevenwolden Buitenbaan
Sevenwolden De Compagnie
Sevenwolden Fedde Schurer
(Sevenwolden Joure)
Sevenwolden Kingcollege
Sevenwolden Vakcollege
(Sevenwolden Grou/Akkrum)
Gomaruscollege Drachten
9
Stichting Agrar. Opleidingscentrum Terra
AOC Terra Wolvega
10
Stichting Lauwers College
11
Stichting School Lyndensteyn
Lauwerscollege Buitenpost
Lauwerscollege Surhuisterveen
(Lauwerscollege Kollum)
VSO school Lyndensteyn
MG/LG/LZK
13
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
12
Ver. voor Chr. Voortg. Onderw. regio Heerenveen en
Joure
Bornegocollege Junior
Bornegocollege Beugel
(Bornegocollege Joure)
Bornegocollege Lyceum
Stellingwerfcollege
13
Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs
Ooststellingwerf
14
Stg. Openbaar Scholennetwerk De Basis Heerenveen
15
Stg. Burgemeester Harmsma School school openb.
voortg. onderw.
16
Stichting Het Poortje Jeugdinrichtingen
Portalis Kortehemmen
17
Tjalling Koopmans College
18
Stg. Orthopedagogisch Centrum De Ambelt (vrijwillige
aansluiting)
Tjalling Koopmans college
Hurdegaryp
Nvt
19
Vereniging voor Gereformeerd speciaal onderwijs
Groningen (vrijwillige aansluiting)
VSO Duisterhoutschool ZMLK
Heerenveen en Oosterwolde
Burgemeester Harmsma School
Nvt
Naast deze scholen zijn via een convenant met de beide aanpalende Friese samenwerkingsverbanden voor
voortgezet onderwijs de locaties Lauwerscollege Kollum, Sevenwolden Joure, Sevenwolden Grou en
Bornegocollege Joure toegevoegd aan het samenwerkingsverband. In de convenanten is overeen gekomen
dat deze locaties gebruik maken van de ondersteuningsstructuur van het samenwerkingsverband ZuidoostFriesland en dat de beide aanpalende Friese samenwerkingsverbanden voor voortgezet onderwijs de
bekostiging Passend Onderwijs voor deze locaties overdragen aan ons samenwerkingsverband. Deze
locaties zijn in bovenstaand overzicht tussen haakjes aangegeven.
2.3 Het bestuur
Het bestuur bestaat uit zoveel leden als er aangesloten bevoegde gezagen zijn. De bestuursleden worden
voorgedragen door de aangesloten bevoegde gezagen en het bestuur is gehouden deze voordracht over te
nemen. Het bestuur kiest uit haar midden een voorzitter, een vice-voorzitter, een penningsmeester en/of
secretaris aan. Het bestuur oefent zijn taken uit op basis van een toeziend bestuursconcept uitgewerkt in
een toezichtkader en fungeert als intern toezichthouder.
Het bestuur stelt vanuit haar midden een agendacommissie, een auditcommissie en een
werkgeverscommissie in. De bevoegdheden van deze commissies zijn vastgelegd in een
bestuursreglement.
Besluitvorming in het bestuur vindt in beginsel plaats op basis van consensus. Indien consensus niet wordt
bereikt wordt besloten op basis van een meerderheidsbesluit, waarbij meer dan de helft van het aantal
leerlingen nodig is én meer dan de helft van het aantal schoolbesturen.
2.4 De directie
Het bestuur heeft een directeur benoemd die leiding geeft aan de dagelijkse gang van zaken binnen het
samenwerkingsverband en die belast is met de voorbereiding en uitvoering van het beleid en de
activiteiten van het samenwerkingsverband en die bevoegd is alle daarvoor noodzakelijke handelingen te
verrichten. De mandatering van de directeur is vastgelegd in een managementstatuut.
14
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
2.5 Het scholenoverleg
Per 1 augustus 2014 is er binnen het samenwerkingsverband een Scholenoverleg actief dat de directeur
adviseert in de beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering van het ondersteuningsplan. De directeur
bepaalt de omvang van het scholenoverleg met inachtneming van een redelijke afspiegeling van de
deelnemende scholen naar schoolsoort en geografische ligging.
2.6 De toewijzingscommissie
Het samenwerkingsverband heeft als wettelijke taak om te beoordelen of leerlingen toelaatbaar zijn tot
het voortgezet speciaal onderwijs op verzoek van het bevoegd gezag van een school waar de leerling is
aangemeld of ingeschreven. Het samenwerkingsverband heeft voor de uitvoering van deze taak een
toewijzingscommissie ingesteld. De beschrijving van de toewijzingscommissie is opgenomen in hoofdstuk
5.
2.7 De bezwaaradviescommissie
Het samenwerkingsverband heeft per 01-08-2014 een commissie ingesteld die adviseert over
bezwaarschriften betreffende beslissingen van het samenwerkingsverband over toelaatbaarheid van
leerlingen tot het voortgezet speciaal onderwijs. Tegen een beslissing van het samenwerkingsverband op
het verzoek om een toelaatbaarheidsverklaring staat bezwaar en beroep bij de bestuursrechter open.
2.8 Het consultatieteam
Het samenwerkingsverband heeft een consultatieteam ingericht met als doel de scholen te ondersteunen
en tegelijkertijd te professionaliseren in het realiseren van passende onderwijsarrangementen voor
leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Dit past bij de visie van het samenwerkingsverband om
zich te ontwikkelen van het expertisemodel naar het professionaliseringsmodel. De beschrijving van het
consultatieteam is opgenomen in hoofdstuk 4.
2.9 De Ondersteuningplanraad (OPR)
Binnen het samenwerkingsverband is een Ondersteuningsplanraad(OPR) ingericht. De OPR heeft
instemmingsrecht met betrekking tot de vaststelling of wijziging van het ondersteuningsplan. Het aantal
leden van de OPR is gelijk aan het aantal aangesloten schoolbesturen. De OPR bestaat uit leden die
worden afgevaardigd door de leden van de afzonderlijke medezeggenschapsorganen van de scholen en
wel zodanig dat het aantal leden uit personeel en ouders/leerlingen elk de helft bedraagt van het aantal
leden van de OPR. De bevoegdheden en werkwijze van de OPR zijn vastgelegd in een
medezeggenschapsstatuut van het samenwerkingsverband, een reglement en een huishoudelijk
reglement. Het samenwerkingsverband is aangesloten bij de landelijke geschillencommissie.
2.10 Expertisenetwerken
Om het deskundigheidsniveau binnen de scholen te verhogen richt het samenwerkingsverband
expertisenetwerken in. Het betreft hier in ieder geval expertisenetwerken voor zorgcoördinatoren.
Daarnaast kunnen vraaggestuurd andere expertisenetwerken worden ingericht. De expertisenetwerken
kunnen verschillende functies hebben: intervisie, professionalisering, uitwisseling of coaching.
15
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
2.11
Het werkgeverschap van het samenwerkingsverband
Ten aanzien van het werkgeverschap van het ondersteuningspersoneel gelden de volgende afspraken:





De directie van het samenwerkingsverband en het secretariaat komen in dienst bij het
samenwerkingsverband.
Personeel met een substantiële expertisetaak binnen het samenwerkingsverband wordt in
dienst genomen bij het samenwerkingsverband. Mocht er sprake zijn van meerdere
werkgevers dan is het uitgangspunt dat de grootste werkgever het dienstverband voor haar
rekening neemt.
Diensten met betrekking tot financiële, personele dienstverlening en ICT worden extern
ingehuurd (eventueel via detachering).
Personeel van het OPDC (zie hoofdstuk 6) blijft in dienst van de scholen en wordt
gedetacheerd naar het samenwerkingsverband.
Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor het werkgeverschap van personeel ten behoeve van
hun eigen interne ondersteuningsstructuur. Dit betekent dat scholen orthopedagogen,
psychologen, pedagogische of psychologische assistenten en dyslexiespecialisten zelf in
dienst nemen. Daar waar het voor scholen niet mogelijk is om zelf dergelijk personeel in
dienst te nemen organiseren scholen dit onderling. Daar waar het een school niet lukt om zelf
het benodigde personeel in dienst te nemen of het samen met andere besturen te
organiseren kan er de mogelijkheid ontstaan om dit personeel in dienst te nemen bij het
samenwerkingsverband en te detacheren naar de betreffende school. Alle personele risico’s
zullen hierbij door de afnemende school moeten worden gedragen. Voor een dergelijke
constructie is instemming van het bestuur van het samenwerkingsverband noodzakelijk.
16
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Hoofdstuk 3 Kengetallen samenwerkingsverband1
3.1.
Kengetallen op samenwerkingsverbandniveau
3.1.1.
Leerlingaantallen van het samenwerkingsverband
01-10-2010
01-10-2011
01-10-2012
Totaal aantal lln
16643
17046
17464
Lwoo
2103
2103
2201
Pro
497
512
539
Rugzakken
287
328
295
VSO categorie 1
438
452
444
VSO categorie 2
23
22
20
VSO categorie 3
93
79
89
VSO totaal
554
553
553
3.1.2
Leerlingaantallen in percentages afgezet tegen de landelijke cijfers
2010
2010
2011
2011
2012
2012
landelijk
21-02
Landelijk
21-02
Landelijk
21-02
Lwoo
10,36%
12,64%
10,55%
12,34%
10,60%
12,60%
Pro
2,81%
2,99%
2,79%
3,00%
2,85%
3,09%
Rugzakken
1,64%
1,72%
1,84%
1,92%
1,86%
1,68%
VSO categorie 1
2,95%
2,63%
3,02%
2,65%
3.09%
2,54%
VSO categorie 2
0,11%
0,14%
0,11%
0,13%
0,11%
0,11%
VSO categorie 3
0.29%
0,56%
0,30%
0,46%
0,31%
0,51%
1
Het betreft in dit hoofdstuk de gegevens van DUO gebaseerd op de teldatum 01-10-2012 zoals bekend
gemaakt in december 2012 (exclusief de gegevens van locatie Sevenwolden Grou)
17
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
2
3.2.
Kengetallen schoolbesturen regulier VO
3.2.1.
Leerlingaantallen totaal per schoolbestuur
Bestuur
01-10-2010
01-10-2011
01-10-2012
Lauwerscollege
1434
1465
1426
Nordwin College
632
620
663
OSG Singelland
3061
3220
3329
CSG Liudger
2997
2977
3022
Gomarus
306
313
310
Burg.Harmsmaschool
776
726
737
Bornego College
1864
1860
1896
OSG Sevenwolden
2799
2912
3024
Stellingwerf College
1299
1403
1457
AOC Terra
180
178
210
Linde College
1295
1372
1390
TOTAAL
16643
17046
17464
3.2.2 Leerlingenaantallen LWOO per schoolbestuur
Bestuur
01-10-2010
01-10-2011
01-10-2012
Lauwerscollege
160
148
143
Nordwin College
257
262
275
OSG Singelland
555
528
525
CSG Liudger
325
324
355
Gomarus
26
18
8
Burg.Harmsmaschool
261
256
271
Bornego College
107
98
105
OSG Sevenwolden
159
178
183
Stellingwerf College
117
114
119
2
In deze cijfers zijn de kengetallen van het Tjalling Koopmanscollege nog niet opgenomen. De eerste
telgegevens komen beschikbaar per 01-10-2013
18
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
AOC Terra
79
73
85
Linde College
143
166
183
TOTAAL
2103
2103
2201
3.2.3 Leerlingenaantallen Praktijkonderwijs per schoolbestuur
Bestuur
01-10-2010
01-10-2011
01-10-2012
OSG Singelland
228
257
262
CSG Liudger
129
122
127
140
133
150
497
512
539
Lauwerscollege
Nordwin College
Gomarus
Burg.Harmsmaschool
Bornego College
OSG Sevenwolden
Stellingwerf College
AOC Terra
Linde College
TOTAAL
3
3.3.
Kengetallen voortgezet speciaal onderwijs
3.3.1
Leerlingaantallen VSO categorie 1 (bekostigingscategorie VSO circa €9.054,00 per leerling)
Categorie 1
01-10-2010
01-10-2011
01-10-2012
VSO De Zwaai
133
134
136
VSO Talryk
105
102
105
VSO Lyndensteyn
11
10
12
VSO M.Duisterhoutschool
73
71
63
TOTAAL
322
317
316
3.3.2
Leerlingaantallen VSO categorie 2 (bekostigingscategorie VSO circa € 16.133,00 per leerling)
3
In deze cijfers zijn de kengetallen van Portalis nog niet meegenomen. De eerste telgegevens van Portalis
komen beschikbaar op 01-10-2013.
19
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Categorie 2
01-10-2010
01-10-2011
01-10-2012
VSO De Zwaai
0
0
0
VSO Talryk
0
0
0
VSO Lyndensteyn
23
21
20
VSO M.Duisterhoutschool
0
0
0
TOTAAL
23
21
20
3.3.3.
VSO Leerlingaantallen categorie 3 (bekostigingscategorie VSO circa € 20.052,00 per leerling)
Categorie 3
01-10-2010
01-10-2011
01-10-2012
VSO De Zwaai
0
0
0
VSO Talryk
71
57
68
VSO Lyndensteyn
7
9
9
VSO M.Duisterhoutschool
7
6
6
TOTAAL
85
72
83
3.4
Leerlingaantallen rugzakleerlingen per schoolbestuur
3.4.1
Leerlingaantallen rugzakleerlingen cluster 4
Bestuur
01-10-2010
01-10-2011
01-10-2012
Lauwerscollege
14
13
12
Nordwin College
20
26
23
OSG Singelland
49
73
67
CSG Liudger
21
19
16
Gomarus
11
8
6
Burg.Harmsmaschool
24
19
26
Bornego College
15
17
11
OSG Sevenwolden
38
30
38
Stellingwerf College
18
18
13
AOC Terra
12
15
13
Linde College
6
13
21
20
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
TOTAAL
21
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
3.4.2
Leerlingaantallen rugzakleerlingen cluster 3
Bestuur
01-10-2010
01-10-2011
01-10-2012
Lauwerscollege
6
6
3
Nordwin College
6
1
0
OSG Singelland
24
23
13
CSG Liudger
9
9
8
Gomarus
3
3
1
Burg.Harmsmaschool
4
9
8
Bornego College
4
4
4
OSG Sevenwolden
11
7
6
Stellingwerf College
1
4
4
AOC Terra
0
0
0
Linde College
2
2
0
TOTAAL
3.4.3
Leerlingaantal rugzakleerlingen cluster 1 en 2
Bestuur
01-10-2011
01-10-2011
01-10-2012
01-10-2012
Cluster 1
Cluster 2
Cluster 1
Cluster 2
Lauwerscollege
2
0
2
2
Nordwin College
2
1
2
1
OSG Singelland
1
2
1
5
CSG Liudger
1
4
1
1
Gomarus
0
0
0
1
Burg.Harmsmaschool
0
2
0
2
Bornego College
0
2
0
0
OSG Sevenwolden
2
2
2
4
Stellingwerf College
1
0
1
0
AOC Terra
0
1
0
2
Linde College
0
2
0
1
TOTAAL
22
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
3.5
Rebound en Observatiegroep Renn4
OPDC
Schooljaar 2010-2011
Schooljaar 2011-2012
Schooljaar 2012-2013
entree
81
86
71
observatie
23
28
23
TOTAAL
104
114
94
23
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Hoofdstuk 4
Een dekkend onderwijsaanbod
4.1 Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de inrichting en de kwaliteit van de ondersteuningsstructuur binnen het
samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland beschreven. Binnen ons samenwerkingsverband wordt de structuur
samengevat in een continuüm van ondersteuning van regulier voortgezet onderwijs tot en met VSO.
4.2 Van expertisemodel naar professionaliseringsmodel
Op basis van de geformuleerde visie wordt er binnen ons samenwerkingsverband gekozen voor het
professionaliseringmodel gecombineerd met het expertisemodel. Bij het expertisemodel ligt de focus op
bovenschoolse voorzieningen en expertise buiten de school waar scholen een beroep op kunnen doen. In het
professionaliseringsmodel ligt de focus op de reguliere school en het vergroten van de expertise binnen de
school, in het bijzonder om met verschillen tussen leerlingen om te kunnen gaan. Dat geldt zowel voor het
reguliere voortgezet onderwijs als voor het speciaal voortgezet onderwijs waar sprake is van een verdichting
van de problematiek. Er wordt gestart vanuit een situatie waar het accent zal liggen op het expertisemodel en
een ontwikkeling plaatsvindt naar het professionaliseringsmodel. Gezien de wenselijke ontwikkeling zal het
expertisemodel licht ingericht worden.
4.3 Zorgplicht
Het bevoegd gezag van een V(S)O-school beslist over de toelating van een leerling. Het bevoegd gezag heeft
daarvoor een toelatingsbeleid vastgesteld en past dit consequent toe. Een bevoegd gezag mag een leerling
weigeren om de volgende redenen:

Denominatie: als ouders weigeren de grondslag van de school te respecteren (behoudens de
afstandbepaling zoals vastgelegd in artikel 48 van de WVO)
 Plaatsruimte: de begrenzing van het maximaal aantal leerlingen op een vestiging
 Niveau leerling: indien het niveau van de leerling niet toereikend is voor wat het schoolbestuur te
bieden heeft (inrichtingsbesluit)
 Het bevoegd gezag geen passend onderwijsaanbod kan bieden. In dit laatste geval is er sprake van
zorgplicht. Dit kan uitsluitend indien:
o Het bevoegd gezag heeft vastgesteld dat het een leerling betreft met een extra
ondersteuningsbehoefte
o Én het bevoegd gezag heeft vastgesteld dat het deze extra ondersteuning niet kan bieden
o Én het bevoegd gezag zorg heeft gedragen dat er een andere school bereid is deze leerling
toe te laten
In bijlagen 1, 2 en 3 zijn de door het ministerie gemaakte stroomschema’s opgenomen waarin de zorgplicht
schematisch staat weergegeven.
4.4 Het begrippenkader
Binnen ons samenwerkingsverbanden worden de volgende begrippen gehanteerd:
Basisondersteuning: dit is de ondersteuning die op elke school binnen het samenwerkingsverband geboden kan
worden. Het samenwerkingsverband bepaalt het minimale niveau van basisondersteuning dat alle scholen
dienen te hebben.
Extra ondersteuning: dit zijn alle ondersteuningsarrangementen die binnen de scholen en het
samenwerkingsverband worden geboden voor leerlingen waarvan de onderwijsbehoeften de
basisondersteuning overstijgen.
Binnen het samenwerkingsverband worden verschillende niveaus van extra ondersteuning onderscheiden:
24
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02





Leerlingen die geplaatst worden op het VSO (niveau 4)
Leerlingen die geplaatst worden op het OPDC (niveau 3)
Leerlingen met een LWOO of PRO indicatie (niveau 2a)
Leerlingen met een indicatie extra ondersteuning cluster 1 of 2 (niveau 2b)
Leerlingen waarbij de reguliere VO-school op basis van de onderwijsbehoefte extra ondersteuning
biedt (niveau 2c)
Het schoolondersteuningsprofiel: Profiel van een school waarin zij haar basisondersteuning en eventuele extra
ondersteuning beschrijft.
4.5 Het continuüm van ondersteuning
Binnen het samenwerkingsverband is een continuüm van ondersteuning ingericht. Dit continuüm van
ondersteuning beschrijft de verschillende niveaus van ondersteuning binnen ons samenwerkingsverband. We
maken daarbinnen heldere afspraken over de inrichting en de kwaliteit van de ondersteuning op schoolniveau
en op samenwerkingsverbandniveau. We maken daarbij onderscheid tussen basisondersteuning en extra
ondersteuning. De basisondersteuning (niveau 1) is dat wat elke school zelf binnen ons
samenwerkingsverband zou moeten kunnen bieden voor leerlingen. Binnen deze basisondersteuning moet het
grootste deel van de leerlingen met diverse onderwijsbehoeften kunnen worden opgevangen. Daarnaast
kunnen scholen extra ondersteuning bieden (niveau 2). Elke school beschrijft haar
ondersteuningsmogelijkheden (zowel basis als extra) in een schoolondersteuningsprofiel. Het is de taak van het
samenwerkingsverband om een dekkend onderwijsaanbod te realiseren voor alle leerlingen binnen het
samenwerkingsverband.
De inzet binnen ons samenwerkingsverband zal zich primair richten op het versterken van de ondersteuning op
schoolniveau met als doel zoveel mogelijk leerlingen thuisnabij kwalitatief goed onderwijs aan te bieden. Het
samenwerkingsverband richt zich erop om zo preventief en handelingsgericht mogelijk te werken, dus
effectieve interventies op een zo laag mogelijk niveau binnen het continuüm van ondersteuning. De school is
daar primair zelf verantwoordelijk voor, het samenwerkingsverband speelt hierbij een ondersteunende rol.
25
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Het continuüm van ondersteuning
26
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
4.6 Basisondersteuning (niveau 1)
Elke school/bevoegd gezag is zelf verantwoordelijk voor een kwalitatieve goede inrichting van de
basisondersteuning op schoolniveau en voldoet aan het niveau van basisondersteuning dat binnen het
samenwerkingsverband is afgesproken. De school legt haar niveau en ambities met betrekking tot de
basisondersteuning vast in haar schoolondersteuningsprofiel. In het schoolondersteuningsprofiel zijn
indicatoren voor de basisondersteuning opgenomen op de volgende domeinen: onderwijs, ondersteuning,
beleid, organisatie en resultaten. Binnen het samenwerkingsverband is afgesproken dat elke school minimaal
een voldoende scoort op alle indicatoren. Mocht een school zwak of onvoldoende scoren op één of meerdere
indicatoren dan voert deze school zelf planmatig een verbetertraject uit met als resultaat een voldoende score
binnen een periode van twee schooljaren. De beoordeling van het niveau van basisondersteuning binnen het
schoolondersteuningsprofiel vindt plaats op basis van zelfevaluatie, waarbij scholen voor externe feedback
gebruik maken van het oordeel van de onderwijsinspectie. Het samenwerkingsverband onderzoekt de
mogelijkheid om door middel van onderlinge audits het niveau van de basisondersteuning op de scholen te
onderzoeken en te versterken.
4.7 Extra ondersteuning op schoolniveau (niveau 2)
Het gaat hierbij om:
 Leerlingen met een LWOO of PRO indicatie (niveau 2a).
 Leerlingen met een indicatie extra ondersteuning cluster 1 of 2 (niveau 2b)
 Overige Leerlingen waarbij de school op basis van de onderwijsbehoefte extra ondersteuning biedt
(niveau 2c)
Elke school beschrijft in haar schoolondersteuningsprofiel haar mogelijkheden en ambities met betrekking tot
extra ondersteuning voor leerlingen. Binnen het samenwerkingsverband worden geen afspraken gemaakt over
het niveau van extra ondersteuning dat elke school moet kunnen bieden. Echter, er wordt wel gestreefd naar
zo thuisnabij mogelijk onderwijs voor elke leerling en een evenredige verdeling van leerlingen met extra
ondersteuningsbehoefte over de scholen. Dit betekent dat van scholen wordt verwacht dat ze ambitieus zijn als
het gaat om het bieden van extra ondersteuning en dat scholen planmatig werken aan een verbreding van hun
mogelijkheden op dit gebied.
Leerlingen in de categorie extra ondersteuning 2a worden tot 01-08-2015 geïndiceerd door de RVC. Na 01-082015 wordt het budget voor LWOO en Pro toegekend aan het samenwerkingsverband. Het
samenwerkingsverband kan de werkwijze van de RVC voortzetten of kiezen voor een alternatief beleid (opting
out). Het samenwerkingsverband zal vóór 01-01-2015 haar beleid hiervoor vaststellen. Uiteraard is het ook
mogelijk dat leerlingen met een LWOO of PRO-indicatie (categorie 2a) daarnaast nog extra ondersteuning
ontvangen vanuit de VO-school (categorie 2c)
Leerlingen in de categorie 2b krijgen een extra ondersteuningsarrangement toegewezen vanuit de Commissies
van Onderzoek (CvO’s) van cluster 1 en 2. De inhoud van dit ondersteuningsarrangement wordt in overleg met
ouders en school bepaald (zie 5.9).
Ten aanzien van leerlingen in de categorie 2c bepalen scholen zelf hoe de extra ondersteuning wordt
vormgegeven (passend bij het professionaliseringsmodel). De rugzaksystematiek (extra ondersteuningsbudget
voor afzonderlijke leerlingen) wordt daarmee per 01-08-2014 losgelaten. Scholen zijn zelf verantwoordelijk
voor de invulling én de kwaliteit van de extra ondersteuning die binnen de school wordt geboden. Het
samenwerkingsverband verstrekt hiervoor een budget extra ondersteuning aan de schoolbesturen waarbij
rekening wordt gehouden met bestaande verschillen in leerlingpopulaties tussen scholen (zie hoofdstuk 11). In
het schooljaar 2014-2015 zal binnen het samenwerkingsverband een meetinstrument worden ontwikkeld
waarmee de ondersteuningsbreedte van een school en daarmee verschillen in de ondersteuningsbreedtes van
scholen kunnen worden vastgesteld.
27
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
4.8 Extra ondersteuning op samenwerkingsverbandniveau (niveau 3 en 4)
4.8.1
Extra ondersteuning op het OPDC (niveau 3)
Het samenwerkingsverband richt een OPDC in met een time-out functie (zie hoofdstuk 6). Het
samenwerkingsverband is verantwoordelijk voor de inrichting en de kwaliteit van deze voorziening voor extra
ondersteuning. Voor plaatsing van een leerling op het OPDC is een indicatie nodig die wordt afgegeven door de
toewijzingscommissie op basis van door het samenwerkingsverband vastgestelde criteria.
4.8.2
Extra ondersteuning op een voorziening voor cluster 3 of 4 (niveau 4)
Leerlingen die een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) hebben ontvangen van de toewijzingscommissie kunnen
geplaatst worden op een VSO-voorziening cluster 3 of 4. Ook de VSO-scholen hebben hun
ondersteuningsmogelijkheden beschreven in hun schoolondersteuningsprofiel. De criteria voor plaatsing op
een VSO-voorziening cluster 3 en 4 worden vastgesteld door het samenwerkingsverband.
4.9 Op weg naar een dekkend onderwijsaanbod
4.9.1. Resultaten van de schoolondersteuningsprofielen
Alle scholen binnen het samenwerkingsverband hebben het schoolondersteuningsprofiel Q3 ingevuld. Binnen
het schoolondersteuningsprofiel geven scholen op basis van zelfevaluatie aan welke basisondersteuning en
welke extra ondersteuning ze kunnen bieden aan leerlingen en ouders. Het totaal van alle
schoolondersteuningsprofielen geeft het dekkend aanbod binnen het samenwerkingsverband weer. De
totaalresultaten zijn weergegeven in bijlage 5 en 6 van dit ondersteuningsplan. Uit de resultaten blijkt dat
scholen in hun zelfbeoordeling kritisch zijn geweest. Het niveau van basisondersteuning wordt gemiddeld door
alle scholen ruim voldoende beoordeeld. De scholen scoren gemiddeld het hoogst op de indicatoren
pedagogisch klimaat (9,0), overdracht (9,1) en ondersteuningsteams (8,5).
Er zijn echter ook een aantal knelpunten die worden beschreven in 4.9.2. Binnen het samenwerkingsverband is
afgesproken dat alle scholen hun basisondersteuning op voldoende niveau brengen (zie 4.6). Ten aanzien van
de extra ondersteuning hebben alle scholen beschreven welke deskundigheid en voorzieningen ze intern en
extern beschikbaar hebben als school en welke deskundigheid men in de toekomst zou willen ontwikkelen.
Scholen geven aan binnen de eigen school over veel deskundigheid te beschikken en zijn hier tevreden over. De
deskundigheid wordt aangevuld met experts van buiten. Ook hierover zijn de scholen tevreden.
De vraag die voorligt is of er binnen ons samenwerkingsverband sprake is van een dekkend onderwijsaanbod.
Voor het overgrote deel van de leerlingen binnen ons gebied is dit het geval. Op basis van de ingevulde
ondersteuningsprofielen blijkt de kwaliteit van het onderwijsaanbod voldoende te zijn, al zijn er zeker nog
punten van verbetering. Er blijken echter in ons samenwerkingsverband ook leerlingen te zijn die om
verschillende redenen niet naar school gaan (de zogenaamde thuiszitters). Ook voor deze leerlingen is ons
samenwerkingsverband verantwoordelijk (zie 4.9.2).
4.9.2.
Knelpunten
Vanuit het totaal van de ondersteuningsprofielen en de kengetallen met betrekking tot leerlingen kunnen een
aantal knelpunten worden gesignaleerd. In deze paragraaf worden een aantal van deze knelpunten benoemd
die in de komende beleidsperiode van 4 jaar nadrukkelijk aandacht behoeven. In dit ondersteuningsplan wordt
niet verder uitgewerkt op welke manier dit zal plaatsvinden. Hiervoor zullen jaarlijks activiteitenplannen
worden opgesteld, waarin doelen en activiteiten worden opgenomen.

Knelpunten basisondersteuning
Planmatig werken
Planmatig werken wordt door bijna de helft van de scholen beoordeeld als zwak of onvoldoende. Een cyclische
onderwijsplanning op basis van resultaten van leerlingen is in het voortgezet onderwijs nog geen gebruik.
28
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Afstemming op verschillen tussen leerlingen
Een kwart van de scholen beoordeelt de afstemming op de verschillen tussen leerlingen als zwak of
onvoldoende. Het betreft hierbij met name de afstemming van de instructie/verwerking op verschillen tussen
leerlingen (41% zwak of onvoldoende) en afstemming van leerstof en materialen op verschillen tussen
leerlingen (32% zwak of onvoldoende).
Deskundigheid van leraren
De deskundigheid van leraren wordt gemiddeld beoordeeld met een 7,6. Uit de onderliggende cijfers blijkt
echter dat 24% van de scholen de begeleidingscompetenties van leraren als zwak of onvoldoende beoordeeld.
Voor de didactische competenties van leraren betreft dit 22% van alle scholen. In de
schoolondersteuningsprofielen hebben scholen ook aangegeven op welke thema’s men verbetering wil
uitvoeren. Het versterken van competenties van leraren (met name op het gebied van begeleiding, didactiek en
organisatie) worden door de scholen hierbij het meest genoemd.
Lichte ondersteuning
Van scholen mag verwacht worden dat zij lichte ondersteuning bieden op de terreinen taal/lezen (dyslexie),
rekenen/wiskunde (dyscalculie), gedrag en medische handelingen. Uit de resultaten van Q3 blijkt dat 50% van
de scholen haar dyscalculiebeleid nog niet orde heeft en 34% niet beschikt over protocollen en procedures
voor medische handelingen.
Ontwikkelingsperspectieven
27% van de scholen geeft aan dat het de ontwikkelingsperspectieven voor leerlingen waarmee wordt gewerkt
nog niet actueel, concreet en volledig zijn. Op 19% van de scholen worden de ontwikkelingsperspectieven nog
niet volgens een vaste structuur en procedure opgesteld.
 Knelpunt thuiszitters
In de regio van ons samenwerkingsverband zijn er leerlingen die niet naar school gaan. Binnen deze groep
betreft het leerlingen met een vrijstelling van onderwijs, maar ook leerplichtige leerlingen die zonder geldige
reden meer dan vier weken verzuimen zonder dat er sprake is van vrijstelling van leerplicht. Het kan hierbij
gaan om leerlingen die wel of niet staan ingeschreven bij een school. Op basis van een inventarisatie bij de
leerplichtambtenaren in april 2013 kwam het volgende beeld naar voren:
Aantal
Leerlingen die staan ingeschreven op een reguliere VO-school maar zonder geldige reden
meer dan vier weken verzuimen zonder dat er sprake is van vrijstelling van leerplicht
Leerlingen die staan ingeschreven op een VSO school maar zonder geldige reden meer dan
vier weken verzuimen zonder dat er sprake is van vrijstellingen van leerplicht
Leerlingen die staan ingeschreven maar al langere tijd niet meer deelnemen aan onderwijs
in afwachting van toelating op een andere school/vorm van onderwijs
Leerlingen die niet meer staan ingeschreven op een school en geen onderwijs ontvangen
zonder dat er sprake is van een behaalde startkwalificatie
12
TOTAAL
51
8
11
20
Bovenstaande tabel is een momentopname, maar geeft wel aan dat het gaat om een substantieel aantal
leerlingen. Om een effectieve aanpak ter voorkoming van thuiszitters te ontwikkelen werkt het
samenwerkingsverband nauw samen met de gemeenten onder begeleiding van Gedragswerk. Dit zal in de juli
2014 resulteren in een effectieve en gezamenlijke aanpak voor de bestrijding van thuiszitters
4.10 Professionalisering en begeleiding vanuit het samenwerkingsverband
29
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
4.10.1
Het regionaal consultatieteam (inclusief clusterexperts)
Binnen het samenwerkingsverband is een consultatieteam werkzaam. Scholen kunnen het consultatieteam
laagdrempelig en zonder indicatie om advies en begeleiding op de werkvloer vragen met betrekking tot
problemen in de basisondersteuning en extra ondersteuning van leerlingen. Het consultatieteam werk
vraaggestuurd en heeft uitsluitend een adviesfunctie (dus geen toetsingsfunctie, onderzoeksfunctie of
toewijzingsfunctie). Elke school heeft een vast aanspreekpunt binnen het consultatieteam. Het consultatieteam
bestaat uit generalisten en zogenaamde clusterexperts. Alle begeleiders werken volgens de methodiek van
handelingsgerichte begeleiding. Het consultatieteam bestaat voor de periode 2014-2018 uit minimaal 5,3 FTE
(1,53 FTE generalisten en 4,0 FTE clusterspecialisten). Op termijn (na de transitie van de Jeugdzorg) zal er
sprake zijn van een regionaal expertiseteam onderwijs/gemeenten waar zowel het regionaal consultatieteam
als experts vanuit de gemeenten deel van uit zullen maken.
4.10.2


Professionalisering en overige ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband
Expertisenetwerken: om het deskundigheidsniveau binnen de scholen te verhogen richt het
samenwerkingsverband op verzoek expertisenetwerken in. Het betreft hier in ieder geval
expertisenetwerken voor zorgcoördinatoren. Daarnaast kunnen vraaggestuurd andere expertisenetwerken
worden ingericht. De expertisenetwerken kunnen verschillende functies hebben: intervisie,
professionalisering, uitwisseling of coaching.
Het samenwerkingsverband biedt daar waar wenselijk geacht gezamenlijke scholing aan op onderwerpen
die voor meerdere scholen relevant zijn én bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van het
samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband stelt hiervoor jaarlijks een professionaliseringsagenda
op. Voor de invulling van de gezamenlijke scholing zal samen worden gewerkt met derden (Pompeblêd,
Fricolore en anderen)
30
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Hoofdstuk 5
Extra ondersteuning
5.1 Inleiding
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke manier een leerling in aanmerking kan komen voor extra
ondersteuning op samenwerkingsverbandniveau. Dit is verschillend voor de diverse niveaus van extra
ondersteuning die worden onderscheiden in het continuüm van ondersteuning dat is beschreven in hoofdstuk
vier.
5.2 Procedure toeleiding naar extra ondersteuning op samenwerkingsverbandniveau
Er worden binnen het samenwerkingsverband 3 niveaus van extra ondersteuning onderscheiden.
Niveau 2a
Niveau 2b
Niveau 2c
Niveau 3
Niveau 4
Toewijzing van een indicatie extra ondersteuning LWOO en Praktijkonderwijs vindt tot 0108-2015 plaats door de RVC. Na deze datum is het samenwerkingsverband hier
verantwoordelijk voor. Het beleid hieromtrent moet nog ontwikkeld worden vóór 01-012015. De school waarop de leerling is ingeschreven bepaalt zelf op welke manier de extra
ondersteuning wordt vormgegeven.
Toewijzing van een indicatie extra ondersteuning cluster 1 of 2. Deze indicatiestelling vindt
plaats door de CvO’s van de scholen voor cluster 1 en 2 en de inhoud van het arrangement
wordt bepaald door de CvO’s in overleg met school en ouders.
Toewijzing van extra ondersteuning op schoolniveau vindt plaats door de school zelf. De
school bepaalt zelf de manier waarop de extra ondersteuning wordt vormgegeven.
Toewijzing van een indicatie voor tijdelijke plaatsing op het OPDC vindt plaats door de
toewijzingscommissie van het samenwerkingsverband
Toewijzing van een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) voor plaatsing op een school voor
cluster 3 of 4 vindt plaats door de toewijzingscommissie van het samenwerkingsverband
Toeleiding naar extra ondersteuning op niveau 2a, 2b en 2c is een verantwoordelijkheid van de VO-school waar
de leerling staat ingeschreven. Voor niveau 2a is de school verantwoordelijk voor het aanvragen van een
indicatie bij de RVC (geldt tot 01-08-2015). De VO-school bepaalt vervolgens zelf op welke manier de extra
ondersteuning wordt vormgegeven. Toewijzing van extra ondersteuning op schoolniveau vindt plaats door de
school zelf evenals de uitvoering hiervan. Om dit te kunnen realiseren ontvangt de school vanuit het
samenwerkingsverband een budget lichte en zware ondersteuning (zie hoofdstuk 11). Dit vervangt de huidige
rugzaksystematiek inclusief de daarbij behorende toewijzingsprocedure. Uiteraard kunnen scholen zich hierin
laten ondersteunen door het consultatieteam vanuit het samenwerkingsverband. Toeleiding naar het niveau 3
en 4 van extra ondersteuning is een taak van het samenwerkingsverband. Hiervoor heeft het
samenwerkingsverband een toewijzingscommissie ingesteld.
5.3 De toewijzingscommissie
Op samenwerkingsverband is een toewijzingscommissie ingericht. Deze commissie zal indicaties toewijzen voor
extra ondersteuning op samenwerkingsverbandniveau: plaatsing op een OPDC of plaatsing op een
onderwijsvoorziening cluster 3 of 4. De handelingsgerichte indicatiestelling zal worden bepaald door enerzijds
de afspraken over het niveau van de basis- en extra ondersteuning op schoolniveau en anderzijds het mogelijke
onderwijsaanbod op de clustervoorziening of het OPDC. Het samenwerkingsverband kiest voor een compacte
commissie met een efficiënte en snelle werkwijze. Dit betekent dat er hoge eisen worden gesteld aan de aan te
leveren gegevens door de scholen.
5.3.1
De samenstelling van de toewijzingscommissie
31
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
De toewijzingscommissie wordt benoemd door het bestuur van het samenwerkingsverband en bestaat uit:




een voorzitter (lid)
een onderwijskundig expert (lid)
een orthopedagoog (lid)
een administratieve ondersteuner
Daarnaast kan de toewijzingscommissie (op afroep) gebruikt maken van de volgende deskundigen:
 een clusterdeskundige cluster 3-4 (adviserend tbv niveau 4)
 een OPDC deskundige (adviserend tbv niveau 3)
5.3.2
De arrangementen
De toewijzingscommissie kan de volgende arrangementen toekennen:
1.
Tussenvoorzieningsarrangement (TOR). Dit is een tijdelijk arrangement op het OPDC voor leerlingen
die staan ingeschreven op één van de VO-scholen van het samenwerkingsverband
2.
Arrangement VSO beperkte duur (VOR). Dit is toelaatbaarheidsverklaring (TLV) voor beperkte duur
voor het VSO cluster 3-4 waarna een herindicatie zal moeten plaatsvinden. Hierbij maakt de
toewijzingscommissie onderscheidt tussen drie ondersteuningscategorieën.
3. Arrangement VSO onbeperkte duur (VOR). Dit is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) met
onbeperkte duur voor leerlingen met zeer ernstige stabiele onderwijsbeperkingen. Hierbij maakt de
toewijzingscommissie onderscheidt tussen drie ondersteuningscategorieën.
Het samenwerkingsverband streeft ernaar om ook symbiose-arrangementen VO-VSO te ontwikkelen waarbij
sprake is van een gedeeltelijke plaatsing op het VSO.
5.3.3. Aanmelding bij de toewijzingscommissie
Een leerling kan uitsluitend door de school van inschrijving worden aangemeld bij de toewijzingscommissie.
Een leerling kan voor een aanmelding voor een VOR uit verschillende settingen worden aangemeld:
a.
Vanuit de aanmeldingsprocedure op een reguliere VO-school. Het gaat hierbij om leerlingen waarvan
het bevoegd gezag heeft vastgesteld dat de leerling extra ondersteuning nodig heeft én de school dit
niet kan bieden én er geen andere reguliere VO-school binnen het samenwerkingsverband is die dit
wel kan bieden.
b. Vanuit een reguliere VO-school van ons samenwerkingsverband waar de leerling staat ingeschreven
en onderwijs volgt.
c. Vanuit een reguliere school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs of het
Speciaal Onderwijs waar de leerling (woonachtig in onze regio) staat ingeschreven en onderwijs volgt.
d. Vanuit het Voortgezet Speciaal Onderwijs waar de leerling staat ingeschreven en onderwijs volgt
(herindicatie VSO)
Een aanmelding voor een OPDC-arrangement (TOR) kan uitsluitend plaatsvinden door een reguliere VO-school
van ons samenwerkingsverband waar de leerling staat ingeschreven en onderwijs volgt.
Afhankelijk van de setting van waaruit een leerling wordt aangemeld worden eisen gesteld door de
toewijzingscommissie aan de aan te leveren gegevens door de school. Bij de aanmelding moet een school in
het dossier in ieder geval de volgende gegevens aanleveren:
a.
b.
Kenmerken van de leerling (gegevens, schoolloopbaan, capaciteiten en sociaal emotionele situatie,
omstandigheden thuissituatie) en de onderwijsbehoeften van de leerling (een
ontwikkelingsperspectief wordt aangeleverd en een overzicht van de bevorderende/ stimulerende
factoren en van de belemmerende factoren zowel bij de leerling als school en omgeving).
Kenmerken van het onderwijsleersituatie (mentor, groep, school) en een beschrijving van het
onderwijsaanbod van de school voor deze leerling en de extra mogelijkheden die in dit
32
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
c.
d.
e.
f.
g.
5.3.4
ondersteuningstraject zijn ingezet binnen de school.; bv mbv MDO/ZAT verslagen, handelingsplannen
met evaluaties)
Kenmerken van de opvoedingssituatie: ouders/opvoeders.
Kenmerken van het derde milieu en betrokkenheid van instelling zorg en welzijn en effecten ervan;
Een analyse van het afstemmingsprobleem tussen de onderwijsbehoefte van de leerling en het
onderwijsaanbod van de school (dit kan mbv een psychodiagnostisch onderzoek ondersteund
worden).
de ondersteuningsvraag school / leerling en wat heeft leerling nodig volgens de school.
Visie van de ouders en leerling zelf.
Het deskundigenadvies
De regelgeving (volgens het AMvB van maart 2013 en art 17a van de wet op het voortgezet onderwijs) schrijft
voor dat een aanmelding voor een plaatsing op een voorziening voor cluster 3 of 4 (een VOR) altijd vergezeld
wordt van een deskundigenadvies. Binnen ons samenwerkingsverband wordt dit deskundigenadvies opgesteld
door leden van het ZAT/MDO van de verwijzende school. Het betreft hier:
1. Een advies van een orthopedagoog.
2. Een advies van een deskundige afhankelijk van de ondersteuningsvraag van de leerling (zoals blijkt uit de
gegevens van de ouders of de school), een kinder- of jeugdpsycholoog, een pedagoog, een maatschappelijk
werker, een arts of een kinderpsychiater geconsulteerd voor advies van het mogelijke arrangement.
5.4 De werkwijze van de toewijzingscommissie
De werkwijze van de toewijzingscommissie is vastgelegd in een protocol en een huishoudelijk reglement. Hierin
staat het volgende beschreven:






De samenstelling
De aanmeldingsprocedure
De gegevens die door de school moeten worden aangeleverd
De toewijzingsprocedure
De besluitvormingsprocedure
De mogelijkheden voor bezwaar en beroep
Voor scholen en ouders is via de website een informatiebrochure beschikbaar waarin de werkwijze van de
toewijzingscommissie wordt uitgelegd.
5.5 Het ontwikkelingsperspectief
De wet passend onderwijs geeft aan dat er voor leerlingen die extra ondersteuning ontvangen een
ontwikkelingsperspectief moet zijn, dat is vastgesteld na - op overeenstemming gericht overleg- met de ouders.
Dit geldt in ieder geval voor leerlingen in het VSO en het praktijkonderwijs. Binnen ons samenwerkingsverband
geldt dit ook voor leerlingen die worden verwezen naar het OPDC. Wanneer de ondersteuning die de school
biedt onderdeel vormt van het basisondersteuningsaanbod, zoals begeleiding bij lwoo, dyslexie, dyscalculie,
remedial teaching of een training sociale vaardigheden, dan is er geen ontwikkelingsperspectief nodig. Een VOschool bepaalt zelf welke leerlingen binnen de school extra ondersteuning ontvangen (niveau 2c) en stelt
hiervoor binnen 6 weken na de inschrijving een ontwikkelingsperspectief op (ingangsdatum 01-08-2014). Het
bevoegd gezag van de school stelt het ontwikkelingsperspectief op nadat hierover op overeenstemming gericht
overleg is gevoerd met de ouders. Het VSO krijgt hiervoor advies van de Commissie van Begeleiding van de
school. De school evalueert het ontwikkelingsperspectief jaarlijks met de ouders en stelt het zo nodig bij.
Scholen voor regulier VO moeten vanaf 1 augustus 2014 in BRON aangeven welke leerlingen een
33
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
ontwikkelingsperspectief hebben. De onderwijsinspectie ziet toe op de kwaliteit van het onderwijs en daarmee
ook op het werken met het ontwikkelingsperspectief.
Het samenwerkingsverband zal voor de reguliere VO-scholen een voorbeeld ontwikkelingsperspectief
aanleveren. In het ontwikkelingsperspectief dienen in ieder geval de volgende zaken te zijn opgenomen (AMvB
concept feb 2013):
 De te verwachte uitstroombestemming van de leerling. Voor het voortgezet onderwijs de uitstroom naar
middelbaar of hoger beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs, of in geval van het praktijkonderwijs,
naar welk soort functie op de arbeidsmarkt uitstroom wordt verwacht.
 De onderbouwing van de verwachte uitstroombestemming van de leerling m.b.v. belemmerende en
bevorderende factoren die van invloed zijn op het onderwijs aan de leerling.
 Ondersteuning en begeleiding en indien aan de orde, de afwijkingen van het onderwijsprogramma.
5.6 Afstemming met het primair onderwijs
Het samenwerkingsverband maakt afspraken met het primair onderwijs voor leerlingen die vanuit het primair
onderwijs (regulier of SO) worden aangemeld voor plaatsing in het VSO. Conform de wetgeving moet bij
overgang van het SO naar het VSO namelijk altijd opnieuw een toelaatbaarheidsverklaring worden afgegeven.
Deze afspraken zullen in mei 2014 gerealiseerd zijn.
5.7 Herindicatie leerlingen die per 01-08-2014 op het VSO cluster 3-4 zitten
Ten aanzien van leerlingen vanuit ons samenwerkingsverband die op peildatum 01-08-2014 reeds gebruik
maken van een ondersteuningsarrangement op een school voor cluster 3 of 4 neemt het
samenwerkingsverband deze indicatie over voor de duur van de reeds afgegeven indicatie door de CVI met een
maximum van 2 jaar. Bij het afgelopen van deze indicatie of na maximaal 2 jaar wordt door de betreffende VSO
in overleg met de ouders beoordeeld of de leerling wordt aangemeld voor een herindicatie bij de
toewijzingscommissie of dat terugplaatsing naar het regulier VO tot de mogelijkheden behoort.
5.8 Bezwaar en beroep
5.8.1
Bezwaar en beroep tegen een beslissing van de toewijzingscommissie
Ouders en het bevoegd gezag van de school kunnen bezwaar aantekenen tegen het besluit van het
samenwerkingsverband over de toelaatbaarheid tot het VSO. Het samenwerkingsverband zal bij een dergelijke
bezwaar altijd advies inwinnen van de daartoe per 01-08-2014 ingestelde bezwaaradviescommissie van het
samenwerkingsverband. Tegen de beslissing die vervolgens op het bezwaarschrift wordt genomen door het
samenwerkingsverband is het mogelijk beroep bij de rechtbank aan te tekenen. Deze procedures zijn door het
samenwerkingsverband vastgelegd in de regeling bezwaarschriften.
5.8.2
De geschillencommissie voor het ontwikkelingsperspectief
Ouders kunnen zich bij een geschil over het ontwikkelingsperspectief wenden tot de door het ministerie
ingestelde Commissie Geschillen Passend Onderwijs.
5.9 Extra ondersteuning cluster 1 en 2
Vanaf 1 augustus 2014 hebben de samenwerkingsverbanden de opdracht om alle leerlingen in de regio een
passend onderwijsaanbod te bieden. De overheid heeft bepaald dat scholen voor cluster 1 (leerlingen met een
visuele beperking) en cluster 2 (leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking) niet tot de
samenwerkingsverbanden gaan behoren. Deze instellingen hebben geen zorgplicht, maar wel een
ondersteuningsplicht.
34
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Om de samenwerking te borgen met cluster 1 (Visio) en cluster 2 (Kentalis) voor deze groepen leerlingen zijn er
afspraken gemaakt tussen het samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland en Visio en Kentalis.
5.9.2
Wat verandert er?
Voor beide clusters geldt dat alle ondersteuningsmiddelen (zowel het schooldeel LGF als het AB-deel LGF)
rechtstreeks gebudgetteerd naar de clusters gaan.
Verder zal de huidige CvI’s (Commissie voor Indicatiestelling) cluster 2 per 01-08-2014 vervallen en vervangen
worden door een CvO (Commissie van Onderzoek) per onderwijsinstelling. Zij beslissen of leerlingen een
ondersteuningsarrangement krijgen toegewezen en zo ja welk arrangement. Binnen cluster 1 werd al gewerkt
met een commissie van onderzoek voor de toewijzing van arrangementen en deze werkwijze wordt voortgezet.
5.9.3
Samenwerking met cluster 1
Wanneer leraren, ouders of andere verwijzers vermoeden dat een kind of jongere een visuele beperking heeft,
kunnen de ouders hun kind aanmelden bij cluster 1: Visio of Bartiméus (Bartiméus infolijn: 0900-77 888 99 of
Visio Cliëntservicebureau: 088-585 85 85), samenwerkend onder de naam VISIS onderwijs. Ook scholen of
samenwerkingsverbanden kunnen leerlingen aanmelden mits zij daarvoor toestemming hebben van de ouders.
Na aanmelding worden de medische gegevens, waaronder de oogheelkundige gegevens, opgevraagd en
worden er zo nodig gedurende één of meerdere dagen onderzoeken uitgevoerd, zoals visueel
functieonderzoek, psychologisch onderzoek en pedagogisch en /of didactisch onderzoek. Op grond van de
resultaten van dit onderzoek beoordeelt de Commissie van Onderzoek van de betreffende onderwijsinstelling
of het kind op basis van de landelijke toelatingscriteria recht heeft op ambulante onderwijskundige begeleiding
of op onderwijs van een onderwijsinstelling voor leerlingen met een visuele beperking.
Wanneer het kind/de jongere toelaatbaar is, wordt in afstemming met de ouders en (indien aan de orde) de
reguliere school een passend arrangement samengesteld:

ambulante onderwijskundige begeleiding op een reguliere school, ieder arrangement wordt op maat
ingevuld op basis van de behoeften en ondersteuningsvragen van de betreffende leerling en de
school.

(voortgezet) speciaal onderwijs bij een onderwijsinstelling voor leerlingen met een visuele beperking.
Hiermee komt de huidige regeling aanvullende bekostiging VO (=schooldeel rugzak cluster 1) te vervallen. Deze
ondersteuningsmiddelen worden toegekend aan de cluster 1 instellingen en de CvO beslist over de inzet van
dit budget en zal deze middelen weer toekennen aan reguliere scholen. Het beleid hieromtrent zal in februari
2014 worden vastgesteld door VISIS onderwijs.
5.9.4
Samenwerking cluster 2
Bij wetgeving is bepaald dat de besturen van de huidige cluster 2 scholen samen moeten gaan werken in nieuw
te vormen instellingen voor landelijk speciaal onderwijs aan auditief en/of communicatief beperkte leerlingen.
De instellingen worden verantwoordelijk voor de bepaling van toelaatbaarheid, het onderwijs en de
begeleiding van leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking in regulier onderwijs.
Cluster 2 is verantwoordelijk voor het leveren van expertise aan de leerlingen die meer ondersteuning nodig
hebben dan het regulier onderwijs kan bieden en voor die leerlingen die toelaatbaar zijn tot een instelling van
cluster 2.
Hiervoor werkt het samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland samen met de Stichting Kentalis Onderwijs,
gevestigd aan de Rijksstraatweg 63, 9752 AC te Haren (www.kentalis.nl).
Extra ondersteuning binnen het regulier onderwijs
35
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Een school kan kosteloos een Consultatie en Advies Traject aanvragen. Dit kan wanneer de schoolinterne
ondersteuning ontoereikend is en vragen rondom cluster 2 problematiek niet beantwoord kunnen worden.
Hieraan gaat het invullen van een signaleringsinstrument door de school aan vooraf.
Wanneer de school concludeert dat zij niet kan voldoen aan de ondersteuningsvraag van een leerling op het
gebied van cluster 2 problematiek kan er een toelaatbaarheidstraject tot cluster 2 worden gestart. Daarbij is
door ouders en/of reguliere scholen trajectbegeleiding aan te vragen. Tijdens dit de trajectbegeleiding wordt
de onderwijsbehoefte van de leerling vastgesteld. Dit wordt vorm gegeven in een advies aan de Commissie van
Onderzoek (CVO).
Deze CVO bepaalt de toelaatbaarheid tot cluster 2, stelt de onderwijs behoefte vast en bepaalt het
onderwijsarrangement. Hierbij wordt ook een termijn van de duur van de toelaatbaarheid vastgesteld.
Kentalis heeft 3 onderwijsarrangementen ingericht:
Intensief: de leerling in ingeschreven bij de cluster 2 instelling en ontvangt onderwijs in een VSO
setting of in een groep (met overeenkomstige onderwijsbehoeften) in het regulier onderwijs
Medium: de leerling is ingeschreven bij het regulier onderwijs. Deze tussenvorm is bedoeld voor die
leerlingen voor wie het intensief arrangement binnen een speciale onderwijssetting niet noodzakelijk
is maar die te weinig baat hebben bij de lichte vorm van ambulante ondersteuning.
Licht: de leerling is ingeschreven bij het reguliere onderwijs en ontvangt een vorm van ambulante
ondersteuning afgestemd op zijn onderwijsbehoefte.
Binnen de arrangementen wordt maatwerk geboden, afhankelijk van de mate waarin de leerling, de docent en
de school ondersteuning van cluster 2 nodig heeft.
De tolkvoorziening voor dove leerlingen zal gekoppeld worden aan het onderwijsarrangement, afgestemd op
de onderwijs/communicatiebehoefte van de leerling.
Hiermee komt de huidige rugzak cluster 2 te vervallen. De ondersteuningsmiddelen worden toegekend aan de
cluster2 instellingen. Deze koppelen de middelen aan het onderwijsarrangement in de vorm van een Pakket
Onderwijs Ondersteuning op maat, afgestemd op de ondersteuningsbehoefte van de leerling, de docent en de
school.
Overgangsregeling leerlingen met een rugzak
Door de invoering van Passend Onderwijs zijn de beschikkingen die zijn afgegeven door de Commissie voor
Indicatiestelling (CvI) niet meer geldig vanaf 1 augustus 2014. Voor leerlingen die op 1 augustus 2014 mét een
LGF-indicatie cluster 2 in het regulier VO zitten is een overgangsregeling opgesteld (zie website SIMEA). De
instellingen voor cluster 2 zullen deze overgangsregeling bespreken met ouders en school van de betreffende
leerling.
36
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Hoofdstuk 6
Het Orthopedagogisch-Didactisch Centrum (OPDC)
6.1 Inleiding
Binnen het samenwerkingsverband zijn er leerlingen die tijdelijk geen onderwijs kunnen volgen op de reguliere
school, ook niet met extra ondersteuning. Hiervoor richt het samenwerkingsverband een OPDC (voorheen
Rebound) in. Het gaat hierbij om het tijdelijk opvangen van leerlingen waarbij de onderwijsbehoefte van de
leerling in kaart wordt gebracht met als doel het organiseren van een passend onderwijstraject in het regulier
vo. In deze notitie worden de uitgangspunten, de inrichting en de bekostiging hiervan beschreven. In het
strategisch beleidsplan van het OPDC wordt dit verder uitgewerkt.
6.2 Het wettelijke kader
In de wet passend onderwijs biedt artikel 17a, lid 10a de mogelijkheid onder verantwoordelijkheid van een
samenwerkingsverband voortgezet onderwijs een Orthopedagogisch Didactisch Centrum in te richten (OPDC).
In december 2012 verscheen: ‘Een passend onderwijsprogramma voor alle leerlingen in het voortgezet
onderwijs’ (ministerie OCW) met daarin nadere uitwerkingen.
Hierin wordt uitgewerkt dat leerlingen in een OPDC onderwijs volgen, omdat zij een orthopedagogisch en
orthodidactische benadering nodig hebben. De voorziening is bedoeld voor leerlingen voor wie het tijdelijk
niet mogelijk is om onderwijs te volgen op de eigen reguliere school, ook niet met extra ondersteuning.
Nadere voorwaarden aan een OPDC zijn:






6.3
Het samenwerkingsverband moet het inrichten of voortzetten van een OPDC in het
ondersteuningsplan vermelden;
het samenwerkingsverband moet tevens in het ondersteuningsplan vermelden welke leerlingen in
aanmerking kunnen komen voor het volgen van (een deel van) het onderwijsprogramma op een
OPDC;
leerlingen die zijn ingeschreven bij een school mogen gedurende hoogstens twee jaren (een gedeelte
van) het onderwijs volgen bij een OPDC;
het bevoegd gezag van de school van inschrijving is verantwoordelijk voor de leerling.
Het bevoegd gezag van de school van inschrijving registreert de tijdelijke plaatsing van de leerling op
het OPDC in BRON.
het onderwijs van leerlingen die langer dan drie maanden een programma volgen bij het OPDC moet
worden gegeven door docenten die voldoen aan de bevoegd- en bekwaamheidseisen zoals die zijn
vastgelegd in de WVO.
De visie voor het OPDC
De gezamenlijke schoolbesturen in het samenwerkingsverband hebben de ambitie om zoveel als mogelijk
leerlingen passend onderwijs te bieden in een reguliere setting onder het motto ‘gewoon waar het kan,
speciaal waar het moet’. Daarbij wil het samenwerkingsverband leerlingen zoveel mogelijk thuisnabij passend
onderwijs bieden. Vanuit deze uitgangspunten ligt de keuze voor een decentrale OPDC-voorziening voor de
hand. Er wordt echter toch gekozen voor een centrale OPDC-voorziening vanwege de clustering van expertise
en de betaalbaarheid van de voorziening. Het samenwerkingsverband zal er in de komende jaren naar streven
om de ontwikkeling van decentrale (betaalbare) experimenten te stimuleren. Wellicht geven de uitkomsten
van dergelijke experimenten de mogelijkheid om in de toekomst toch passend bij de visie van het
samenwerkingsverband decentrale voorzieningen in te richten. Waar we nu de beschikking hebben over een
observatieafdeling (voorheen Sluisgroep) vanuit RENN4 bekostiging en een time-out afdeling, zal er straks
sprake zijn van een OPDC die gericht is op terugkeer naar regulier VO en een aparte observatieafdeling van
Renn4.
37
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
6.4
De inrichting van het OPDC
Er is binnen het samenwerkingsverband op dit moment behoefte aan een tussenvoorziening voor een beperkte
groep leerlingen. De kwantitatieve evaluatiegegevens van de huidige Rebound laten zien dat deze behoefte in
de afgelopen jaren is gestegen. Het samenwerkingsverband is verantwoordelijk voor de inrichting en
instandhouding van deze voorziening. Ons beleid richt zich op de versterking van de ondersteuning op de
reguliere VO-scholen waardoor de behoefte aan een OPDC in de toekomst kleiner zal worden. Het OPDC zal
twee functies hebben:
Time-out functie: het tijdelijk opvangen van leerlingen als doel terugkeer naar de reguliere setting
Terugplaatsingsondersteuning: bij het terugplaatsen van leerlingen is vanuit het OPDC naar de
reguliere setting ondersteuning van de docenten bij het vormgeven van een passend onderwijsaanbod
mogelijk (vraaggestuurd).
6.5 De doelgroep van het OPDC
Het OPDC zal zich richten op leerlingen voor wie het tijdelijk niet mogelijk is om onderwijs te volgen op een
reguliere school, ook niet met extra ondersteuning. Het gaat dan om leerlingen voor wie tijdelijk een
orthopedagogische en orthodidactische benadering is geboden. De criteria voor toelating van deze leerling in
het OPDC worden vastgesteld door het samenwerkingsverband en vastgelegd in het strategisch beleidsplan
OPDC.
6.6
Procedures voor toelatingen en terugplaatsing
Het OPDC is toegankelijk voor leerlingen die van de toewijzingscommissie van het samenwerkingsverband een
positieve indicatie voor het OPDC hebben ontvangen. Het OPDC is niet toegankelijk voor leerlingen die reeds
een indicatie voor plaatsing op een school voor cluster 3 of 4 hebben (de zogenaamde wachtkamerleerlingen).
De leerling blijft gedurende de plaatsing ingeschreven staan op de school van herkomst die ook
verantwoordelijk blijft voor deze leerling. Er wordt ook nadrukkelijk ingezet op terugplaatsingsondersteuning
vanuit het OPDC. Deze terugplaatsingsondersteuning is vraaggestuurd en handelingsgericht op wat deze
leerling en deze docent nodig hebben en heeft als doel om de overgang van de leerling naar de reguliere
setting succesvol te laten verlopen.
6.7
Aanbod OPDC
Het handelingsplan OPDC
In de aanvraag voor een indicatie voor het OPDC beschrijft de school waar de leerling staat ingeschreven de
onderwijsbehoefte van de leerling en de doelstellingen voor de tijdelijke plaatsing op het OPDC. Na de afgifte
van de positieve indicatie voor plaatsing wordt door het OPDC en de verwijzende school gezamenlijk in overleg
met de ouders een individueel handelingsplan OPDC opgesteld waarin systematisch de te bereiken doelen, de
bijhorende interventies en de evaluatie hiervan zijn beschreven. In dit handelingsplan zal een
handelingsgerichte en oplossingsgerichte werkwijze centraal staan waarbij wordt uitgegaan van de
onderwijsbehoefte van de leerling in wisselwerking met zijn omgeving (school en thuis) en een passend aanbod
op het OPDC
Een programmatische aanpak
Binnen het OPDC zal planmatig en systematisch gewerkt worden vanuit de ondersteunende programma’s van
Covey en Equip. Dit zijn speciaal ontwikkelde programma’s waarin leerlingen wordt geleerd dat zij mede
verantwoordelijk zijn voor eigen gedrag en gedragsverandering.
Het multidisciplinaire Overleg (MDO)
Conform afspraak met de gemeentes is er op het OPDC een MDO (multidisciplinair overleg) ingericht waarin
een vast breed multidisciplinair team periodiek zorg draagt voor een integrale aanpak, ieder vanuit zijn eigen
expertise en verantwoordelijkheid dmv analyse, interventies en evaluaties van leerlingtrajecten. Het doel is om
38
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
gezamenlijk te komen tot arrangementen voor leerlingen met als doel terugkeer naar het regulier onderwijs.
Omdat het hier leerlingen betreft waarbij (nagenoeg) altijd sprake is van multiproblematiek is een gezamenlijk
traject (één kind, één plan) met de keten/gemeentes noodzakelijk.
Samenwerking met de observatiegroep Renn4
In het gebouw van het OPDC zal tevens een observatieafdeling van Renn4 gevestigd zijn. Beide voorzieningen
zullen elkaar versterken vanuit ieders specifieke expertise.
6.8
Het personeel op het OPDC
Het personeel van het OPDC blijft In dienst van de school van herkomst. Van het personeel op het OPDC wordt
excellente vaardigheden verwacht op orthopedagogisch en orthodidactisch gebied. Om deze expertise ook ten
goede te laten komen aan de reguliere scholen voor voortgezet onderwijs wordt er gestreefd naar een
roulatiesysteem. Dit betekent dat excellente docenten altijd tijdelijk worden gedetacheerd naar het OPDC.
Hierbij dient wel nadrukkelijk rekening te worden gehouden met een zekere stabiliteit en continuïteit van het
OPDC-team.
6.9
Organisatie
Het bestuur van het samenwerkingsverband is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs op het
OPDC en is door inspectie hierop aanspreekbaar. De dagelijkse leiding van de tussenvoorziening is in handen
van de teamleider, die zich verantwoordt naar de directeur van het samenwerkingsverband. De mandatering
van de teamleider is vastgelegd in een mandateringsdocument OPDC.
6.10
Kwaliteitsbeleid
Leerlingdossiers
Het OPDC legt alle relevante gegevens van de leerling vast in een individueel leerlingdossier, dat bij uitplaatsing
wordt overgedragen aan de school van uitplaatsing. De inhoud van het leerlingdossier staat beschreven in het
strategisch beleidsplan OPDC. Ten aanzien van de leerlingdossiers beschikt het OPDC over een
privacyreglement.
Jaarverslag OPDC
De teamleider van het OPDC stelt jaarlijks vóór 1 oktober een inhoudelijk jaarverslag op. De financiële
verantwoording vindt integraal plaats in het financiële jaarverslag van het samenwerkingsverband.
6.11
De bekostiging van het OPDC
Het OPDC zal deels bekostigd worden vanuit het gezamenlijke ondersteuningsbudget van het
samenwerkingsverband. Daarnaast zal de bekostiging plaatsvinden conform het principe: de verwijzer betaalt.
Dit betekent dat de verwijzende school per leerling maandelijks een bedrag bijdraagt.
39
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Hoofdstuk 7 Samenwerking met ouders
7.1 Uitgangspunt en visie
Eén van de speerpunten van passend onderwijs is het versterken van de positie van ouders. Om passend
onderwijs te kunnen realiseren is een goede samenwerking tussen school en ouders noodzakelijk. Het
samenwerkingsverband heeft als doelstelling om deze samenwerking te versterken, in het bijzonder waar het
ouders betreft van leerlingen met (extra) ondersteuningsvragen. In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke
manier er door het samenwerkingsverband en de scholen wordt samengewerkt met ouders en welke ambities
er op dit gebied zijn.
7.2 Zorgplicht, aanmelding en toelating
Schoolbesturen hebben de verantwoordelijkheid om alle leerlingen een passende onderwijsplek te bieden.
Ouders kunnen hun kind aanmelden bij de school van hun keuze. Als het een leerling met extra
ondersteuningsbehoefte betreft zal de school zorgvuldig onderzoek doen naar de ondersteuningsbehoefte van
de leerling en bepalen of de ze in staat is een passend onderwijsaanbod te bieden (het
schoolondersteuningsprofiel vormt hierbij het uitgangspunt)
Wettelijk is geregeld dat ouders hun kind ten minste 10 weken voor het begin van het schooljaar dienen aan
melden bij de school van hun keuze. Binnen het samenwerkingsverband wordt gewerkt met de Friese
Plaatsingswijzer bij de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs. Dit betekent dat voor
een zorgvuldige overdracht ouders vóór 15 maart hun kind aanmelden bij het voortgezet onderwijs. Na
aanmelding heeft de school 6 weken de tijd om te beslissen over de toelating en deze periode kan nog éénmaal
verlengd worden met 4 weken. Is er dan nog geen besluit genomen door de school dan heeft de leerling recht
op een tijdelijke plaatsing op de school van aanmelding.
Mocht de school niet in staat zijn een passend onderwijsaanbod te bieden dan wordt samen met ouders een
passend onderwijsplek binnen of buiten het samenwerkingsverband gezocht. Indien hiervoor een indicatie
nodig is, verzorgt de directeur van de betrokken VO-school de aanvraag voor de toelaatbaarheidsbeschikking
en begeleidt de ouders bij de overstap naar de andere voorziening. Een weigering tot toelating kan dus pas
plaatsvinden, nadat een andere passende onderwijsplek is gevonden (uitleg zorgplicht zie 4.3)
Weigeren van leerlingen op denominatieve gronden kan alleen als naar het oordeel van het schoolbestuur de
ouders weigeren de grondslag te respecteren of te onderschrijven, zoals verwoord in het toelatingsbeleid van
het bestuur.
7.3 Het schoolondersteuningsprofiel
Elke school beschikt over een schoolondersteuningsprofiel dat minimaal één keer in de vier jaar wordt
opgesteld waarbij is aangegeven wat de ouder van de school mag verwachten, als het gaat om leerlingen die
extra ondersteuning nodig hebben. Het profiel beschrijft de basisondersteuning en vormen van beschikbare
extra ondersteuning binnen school. Elke school verwoordt in het profiel niet alleen wat de school nu kan, maar
ook de ambitie van de school voor de toekomst. Leerkrachten en ouders hebben adviesrecht op het
schoolondersteuningsprofiel via de medezeggenschapsraad van de school. De school informeert de ouders via
de schoolgids over het schoolondersteuningsprofiel.
7.4 Het ondersteuningsplan en de ondersteuningsplanraad
Ouders hebben inspraak als het gaat om het ondersteuningsplan middels de ondersteuningsplanraad (OPR). De
OPR is een boven bestuurlijk medezeggenschapsorgaan met instemmingsbevoegdheid t.a.v. het
40
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
ondersteuningsplan. Per schoolbestuur vaardigen de medezeggenschapsraden één persoon af in de OPR. De
OPR bestaat voor de helft uit leerkrachten en voor de helft uit ouders/leerlingen.
7.5 Het ontwikkelingsperspectief
Het bevoegd gezag stelt het ontwikkelingsperspectief vast, nadat het hierover op overeenstemming gericht
overleg met de ouders heeft gevoerd. In het VSO krijgt het bestuur hiervoor advies van de Commissie voor
Begeleiding (een schoolinterne commissie op de scholen voor cluster 3 en 4) of de Commissie voor Onderzoek
(een schoolinterne commissie op de scholen voor cluster 1 en 2). De school evalueert het
ontwikkelingsperspectief jaarlijks met de ouders en stelt het zo nodig bij. Scholen informeren ouders over de
mogelijkheden voor beroep en bezwaar wanneer ouders niet kunnen instemmen met het
ontwikkelingsperspectief.
7.6 Betrokkenheid van ouders bij leerlingbespreking, MDO’s, consultatieteam en toewijzingscommissie
Het samenwerkingsverband streeft naar een optimale samenwerking met ouders als het gaat om de
bespreking van leerlingen in een leerlingbespreking, in het MDO (multidisciplinair Overleg) en met leden van
het consultatieteam. Ouders worden bij dergelijke besprekingen als partner betrokken. Ook ten aanzien van de
toewijzingscommissie worden ouders door de verwijzende school in de aanloop naar een aanvraag voor een
indicatie zorgvuldig in het traject betrokken. De toewijzingscommissie heeft in haar procedure ook de
zienswijze van ouders nadrukkelijk opgenomen.
7.7 Geschillen tussen scholen en ouders
Het ministerie heeft onderwijsconsulenten aangesteld die kunnen bemiddelen tussen ouders en de school. Dit
zijn onafhankelijke deskundigen waar ouders en scholen kosteloos een beroep op kunnen doen als zij een
conflict hebben over schoolplaatsing, verwijdering of het ontwikkelingsperspectief. Het gaat hierbij om
leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Indien de bemiddeling van een onderwijsconsulent geen
uitkomst biedt kunnen ouders de landelijke geschillencommissie inschakelen.
Er wordt één landelijke geschillencommissie geformeerd voor geschillen over toelating, verwijdering of het
ontwikkelingsperspectief. Deze commissie doet bij een geschil binnen 10 weken uitspraak aan het bevoegd
gezag van de school.
Uiteraard kunnen ouders bij een conflict over toelating en verwijdering ook bezwaar maken bij de school, de
Commissie Gelijke Behandeling inschakelen en beroep aantekenen bij de rechter.
41
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Hoofdstuk 8
8.1
Samenwerking met de gemeenten en ketenpartners
Samenwerking met de gemeenten
In zuidoost Friesland is er voor gekozen om het samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland samen te laten
vallen met de RMC-regio van de 8 Friese Woudengemeenten. De primaire taak van het samenwerkingsverband
is passend onderwijs te realiseren. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor preventie en het zorgaanbod voor
jeugdigen tot 18/23 jaar. Onderwijs en gemeenten willen samenwerken om hun verantwoordelijkheden te
4
kunnen realiseren. Bestuurlijk loopt dit via een REJA en inhoudelijk middels samenwerking tussen het
5
onderwijs en het CJG . In dit hoofdstuk wordt beschreven welke arrangementen er binnen het
samenwerkingsverband VO 21-02 worden geboden en op welke manier er binnen deze arrangementen wordt
samengewerkt met de gemeenten. Wat nog niet is opgenomen is op welke manier de zorgtoewijzing vanuit de
gemeenten zal verlopen (transitie van de jeugdzorg). Hierover zullen in een later stadium
samenwerkingsafspraken worden gemaakt. Hierbij kan nadrukkelijk worden gedacht aan het in
gezamenlijkheid toekennen van zogenaamde onderwijszorgarrangementen, bestaande uit een
onderwijsarrangement (onderwijs) en een zorgarrangement (gemeenten).
Ten aanzien van de samenwerking staan de volgende sleutelbegrippen centraal:
•
•
•
•
•
•
Het kind centraal: één kind/gezin, één plan, één regisseur
een vroegtijdige signalering en integrale, multidisciplinaire probleemanalyse
samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en organisaties
versterken van eigen kracht en het betrekken van het sociale netwerk
de school als vindplaats en waar nodig als werkplaats
aansluiting van zorgstructuren onderwijs en CJG en uniforme positionering van leerplichtambtenaren en
6
RMC -trajectbegeleiders daarin.
8.2 Arrangementen binnen het samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland
Binnen het samenwerkingsverband zijn verschillende niveaus van ondersteuning ingericht. De eerste twee
niveaus van ondersteuning worden aangeboden binnen de reguliere scholen voor VO: basisondersteuning,
extra ondersteuning. Als een school voor voortgezet onderwijs niet in staat is om een leerling een adequaat
aanbod te bieden binnen één van deze twee arrangementen kan een leerling worden verwezen naar een
bovenschools arrangement (niveau 3 en 4). Het betreft hier ofwel tijdelijke plaatsing op het OPDC (voorheen de
Rebound) ofwel tijdelijk/definitieve plaatsing op een school voor cluster 3 of 4. De toewijzing van de
arrangementen op de niveaus 3 en 4 wordt uitgevoerd door de toewijzingscommissie van het
samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland.
Voor een arrangement op niveau 3 en 4 is voor toewijzing een positief advies nodig van het MDO dat heeft
plaatsgevonden op schoolniveau rondom de aangemelde leerling. Voor een toewijzing van een arrangement 4
(plaatsing op een school voor cluster 3 of 4) is een deskundigenadvies nodig door het MDO. Dit
deskundigenadvies is door het ministerie verplicht gesteld bij het toewijzen van een arrangement op een
school voor cluster 3 en 4. Het deskundigenadvies betreft een analyse van de onderwijsbehoefte van de
leerling in relatie tot het benodigde onderwijsarrangement (zie ook 5.3.4).
4
REJA: Regionaal Educatieve Jongeren Agenda
5
CJG: Centrum voor Jeugd en Gezin
6
RMC: Regionaal Meld en Coördinatiepunt
42
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Op alle niveaus van ondersteuning is een goede samenwerking nodig tussen de VO-scholen, de VSO-scholen
het OPDC en de gemeenten om één kind één plan te kunnen realiseren
8.3 Inhoudelijke samenwerking tussen de reguliere VO-school en gemeenten
Zowel scholen als de gemeenten hebben de taak om vroegtijdig problemen rondom kinderen te signaleren.
Er kunnen drie soorten problemen rondom kinderen worden gesignaleerd:
Categorie 1:
Signalering van afstemmingsproblemen tussen de onderwijsbehoefte van een leerling en het
onderwijsaanbod van de school. Dit is primair de taak van school en elke school dient
voldoende expertise te hebben om te signaleren, te analyseren en passende interventies toe
te passen (conform het model handelingsgericht werken)
Categorie 2:
Signalering van problemen met een leerling zowel binnen de school als buiten de school. Dit
is zowel een taak van de school als een taak van de gemeenten. Scholen en gemeenten
moeten hierin adequaat samenwerken met als doelstelling het realiseren van één kind/gezin,
één plan, één regisseur.
Categorie 3:
Signalering van problemen rondom een kind die primair buiten de school zijn gelegen. Dit is
een primaire taak van de gemeenten
Afhankelijk van de aard van de problematiek van het kind, de ernst en als het aantal betrokken partijen wordt
bekeken wie er nodig zijn om een analyse te maken en een plan van aanpak op te stellen. De mate van
expertise die nodig is, is afhankelijk van de problematiek van het kind.
8.4 Inhoudelijke samenwerking op schoolniveau (ondersteuningsarrangement niveau 1, 2 en 3)
Fase 1 : de zorgcoördinator en de CJG-contactpersoon
Elke school draagt zorg voor een vroegtijdige signalering van problemen rondom leerlingen. Hiervoor heeft de
school haar werkwijze vastgelegd waarin duidelijk is beschreven welke verantwoordelijkheden de betrokken
professionals (docenten, mentoren en zorgcoördinatoren) hierin dragen. De zorgcoördinator vormt hierin de
spil op elke school.
De gemeente draagt er zorg voor dat voor elke schoollocatie binnen haar gemeente een CJG-contactpersoon
beschikbaar is. Wanneer er binnen de school een probleem wordt gesignaleerd waarbij ook sprake is (of
uitsluitend sprake is van) problemen in de thuissituatie (categorie 2 of 3) wordt dit in beginsel door de
zorgcoördinator en de CJG-contactpersoon besproken. Ook docenten en mentoren kunnen direct gebruik
maken van de expertise van de CJG-contactpersoon daar waar het vragen betreft waarbij geen nadere analyse
of interventies nodig zijn. Hierbij wordt de zorgcoördinator als spil in de school altijd betrokken.
Als er sprake is van een probleem categorie 2 bespreken de zorgcoördinator en de CJG-contactpersoon de
casus, maken een analyse en stellen in gezamenlijke verantwoordelijkheid een plan van aanpak op en spreken
af wie de casusregisseur is. Hierbij worden ook de ouders en de leerling betrokken. De zorgcoördinator draagt
hierbij zorg voor de interventies op schoolniveau en de CJG-medewerker voor de interventies vanuit de
gemeentelijke hulpverlening. In het plan van aanpak worden de interventies, de beoogde resultaten en de
planning beschreven. Bij de interventies vanuit de gemeentelijke hulpverlening wordt besloten (in overleg met
ouders en leerling) of deze binnen of buiten de school zullen plaatsvinden. Het plan van aanpak wordt door
beide professionals en met ouders/leerling samen op vaste tijden (tussentijds) geëvalueerd en afgesloten als
de doelstellingen bereikt zijn.
Daar waar de zorgcoördinator en de CJG-contactpersoon behoefte hebben aan bredere expertise als het gaat
om de analyse van de problematiek, het opstellen van een plan van aanpak of de evaluatie van het plan van
43
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
aanpak kan door de zorgcoördinator en de CJG-contactpersoon samen besloten worden om gebruik te maken
van het regionaal expertiseteam en/of op te schalen naar een MDO (Multidisciplinair Overleg).
Fase 2: Het ZAT/MDO
Op dit moment functioneert er op elke school een ZorgAdviesTeam (ZAT). Deze ZAT’s kenmerken zich door een
(grotendeels) brede vaste samenstelling en vaste vergadermomenten. We streven naar een model waarbij het
ZAT primair functioneert als netwerkorganisatie en waarbij flexibel op basis van de casus op afroep de
benodigde professionals vanuit school en gemeente (hierbij is de woonplaats van de leerling bepalend) bij
elkaar kunnen worden geroepen door de zorgcoördinator en de CJG-contactpersoon. We noemen dit een MDO
(MultiDisciplinair Overleg). Het MDO kan voor alle drie categorieën problemen bij elkaar worden geroepen. Het
MDO wijst uit haar midden een casusregisseur aan. Onder verantwoordelijkheid van de caseregisseur wordt
een multidisciplinaire integrale analyse opgesteld en een daarbij behorend plan van aanpak waarbij ouders/de
leerling worden betrokken. De monitoring van het plan van aanpak valt onder verantwoordelijkheid van de
casusregisseur die binnen het MDO wordt aangewezen. Ook voor leerlingen waarbij de school er niet in slaagt
een passend onderwijsaanbod te bieden wordt een MDO bij elkaar geroepen. In het MDO wordt het
ondersteuningstraject van de school voor de leerling besproken en daar waar mogelijk interventies
afgesproken en uitgevoerd. Daar waar blijkt dat de school er niet in slaagt een passend onderwijsaanbod voor
de leerling te bieden, kan de school besluiten voor de leerling een extra ondersteuningsarrangement op
samenwerkingsverbandniveau aan te vragen bij de toewijzingscommissie van het samenwerkingsverband
Passend Onderwijs. In dat geval wordt het MDO verzocht bij de aanvraag een (deskundigen-)advies toe te
voegen over de aard van de benodigde extra ondersteuning. Dit deskundigenadvies is door het ministerie
verplicht gesteld bij het toewijzen van een arrangement op een school voor cluster 3 en 4. Het
deskundigenadvies betreft een analyse van de onderwijsbehoefte van de leerling in relatie tot het benodigde
onderwijsarrangement. Een dergelijk advies wordt afgegeven door: een orthopedagoog en/of deskundige
afhankelijk van de ondersteuningsvraag van de leerling, een kind- of jeugdpsycholoog, een pedagoog, een
maatschappelijk werken, een arts of een kinderpsychiater.
De omzetting van de huidige ZAT’s naar de MDO’s is een ontwikkelmodel. Het schooljaar 2014-2015 zal worden
gebruikt als overgangsjaar en in het schooljaar 2015-2016 wordt gestart met het werken met MDO’s.
De expertiseschil: het regionaal expertiseteam
Het samenwerkingsverband Passend Onderwijs richt samen met de 8 gemeenten een regionaal expertiseteam
in. Dit expertiseteam is primair een netwerkorganisatie met twee kernteams: het consultatieteam van het
samenwerkingsverband en het team ouders/kind/gezin van de gemeenten (heeft verschillende namen in
verschillende gemeenten). Het team consultatieteam heeft binnen haar expertisefunctie een
ondersteuningsfunctie voor de scholen.
Ten aanzien van het kernteam ouders/kind/gezin moeten afspraken worden gemaakt over de
benodigde/beschikbare expertise en de manier waarop van deze expertise gebruik kan worden gemaakt.
De bemensing van het regionaal expertiseteam is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het
samenwerkingsverband en de 8 gemeenten. Voor een concrete invulling hiervan moet de beleidsontwikkeling
binnen de gemeenten worden afgewacht.
8.5 Inhoudelijke samenwerking binnen het OPDC en de scholen voor cluster 3 en 4 (niveau 4 en 5)
8.5.1
Samenwerking binnen het OPDC (voorheen Rebound)
Binnen het OPDC wordt een tijdelijk arrangement voor leerlingen geboden met als doel terugkeer naar het
regulier onderwijs. Het betreft hier leerlingen waarbij (nagenoeg) altijd sprake is van multiproblematiek. Dit
betekent dat voor elke leerling een planmatig traject zal moeten worden uitgevoerd waarbij samenwerking
44
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
tussen onderwijs en gemeenten noodzakelijk is. Hiervoor wordt binnen het OPDC een vast breed
multidisciplinair team ingericht waarin periodiek (frequentie nog vaststellen) analyse, interventies en
evaluaties van leerlingtrajecten worden besproken.
Het OPDC betreft een bovengemeentelijke voorziening, waarvan door leerlingen vanuit alle gemeenten gebruik
wordt gemaakt. Dit betekent dat de acht gemeenten samen verantwoordelijk zijn voor de bemensing van het
brede multidisciplinaire team met expertise vanuit de gemeenten. Uiteraard kan ook vanuit het OPDC gebruik
worden gemaakt van het regionaal expertiseteam.
8.5.2
Samenwerking binnen de scholen voor cluster 3 en 4
De VSO-scholen voor cluster 3 en 4 binnen onze regio hebben een bovengemeentelijke en soms zelfs
provinciale functie. Ook op deze scholen gaat het om een leerlingpopulatie waarbij nagenoeg altijd sprake is
van multiproblematiek en waarbij zeer intensieve samenwerking tussen de school en de gemeentelijke
hulpverlening noodzakelijk is.
8.6 Bestuurlijke samenwerking: de inrichting van de REJA
Er is binnen de RMC-regio De Friese Wouden een REJA (Regionaal educatieve jongeren agenda) ingericht. Dit is
het bestuurlijke platform voor overleg tussen onderwijs en gemeenten. In dit overleg wordt in ieder geval het
OOGO gevoerd over het ondersteuningsplan Passend Onderwijs. Daarnaast vindt onder meer overleg plaats
over de transitie van de jeugdzorg, voortijdig schoolverlaters, doorgaande leerlijnen. De inrichting van de REJA
is vastgelegd in een overlegprotocol REJA en de procedure OOGO.
8.7 Samenwerking met andere ketenpartners
8.7.1
Samenwerking met Jeugdhulp
In de afgelopen jaren is door de voormalige samenwerkingsverbanden VO in Friesland geïnvesteerd in een
verbetering van de samenwerking met Jeugdhulp dat heeft geresulteerd in een samenwerkingsconvenant. De
intentie is om dit samenwerkingsverbandconvenant te continueren.
8.7.2
Samenwerking met Bureau Jeugdzorg
In de afgelopen jaren zijn door de voormalige samenwerkingsverbanden VO afspraken gemaakt over versnelde
indicatiestelling bij Bureau Jeugdzorg. Deze afspraken zullen door het samenwerkingsverband ZuidoostFriesland worden gecontinueerd.
45
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
46
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Hoofdstuk 9
9.1
Kwaliteitszorg en verantwoording
Inleiding
In dit hoofdstuk staat beschreven op welke manier het samenwerkingsverband haar kwaliteitszorg inricht en
op welke manier de (financiële) verantwoording plaatsvindt. Op het moment van het schrijven van dit
hoofdstuk is het systeem van kwaliteitszorg nog volop in ontwikkeling. Dit betekent dat in dit hoofdstuk wel
wordt beschreven wat het samenwerkingsverband beoogd, maar dat de precieze vormgeving nog niet is
opgenomen. Er wordt in dit hoofdstuk bijvoorbeeld gesproken over een monitorsysteem. Dat moet nog
ontwikkeld worden en zal per 01-08-2014 operationeel zijn.
9.2
Kwaliteitszorg
Het samenwerkingsverband hanteert als uitgangspunt bij de inrichting van kwaliteitszorg de indicatoren van de
onderwijsinspectie.
Indicatoren van de onderwijsinspectie
Beleid van het samenwerkingsverband
Het samenwerkingsverband plant en normeert
zijn resultaten in een vierjarencyclus
Vanuit het algemene beleid in het vierjarige
ondersteuningsplan formuleert het swv genormeerde
korte en lange termijn doelen vastgelegd in jaarplannen
Het samenwerkingsverband maakt gebruik van een
intern monitorsysteem waarbij systematisch zowel
kwantitatieve als kwalitatieve gegevens worden
verzameld gerelateerd aan de doelstellingen van het
samenwerkingsverband.
Het samenwerkingsverband werkt volgens de PDCAcyclus
Het samenwerkingsverband stelt jaarlijks een
inhoudelijk en een financieel jaarverslag op
Het samenwerkingsverband stelt met betrekking tot
(werk)afspraken een handboek Passend Onderwijs op
dat via de website beschikbaar is voor alle betrokkenen
binnen het samenwerkingsverband
Het samenwerkingsverband voert tweejaarlijkse een
tevredenheidsonderzoek uit bij ouders, scholen en
eventueel andere betrokkenen met betrekking tot het
beleid en de realisatie van het beleid.
Daarnaast vindt jaarlijks een evaluatie plaats van de
klachtbehandeling en zo nodig zal op basis daarvan een
aanpassing van beleid plaatsvinden.
Het samenwerkingsverband voert zelfevaluaties
uit
Het samenwerkingsverband werkt planmatig aan
kwaliteitsverbetering
Het samenwerkingsverband legt jaarlijks
verantwoording af van gerealiseerde kwaliteit
Het samenwerkingsverband borgt gerealiseerde
verbeteringen
Het samenwerkingsverband onderzoekt bij de
belanghebbenden de tevredenheid over het
samenwerkingsverband
9.3
Verantwoording
Het samenwerkingsverband stelt een inhoudelijk jaarverslag (schooljaar) en een financieel jaarverslag
(kalenderjaar) op. Ook de afzonderlijke schoolbesturen hebben met betrekking tot de kwaliteit van de geboden
ondersteuning én de inzet van de middelen die ze ontvangen vanuit het samenwerkingsverband een
verantwoordingsplicht naar het samenwerkingsverband toe.
9.4
Toezicht van de onderwijsinspectie
47
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Het toezichtskader voor Passend Onderwijs is uitgebreid beschreven in de brochure “Integraal toezicht op de
samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet onderwijs” van de onderwijsinspectie. Kort samengevat
heeft de onderwijsinspectie voor de samenwerkingsverbanden vanaf 01-08-2014 drie vormen van toezicht:
1.
Toezicht vanuit risicobepaling. Zo nodig volgt vanuit de risico-analyse een kwaliteitsonderzoek. De
indicatoren bij de risico-analyse zijn:
o Thuiszitters
o Spreiding en doorstroom in het onderwijs en inspectieoordelen op scholen en instellingen
van het samenwerkingsverband
o Signalen (tekortkomingen bij de uitvoer passend onderwijs in de regio, input gemeente,
aantal klachten en bezwaren)
o Ondersteuningsplan, jaarverslagen en de verdeling van ondersteuningsmiddelen
o Deskundigheid van de leerkrachten op het gebied van het bieden van extra ondersteuning
Een kwaliteitsonderzoek richt zich op de onderdelen: resultaten, management en organisatie en
kwaliteitszorg.
2. Steekproefonderzoek
De inspectie rapporteert jaarlijks in het Onderwijsverslag over de positieve en negatieve
ontwikkelingen in het onderwijs. Hiertoe onderzoekt de inspectie ook een representatieve steekproef
van samenwerkingsverbanden. Het steekproefonderzoek vindt plaats door een kwaliteitsonderzoek
aan de hand van het waarderingskader
3. Nalevingsonderzoek
De inspectie voert jaarlijks onderzoek uit naar de naleving van wettelijke voorschriften.
Daarnaast zal de onderwijsinspectie toezicht houden op de kwaliteit van het OPDC. Dit kader moet echter nog
nader uitgewerkt worden door de onderwijsinspectie.
48
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Hoofdstuk 10
Communicatie
10.1 Inleiding
Het samenwerkingsverband kenmerkt zich als een netwerkorganisatie, dat betekent dat er veelvuldig contact is
tussen alle partners van het verband. Aangezien het samenwerkingsverband functioneert in een netwerk van
besturen, scholen, gemeenten, ouders en andere betrokkenen wordt er veel zorg en aandacht besteed aan de
kwaliteit van de communicatie. Er wordt gestreefd naar korte, open en transparante communicatielijnen. Het
gaat hierbij enerzijds om algemeen toegankelijke informatievoorzieningen, maar anderzijds ook om een goede
telefonische en digitale bereikbaarheid van (medewerkers van) het samenwerkingsverband voor scholen,
ouders en andere betrokkenen.
10.2 De belangrijkste communicatiemiddelen
10.2.1 De website van het samenwerkingsverband
Het samenwerkingsverband onderhoudt een website met een aantal functies:
a.
b.
c.
d.
e.
f.
10.2.2
Informeren: het geven van informatie over alle relevante ontwikkelingen inzake het
samenwerkingsverband. Het gaat hierbij onder meer om informatiebrochures voor ouders en scholen
met betrekking tot beleid en indicatiestelling.
Communiceren: het uitwisselen van informatie, verslagen, meningen en informatie. Ook is informatie
opgenomen op welke manier er digitaal en/of telefonisch contact kan worden opgenomen met
(medewerkers van) het samenwerkingsverband.
Ondersteuning van administratieve processen: op de website is alle informatie opgenomen over de
toewijzingsprocedure en andere relevante administratieve procedures.
Informatieverzoeken: via de website is het mogelijk voor ouders en scholen om vragen te stellen.
Opiniëren: het bieden van een platform voor het verspreiden en delen van meningen
Delen van interne informatie: het betreft hier een gesloten forum dat toegankelijk is voor een
beperkte groep betrokkenen binnen het samenwerkingsverband. Het gaat hierbij onder meer om
interne communicatie, interne beleidsdocumenten en verslagen van overleggen.
De nieuwsbrief
Binnen het samenwerkingsverband wordt vier keer per jaar een digitale nieuwsbrief uitgegeven. In deze
nieuwsbrief worden alle betrokkenen geïnformeerd over relevante landelijke en regionale ontwikkelingen met
betrekking tot onderwijs, leerlingenzorg en specifieke ontwikkelingen binnen het samenwerkingsverband.
10.2.3
Het jaarverslag
Het samenwerkingsverband stelt jaarlijks voor 1 juni een inhoudelijk en financieel jaarverslag op. Hierin wordt
teruggeblikt op de belangrijkste resultaten van dat jaar zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin. Het gaat
hierbij onder meer over:
-
Kwantitatieve leerlinggegevens (o.a. in-, door- en uitstroom van leerlingen naar het OPDC en
VSO/thuiszitters)
Kwalitatieve leerlinggegevens (o.a. analyse van ondersteuningsvragen van leerlingen)
Resultaten van activiteiten van het samenwerkingsverband
Resultaten van de toewijzingscommissie en het consultatieteam (zowel kwalitatief als kwantitatief)
49
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Hoofdstuk 11
11.1
Financiën
Inleiding
Het beleid van het samenwerkingsverband is beschreven in dit ondersteuningsplan. Het financieel beleid is een
uitwerking van het inhoudelijke beleid. Dit betekent voor het financiële beleid dat:
-
11.2
Er een ontwikkeling moet plaatsvinden van een bekostiging die met name gericht is op expertise naar
een bekostiging die primair gericht is op de versterking van de professionaliteit van scholen
Dat de inzet van de middelen moet stimuleren dat meer leerlingen worden opgevangen op reguliere
VO-scholen en minder op speciale of tussen voorzieningen
Dat de inzet van de middelen stimulerend moet zijn voor scholen om zich te professionaliseren en
daardoor steeds beter in staat zijn een passend onderwijsaanbod te bieden aan leerlingen met
speciale onderwijsbehoeften
Bekostigingssystematiek Passend Onderwijs
Met de invoering van Passend Onderwijs worden geldstromen verlegd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen
het budget voor basisbekostiging dat rechtstreeks wordt uitgekeerd aan de besturen voor V(S)O een budget
voor ondersteuningsbekostiging dat rechtstreeks wordt uitgekeerd aan de nieuwe samenwerkingsverbanden
Passend Onderwijs in de vorm van een budget lichte en een budget zware ondersteuning. In dit
ondersteuningsplan wordt gesproken over basisondersteuning en extra ondersteuning. Binnen het financiële
kader wordt gesproken over een budget lichte ondersteuning en een budget zware ondersteuning. Het is niet
per definitie zo dat de basisondersteuning wordt bekostigd vanuit het budget lichte ondersteuning en de extra
ondersteuning vanuit het budget zware ondersteuning. Het samenwerkingsverband bepaalt daar zelf haar
koers in. Het ministerie stelt als enige kader dat de verplichte overdracht voor plaatsingen in het VSO moet
worden bekostigd vanuit het budget zware ondersteuning en wanneer dit budget ontoereikend blijkt wordt
niet het budget lichte ondersteuning aangesproken maar zullen besturen worden gekort op hun lumpsum.
11.3
Inkomsten
11.3.1
Het budget lichte ondersteuning
Het budget lichte ondersteuning is de som van drie budgetten: het regionaal zorgbudget, Reboundmiddelen en
Herstart- en Op de Rails middelen. Het budget lichte ondersteuning wordt toegekend aan het
samenwerkingsverband op basis van een normbedrag per leerling binnen het samenwerkingsverband op
teldatum t-1 (de 1 oktober telling voorafgaand aan het jaar van bekostiging) . Het normbedrag bedraagt circa €
80,00 per leerling (het definitieve normbedrag wordt in het voorjaar 2014 door het ministerie vastgesteld). Per
1 augustus 2015 zullen ook de middelen voor LWOO EN PRAKTIJKONDERWIJS worden toegekend aan het
samenwerkingsverband (zie 11.3.4)
11.3.2
Het budget zware ondersteuning
Het budget zware ondersteuning is het budget voor alle nieuwe taken van het samenwerkingsverband. Het
betreft hier de voormalige budgetten voor VSO bekostiging extra ondersteuning, REC-gelden en LGF-gelden.
Het budget zware ondersteuning wordt toegekend aan het samenwerkingsverband op basis van een
normbedrag per leerling binnen het samenwerkingsverband op teldatum t-1. Het gaat om een bedrag van circa
€ 495 per leerling (het definitieve normbedrag wordt in het voorjaar 2014 door het ministerie vastgesteld).
50
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Het budget zware ondersteuning wordt gefaseerd toegekend aan het samenwerkingsverband en kent een
overgangsregeling:



11.3.3
Schooljaar 2014-2015: het samenwerkingsverband ontvangt dit jaar nog geen normbedrag zware
ondersteuning, maar een budget dat gelijk is aan het schooldeel van de rugzakken per 01-10-2011.
Deze rugzakbekostiging van het schooldeel wordt in dit schooljaar dus niet aan de schoolbesturen
uitgekeerd, maar rechtstreeks aan het samenwerkingsverband. Daarnaast ontvangt het
samenwerkingsverband nog een extra bedrag per leerling, maar dit moet nog definitief worden
vastgesteld door het ministerie. In dit schooljaar heeft het samenwerkingsverband nog geen
overdrachtsverplichting voor plaatsingen cluster 3 en 4. Ook ontvangen de clusterscholen rechtstreeks
het bedrag voor de ambulante begeleiding.
In het schooljaar 2015-2016 start de bekostiging op basis van het normbedrag van circa € 495,00 per
leerling. Het samenwerkingsverband heeft in 2015-2016 nog een herbestedingsverplichting met
betrekking tot ambulante begeleiding bij de clusters
In het schooljaar 2015-2016 start de bekostiging op basis van het normbedrag, maar is er nog 5 jaar
lang sprake van een vereveningsregeling. Binnen ons samenwerkingsverband is sprake van een
negatieve verevening. Dit betekent dat we in het schooljaar 2015-2016 een aanvullend bedrag
ontvangen van € 94.856,00 ten aanvulling op het budget zware ondersteuning en dat dat bedrag in vijf
jaar zal worden afgebouwd.
Inkomsten uit convenantsafspraken met de samenwerkingsverbanden VO Noord en ZuidWest
Ten aanzien van vier scholen/locaties van scholen heeft het samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland een
convenant afgesloten met twee aanpalende VO samenwerkingsverbanden. Het betreft scholen die
schoolbestuurlijk vallen onder schoolbesturen van het samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland, maar die in
de regio-indeling Passend Onderwijs zijn ingedeeld in een ander samenwerkingsverband. Het gaat hierbij om
de locaties Sevenwolden Grou, Lauwerscollege Kollum, Sevenwolden Joure en Bornego Joure. Deze scholen
worden opgenomen in de organisatie van het samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland en het
samenwerkingsverband ontvangt hiervoor de middelen lichte en zware ondersteuning vanuit de beide andere
samenwerkingsverbanden VO.
11.3.4
LWOO en praktijkonderwijs
Per 1 augustus 2015 wordt de budgetten voor LWOO en praktijkonderwijs toegekend aan de
samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs. Over de hoogte van het budget en de verdeling van de
budgetten over de samenwerkingsverbanden moet ten tijde van het schrijven van dit ondersteuningsplan nog
een politiek besluit worden genomen. Het samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland zal vóór 1 januari 2015
beleid ontwikkelen met betrekking tot de inzet en de verdeling van deze middelen.
11.4
Het financiële beleid
Het samenwerkingsverband heeft haar inhoudelijke beleid passend binnen de financiële mogelijkheden
vertaalt naar financieel beleid. De gewenste ontwikkeling van het expertise-model naar het
professionaliseringsmodel is hierbinnen een belangrijke leidraad.
Er zijn een aantal verplichte uitgaven binnen het financiële beleid:

Vooraftrek plaatsingen VSO
Het betreft hier de wettelijke verplichte overdracht voor plaatsingen van leerlingen uit ons
samenwerkingsverband op het VSO cluster 3 en 4. Deze overdracht wordt automatisch door DUO
verzorgd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen drie bekostigingscategorieën gerelateerd aan de
51
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
zwaarte van de ondersteuningsbehoefte van een leerling. Het samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland
voert deze overdracht uit volgens het solidariteitsbeginsel. Dit betekent dat de kosten voor plaatsingen in
het VSO gezamenlijk worden gedragen door het samenwerkingsverband en dat niet afzonderlijke
schoolbesturen hun eigen plaatsingen in het VSO moeten bekostigen. De vooraftrek plaatsingen VSO vindt
plaats vanaf de begroting 2015-2016.

Overdracht op basis van de peildatum VSO
Het samenwerkingsverband bekostigt tussentijdse plaatsingen in het VSO op de landelijk vastgestelde
peildatum van 1 februari. Het betreft hier dus leerlingen vanuit ons samenwerkingsverband die tussen 1
oktober en 1 februari in het VSO worden geplaatst.

Overdracht verplichte winkelnering
In het schooljaar 2015-2016 ontvangt het samenwerkingsverband integraal in haar budget zware
ondersteuning het budget ambulante begeleiding. In dit schooljaar is er sprake van een verplichte
herbesteding bij de scholen voor cluster 3 en 4.
Daarnaast heeft het samenwerkingsverband in het kader van organisatie en expertise onderstaande uitgaven
opgenomen in haar begroting. Er is tevens een ruime begrotingspost onvoorzien opgenomen, gezien de
opbouwfase van het samenwerkingsverband.

Directie en ondersteuning
Ten aanzien van de directievoering heeft het samenwerkingsverband een directeur aangesteld per 01-092013. Daarnaast zal gezien de opbouwfase van het samenwerkingsverband in ieder geval voor de eerste
drie jaar inhoudelijke ondersteuning voor de directeur aanwezig zijn. Verder is er beperkte
administratieve ondersteuning voor de directeur en is er een budget beschikbaar om financiële en
personele expertise in te huren.

Het consultatieteam
Ter ondersteuning van de scholen bij het kwalitatief goed vormgeven van basis- en extra ondersteuning
richt het samenwerkingsverband een consultatieteam in (zie 4.10.1). Het gaat hierbij om 5,3 FTE waarvan
4,0 FTE clusterexperts. De bekostiging van deze clusterexperts wordt vanaf het schooljaar 2016-2017
zichtbaar in de begroting (na het afloop van de verplichte winkelnering)

De toewijzingscommissie
Om de toewijzing van een ondersteuningsarrangement op het OPDC of plaatsing in het VSO te realiseren
richt het samenwerkingsverband een toewijzingscommissie in (zie 5.3). Om de overhead en bureaucratie
zoveel mogelijk te beperken is gekozen voor een kleine commissie met een efficiënte en snelle werkwijze.
Bij het begroten van het aantal benodigde uren is uitgegaan van een half uur per dossier. Dit betekent dat
er strenge eisen zullen worden gesteld aan de aan te leveren gegevens van de scholen.

Deskundigheidsbevordering
Het samenwerkingsverband heeft haar rol ten aanzien van de deskundigheidsbevordering beschreven in
paragraaf 4.10.2. Jaarlijks zullen de activiteiten op dit gebied worden beschreven in een activiteitenplan.

Materiële uitgaven
Het betreft hier materiële kosten ten behoeve van de directie, het consultatieteam en de
toewijzingscommissie.

Het OPDC
Het beleid ten aanzien van het OPDC is beschreven in hoofdstuk 6. Het OPDC wordt deels gezamenlijk
bekostigd door het samenwerkingsverband en deels op basis van de verwijzer betaald (zie post aan de
inkomstenkant van het samenwerkingsverband). In het voorjaar 2014 zal de definitieve formatie voor het
52
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
OPDC in het schooljaar 2014-2015 worden vastgesteld door het bestuur van het samenwerkingsverband,
als ook het meerjarenbeleid met betrekking tot het OPDC.

AWBZ-overdracht
Op de VSO-scholen voor cluster 3 en 4 zitten leerlingen waarbij naast het reguliere ondersteuningsbudget
ook AWBZ-middelen worden ingezet om een passend onderwijsaanbod te kunnen realiseren. Deze
middelen worden tot 01-08-2014 rechtstreeks toegekend aan deze scholen. Vanaf 01-08-2014 zijn deze
middelen versleuteld in het budget dat het samenwerkingsverband ontvangt van het ministerie (€ 3,97
per leerling). Het samenwerkingsverband stelt deze middelen ter beschikking voor die leerlingen voor wie
deze AWBZ-middelen nodig zijn om een passend onderwijsaanbod te kunnen realiseren.
Tenslotte kiest het samenwerkingsverband ervoor om elk schoolbestuur een schoolbudget toe te kennen
bestaande uit een schoolbudget zware ondersteuningsdeel en een schoolbudget lichte ondersteuningsdeel:

Schoolbudget zware ondersteuningsdeel
Het samenwerkingsverband stelt aan schoolbesturen een schoolbudget ter beschikking vanuit het budget
zware ondersteuning ter versterking van de ondersteuning van leerlingen binnen de school.
Het totale budget zware ondersteuning ten behoeve van de scholen wordt gebaseerd op het budget
schooldeel LGF en begroot op € 915.000. In het schooljaar 2014-2015 vindt hierop eenmalig een korting
van 21% plaats om de begroting sluitend te maken. Het budget wordt verdeeld op basis van de verdeling
van de rugzakmiddelen (schooldeel) over de schoolbesturen op teldatum 01-10-2012. Hiermee wordt
recht gedaan aan de bestaande ongelijke verdeling van leerlingen met clusterproblematiek over de
diverse schoolbesturen. Dit verdelingsprincipe wordt in beginsel vastgezet voor 2 jaar. In het schooljaar
2014-2015 zal een bestuurlijke commissie worden ingesteld om een instrument te ontwikkelen om de
ondersteuningsbreedte van scholen te meten als basis voor een nieuwe verdeelsystematiek. Voorafgaand
aan het schooljaar 2016-2017 zal dit nieuwe instrument worden ingezet.

Schoolbudget lichte ondersteuningsdeel
Het samenwerkingsverband stelt aan schoolbesturen een schoolbudget ter beschikking van het budget
lichte ondersteuning ter versterking van de ondersteuning van leerlingen binnen de school. Het totale
budget lichte ondersteuning ten behoeve van de scholen wordt begroot op € 1.100.000. In het schooljaar
2014-2015 vindt hierop eenmalig een korting van 21% plaats om de begroting sluitend te maken. Het
budget wordt verdeeld tussen de schoolbesturen naar rato van het totaal aantal leerlingen van de
schoolbesturen.

Extra schoolbudget ondersteuning
In het meerjarenperspectief wordt verondersteld dat er jaarlijks een extra budget vrij zal komen. Dit
budget wordt in beginsel toegevoegd aan het schoolbudget ondersteuning. Het samenwerkingsverband
moet nog beleid ontwikkelen op welke manier dit zal plaatsvinden.
11.5 Het personeelsbeleid
Het samenwerkingsverband streeft ernaar om slechts een klein aantal personen in dienst te nemen van het
samenwerkingsverband. Het gaat hierbij om de directie en ondersteuning van de directie en om personeel met
een substantiële expertisetaak op samenwerkingsverbandniveau.
Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor personeel ten behoeve van de eigen ondersteuningsstructuur. Concreet
betekent dit dat scholen zelf orthopedagogen, pedagogische of psychologische assistenten en/of
dyslexiespecialisten in dienst nemen. Daar waar het voor scholen niet mogelijk is dergelijk personeel zelf in
dienst te nemen organiseren scholen dit gezamenlijk onderling, waarbij het samenwerkingsverband
desgewenst een makelaarsfunctie vervult.
53
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
De bekostigingssystematiek Passend Onderwijs brengt het volgende met zich mee: het budget dat voorheen
naar de afzonderlijke schoolbesturen, de samenwerkingsverbanden VO en naar de REC’s ging wordt
(stapsgewijs) vanaf 2014 toegekend aan het nieuwe samenwerkingsverband Passend Onderwijs. De oude
samenwerkingsverbanden, de afzonderlijke scholen hierbinnen en de REC’s hebben dit budget ingezet ten
behoeve van expertise en zijn daarvoor personele verplichtingen aangegaan. Het betreft hier bijvoorbeeld
ambulant begeleiders, leden van PCL’s en CvI’s en Rebound personeel. Het is aan het nieuwe
samenwerkingsverband om hiervoor (met als onderlegger het Tripartiete-akkoord) een oplossing te vinden
samen met de huidige werkgevers van dit personeel. Het samenwerkingsverband Zuidoost-Friesland heeft een
overzicht gemaakt van alle personele verplichtingen die vallen onder het Tripartiete-akkoord. Het gaat hierbij
om circa 22 FTE aan personele verplichtingen.
Het samenwerkingsverband baseert haar personeelsbeleid op werkzaamheden voortvloeiend uit haar
(verplicht ) wettelijke taken en op de ondersteuningsbehoeften van scholen binnen het samenwerkingsverband
passend binnen de uitgangspunten en financiële mogelijkheden van het samenwerkingsverband. Dit heeft
geresulteerd in een overzicht van functies die per 01-08-2014 ontstaan binnen het samenwerkingsverband. In
het voorjaar zal de matching plaatsvinden tussen het personeel dat valt onder het Tripartiete-akkoord en de
beschikbare functies binnen het samenwerkingsverband. De procedure hiervoor wordt door het bestuur van
het samenwerkingsverband vastgesteld. De omvang van het aantal functies ligt lager dan de omvang aan
personele verplichtingen. Ten aanzien van het resterende personeel zijn de huidige werkgevers
verantwoordelijk.
Functies binnen het samenwerkingsverband
Zuidoost-Friesland
FTE
Directeur (reeds ingevuld per 01-09-2013)
Inhoudelijke ondersteuning
Secretariële ondersteuning
Financiële en personele expertise
1,0
0,6
0,2
Inhuur
Voorzitter toewijzingscommissie
Onderwijs deskundige toewijzingscommissie
Orthopedagoog toewijzingscommissie
Clusterexpertise toewijzingscommissie
Secretariële ondersteuning toewijzingscommissie
0,1
0,1
0,1
0,1
0,6
Voorzitter consultatieteam
Orthopedagoog consultatieteam
Clusterexperts consultatieteam
Onderwijskundige consultatieteam
0,5
0,4
4,0
0,4
Teamleider OPDC
Gedragsdeskundige OPDC
Docenten totaal OPDC
Nog nader te bepalen
Nog nader te bepalen
Nog nader te bepalen
54
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
11.6 Begroting 2014-2015 (gebaseerd op financieel overzicht ministerie d.d. december 2012)
2014-2015
INKOMSTEN
lichte ondersteuning:
Budget lichte ondersteuning
€
1.438.888
Subtotaal lichte ondersteuning
€ 1.438.888
Zware ondersteuning:
Normbekosting
€
1.170.101
Toeslag verevening
Vrijval verplichte winkelnering
pm
Subtotaal zware ondersteuning
€ 1.170.101
in 2014-2015 inkomsten AB cluster 3-4
€
969.210
Bijdrage uit swv Noord lichte ondersteuning
€
46.000
Bijdrage uit swv Noord zware ondersteuning
€
34.155
Bijdrage uit swv Noord totaal
€
80.155
Bijdrage scholen OPDC
€
100.000
Subtotaal OPDC
€
100.000
Totale inkomsten
€
2.789.144
Directie
€
90.000
Inhoudelijke ondersteuning directie
€
52.619
Administratieve ondersteuning
€
8.134
Financiële/personele expertise
€
21.866
Subtotaal directie en ondersteuning
€
172.619
Consultatieteam
€
106.850
Toewijzingscommissie
€
48.000
Deskundigheidsbevordering
€
44.030
€
198.880
Bijdragen Noord ivm convenant
Schoolbijdragen OPDC
UITGAVEN
Directie en ondersteuning
Expertise
Clusterexperts
Subtotaal personeel ondersteuningsstructuur
55
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Materiële uitgaven
Subtotaal materiële uitgaven
€
40.000
Personeel
€
384.405
Materieel
€
38.200
Huisvesting
€
15.000
Subtotaal OPDC
€
437.605
Overdracht op basis van peildatum
€
122.500
AWBZ-overdracht
Subtotaal uitgaven zware ondersteuning
overig
€
69.332
€
191.832
Schoolbudget zware ondersteuningsdeel
€
722.850
Schoolbudget lichte ondersteuningsdeel
€
869.000
OPDC
Vooraftrek plaatsingen SO
Vooraftrek overdrachtsverplichting categorie 1
Vooraftrek overdrachtsverplichting categorie 2
Vooraftrek overdrachtsverplichting categorie 3
subtotaal vooraftrek plaatsingen SO
Uitgaven zware ondersteuning overig
Verplichte winkelnering Ab bij clusters
Extra schoolbudget ondersteuning
Totaal schoolbudget ondersteuning
€ 1.591.850
Onvoorzien
€
100.000
Totale uitgaven
€
2.732.786
Saldo
€
56.358
Toevoeging aan de reserve
€ 56.358
56
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
11.7
Het financiële meerjarenperspectief (gebaseerd op financieel overzicht ministerie d.d. december 2012)
MEERJARENBEGROTING 21-02
2014-2015
2015-2016
2016-2017
2017-2018
2018-2019
2019-2020
2020-2021
INKOMSTEN
lichte ondersteuning:
Budget lichte ondersteuning
€
1.438.888
€
1.388.888
€
1.373.120
€
1.365.120
€
1.357.120
€
1.349.120
€
1.341.120
Subtotaal lichte ondersteuning
€
1.438.888
€
1.388.888
€
1.373.120
€
1.365.120
€
1.357.120
€
1.349.120
€
1.341.120
€
1.170.101
€
8.595.180
€
8.545.680
€
8.496.180
€
8.446.680
€
8.397.180
€
8.347.680
€
94.856
€
85.370
€
71.142
€
56.914
€
28.457
€
8.631.050
€
8.567.322
€
8.503.594
€
8.425.637
€
8.347.680
Zware ondersteuning:
Normbekosting
Toeslag verevening
Vrijval verplichte winkelnering
pm
Subtotaal zware ondersteuning
€
1.170.101
in 2014-2015 inkomsten AB cluster 3-4
€
969.210
pm
€
8.690.036
Bijdragen Noord ivm convenant
€
44.400
€
44.000
€
38.600
Bijdrage uit swv Noord lichte ondersteuning
€
46.000
€
45.600
€
45.200
€
44.800
Bijdrage uit swv Noord zware ondersteuning
€
34.155
€
282.150
€
279.675
€
277.200
€
274.725
€
272.250
€
269.775
Bijdrage uit swv Noord totaal
€
80.155
€
327.750
€
324.875
€
322.000
€
319.125
€
316.250
€
308.375
Schoolbijdragen OPDC
Bijdrage scholen OPDC
€
100.000
€
98.000
€
96.000
€
94.000
€
92.000
€
90.000
€
88.000
Subtotaal OPDC
€
100.000
€
98.000
€
96.000
€
94.000
€
92.000
€
90.000
€
88.000
Totale inkomsten
€
2.789.144
€
10.504.674
€
10.425.045
€
10.348.442
€
10.271.839
€
10.181.007
€
10.085.175
UITGAVEN
Directie en ondersteuning
Directie
€
90.000
Inhoudelijke ondersteuning directie
€
Administratieve ondersteuning
€
Financiële/personele expertise
€
Subtotaal directie en ondersteuning
€
90.000
52.619
€
8.134
€
21.866
€
€
172.619
Consultatieteam
€
Toewijzingscommissie
€
Deskundigheidsbevordering
€
€
90.000
52.619
€
52.619
8.134
€
21.866
€
€
172.619
106.850
€
48.000
€
44.030
€
€
90.000
€
90.000
€
90.000
€
90.000
8.134
€
8.134
€
8.134
€
8.134
€
8.134
21.866
€
21.866
€
21.866
€
21.866
€
21.866
€
120.000
€
120.000
€
120.000
€
120.000
€
172.619
106.850
€
106.850
€
106.850
€
106.850
€
106.850
€
106.850
48.000
€
55.248
€
55.248
€
55.248
€
55.248
€
55.248
44.030
€
44.030
€
44.030
€
44.030
€
44.030
€
44.030
€
300.000
€
300.000
€
300.000
€
300.000
€
300.000
Expertise
Clusterexperts
Subtotaal personeel ondersteuningsstructuur
€
198.880
€
198.880
€
506.128
€
506.128
€
506.128
€
506.128
€
506.128
€
40.000
€
40.000
€
40.000
€
40.000
€
40.000
€
40.000
€
40.000
Personeel
€
384.405
€
374.405
€
364.405
€
354.405
€
344.405
€
334.405
€
324.405
Materieel
€
38.200
€
38.200
€
38.200
€
38.200
€
38.200
€
38.200
€
38.200
Huisvesting
€
15.000
€
15.000
€
15.000
€
15.000
€
15.000
€
15.000
€
15.000
Materiële uitgaven
Subtotaal materiële uitgaven
OPDC
Subtotaal OPDC
€
437.605
€
427.605
€
417.605
€
407.605
€
397.605
€
387.605
€
377.605
Vooraftrek overdrachtsverplichting categorie 1
€
3.929.436
€
3.875.112
€
3.829.842
€
3.784.572
€
3.730.248
€
3.684.978
Vooraftrek overdrachtsverplichting categorie 2
€
322.660
€
306.527
€
306.527
€
306.527
€
290.394
€
290.394
Vooraftrek plaatsingen SO
58
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Vooraftrek overdrachtsverplichting categorie 3
€
1.744.524
€
1.724.472
€
1.704.420
€
1.684.368
€
1.664.316
€
1.644.264
Subtotaal vooraftrek plaatsingen SO
€
5.996.620
€
5.906.111
€
5.840.789
€
5.775.467
€
5.684.958
€
5.619.636
Uitgaven zware ondersteuning overig
Verplichte winkelnering Ab bij clusters
€
969.210
Overdracht op basis van peildatum
€
122.500
€
122.500
€
122.500
€
122.500
€
122.500
€
122.500
€
122.500
AWBZ-overdracht
€
69.332
€
69.332
€
69.332
€
69.332
€
69.332
€
69.332
€
69.332
191.832
€
191.832
€
191.832
€
191.832
Subtotaal uitgaven zware ondersteuning overig
€
191.832
Schoolbudget zware ondersteuningsdeel
€
722.850
Schoolbudget lichte ondersteuningsdeel
€
869.000
Extra schoolbudget ondersteuning
€
1.161.042
€
191.832
€
€
915.000
€
1.100.000
€
915.000
€
915.000
€
915.000
€
915.000
€
915.000
€
1.100.000
€
1.100.000
€
1.100.000
€
1.100.000
€
1.100.000
€
170.000
€
852.000
€
1.177.000
€
1.148.000
€
1.175.000
€
1.164.000
Totaal schoolbudget ondersteuning
€
1.591.850
€
2.185.000
€
2.8467.000
€
3.192.000
€
3.190.000
€
3.200.000
€
3.179.000
Onvoorzien
€
100.000
€
50.000
€
50.000
€
50.000
€
50.000
€
50.000
€
50.000
Totale uitgaven
€
2.732.786
€
10.231.766
€
10.151.295
€
10.348.354
€
10.271.032
€
10.180.523
€
10.084.201
Saldo
€
56.358
€
272.908
€
273.750
€
88
€
807
€
484
€
974
Toevoeging aan de reserve
€ 56.358
€ 272.908
€ 273.750
59
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Bijlage 1
Begrippenlijst
AB
AMVB
AMW
AOC
BJZ
BRON
PO
CJG
CSG
CVI
CVO
FTE
GGD
GGZ
HP
LEA
LG
LPA
LWOO
LZK
MBO
MDO
MG
OC&W
OOGO
OPDC
OPP
OPR
PCL
PDCA
PO
PrO
REC
REJA
RENN4
RVC
SO
SWV
Vgz.
TOR
VO
VOR
VSO
VMBO
VSV
WSNS
WVO
ZAT
- Ambulante Begeleiding
- Algemene Maatregel Van Bestuur
- Algemeen Maatschappelijk Werk
- Agrarisch Onderwijs Centrum
- Bureau Jeugdzorg
- Basisregister Onderwijs
- Primair Onderwijs
- Centrum voor Jeugd en Gezin
- Christelijke Scholen Gemeenschap
- Commissie voor indicatiestelling
- Commissie van Onderzoek
- Full-Time Equivalent
- Gemeentelijke Gezondheidsdienst.
- Geestelijke Gezondheids Zorg
- Handelingsplan
- Lokale Educatieve Agenda
- Lichamelijk Gehandicapte kinderen
- Leerplicht Ambtenaar
- Leerweg Ondersteunend Onderwijs
- Langdurig Zieke Kinderen
- Middelbaar Beroeps Onderwijs
- Multi Disciplinair Overleg
- Meervoudig Gehandicapte kinderen
- Onderwijs Cultuur en Wetenschappen
- Op Overeenstemming Gericht Overleg
- Ortho Pedagogisch Didactisch Centrum
- Ontwikkelingsperspectief
- Ondersteunings Plan Raad
- Permanente Commissie Leerlingenzorg
- Plan Do Check Act
- Passend Onderwijs
- Praktijk Onderwijs
- Regionale Expertise Centra
- Regionaal Educatieve Jongeren Agenda
- Regionale Expertisecentra Noord-Nederland Cluster 4
- Regionale Verwijzings Commissie
- Speciaal Onderwijs
- Samenwerkingsverband
- Voortgezet
- Tussenvoorzienings Ondersteuningsarrangement
- Voortgezet Onderwijs
- VSO Ondersteunings Arrangement
- Voortgezet Speciaal Onderwijs
- Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs
- Voortijdig School Verlaters
- Weer Samen Naar School
- Wet op het Voortgezet Onderwijs
- Zorg Advies Team
Bijlage 5
7
Basisondersteuning binnen het samenwerkingsverband7
Het betreft hier de voorlopige resultaten van de schoolondersteuningsprofielen d.d. 18-12-2013
61
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
Bijlage 6
8
Extra ondersteuning binnen het samenwerkingsverband8
Het betreft hier de voorlopige resultaten van de schoolondersteuningsprofielen d.d. 18-12-2013
62
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
63
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
64
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
65
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02
66
Ter definitieve vaststelling in het bestuur d.d. 09-04-2014
Linda de Vries, swv Zuidoost-Friesland 21-02