Opgave Nederlands

Staatsexamen VWO
2014
Nederl
Nederlandse taal schrijfvaardigheid
Tijdvak 1
Vrijdag 23 mei
13.30 – 16.00 uur
College-examen schriftelijk
Opgavenboekje
VF-1001-s-14-1-o-a
1
lees verder ►►►
Vwo Nederlandse taal
Schrijfvaardigheid
Algemene instructie bij onderwerp 1 en 2
Als onderdeel van het college-examen maakt u een schrijfopdracht. De toets duurt
150 minuten.
U kiest onderwerp 1 of 2. Het is de bedoeling dat u aan de hand van de aangeboden
teksten een artikel schrijft. U kiest daartoe slechts één opdracht en maakt in geen
geval meerdere opdrachten. Geef bovenaan uw tekst duidelijk aan voor welke
opdracht u gekozen hebt door de letter A, B, C of D te noteren.
Gebruik de volgende richtlijnen:
• Ga uit van de tekstsoort en het publiek, zoals in de opdracht is aangegeven.
• Zorg voor een duidelijke alinea-indeling.
• Bedenk een pakkende titel.
• Bedenk minstens drie tussenkopjes van maximaal zes woorden.
• Het is niet de bedoeling dat u de inleiding bij onderwerp 1 of 2 klakkeloos
overneemt in uw eigen schrijfproduct.
• Let op zinsbouw, stijl en spelling.
• Gebruik minimaal 600 woorden en niet meer dan 750 woorden. Vermeld het
aantal woorden onder uw tekst.
Veel succes.
2
lees verder ►►►
Onderwerp 1
Inleiding
De landelijke DNA-bank
Steeds vaker worden plegers van misdaden opgespoord, omdat zij op de plaats van
het delict DNA hebben achtergelaten. Door middel van een DNAverwantschapsonderzoek kunnen daders achterhaald worden via familiestambomen
van personen die met elkaar matchen. Dergelijke onderzoeken werden tot nog toe
verricht op basis van vrijwillige medewerking en op relatief kleine schaal. Wordt het
niet eens tijd voor het instellen van een landelijke DNA-bank?
Opdracht A
Schrijf voor de lezers van een regionale krant een betoog waarin u uw mening geeft
over het instellen van een landelijke DNA-bank. U neemt in ieder geval de volgende
informatie-elementen op:
1. Een inleiding waarmee u de aandacht van de lezers trekt en waarin u uw
standpunt aan de orde stelt door middel van een stelling.
2. Drie argumenten die pleiten voor uw standpunt. Gebruik hierbij een relevant
citaat uit onderstaande bronnen. Zet dit citaat tussen aanhalingstekens.
3. Twee tegenargumenten waarvan u er een weerlegt. Gebruik een relevant
citaat uit onderstaande bronnen. Zet dit citaat tussen aanhalingstekens.
4. Een slot met een conclusie die aansluit bij uw stelling.
Opdracht B
Schrijf voor de lezers van een regionale krant een beschouwing over het instellen
van een landelijke DNA-bank. U neemt in ieder geval de volgende informatieelementen op:
1. Een inleiding waarmee u de aandacht van de lezers trekt en waarin u het
verschijnsel beschrijft. Besluit de inleiding met de hoofdvraag.
2. Een visie van voorstanders onderbouwd met twee argumenten. Gebruik een
relevant citaat uit onderstaande bronnen. Zet dit citaat tussen
aanhalingstekens.
3. Een visie van tegenstanders onderbouwd met twee argumenten. Gebruik een
relevant citaat uit onderstaande bronnen. Zet dit citaat tussen
aanhalingstekens.
4. Een samenvattend slot waarin u uw eigen visie opneemt.
3
lees verder ►►►
De teksten die u kunt gebruiken, zijn:
Keulemans, M. (2012, 25 november). "Een DNA-databank? Ik zeg doen!".
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3353505/2012/11/25/EenDNA-databank-Ik-zeg-doen.dhtml.
Prinsen, M. (2012, 24 november). Landelijke DNA-databank ongewenst.
http://www.trouw.nl/tr/nl/4328/Opinie/article/detail/3353165/2012/11/24/LandelijkeDNA-databank-ongewenst.dhtml.
Clemens, E. (2013, 31 januari). "Verdacht DNA". Discussie over de grenzen van
DNA-onderzoek. http://www.kennislink.nl/publicaties/verdacht-dna.
Vergeet niet de richtlijnen uit de algemene instructie in acht te nemen!
4
lees verder ►►►
Tekst 1
"Een DNA-databank? Ik zeg doen!"
Waarom zouden we eigenlijk géén grote DNA-databank willen? De argumenten
ertegen zijn immers vooral gebaseerd op angst en emoties, niet op de werkelijkheid.
De Canadees Simon Marshall had bekend dat hij een serieverkrachter was. De
Texaan David Lee Wiggins werd door zijn slachtoffer met grote stelligheid
aangewezen als de man die haar had verkracht. En de Nederlanders Wilco Viets en
Herman Dubois bekenden niet alleen, maar werden ook nog eens door twee
getuigen gezien, terwijl ze in Putten stewardess Christel Ambrosius verkrachtten en
vermoordden. Tóch waren de vermeende daders onschuldig. De reden dat Marshall,
Wiggins, Viets en Dubois, vaak na een lang gevangenisverblijf, vrijuit gingen en de
echte dader alsnog werd gearresteerd, was DNA-onderzoek.
Ook ik heb altijd geneigd naar het oud-linkse standpunt dat je de politie en justitie
vooral niet te veel gereedschappen moet geven. Wat je hun ook geeft –
vingerafdrukken, tasers, bevoegdheden om af te luisteren, in te breken of te
infiltreren – je kunt ervan op aan dat de lange arm er ruimhartig gebruik van zal
maken. Laat de Fred Teevens van het land hun gang gaan, en voor je het weet heb
je een politiestaat waar het vast erg veilig is op straat, maar ook heel onplezierig.
Maar met de massale opslag van forensische DNA-profielen weet ik het zo net nog
niet. Of eigenlijk: ik weet het wel. "Kom maar op met die wattenstok, mijn DNA
mogen ze hebben", zag ik mijzelf onlangs in mijn blog noteren, terwijl ik toch grote
moeite heb met iedere bonuskaart of identificatieplicht.
Maar bij massale DNA-opslag ligt dat anders. Want, zo begint mij te dagen, de
argumenten tégen zijn vooral emotionele argumenten. Laten we de belangrijkste
even doorlopen:
"Ik vind het een belangrijk recht dat mijn DNA van mij blijft. Mijn privacy is in het
geding!" Dat is natuurlijk zo. Maar het is ook een beetje snobistisch, als je het afzet
tegen het belang van ouders wier kind is vermoord of gevangenen die onschuldig
achter de tralies zitten.
"Wat? Verplicht je DNA afstaan? Dat worden razzia's!" Welnee. Er is bij mijn weten
niemand die dwang bepleit. Je zult heus mogen weigeren. In de praktijk zal dat
weigeren meevallen: in de zaak Vaatstra leverde zelfs de dader zijn DNA in,
vermoedelijk onder sociale druk van familieleden die hun DNA ook inleverden.
"Ja, en voor je het weet, geven ze je DNA door aan de verzekering, die dan in je
DNA leest voor welke ziektes je aanleg hebt en je premie erop aanpast!" Dat is een
reëel gevaar – maar voorlopig is dit niet aan de orde, omdat forensisch DNA, simpel
gezegd, ergens anders zit dan DNA met medische betekenis.
5
lees verder ►►►
"Maar als er nu een nieuwe Hitler opstaat en er een totalitaire staat komt, dan..."
Denk je nu echt dat die nieuwe Hitler niet alsnog een DNA-databank invoert, als die
nog niet bestaat? De echte Hitler ging ook driftig aan de gang met de modernste
registratiemethoden van die tijd.
"Ja, en dan ben je toevallig op een plaats delict geweest, of het meisje met wie je
hebt gevreeën, wordt vermoord, en dan komt de politie bij je langs omdat jouw DNA
is gevonden." Dat is niet anders dan het nu ook al is. Als je vriendin wordt vermoord,
mag je ervan uitgaan dat de politie je graag wil spreken. En als je nummerbord,
vingerafdrukken, gezicht of creditcardgegevens opduiken op een plaats delict, is dat
ook een goede reden om eens met je te gaan praten.
"Maar DNA-technieken zijn niet onfeilbaar! Er zullen gerechtelijke dwalingen zijn!"
Dat zal heus soms gebeuren. Maar feit is dat de gerechtelijke dwalingen die er nú
zijn, niet komen door DNA, maar door falende ooggetuigen, valse bekentenissen of
andere menselijke fouten. DNA geeft veel 'hardere', tastbare gegevens. Er is alle
reden om te denken dat het aantal misstanden juist kleiner wordt.
Zou de weerzin tegen een DNA-databank soms gewoon ouderwetse technoangst
zijn, de hardnekkige maar oeroude menselijke neiging om nieuwe technologieën
ófwel de hemel in te prijzen, ófwel te bestempelen tot ramp voor de mensheid? Staat
tegenover ons recht op privacy niet de plicht om, als het even kan, mee te helpen
criminelen te vangen en onschuldig veroordeelden te helpen?
De DNA-verzameling doet geen pijn, wordt steeds goedkoper en heeft een bewezen,
extreem goede reputatie – de nadelen die ik kan bedenken, gelden ook voor, zeg, de
registraties van namen, nummerborden, vingerafdrukken of mobieltjes.
Al vele honderden onterecht veroordeelde gevangenen zijn door DNA-bewijs
vrijgekomen. Veel meer gevangenen zijn dankzij DNA-bewijs gepakt. En in nog eens
talloze strafzaken is er wel DNA-bewijs – maar, bij gebrek aan databank, geen
verdachte.
Ik kan, kortom, gewoon niet meer zo goed bedenken waarom ik eigenlijk zo nodig
tégen de massale, landelijke opslag van DNA voor de misdaadbestrijding zou
moeten zijn.
Bron: Keulemans, M. (2012, 25 november). "Een DNA-databank? Ik zeg doen!".
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3353505/2012/11/25/Een-DNA-databank-Ikzeg-doen.dhtml.
6
lees verder ►►►
Tekst 2
Landelijke DNA-databank ongewenst
Als het DNA van alle Nederlanders wordt opgeslagen, worden er meer misdrijven
opgelost. Maar er blijven altijd mensen buiten schot en de privacy is in het geding.
Wat kan er allemaal met dat DNA gebeuren? Waarom maken we geen landelijke
databank met DNA van alle Nederlanders? Zouden sommige onderzoeken dan niet
eerder afgerond zijn?
Dat zou vermoedelijk het geval geweest zijn in zaken waarin er sprake was van een
volledig DNA-profiel van een daderspoor waardoor er een match kon plaatsvinden
met het DNA van de verdachte. Deze match had dan eerder kunnen plaatsvinden als
het DNA van de verdachte al in de databank had gezeten.
Echter, in veel andere gevallen zou een databank vol met – ook irrelevante – DNAprofielen veel ruis opleveren. Het wordt zoeken naar een speld in een hooiberg.
Zeker bij profielen die niet zo mooi kloppen, zullen er altijd meer matches zijn,
waaronder dus ook toevallige. Niet alleen komen onschuldige burgers ten onrechte in
beeld, het kost ook veel tijd en geld om op alle matches te rechercheren. En dat zou
weer ten koste kunnen gaan van ander onderzoek.
Het staat als een paal boven water dat een grotere databank zal leiden tot meer hits
en dus mogelijk tot het oplossen van meer misdrijven. Een bevolkingsbrede
databank is echter disproportioneel: slechts een klein percentage van de bevolking is
verantwoordelijk voor de criminaliteit. Het is de kunst om het DNA van deze
personen op te slaan in de databank.
De Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden levert daar een belangrijke bijdrage aan:
van alle veroordeelden voor delicten waar een gevangenisstraf op staat van vier jaar
of meer (let op: het gaat niet om hoeveel straf is opgelegd, maar om de strafmaat; op
fietsendiefstal staat al vier jaar) wordt DNA-materiaal afgenomen en opgeslagen in
de databank. Elk DNA-profiel van een spoor van een ander misdrijf wordt dus in de
databank vergeleken met het DNA-profiel van eerder veroordeelden.
Een bevolkingsbrede DNA-databank zou nooit echt bevolkingsbreed zijn. Immers,
een groot deel van de mensen die in Nederland verblijven, blijft buiten schot, zoals
toeristen, mensen die tijdelijk in Nederland werken of studeren, illegalen en
asielzoekers. Je kunt dan spreken over een schijnveiligheid: er is niet van iedereen in
Nederland een DNA-profiel beschikbaar.
De inbreuk op de privacy weegt ook zwaar. DNA bevat immers unieke informatie
over een persoon. De techniek is nog niet zo ver dat er erg veel informatie uit DNA
afgeleid kan worden. Op dit moment kan wat gezegd worden over geslacht, etnische
herkomst en oogkleur, maar nog nauwelijks iets over de aanleg voor erfelijke ziekten.
Er is ook een onderscheid te maken tussen het DNA-materiaal zelf en het afgeleide
DNA-profiel. Een DNA-profiel is uiteindelijk een soort streepjescode. Echter, ook het
DNA-materiaal wordt bewaard. De deskundigen hebben hier goede redenen voor,
maar tegelijkertijd ligt in het bewaren van het materiaal het potentiële gevaar.
7
lees verder ►►►
Vertrouwen we onze overheid voldoende met ons DNA-materiaal? De overheid heeft
al laten zien dat 'function creep' (het inzetten van projecten voor andere doeleinden
dan waarvoor deze oorspronkelijk bedoeld zijn) op de loer ligt: het DNA dat nu al in
de databank zit, kan worden ingezet voor verwantschapsonderzoek. Jouw DNAmateriaal zou dus zomaar een geleide kunnen zijn richting broer of zoon. Die
wetenschap kan mensen ontmoedigen om op vrijwillige basis mee te werken aan
onderzoek of om DNA af te staan voor opslag in de databank.
Een bevolkingsbrede DNA-databank is dus niet gewenst en zal ook onvoldoende
opbrengen. Enige reflectie op de argumenten toont aan dat de wetgeving op dit
moment voldoende mogelijkheden kent en dat een bevolkingsbrede DNA-databank
daar niet veel aan zal toevoegen.
Bron: Prinsen, M. (2012, 24 november). Landelijke DNA-databank ongewenst.
http://www.trouw.nl/tr/nl/4328/Opinie/article/detail/3353165/2012/11/24/Landelijke-DNA-databankongewenst.dhtml.
8
lees verder ►►►
Tekst 3
"Verdacht DNA"
Na het succes van het DNA-verwantschapsonderzoek in de zaak Marianne Vaatstra,
heeft de Tweede Kamer begin december 2012 de vraag gesteld of onze regering
toewerkt naar een nationale databank met DNA-profielen van alle Nederlanders. Er
is veel discussie gaande rondom onze privacy en de grenzen van DNA-technieken in
de opsporing en bewijsvoering van verdachten. In het KennisCafé1 in De Balie
gingen drie wetenschappers in discussie.
"De snelle ontwikkeling van de kennis over forensisch DNA-onderzoek is een beetje
gevaarlijk", vindt Bert-Jaap Koops, hoogleraar regulering van technologie in Tilburg.
"Als je dit in historisch perspectief bekijkt, hadden we dit twintig jaar geleden niet
gewild. Maar nu is het zover. Het lijkt soms in onze maatschappij alleen nog maar te
gaan over het oplossen van misdrijven", zei Koops in De Balie.
Het is sinds 2012 toegestaan om DNA-verwantschapsonderzoek te gebruiken. Deze
wettelijke goedkeuring maakt dat er angstig uitgekeken wordt naar de komst van een
'nationale databank'. Maar waar liggen de grenzen en wordt er nog wel rekening
gehouden met zaken zoals privacy en lichamelijke integriteit? We moeten vooral niet
vergeten welke prijs we als samenleving willen betalen voor het oplossen van een
misdaad.
Hoe krijg je een DNA-profiel?
Voor de opsporing van daders en het achterhalen van de mogelijke oorzaken van
een misdrijf, wordt een DNA-profiel uit celmateriaal gehaald. De DNA-profielen van
celmateriaalsporen en verdachten worden daarbij met elkaar vergeleken. Alle
lichaamscellen van een individu bevatten hetzelfde DNA. In elke lichaamscel zit dus
hetzelfde erfelijke materiaal, verdeeld over 23 chromosoomparen. Het maakt dus niet
uit of celmateriaal afkomstig is van wangslijmvlies, bloed of huidschilfers.
2% van ons DNA is verantwoordelijk voor erfelijke eigenschappen, zoals oogkleur of
bloedgroep. Op de overige 98% van ons DNA zitten plekken die variëren van
persoon tot persoon. Deze plekken worden 'loci' (enkelvoud 'locus') genoemd. Een
locus bestaat uit hele korte repeterende stukjes DNA. Het aantal keren dat korte
repeterende stukjes DNA op een locus voorkomen, verschilt per persoon.
Forensisch onderzoekers kijken naar 15 loci als ze een DNA-profiel willen vaststellen
dat voor iedereen uniek is. In elke cel zijn de DNA-moleculen, de chromosomen, in
tweevoud aanwezig: een chromosoom is overgeërfd via de vader en het andere via
de moeder. Dat maakt dus dat onderzoekers naar 30 plaatsen – 15 loci per
chromosoom – op het DNA kijken. "Dat is een heel betrouwbare techniek en zeer
gevoelig. Er zijn maar vijf tot tien cellen nodig om een DNA-profiel te schetsen",
bevestigt Lex Meulenbroek, DNA-deskundige bij het Nederlands Forensisch Instituut
(NFI).
1
Het KennisCafé is een vorm van eigentijdse wetenschapsjournalistiek voor een live publiek. Een presentator
praat in De Balie (Amsterdam) met deskundigen over een actueel thema.
9
lees verder ►►►
DNA-verwantschapsonderzoek
Het DNA-profiel dat verkregen is uit de sporen, wordt vergeleken met het DNA-profiel
van de verdachte. Er is sprake van een 'match' als de DNA-profielen precies
overeenkomen: de aangetroffen sporen zijn dan van de verdachte afkomstig. Het kan
ook voorkomen dat er maar een paar DNA-kenmerken overeenkomen. In dat geval
kunnen er bloedverwanten bij het misdrijf betrokken zijn, omdat DNA-materiaal van
verwanten op elkaar lijkt.
Via DNA-verwantschapsonderzoek is het mogelijk om daders – van wie geen DNAprofiel beschikbaar is – op te sporen via het DNA van bloedverwanten van wie het
DNA-profiel wél voorhanden is. De achterliggende gedachte is dat het DNA van
verwanten meer gelijkenis vertoont dan het DNA van personen zonder
bloedverwantschap.
Naast het profiel van de verdachte kan er steeds meer uit DNA afgeleid worden. Lex
Meulenbroek legt uit dat het NFI tegenwoordig in staat is om vast te stellen van welk
type celmateriaal de gevonden sporen afkomstig zijn. "De sporen moeten wel een
hoge mate van kwaliteit hebben", benadrukt DNA-deskundige Meulenbroek. Ook het
tijdstip van het achterlaten van bloedsporen kan achterhaald worden via
ouderdomsbepaling van bloedsporen.
Bijna niets blijft dus meer geheim. Onderzoekers van het Erasmus Medisch Centrum
hebben zelfs een test ontwikkeld om op basis van DNA de oogkleur van de
verdachte te voorspellen. Met deze test wordt er meer bekend over uiterlijk
waarneembare persoonskenmerken. "Het is echt niet zo dat we nu precies weten
hoe iemand er helemaal uit ziet. Maar we kunnen wel haar- en oogkleur voorspellen",
zegt Lex Meulenbroek van het NFI.
DNA-opslag van iedereen
De discussie lijkt vooral te gaan over de opslag van DNA, terwijl het juist de digitale
DNA-profielen zijn die opgeslagen worden. Hoewel Koops van mening is dat de
maatschappij verandert, schrikt hij niet terug voor een 'nationale databank' met DNAprofielen van iedereen in Nederland: "Dit is wel veel eerlijker."
Onze huidige DNA-databank bevat iets meer dan 150.000 DNA-profielen. Dat is
ongeveer 1% van de hele bevolking. In Engeland daarentegen heeft 10% van de
bevolking een DNA-profiel in de bank. "Dat de DNA-databank daar zoveel groter is,
komt omdat er een paar jaar geleden DNA werd afgenomen van iedereen die in
aanraking kwam met de politie; zelfs als je door rood fietste of dronken over straat
liep", verklaart Victor Toom, wetenschaps- en rechtssocioloog.
Korting
Maar zelfs Engeland heeft niet de gegevens van iedereen vastgelegd in de
databank. "Op een gegeven moment kunnen we alles wel gaan opslaan: smsberichten, onze reizen met het openbaar vervoer, onze zoekfuncties op het internet,
noem maar op", somt de hoogleraar uit Tilburg op. "Bovendien moeten we vooral niet
denken dat ontwikkelingen in het forensisch onderzoek potentiële misdadigers
afschrikt. Het is onzin dat mensen door de DNA-databank minder misdrijven plegen.
Veel misdrijven voorkom je niet. Die gebeuren in een opwelling."
10
lees verder ►►►
Socioloog Toom denkt ook dat veel Nederlanders tegen een 'nationale databank'
zullen zijn en heeft hier een simpele verklaring voor: "Je krijgt er niets voor terug.
Neem nu Albert Heijn. Dat bedrijf weet dan wel al je bonuskaartgegevens en weet
hoe vaak je in welk filiaal biertjes of plofkip koopt, je krijgt er tenminste korting."
Maar dit zijn niet de enige argumenten tegen het opslaan van het DNA van alle
Nederlanders. DNA is als enig bewijsmateriaal namelijk niet genoeg. "Één
bewijsmiddel is géén bewijsmiddel", concludeert Koops. Het belangrijkste van een
DNA-databank is dat er misdrijven mee worden opgelost; je hebt namelijk niets aan
een databank met DNA-profielen als er geen misdaden mee worden opgelost.
Eén bewijsmiddel is géén bewijsmiddel
Ook in de rechtszaal is er dus discussie over het belang van DNA. In Nederland
heeft het oproepen van forensisch deskundigen – waaronder Meulenbroek – tot
verbetering geleid. Toch is er nog steeds sprake van onzekerheid. ”Je hebt twee
partijen tegenover elkaar. Aan de ene kant heb je de rechters, advocaten en
officieren (de alfa’s) en aan de andere kant de onderzoekers (de bèta’s). Dit is lastig.
Hoe zorg je ervoor dat de bèta’s alles goed blijven uitleggen aan de alfa’s?” Denk
hierbij aan een discussie over 'minimale' sporen. Deze sporen zijn onderhevig aan
allerlei (weers)omstandigheden. Het is voor onderzoekers dus lastig om hier een
goed DNA-profiel uit te halen.
"Het is veel meer publieksentertainment geworden in de rechtszaal", concludeert
socioloog Victor Toom lachend. Het is dan ook niet ongebruikelijk dat Lex
Meulenbreuk opmerkt dat hij na ondervraging de rechtbank vaak vertwijfeld verlaat
en zich afvraagt of zijn verhaal wel goed begrepen is. "Door de steeds groeiende
techniek is het DNA-verhaal ongelofelijk technisch geworden."
Advocaten proberen altijd twijfel te zaaien rondom DNA-bewijs, zoals bij de Puttense
moordzaak. Gelukkig kan een advocaat later nooit beweren dat forensisch
onderzoekers niet weten waar het bewijsstuk allemaal geweest is. Een geavanceerd
track- en tracesysteem registreert namelijk waar in het gebouw van het NFI de
bewijsstukken zich bevinden.
Opwelling
De wetenschappers lijken geen eenduidig antwoord te hebben op de vraag waar de
grenzen van DNA-technieken liggen in de opsporing en bewijsvoering van
verdachten. Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven heeft wel een
duidelijke mening. Volgens hem staat een nationale databank op gespannen voet
met onze rechten van eerbied voor privé-, familie- en gezinsleven.
"Slechts een klein deel van de bevolking is verantwoordelijk voor criminaliteit. Het
DNA van alle Nederlanders opslaan, draagt niet bij aan een effectievere opsporing.
Het schept bovendien schijnveiligheid, omdat toeristen, illegalen en mensen die
tijdelijk in Nederland werken of studeren, niet in de databank zouden zitten. Ook heb
ik praktische bezwaren, zoals de hogere kosten. Daarnaast is er met een nationale
DNA-databank een grotere kans op hits met DNA van onschuldige burgers”, laat
Fred Teeven weten. We kunnen dus opgelucht ademhalen en hoeven ons er
voorlopig niet druk over te maken dat een nationale DNA-databank onze veiligheid in
gevaar brengt.
11
lees verder ►►►
Bron: Clemens, E. (2013, 31 januari). "Verdacht DNA". Discussie over de grenzen van DNAonderzoek. http://www.kennislink.nl/publicaties/verdacht-dna.
12
lees verder ►►►
Onderwerp 2
Inleiding
IPadscholen
Bij het basisonderwijs denkt men traditiegetrouw aan een meester of juffrouw met
een aantal kinderen in een klas die zich onder andere bezighouden met taal en
rekenen. Zij kunnen computers, beamers en eventueel digiborden gebruiken, maar
dat hoeft niet per se. Er kan ook gebruik worden gemaakt van krijtborden, schriften
en pennen.
Volgens Maurice de Hond van O4NT (Onderwijs voor een nieuwe tijd) is de tijd
aangebroken om het onderwijs op de basisschool vooral via iPads te laten verlopen.
Er zijn al diverse scholen in Nederland die volgens deze methode werken, namelijk
de Steve Jobsscholen. De vraag dient zich aan of iPadscholen de toekomst worden
of niet.
Opdracht C
Schrijf voor de lezers van een regionale krant een betoog waarin u uw mening geeft
over iPadscholen. U neemt in ieder geval de volgende informatie-elementen op:
1. Een inleiding waarmee u de aandacht van de lezers trekt en waarin u uw
standpunt aan de orde stelt door middel van een stelling.
2. Drie argumenten die pleiten voor uw standpunt. Gebruik hierbij een relevant
citaat uit onderstaande bronnen. Zet dit citaat tussen aanhalingstekens.
3. Twee tegenargumenten waarvan u er een weerlegt. Gebruik een relevant
citaat uit onderstaande bronnen. Zet dit citaat tussen aanhalingstekens.
4. Een slot met een conclusie die aansluit bij uw stelling.
Opdracht D
Schrijf voor de lezers van een regionale krant een beschouwing over iPadscholen.
U neemt in ieder geval de volgende informatie-elementen op:
1. Een inleiding waarmee u de aandacht van de lezers trekt en waarin u het
verschijnsel beschrijft. Besluit de inleiding met de hoofdvraag.
2. Een visie van voorstanders onderbouwd met drie argumenten. Gebruik een
relevant citaat uit onderstaande bronnen. Zet dit citaat tussen
aanhalingstekens.
3. Een visie van tegenstanders onderbouwd met drie argumenten. Gebruik een
relevant citaat uit onderstaande bronnen. Zet dit citaat tussen
aanhalingstekens.
13
lees verder ►►►
4. Een samenvattend slot waarin u uw eigen visie opneemt.
De teksten die u kunt gebruiken, zijn:
(2013, 8 april). IPad Steve Jobsschool: basisonderwijsvernieuwing of farce?
http://mens-en-samenleving.infonu.nl/onderwijs/96755-ipad-steve-jobs-schoolbasisonderwijs-vernieuwing-of-farce.html .
Hermsen, J. (2013, 30 juni). "We willen een Hannah Arendtschool in plaats van een
Steve Jobsschool". De Volkskrant.
(2013, 9 juli). De iPadscholen moeten vooral rust creëren.
http://www.mt.nl/453/78637/brein-in-bedrijf/de-ipad-scholen-moeten-vooral-rustcreeren.html .
Vergeet niet de richtlijnen uit de algemene instructie in acht te nemen!
14
lees verder ►►►
Tekst 1
IPad Steve Jobsschool: basisonderwijsvernieuwing of farce?
Op de basisschool staat voor elke klas een leerkracht. Nu nog wel, maar er zijn
veranderingen op komst. Ook het basisonderwijs moet met zijn tijd mee, vindt
opiniepeiler Maurice de Hond. Hij introduceert met zijn organisatie het Onderwijs
voor een Nieuwe Tijd (O4NT). Tien Steve Jobsscholen geven vanaf medio 2013 les
via de iPad.
Een iPad voor ieder kind in het basisonderwijs
De wereld is in beweging. De afgelopen jaren nam het aantal gezinnen in Nederland
met een of meer computers enorm toe, inmiddels gevolgd door de komst van de
tablet, veelal in de vorm van de iPad. Vier van de tien kinderen gebruiken
tegenwoordig al regelmatig een tablet. Maar kinderen die thuis met de tablet in
aanraking komen, krijgen op de basisschool nog steeds les van een leerkracht en
leren grotendeels nog uit boeken.
Het onderwijs voor een nieuwe tijd
Maurice de Hond, opiniepeiler en sociaal geograaf, vindt dat dat beter kan en
moderner. Hij lanceerde O4NT: het Onderwijs voor een Nieuwe Tijd. Deze
organisatie stimuleert basisscholen tot belangrijke vernieuwingen in de lessituatie en
de schoolcultuur. Zeg maar gerust een ware revolutie. De Hond is een van de
initiatiefnemers. Andere initiatiefnemers zijn Irene Fix, leerkracht basisonderwijs en
gespecialiseerd in het jonge kind, drs. Erik Verhulp, sociaal geograaf, docent
maatschappijleer, directeur en oprichter van Digischool, en Luc de Vries,
onderwijskundige en bestuurder in het primair onderwijs.
De iPadschool: variabel les wanneer je wilt
Variabele lestijden en lesdagen en een school die via de iPad altijd bereikbaar is: de
Steve Jobsschool in een notendop. Elk kind krijgt een eigen iPad. En die mag ook
mee naar huis. Daarmee kan het kind altijd bezig zijn met leren. Met de iPad kan het
kind zichzelf trainen, kennis opzoeken, werkstukken maken en met klasgenootjes
communiceren. Dat is interessant, want een kind in een gewone les communiceert
voornamelijk met de leerkracht. De Hond is van mening dat dit een verrijking is voor
het kind.
Leerkracht wordt coach
Niet alleen de manier van het volgen van lessen verandert enorm voor het kind. Ook
de rol van de leerkracht verschuift van een plek voor de klas naar een plek naast het
kind. De leerkracht wordt veel meer een coach. "De iPad neemt de centrale
klassikale uitleg door de leerkracht grotendeels over", zegt Monique van Zandwijk,
directeur van deelnemende basisschool Digitalis. Volgens O4NT is een coach veel
breder inzetbaar dan een docent. Een coach stuurt, inspireert, motiveert, onderwijst
en leert het kind leren, aldus O4NT. Menig docent zal daar echter op reageren: "Dat
doe ik ook!"
Flexibiliteit in lestijden en vakanties
Omdat kinderen zelf met de iPad aan de gang kunnen, verdwijnen de vaste lestijden,
het vaste lokaal en de vaste leerkracht. De school opent zijn deuren van 7.30 tot
15
lees verder ►►►
19.00 uur. Daarnaast heeft het kind 24 uur per dag, 7 dagen per week, toegang tot
de leeromgeving. Daarmee zijn de digitale schooldeuren nooit dicht.
Vernieuwing in het onderwijs noodzakelijk
Een tablet is binnen de basisschoolmuren al lang geen nieuwigheid meer. Het plan
van O4NT behelst echter meer dan het gebruik van de iPad op zich. De Steve
Jobsschool heeft vier kenmerken:
1. Elk talent wordt gekend: deze nieuwe manier van lesgeven houdt veel meer
rekening met de individuele leerstijl van de leerling en kan daar ook veel beter op
inspringen.
2. Combinatie van fysiek schoolgebouw en virtueel internet: leren kan altijd en overal,
ook in de vakanties, leren wordt een lerende houding.
3. 21th century skills: het nieuwe onderwijs richt zich op vaardigheden uit de 21e
eeuw: creativiteit, innovatief en kritisch denken, communicatie, samenwerking,
leiderschap, sociale en motorische vaardigheden.
4. Community: individueel, maar ook gezamenlijk leren is de boodschap. Kinderen
zijn verbonden via een community, bestaande uit ouders, school, instellingen,
bedrijven e.a. De community versterkt de kwaliteit van het onderwijs. Ouders zijn
actief partner en ervaringen worden breed gedeeld.
Prestaties meetbaar
De prestaties van het kind blijven belangrijk. Daarvoor is al een app ontwikkeld:
iDesk. Deze app meet de resultaten van het kind en houdt bij welke lessen gevolgd
zijn, welke levels en niveaus behaald zijn. Maar ook vergelijkingen met resultaten
van andere kinderen zijn mogelijk.
Grote verandering niet in een keer haalbaar
Tot zover lijken de plannen van O4NT mooi: modern en in aansluiting op de
ontwikkeling in de wereld. "Maar de noodzakelijke veranderingen zijn voor veel
scholen nog veel te rigoureus", stelt Hans Blenkers, directeur van basisschool Het
Kompas. "Het zijn grootscheepse veranderingen van de organisatie en de
schoolcultuur. Dat kan niet van het ene op het andere moment succesvol gebeuren,
maar is een proces dat je gaandeweg moet ontwikkelen."
Simplistische vernieuwing door technologie zal falen
Docent onderwijskunde Jeroen Janssen is nog kritischer. Hij ziet de voordelen van
een school met flexibele openingstijden voor een ouder. Maar hij stelt vooral
vraagtekens bij de nadruk op technologieën in de vorm van de iPad als uitgangspunt
voor het onderwijs. Op Trouw.nl stelt hij dat een iPad geen roze pil is tegen
leerproblemen. "Maar dat is wel wat de oprichters van de iPadschool suggereren:
geef elk kind een iPad, zet er wat leuke en educatieve apps op en ziedaar:
gemotiveerde leerlingen die als vanzelf leren!" Hij vindt dat initiatief een te
simplistische vernieuwing van het onderwijs, die geen recht doet aan de kwaliteiten
van leerkrachten, en die ouders, schoolleiders en politici misleidt. Hij vreest dat er te
veel tijd en geld gestoken gaan worden in deze vernieuwingen, wat ten koste gaat
van de kwaliteit van het onderwijs.
16
lees verder ►►►
Onderwijsinspectie: toestemming en beoordeling
Na de zomer beginnen zeker tien scholen met het uitvoeren van de ideeën van
O4NT in de vorm van Steve Jobsscholen. De Onderwijsinspectie heeft groen licht
gegeven. Na de start vindt nog wel een beoordeling plaats.
Verwachte toekomst: tablet wordt de basis
Wat voorstanders en tegenstanders er ook van vinden, men verwacht wel degelijk
dat de tablet straks de basis van het onderwijs wordt. Applicaties bieden dan het
lesmateriaal aan, boeken en klassieke leerkrachten verdwijnen uit de leslokalen. Het
basisonderwijs gaat op de schop. Wordt de iPad als middel voor lesmateriaal een
succes? En geeft de Steve Jobsschool het overleden brein achter de iPad, Steve
Jobs, de eer die hem toekomt? De toekomst zal het leren.
Bron: (2013, 8 april). IPad Steve Jobsschool: basisonderwijsvernieuwing of farce? http://mens-ensamenleving.infonu.nl/onderwijs/96755-ipad-steve-jobs-school-basisonderwijs-vernieuwing-offarce.html .
17
lees verder ►►►
Tekst 2
"We willen een Hannah Arendtschool in plaats van een Steve
Jobsschool"
Verbaasd dat vrijwel alle politieke fracties van de Tweede Kamer – de PVV
uitgezonderd – de iPadschool van Maurice de Hond kritiekloos omarmen, stuurde ik
afgelopen dinsdag op Twitter dit berichtje over het onderwijs de wereld in: "We willen
Hannah Arendtscholen in plaats van iPadscholen. Dus: denken, dromen, leren,
verbeelden, verdiepen en docenten die mooie verhalen vertellen." Tot mijn
verrassing werd het bericht vrijwel meteen honderden keren gedeeld en
doorgestuurd op de sociale media en bereikte het binnen een etmaal vele
tienduizenden lezers. De nieuwe media bieden niet alleen de mogelijkheid een
bepaalde mening te toetsen, maar ook de kans mensen voor een bepaald doel te
mobiliseren. Op de filosofische LinkedIngroep Amor Mundi beloofde ik mijn bericht
toe te lichten als het een breed gehoor zou vinden. Dat gebeurde boven verwachting
en zo kwam ik in de paradoxale situatie terecht de moderne
communicatietechnologie kritisch tegen het licht te houden, terwijl ik er zojuist
optimaal gebruik van had gemaakt.
Kritische stellingen
Paradoxen lijken ons moderne bestaan te kenmerken. Binnen de filosofie hoeven
deze gelukkig niet onmiddellijk gladgestreken te worden, maar vormen ze juist een
belangrijk hulpmiddel om bepaalde kwesties scherper in het oog te krijgen. De vraag
die ik hieronder in een tiental kritische stellingen wil belichten, betreft onze
verhouding tot de nieuwe communicatietechnologie en de rol die deze binnen het
onderwijs zou moeten spelen. Hierbij laat ik mij inspireren door het gedachtegoed
van de filosofe Hannah Arendt.
1. Technologie behoort in het onderwijs een ondersteunend middel te zijn in plaats
van een doel op zich, zoals Maurice de Hond, medeoprichter van de iPadschool en
het 'Onderwijs voor een Nieuwe Tijd' (O4NT) bepleit. Van de technologie die in het
onderwijs gebruikt wordt, moet eerst onderzocht worden of ze wenselijk en
noodzakelijk is en welk doel ze dient. Als technologie het doel wordt, verwordt de
samenleving tot een technocratie, waarin elke menselijke maat verloren gaat, schreef
Hannah Arendt in 'The Human Condition' (1958).
2. Anders dan De Hond beweert, is leren iets anders dan 'gamen'. Naast de
ontwikkeling van diverse vaardigheden is leren ook inzicht verkrijgen en
kennisnemen van de culturele traditie. Een samenleving die geen belang hecht aan
cultuur gaat 'naar de filistijnen', meende Arendt. 'Onder cultuur verstaan we de
omgang met de minst nuttige en meest wereldlijke dingen: de werken van
kunstenaars, dichters, musici en filosofen'. De nieuwe generatie behoort door
onderwijs niet te worden opgeleid tot 'gamers', maar tot kenners van de cultuur.
Kennisnemen van de culturele traditie is niet 'saai', zoals De Hond beweert, maar
een voorwaarde om nieuwe culturele werken te vervaardigen.
3. Het kritiekloos omarmen van de digitale technologie ontneemt het zicht op
onderzoeken waarin wordt gewaarschuwd voor alle nadelige effecten, zoals
concentratiestoornissen, geheugenproblemen, hyperactiviteit, rusteloosheid,
18
lees verder ►►►
stressverschijnselen, onlineneurose, slapeloosheid en verslavingsgedrag. Geen
kritische vragen stellen, staat gelijk aan niet nadenken, meende Arendt, wat een
kenmerk is van ideologische verdwazing.
4. Ons woord 'school' stamt af van het Griekse 'scholè', dat 'rust', 'niets doen' en 'vrije
tijd' betekent. Sinds Plato gelden rust en aandacht als de belangrijkste voorwaarden
voor het denken. Pas als het brein zich in ontspannen toestand bevindt en geen
nieuwe input te verwerken krijgt, kan het creatief zijn en iets nieuws verzinnen.
Daarom begint Arendt haar boek 'Denken' (1973) met een citaat van Cato: 'Nooit is
de mens actiever dan wanneer hij niets doet.' Leerlingen op iPadscholen permanent
online laten zijn, is niet alleen een overbelasting van hun brein, met alle mentale
gevolgen van dien, maar ook een belemmering van de ontwikkeling van hun
cognitieve en creatieve vermogens.
5. De mens wordt volgens Hannah Arendt gekenmerkt door twee principes: nataliteit,
het voortbrengen van nieuwe inzichten en gezichtspunten, en pluraliteit, het
onderling van elkaar mogen verschillen. Beide principes zijn van wezenlijk belang
voor de samenleving, die daardoor dynamisch en democratisch van aard blijft. Deze
worden op een iPadschool bedreigd, omdat permanent zappen, surfen en
doorklikken het brein overprikkeld en overspannen maakt, waardoor de leerlingen
geen nieuwe inzichten kunnen ontwikkelen en het principe van nataliteit gevaar loopt.
Ook zullen de leerlingen binnen de door de industrie geprepareerde digitale formats
en games steeds meer hetzelfde denken, waardoor ook het principe van pluraliteit
onder druk komt te staan. Dit geldt uiteraard niet alleen voor leerlingen, maar voor
iedereen die voortdurend online is.
6. Denken richt zich volgens Hannah Arendt op wat nog niet gedacht, verwoord of
verbeeld is. Het onderscheidt zich van kennen en weten, want kennen en weten
richten zich juist op de reeds aanwezige feiten. Onderwijs zou niet alleen het
overbrengen van feitenkennis moeten zijn, maar ook het aanzetten en inspireren tot
nieuwe gedachten. Denken komt mijmerend, uit het raam starend, dagdromend tot
stand en niet achter een beeldscherm dat voortdurend nieuwe feiten op het brein
afvuurt.
7. De hele dag – en avond – voor een beeldscherm zitten heeft ook gevolgen voor
onze sociale vaardigheden en empathische vermogens, die voor sociale interactie
noodzakelijk zijn. 80 procent van een livegesprek bestaat uit non-verbale
communicatie. We peilen, onderzoeken, beschouwen en interpreteren het gezicht,
de houding en de gestes van onze gesprekspartner, waardoor we leren ons tot
anderen te verhouden. Als we uitsluitend via beeldschermen communiceren, verleren
we niet alleen deze sociale vaardigheden, maar worden we ook minder empathisch
en kunnen moeilijker echte verbintenissen met anderen aangaan, zegt onder andere
neurologe Susan Greenfield.
8. "Onze hoop is altijd gevestigd op het nieuwe dat elke generatie voortbrengt",
schreef Hannah Arendt in haar essay 'Crisis in Education'. "Maar juist omdat we onze
hoop hierop baseren, doen we alles teniet als we proberen het nieuwe zodanig onder
controle te krijgen, dat wij, de ouderen, degenen zijn die bepalen hoe het nieuwe
eruit zal zien. Juist in het belang van het nieuwe en revolutionaire dat in ieder kind
zit, moet het onderwijs in zekere zin conservatief zijn." Conservatief duidt hier op het
19
lees verder ►►►
belang van het bewaren, behoeden en koesteren van de culturele traditie.
Conservatief staat hier dus niet tegenover progressief, want het is Arendt juist altijd
om nataliteit als het principe van het nieuwe te doen, maar tegenover nihilisme,
materialisme en een overdreven geloof in technologische innovatie. De scepsis ten
aanzien van de moderne communicatietechnologie die we nu al bij de nieuwe
generatie twintigers aantreffen, getuige bijvoorbeeld het filmdebuut 'Disconnect'
(2013) van de jonge regisseur Henri Alex Rabin, zou ook door 50-plusinternetfanaten als Maurice de Hond serieus genomen moeten worden, alvorens zij
jonge leerlingen een digitaal schoolmodel opdringen.
9. Docenten dienen leerlingen niet alleen diverse vaardigheden en de culturele
traditie bij te brengen, maar hen ook met verhalen, mythen, poëzie, sagen, essays en
romans te inspireren tot het nieuwe. "De grenzen van de taal bepalen de grenzen
van de wereld", citeert Arendt Wittgenstein. Wil een samenleving dynamisch blijven,
dan moet het onderwijs gericht zijn op het verschuiven, vernieuwen en oprekken van
die taalgrenzen in plaats van alleen de instrumentele taal van games en internet aan
te bieden. Behalve geschiedenis, kunst en filosofie, behoren dus ook
literatuuronderricht en het vertellen van verhalen pijlers onder het onderwijs te zijn.
De docent is geen 'coach' die zappende leerlingen begeleidt, zoals De Hond wil,
maar een gespecialiseerde kracht, die met aandacht, gezag en kennis zijn beroep
uitoefent en de leerlingen weet te motiveren.
10. Ten slotte kunnen hier ook de nadelige fysieke aspecten van het iPadonderwijs
niet onvermeld blijven, zoals het verlies van de zintuiglijke ervaringen van het schrift,
van papier, inkt, verf en klei, die de verbeelding stimuleren en leerprestaties
bevorderen. Ook de gevolgen van het voortdurend stilzitten en naar een
beeldscherm turen, de muisarmen, verkrampte nekwervels, gewrichtsproblemen en
gevallen van migraine moeten punt van onderzoek zijn, voordat we Steve
Jobsscholen gaan oprichten. Wij – en de politieke bestuurders in Den Haag –
moeten, voordat we alweer een nieuw schoolmodel implanteren, ons eerst de vraag
stellen: wat doet de nieuwe technologie precies met ons? Het vorige 'nieuwe leren'model uit de jaren negentig werd zo'n fiasco dat er in 2008 een parlementair
onderzoek moest komen, dat vaststelde dat elke wetenschappelijke onderbouwing
ontbrak. Nu lijkt hetzelfde te gebeuren.
Onderzoek
Het terugdraaien van technologische ontwikkelingen acht ik even onmogelijk als
onwenselijk. Maar wel dienen we vooraf onderzoek naar de wenselijkheid van een
nieuw schooltype te verrichten. Zowel binnen als buiten het onderwijs moeten we
een juiste maat en houding tegenover de nieuwe technologie zien te vinden, opdat
deze niet met ons aan de haal gaat of, erger nog, ons de baas wordt. Vooralsnog
geldt hier het even eenvoudige als goedkope advies: bescherm je brein door
dagelijks enige uren offline te zijn.
Bron: Hermsen, J. (2013, 30 juni). "We willen een Hannah Arendtschool in plaats van een Steve
Jobsschool". De Volkskrant.
20
lees verder ►►►
Tekst 3
De iPadscholen moeten vooral rust creëren
Het dispuut heeft het grote publiek nog niet in zijn greep, toch is het een belangrijke
kwestie. De wedstrijd is begonnen. Wie zal er winnen: Hermsen of De Hond? De
wedijver richt zich op de wenselijkheid van de iPadschool, ‘Onderwijs voor een
Nieuwe Tijd’, of heel hip: O4NT, gepropageerd door Maurice de Hond. De Hond vindt
leren net zoiets als ‘gamen’ en denkt dat gebruik van leermethoden via de iPad de
kinderen bekwaam zal maken voor de nieuwe tijd.
Fundamentalisten
Tegenover de opvattingen van De Hond staan de opvattingen van diverse anderen,
waaronder die van de filosofe Joke Hermsen. Zij beroept zich op inzichten en
opvattingen van Hannah Arendt. Tussen de voor- en tegenstanders van de
onderwijsvernieuwing worden stevige verwijten afgewisseld. Die grote woorden
maken één ding duidelijk: de harde bewijzen van de voor- en tegenstanders zijn dun.
Weten versus snappen
Het is ontegenzeggelijk waar dat de digitalisering ons veel goeds heeft gebracht,
maar of we er nu werkelijk beter door zijn gaan leren? Zeker, voor leren is informatie
nodig. Maar informatie vergaren is slechts een deel van het leerproces. De informatie
moeten we kunnen evalueren en betekenisvol integreren in dat wat we al weten.
Naar mijn opvatting is er pas sprake van leren als het ons gedrag ook werkelijk
verandert. Wie heeft er geen kennis van de nadelige gevolgen van roken en
overmatig drankgebruik? Die kennis helpt lang niet iedereen. Of liever: we hebben de
kennis wel, maar de kennis heeft ons blijkbaar niets geleerd, want we blijven doen
wat we deden.
Leren vraagt rust
Rust en aandacht zijn voor leren essentieel, stelde Plato. Baseerde Plato zich nog op
door introspectie verkregen kennis, inmiddels zijn er vanuit neuropsychologisch
onderzoek wel wat aanwijzingen voor de juistheid van zijn gedachte. Als het brein
zich kan ontspannen door niet voortdurend nieuwe informatie te verwerken, ontstaat
het vermogen om nieuwe inzichten te verwerven. Terwijl we niets doen, blijft onze
geest actief, we krijgen in de gaten wat er allemaal voor ons geestesoog verschijnt.
Overbelasting door voortdurende prikkeling remt die creativiteit juist. Rust en
aandacht helpen ons betekenisvolle kennis te creëren. We worden ons bewust van
dat wat we nog niet eerder bedacht hadden, waardoor we verder komen dan alleen
weten. Rust en aandacht geven ons de gelegenheid zaken te begrijpen.
Informatie is geen kennis
Kennis is zaligmakend. Met diezelfde premisse hebben we bijvoorbeeld
kennisgemaakt toen bedrijven CRM-systemen2 gingen gebruiken. Uitgebreide klanten marktinformatie hebben gemaakt dat we veel, heel veel weten. Informatie is
koning. Maar al die informatie heeft onze sociale vaardigheden niet verbeterd en
daarom krijgen we allemaal regelmatig betekenisloze 'klantgerichte' mail, of worden
2
Customer Relationship Management: databasegegevens van klanten.
21
lees verder ►►►
we gebeld door accountmanagers die niet in ons welzijn, maar meer in onze
portemonnee geïnteresseerd zijn.
One size doesn't fit all
Het ene bedrijf weet vanuit de CRM-informatie echte kennis te genereren, terwijl het
andere bedrijf blijft steken in het domweg vullen van het systeem met nieuwe
informatie. Zo is ook het ene kind prima geschikt voor het vrijere montessorisysteem,
terwijl de ander floreert bij een strakke klassikale structuur. De vraag zou dan ook
niet moeten zijn wie de sterkste argumenten heeft in het onderwijsdebat, maar voor
wie welke vorm van leren het meest stimulerend is. Evenals bij bedrijven, geldt ook
voor scholen: "one size doesn't fit all." Als het bij A werkt, hoeft het bij B nog niet te
werken. De 'one size fits all'-gedachte is een vorm van denken die gebaseerd is op
informatie en niet op betekenisvolle kennis.
IPad en Ritalin
Als de Steve Jobsscholen in staat zijn rust te creëren, waarmee de nieuwe generatie
in staat blijkt te zijn zelf uit informatie kennis te creëren, dan zal het een mooi initiatief
blijken. Als de informatieoverdaad alleen maar toeneemt, zal dit nieuwe onderwijs
vooral onrust creëren. Gelukkig kunnen we de iPadkinderen daar ook weer mee
helpen. Dan zetten we hen collectief aan de Ritalin.3
Bron: (2013, 9 juli). De iPadscholen moeten vooral rust creëren. http://www.mt.nl/453/78637/brein-inbedrijf/de-ipad-scholen-moeten-vooral-rust-creeren.html .
De bovenstaande teksten zijn bewerkt om ze geschikt te maken voor dit examen. Dit is gebeurd met
respect voor de opvattingen van de auteur(s). Voor de oorspronkelijke tekst(en) kunt u terecht in de
vermelde bronnen. De Dienst Uitvoering Onderwijs is verantwoordelijk voor vorm en inhoud van dit
examen.
3
Ritalin: medicijn dat wordt voorgeschreven bij onder andere ADHD.
22
einde ■