March 24, 2014, Vaarwel vingerafdruk - SCS

BIOMETRIE
Vaarwel
Dit 3D-model kan zo gedraaid worden dat het met foto’s uit diverse perspectieven kan worden vergeleken.
Raymond Veldhuis in de proefopstelling van camera’s in een deurpost.
Onze identiteit is veel
scherper te controleren.
Dat kan ook nog eens
op een manier die de
privacy beter beschermt.
„Soms wil je alleen
maar weten of een
persoon al achttien jaar
is, of hij mag autorijden
of zich op een bepaalde
plek mag bevinden”,
zegt professor Raymond
Veldhuis, hoogleraar
biometrische
patroonherkenning aan
de Universiteit Twente.
Veldhuis en zijn
medewerkers zoeken
naar nieuwe technieken
en methodes die de
samenleving veiliger
maken zonder iedereen
binnenstebuiten te
keren.
door Martin Ruesink
foto’s Annina Romita
Met een laserscan wordt de vorm van een gezicht opgemeten.
8
Leven
De Twentsche Courant Tubantia
H
et is een eeuwig dilemma bij identiteitscontrole: Hoe zorg je
ervoor dat je iedereen naar binnen laat
die naar binnen mag én tegelijk
iedereen buiten houdt die dat
niet mag. „Leg je de toelatingseisen heel hoog, dan zul je ook relatief veel mensen weigeren die
wel naar binnen hadden gemogen”, zegt Veldhuis. „Andersom
zorgen lagere eisen er voor dat
niemand onterecht wordt geweigerd, maar dat tegelijk vaker
mensen door de controle kunnen glippen bij wie je dat liever
niet had gehad. Zo werkt het
met biometrie ook. Als je bij toegangscontrole eist dat iemands
gezicht erg lijkt op een referentieplaatje, kun je mensen onterecht weigeren.”
Veldhuis is gespecialiseerd in biometrische patroonherkenning,
gericht op unieke individuele eigenschappen van personen. De
vakgroep van Veldhuis werkt in
het Twentse Centrum voor Risicomanagement, Zekerheid en
Veiligheid samen met andere onderzoekers, overheden en bedrijven aan technieken en maatregelen die de samenleving veiliger
maken.
Een juiste balans tussen gebruiksgemak en veiligheid kan
veel meer tevreden gezichten opleveren, als de kans op fouten
wordt verkleind. Bijvoorbeeld
door de inzet van meerdere technieken tegelijk, zoals vingerafdrukken, gezicht- én irisherkenning. „Maar meerdere technieken inzetten kan weer meer tijd
en ongemak met zich meebrengen. Dat wil je niet overal. Dat
kun je opvangen met nieuwe
technieken, zoals een gezichten irisherkenning met behulp
van één opname. Alles draait erom de betrouwbaarheid te vergroten. Volledige zekerheid krijg
je nooit.”
Natuurlijk is er DNA, de vrijwel
unieke bouwtekening van ons
lichaam die tegenwoordig veel
wordt ingezet om misdaden op
te lossen. „DNA heeft een aantal
voordelen. Het is makkelijk te
verkrijgen. Je laat overal
DNA-sporen na. Op het koffiekopje waar je net uit hebt gedronken, bijvoorbeeld. Maar
DNA heeft ook grote nadelen als
instrument voor grootschalige
identificatie. In de eerste plaats
duurt het snel een paar uur voor
je DNA geïdentificeerd is. Ook al
vingerafdruk
zou dat door nieuwe technieken
kunnen worden teruggebracht
tot een paar minuten, dan is dat
nog niet handig als controlemiddel op een luchthaven of andere
plaatsen waar grote groepen
mensen snel gecheckt moeten
kunnen worden.”
Veldhuis ziet bovendien een nog
groter, inhoudelijk bezwaar tegen DNA als de nieuwe vingerafdruk. „DNA vertelt veel meer
dan strikt noodzakelijk is om iemands identiteit te controleren.
Je kunt er ook de kansen op het
krijgen van bepaalde ziekten uit
afleiden. Dat is informatie die
een ander niets aangaat en die
bijvoorbeeld niet bij verzekeraars of werkgevers mag terechtkomen.”
Er zijn gelukkig meer lichamelijke kenmerken die net zo persoonsgebonden zijn als je vingerafdruk of DNA, maar minder risico’s bevatten als middel voor persoonsidentificatie. Een van die
kenmerken ligt onzichtbaar verborgen onder onze huid. „Dat
zijn de aderen. Die liggen bij ieder mens in een ander patroon”,
zegt Veldhuis.
‘Gelukkig zijn er
meer lichamelijke
kenmerken die
persoonsgebonden
zijn’
Een scan van de aderpatronen,
bijvoorbeeld in de vinger, heeft
wat Veldhuis betreft potentie:
„Vingerafdrukken kunnen al vrij
makkelijk worden gestolen. Ik
zie dat gevaar bij aderpatronen
nog niet zo snel. Daarnaast doen
we onderzoek naar methoden
om de gegevens te versleutelen
die worden uitgelezen door een
camera of een scanner. Op die
manier kan niemand direct bij
jouw biometrische kenmerken
komen, maar worden de persoonsgegevens altijd indirect gecheckt.”
Ook in omgevingen zoals verpleeghuizen leeft de behoefte
aan herkenningssystemen die
veiligheid en privacy zo goed
mogelijk combineren. „De apparatuur voor dit soort systemen is
er al. Camera’s zijn tegenwoordig goed en betaalbaar. Het gaat
erom wat je er mee doet”, zegt
Veldhuis. „We hebben hier bijvoorbeeld een opstelling gemaakt van camera’s in deurposten, die alleen de doorgang bestrijken en verder niets van de
omgeving. Je kunt de programma’s zo instellen dat niemand
van het personeel weet wie er
door de deur loopt, maar alleen
af en toe een seintje krijgt dat er
iemand een ruimte verlaat of betreedt voor wie dat een risico is.
Bijvoorbeeld een dementerende
die dreigt te verdwalen.”
De zoektocht naar scherpe én afgebakende herkenningstechnieken leidt soms naar bijzondere
uitstapjes. Zoals onlangs in het
tv-programma Fotostudio De Jong
te zien was. Veldhuis en zijn medewerkers gebruikten hun kennis en technieken om te achterhalen of een jonge man op een
negentiende-eeuwse foto Vincent van Gogh zou kunnen zijn.
De Amerikaanse eigenaar van de
foto was daar namelijk heilig
van overtuigd.
„We hebben op basis van bekende foto’s van Van Gogh in de
computer een driedimensionaal
beeld van zijn gezicht opgebouwd. Dat doen we met een gezichtsmodel waarmee je diepte
in het beeld kunt berekenen”,
legt Veldhuis uit. Op het scherm
verschijnt het draaiende gezicht
van de beroemde schilder. Hier
en daar zijn zwarte vlekken zichtbaar. „Dat zijn plekken die net
niet op de foto’s zichtbaar zijn,
zoals de schaduw van de neus.”
Het 3D-model is vervolgens zo
gedraaid, dat de stand van het
hoofd overeenkwam met die op
de bewuste onbekende foto van
‘Van Gogh’. Op die manier ontstond een tweedimensionaal
beeld van het model dat met de
foto kon worden vergeleken.
„We weten nu vrijwel zeker dat
het om een andere man gaat. Er
was wat ons betreft gewoon te
weinig overeenkomst, hoewel de
man op het eerste gezicht wel
wat van Van Gogh weg heeft. De
eigenaar van de foto was niet blij
met de uitslag, dat snap ik wel.
Het blijft lastig hoor, vooral als
foto’s uit verschillende leeftijdsfases met elkaar moeten worden
vergeleken. Gezichten kunnen in
de loop der jaren behoorlijk veranderen.” 왗
Prof.dr.ir. Raymond Veldhuis houdt
op 17 april op de UT een oratie over
persoonsherkenning aan de hand
van biometrische eigenschappen.
De Twentsche Courant Tubantia
Leven
9