Collegeprogramma 2014-1018 Koersvast navigeren

“Koersvast navigeren”
College programma 2014-2018
1. INLEIDING ........................................................................................................... 4
2. BESTUUR EN DIENSTVERLENING ................................................................... 5
2.1
De regionale samenwerking en democratische legitimiteit................................ 5
2.2
Bestuurlijke vernieuwing ...................................................................................... 5
2.3
Burgerparticipatie en burgerinitiatieven .............................................................. 6
2.4
Stimuleren van overheidsparticipatie .................................................................. 6
2.5
Het imago van de bestuurscultuur in Halderberge ............................................. 7
2.6
Klantcontactcentrum (KCC) en informatieveiligheid .......................................... 8
2.7
De ambtelijke organisatie ..................................................................................... 9
3. OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID ................................................................ 11
3.1
De leefbaarheid in de kernen .............................................................................. 11
3.2
Buurtpreventie..................................................................................................... 12
3.3
Buitengewone OpsporingsAmbtenaren (BOA’s) .............................................. 12
3.4
Veiligheidsbeleid ................................................................................................. 13
3.5
Crisisbeheersing ................................................................................................. 13
4. OPENBARE RUIMTE ........................................................................................ 15
4.1
Openbare ruimte ................................................................................................. 15
4.2
Duurzame mobiliteit ............................................................................................ 15
4.3
Verkeer en vervoer .............................................................................................. 16
4.4
Zuidelijke omleiding en de doorgaande route Oudenbosch ............................ 17
4.5
Basisnet Spoor .................................................................................................... 17
4.6
Milieuvriendelijke gemeente ............................................................................... 18
5. RUIMTE EN ECONOMIE ................................................................................... 19
5.1
Ruimtelijk kader/Gewijzigde (provinciale) Verordening ruimte........................ 19
5.2
Ontwikkelingen in de kernen .............................................................................. 19
5.3
Grondexploitaties ................................................................................................ 20
5.4
Woningbouw........................................................................................................ 21
5.5
Huisvestingswet .................................................................................................. 22
5.6
Huisvesting arbeidsmigranten ........................................................................... 22
5.7
Economie ............................................................................................................. 23
5.8
Toerisme en recreatie. ........................................................................................ 24
6. MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING EN WELZIJN .............................. 25
6.1
De drie decentralisaties in het sociaal domein ................................................. 25
6.1.1
Decentralisatie AWBZ.................................................................................................... 25
6.1.2
6.1.3
Decentralisatie Jeugdzorg ............................................................................................. 25
Participatiewet ............................................................................................................... 26
6.2
Volksgezondheid ................................................................................................. 26
6.3
Armoedebeleid en schuldhulpverlening ............................................................ 27
6.4
Samenwerking ..................................................................................................... 28
6.5
Cultuur ................................................................................................................. 28
6.6
Sportbeleid .......................................................................................................... 29
6.7
Subsidiebeleid ..................................................................................................... 30
7. ONDERWIJS EN JEUGD .................................................................................. 31
7.1
Aansluiting onderwijs - arbeidsmarkt ................................................................ 31
7.2
Passend onderwijs en Leerlingenvervoer ......................................................... 31
7.3
Onderwijshuisvesting ......................................................................................... 31
8. FINANCIËN ....................................................................................................... 33
8.1
De begroting en de jaarrekening ........................................................................ 33
8.2
Financiële Verordening artikel 212 Gemeentewet............................................. 33
8.3
Financieel solide ................................................................................................. 33
9. HERIJKINGSMOMENTEN ................................................................................ 35
1. INLEIDING
Met het vaststellen van het coalitieakkoord “Verantwoordelijkheid en vertrouwen!” is de koers
van de gemeente Halderberge voor de komende jaren bepaald. Het coalitieakkoord heeft de
richting aangegeven. De nadere uitwerking van de geformuleerde ambities en de daaraan
gerelateerde activiteiten vindt plaats in dit collegeprogramma “Koersvast navigeren”.
Wij kiezen de komende jaren voor een collegiaal bestuur met de volgende
portefeuilleverdeling:
• Maatschappelijke ontwikkelingen en de drie decentralisaties
• Ruimtelijke ontwikkeling
• Middelen en beheer openbare ruimte
• Beleid openbare ruimte, milieu, economische zaken, toerisme en sociale zaken
• Bestuur en handhaving
De verbijzondering van de diverse onderwerpen treft u in de volgende hoofdstukken aan.
Waar dit al ingeschat kan worden, geven wij u een raming van de kosten die verbonden zijn
met de uitwerking van onderdelen van het collegeprogramma. Voor de indeling van het
collegeprogramma is de indeling van het coalitieakkoord aangehouden. De actiepunten
worden ten behoeve van de begrotingsbehandeling nader uitgewerkt.
De komende jaren zijn de gemeentelijke financiën belangrijke kaders waarbinnen de koers
van onze gemeente bepaald dient te worden. Flexibiliteit in de keuze van bestemmingen is
hierbinnen een terugkerend thema, omdat de koers zo nu en dan bijgesteld zal moeten
worden. De komende jaren vraagt de uitvoering van de nieuwe taken, samenwerking in
welke vorm dan ook en een beperkt budget de nodige inventiviteit. Het meerjarenperspectief
in ogenschouw nemende, blijkt dat wij een sluitend meerjarenperspectief kunnen bieden
door te bezuinigingen en om te buigen.
Om de ambities die zijn opgenomen in het coalitieakkoord te kunnen realiseren en de
benodigde financiële middelen hiervoor beschikbaar te maken, is het van belang om een
aantal parameters te benoemen waaraan gesleuteld kan worden op daarvoor vastgestelde
momenten of wanneer de situatie hierom vraagt. Deze parameters zijn:
• Nieuw voor oud beleid;
• Goede planning en afronding van huidige projecten;
• Fasering;
• Vinger aan de pols door jaarlijkse herijking van het collegeprogramma de komende
vier jaar.
Bij het bijstellen van deze zaken ten opzichte van de vorige collegeperiode is ook
noodzakelijk gelet op de beschikbare middelen t.w. budget en personele capaciteit. De
ruimte is beperkt, vanwege de voorgaande ronde van bezuinigingen, de krimp in de formatie,
de opgave in het coalitieakkoord van een verdere krimp met vier fte en de opgenomen
efficiencykorting (waarschijnlijk ook personele inzet).
Kortom; een uitdaging om de komende jaren met elkaar het schip op koers te houden.
Vanwege de vele ontwikkelingen en de beperkte middelen stellen wij u ook voor om het
proces rondom de uitvoering van het collegeprogramma jaarlijks bij te sturen. In dit
collegeprogramma is hiervoor een procesvoorstel opgenomen.
4
2. BESTUUR EN DIENSTVERLENING
2.1
De regionale samenwerking en democratische legitimiteit
Er wordt al volop ingezet op regionale samenwerking. De komende periode betrekken wij de
gemeenteraad nog meer bij regionale samenwerkingsverbanden en ander
samenwerkingsvormen. De lijn van het actief zoeken naar regionale en subregionale
samenwerking (al dan niet in de vorm van Shared Services), het vormen van een regionale
kennispool en het bevorderen van de inzet van personeel uit de regio blijft een
aandachtspunt.
Het onderwerp intergemeentelijke samenwerking is sterk in beweging. Het rapport
Veerkrachtig Bestuur, uitgebracht door de Provincie Noord Brabant, vormt hiertoe een
aanleiding. Daarnaast is er sprake van veel bestaande samenwerkingsverbanden en diverse
voorbereidingen en/of verkenningen waar de gemeente Halderberge bij betrokken is. Dit
maakt regionale samenwerking en daaraan gerelateerd de democratische legitimiteit een
belangrijk onderwerp om meer richting aan te geven. Het structureren van de
samenwerkingsverbanden is de komende jaren een belangrijk onderwerp.
Op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt momenteel in verband
met de kwaliteitscriteria voor de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO)
onderzocht of en hoe een eventuele samenwerking kan worden vormgegeven. De
verwachting is namelijk dat wij bij een zelfstandige uitvoering niet aan de kwaliteitscriteria
kunnen voldoen. Er worden momenteel in de regio twee onderzoeken uitgevoerd over dit
onderwerp. De gemeente Halderberge neemt samen met de gemeenten Roosendaal,
Zundert, Rucphen, Etten-Leur en Moerdijk deel aan één onderzoek naar mogelijke
samenwerkingsscenario’s. Het andere onderzoek wordt uitgevoerd voor alle gemeenten die
deelnemen aan de Omgevingsdienst West Brabant. Lopend onderzoek naar opschaling
RAWB samen met Roosendaal en Bergen op Zoom met name om digitalisering goed op te
kunnen pakken. Vooralsnog gaat de voorkeur van het college uit naar de eerste variant.
Op het gebied van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) bevindt samenwerking
zich in het stadium van voorbereidend overleg/verkennend niveau.
De samenwerking van de BERM gemeenten ten aanzien van een gezamenlijk
klantcontactcentrum (KCC) volgen wij ook op de voet. De BERM gemeenten zijn van plan
om in een later stadium andere gemeenten in de gelegenheid te stellen om aan te haken bij
deze samenwerking. Dit heeft ook betrekking op automatisering en informatisering.
Maatschappelijk effect
Nieuwe taken in de samenwerking met andere gemeenten op pakken onder verlaging van
kwetsbaarheid (en financiële risico’s).
Financiën
De expertise om een dergelijke visie te ontwikkelen is deels beschikbaar, maar
ondersteuning is nodig. De verwachting is dat daar een budget van € 30.000, - voor nodig is.
Dit budget is nodig voor het proces om een visie uit te stippelen en te begeleiden. Gedacht
wordt aan een proces waarbij dit verkend wordt met bewoners, bedrijven en
maatschappelijke instellingen.
2.2
Bestuurlijke vernieuwing
Bestuurlijke vernieuwing gaat over de wijze van samenwerking tussen college/raad en
ondernemers, inwoners en het maatschappelijk middenveld. Het betreft ook de relatie tussen
5
het college met de gemeenteraad en de vorm en wijze van vergaderen. De gemeente is toe
aan de volgende fase van bestuurlijke vernieuwing.
Wij verzoeken het seniorenconvent zich te buigen over ‘de manier en vorm waarop we
vergaderen’. Spreektijden, termijnen, commissievoorzitters ‘van buiten’, trainingen; alles is
bespreekbaar. Ook wordt bekeken of uitzendingen via de HOS en/of internet mogelijk zijn.
Het papierloos vergaderen krijgt nog verder vorm. De aanschaf van een nieuw
raadscommunicatiesysteem wordt zo veel als mogelijk publieksvriendelijk en geïntegreerd
ingericht.
Er wordt gedacht over het instellen van een burger-internetforum, een uitwerking volgt in de
vorm van een voorstel. Betrokkenheid van de burger bij de politiek is een gezamenlijk
aandachtspunt voor college en raad.
Maatschappelijk effect
‘De politiek’ is voor onze inwoners toegankelijk. De vorm en wijze van vergaderen van de
commissies en de raad is nieuw leven ingeblazen.
Financieel
Het budget voor raadscommunicatiesysteem is opgenomen in de huidige begroting.
2.3
Burgerparticipatie en burgerinitiatieven
Burgerparticipatie is al bestaand beleid van de gemeente Halderberge, zoals in de advisering
wordt meegenomen. Burgerparticipatie is geen doel op zich, maar een middel om de
inwoners, ondernemers en (sport)verenigingen intensiever te betrekken bij de
totstandkoming en uitvoering van gemeentelijk beleid. Er wordt een actualisatie van de
beleidsnota burgerparticipatie voorbereid. Hier wordt ook de raad en gemeentelijke
organisatie bij betrokken. Bij burgerparticipatie wordt door het gemeentebestuur vooraf en
per onderwerp vastgesteld op welk moment de inwoners, ondernemers en
(sport)verenigingen betrokken worden en welke invloed zij daarbij zullen hebben, variërend
van informeren tot aan meebeslissen. Versterkte burgerparticipatie is vanzelfsprekend in het
licht van de transitie naar de ‘participatiemaatschappij’.
Maatschappelijk effect
Betrokkenheid van inwoners, bedrijven en instellingen bij het beleid en uitwerking van
allerhande vraagstukken waar het gemeentebestuur voor staat. Het is wel van belang de
verwachtingen over de vorm van burgerparticipatie en de invloed goed vooraf kenbaar te
maken over wanneer participatie plaatsvindt en welke rol en verantwoordelijkheid
deelnemers daarbij krijgen.
Financieel
Een deel kunnen wij realiseren met de bestaande formatie en binnen de beschikbare
budgetten. Het realiseren van één aanspreekpunt voor burgerinitiatieven is nieuw beleid, dit
mondt uit in een voorstel waarin verschillende ambitieniveaus worden beschreven met
bijbehorende consequenties.
2.4
Stimuleren van overheidsparticipatie
Dit is nieuw beleid en als zodanig niet gepland in de werkzaamheden. De verwachting is dat
er een aantal zaken nodig zijn. Er wordt een plan van aanpak geschreven. Als de contouren
bepaald zijn, dan moet er een implementatietraject plaatsvinden. In dit traject zit ook scholing
en bewustwording van de ambtelijke organisatie en bestuur. Al met al een proces met
6
begeleiding en een doorlooptijd van één jaar. In het voorstel worden het ambitieniveau en de
consequenties meegenomen. Ten aanzien van het ambitieniveau wordt er een keuze
voorgelegd. Versterkte overheidsparticipatie is vanzelfsprekend in het licht van de transitie
naar de ‘participatiemaatschappij’. Wij nodigen de raad uit met het college van gedachte te
wisselen om zo met elkaar vorm en inhoud te geven aan dit onderwerp.
Incidenteel is een bedrag van € 10.000, - noodzakelijk voor externe ondersteuning.
Maatschappelijk effect
Door overheidsparticipatie wordt de eigen kracht van inwoners beter benut. Inwoners pakken
zelf dingen aan in het publieke domein (o.a. beheer openbare ruimte) en komen daarbij de
overheid tegen. De overheid haakt vervolgens zelf aan bij de ideeën of initiatieven. Effecten
zijn een breder gedragen beleid en legitimiteit. Door deze vorm van samenwerken, waarbij
inwoners taken en verantwoordelijkheid overnemen (op aangeven van de gemeente of door
zelf een initiatief te starten) wordt verantwoordelijkheid verdeeld en ruimte gecreëerd voor
innovatieve en creatieve oplossingen.
Financieel
In tegenstelling tot burgerparticipatie kan het initiatief bij de burgers liggen. De overheid
participeert, doet mee en, is partner in initiatieven van inwoners. Een belangrijke vraag hierbij
is: op welke wijze kan de overheid het beste aansluiten bij initiatieven uit de samenleving en
ideeën van inwoners? Dat heeft een andere rolneming en cultuuromslag (houding en
gedrag) tot gevolg. Het thema leefbaarheid, waarbij wordt toegewerkt naar
accountmanagers/ambassadeurs om beter aan te sluiten bij initiatieven uit de samenleving
en deze te stimuleren, is onlosmakelijk verbonden met burgerparticipatie en
overheidsparticipatie. Het ligt in de lijn om deze thema’s samen op te pakken (zie 4.1
leefbaarheid).
2.5
Het imago van de bestuurscultuur in Halderberge
De afgelopen periode is al een start gemaakt met bestuurlijke vernieuwing en het verbeteren
van het imago. De invoering van burgerparticipatie en ‘prettig contact’ zijn sprekende
voorbeelden hiervan. Prettig contact houdt in, het gesprek aangaan met partijen in geval van
bezwaar en beroep. In deze collegeperiode zal ‘prettig contact’ in een eerdere fase worden
toegepast. Bestuurlijke vernieuwing heeft voor ons een duidelijke relatie met de onderdelen
leefbaarheid, overheids- en burgerparticipatie en regionale samenwerking.
Respect, vertrouwen, betrouwbaarheid en eerlijkheid. Dit zijn de Halderbergse kernwaarden.
In het vierde kwartaal van 2014 volgen college en raad een dilemma training op het gebied
van integriteit. Een werkgroep vanuit de raad gaat dit begeleiden.
In het jaarlijks vergaderschema worden meer momenten opgenomen dat raad en college
naar buiten treden. Bijeenkomsten van de gemeenteraad zijn openbaar. Samen met de HOS
wordt bekeken hoe vergaderingen en bijeenkomsten van de gemeenteraad
publieksvriendelijker en toegankelijker kunnen worden gemaakt: “Leuker kunnen we het niet
maken, wel makkelijker (te volgen)”.
In overleg met de afdeling communicatie wordt een strategie ontwikkeld over hoe ‘de politiek’
in Halderberge anders/beter in de markt kan worden gezet. Kern hierbij is dat goed wordt
uitgedragen ‘wat voor raad we willen zijn’ en dat ook waarmaken.
Plan van aanpak imagoverbetering schrijven via team communicatie.
In het kader van de nieuwe bestuursperiode gaat het college op bezoek bij alle kernen om op
een positieve manier kennis te maken met de inwoners en verenigingen.
7
Wij nodigen de pers uit om voor de duur van een halfjaar te experimenteren met het houden
van een persgesprek. Het college organiseert regelmatig, bijvoorbeeld eens per week, een
persgesprek.
Maatschappelijk effect
Het streven is meer vertrouwen in de politiek te bewerkstelligen wat leidt tot een positieve
uitstraling.
2.6
Klantcontactcentrum (KCC) en informatieveiligheid
Onder het huidige programma Dienstverlening is een aantal zaken beschreven. Doel van dit
programma is dienstverlening, bedrijfsvoering en organisatieontwikkeling verder te
verbeteren: nog beter en slimmer presteren.
De uitwerking van het Klantcontactcentrum (KCC), informatiebeveiliging en uitvoering van
het beveiligingsbeleid maakt hier onderdeel van uit. Het programma is echter veel breder.
Ook digitalisering valt hieronder. De ontwikkeling van de diverse nieuwe onderdelen van
dienstverlening die vallen onder de programmasturing zijn opgenomen in het programma.
Het beheer wordt vervolgens overgedragen aan de staande organisatie. Het Halderbergs
Contact Centrum (HCC) gaat 1 januari 2015 van start. Het wordt ingezet als groeimodel en
de diverse kanalen waaronder post, website, telefonie en balie volgen ieder een eigen
traject. We volgen de ontwikkelingen bij de BERM gemeenten en beoordelen regelmatig of
wij kunnen aanhaken dan wel materieel gelijk kunnen schakelen.
Zoals al eerder opgemerkt is er aandacht voor de inhoudelijke ontwikkeling van de kanalen:
Digitaal kanaal
Telefonie
Balie
:
:
:
Postproces
:
ontwikkelen nieuwe website;
kwaliteitshandvest, metingen en nieuwe wijze van telefoneren;
100 % Werken op afspraak met ruimte voor individuele vrije inloop,
waarbij nadrukkelijk gestuurd wordt op werken op afspraak voor alle
producten. Harmonisatie en flexibilisering van de openingstijden is
het streven;
reorganiseren en lean maken en verder digitaliseren met goede
voortgangsbewaking.
Verdergaande digitalisering in Halderberge is reeds ingezet en de komende jaren moet nog
een behoorlijke inhaalslag worden gemaakt. Het doel van digitalisering is efficiënt en effectief
werken, door middel van te zorgen voor eenmalige invoer van gegevens, meervoudig
gebruik. Deze gegevens kunnen ook benaderd worden anytime, anywhere, with any device.
Hierdoor verbeteren wij de dienstverlening van zowel onze organisatie als klanten (inwoners,
bedrijven, instelling en gebruikers).
Informatiebeveiligingsbeleid is vastgesteld, een uitwerkingsplan volgt.
Basisregistratie grootschalige topografie. Dit is een forse opgave met een grotere impact dan
de invoering van de BAG heeft gehad. Overheidsparticipatie en burgerparticipatie en
burgerinitiatieven kunnen ondersteund worden door digitalisering. Denk aan burgerpanels,
social media.
Maatschappelijk effect
Voldoen aan de wettelijke eisen voor een KCC en de basisregistraties en zorgen voor een
digitale organisatie die dit mogelijk maakt. De bedrijfsvoering efficiënt en effectief inrichten
waarbij digitalisering een middel is om uiteindelijk onze dienstverlening ten dienst te staan.
8
Financieel
De verwachting is dat er de komende jaren meer middelen nodig zijn voor de informatisering
en digitalisering van onze organisatie. Er zijn in het verleden middelen ter beschikking
gesteld en die hebben ertoe geleid dat wij qua wettelijke eisen tot op heden de zaken op
orde hebben. Er zijn wettelijk gezien nog een aantal taken die op ons afkomen die maken
dat wij nog meer investeringen moeten doen om ons digitale landschap op orde te krijgen en
te houden. De nieuwe basisregistraties maken daar ook deel van uit. De verwachting is dat
er de komende jaren wel stortingen in de reserve dienstverlening nodig zijn. Wij bereiden
een voorstel voor het laatste kwartaal van 2014 met de gevolgen voor het
meerjarenperspectief.
2.7
De ambtelijke organisatie
De organisatie is de afgelopen jaren sterk in beweging geweest en het
organisatieontwikkelingstraject heeft een grote impact. Dienstverlening is ons centrale
sleutelbegrip. In de komende collegeperiode krijgt de verbetering op het gebied van Bouwen
en Wonen (integraal werken, accountmanagers en snellere vergunningverlening) en kortere
procedures extra aandacht.
De organisatieontwikkeling is ingezet waarbij de genoemde gewenste cultuurkenmerken zijn
te herleiden naar de volgende sleutelbegrippen: openheid, vertrouwen, leiderschap en
samenwerken (integraliteit). Ook de komende jaren is aandacht nodig voor de cultuur van de
organisatie.
Het is van belang een goede koers en visie te hebben over de richting die Halderberge de
komende jaren gaat inslaan met betrekking tot de samenwerking met andere gemeenten.
Ook is het van belang om de organisatie verder te richten op burgerparticipatie en
overheidsparticipatie, de rolneming van de gemeente.
In ieder geval voorzien wij dat de volgende thema’s spelen:
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Politiek bestuurlijk inlevingsvermogen;
Verbetering dienstverlening;
Digitalisering;
Projectmatig werken;
Halderbergse School:
De ‘Halderbergse School’ is erop gericht dat alle gemeentelijke werknemers in de
gelegenheid worden gesteld om zich verder te ontwikkelen en hun talenten verder te
ontplooien;
Lean maken processen:
Organisatiebreed worden de gemeentelijke werkprocessen systematisch onder de
loep genomen en verbeterd;
Risicomanagement;
Arbeidsmobiliteit;
Verlengd lokaal bestuur;
Regionale samenwerking ISD;
Beperkte capaciteit door krimp in formatie;
Het financieel kader;
Decentralisaties;
Regiegemeente:
De rol van de gemeente verandert doordat er steeds vaker een verschuiving
plaatsvindt van uitvoerend naar aansturend (regierol).
9
Maatschappelijk effect
De ambtelijke organisatie is beperkt van omvang en flexibel inzetbaar. Organisatie en
medewerkers moeten in kunnen spelen op de omgeving. Inlevingsvermogen en
klantgerichtheid zijn van belang. Klantgerichtheid, samenwerking en kostenbewustheid
blijven belangrijke thema’s.
Financieel
De organisatieontwikkeling is in gang gezet. Het budget organisatieontwikkeling biedt de
komende jaren weinig ruimte om in het kader van flankerend beleid of mobiliteit zaken op te
pakken. De uitstroom van vier fte en de efficiencykorting zal vooralsnog niet met middelen uit
dit budget mogelijk zijn. Ten aanzien van de (reserve) organisatieontwikkeling wordt een
voorstel uitgewerkt.
10
3. OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID
3.1
De leefbaarheid in de kernen
De gemeente Halderberge wil de veiligheid en leefbaarheid in de verschillende wijk- en
dorpskernen door een integrale aanpak van sociale en fysieke aspecten van veiligheid
samen met haar ketenpartners verbeteren. Het is van belang om meer samenhang en
verbinding aan te brengen in het beleidsveld veiligheid. Dit levert versterking voor het gehele
beleid op. Het handhavingsbeleid is in de afgelopen jaren al geïntensiveerd. Het vaststellen
van een handhavingsbeleid en het uitvoeringsbeleid inclusief het aanstellen van BOA’s wordt
steeds verder ingevuld en verdiept in de komende collegeperiode.
Het programma leefbaarheid legt de verbinding tussen lopende projecten en initiatieven op
het gebied van leefbaarheid, stimuleert burgerparticipatie en creëert ruimte voor
overheidsparticipatie om leefbare kernen en wijken te behouden en burgerkracht te
vergroten. Bij burgerparticipatie ligt het initiatief bij de overheid. Het gaat dan vooral om het
betrekken van burgers bij beleid. Overheidsparticipatie redeneert andersom: de overheid
stimuleert, participeert en schept ruimte voor initiatieven. Bij overheidsparticipatie komt het
initiatief vanuit de inwoners en het daadwerkelijk samen doen. Dat vraagt een andere rol
voor zowel een gemeente als voor de inwoners.
Als het gaat om overheidsparticipatie wordt geconstateerd dat inwoners steeds vaker
verantwoordelijkheid voor elkaar en voor hun (leef-)omgeving nemen. Dat laatste heeft
invloed op de leefbaarheid en er ontstaat een nieuwe vorm van samenwerking tussen
inwoners en gemeente. Er gebeurt al veel in de gemeente in een nieuwe vorm van
samenwerken, denk bijvoorbeeld aan buurtpreventie in diverse kernen, een
samenwerkingsconvenant met de Samenstichting Stampersgat of het betrekken van
inwoners bij de openbare ruimte. Vanuit het programma leefbaarheid wordt gewerkt aan de
wijze waarop de gemeente het beste kan aansluiten bij initiatieven uit de samenleving en
ideeën van inwoners. Vragen die hierbij spelen, zijn: Wat ging in Halderberge de afgelopen
jaren goed wanneer het gaat om burger- en overheidsparticipatie? Waar ligt de kracht in
Halderberge om verder te gaan met overheidsparticipatie en welke rolneming past hierbij?
Om met elkaar aan de slag te gaan is het van belang om de consequenties bespreekbaar te
maken van overheidsparticipatie en de verandering in rollen van de ambtelijke organisatie,
bestuurders, gemeenteraad, inwoners, verenigingen en andere partijen. Hier wordt door het
organiseren van een symposium over burgerparticipatie/overheidsparticipatie door het
college samen met de raad verder vorm en inhoud aan gegeven.
Hierna zal er een visie op overheidsparticipatie geformuleerd worden en een plan van
aanpak (zie 3.3 en 3.4).
Met betrekking tot het houden van leefbaarheidsscans wordt een voorstel opgesteld waarbij
de bestaande mogelijkheden om te signaleren worden meegenomen en de benodigde
financiële middelen. Er kan namelijk gebruik gemaakt worden van bestaande middelen zoals
het meldpunt openbare ruimte, de ‘buiten beter app’ en de integrale veiligheidsmonitor.
Hieruit worden meldingen met betrekking tot de leefomgeving gesignaleerd en de beleving
van leefbaarheid (en veiligheid) gemeten. Daarnaast hebben de medewerkers van de
buitendienst ook een grote signaleringsfunctie.
Maatschappelijk effect
Een goede signalering leidt tot het gericht inzetten van het (beperkte) beheerbudget,
waardoor de leefbaarheid gericht wordt verhoogd.
11
Financieel
Als in het voorstel gekozen wordt voor leefbaarheidsscans, dan moet hiervoor budget
beschikbaar komen.
3.2
Buurtpreventie
In de gemeente Halderberge zijn nu drie buurtpreventieteams operatief, Bovendonk, Albano
en Velletri. De gemeente heeft ten aanzien van buurtpreventie een faciliterende rol. De wijze
van faciliteren is omschreven in de handleiding buurtpreventie. Daarnaast wordt de opstart
van nieuwe teams gestimuleerd. De gemeente ondersteunt buurtpreventieteams en helpt
nieuwe buurtpreventieteams op te zetten op initiatief van de bewoners uit een wijk of buurt.
Buurtpreventie is onderdeel van het integrale veiligheidsbeleid.
Maatschappelijk effect
Betrokkenheid van bewoners van de wijk bij de veiligheid en leefomgeving. Buurtpreventie
draagt bij aan het creëren en in stand houden van een veilige en leefbare buurt en met name
de sociale veiligheid. Eveneens wordt de sociale cohesie versterkt door een actieve
participatie van bewoners uit de wijk.
Financieel
Er wordt een voorstel voorbereid waarin wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om
buurtpreventie uit te kunnen breiden in Halderberge. De handleiding buurtpreventie wordt
daarbij gevolgd. Binnen de huidige formatie en het beschikbare budget kunnen twee tot drie
teams per jaar worden opgestart.
3.3
Buitengewone OpsporingsAmbtenaren (BOA’s)
Halderberge heeft sinds kort buitengewone opsporingsambtenaren in dienst. Hiermee is een
grote impuls gegeven aan het gemeentelijk handhavingsbeleid. De beschikbare capaciteit is
echter niet voldoende om alle gewenste activiteiten uit te voeren. Er dienen prioriteiten te
worden gesteld en voor een aantal onderwerpen is geen capaciteit beschikbaar.
Het gaat hierbij met name om parkeren, APV en Drank- en Horecawet.
In het handhavingsprogramma is beperkte formatie opgenomen. Voor de uitvoering van het
gehele handhavingsprogramma is vier fte nodig. Hiernaast wordt een advies gemaakt
waarbij handhaving en de inzet van Boa’s opnieuw wordt beoordeeld, in relatie tot het
vastgestelde beleid en de wens tot intensivering. In dit advies wordt een begroting opgesteld,
waarin de structurele kosten voor onder andere voor kleding, vervoer en veiligheid
opgenomen zijn.
Maatschappelijk effect
De handhaving van de vastgestelde (wettelijke) regelingen kan dan programmatisch
vormgegeven worden.
Financiën
Er wordt een advies voorbereid voor de uitbreiding van het aantal buitengewone
opsporingsambtenaren. Er is geen budget beschikbaar. Bepaalde zaken zijn nu niet
meegenomen in de huidige budgetten, bijvoorbeeld de structurele kosten voor kleding en
dergelijke. Ook worden mogelijke voorstellen tot dekking meegenomen in de advisering.
12
3.4
Veiligheidsbeleid
Een conceptplan voor een nieuw integraal veiligheidsplan 2015-2018 wordt ter vaststelling
aangeboden. In het beleidsplan worden de regionale ambities meegenomen. Voor de
bestuurlijke aanpak van criminaliteit is het noodzakelijk om te komen tot een lokaal
informatiepunt. Er komen meer taken bij de gemeentelijke overheid te liggen en de regierol
op veiligheid wordt steeds verder uitgebreid. De politie en brandweer richten zich steeds
meer op hun basistaken. Ook op de brandveilige leefomgeving komt een extra accent.
Bovenlokale (gemeenschappelijke) vraagstukken worden op districtsniveau opgepakt. Het
district vormt het afstemmingsniveau waarop de herkenbaarheid met de lokale problematiek
het grootste is en het biedt voldoende volume om met elkaar tot betekenisvolle uitwisseling
en gemeenschappelijke aanpakken te komen. Op het niveau van het basisteam is er een
periodiek gepland overleg tussen de burgemeesters, de (gebieds)officier van justitie en de
teamchef. Hierdoor vindt steeds meer een intensievere aanpak van veiligheidsvraagstukken
op subregionaal niveau plaats.
Maatschappelijk effect
De inzet van dit beleid en de gezamenlijke agenda hebben tot doel de veiligheid in
Halderberge te verhogen.
Financieel
In het beleidsplan worden de regionale ambities meegenomen. Bij opbouw van de regierol
op het gebied van veiligheid, extra taken en accenten op de bestuurlijke aanpak van
criminaliteit, samen delen van informatie en intensievere subregionale samenwerking en
aanpak van gemeenschappelijke veiligheidsthema’s, wordt in het nieuwe integrale
veiligheidsplan 2015–2018 eventuele behoefte aan meer personele capaciteit meegenomen.
Tevens wordt er een lokaal informatiepunt ingericht. Door een informatiecoördinator moet
beheerd worden welke extra kosten en capaciteit het met zich meebrengt om informatie
gestructureerd te verzamelen, verwerken en delen.
3.5
Crisisbeheersing
Wij werken inmiddels vanuit het regionaal crisisplan en oefenen regelmatig. Er wordt actief
invulling gegeven aan dit beleidsonderdeel en de samenwerking wordt gezocht.
Het regionaal crisisplan en de verdere doorontwikkeling i.c. professionalisering van de
gemeentelijke taak binnen de crisisbeheersing (bevolkingszorg) is aanleiding om intensief
samen te werken met de zeven gemeenten binnen ons district om aan de basisvereisten
crisismanagement te voldoen. Daarnaast zijn er taken die regionaal door de Veiligheidsregio
worden uitgevoerd, zoals planvorming en de bemensing, opleiding en training van regionale
teams.
Het transport van gevaarlijke stoffen per spoor is een scenario dat kan worden geoefend. Er
wordt bekeken op welke wijze dit mede in relatie tot het opleidings- en oefenbeleidsplan van
de Veiligheidsregio kan worden ingevuld.
De wens om invulling te geven aan een grootschalige rampenoefening wordt in beeld
gebracht waarbij alle effecten worden belicht (impact op inwoners en op ambtelijke
organisatie).
Maatschappelijk effect
Verhogen van de veiligheid en een meer geoefende ambtelijke organisatie.
13
Financieel
Aan de voorbereiding van een grootschalige rampenoefening zijn niet-begrote kosten
verbonden. Deze worden vermeld bij de uitwerking van de wens tot het houden van een
grootschalige oefening.
14
4. OPENBARE RUIMTE
4.1
Openbare ruimte
Het uitgangspunt van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is sober en
doelmatig. Het budget staat onder druk, dit vraagt om inventiviteit in het zoeken naar de
integraliteit in beleid van grijs, groen en blauw. Een beleidsnotitie wordt opgesteld. Dit is een
belangrijk onderwerp de komende collegeperiode.
Het inrichten van de openbare ruimte op sobere wijze wordt nu verder uitgerold. Een
voorbeeld hiervan is het omvormen van onderhoudsintensief groen (bijv. hagen en
groenperken) naar onderhoud extensief groen (gazon).
Inventiviteit, samenwerking, de inzet van burgerparticipatie en overheidsparticipatie kunnen
op onderdelen een bijdrage leveren om ons budget zo efficiënt mogelijk in te zetten. Er wordt
overigens nu op dit gebied met onze inwoners samengewerkt. Maar niet alleen inwoners,
ook bedrijven worden betrokken bij hun eigen omgeving. In die zin is er sprake van verdere
ontwikkeling van bestaand beleid, waarbij de verworvenheden ten aanzien van de
participatie van de burger (vooral bij groen) worden meegenomen. Er moet voortdurend een
afweging worden gemaakt tussen een structurele en een incidentele vorm van beheer en
onderhoud. Het verkopen van groenstroken kan hierbij bijdragen aan minder behoefte aan
onderhoud. Dit betekent dat naast de gehanteerde CROW normen er sprake moet zijn van
maatwerk afhankelijk van de feitelijke staat van de buitenruimte.
In 2014 gaan wij in overleg met twee wijkverenigingen en wordt de inrichting en
onderhoudstoestand van de groene buitenruimte besproken. Doel is om de bewoners
medeverantwoordelijk te maken voor de kwaliteit van het groen. Als deze proef slaagt, wordt
deze werkwijze in 2015 verder uitgerold binnen de gemeente na evaluatie. Het landelijk
initiatief ‘Buurt aan zet’ dient hierbij als voorbeeld. De beleidsnotitie waarin integraal beleid
groen, blauw en grijs wordt meegenomen is gepland in 2015.
Maatschappelijk effect
Bewoners worden medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid in hun wijk
Bewoners weten welke problemen er in hun wijk spelen en kunnen vaak ook een goede
bijdrage leveren aan het prioriteren en oplossen van die problemen; dit verhoogt de kwaliteit
van oplossingen
Financieel
Het onderhouds- en beheerbudget is beperkt. Mochten initiatieven in samenwerking geen
soelaas bieden is er geen ruimte voor extra inzet.
4.2
Duurzame mobiliteit
Duurzame ontwikkeling heeft ook onze aandacht. Wanneer de drie P’s (Planet, People,
Profit) integraal worden toegepast in beleidskeuzes op alle beleidsterreinen, werken we
samen aan een financieel-economisch, sociaal-maatschappelijk en ecologisch gezonde
toekomst. Er dient een balans te zijn tussen deze drie P’s. Deze afweging dient een waardig
onderdeel te zijn van de besluitvorming op diverse vraagstukken dus ook bij mobiliteit.
Duurzame mobiliteit is ook onderdeel van de op te stellen milieu- en duurzaamheidsagenda
waartoe ook zonnecollectoren projecten, streekproducten, duurzaam inkopen, duurzaam
bouwen en verbouwen, omzetten van kantoren, afvalstromen en levensloopbestendige
woningbouw behoren.
15
Ten aanzien van stallingsmogelijkheden is de goede weg ingeslagen en geven wij al
uitvoering aan dit beleid. De gemeente heeft de stallingsmogelijkheden voor fietsen al
behoorlijk uitgebreid. Bij het aanpassen van de haltevoorzieningen zijn de
stallingsmogelijkheden voor fietsen gelijk meegenomen. De afgelopen jaren is er al fors
geïnvesteerd op dit onderdeel met betrekking tot duurzame mobiliteit. Op dit terrein zijn geen
knelpunten bekend.
De belangstelling voor oplaadpunten heeft in Halderberge net als in de rest van Nederland
de aandacht. In Halderberge zijn er al verschillende openbare oplaadpunten gerealiseerd. In
het geval er sprake is van een particulier initiatief levert de gemeente een bijdrage in de vorm
van aanpassing van de openbare ruimte.
Halderberge heeft een goede treinverbinding vanuit en naar Oudenbosch.
Voor de vervanging van armaturen (verlichting) is vanwege het eind van de levensduur van
de huidige armaturen vervanging noodzakelijk. Een beleidsplan wordt opgesteld waarbij de
gevolgen in kaart worden gebracht. Onderdeel van dit beleidsplan is duurzaamheid en
energieverbruik. Er zal ook extra aandacht besteed worden aan alternatieven, zoals
leaseconstructies. Ook wordt de benodigde investering afgewogen tegen de te verwachten
effecten.
Maatschappelijk effect
De gemeente vervult meer een voortrekkersrol door ook zelf duurzaam te investeren.
Financieel
Er wordt een beleidsplan opgesteld met betrekking tot energiezuinige openbare verlichting.
Indien wordt overgegaan tot vervanging (grootschalig) zijn hier behoorlijke kosten mee
gemoeid. Dit wordt meegenomen in het beleidsplan vervanging armaturen tot 2020.
4.3
Verkeer en vervoer
Veiligheid, bereikbaarheid en milieuvriendelijkheid zijn voor ons bij dit beleidsonderdeel
essentieel. Echter is het kader ook bij verkeer en vervoer sober en doelmatig.
Op basis van inspecties worden reguliere onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Kleine
aanvullende verbeterpunten (zoals bijvoorbeeld op- en afritten voor invaliden) kunnen binnen
het onderhoudswerk worden meegenomen. Er zijn geen extra middelen beschikbaar voor
uitvoeren van de overige extra werkzaamheden boven het afgesproken kwaliteitsniveau.
De speerpunten voor de komende periode zijn:
• Veilige en verlichte fietsroutes;
• Verbeterpunten uit overleg met werkgroep verkeer en gehandicaptenplatform.
Wij stellen een voorstel op waarin wij dit onderdeel uitwerken. Op basis van het beschikbare
budget is het vooraf managen van de verwachtingen bij onze gesprekspartners belangrijk.
Ten aanzien van de veilige verlichte fietsroutes wordt het onderdeel verlichting meegenomen
in het op te stellen beleidsplan voor openbare verlichting. De overige verkeerstechnische
maatregelen worden uitgewerkt in een voorstel. Wij verwachten dat hier ook de nodige
investeringen noodzakelijk zijn.
De onderhoudskwaliteit van trottoirs ligt vast in het vastgestelde beleid ‘Sober en doelmatig’.
Het beschikbare budget biedt geen ruimte voor een verhoging van de kwaliteitsnorm.
Maatschappelijk effect
Gebruik maken van bestaande expertise van de werkgroep Verkeer en het Gehandicapten
16
platform. Verbetering leefomgeving en mobiliteit van alle groepen (ook de gehandicapten)
verbeteren.
Financieel
Afhankelijk van besluitvorming op de voorstellen en het gewenste kwaliteitsniveau.
4.4
Zuidelijke omleiding en de doorgaande route Oudenbosch
De zuidelijke rondweg (ZOO) ontlast in hoge mate het verkeer door de kern Oudenbosch.
Om ook daadwerkelijk het verkeer uit de kern te houden moet de huidige doorgaande route
(Bosschendijk, St. Bernaertsstraat, Markt en Zandeweg) door de kern omgevormd worden
tot een verblijfsgebied. Het komt er op neer dat er meer ruimte gecreëerd wordt voor de
voetganger en de fietser. Mede afhankelijk van het ontwerp en de verbeteringen voor dit
langzame verkeer wordt aanspraak gemaakt op cofinanciering van de provincie.
Daarnaast vormt de ZOO een verbindende schakel in het provinciale wegennet door de
N640 en N641 met elkaar te verbinden. Het project valt uiteen in twee delen, de realisatie
van een spoortunnel door ProRail en de realisatie van de weg en overige kunstwerken door
de gemeente.
Een jaar na de ingebruikname van de ZOO wordt met de provincie een evaluatie opgesteld
over het besluit om landbouwverkeer niet toe te laten.
Verder wordt er een verkenning opgesteld waarin alternatieve routes worden verkend die
een goede doorstroming van het landbouwverkeer mogelijk maken.
Maatschappelijk effect
Doelstelling van de ZOO is het vergroten van de leefbaarheid en veiligheid in het centrum
van Oudenbosch door het doorgaande verkeer om de kern heen te leiden.
Financieel
Voor het totale project is een krediet van €55.100.000, - beschikbaar.
De provincie betaalt €50.100.000, - (91,3%) en de gemeente betaalt €5.000.000, - (8,7%)
van de kosten. Op basis van de aanbestedingsresultaten van ProRail en de directieraming
van de ZOO wordt er vanuit gegaan dat het project binnen de financiële kaders kan worden
gerealiseerd.
4.5
Basisnet Spoor
Vanuit externe veiligheid is het ‘Transport van gevaarlijke stoffen per spoor’ het belangrijkste
thema. Naast de reguliere taken op het gebied van externe veiligheid is er een apart
kernteam actief om ontwikkelingen intern af te stemmen.
Tevens loopt het project Spoorzone Roosendaal-Halderberge-Moerdijk. Doelstelling is de
verbetering van de veiligheid en veiligheidsbeleving binnen de spoorzones van de
gemeenten Halderberge, Moerdijk en Roosendaal. Door het gezamenlijk treffen van
maatregelen ter versterking van de zelfredzaamheid van de bewoners van de spoorzone en
verbetering van de specifieke hulpverlening voor spoorincidenten wordt deze doelstelling
bereikt.
Het accent ligt op veiligheid, leefbaarheid en zelfredzaamheid. Het betreft een aparte
projectorganisatie waarin de gemeente participeert en coördineert. Er wordt gezamenlijk
uitvoering gegeven aan het project door de gemeenten Roosendaal, Halderberge, Moerdijk
17
en de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Er is een stuurgroep samengesteld uit
bestuurders (burgemeester en wethouder) namens de drie gemeenten en de directeur van
de Veiligheidsregio. Daarnaast is er een klankbordgroep samengesteld met inwoners vanuit
de drie gemeenten. Het project beslaat een periode van vier jaar.
Deelname wordt nu opgevangen binnen de bestaande formatie. Aangezien dit project een
langere periode beslaat, zal er een afweging gemaakt moeten worden op basis van:
• Nieuw voor oud beleid;
• Goede planning en afronding van huidige projecten;
• Fasering;
• Vinger aan de pols door jaarlijkse herijking van het collegeprogramma de komende vier
jaar.
Nu gaat het ten koste van de reguliere externe veiligheidstaken.
Maatschappelijk effect
Het is van belang als gemeente betrokken te zijn en te blijven bij het vervoer over het spoor,
dit gelet op de veiligheid en de intensivering van het vervoer over spoor de komende jaren.
Financieel
De werkzaamheden zijn niet te faseren. Dus zonder aanpalende keuzes zal er extra budget
voor inhuur beschikbaar moeten worden gesteld.
4.6
Milieuvriendelijke gemeente
Zorg voor het milieu en duurzaamheid (people, planet, profit) is deze periode een belangrijk
thema, waarbij voor de gemeente een voorbeeldrol is weggelegd. Om het belang daarvan te
onderstrepen wordt in college- en raadstukken specifiek het aspect ‘duurzaamheid’
genoemd.
Wij willen energiebesparende maatregelen en de toepassing van nieuwe technieken verder
stimuleren in de woningvoorraad, bij sportaccommodaties en bestaande en nieuwe
bedrijven. Het college bereidt daartoe een verkennende notitie voor, waarbij wordt
ingestoken op een visie voor de komende tien jaar met specifieke aandacht voor
overheidsparticipatie en de kracht van Energiek Halderberge. Er wordt een onderzoek naar
de mogelijkheden van het ‘VNG Ondersteuningsprogramma Energie’ opgesteld voor het
einde van het jaar. Daarnaast wordt er in mei 2015 een Dag van de Duurzaamheid
georganiseerd binnen de gemeente.
Maatschappelijk effect
Het college van Halderberge wil met haar duurzaamheidsbeleid bewustwording en
betrokkenheid van inwoners en bedrijven stimuleren om zo een duurzamere leefomgeving te
realiseren.
Financieel
Er is geen formatie beschikbaar om nieuwe taken op het gebied van milieu en duurzaamheid
uit te voeren. Indien tot intensivering van beleid wordt overgegaan is extra ruimte nodig. Uit
de verkenning zal blijken of en in welke mate extra middelen nodig zijn.
18
5. RUIMTE EN ECONOMIE
5.1
Ruimtelijk kader/Gewijzigde (provinciale) Verordening
ruimte
Sinds 2013 heeft Halderberge een structuurvisie waaraan alle ruimtelijke ontwikkelingen
worden getoetst. De structuurvisie 2025 is interactief tot stand gekomen.
Daarnaast zijn alle gemeentelijke bestemmingsplannen geactualiseerd en is daarmee het
aantal bestemmingsplannen drastisch teruggebracht. De kwaliteitsslag door de digitalisering
en actualisering van onze bestemmingsplannen biedt de mogelijkheid om initiatieven
eenduidig te toetsen.
In deze collegeperiode wordt er bij actualisering van de bestemmingsplannen ingestoken op
globale en flexibele bestemmingsplannen. Het is het ook van belang om mogelijkheden te
creëren voor tijdelijke woonvoorzieningen met als doel het langer thuis wonen te bevorderen.
De verordening Ruimte is in 2014 op enkele punten aangepast en is sinds 19 maart 2014 in
werking getreden. De (gewijzigde) Verordening Ruimte 2014 wordt reeds gehanteerd als
toetsingsinstrument. De belangrijkste verandering in de Verordening Ruimte 2014 betreft de
invoering van duurzame veehouderij met de daarbij behorende regels voor de toetsing bij
ruimtelijke wijzigingen van veehouderijbedrijven.
Bij de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied wordt de Verordening Ruimte 2014
als één van de bouwstenen gehanteerd. Bij de ter inzage legging zijn de wijzigingen reeds in
beeld gebracht en is de gemeenteraad op de hoogte gesteld van de inspraakreactie. De
knelpunten voor Halderberge zijn weergegeven in deze inspraakreactie.
Binnen de regels van de Verordening wordt in sommige gevallen maatwerk mogelijk
gemaakt. Bij aanvragen moet hiermee rekening gehouden worden in relatie tot het
gemeentelijk beleid.
Maatschappelijk effect
Flexibiliteit en maatwerk leveren aan de inwoners en bedrijven binnen de gemeente binnen
de gestelde kaders.
Financiën
Vooralsnog geen extra middelen nodig.
5.2
Ontwikkelingen in de kernen
Halderberge bestaat uit vijf kernen. In de komende periode zal zowel aandacht besteed
worden aan de kracht van de individuele kernen als aan de onderlinge verhouding. Een
voorzieningenniveau dat toegesneden is op de kern zelf. Door een goede balans te vinden in
de spreiding van voorzieningen, wordt het totale niveau sterker. De centrumplannen zijn
gericht op herontwikkeling in de kernen met woningbouw, scholen en sportaccommodaties.
Dit alles met het oogmerk de leefbaarheid te behouden. Hierbij wordt vooral gedacht aan
woningbouw, de bouw van scholen en sportvelden. Voor een groot deel is er sprake van
vastgesteld beleid en wordt hieraan verdere uitvoering gegeven.
Via het programma Gebiedsontwikkeling, wordt sturing gegeven aan alle ontwikkelingen. In
het kader van het programma Gebiedsontwikkeling wordt aan de hand van een zogenaamd
mijlpalenplanning per kwartaal gekeken welke actie/mijlpaal moet worden gehaald om
bijgaande totaalplanning te kunnen waarmaken.
De nadruk voor het woningbouwprogramma ligt op de komende jaren, met een accent op
2016 tot en met 2018.
19
Hierbij wordt gedacht aan de locaties Vermunt en St. Anna in Oudenbosch en Oud Gastel –
Noord en de verdere invulling van Opperstraat in Hoeven.
De plannen kunnen met de bestaande formatie worden opgepakt. Wel zal goed moeten
worden gekeken naar de fasering van de plannen, hetgeen naast de inzet van capaciteit ook
beleidsmatig van belang is.
Het programma is in mei 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. De input voor deze
planning is geleverd vanuit de verschillende projecten. De planning wordt voortdurend
gemonitord.
De aanleg van nieuwe sportvelden en de renovatie van de accommodaties is ook in de
planning opgenomen. Ter toelichting: voor de gemeentelijke bemoeienis zijn de complexen
in Hoeven en Oudenbosch eind 2014 afgerond. Voor de accommodatie in Oud Gastel is de
keuze m.b.t. de invulling van schoolgebouw mede afhankelijk voor de planning van de
gebouwen t.b.v. de sportverenigingen en hiermee de gemeentelijke inzet.
Voor wat betreft de brede school in Hoeven is recent bekend geworden dat hier beroep (en
verzoek om voorlopige voorziening) is aangetekend tegen het bestemmingsplan bij de Raad
van State. Dit levert naar schatting een vertraging op van circa 1 jaar. Voor Oud Gastel moet
de bestemmingsplanprocedure nog doorlopen worden.
De overige werkzaamheden die benodigd zijn voor de realisatie van de scholen lopen
overigens tijdens de Raad van State procedure parallel zodat direct na de uitspraak van start
gegaan kan worden met de verdere uitvoering/realisatie van de scholen om zo verdere
vertraging in de trajecten te voorkomen.
Qua werkwijze wordt projectmatig werken opgepakt. Het rekenkamerrapport “Sturing grote
projecten” wordt hierin meegenomen.
In september 2014 zal het draaiboek, met formats, risicomanagement, planning en control
gereed zijn. Vanuit de Halderbergse School wordt een training projectmatig werken gegeven.
Financieel
De bouw van een school in Oudenbosch is in de tweede helft van 2016 voltooid. In 2017
komt er formatie vrij. Hetzelfde geldt voor de sportvelden. Formatie komt vanaf half 2016 vrij.
We hebben een up-to-date GREX en houden die up-to-date.
5.3
Grondexploitaties
Uitgangspunt is volgen wat in het coalitieakkoord staat: eigen grondexploitatie benutten.
Het is vastgesteld beleid om de grondexploitaties jaarlijks te actualiseren bij de jaarrekening.
Bij de zomernota vindt een doorkijk door middel van een meerjarenperspectief plaats. Op
basis van de lopende en de te verwachten projecten, de gecalculeerde risico’s en de
inschatting van de vastgoedmarkt, geeft dit meerjarenperspectief ‘grondexploitaties’ een
doorkijk vanuit het verleden naar de toekomst van de in beheer en ontwikkeling zijnde
projecten, vallend onder het taakveld grondbedrijf. Dit gebeurt (nu) tot 2023, het moment
waarop alle projecten zijn afgesloten.
Er wordt geen actief grondbeleid meer gevoerd in de zin van strategische aankopen.
Daarnaast worden gronden in gemeentelijk bezit, waar geen beleid meer mee gediend is,
afgestoten.
De grondprijzen worden jaarlijks aangepast. Hierin willen we differentiatie gaan toe passen
daar waar mogelijk. Het is maatwerk en zal per plan beoordeeld worden. Het eerste plan dat
hiervoor in aanmerking komt is Oud Gastel Noord. Het differentiëren van de grondprijzen zal
de komende jaren een constant aandachtspunt blijven.
20
Maatschappelijk effect
Het woningbouwprogramma is sterk aangepast en in aantallen fors teruggebracht. De
leefbaarheid zal ten dele gestuurd kunnen worden door woningbouw. Andere beleidsvelden
en initiatieven zullen, daar waar mogelijk, ook steeds meer een rol in moeten spelen.
Financieel
Dit blijft een te monitoren risico voor de gemeente.
5.4
Woningbouw
De woningmarkt begint langzaam weer in beweging te komen, men is echter wel kieskeurig.
De kwalitatieve vraag is belangrijker geworden. Voorgaande houdt in dat zowel de
marktpartijen als de gemeente veel beter dan voorheen moeten luisteren naar de markt.
Vanuit een regierol zal de gemeente zorgdragen voor kaders en randvoorwaarden en de
ontwikkelaar brengt de kennis van de markt in. Een flexibele planning en programmering,
snelle procedures en oog voor samenwerking en onzekerheden zijn hierbij van belang. Dit
vergt een andere manier van werken die we in de vingers moeten krijgen.
In het woningbouwprogramma zijn een aantal locaties opgenomen die in aanmerking kunnen
komen voor de gewenste creatieve aanpak. Bij aanvang, bij de projectopdracht en in het
kader van het programma Gebiedsontwikkeling zal hieraan sturing worden gegeven om zorg
kunnen dragen dat de gemeente Halderberge ook haar volkshuisvestelijke taak kan
vervullen en de kansen die zich hiertoe voordoen zal benutten. Daarbij gaat ook zeker de
aandacht uit naar doelgroepen als starters, ouderen en hulpbehoevenden.
Actualisatie woonvisie:
In de woonvisie Halderberge ‘diversiteit in kernkwaliteit’ is opgenomen dat er een nieuwe
woonvisie moet worden vastgesteld. Voor het opstellen van een nieuwe woonvisie zullen de
woonpartners en belangenverenigingen betrokken worden. Een uitgangspunt is dat er
woonmogelijkheden moeten zijn voor alle doelgroepen die afgestemd is op de marktvraag.
Nieuwe prestatieafspraken:
Eind 2013 zijn de prestatieafspraken tussen gemeente en Bernardus Wonen vastgesteld.
Deze omvatten de periode 2014 en 2015. Eind dit jaar worden de prestatieafspraken
geëvalueerd. Per 1 januari 2016 moeten de nieuwe prestatieafspraken van kracht zijn
(waaronder afspraken over het upgraden van de oude bestaande woningvoorraad).
De samenwerking met Bernardus Wonen wordt de komende jaren verstrekt. In de vigerende
prestatieafspraken zijn hierover duidelijke afspraken gemaakt. Het afgelopen jaar is
bijvoorbeeld gewerkt met een nieuwe overlegstructuur; er is een strategisch overleg een
bestuurlijk overleg ingesteld (beide multidisciplinair karakter). Deze overlegstructuur wordt de
komende jaren verder versterkt en uitgediept. Op basis van de prestatieafspraken is besloten
om de adviesraden (WMO-raad, seniorenraad) meer te betrekken bij woongerelateerde
onderwerpen (beleidsmatig); daartoe is onlangs het zogenaamde platform wonen ingesteld.
Bernardus Wonen maakt ook onderdeel uit van dit platform.
Maatschappelijk effect
Woningaanbod sluit aan op woningbehoefte.
Financieel
Ten aanzien van de uitvoering van de prestatieafspraken zal incidenteel extra budget worden
geraamd. Bij het opstellen van de nieuwe prestatieafspraken wordt hiertoe een voorstel
opgesteld.
21
5.5
Huisvestingswet
Het wetsvoorstel voor de nieuwe Huisvestingswet is onlangs door de Tweede Kamer
aangenomen en ligt nu bij de Eerste kamer. De verwachting is dat de nieuwe wet begin 2015
in werking treedt.
Inhoudelijk gezien dient eerst bekeken worden of het wenselijk en mogelijk is om in de
gemeente Halderberge een huisvestingsverordening vast te stellen. Er moet nader
onderzoek worden uitgevoerd waarin antwoord gegeven wordt op de vraag of er sprake is
van schaarste. De sturing via een gemeentelijke huisvestingsverordening moet zich namelijk
beperken tot die gebieden, woningtypen en prijsklassen waar de schaarste betrekking op
heeft. Daarnaast moet de vraag gesteld worden wat we zouden willen regelen in een
huisvestingsverordening en wat de mogelijke effecten van de huisvestingsverordening zijn.
Indien uit het onderzoek blijkt dat een huisvestingsverordening een bruikbaar instrument is in
de gemeente Halderberge dan is het advies om aan te sluiten bij de modelverordening en
toelichting die de VNG samen met een klankbordgroep (onder andere Aedes, Woonbond en
ministerie BZK) op gaat stellen. De Verordening moet dan in de tweede helft van 2015 aan
de gemeenteraad voorgelegd gaan worden.
Maatschappelijk effect
n.v.t.
Financieel
Geen extra middelen.
5.6
Huisvesting arbeidsmigranten
Op dit moment wordt de bestuursopdracht inventarisatie arbeidsmigranten uitgevoerd. Hierin
wordt een inventarisatie naar huisvestingslocaties van arbeidsmigranten uitgevoerd. Dit
wordt uitgevoerd binnen de bestaande formatie. De inventarisatie van arbeidsmigranten is
een eerste stap en afhankelijk van de uitkomsten van de inventarisatie gaat dit vervolgd
worden met nadere stappen bijvoorbeeld op het gebied van handhaving, legalisering en
facilitering van het ontwikkelen van nieuwe huisvestingslocaties. Het einddoel is om
arbeidsmigranten goed te huisvesten in de regio West-Brabant. Als het college wil inzetten
op handhaving is er meer formatie nodig. In het beleidskader integrale handhaving en het
uitvoeringsprogramma wordt nader ingegaan op de handhaving.
Bovenstaande inventarisatie kan mede input vormen voor een integraal beleidskader.
Maatschappelijk effect
Goede en voldoende huisvesting voor arbeidsmigranten waaronder het voorkomen van
inhumane huisvesting en leefomstandigheden van arbeidsmigranten.
Financieel
Het opstellen van een beleidskader als zodanig kan binnen de ambtelijke capaciteit
plaatsvinden. Er wordt echter in de uitwerking, gebaseerd op ervaringen elders, ingeschat
dat de handhaving veel capaciteit zal vergen ook juridisch.
22
5.7
Economie
Overheden krijgen te maken met een andere problematiek door de crisis en een andere rol
in hun relatie tot economische ontwikkeling, bedrijvigheid en ondernemerschap.
Samenwerken, focus en slim specialiseren (excelleren) worden steeds belangrijker om de
economie gezond en toekomstbestendig te houden. Gelet op de strategische ligging en de
sterke verankering van enkele belangrijke sectoren, zijn de kaarten voor onze regio goed. De
strategische agenda van de Regio West-Brabant is een belangrijke basis voor de
economische strategie van onze kansrijke regio. De focus ligt hierin op de topsectoren
Maintenance, Logistiek en Biobased Economy. Regionale samenwerking is daarom
belangrijker dan ooit.
In de vaststelling van de portefeuilles is voor deze periode een bewuste keus gemaakt om
economie en participatie integraal aan te sturen.
Ontwikkeling werkplein
De samenwerking binnen het werkplein Etten-Leur met de vijf gemeenten (Etten-Leur,
Halderberge, Moerdijk, Rucphen en Zundert) op het gebied van werk en inkomen wordt
verbreed naar de gemeente Roosendaal. Om de werkgeversbenadering effectief en efficiënt
in te vullen, wordt de relatie met het taakveld economie verder versterkt.
WVS
De WVS neemt in relatie tot de gemeente een bijzondere positie in. Als grote werkgever in
de regio bieden zij werkgelegenheid aan bijzondere doelgroepen. Daarnaast zijn zij voor
bedrijven en gemeenten opdrachtnemer voor aanbesteed werk. Met de invoering van de
Participatiewet worden bestaande afspraken over de samenwerking met de WVS tegen het
licht gehouden.
Ondernemersloket
De huidige advisering aan (startende) ondernemers wordt uitgevoerd in samenwerking met
Brainz en de samenwerkende gemeenten van het werkplein. In 2014 wordt de huidige
dienstverlening geëvalueerd en wordt een nieuwe koers bepaald voor de toekomst waarbij
de insteek is dat (startende) zzp-ers één loket krijgen in de regio.
In het kader van de dienstverlening en de (door)ontwikkeling van het Halderbergs
Dienstverleningscentrum (HDC) wordt gestuurd op de invulling van het ondernemersloket en
de vermindering van de regeldruk voor ondernemers.
Economische visie 2020
De regionale en lokale ontwikkelingen worden verwerkt in een nieuw op te stellen
economische visienota tot 2020. Belanghebbenden worden actief betrokken bij de opstelling
van de nota. Vanzelfsprekend dient het bestaand beleid zoals bijvoorbeeld de structuurvisie
als input dienen. Een plan van aanpak wordt in het derde kwartaal 2014 voorgelegd aan de
gemeenteraad.
Visie afronding beheer en afronding Borchwerf
De samenwerking met de gemeente Roosendaal en Heijmans loopt af in deze
collegeperiode. Behalve de financiële afwikkeling van de samenwerking in relatie tot
verkopen en gronduitgifte, dienen er nieuwe afspraken te komen voor beheer en
parkmanagement. De gesprekken hierover dienen te starten in de eerste helft van 2015.
Ondernemersklimaat
De ondernemerspeiling geeft een beeld van het belang dat ondernemers hechten aan tal van
aspecten rondom het ondernemen in de gemeente. De resultaten van de peiling worden
23
meegenomen bij de opstelling van de economische visie. De samenwerking tussen
ondernemers en gemeente leidt tot tastbare en voelbare resultaten.
Maatschappelijk effect
Meer samenhang tussen economie en toeleiding naar werk vanuit diverse doelgroepen.
Verbeteren van het ondernemersklimaat in Halderberge.
Financiën
Er zijn kosten gemoeid met het opstellen van de economische visie 2020 van circa
€ 35.000,-. De kosten voor het optimaliseren van het ondernemersklimaat worden geraamd
op € 20.000,-.
5.8
Toerisme en recreatie
De economische betekenis van de vrijetijdsbesteding is groot en wordt gezien als belangrijke
drager voor het verbeteren van het woon-, leef- en vestigingsklimaat.
Halderberge is actief om in samenwerking initiatieven in deze lijn verder uit te werken. Denk
aan samenwerking met de TIG en de inzet die wij plegen in Oudenbosch (cultureel erfgoed).
In samenwerking met de TIG wordt een nieuw strategisch toeristisch marketingplan
opgesteld. Behalve met de gemeenten uit de regio wordt nadrukkelijk gekeken naar andere
partijen die betrokken zijn bij de profilering van het gebied als toeristische bestemming, zoals
de Waterpoort organisatie. De samenwerking in de gebiedsorganisatie Waterpoort wordt de
komende jaren voortgezet en geïntensiveerd.
Het cultureel religieus erfgoed in het centrumgebied van Oudenbosch vormt een belangrijke
trekker voor toeristen en recreanten. Deze aantrekkingskracht biedt kansen voor
detailhandel en horecavoorzieningen mits het totale gebied ook aantrekkelijk is als
verblijfsgebied. Afstemming tussen alle betrokken partijen is een voorwaarde om een
maximale uitgangspositie te creëren. De visie van Bureau Lubbers is hierin vertrekpunt.
Maatschappelijk effect
Voor de lokale middenstand en de leefbaarheid is toerisme en recreatie van groot belang.
Financieel
Het bekostigen van een toeristisch marketingplan moet samen met de toeristische sector
gebeuren. Dat vergt van de gemeente een eenmalige bijdrage. Er wordt een voorstel
voorbereid om de gevolgen inzichtelijk te maken.
24
6. MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING EN WELZIJN
6.1
De drie decentralisaties in het sociaal domein
Drie grote taken die voorheen via verschillende ministeries en overheidslagen georganiseerd
waren, komen binnenkort in één hand: de gemeente. Het gaat om het volgende: Algemene
wet bijzondere ziektekosten (AWBZ), Jeugdzorg en de Participatiewet.
De kaders voor de drie decentralisaties in het sociaal domein zijn vastgesteld. De invoering
van de wetgeving wordt op basis van deze kaders voorbereid. Dit is de transitie. Daarna
volgt de transformatiefase. Deze loopt in ieder geval tot 2018. In deze fase wordt aandacht
besteed aan de doorontwikkeling van de invulling van de nieuwe taken en de benodigde
cultuuromslag. Kaders voor deze fase worden vastgesteld in het integraal beleidsplan
sociaal domein wordt aan de raad aangeboden ter vaststelling. Onderdeel van het vast te
stellen beleidsplan is de sturing en monitoring van de uitvoering van de decentralisaties.
Maatschappelijk effect
Met de decentralisaties wordt er naar gestreefd de inrichting van het sociaal domein dichter
bij de burger te brengen. De uitgangspunten hierbij zijn eigen kracht eerst, regie bij het gezin
zelf, één gezin, één plan, één regisseur. Lokaal zetten we in op wijkgericht werken, een
integrale benadering (verkenning van vragen en problemen op het totale sociale domein).
Financieel
Het budget voor invoering en uitvoering vormen een risico. Het definitieve budget voor de
uitvoering is nog niet bekend. Wel bekend is dat de budgetten van voor 2015 nog gebaseerd
zijn op historisch gebruik, maar dat voor de daaropvolgende jaren het budget wordt geraamd
op basis van een objectief verdeelmodel. Dit brengt een financieel risico met zich mee. De
raad heeft het kader gesteld dat de Rijksbudgetten leidend zijn.
6.1.1
Decentralisatie AWBZ
Op 1 januari 2015 is de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een feit. De
verantwoordelijkheid van de gemeente voor de ondersteuning van mensen met een
beperking wordt uitgebreid. Deze verantwoordelijkheid ligt nu nog bij de AWBZ. In de
uitvoering krijgt de gemeente veel beleidsvrijheid.
De Kantelingsgedachte (Wmo), zoals al eerder benoemd werd in het beleidsplan
maatschappelijke ondersteuning, staat hierin centraal. Dit kader werd in de visie ‘Goed voor
elkaar’ op maatschappelijke ondersteuning naar aanleiding van de decentralisatie AWBZ
opnieuw onderschreven. Eigen kracht en eigen sociaal netwerk van de cliënt zijn het
uitgangspunt. Wanneer die onvoldoende ondersteuning bieden, kan gebruik gemaakt
worden van algemene of individuele voorzieningen. Dit uitgangspunt geldt ook voor de
inrichting van de nieuwe taken die uit de AWBZ worden overgeheveld naar de Wmo.
In de vormgeving van de nieuwe taken op het gebied van de AWBZ/Wmo werkt de
gemeente Halderberge samen met Etten-Leur, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen, Zundert.
6.1.2
Decentralisatie Jeugdzorg
Vanaf 1 januari 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor alle jeugdhulp en de uitvoering
van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Regionale samenwerking is
hierin onontbeerlijk.
25
Voor de invoering van de decentralisatie Jeugdzorg werkt de gemeente Halderberge samen
met acht gemeenten (Bergen op Zoom, Etten-Leur, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen,
Steenbergen, Woensdrecht, Zundert).
Maatschappelijk effect
Alle taken rondom zorg voor jeugd vallen vanaf 1 januari 2015 onder verantwoordelijkheid
van de gemeente. Door te werken in wijkteams met een generalist voor opvoeden en
opgroeien, wordt beoogd het veld overzichtelijk te maken en dichter bij de burger te brengen.
Financieel
De invoering en de uitvoering van de decentralisatie jeugdzorg brengen een financieel risico
met zich mee. Dit komt onder andere door de continuïteit van zorg die door de wetgeving
wordt verplicht voor bestaande cliënten. Daarnaast is de inzet van niet vrij toegankelijke
jeugdzorg duur. Dit wordt deels afgedekt door met de zes gemeenten in te kopen volgens de
systematiek van verzekeren en verrekenen. Dit beleid moet nog vastgesteld worden. Het
definitieve budget voor de uitvoering van jeugdzorg is nog niet bekend.
6.1.3
Participatiewet
Deze wordt naar verwachting ingevoerd per 1 januari 2015. Met de wet worden de Wet werk
en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een deel van de Wet werk en
arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) samengevoegd. De gemeente wordt
verantwoordelijk voor de re-integratie en inkomensondersteuning van een grotere groep
mensen.
Het college besteedt in het wervings- en selectiebeleid aandacht aan de werving van
mensen met een arbeidsbeperking. We passen onze inkoopvoorwaarden aan op social
return of investment.
Maatschappelijk effect
De wetgever beoogt met de Participatiewet te komen tot één regeling voor de onderkant van
de arbeidsmarkt.
Financieel
De uitvoering van de sociale werkvoorziening brengt een financieel risico met zich mee. Er is
een tekort op de begroting. De samenwerkende gemeenten bekijken de herstructurering van
de sociale werkvoorziening, met name omdat de komst van de Participatiewet de toegang tot
de sociale werkvoorziening per 1 januari 2015 sluit. Huidige werknemers behouden hun
rechten.
6.2
Volksgezondheid
Ingevolge de Wet publieke gezondheid heeft de gemeente een taak voor de publieke
gezondheidszorg. Het Halderbergse beleid is vastgelegd in Volksgezondheidsnota 20122015.
Meedoen is gezond, en als je gezond bent kun je meedoen. Investeren in gezond gedrag
loont. Veel aandacht, energie en middelen zullen naar preventie gaan. Preventie is
onderdeel van de keten binnen de decentralisaties: sterke preventie, uitgaan van de eigen
kracht van inwoners en minder snel medicaliseren van problemen. Op het moment dat
zwaardere hulp voorkomen kan worden, levert dat een kostenbesparing op. De preventieve
maatregelen zullen veelvuldig ingezet worden bijvoorbeeld met betrekking tot alcohol en
26
drugsgebruik. Het sluiten van convenanten met sportverenigingen is daar een onderdeel
van.
De jeugdgezondheidszorg is onderdeel van de publieke gezondheid en richt zich op alle
kinderen en jongeren. Het uitgangspunt is om kinderen en ouders de juiste aandacht te
geven. Laagdrempelig, passend en efficiënt. Niet elk gezin heeft immers dezelfde behoefte.
Flexibilisering en innovatie zijn daarom belangrijk. Het streven om te komen tot een integrale
jeugdgezondheidszorg moet goed onderzocht worden en indien mogelijk uitgevoerd worden.
Gemeenten en partners beschikken op het gebied van de publieke gezondheid over veel
gegevens uit beleid en praktijk. We onderzoeken of deze gegevens uit monitors en
registraties kunnen worden verwerkt tot een gezondheidsprofiel voor de gemeente zodat nog
meer richting kan worden gegeven aan het beleid.
Maatschappelijk effect
De gezondheid van de Halderbergse inwoners zo optimaal mogelijk te beschermen, te
bewaken en te bevorderen.
6.3
Armoedebeleid en schuldhulpverlening
Het Kabinet heeft voor de intensivering van het armoede– en schuldenbeleid extra middelen
beschikbaar gesteld. Het kabinet wil dat gemeenten de aandacht bij de intensivering met
name richten op participatie van kinderen. Daarnaast vindt het Kabinet een intensivering
van schuldhulpverlening van belang.
Armoedebeleid
De gemeente Halderberge beschikt op het terrein van armoedebestrijding nu over de
volgende instrumenten.
• een fonds voor maatschappelijke participatie (met extra bijdragen voor kinderen);
• een regeling voor een collectieve ziektekostenverzekering;
• verstrekken van bijzondere bijstand;
• kwijtschelding van belasting;
• schuldhulpverlening.
Voor de versterking van dit beleid is het van belang inzicht te krijgen in de effecten van het
huidige beleid. Steeds vaker spelen maatschappelijk organisaties (bijvoorbeeld Stichting
Leergeld) een rol in de armoedebestrijding. Ook deze mogelijkheden kunnen worden
onderzocht.
Maatschappelijk effect
Verhogen van maatschappelijke participatie. Terugdringing schulden.
Financieel
Voor 2014 en 2015 komt 80 en 90 miljoen beschikbaar. Voor Halderberge is in 2014 via het
gemeentefonds een bedrag van € 70.000,- voor de intensivering van het beleid beschikbaar
gesteld. Voor 2015 wordt een hoger bedrag verwacht.
Schuldhulpverlening
Het beleidsplan schuldhulpverlening, zoals is vastgesteld door de gemeenteraad op
13 september 2012, wordt uitgevoerd. Over de acties van het beleidsplan wordt via de
planning en controlcyclus gerapporteerd.
27
Maatschappelijk effect
Essentieel in de aanpak tot heden is de inzet van vrijwilligers. Zij dragen wezenlijk bij aan het
hele proces van schuldhulpverlening. De werving en de inzet van de ongeveer 30 vrijwilligers
is zeer succesvol verlopen.
Financieel
Het vasthouden van het succes is mede afhankelijk van een goede, intensieve begeleiding.
Een risico schuilt in het ontbreken van formatie daarvoor. De begeleiding krijgt op adequate
wijze gestalte, maar is afhankelijk van de beschikbaarheid van goede tijdelijke krachten of
vrijwilligers. Een ander risico schuilt in de omvang van de schuldenproblematiek. Als deze
blijft groeien in de vorm van grotere aantallen hulpvragen legt dit een grote druk op de
beschikbare formatie.
6.4
Samenwerking
Er wordt gewerkt met sociale wijkteams, die snel en gemakkelijk verbindingen kunnen
leggen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. De maatschappelijke
instellingen worden nauw betrokken bij de invoering en de uitvoering van de drie
decentralisaties.
Maatschappelijk effect
Het maatschappelijk effect dat wordt beoogd met de inzet van wijkteams is om
dienstverlening op het gebied van het sociale domein dichtbij de burger te organiseren. Op
die manier kan de kracht van het sociaal netwerk en de wijk maximaal worden benut. De
leden van de wijkteams zullen maatschappelijke instellingen, inwoners en bedrijven hier
actief bij betrekken. Doel is inwoners zo veel mogelijk in eigen kracht en eigen regie te zetten
en de inzet van niet vrij toegankelijke voorzieningen te verminderen.
Financieel
Kosten voor het wijkteam zijn nog niet bekend.
6.5
Cultuur
Kunst en cultuur kunnen onder ideale omstandigheden onderdeel uitmaken van de
opvoeding en de vrijetijdsbesteding.
Het college heeft 20 mei 2014 een nieuwe Uitvoeringsregeling muziekeducatie vastgesteld.
De regeling zal eind 2015 geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast worden. Kinderen
komen op de school in aanraking met muziek en cultuur. Hierbij ondersteunt de gemeente
naar behoefte en sluit zich bij de visie van de school aan. Het gaat om cofinanciering van
individuele muzieklessen en cofinanciering van kennismaking met cultuur op school via de
'Subsidieregeling cultureel-educatieve activiteiten basisonderwijs gemeente Halderberge'.
Daarnaast loopt er in de periode 2013-2016 de regeling ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’ in
samenwerking met de Kunstbalie, met als doel een doorlopende leerlijn cultuureducatie te
realiseren op basisscholen.
Ter aanvulling op de 'Subsidieregeling cultureel-educatieve activiteiten basisonderwijs' wordt
een subsidieregeling voor het muziekonderwijs in de vrije tijd gerealiseerd. Fanfares,
harmonieën en overige dans- en muziekgezelschappen nemen hierbij een centralere
organiserende rol in. De verantwoordelijkheid voor het organiseren van muziekonderwijs in
de vrije tijd komt daarmee bij muziekverenigingen en zelfstandige muziekdocenten te liggen.
28
In principe is voor het bevorderen van nieuwe culturele activiteiten geen formatie en budget
beschikbaar. Stimuleren is niet alleen subsidiëren. Eventueel kan subsidiëring van oude
activiteiten komen te vervallen ten behoeve van de stimulering van nieuwe activiteiten.
Als de bibliotheekvoorziening behouden moet blijven, zal dit bezien moeten worden in relatie
tot het totale subsidiebeleid. Conform de bestuursopdracht gaat de herijking van de
subsidies van de welzijnssubsidies in 2015 van start. Gestuurd zal worden op het
maatschappelijk effect van de activiteiten van de gesubsidieerde instelling.
Er zal een bestuursopdracht cultuur voor de komende vier jaar gemaakt worden. De
uitgangspunten hierbij zijn: creatief kijken, burgerparticipatie, vernieuwend denken
(bijvoorbeeld een voorziening is niet altijd een gebouw, het kan ook een E-book zijn).
Herijking van het cultureel erfgoed is gepland de tweede helft van 2014 en zal worden
afgerond de eerste helft 2015. Herijking is mogelijk, maar er is geen budget beschikbaar.
De gemeente brengt de besturen van de musea bij elkaar met de bedoeling om ze in één
pand te huisvesten. Dit levert alleen een besparing op als je het vrijkomende pand kunt
verkopen. Er wordt naar gestreefd in 2014 duidelijkheid te verkrijgen over de huisvesting
onder één dak.
Maatschappelijke effecten
Verarming van cultureel aanbod en wellicht nieuwe initiatieven (niet gesubsidieerd).
Financieel
Voor dit onderdeel zijn geen extra middelen nodig.
6.6
Sportbeleid
Sportvoorzieningen maken een onderdeel uit van het voorzieningenniveau van een
gemeente. Dat betekent niet per definitie dat in elke kern alle mogelijke voorzieningen
aanwezig moeten zijn. Het streven is te zorgen voor een kwalitatief hoogwaardig en gespreid
aanbod van de sportvoorzieningen in onze gemeente. In plaats van subsidiering voor
verenigingen en/of in stand houden van onrendabele voorzieningen is een actieve
sportbevordering voor alle inwoners gewenst.
Veel accommodaties zijn op het niveau van NOC NSF gebracht. De tennisaccommodatie
Hoeven en Oudenbosch zijn nog niet op niveau.
De staat van onderhoud van de accommodatie voor de korfbalvereniging Juliana in Oud
Gastel en de Hockey-vereniging MHCO in Oudenbosch moet nog onderzocht worden. Het
streven is het totaalplaatje voor 2016 duidelijk te hebben.
De doelstelling is om alle accommodaties op het NOC NSF-niveau (dat is de 0-meting) te
brengen. Er wordt met alle verenigingen en instelling overleg gestart om tot harmonisatie te
komen. Er komt een plan van aanpak om de juridisch en financiële consequenties in beeld te
brengen van het principe ‘gelegenheid geven tot sport’. Het is de bedoeling met de
verenigingen te zoeken naar een bepaalde vorm van kostendekkendheid met ingang van 1
januari 2018.
Met betrekking tot de binnensporten wordt gestreefd naar de privatisering van de Parrestee
en de Beuk met ingang van 1 januari 2016.
Nieuwe sportvoorzieningen worden duurzaam gebouwd. Ten aanzien van de overige
sportaccommodaties wordt een voorstel voorbereid in samenwerking met Energiek
Halderberge.
29
Maatschappelijk effect
Sportbeoefening kan een goede bijdrage leveren aan het welzijn en de gezondheid van onze
inwoners. Daarnaast bieden hoogwaardige sportaccommodaties kansen voor het
samenbrengen van sporters bij evenementen of wedstrijden, en daarmee extra
werkgelegenheid.
Financieel
De verwachting is dat er nog een extra investering nodig is om de sportaccommodaties te
laten voldoen aan de geldende normen.
Uitwerking gelegenheid geven tot sport en fiscale consequenties. Hierbij is externe
ondersteuning nodig. Dit wordt voor het zomerreces 2014 in het voorstel meegenomen
Verduurzaming van sportaccommodaties
Er is externe expertise nodig om de stand van zaken/situatie van de bestaande
voorzieningen in kaart te brengen. Onderzocht zal worden of hiervoor een trainee ingezet
kan worden om samen met energiek Halderberge dit onderzoek te verrichten. We hebben
geen financiële middelen om maatregen te treffen. Maatregelen zullen zoveel mogelijk
geïntegreerd worden in onderhoudsprogramma’s.
6.7
Subsidiebeleid
Het subsidiebeleid wordt ingericht aan de hand van prestatie-overeenkomsten en
doelsubsidies. Dit wordt vroegtijdig en in nauw overleg opgepakt met de instellingen en
verenigingen die het aangaan. Er wordt aangehaakt bij het geactualiseerde beleid dat in
2013 is vastgesteld, waarbij het bereiken van maatschappelijke effecten centraal staat.
Het herijken van het subsidiebeleid wordt gefaseerd opgepakt. Het herijken van het
subsidiebeleid kan uitgevoerd worden binnen de bestaande formatie.
Er zal bij het verlenen van subsidies extra aandacht besteedt worden aan de vraag of de
gestelde doelen worden nagekomen. In de uitwerking van de herijking van de subsidies zal
ook gekeken worden naar diverse uitvoeringsaspecten. Gedacht wordt aan het aanstellen
van een contractmanager.
Maatschappelijk effect
Het herijken van het subsidiebeleid kan onrust veroorzaken bij bestaande stichtingen en
verenigingen. Het plaatselijk maatschappelijk middenveld is van belang. De rol van de
plaatselijke overheid is aan het veranderen, mede onder de financiële druk die op de
gemeenten ligt en een meer terugtredende overheid. Zelfredzaamheid van inwoners is van
groter belang.
Financiën
Met de subsidieverlening in Halderberge is een bedrag van meer dan 2 miljoen gemoeid. De
vraag is of dat in de toekomst houdbaar en haalbaar is binnen de budgettaire mogelijkheden
van Halderberge.
30
7. ONDERWIJS EN JEUGD
7.1
Aansluiting onderwijs - arbeidsmarkt
De voorkeur gaat uit naar de 5O benadering, dat wil zeggen, ondernemers, onderwijs en
overheid tevens onderzoek en de omgeving erbij betrekken.
Voor het schooljaar 2014-2015 is er nog sprake van uitvoering van bestaand beleid. Hiervoor
is formatie beschikbaar. Daarna is er geen sprake meer van landelijke financiering. Het
betreft een bedrag van € 50.000,-. Nu worden de middelen doorgegeven naar de Stichting
Surplus. Die heeft hiervoor een makelaar in dienst. De gemeente is eigenaar van de website,
vooral om te kunnen beschikken over de stageadressen. Het beheer is in handen van de
stichting Surplus.
Alle raadsfracties hebben in 2013 de wens kenbaar gemaakt de maatschappelijke stages te
handhaven. De gemeente is in gesprek met Prinsentuin en het Markland college om samen
met Surplus een oplossing te vinden. Het Markland college wil op de ingeslagen weg
doorgaan. Prinsentuin wil het doorzetten in de vorm van hun reguliere stages.
Maatschappelijk effect
Meer aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. De versterking van de positie van de
leerlingen op de arbeidsmarkt. Betrokkenheid jongeren bij de samenleving bevorderen.
Financieel
Als de landelijke financiering stopt zijn er geen middelen beschikbaar.
7.2
Passend onderwijs en Leerlingenvervoer
Het passend onderwijs gaat per 1 augustus 2014 van start. Passend onderwijs moet er voor
zorgen dat leerlingen in de toekomst een zo passend mogelijke plek in het onderwijs krijgen.
Scholen hebben hiervoor een zorgplicht.
De randvoorwaarden voor leerlingenvervoer zullen worden bijgesteld, rekening houdend met
het passend onderwijs. Te denken valt aan een eigen bijdrage, het instellen van centrale
opstapplaatsen.
De toewijzingscommissie onderzoekt of een doelkind toegelaten kan worden tot passend
onderwijs. Het resultaat hiervan is wellicht minder kinderen die voor vervoer in aanmerking
komen. Onderzocht moet worden wanneer er sprake is van passend onderwijs.
Maatschappelijk effect
De herziening van het beleid ten aanzien van leerlingenvervoer kan onrust veroorzaken. De
verwachting is dat door het aanbieden van passend onderwijs er ook een verschuiving zal
plaatsvinden in de aantallen m.b.t. het leerlingenvervoer.
Financieel
Hiervoor is geen formatie beschikbaar. Bezien wordt of het mogelijk is deze werkzaamheid
door een trainee uit te laten voeren.
7.3
Onderwijshuisvesting
Aan het einde van de komende raadsperiode is de onderwijshuisvesting in Halderberge op
orde. Dat betekent dat dan alle geplande scholen zijn gerealiseerd en functioneren als Brede
31
School. Tevens wordt er naar gestreefd deze scholen door te ontwikkelen tot integrale kind
centra (IKC).
Voor de kernen Hoeven, Oudenbosch en Oud Gastel moet nog een nieuwe
onderwijsvoorziening gebouwd worden. Er wordt hiervoor dit jaar een projectplan met een
planning opgesteld. De brede school wordt hierin meegenomen. Vanwege de krimp komt er
vanzelf ruimte vrij om de brede schoolgedachte te realiseren. Een IKC houdt in dat kinderen
van nul tot twaalf in één gebouw worden ondergebracht. Als er ruimte komt in een school
wordt die ingezet om het doe-kind binnen te halen.
Op 1 januari 2015 worden schoolbesturen verantwoordelijk voor het buitenonderhoud en
aanpassingen van schoolgebouwen voor het primair onderwijs. Dit is nu nog een taak van de
gemeente. Wij dragen het college op samen met de schoolbesturen invulling te geven aan
deze nieuwe taak.
Er is een verordening in voorbereiding om schoolbesturen verantwoordelijk te maken ten
aanzien van het buitenonderhoud van de schoolgebouwen. De gemeente blijft
verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreiding van scholen en de gymzaal. Scholen krijgen
een onderhoudsbudget. Er is geen risico voor achterstallig onderhoud.
Maatschappelijk effect
Goede onderwijsvoorzieningen en eigen verantwoordelijkheid van de scholen voor het
onderhoud van de schoolgebouwen stimuleren.
Financieel
Formatie voor de realisatie van de brede schoolgedachte/integrale kind centra ontbreekt. Er
is wel formatie op de projecten voor de bouw scholen (inhuur). Voor de vakinhoudelijke
aansturing is vanaf 1 januari 2015 geen formatie beschikbaar.
32
8. FINANCIËN
8.1
De begroting en de jaarrekening
De Planning en Control (P&C) cyclus wordt verbeterd uitgaande van de ‘LeAnn-principes’.
Na het zomerreces vindt er een consultatieronde plaats met de raad en het college.
Het proces wordt gecombineerd met de vaststelling van de nieuwe financiële verordening.
De verordening staat voor oktober op de termijnagenda gepland. Gedacht wordt aan een
workshop in september met raads- en collegeleden. Indien noodzakelijk wordt tijdens het
proces extern advies ingewonnen.
Ten aanzien van het versterken van het risicomanagement en dus de uitwerking van de
bevindingen van de rekenkamer wordt een plan van aanpak opgesteld.
Het plan van aanpak ten aanzien van de uitwerking van het rapport van de rekenkamer
wordt in september/oktober 2014 opgesteld.
Maatschappelijk effect
Efficiënte Planning en Control cyclus en goede beheersing van de risico’s.
Financieel
De financiële en personele consequenties worden meegenomen in het plan van aanpak.
8.2
Financiële Verordening artikel 212 Gemeentewet
Middels deze (verplichte) verordening stelt de gemeenteraad de uitgangspunten voor het
financieel beleid, het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie vast. De
verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle
wordt voldaan.
De financiële verordening wordt in oktober 2014 in de gemeenteraad behandeld. De
wijzigingen in wet- en regelgeving worden hierin meegenomen.
Maatschappelijk effect
Duidelijke financiële richtlijnen die voldoen aan de wettelijke eisen.
Financieel
n.v.t
8.3
Financieel solide
Voor een gezonde financiële positie van de gemeente is het van belang om jaarlijks een
reële begroting en meerjarenraming op te stellen. Hierbij dienen de structurele lasten te
worden gedekt door structurele baten. Het college heeft een reëel sluitende meerjarenraming
voor de komende vier jaar als uitgangspunt.
Naast een sluitende meerjarenraming is ook het weerstandvermogen van belang voor een
financieel solide positie van de gemeente. Hierbij dient de beschikbare weerstandscapaciteit
(waaronder de reservepositie) voldoende te zijn om de aanwezige risico’s op te kunnen
vangen. Het zal een behoorlijke opgave zijn om het gewenste weerstansvermogen van 1,0 te
bereiken.
De decentralisaties, de grondexploitaties, de herijking van het gemeentefonds en de
ontwikkelingen binnen de bijstandsverlening zijn behoorlijke risico’s, waarbij jaarlijks het
weerstandsvermogen en de meerjarenraming wordt gemonitord en indien nodig bijgesteld.
33
Uitgangspunten:
• Een sluitende meerjarenraming;
• Weerstandsvermogen naar 1,0 en het versterken van de reservepositie;
• Risicomanagement op orde en strak financieel beleid voeren;
• Monitoren van decentralisaties;
• Nieuw voor oud beleid (keuzes maken);
• Meer faseren.
We willen gaan werken met sturingsinformatie voor de verschillende doelgroepen
management, college, raad). Minder rapporten, meer op hoofdlijnen. Dat is een keuze.
Hiervoor moet nog een instrumentarium worden opgezet. Dit is een onderdeel van de
verbetering PenC cyclus (zie 8.1).
Financieel
n.v.t.
34
9. HERIJKINGSMOMENTEN
Aangezien het collegeprogramma een vertaling is van het raadsprogramma voor de
komende vier jaar is het van belang om jaarlijks een herijkingsmoment in te richten waarbij
gekeken wordt naar de stand van zaken en naar de eventuele gewijzigde
beleidsvoornemens door verandering in wetgeving, financiering, de eisen die de omgeving
stelt bijvoorbeeld initiatieven van inwoners of vergaande samenwerkingsinitiatieven, et
cetera. Gelet hierbij om deze redenen verstandig te gebruiken om het collegeprogramma tot
een dynamisch programma te maken dat kan inspelen op de actualiteit als dat nodig is.
Wij gaan bij de Zomernota 2015 het collegeprogramma herijken. De overige
herijkingsmomenten vallen samen met de begrotingsbehandeling.
35