FAQ Kwaliteitskader Huisvesting Basisonderwijs - Ruimte-OK

FAQ Kwaliteitskader Huisvesting
Basisonderwijs
Heeft u aanvullende vragen over het Kwaliteitskader Huisvesting Basisonderwijs van RuimteOK? Dit informatieblad geeft inzicht in de meest gestelde vragen rondom het Kwaliteitskader.
Meer informatie over het Kwaliteitskader vindt u in de voorlichtingsbrochure. Ruimte-OK heeft de
meest gestelde vragen voor u ondergebracht in drie thema’s, namelijk; proces, gebruik en
financiering.
PROCES
Wat is de landelijke status van het Kwaliteitskader?
De VNG en PO-raad zijn het inhoudelijk eens over de thema’s uit het Kwaliteitskader, maar verschillen in mening
over de wijze waarop de kwaliteitsthema’s kunnen worden bekostigd. Het Kwaliteitskader dienst niet gezien te
worden als nieuwe norm, maar als uitgangspunt voor het maken van lokale afspraken. Met het nieuwe
Kwaliteitskader ontstaat in principe een herijking van kwaliteitscriteria, zoals deze in de jaren tachtig waren
opgesteld door de werkgroep Londo voor schoolgebouwen in het Primair Onderwijs. In de loop van decennia zijn
de eisen omtrent veiligheid, ventilatie en energieprestatie in het Bouwbesluit aangescherpt en is een Programma
van Eisen voor Frisse Scholen opgesteld. Deze hebben nog niet geleid tot integrale en samenhangende
kwaliteitscriteria. De kwaliteitscriteria uit het kader sluiten op deze manier aan op de hedendaagse wetgeving en
praktijk.
Hoe dient het Kwaliteitskader gezien te worden ten opzichte van de modelverordening?
Het Kwaliteitskader neemt de minimaal vereiste basiskwaliteit als vertrekpunt. De benodigde financiering is
daarvan afgeleid. De opbouw van het Kwaliteitskader maakt het mogelijk kosten van de afzonderlijke
kwaliteitscriteria goed inzichtelijk te krijgen. Daarmee wordt het mogelijk het ambitieniveau van zowel gemeente
als schoolbestuur in kaart te brengen, waarmee ook de daadwerkelijke benodigde bekostiging inzichtelijk wordt.
Om het Kwaliteitskader te kunnen plaatsen binnen de gemeentelijke verordening, dient deze gezien te worden als
aanvulling op bijlage IV van de modelverordening.
Wordt in het Kwaliteitskader niet teveel voorgeschreven?
Nee. Het Kwaliteitskader biedt een eenduidig houvast dat zich tot de kern heeft willen beperken. De genoemde
prestatie-eisen zijn het vertrekpunt om te komen tot een goed gesprek over een goede basiskwaliteit die
duurzaam, betaalbaar en exploiteerbaar is. Het fungeert niet als nieuwe norm, maar als basis voor de dialoog om
afspraken ten aanzien van het gewenste kwaliteitsniveau te maken.
Welke aansluiting is er met het onderzoek naar kwaliteit van Oberon?
Het Kwaliteitskader Huisvesting vormde mede de basis voor het onderzoek naar onderwijshuisvesting dat
onderzoeks- en adviesbureau Oberon in het najaar van 2013 in opdracht van OCW heeft uitgevoerd. Met behulp
van het Kwaliteitskader bracht Oberon de huidige en gewenste kwaliteit van schoolgebouwen in kaart. Het
resultaat is de 'Monitor Kwaliteit Onderwijshuisvesting PO en VO', die meer inzicht geeft in de opvattingen en
beleving van schoolleiders en schoolbesturen over de kwaliteit van hun schoolgebouwen.
Waarom verloopt de implementatie van het Kwaliteitskader via Ruimte-OK?
Sinds 2012 is kenniscentrum Ruimte-OK gestart met het bundelen, ontwikkelen en verspreiden van
kennis en expertise met betrekking tot de huisvesting van onderwijs en opvang voor nul tot 18-jarigen.
De primaire doelgroepen van Ruimte-OK zijn het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, de
gemeenten en de kinderopvang. Als landelijk kenniscentrum dat onafhankelijk binnen en tussen deze
sectoren opereert, is Ruimte-OK de meest voor de hand liggende organisatie om zorg te dragen voor
een goede implementatie van het Kwaliteitskader Huisvesting Basisonderwijs.
Gebruik
Is het Kwaliteitskader relevant voor mijn organisatie?
Het Kwaliteitskader huisvesting is in beginsel voor alle onderwijssoorten in het primair onderwijs toepasbaar en
kan zowel voor nieuwbouw als bestaande bouw worden gebruikt. Daarmee kan het ook worden ingezet bij
verbouwingen, groot onderhoud en renovatie. Kortom: bij alle zaken die door de wetswijziging overheveling
buitenonderhoud per 1 januari 2015 volledig voor rekening komen van schoolbesturen. Op verzoek van de
schoolbesturen is er ook een bijlage opgenomen die aanvullende kwaliteitscriteria meegeeft voor voorzieningen in
het passend onderwijs, zodat scholen met een zorgprofiel direct zien welke invloed deze keuze heeft op de
huisvesting. In de toekomst zal het Kwaliteitskader op onderdelen worden verbreed zodat deze ook geschikt is
om in te zetten binnen het speciaal basisonderwijs, voortgezet onderwijs en de kinderopvang.
Waarvoor kan ik het Kwaliteitskader binnen mijn organisatie inzetten?
Het Kwaliteitskader hanteert basisprestaties: een eigentijdse basis voor de gewenste kwaliteit van de gebouwde
onderwijsvoorzieningen. Dit inzicht is onmisbaar bij:

het opstellen van een strategische huisvestingsvisie op de langere termijn zoals doorgaans opgenomen
in het Integraal Huisvestingplan (IHP) van gemeenten.

besluitvorming rondom het kwaliteitsniveau bij de bouw- of verbouw die zich vertaald in een Programma
van Eisen (PvE).

het inzichtelijk maken van de huidige staat en geschiktheid van de gebouwen rondom een mogelijke
overdracht in het kader van gehele of gedeeltelijke doordecentralisatie.
Hoe verhoudt het Kwaliteitskader zich tot andere standaarden?
Voor het Kwaliteitskader is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaand onderzoek. Er is aansluiting gezocht
bij ontwikkelingen van schoolbesturen en gemeenten die reeds op eigen initiatief stappen hebben gezet en
ervaringen hebben opgedaan bij de ontwikkeling van eigen standaarden. Daarnaast is veelvuldig om feedback
gevraagd bij deskundigen, opdrachtgevers en de uiteindelijke gebouwgebruikers. Het resultaat is opgenomen in
de eerste versie van het Kwaliteitskader. Bij de uitwerking van het Kwaliteitskader is ook maximale samenhang
gezocht met andere kader stellende documenten. Dit heeft geleid tot één eenduidig basisdocument waarmee
opdrachtgevende partijen aan de slag kunnen.
Is het Kwaliteitskader geschikt voor voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs of kinderopvang?
Het huidige Kwaliteitskader is gericht op het primair onderwijs. Voor voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs of
kinderopvang zal een afzonderlijke verdiepingsslag worden ingevuld. In bijlage A is al wel een koppeling gemaakt
naar de consequenties ten aanzien van de huisvesting als gevolg van de invoering van het passend onderwijs.
Kan het Kwaliteitskader worden gebruikt bij de beoordeling van bestaande scholen?
Het kader kan worden gebruikt voor zowel nieuwe als bestaande scholen. Daarmee is er een eenduidig en
integraal toetsingskader waarmee aan de benodigde kwaliteitsimpuls voor de onderwijshuisvesting kan worden
gewerkt.
Kan het Kwaliteitskader worden ingezet bij renovatie?
Ja. Het Kwaliteitskader is geschikt voor zowel bestaande als nieuwbouw. In de praktijk zijn de verschillen waarop
gemeenten omgaan met het vraagstuk van een levensduur verlengende aanpassing echter groot. Op basis van de
genoemde kwaliteitseisen wordt het mogelijk een goede afweging te maken rondom gewenst aanpassingen van
het gebouw en te bepalen welke middelen nodig zijn om het beoogde kwaliteitsniveau te realiseren.
Dient het Kwaliteitskader gezien worden als vervanging van het Programma van Eisen?
Het Kwaliteitskader is geen PvE, maar omvat wel de concrete bouwstenen die daarin dienen te worden
meegenomen. Door de aangereikte prestatie-eisen uit het kader als uitgangspunt voor (ver)bouwprojecten te
nemen vindt al in een vroeg stadium een afstemming van het budget op concreet meetbare ambities plaats. Het
geeft opdrachtgevende partijen zodoende een basisdocument mee, waarmee de kans op herhalingsfouten – en
daaraan verbonden aanpassingskosten – sterk kan worden gereduceerd.
Hoe zijn de thema’s van het Kwaliteitskader bepaald?
De opbouw van het Kwaliteitskader heeft een directe relatie met de Scholenbouwwaaier. In de ontwikkelfase is
gebleken dat dit instrument het beste aansluit bij de gewenste kwaliteitsbenadering vanuit de gebruiker. In deze
opbouw blijken alle gebouwgebonden kwaliteitsdimensies te zijn meegenomen. Onderwerpen die niet terug te
vinden zijn in het Kwaliteitskader hebben over het algemeen geen directe koppeling naar de huisvesting zelf, maar
zijn daarvan afgeleid. Dit als onderdeel van beleid of de niet-bouwkundige inrichting van het gebouw. Denk dan
aan zaken als;
- Schoonmaakprogramma (frequentie, intensiteit)
- Asbest
- Gebruikersgedrag rondom ventilatie
- Ergonomie (losse inrichting)
Waar zijn de opgenomen prestatie-eisen op gebaseerd?
In de inleiding van het Kwaliteitskader is te vinden hoe men tot de genoemde kwaliteitseisen is gekomen. De
kwaliteitseisen zijn tot stand gekomen op basis van veelvuldig raadplegen van alle beschikbare onderzoeken,
reeds ontwikkelde standaard programma’s van eisen en ervaringen vanuit de praktijk.
Hoe verhoudt het Kwaliteitskader zich tot de ruimtelijke normering?
Het Kwaliteitskader neemt het gewenste basiskwaliteitsniveau voor onderwijsruimten als vertrekpunt.
Besluitvorming over huisvesting wordt er niet langer benaderd vanuit een financieel en/of ruimtelijk probleem.
Heeft het Kwaliteitskader aandacht voor de (veranderende) visie op onderwijs?
Het Kwaliteitskader biedt ruimte aan alle vormen van onderwijs, ook wanneer de visie op het onderwijs of het
gebouw verandert. Als uitgangspunt hanteert het daartoe een grote mate van flexibiliteit en diversiteit.
Is er bij het opstellen van het Kwaliteitskader rekening gehouden met krimpende scholen?
Ja. In de ontwikkelingsfase zijn de kennis en ervaring van (dorps-)scholen die in de praktijk reeds te maken
hebben gehad met krimpende leerlingaantallen bewust meegenomen.
Zijn er al gemeenten die met het Kwaliteitskader hebben gewerkt?
Ja. Gedurende de ontwikkelingsperiode hebben diverse gemeenten kennis gemaakt met het Kwaliteitskader. Ook
is er contact geweest met gemeenten die al ervaringen hebben opgedaan met het werken met lokale standaarden.
Financiering
Hoe verhouden de genoemde referentiebedragen zich tot de normbekostiging?
De huidige bekostigingssystematiek uit de modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs redeneert vanuit
sinds 1985 geïndexeerde normvergoedingen, op basis waarvan een beschikbaar normatief budget kan worden
bepaald voor de bouw en uitbreiding. In de praktijk leidt het gebruik van deze normbedragen tot een financiële
afweging zonder dat kwaliteitseisen daar expliciet onderdeel van uitmaken. De genoemde bekostigingsbedragen
vanuit de modelverordening zijn dus genormeerd. Met deze vergoedingsbedragen kan en moet de
in de bijlage III aangegeven bruto-oppervlakte worden gerealiseerd. In de verordening zelf zijn geen
kwaliteitscriteria opgenomen. Deze normatieve bekostigingsbedragen vinden hun oorsprong in de Programma’s
van Eisen zoals deze ooit zijn opgesteld door de Werkgroep Londo in 1985. Een goede toelichting op de
ontwikkeling hiervan is te vinden in de financiële paragraaf die voor het Bestuurlijk Overleg Breda is opgesteld. Dit
document is als naslagwerk opgenomen in de kennisbank van Ruimte-OK.
Zijn gemeenten verplicht de normbedragen op te volgen?
Nee. Gemeenten zijn niet verplicht de jaarlijkse prijsbijstelling van de VNG op te volgen. Gemeenten kunnen
desgewenst zelf voor een andere prijsbijstellingssystematiek kiezen. Het streven is om de financiële paragraaf
van het Kwaliteitskader jaarlijks te indexeren: daarmee kunnen gemeenten/schoolbesturen in de toekomst deze
als prijsbijstellingssystematiek in zetten bij de toekomstige toekenning van middelen ten aanzien van de
onderwijshuisvesting. Voordeel ten opzichte van de huidige indexering van de normkostenbudgetten is dat er met
de financiële paragraaf uit het Kwaliteitskader meteen een koppeling gemaakt kan worden met het
kwaliteitsniveau.
Zijn de genoemde kwaliteitseisen financieel haalbaar?
Op basis van de opgestelde financiële paragraaf wordt het mogelijk te bekijken hoe jaarlijks beschikbare middelen
vanuit de door gemeenten te ontvangen rijksbekostiging (vanuit hun zorgplicht) toereikend zijn om een met elkaar
bepaald basiskwaliteitsniveau te kunnen financieren.
Zijn de genoemde bedragen in de financiële paragraaf afdwingbaar?
Nee. Omwille van de financiële positie van gemeenten zijn de prestatie-eisen uit het Kwaliteitskader niet via de
modelverordening afdwingbaar. De geïndexeerde VNG normering blijft dan ook vertrekpunt. De jaarlijkse
rijksvergoeding met betrekking tot het onderhoud is hier vooralsnog niet in meegenomen. Overigens leert de
praktijk dat veel gemeenten op dit moment al een toeslag op het normatieve bedrag uit de modelverordening
hanteren.
____________________________________________________________________________________________
Dit
informatieblad
is
een
dynamisch
document
en
wordt
frequent
aangevuld
met
de
meest
actuele informatie. Heeft u zelf vragen, suggesties of verbeteringen? Geef dit dan door via het contactformulier van
Ruimte-OK.