ANTenne 2014/1 (januari-maart)

Antenne
Driemaandelijks informatieblad
Afgiftekantoor: Antwerpen X
P2A9210
U.V.
1
Jaargang 8
Nummer 2014/1
Januari - maart 2014
Departement leefmilieu
Tijdschrift van de Antwerpse Koepel voor Natuurstudie - ANKONA
02
antenne | januari-maart 2014 | jaargang 8 | nr. 1
Wat is ANKONA
De ANtwerpse KOepel voor NAtuurstudie (ANKONA) is een
samenwerkingsverband tussen het provinciebestuur Antwerpen
en éénieder die zich met natuurstudie in de provincie Antwerpen
bezighoudt. ANKONA heeft als algemene doelstelling om binnen
de provincie Antwerpen het natuurstudiewerk te ondersteunen, in
kaart te brengen en door regelmatig overleg er een meerwaarde aan
te geven. ANKONA streeft er in het bijzonder naar om een actieve,
coördinerende rol te spelen in natuurstudieprojecten die een grotere
regio bestrijken (atlas-, monitoringsprojecten). Tot slot wordt er veel
belang gehecht aan de basis van de natuurstudie, nl. het verzamelen
van gegevens. Hier wordt een hoge mate van standaardisatie en
uitwisselbaarheid van die gegevens beoogd.
ANKONA-secretariaat en redactieadres
Departement Leefmilieu
Dienst Duurzaam Milieu- en Natuurbeleid (DMN)
Team ‘Natuur & Landschap’ (ANKONA-secretariaat)
T 03 240 59 88
F 03 240 57 52
e-mail: [email protected]
ANKONA-mailinglist
E-mail behoort tegenwoordig tot één van de communicatiemiddelen
die niet meer weg te denken zijn uit de leefwereld van een groot
aantal onder ons. Dus al wie elektronisch op de hoogte wil gehouden
worden van de activiteiten, studiedagen, determinatiecursussen
georganiseerd door ANKONA en ANTenne alleen elektronisch wil
ontvangen, stuurt gewoon een mailtje naar
[email protected]
Uitgave
ANTenne is een uitgave van de deputatie van de provincieraad van
Antwerpen: Cathy Berx, gouverneur-voorzitter, Luk Lemmens,
Ludwig Caluwé, Inga Verhaert, Bruno Peeters, Peter Bellens, Rik
Röttger, leden en Danny Toelen, provinciegriffier.
Redactieraad
Peggy Beers, Koen Cuypers, Mieke Hoogewijs, Lon Lommaert en
Herlinde Nieuwborg
Werkten mee aan dit themanummer
Annelies Jacobs, Lieve Deceuninck, Ignace Ledegen en Diemer
Vercayie
Foto’s op de cover:
• Jonge boomleeuweriken getroffen door brand © Dan Slootmaekers
• Boompieper © Glenn Vermeersch
• Eekhoorn, verkeersslachtoffer © Robin Vanheuverswyn
Vormgeving en druk
Drukkerij EPO vzw (Berchem-Antwerpen)
Gedrukt met plantaardige inkt op gerecycleerd papier
Dit nummer is ook te raadplegen op de ANKONA-website:
www.ankona.be of
www.provant.be/ankona (rubriek ‘nieuwsbrieven’)
Verschijningsdatum van volgend nummer (2014/2):
April 2014
Heb je een mededeling over een leuke vondst, een activiteit, een
publicatie of een vraag naar medewerking van anderen en wil je dat
het verschijnt in het volgend nummer van ons tijdschrift ‘ANTenne’?
Dat kan door je oproep of tekst vóór 10 februari door te sturen naar
het ANKONA-secretariaat.
Oplage:
1.200 exemplaren
Verantwoordelijke uitgever
Dirk Vandenbussche, wnd. diensthoofd Duurzaam Milieu- en
Natuurbeleid, Koningin Elisabethlei 22, 2018 Antwerpen
ANKONA-nieuws
ANKONA-ontmoetingsdag
(8 februari, Antwerpen)
Naar goede gewoonte wordt jaarlijks de ANKONA-ontmoetingsdag georganiseerd op de tweede zaterdag van februari.
Deze dag is het uitgelezen moment om collega-natuurliefhebbers te ontmoeten en nieuwtjes uit te wisselen. De 17de editie
heeft plaats op zaterdag 8 februari 2014 op de UA-Campus
Groenenborger (Groenenborgerlaan 171, 2020 Antwerpen) en
start om 9u30. Reserveer deze datum alvast in je agenda!
Het thema van deze dag is ‘Van het monitoren met e-DNA
overgaan tot soortenbescherming’.
Net zoals vorige jaren wordt deze editie samen georganiseerd
met het departement Biologie van de Universiteit Antwerpen
(UA).
Het programma ziet er alvast indrukwekkend uit met tal van
lezingen! (Zie kaderstuk voor het volledige programma.)
Klassiek zijn er in de voormiddag parallelle sessies en in de namiddag worden de lezingen in plenum georganiseerd. Je kan
in de voormiddag dus zelf je programma samenstellen door te
‘zappen’ van de ene parallelle sessie naar de andere. We maken ook deze keer weer gebruik van de ‘bioruimte’ (microscopiezaal). In de voormiddag is er een praktische workshop over
‘Kijken naar de anatomie van bladeren’ en in de namiddag
eentje over ‘Vleermuizen onderzoeken in de fortengordels’.
Voor beide workshops is het aantal deelnemers beperkt tot 20.
Na de middagpauze starten we met de klassieke ‘korte berichten’-rubriek waarbij iedere organisatie of vrijwilliger kort een
item dat verband houdt met natuurstudie kan komen toelichten. Volgende korte berichten staan al geprogrammeerd: ‘Dieren onder wielen-project 2.0’, ‘de nieuwe website van AMK’,
recente publicaties en activiteiten, …
Het volledig programma kan je raadplegen op de ANKONA-website (www.ankona.be; rubriek ‘kalender’ of ‘ontmoetingsdagen).
Gedurende de dag kan je info- en boekenstands van diverse
(natuur-)verenigingen bezoeken.
Deelname is gratis, maar vooraf inschrijven is verplicht en
kan uiterlijk t.e.m. 1 februari 2014. Inschrijven (vanaf eind december) doe je bij voorkeur digitaal via de ANKONA-website:
www.ankona.be (rubriek ‘ontmoetingsdagen’ en ‘kalender’).
antenne | januari-maart 2014 | jaargang 8 | nr. 1
programma
Parallelle sessie 3: Wat vliegt daar?
Voormiddag
Vogels en vleermuizen
Vanaf 9u15:
•
Ontvangst (koffie/thee)
30 jaar roofvogel- en uilenonderzoek in de Zuiderkempen
(Herman Berghmans, Ringgroep Demervallei – KBIN en
Ludo Smets, Kerkuilwerkgroep Vlaanderen - afdeling van
9u30 - 9u40:
Vogelbescherming Vlaanderen vzw)
Verwelkoming (Rik Röttger,
•
Vermeersch, INBO)
vincie Antwerpen)
•
Grutto-populatie in de Noorderkempen (Stijn Leestmans,
VLM)
9u50 - 12u10
Praktische
De Kalmthoutse Heide na de brand: onderzoek naar
grondbroedende vogels (Annelies Jacobs, UA en Glenn
gedeputeerde Leefmilieu, pro-
workshop
A:
•
Vleermuizeninventarisatie (met behulp van batdetectors)
Microscopie ‘Kijken naar de
binnen het werkingsgebied van Natuurpunt Zuidrand
anatomie van bladeren’ (Frank
Antwerpen (Daniel Sanders, VLM en Johan De Ridder,
Van Campen en Jef Schoors, Ko-
Natuurpunt Zuidrand Antwerpen)
ninklijk Antwerps Genootschap
voor Micrografie (KAGM))
OF
Parallelle sessie 1: ‘(A)biotisch’ en toch actief!
•
•
•
Vanaf 12u00: broodjesmaaltijd en mogelijkheid tot het bezoeken van info- en boekenstands
13u00: Vertoning natuurfilm (onder voorbehoud)
Behaag Natuurlijk 20/30: 20 jaar actie i.s.m. 30 gemeenten/milieuraden (Erik De Keersmaecker, coördinator van
Namiddag
behaagactie Natuurpunt)
13u45 - 15u15 (16u35):
Abiotiek en de relatie met beheerdoelen in het natuur­
Praktische workshop B: ‘Vleermuizen onderzoeken in
gebied Langdonken-Goor (Herselt) (Piet De Becker en Lon
de fortengordels’ (Sven Verkem, N8 en Ben Van der Wijden,
Lommaert, INBO)
Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt)
Natuurrestoratie op voormalige landbouwgronden via
uitmijnen van fosfor: eerste resultaten in natuurgebieden
•
Middagpauze
OF
‘Landschap de Liereman’ (Oud-Turnhout) en het ‘Vrie-
13u45: Korte berichtenrubriek
selhof’ (Oelegem) (Jan Mertens en Stephanie Schelfhout,
14u10: Waardebepaling van hoogveenrelicten in de pro-
UGent)
vincie Antwerpen (Herman Stieperaere, Plantentuin Meise
50 jaar mineralogisch onderzoek in Vlaanderen (Hugo
en Dirk De Beer, Vlaamse Werkgroep Bryologie en Licheno-
Bender, Mineralogische Kring Antwerpen (MKA))
logie (VWBL))
14u45: Onderzoek natuurlijke en niet-natuurlijke tuinen
Parallelle sessie 2: Onder en boven water
•
Samenwerking rond de monitoring van fauna-akkers
(Liesbeth Vogels, Thomas More Hogeschool Kempen, Agroen Biotechnologie)
in de provincie Antwerpen (Thomas Impens, Regionaal
Landschap de Voorkempen en Peter De Batist, Koninklijke
15u15: Pauze
Antwerpse Vereniging voor Entomologie (KAVE))
•
•
“Biodiva-scan” in de praktijk bij MVO-bedrijven (Els
15u45: Voorstel Europese Verordening ‘invasieve soor-
Driessens, provincie Antwerpen en Jan Van Den Berghe,
ten’: wat betekent dit op het terrein? (Myriam Dumortier,
SPK vzw)
EU-Commissie)
e-DNA of Environmental-DNA: een krachtig instrument
16u10: Vlaams meldpunt voor invasieve exoten: samen op
voor het monitoren van (water-)organismen? (Joachim
de uitkijk (Tim Adriaens, INBO)
Mergeay, INBO)
•
Baseline-project: leven in de Ekerse putten - domein
16u35: Receptie
Muisbroek (Ben van Asselt en Peter Konings, duikersclub
‘Project Baseline Belgium’)
Meer info
ANKONA-secretariaat: Desguinlei 100, 2018 Antwerpen. Peggy Beers (ma/di/don): tel. 03 240 57 28.
e-mail: [email protected]. websites: www.ankona.be of http://nl-nl.facebook.com/ankona.provant
03
04
antenne | januari-maart 2014 | jaargang 8 | nr. 1
Actualiteit
Help verkeersslachtoffers tellen
Diemer Vercayie, projectcoördinator ‘Dieren onder de wielen 2.0’, Natuurpunt; e-mail: [email protected]
Natuurpunt roept opnieuw op om doodgereden dieren te mel-
of naar school een verkeersslachtoffer langs de weg? Of wil je
den op de website www.dierenonderdewielen.be. Zo worden
een weg door beschermd natuurgebied regelmatig controleren
de knelpunten in kaart gebracht zodat overheden gerichte
op de aanwezigheid van slachtoffers? Word dan trajectteller!
maatregelen kunnen nemen om het aantal slachtoffers terug
Het streefdoel is om minimum één keer om de twee weken je
te dringen. ‘Dieren onder de wielen 2.0’ gaat echter nog een
traject te controleren en dat één jaar vol te houden.
stapje verder. Natuurpunt roept nu ook op om trajecten regelmatig te controleren.
Knelpunten
Ook losse waarnemingen van verkeersslachtoffers zijn nog
Vorig jaar werden er in de provincie Antwerpen alleen al 1500
steeds heel welkom. Die kun je zonder in te loggen invoeren
verkeersslachtoffers gemeld, maar dit is slechts het topje van
via www.dierenonderdewielen.be. Hoe meer gegevens er ver-
de ijsberg. Die 1500 doodgereden dieren zijn enkel de slacht-
zameld worden over verkeersslachtoffers hoe duidelijker het
offers die door bezorgde natuurliefhebbers gemeld werden.
zal worden waar de gevaarlijkste punten zijn. Zo kunnen over-
In realiteit sterven er nog veel meer dieren in het verkeer.
heden gerichte maatregelen nemen om het aantal slachtoffers
Tussen 2008 en 2012 onderzochten de Vlaamse overheid, Na-
terug te dringen.
tuurpunt en Vogelbescherming Vlaanderen de impact van het
De telresultaten worden in real time weergeven op een kaartje
verkeer op dieren in Vlaanderen. Meer dan 2000 vrijwilligers
op de website. Zo kan iedereen bekijken wat de zwarte punten
waren betrokken bij het project, dat ‘Dieren onder de wielen’
zijn in zijn gemeente en welke dieren er het vaakst slachtoffer
gedoopt werd. In totaal werden er in Vlaanderen meer dan
worden van een ongeval.
24.000 slachtoffers gemeld.
Waarom opnieuw tellen?
Meest aangetroffen slachtoffers in de
provincie Antwerpen
Dat er in Vlaanderen zoveel dieren sterven in het verkeer hoeft
Uit de top tien van gemelde slachtoffers blijkt dat vooral de
niet te verwonderen. Met meer dan vijf kilometer weg per vier-
gewone pad, egel en eekhoorn bij bosjes sneuvelen op de
kante kilometer heeft Vlaanderen het dichtste wegennet van
Antwerpse wegen. Het goede nieuws is dat deze drie soor-
Europa. Gemiddeld komt een dier in Vlaanderen om de 300
ten door relatief eenvoudige maatregelen kunnen geholpen
meter een weg tegen. Dieren die een nieuw leefgebied zoeken
worden. Padden en kikkers worden vooral in de vroege lente
en daarvoor tientallen kilometers afleggen, moeten dus heel
doodgereden als ze van hun winterverblijfplaats naar een poel
wat – en steeds drukkere – wegen oversteken. Zelfs het uiterst
trekken om er te paren. Wil jij helpen om de padden veilig van
dichte wegennet van Vlaanderen wordt jaarlijks nog dichter.
de ene naar de andere kant van de weg te brengen, contacteer
De laatste 20 jaar nam de lengte van het Belgische wegennet
dan [email protected]. Ook egels, de meest
nog met 10% toe. Een nauwgezette opvolging helpt mee om te
doodgereden zoogdieren en symbool voor verkeersslachtof-
bepalen wat de impact hiervan is op dieren.
fers, kun je een handje helpen. Egels leven namelijk vooral in
Het voorgaande project bracht reeds een aantal belangrijke
tuinen en parken. Nu zijn tuinen vaak langs drie zijden herme-
knelpunten aan het licht, maar een aantal vragen konden nog
tisch afgesloten, waardoor ze enkel via de gevaarlijke straat
niet beantwoord worden. Hoeveel dieren sterven er jaarlijks in
het verkeer? Zijn er bepaalde soorten die in hun voortbestaan
bedreigd worden door de sterfte in het verkeer? Worden er op
drukke wegen meer dieren doodgereden of worden ze daar
gewoon sneller gemeld?
Trajectcontroles
In het vervolgproject ‘Dieren onder de wielen 2.0’, dat Natuurpunt uitvoert in opdracht van de Vlaamse overheid, wordt nu
opgeroepen om bepaalde trajecten systematisch te controleren.
Zo kan een meer gedetailleerde schatting gemaakt worden
van het totaal aantal slachtoffers en de impact van het verkeer
op specifieke soorten. Zie je af en toe op weg naar het werk
Eekhoorn, verkeersslachtoffer © Robin Vanheuverswyn
antenne | januari-maart 2014 | jaargang 8 | nr. 1
05
naar de volgende tuin kunnen. Door een kleine opening van 15
provincie om haar voortrekkersrol verder waar te maken en
cm breed en hoog in je omheining te maken, kun je egels uit de
nieuwe eekhoornbruggen te installeren.
gevarenzone houden.
Eekhoorns worden meestal doodgereden op plaatsen waar ze
niet via de boomkruinen van de ene kant van de weg naar de
andere kunnen. Door een dik touw van de ene kant naar de
andere te spannen, een zogenaamde eekhoornbrug, hoeven
de eekhoorns niet meer op de begane grond de straat over
te steken. Antwerpen pionierde enkele jaren geleden al met
de eerste eekhoornbrug in Vlaanderen. Als u de doodgereden
Meer info
Op de ANKONA-ontmoetingsdag op 8 februari 2014
wordt ‘Dieren onder de wielen 2.0’ ook voorgesteld
tijdens de ‘korte berichten’. Wie nog vragen heeft kan
die dag rechtstreeks bij de projectcoördinator terecht.
Tel mee via www.dierenonderdewielen.be.
eekhoorns meldt via de website, maakt u het mogelijk voor de
Recente publicaties
De water- en oppervlaktewantsen van België (Hemiptera, Heteroptera:
Nepomorpha & Gerromorpha)
Auteurs: Eric Stoffelen, Hans Henderickx, Thierry Vercauteren, Koen Lock en Rop Bosmans
Deze publicatie maakt deel uit van de reeks ‘Fauna van België’
Bij de bespreking van elke soort
uitgegeven door het Koninklijk Belgisch Instituut voor Na-
staat achtereenvolgens: de weten-
tuurwetenschappen te Brussel (K.B.I.N.).
schappelijke en Nederlandse naam;
Het eerste Nederlandstalig boek in België over deze groep van
een algemene beschrijving; de ver-
insecten bevat meer dan 450 originele foto’s die speciaal hier-
spreiding in Europa en meer in de-
voor werden gemaakt. Dit boek kan gebruikt worden als veld-
tail in België; het biotoop; de levens-
gids door de beginnende natuurliefhebber met interesse voor
wijze in België; de status in Vlaanderen; foto’s met de algemene
het boeiende waterleven, maar is ook een naslagwerk voor de
habitus en detailfoto’s van kenmerken belangrijk voor de deter-
gepassioneerde natuuronderzoeker.
minatie; de verspreiding in België op twee kaarten: de toestand
Elk van de 64 soorten wordt afgebeeld en kort beschreven.
voor en na 1978.
Inleidende beschrijvingen belichten de lichaamsbouw, de levenswijze en de biotoopvoorkeuren van de water- en opper-
Hoe bestellen?
vlaktewantsen. Determinatiesleutels brengen je eerst naar de
Het gebonden boek is 256 blz. dik en kost 45 euro (exclusief
juiste groep, vervolgens naar de betreffende familie en dan
verzendingskosten). Het kan besteld worden bij het K.B.I.N.:
naar de soort.
[email protected]
Hygrofane gordijnzwammen (Cortinarius subg. Telamonia) in Vlaanderen
Auteurs: de Haan A., Volders J., Gelderblom J., Verstraeten P. & Van de Kerckhove O. (2013).
Het boek wordt uitgegeven door de Koninklijke Vlaamse Myco-
pretatie, de mogelijke synoniemen
logische Vereniging v.z.w. (KVMV, www.kvmv.be).
en de bijkomende nuttige literatuur
De KVMV-werkgroep ‘Cortinarius’ bundelde 20 jaar waarnemin-
en illustraties. Afsluitend vind je de
gen in een determinatiewerk voor alle Telamonia’s (hygrofane
lijst met de overeenkomstige Neder-
gordijnzwammen) die tot nu in Vlaanderen werden verzameld.
landse namen.
Het boek omvat een uitgebreide inleiding, een handleiding hoe
Het boek is gratis voor alle KVMV-le-
te verzamelen, waar te nemen en te documenteren, uitleg over
den die KVMV-lid waren in oktober
de gebruikte kenmerken en drietalige sleutels (Nederlands,
2013, de publicatiemaand van het
Frans, Engels). In deze sleutels worden, naast de klassieke ken-
boek. Nieuwe leden betalen 25 euro en niet-leden 30 euro (ver-
merken, bijkomende microscopische elementen gebruikt die
pakking en verzending niet inbegrepen).
meer zekerheid moeten bieden bij de determinatie. De sleutels leiden naar 117 beschreven taxa (soorten, variëteiten en
Hoe bestellen?
vormen). Elk uitvoerig beschreven en geïllustreerd met foto of
Zie
aquarel en microscopietekeningen. Dit alles aangevuld met 19
stuur een mailtje naar [email protected] met
platen met aquarellen. Een uitgebreide en gedetailleerde taxo-
volgende gegevens:
nomielijst verschaft de gegevens van elk taxon, over de inter-
BESTELBON Cortinarius subg. Telamonia in Vlaanderen
http://kvmv.be/index.php/publicaties/item/telamonia
of
06
antenne | januari-maart 2014 | jaargang 8 | nr. 1
Natuurstudieartikel
Brand op de Kalmthoutse Heide: een ramp voor
broedvogels?
Annelies Jacobs, e-mail: [email protected]
Inleiding
Eind mei 2011 woedde een zware brand over het natuurgebied
Het voorkomen van deze brand gaf de kans om wetenschap-
Grenspark De Zoom - Kalmthoutse Heide. Meer dan 400 hecta-
pelijk onderzoek te verrichten naar de impact van een der-
re heidegebied ging in de vlammen op. De getroffen zone bleef
gelijke grootschalige gebeurtenis op de aanwezige levensge-
achter als een troosteloze vlakte met zwartgeblakerde bomen
meenschappen. Om de huidige toestand van een gebied te
en opkomend pijpenstrootje. De media omschreef de heide-
evalueren, kan de aanwezigheid, abundantie en verspreiding
brand als ‘de grootste ecologische ramp ooit in Vlaanderen’.
van indicatorsoorten worden opgevolgd. Zo kan bijvoor-
Maar wat is daar van waar? Na de brand werd de toestand van
beeld de aanwezigheid van bepaalde vogelsoorten erg infor-
verschillende groepen organismen op de heide opgevolgd. Zo
matief zijn om effecten van verstoringen in te schatten. Van-
werd onder meer gekeken naar de impact van de brand op
wege hun hoge mobiliteit en groot koloniserend vermogen,
de vegetatie, op de herpetofauna (populatie gladde slangen,
worden vogels gebruikt als indicator van aan- of afwezigheid
heikikkers), op de vlinders, de libellen, enzovoort. In kader van
een masterthesis Biologie aan de Universiteit Antwerpen werd
in 2012-2013 ook de toestand van de aanwezige broedvogels
Brand: een verstoring in het ecosysteem
opgevolgd. De timing van de heidebrand viel immers midden
In de meeste terrestrische ecosystemen vormt het voorko-
in het broedseizoen: verschillende vogelnesten met eieren of
men van branden een belangrijke bron van verstoring. Een
jongen gingen verloren. Vooral soorten die op de grond of
brand kan een landschap hervormen en een sterke impact
laag in de begroeiing nestelen, werden zwaar getroffen. Is de
uitoefenen op de aanwezige levensgemeenschap. Niet alle
brand werkelijk nefast geweest voor broedvogels?
soorten organismen zijn even kwetsbaar voor branden.
Meer mobiele soorten worden minder snel getroffen door
Een brand zorgt voor een tijdelijke toename van nutriënten
onmiddellijke effecten van brand, zoals mortaliteit of an-
naar de bodem toe, met als belangrijkste stikstof en fosfor. On-
dere fysieke schade, dan minder mobiele soorten. Na een
derzoek door Brys et al. (2005) op de Kalmthoutse Heide wees
brand kan het landschap opnieuw worden gekoloniseerd
aan dat het voorkomen van een ongecontroleerde heidebrand
door verschillende soorten organismen. Hierbij lopen de
de productiviteit van grassen zoals pijpenstrootje sterk in de
zogenaamde ‘pioniersoorten’ op kop. Naarmate de tijd
hand werkt. De soort heeft op die manier een competitief voor-
vordert, zullen steeds andere soorten zich opnieuw vesti-
deel ten opzichte van andere soorten en kan zo dominant wor-
gen in het door brand getroffen gebied.
den in de aanwezige heidevegetatie. In een optimale situatie
bedraagt de hoeveelheid grassen in deze vegetatie echter niet
In het verleden werd brand veelvuldig gebruikt als be-
meer dan 10%. Een verandering in vegetatiestructuur als ge-
heersmaatregel in heidegebieden. Via branden werd aan
volg van brand kan leiden tot sterk verlies van karakteristieke
verjonging van de aanwezige heidevegetatie gedaan. Er
soorten fauna en flora specifiek gebonden aan heidevegetatie.
zijn echter belangrijke verschillen tussen een gecontroleerde brand en een spontane heidebrand zoals die in
Brand en broedvogels
2011: een gecontroleerde brand gaat immers over een
In het verleden vonden verschillende grote heidebranden
beperkte oppervlakte, er kan worden gewerkt met een
plaats op de Kalmthoutse Heide. Ze troffen telkens een sub-
rotatiesysteem van stukken die gebrand worden, en het
stantieel deel van het gebied: in 1976 werd 125 hectare getrof-
seizoen waarin de brand plaatsvindt kan worden be-
fen door brand, in 1996 330 hectare en in 1997 30 hectare. Op
paald. Een winterbrand heeft namelijk andere gevolgen
25 mei 2011 vatte de heide na een periode van droogte opnieuw
voor de abiotiek en biotiek van het ecosysteem dan een
vlam. Rond de Putse Moer ontstond vuur dat zich uitbreidde
zomerbrand. Momenteel wordt gecontroleerd branden
tot een brand van 400 ha. Het landschap op de Kalmthoutse
als beheersmaatregel opnieuw toegepast in een aantal
Heide kreeg een totaal ander uiterlijk. Op verschillende plaat-
heidegebieden, met oog op het verwijderen van nutri-
sen verschenen open stukken zand met verkoolde restjes
ënten uit het systeem en het verkrijgen van variatie in
struikheide. De brand woedde tot in het omliggend naaldbos,
structuur en leeftijd van de heidevegetatie.
en creëerde zo een geleidelijke overgang tussen bos en heide.
antenne | januari-maart 2014 | jaargang 8 | nr. 1
07
tie. De ene soort maakt haar nest alleen in dicht struikgewas,
terwijl de andere soort op kale grond met weinig begroeiing
broedt. De effecten van de brand op het landschap kunnen
bijgevolg mogelijk leiden tot een verandering in broedgedrag
van de aanwezige soorten.
Avifauna vormt een zeer interessante groep organismen voor
onderzoek rond dit thema. Vogels zijn erg mobiel en kunnen
gemakkelijk nieuw geschikt broedgebied bereiken of gebied
dat ongeschikt wordt, verlaten. Bepaalde broedvogels kunnen opnieuw territoria vestigen in de door de brand getroffen
zone, of emigreren naar andere gebieden. Daarnaast kunnen
individuen uit andere gebieden immigreren naar de getroffen
zone. Bij dit onderzoek werd nagegaan hoe verschillende vogelsoorten zouden reageren op de drastische veranderingen
Figuur 1: Omgekomen jonge boomleeuweriken © Dan
Slootmaekers
in het landschap na de grote heidebrand van 2011.
Onderzoeksvragen
Wat is het effect van de heidebrand van 2011 geweest op de
van voor de soort geschikte vegetatiestructuur en kwaliteits-
aanwezige broedvogels? Welke soorten reageren positief op
vol habitat.
de verandering in vegetatiestructuur, welke soorten negatief?
Het antwoord op deze vragen werd onderzocht aan de hand
Ondanks de publieke perceptie dat branden in natuurgebieden
van het aantal broedterritoria dat werd gevestigd in het ge-
een vernietigend effect hebben op de aanwezige fauna, schaadt
bied in 2012, één jaar na de brand. Een broedterritorium is een
of doodt een brand meestal slechts een kleine proportie van de
afgelijnd gebied dat tijdens de broedperiode wordt verdedigd
aanwezige populaties. Hierbij zijn minder mobiele soorten meer
tegen soortgenoten, en waarbinnen een broedsel tot stand kan
kwetsbaar dan mobielere soorten. Adulte vogels zijn meestal
komen. Mannelijke individuen verdedigen dit territorium door
vrij mobiel en kunnen daardoor aan het vuur ontsnappen. De
op geregelde tijdstippen luidkeels te zingen. Sinds 1999 wor-
grootste verliezen worden geleden bij jongen op het nest of bij
den in Grenspark De Zoom – Kalmthoutse Heide 29 soorten
pas uitgevlogen jongen (Figuur 1). In heidegebieden komen
broedvogels op regelmatige basis geïnventariseerd (Figuur 2).
verschillende soorten grondbroedende soorten voor, en laat het
Om de vijf jaar wordt een volledige monitoring uitgevoerd van
net die groep zijn die het meest kwetsbaar is voor branden…
de vooropgestelde soorten. Zo gebeurden inventarisaties in
het jaar 1999, 2004 en 2009. Bij elk inventarisatiejaar werd tel-
De respons op lange termijn van vogelpopulaties op een brand
kens het aantal broedterritoria per soort bepaald.
hangt af van het initiatief om opnieuw broedsels op te starten.
Het al dan niet vestigen van broedterritoria in een bepaald ge-
In dit onderzoek werd voor 13 van de 29 opgevolgde vogel-
bied wordt sterk bepaald door de soortspecifieke habitatvoor-
soorten gekeken hoeveel broedterritoria aanwezig waren in
keur. De ene vogel is immers de andere niet… Elke soort heeft
2012. Deze aantallen werden vergeleken met gegevens uit de
haar eigen specifieke voorwaarden om tot broeden te kunnen
monitoring van jaren vóór de brand. Op die manier werd on-
komen. Een goed broedbiotoop bevat bepaalde hulpbronnen
derzocht welke van deze 13 welbepaalde soorten een impact
zoals geschikt voedsel, schuilplaatsen en nestplaatsen. Dit
hebben ondervonden, positief of negatief, van de heidebrand
wordt in grote mate bepaald door de structuur van de vegeta-
van 2011. Zowel het gebied dat door de brand werd getrof-
Figuur 2: Broedvogels van Kalmthoutse heide: boomleeuwerik (l), boompieper (m) en roodborsttapuit (r) © Glenn Vermeersch
08
antenne | januari-maart 2014 | jaargang 8 | nr. 1
fen, als het deel dat gespaard is gebleven, werden onderzocht.
Op die manier kon gekeken worden op welke manier het aantal territoria in beide delen evolueert. Vluchten vogels uit de
brandzone naar de niet-getroffen zone? Is er effectief een effect geweest van de brand op een bepaalde soort, of fluctueren de aantallen synchroon tussen getroffen en niet-getroffen
zone?
Opzet broedvogelmonitoring
Tijdens het broedseizoen van 2012, één jaar na de zware heidebrand, werden soorten kenmerkend voor het gebied en relevant voor het beheer geïnventariseerd. Het aantal territoria
van 13 aandachtsoorten werd opgevolgd, waaronder 11 soorten zangvogels, 1 nachtzwaluwsoort en 1 soort steltloper. De
beschermingsstatus van deze soorten in Vlaanderen (De Vos
et al., 2004) en in Europa (Birdlife International, 2004) wordt in
tabel 1 weergegeven.
Een gebied van ca. 1200 hectare werd onderzocht. De focus
werd gelegd op de deelgebieden Steertse Heide, Biezenkuilen, Drielingvennen, Hazenduinen, Zwarte heuvel, Vossenber-
Figuur 3: Overzicht onderzoeksgebied
gen, Parking Zuid, Zandplaat, Putse Moer en een deel van het
­Gemeentebos (Figuur 3).
vogelsoorten werden opgetekend op een veldkaart onder de
vorm van recente luchtfoto. Inventarisaties werden uitgevoerd
In totaal werden 38 verschillende inventarisatierondes gelo-
in zowel voor- als namiddag. De beste periode van de dag voor
pen, verspreid over het broedseizoen (maart-juli) van 2012.
inventarisatie van de te monitoren soorten is de vroege och-
Per bezoek werd een deelgebied van de Kalmthoutse Heide
tend, vanaf zonsopgang tot enkele uren daarna. Het merendeel
geïnventariseerd. Er werd telkens een traject afgelegd waarbij
van de bezoeken vond in deze periode van de dag plaats. In
alle visuele en auditieve waarnemingen van de verschillende
elk deelgebied vonden ook inventarisatierondes plaats vanaf
Tabel 1: Aandachtssoorten bij broedvogelinventarisatie 2012
Soort
Wetenschappelijke naam
Status Vlaanderen
Status Europa
Blauwborst
Luscinia svecica
Niet bedreigd
Gunstig /Annex I vogelrichtlijn
Boomleeuwerik
Lullula arborea
Kwetsbaar
Ongunstig /Annex I vogelrichtlijn
Boompieper
Anthus trivialis
Bedreigd
Gunstig
Fitis
Phylloscopus trochilus
Niet bedreigd
Gunstig
Gekraagde roodstaart
Phoenicurus phoenicurus
Kwetsbaar
Ongunstig
Graspieper
Anthus pratensis
Bedreigd
Gunstig
Kneu
Carduelis cannabina
Achteruitgaand
Ongunstig
Nachtzwaluw
Caprimulgus europaeus
Kwetsbaar
Ongunstig /Annex I vogelrichtlijn
Sprinkhaanzanger
Locustella naevia
Niet bedreigd
Gunstig
Rietgors
Emberiza schoeniclus
Bedreigd
Gunstig
Roodborsttapuit
Saxicola torquata
Niet bedreigd
Gunstig
Veldleeuwerik
Alauda arvensis
Kwetsbaar
Ongunstig /Annex II vogelrichtlijn
Wulp
Numenius arquata
Niet bedreigd
Ongunstig /Annex II vogelrichtlijn
antenne | januari-maart 2014 | jaargang 8 | nr. 1
09
Resultaten onderzoek
Het onderzoek vond duidelijke verschillen tussen de periode
vóór en na de grote heidebrand van 2011. De resultaten tonen
een reorganisatie van de gemeenschap van avifauna. In de door
brand getroffen zone kent het aantal broedterritoria van bepaalde soorten een significante toename, terwijl het aantal territoria van andere soorten dan weer opmerkelijk achteruit gaat.
Helaas lag voor bepaalde soorten het aantal broedterritoria te
laag om statistisch te onderzoeken. De meest opmerkelijke resultaten van het onderzoek worden hier verder toegelicht.
Dé soort bij uitstek die positief reageerde op effecten van de
zware brand op de Kalmthoutse Heide is boomleeuwerik.
Zoals blijkt uit zijn broedbiologie, heeft de soort een sterke voorkeur voor habitat met open zandige gebieden om te
foerageren, met aanwezigheid van enkele bomen als uitkijk- en
zangpost. De boomleeuwerik is een echte pioniersoort die snel
nieuw gecreëerd open habitat koloniseert, zoals bijvoorbeeld
brandvlakten en stormvlakten. Ook gebieden waar recent bos
gekapt werd, zijn erg geschikt. In verschillende heidegebieden
in Nederland werd na het voorkomen van zware branden een
stijging van het aantal broedterritoria van boomleeuwerik gevonden. Zoals verwacht blijkt ook op de Kalmthoutse Heide
het pioniersbiotoop met open plekken gevormd door de hei-
Figuur 4: Locatie territoria boomleeuwerik in 2012
de late namiddag tot de avondschemering, wanneer bepaalde
debrand van 2011 zeer geschikt nieuw broedhabitat. In de pe-
(a)
zangvogels opnieuw verhoogde activiteit vertonen. De inventarisatie van nachtzwaluw gebeurde op gerichte tijdstippen
tijdens de schemering en ‘s nachts.
Alle waarnemingen van het veldseizoen werden met behulp
van software (Avimap, SOVON) geclusterd tot verschillende
broedterritoria. Wanneer op een bepaalde locatie voldoende
waarnemingen van een bepaalde soort werden gedaan, werd
een broedterritorium aan die locatie toegekend. Als resultaat
(b)
van deze verwerking werd per soort een overzichtskaart opgesteld van het aantal en de locatie van territoria aanwezig
tijdens het broedseizoen (Figuur 4).
Met behulp van statistische analyses werden voor elke aandachtssoort trends onderzocht binnen de periode 1999-2012.
Er werd gekeken naar de algemene trend van de evolutie van
het gemiddeld aantal territoria per deelgebied. Kwamen er na
de heidebrand significant meer of minder broedterritoria voor
(c)
binnen de afgebrande zone dan in de jaren ervoor? Ook werd
gekeken naar de trend in aantal territoria binnen de niet-getroffen zone.
Er werd voor de afgebrande en niet-afgebrande zone een
onderscheid gemaakt tussen gebieden die begraasd worden
door schapen en onbegraasde gebieden. Schapenbegrazing
kan immers mogelijk een invloed hebben op effecten van de
Figuur 5: Tijdtrend in gemiddeld aantal territoria per deelgebied
brand op de aanwezige vegetatiestructuur.
voor (a) boomleeuwerik (b) veldleeuwerik en (c) roodborsttapuit
10
antenne | januari-maart 2014 | jaargang 8 | nr. 1
riode vóór de heidebrand, is de trend in gemiddeld aantal ter-
debranden op de Kalmthoutse Heide, doen vermoeden dat ook
ritoria per deelgebied stabiel, voor zowel de begraasde als de
de heidebrand van 2011 het oprukken van pijpenstrootje sterk
onbegraasde zone. Na de heidebrand kent het aantal territoria
in de hand zal werken. Dit kan mogelijk leiden tot het verdwij-
een sterk stijgende trend (Figuur 5a). De soort werd geïnven-
nen van geschikt broedbiotoop voor een aantal vogelsoorten.
tariseerd in de jaren 1999, 2004, 2009, 2010 en 2012.
Verdere opvolging van het aantal en de distributie van territoria tijdens de volgende broedseizoenen is dan ook erg inte-
Veldleeuweriken broeden dan weer typisch in open landschappen deels begroeid met lage vegetatie. De soort ondervindt
in Vlaanderen de laatste jaren een significante achteruitgang.
Ook op de Kalmthoutse Heide nam het aantal broedterritoria
tussen 1999 en 2009 duidelijk af, met in de begraasde zone een
sterkere achteruitgang dan in de onbegraasde zone (Figuur 5b).
De soort werd geïnventariseerd in de jaren 1999, 2004, 2009 en
2012. Na de heidebrand neemt het aantal territoria opmerkelijk
toe in het begraasde deel van de brandzone, waar de vegetatie
steeds meer open en lager gehouden wordt in vergelijking met
de onbegraasde zone. De positieve effecten van brand en begrazing zijn erg interessant naar een soortbeschermingsplan toe.
ressant. Het herstel en behoud van droge en natte heide met
verspreide boomopslag en voldoende open plekken zal het bereiken van stabiele, duurzame populaties van de verschillende
aandachtsoorten naar de toekomst toe ten goede komen.
Als besluit kan gesteld worden dat de effecten van de heidebrand van 2011 niet eenzijdig positief of negatief waren. Het
doembeeld dat door de media werd opgehangen, is ten minste wat broedvogels betreft overroepen. Voor bepaalde vogelsoorten werd nieuw geschikt broedbiotoop gecreëerd. Mits
een verstandig beheer gedurende de komende jaren kan de
schade door de brand worden hersteld en kunnen de gunstige
effecten ervan worden versterkt.
Brand op de Kalmthoutse Heide… Een goede zaak voor broedvogels? Helaas niet. Een aantal soorten ondervonden duidelijk
En nu?
negatieve gevolgen van de heidebrand. Zo is de roodborst-
Het wordt spannend uitkijken naar de resultaten van de broed-
tapuit een soort die afhangt van een vegetatie met structuurrijke, oude heide. De soort werd geïnventariseerd in de jaren
1999, 2004, 2009 en 2012. De resultaten van het onderzoek
tonen aan dat de soort op de Kalmthoutse Heide sinds 1999
een toenemende trend kende in het gemiddeld aantal broedterritoria per deelgebied, zowel binnen de begraasde als de
onbegraasde zone. Het jaar na de heidebrand neemt de trend
echter sterk af binnen het getroffen gebied, voor zowel de begraasde als de onbegraasde zone. Binnen de niet-afgebrande
zone blijft het aantal stijgen. De soort heeft haar territoria duidelijk terug getrokken uit de getroffen zone op de Kalmthoutse
Heide (Figuur 5c). Gelijkaardige resultaten werden gevonden
voor kneu, eveneens een soort die afhangt van de aanwezigheid van dichte struikheide. Door het verdwijnen van vegetatie
door de brand, blijkt in de getroffen zone nog maar weinig
geschikt habitat aanwezig te zijn voor beide soorten.
vogelinventarisatie in het broedseizoen van 2013! Alvast een
Conclusies
De resultaten uit dit onderzoek naar de toestand van broedvogels zijn erg interessant naar natuurbeheer op de Kalmthoutse
Heide toe. Beheren is een evenwicht zoeken in het beschermen en behouden van een grote diversiteit aan soorten en
biotopen. In de toekomst zal enerzijds gewerkt moeten worden aan het behoud van open stukjes met weinig begroeiing
voor het beschermen van soorten zoals de boomleeuwerik.
Anderzijds moet de verdwenen dichte heidevegetatie worden
hersteld om nieuwe kansen te bieden aan soorten zoals roodborsttapuit en kneu. Omdat struikheide een traag groeiproces
kent, zal dit herstel ongetwijfeld veel tijd vragen.
De grootste uitdaging voor het beheer naar de komende jaren
toe wordt het terugdringen van de opkomende vergrassing.
De resultaten van studies naar het effect van voorgaande hei-
tipje van de sluier: de heidebrand creëerde erg geschikt open
foerageergebied voor tapuiten (Oenanthe oenanthe) op de
Kalmthoutse Heide. De soort is als broedvogel in Vlaanderen
zeer sterk met uitsterven bedreigd. In het voorjaar van 2012 en
2013 werden verschillende pleisterende dieren waargenomen.
In 2013 werd zelfs een vermoedelijk broedgeval vastgesteld
binnen de afgebrande zone! Het nest bevond zich waarschijnlijk in een verlaten konijnenhol op een duintop. De heidebrand
van 2011 legde de ingang van verschillende konijnenholen
bloot, die voorheen overgroeid waren met vegetatie. Dit biedt
erg geschikt biotoop voor tapuiten.
Literatuur
• BirdLife International, 2004: Birds in the European Union: a status assessment. Wageningen, The Netherlands: BirdLife International.
• Brys R, Jacquemyn H. & De Blust G., 2005: Fire increases aboveground
biomass, seed production and recruitment success of Molinia caerulea in
dry heathland. Acta Oecologica, 28: 299–305.
• Devos K., Anselin A. & Vermeersch G., 2004: Een nieuwe Rode Lijst van
de broedvogels in Vlaanderen (versie 2004). In Vermeersch G., Anselin
A., Devos K., Herremans M., Stevens J., Gabriels J. & Van Der Krieken
B.: Atlas van de Vlaamse broedvogels 2000-2002. Mededelingen van het
Instituut voor Natuurbehoud 23, Brussel, p. 60-75.
• Jacobs A., 2013: Kolonisatie van afgebrande heide door grondbroedende­vogels: Een studie op de Kalmthoutse Heide. Universiteit Antwerpen,
Faculteit Wetenschappen, Biologie, 58 p.
• Lambrechts J., De Coster K. & Indeherberg, M., 2003: Handleiding voor
monitoring van Grenspark De Zoom - Kalmthoutse heide. AEOLUS in
opdracht van Grenspark De Zoom - Kalmthoutse heide.
• Smith J.K., 2000: Wildland fire in ecosystems: effects of fire on fauna.
Gen. Tech. Rep. RMRS-GTR-42 1. Ogden, UT: U.S. Department of Agriculture, Forest Service, Rocky Mountain Research Station.
• T’jollyn F., Bosch H., Demolder H., De Saeger S., Leyssen A. & Thomaes
A., 2009: Criteria voor de beoordeling van de lokale staat van instandhouding van de Natura 2000-habitattypen. Versie 2.0. Brussels: Research
Institute for Nature and Forest (INBO).
antenne | januari-maart 2014 | jaargang 8 | nr. 1
11
In beeld of op ANTenne
In deze rubriek brengen we minder gekende natuurprojecten of natuurstudieverenigingen- of werkgroepen in de kijker.
Ken jij een vereniging of project dat je in de kijker wil plaatsen en dat in deze rubriek nog niet aan bod is geweest? Laat het ons weten (e-mail: [email protected])!
Vogelringwerk in België
Ignace Ledegen, vrijwilliger bij de ringdienst van K.B.I.N.,
e-mail: [email protected]
Wat doe je als je een dode of gekwetste
vogel met ring vindt?
In België wordt het ringen georganiseerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen
(K.B.I.N.) te Brussel. Ook jij kan je steentje bijdragen aan
Waarom vogels ringen?
Begin 20
ste
eeuw startte het ringen van in het wild levende vo-
gels in België. Het eerste doel was vooral het in kaart brengen
van de trekpatronen en overwinteringsgebieden van diverse
soorten. Het hoofddoel was dan ook vooral gericht op het
beantwoorden van de vragen: ‘Waar komen deze vogels vandaan?’ en ‘Waar trekken ze heen?’.
Inmiddels is een schat aan informatie verzameld. Een groot
deel van de oude gegevens is in papieren vorm opgeslagen
in de archieven van het Koninklijk Belgisch Instituut voor
Natuurwetenschappen (K.B.I.N.) te Brussel (zie kadertekst).
Gelukkig genoeg zijn er ook vrijwillige ringers die de moeite
deden om alle oude archieven te digitaliseren. Zo is een groot
deel van de gegevens nu ook digitaal beschikbaar.
Met al die beschikbare informatie kan je je de vraag stellen
of er nog steeds vogels moeten gevangen worden om te ringen en of we al niet voldoende weten. Maar door vogels te
blijven voorzien van een metalen ring wordt informatie verkregen over bijvoorbeeld ‘veranderende trek’, reproductie
het wetenschappelijk onderzoek. Vind je een dode of
gekwetste vogel met een ring dan kan je deze gegevens
zenden naar: K.B.I.N. - Belgisch Ringwerk, Vautierstraat
29, 1000 Brussel of e-mail: [email protected]
Het is belangrijk dat je zoveel mogelijk gegevens vermeldt zoals ringnummer, soort, vindplaats, exacte datum
waarop de vogel gevonden is (eventueel met aanvullende
informatie: is de vogel in staat van ontbinding en reeds
langer dood,…). Als je dan ook jouw adresgegevens en
naam vermeldt dan krijg je een brief met de ringgegevens van de gevonden vogel.
Wat staat er op een ring?
Op elke ring staat het adres
van het ringstation. Elke ring
heeft een uniek nummer.
< Voorbeeld: MUSEUM
SC. NAT. 1000 BRUSSELS
H-122752
(verhouding tussen aantal jonge en oude vogels waarmee het
broedsucces kan bepaald worden), de overleving van de Belvogelpopulatie. Klimaatopwarming/-verandering is er één
Hoe gaat het ringen van vogels in zijn
werk?
van. De klimaatopwarming/-verandering kan verschuivin-
Veel jonge vogels worden al in het nest van een ring voor-
gen teweeg brengen o.a. in trekpatroon, in overwinterings-
zien. De meeste van deze vogels worden geringd in nestkasten
gebieden door ontstane droogtes of overvloedige regens, in
en in de meeste gevallen gaat het om kool- en pimpelmezen.
broedsucces, …
Sommige ringers hebben zich gespecialiseerd in het ringen
Door vogels te blijven ringen, kunnen veranderingen sneller
van bijvoorbeeld roofvogels. Zij zoeken in het vroege voorjaar
opgemerkt worden. Dit ringwerk is enkel mogelijk door de in-
naar bezette nesten en kruipen met de nodige bescherming de
zet van 377 gecertificeerde medewerkers (1 januari 2012) die
bomen in om de nestjongen van een ring te voorzien.
zich via examens gekwalificeerd hebben om vogels te mogen
Daarnaast worden vogels op verschillende manieren gevangen.
ringen. Het K.B.I.N. levert aan de werkgroepsverantwoordelij-
De meeste kleine zangers worden gevangen met mistnetten.
ken jaarlijks nieuwe ringen. Deze werkgroepen zijn regionaal
Om de trekvogels te lokken wordt er ‘s nachts geluid gespeeld.
georganiseerd. Per werkgroep worden deze ringen verdeeld
Bij het licht worden, worden de mistnetten opengespannen en
onder de vrijwillige ringers al naar gelang hun ringinspan-
raken vogels erin zonder zich echter te kwetsen. De gevangen
ning. Elke vrijwilliger betaalt hiervoor een vaste bijdrage aan
vogels worden deskundig uit de netten gehaald en voorzien
het K.B.I.N. Naast deze jaarlijkse vaste bijdrage staat de vrij-
van een gepaste ring. De vogelsoort wordt genoteerd, evenals
williger ook zelf in voor de aankoop en het onderhoud van al
het geslacht en de leeftijd. Vervolgens wordt de vogel geme-
het ringmateriaal.
ten, gewogen en weer vrij gelaten.
gische vogels, ... Ook dreigen er heel wat gevaren voor onze
Naast het gebruik van mistnetten worden er ook vogels gevanWens je gebruik te maken van ringgegevens voor een publi-
gen met allerlei vangkooien en grote netten. Deze netten wor-
catie of studie dan dien je je rechtstreeks te wenden tot dhr.
den dichtgetrokken zodra de vogels erin belanden. Ook deze
Didier Vangeluwe op het K.B.I.N. (adres zie kadertekst).
vogels worden gelokt met geluid.
Inhoud
02 Colofon
02 ANKONA-nieuws
• ANKONA-ontmoetingsdag (8 februari, Antwerpen)
04 Actualiteit
• Help verkeersslachtoffers tellen
• Recente publicaties:
(1) De water- en oppervlaktewantsen van België (Hemiptera, Heteroptera:
Nepomorpha & Gerromorpha)
(2) Hygrofane gordijnzwammen (Cortinarius subg. Telamonia) in Vlaanderen
06 Natuurstudieartikel
• Brand op de Kalmthoutse Heide: een ramp voor broedvogels?
Activiteitenkalender (uitneembare middenkatern)
11 In beeld of op ANTenne
• Vogelringwerk in België
Departement leefmilieu
Dienst Duurzaam Milieu- en Natuurbeleid (DMN) – team ‘Natuur & Landschap’ (ANKONA-secretariaat)
T 03 240 59 88
|
F 03 240 57 52