Voorstel van antwoorden op de 6 vragen van de diabetesliga 1

Voorstel van antwoorden op de 6 vragen van de diabetesliga
1. Willen jullie de ontwikkeling van een nationaal diabetesplan in overleg met
alle betrokkenen (overheid, patiënten en zorgverleners) opnemen in een
regeerakkoord?
Voor de N-VA is het belangrijk dat diabetes op een multidisciplinaire manier wordt
aangepakt. De manier waarop deze multidisciplinaire aanpak wordt bereikt is van
ondergeschikt
belang.
Het
meest
aangewezen
is
dat
de
huisarts,
als
vertrouwenspersoon en eerste aanspreekpunt van de patiënt, in nauw overleg met
de patiënt de zorgregie op zich neemt. Deze aanpak geeft volgens onze partij de
meeste garantie op succes.
Specifiek voor diabetes moeten we vaststellen dat de huidige bevoegdheidsverdeling
niet bijdraagt tot een goede aanpak van deze ziekte. Preventie is immers een
belangrijk aspect bij diabetes. Maar het federale gezondheidsbeleid houdt te
weinig rekening met het Vlaamse preventiebeleid. Om een geïntegreerde aanpak
van diabetes mogelijk te maken is een verdere staatshervorming nodig.
2. Steunen jullie het opzetten van een sluitende registratie van alle mensen
met diabetes?
De N-VA is al zeer lang vragende partij voor het verzamelen van meer gegevens in
verband met gezondheid en gezondheidszorg. Zonder afdoende gegevens is het niet
mogelijk een correct beleid te voeren. Een vraag tot registratie kunnen wij dan ook
steunen. Bij deze registratie moeten uiteraard wel voldoende garanties voor het
respecteren van de privacy gegeven worden.
3. Zijn jullie bereid om een onafhankelijke adviesraad rond diabetes te
installeren binnen het RIZIV?
Voor de N-VA is het belangrijk dat patiënten voldoende betrokken worden bij het
beslissingsproces
binnen
de
ziekteverzekering.
Patiënten
zijn
als
ervaringsdeskundigen zeer goed geplaatst om de gevolgen van beleid op hun ziekte
en situatie in te schatten. Hun inzichten moeten één van de bronnen zijn waarop
beleidsmakers hun beslissingen baseren. De manier waarop deze inspraak wordt
georganiseerd is voor onze partij minder belangrijk. Wat echt belangrijk is, is dat het
om echte inspraak moet gaan en niet enkel voor de vorm zoals nu al te vaak het
geval met de adviesorganen van het RIZIV.
4. Hoe willen jullie de toegang tot zelfzorgmateriaal en diabeteseducatie voor
deze groep ontsluiten?
Het uitgangspunt van de N-VA voor gezondheidszorg is wetenschappelijk bewijs.
Evidence Based Medecine (EBM) en Health Technology Assessment (HTA) zijn
technieken waarop de overheid zich moet steunen. Indien de werkzaamheid en
kostenefficiëntie van een therapie, van geneesmiddelen of een medisch hulpmiddel
bewezen zijn, kan dit voor onze partij terugbetaald worden.
Indien deze bewijzen voor handen zijn, dient een terugbetaling voorzien te worden
voor alle patiënten die baat hebben van deze behandeling.
5. Welke maatregelen stellen jullie voor om aanvullend op de ‘Wet Partyka’
ongefundeerde hinderpalen voor mensen met diabetes aan te pakken?
De N-VA heeft al een lange geschiedenis om discriminaties bij het toekennen van
verzekeringen weg te werken, niet alleen voor diabetespatiënten. Zo is er het
wetsvoorstel van senator Patrick De Groote waarbij men alle discriminaties op basis
van het medische verleden wil wegwerken. Rond hetzelfde thema werd ook een
resolutie ingediend.
De problematiek van discriminaties bij verzekeringen overstijgt de verschillende
aandoeningen en beperkingen. Als partij zullen we dus blijven streven naar een
wetgeving die een globale oplossing biedt voor alle betrokkenen.
6. Op welke manier willen jullie de Diabetes Liga ondersteunen voor de
realisatie van haar doelstellingen?
Voor de N-VA is de onafhankelijkheid van patiëntenverenigingen van groot belang.
Onafhankelijk zowel van de industrie als van de overheid. Beide kunnen immers een
belangenconflict inhouden of er voor zorgen dat bepaalde standpunten niet worden
ingenomen uit schrik om middelen te verliezen.
Dit neemt niet weg dat als de overheid inspanningen vraagt van een vereniging,
zoals deelnemen aan preventiecampagnes, zetelen in commissies of andere
specifieke opdrachten, hiervoor een vergoeding moet voorzien worden, zoals de
Vlaamse overheid nu al met haar beperkte middelen de patiënten verenigingen
ondersteunt.