Provinciaal blad 1036 van 2014 (527 kB) (PDF

PROVINCIAAL BLAD
Nr. 1036
27 juni
2014
Officiële uitgave van provincie Utrecht.
Regeling Bijzonder Georganiseerd Overleg vorming Regionale
Uitvoeringsdienst Utrecht 2.0 (RUD Utrecht 2.0)
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Houten, Lopik, Nieuwegein, Utrecht,
Soest, Baarn, Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht en het algemeen bestuur van Servicebureau|Gemeenten en de werknemersdelegatie van de Georganiseerde Overleggen van bovengenoemde partijen
overwegende dat
- in het kader van de vorming van de RUD door het bevoegde bestuursorgaan maatregelen moeten
worden getroffen ter waarborging van de rechtspositie van de op een nader te bepalen tijdstip bij
de RUD Utrecht 2.0 in dienst tredende ambtenaren;
- het in het kader van de vorming van de RUD Utrecht 2.0 wenselijk is te komen tot een commissie
voor bijzonder georganiseerd overleg (BGO), waarin alle betrokken organisaties en vakorganisaties
namens de ambtenaren zijn vertegenwoordigd;
- dat voor de vaststelling van onder meer het toepassingsbereik, de samenstelling, taakstelling en
werkwijze van het BGO, regels moeten worden vastgesteld;
- gehoord de commissies voor het Georganiseerd Overleg van de in de aanhef genoemde organisaties,
alsmede de vakorganisaties, die leden hebben, werkzaam bij deze organisaties;
- dat werkgevers- en werknemersdelegaties een transparante wijze van handelen en communicatie
en een zoveel mogelijk gezamenlijk naar buiten treden nastreven;
gelet op de bepalingen van:
- de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling /uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO), hoofdstuk 12,
- de Arbeidsvoorwaardenregeling Utrecht, hoofdstuk 14
- de Collectieve Arbeidsvoorwaardenovereenkomst Provincies (CAP), hoofdstuk I
- de Wet op de ondernemingsraden, in het bijzonder artikel 25 t/m 27;
BESLUITEN:
tot vaststelling van de navolgende:
“Regeling Bijzonder Georganiseerd Overleg vorming RUD Utrecht 2.0 ”.
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
1.
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
- a. commissie BGO: de commissie voor Bijzonder Georganiseerd Overleg vorming RUD Utrecht
2.0 die beraadslaagt en overleg voert over alle aangelegenheden met betrekking tot de rechtstoestand van de ambtenaren die betrokken zijn bij de vorming van de RUD Utrecht 2.0.
- b. ambtenaar: de ambtenaar in de zin van de CAR-UWO, de Arbeidsvoorwaardenregeling Utrecht
en de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling provincies (CAP) die in dienst is bij één van de
bij de samenwerking betrokken organisaties en die op de datum van de vorming van de RUD
Utrecht 2.0 in dienst treedt van de RUD Utrecht 2.0.
- c. werknemersorganisaties: de plaatselijk werkende groeperingen van de landelijke verenigingen
van overheidspersoneel aangesloten bij de centrales, die deel uitmaken van het centraal overleg
met het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het
Sectoroverleg Provinciale Arbeidsvoorwaarden (SPA), vertegenwoordigd in de commissie voor
bijzonder georganiseerd overleg, te weten:
• AbvaKabo FNV;
• CNV Publieke Zaak.
-
1
d. Partijen: De vertegenwoordigingen van zowel werkgeverszijde als werknemerszijde, zoals
samengesteld volgens artikel 3.
e. Advies- en arbitragecommissie: De Advies- en Arbitragecommissie, ingesteld door het College
van Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Provinciaal blad 2014 nr. 1036
27 juni 2014
2. Andere werknemersorganisaties als bedoeld in lid 1 sub c kunnen worden toegelaten indien zij representatief worden geacht. Een desbetreffend verzoek wordt in de commissie BGO besproken.
Hoofdstuk II Toepassingsbereik en samenstelling
Artikel 2 Toepassingsbereik
1.
Deze regeling is van toepassing op het overleg tussen vertegenwoordigingen van werkgevers en
werknemers in de commissie BGO over de rechtspositie van de ambtenaren die betrokken zijn bij
de vorming van de RUD Utrecht 2.0.
2. Over voorstellen, waarover de commissie BGO overleg voert, wordt geen overleg gevoerd in de
lokale commissies van Georganiseerd Overleg. De uitkomsten van het overleg in het BGO zijn bindend voor de lokale Georganiseerde Overleggen.
Artikel 3 Samenstelling
1.
2.
3.
4.
5.
Het Bijzonder Georganiseerd Overleg vorming RUD Utrecht 2.0 is samengesteld uit een vertegenwoordiging van zowel werkgeverszijde als werknemerszijde.
De vertegenwoordiging van werkgeverszijde bestaat uit de portefeuillehouder P&O van de provincie,
de heer de heer J.W.R. van Lunteren (gedeputeerde), en tevens voorzitter, en de portefeuillehouder
P&O van de gemeente Baarn, de heer M.A. Röell (burgemeester/ portefeuillehouder SB|G). Beide
hebben geen plaatsvervanger.
De voorzitter wordt bij afwezigheid vervangen door het tweede aangewezen lid van werkgeverszijde.
De vertegenwoordiging van de (vak)organisaties en de werkgeversdelegatie zullen zich beide doen
bijstaan door adviseurs. Deze adviseurs zijn geen lid van de commissie. Wel zullen zij aan de besprekingen van de commissie deelnemen.
De vertegenwoordiging van de (vak)organisaties bestaat uit een vertegenwoordiging van de commissies voor Georganiseerde Overleg van de betrokken organisaties. Van elke betrokken organisatie
betreft dit 1 lid van AbvaKabo FNV en 1 lid van de CNV Publiek Zaak, en plaatsvervangers, die elkaar
onderling kunnen vervangen en mandateren.
Artikel 4 Vervanging van leden
1.
Degene die als werkgeversvertegenwoordiger is aangewezen en die ophoudt deel uit te maken van
een bestuur van de deelnemende organisaties, houdt daarmee tevens op vertegenwoordiger in de
commissie te zijn. In deze gevallen vindt zo spoedig mogelijk een nieuwe aanwijzing plaats door
de regiegroep RUD Utrecht 2.0.
2. Degene die als werknemersvertegenwoordiging of als plaatsvervanger door een (vak)organisatie
is aangewezen, houdt op dit te zijn zodra hij geen lid meer van de (vak)organisatie is of geen ambtenaar bij de betreffende organisatie meer is, alsmede indien de (vak)organisatie schriftelijk aan de
werkgeversdelegatie te kennen geeft dat zijn aanwijzing als werknemersvertegenwoordiging of
plaatsvervanger is ingetrokken. In deze gevallen wordt door de betreffende (vak)organisatie zo
spoedig mogelijk een opvolger aangewezen.
Artikel 5 Secretaris
1.
Als secretaris van de commissie BGO en als zijn plaatsvervanger treden aan de door de werkgeversvertegenwoordiging daartoe aangewezen ambtenaar, niet behorende tot de vertegenwoordiging
van de vakorganisaties.
2. De secretaris van de commissie BGO heeft geen stemrecht, maar kan aan de beraadslagingen
deelnemen.
3. De secretaris voert het secretariaat van het BGO voor tenminste 16 uur per week.
4. De secretaris wordt aangestuurd door de voorzitter van de werknemersdelegatie.
Hoofdstuk III Taak en bevoegdheden
Artikel 6 Taak
1.
De commissie BGO voert overleg over alle aangelegenheden van algemeen belang voor de
rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, voor zover die verband houden met de vorming van de RUD
Utrecht 2.0. De commissie kan niet overleggen over onderwerpen die voorbehouden zijn aan het
LOGA tussen het college voor Arbeidszaken van de VNG en de centrales van overheidspersoneel
alsmede aan het IPO en de centrales van overheidspersoneel.
2. De commissie BGO heeft tot taak, met uitsluiting van de Georganiseerde overleggen van de aangesloten gemeenten en provincie, over alle aangelegenheden met betrekking tot de rechtstoestand
2
Provinciaal blad 2014 nr. 1036
27 juni 2014
van de ambtenaren die betrokken zijn bij de vorming van de RUD Utrecht 2.0 overleg te voeren en
maatregelen tot stand te brengen.
Artikel 7 Besluitvorming
1. Het overleg is gericht op het bereiken van overeenstemming.
2. Het overleg in de commissie BGO wordt door de werkgeversvertegenwoordiging namens de deelnemende organisaties gevoerd. De deelnemende partijen verbinden zich er door het vaststellen
van de onderhavige regeling toe, het onderhandelingsakkoord dat tot stand komt in de commissie
BGO als zodanig te aanvaarden en formeel te bekrachtigen.
3. Het overleg in de commissie BGO wordt afgerond met een onderhandelingsakkoord over de onderwerpen als bedoeld in artikel 6, waarna partijen het bereikte akkoord aan hun achterban voorleggen.
De wijze waarop ze dit doen is vorm vrij.
4. Na instemming van de achterban op het bereikte akkoord zal dit akkoord bestuurlijk worden bekrachtigd.
Artikel 8 Technisch BGO
1.
Het overleg in de commissie BGO wordt voorbereid in een Technisch BGO (TBGO). Aan dit TBGO
wordt aan werknemerszijde deelgenomen door de leden van de commissie BGO, plaatsvervangers
of andere leden uit betrokken organisaties bijgestaan door de bestuurders dan wel arbeidsvoorwaardenadviseurs van de betrokken (vak)organisaties, Abvakabo FNV en CNV Publieke Zaak. De BGOleden zullen zich in het TBGO ook laten vertegenwoordigen door de bestuurders dan wel arbeidsvoorwaardenadviseurs van de genoemde (vak)organisaties.
2. Van werkgeverszijde wordt door de Regiegroep een ambtelijke delegatie voor het TBGO aangewezen.
Hiervan maken in elk geval de kwartiermaker RUD Utrecht 2.0 deel uit.
3. Het overleg van het TBGO wordt voorgezeten door de kwartiermaker RUD Utrecht 2.0.
4. Zowel van werkgeverszijde als van werknemerszijde kunnen onderwerpen op de agenda van het
TBGO worden geplaatst.
Artikel 9 Werkwijze
1.
De commissie BGO kan, indien dit voor de behandeling van een bepaald onderwerp nodig wordt
geacht, een subcommissie instellen, bestaande uit een door haar aan te wijzen voorzitter en leden.
De secretaris van de commissie is tevens secretaris van de subcommissie. Hij kan zich doen bijstaan
of vervangen door degenen die ingevolge artikel 5 lid 1, ter beschikking staan.
2. Het bepaalde in artikel 13 is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk IV Vergaderingen
Artikel 10 Vergaderfrequentie
1. De commissie BGO vergadert op door haar te bepalen tijdstippen.
2. Voorts belegt de voorzitter een vergadering indien tenminste drie leden van de commissie BGO
hem dit schriftelijk en met opgaaf van redenen verzoeken en wel uiterlijk binnen één maand na
ontvangst van het verzoek, tenzij anders wordt afgesproken.
Artikel 11 Oproeping en quorum
1.
De commissie BGO wordt tijdig, in de regel twee weken van tevoren, ter vergadering opgeroepen.
In spoedeisende omstandigheden kan hier van in overleg worden afgeweken. De oproeping gaat
vergezeld van alle te behandelen stukken.
2. Een vergadering kan slechts plaatshebben indien tenminste de helft van de vertegenwoordiging
van werkgeverszijde en tenminste de helft van de vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties aanwezig is. Beide vakorganisaties dienen hierbij vertegenwoordigd te zijn.
3. Indien wegens onvoltalligheid in de zin van het vorige lid een vergadering niet kan plaatshebben,
worden de aan de orde zijnde onderwerpen door de voorzitter geplaatst op de agenda van een
binnen twee weken te houden nieuwe vergadering, in welke vergadering die onderwerpen in elk
geval kunnen worden behandeld.
3
Provinciaal blad 2014 nr. 1036
27 juni 2014
Artikel 12 Onderwerpen
Elk lid van de commissie BGO heeft het recht onderwerpen ter behandeling aanhangig te maken door
deze op te geven aan de voorzitter. Deze stelt die onderwerpen zoveel mogelijk in de eerstvolgende
vergadering aan de orde.
Artikel 13 Overig
1. De vergaderingen van de commissie BGO zijn niet openbaar.
2. In onderlinge afstemming kunnen ambtenaren, alsmede externe adviseurs, worden uitgenodigd
voor het bijwonen van de vergadering. Deze kunnen aan de besprekingen deelnemen. In elk geval
worden de vaste adviseurs uitgenodigd.
3. Zowel de werkgeversdelegatie als de werknemersdelegatie is bevoegd de onderwerpen van de
agenda binnen de grenzen van een doelmatige en vertrouwelijke behandeling van zaken aan de
voorbespreking in eigen kring te onderwerpen.
4. Met instemming van de leden van de commissie BGO kan de voorzitter omtrent het in de vergadering
behandelde en omtrent de inhoud van aan de commissie BGO overgelegde stukken geheimhouding
opleggen. Deze geheimhouding geldt niet ten opzichte van de besturen van de deelnemende organisaties.
5. De agenda en de notulen van de vergaderingen zijn openbaar met uitzondering van privacygevoelige gegevens.
Artikel 14 Mogelijkheid tot schorsing
Partijen kunnen op verzoek van tenminste twee leden, en zo dikwijls als zij dit nodig achten, de vergadering schorsen voor een op dat moment te bepalen tijd.
Artikel 15 Verslaglegging
Het in de vergadering behandelde wordt uitgebreid weergegeven in de notulen, welke binnen twee
weken in afschrift aan de leden worden gezonden en in de eerstvolgende vergadering vastgesteld.
Artikel 16 Afronding overleg
1.
De commissie BGO streeft consensus na over de onderhandelingsresultaten. Overeenstemming is
nodig over al die onderhandelingsresultaten ten aanzien van de regelingen waar individuele ambtenaren rechten aan kunnen ontlenen.
2. Indien in het overleg blijkt, dat overeenstemming niet te bereiken lijkt, zal, alvorens een onderhandelingsresultaat wordt uitgebracht, daarover nog tenminste eenmaal vergaderd worden in een uiterste poging alsnog tot overeenstemming te komen.
3. Indien de in lid 2 bedoelde overeenstemming ook dan uitblijft, kunnen zowel de werkgevers- als
de afzonderlijke werknemersvertegenwoordigingen een beroep doen op de advies- en arbitragecommissie.
Hoofdstuk V Advies/arbitrage
Artikel 17 Begripsbepaling
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. de deelnemers aan het overleg: de vertegenwoordigingen als bedoeld in artikel 2;
b. Advies- en Arbitragecommissie: de Advies- en Arbitragecommissie, ingesteld door het College
voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en waarbij ook de provincie Utrecht
is aangesloten.
Artikel 18 Toepasselijkheid
De artikelen 19 tot en met 24 zijn slechts van toepassing op geschillen inzake aangelegenheden als
bedoeld in artikel 6.
Artikel 19
Schriftelijke kennisgeving oordeelsvorming
Indien een of meer van de deelnemers tijdens het overleg tot het oordeel komen dat dit overleg niet
zal leiden tot een uitkomst die de instemming heeft van alle deelnemers aan het overleg, brengen zij
4
Provinciaal blad 2014 nr. 1036
27 juni 2014
dat oordeel binnen een week nadat zij daarvan in het overleg blijk hebben gegeven, schriftelijk ter
kennis van de overige deelnemers aan het overleg.
Artikel 20 Definiëren geschil en bevoegdheid tot inwinnen advies
1.
Binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving, als bedoeld in artikel 19, schrijft de voorzitter
een vergadering van de commissie BGO uit. Deze vergadering moet worden gehouden binnen een
week nadat deze is uitgeschreven.
2. Tenzij door de commissie BGO wordt besloten het overleg voort te zetten dan wel te beëindigen,
wordt in de in het eerste lid bedoelde vergadering nagegaan of overeenstemming bestaat over de
vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is en of een oplossing van dat geschil zal
worden gezocht door middel van voortzetting van het overleg nadat advies is ingewonnen van de
Advies- en Arbitragecommissie, dan wel door het te onderwerpen aan een arbitrale uitspraak van
die commissie.
3. De deelnemers aan het overleg zijn, ieder voor zich, bevoegd tot het inwinnen van advies van de
Advies- en Arbitragecommissie.
4. Voor het onderwerpen van het geschil aan arbitrage door de Advies- en Arbitragecommissie is
overeenstemming vereist tussen alle deelnemers aan het overleg.
Artikel 21 Verzoek om advies
Binnen een week na de datum van de vergadering als bedoeld in artikel 20 wordt het verzoek om advies
ter kennis gebracht van de voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie. Het verzoek wordt ondertekend door de deelnemers aan het overleg die zich voor het inwinnen van het advies hebben uitgesproken en bevat tenminste het onderwerp en de inhoud van het geschil.
Indien in de vergadering als bedoeld in artikel 20 geen overeenstemming is bereikt tussen alle deelnemers
aan het overleg over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is, brengen de overige
deelnemers aan het overleg hun visie op het onderwerp en de inhoud van het geschil eveneens binnen
een week na de datum van de eerdergenoemde vergadering ter kennis van de voorzitter van de Adviesen Arbitragecommissie.
Artikel 22 Verzoek om arbitrage
Binnen een week na de datum van de vergadering als bedoeld in artikel 20 wordt het verzoek om arbitrage ter kennis gebracht van de voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie.
Het verzoek om arbitrage is ondertekend door alle deelnemers aan het overleg en dient tenminste te
bevatten het onderwerp en de inhoud van het geschil alsmede de standpunten van alle deelnemers
aan het overleg omtrent het onderwerp en de inhoud van het geschil.
Artikel 23 Voortzetten overleg
Binnen twee weken na de datum van ontvangst van het advies van de Advies- en Arbitragecommissie
wordt het overleg over het geschil voortgezet.
Artikel 24 Gebondenheid uitspraak Advies-en Arbitragecommissie
De arbitrale uitspraak van de Advies- en Arbitragecommissie heeft voor alle deelnemers aan het overleg
bindende kracht.
Hoofdstuk VI Slotbepalingen
Artikel 25
In de gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, beslissen de besturen van de deelnemende organisaties in overeenstemming met de commissie BGO.
Artikel 26
1.
Deze regeling kan niet worden gewijzigd dan nadat het voorstel tot wijziging in de commissie BGO
is behandeld.
2. Wijzigingen in deze regeling worden slechts vastgelegd nadat de wijziging in de regeling tenminste
eenmaal in de commissie BGO is besproken. De wijziging wordt van kracht wanneer er overeenstemming over is bereikt.
Artikel 27 Titel en inwerkingtreding
1.
5
Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling Bijzonder Georganiseerd Overleg vorming RUD
Utrecht 2.0’.
Provinciaal blad 2014 nr. 1036
27 juni 2014
2. Zij treedt in werking na vaststelling door alle colleges van de in de aanhef benoemde deelnemers
en komt te vervallen op de datum waarop in de RUD Utrecht 2.0 een commissie voor Georganiseerd
Overleg van de RUD is geïnstalleerd.
Aldus besloten in de vergadering van Houten, Lopik, Nieuwegein, Utrecht, Soest, Baarn, Gedeputeerde
Staten van de provincie Utrecht en het algemeen bestuur van Servicebureau|Gemeenten,
De secretaris,
De burgemeester/voorzitter,
6
Provinciaal blad 2014 nr. 1036
27 juni 2014