De Specialist - nummer 2 - juni 2014

INTEGRALE TARIEVEN
Een kijkje bij het Laurentius
Ziekenhuis
INDIVIDUALISEREN
OPLEIDINGSDUUR
Voorbereiding in volle gang
HET PROJECT SEEENEZ
Onderzoek naar effectiviteit
behandelingen
ORDE VAN MEDISCH SPECIALISTEN • ZEVENTIENDE JAARGANG • JUNI
2014
2
DENISE EYGENDAAL, ORTHOPEDISCH CHIRURG IN HET AMPHIA ZIEKENHUIS IN BREDA:
‘Toparts 2014 zet medisch specialisten op
een positieve manier in de schijnwerpers’
2
OPEDISCH CH
DAAL, ORTH
DENISE EYGEN
PHIA ZIEKENH
IN HET AM
EN OPLEIDER
IRURG
UIS IN BREDA
U bent onlangs uitgeroepen tot Toparts 2014?
Naast chirurg bent u ook opleider?
‘Ik ben erg blij met deze waardering van collega´s, natuurlijk.
Daarnaast zie ik het ook als een opsteker en goede promotie voor
de orthopedie, het is een relatief klein vakgebied in Nederland
met zo’n achthonderd collega’s. Maar het mooiste vind ik toch
wel dat deze verkiezing medisch specialisten op een positieve
manier in de schijnwerpers zet. Er is de afgelopen jaren nogal
wat negatieve publiciteit geweest, onder meer rond enkele
disfunctionerende specialisten, terwijl er zoveel goede, hard­
werkende collega’s rondlopen. Nederland barst van de
deskundige specialisten. Dat mag ook weleens worden gezegd.
Een goede arts ben je overigens nooit alleen. De maatschap en
het ziekenhuis waarin ik werk, hebben me alle ruimte gegeven
om me te ontwikkelen als elleboogspecialist. Zonder de juiste
mensen om me heen, de collegiale werksfeer en de prettige
manier waarop we in dit ziekenhuis met patiënten omgaan,
had ik het nooit zo ver geschopt.’
‘Door ook de rol van opleider op je te nemen, dwing je jezelf om
volledig op de hoogte te zijn van de laatste ontwikkelingen in
je vakgebied. Zo school je jezelf als het ware ook bij. En ik loop
nu eenmaal graag voorop in de polonaise. Binnen de Europese
Vereniging voor Schouder- en Elleboogchirurgie, waarvan ik
nationaal gedelegeerde ben, zetten we nu ook cursussen op
voor collega´s in diverse Oost-Europese landen. Zelf ga ik
regelmatig naar de Verenigde Staten om een weekje mee te
lopen in een gespecialiseerde kliniek. Het is erg inspirerend om
over grenzen te kijken. Je hoeft het wiel natuurlijk ook niet
altijd zelf uit te vinden.’
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
U staat bekend als dé elleboogspecialist van Nederland. Wat
fascineert u zo aan dit gewricht?
‘Tijdens mijn opleiding in Leiden raakte ik al geïnteresseerd in het
bovenste lidmaat en startte ik een onderzoek naar de instabiliteit
van de elleboog. Op dat onderzoek ben ik ook gepromoveerd.
Voor je het weet zijn alle orthopeden in het land daarvan op de
hoogte en sturen ze patiënten naar je door. Zo bouw je snel veel
ervaring op. Veel topsporters komen nu bijvoorbeeld bij mij
terecht, met afgescheurde pezen of banden, kapot kraakbeen,
slijtage. Vooral de complexe aandoeningen waarbij specifieke
operatieve technieken nodig zijn, worden naar mij doorverwezen.
Hier in Breda plaatsen we ook een groot deel van de tweehon­
derd elleboogprotheses die jaarlijks in Nederland worden
aangebracht.´
Wat zijn de laatste ontwikkelingen in uw vakgebied?
‘We zijn onder meer bezig met de ontwikkeling van een
gedeeltelijke vervanging van de elleboog door een prothese.
Patiënten die kampen met slijtage krijgen dan geen volledige
elleboogprothese, alleen het onderdeel dat echt versleten is.
Daarnaast zet ons ziekenhuis een groot preventief programma
op voor sportgerelateerde letsels van de elleboog, samen met
de UvA en het AMC. De voorbereidingen zijn in volle gang. Het
programma richt zich op het voorkómen van sportletsel bij topsporters tussen de 11 en 14 jaar. Daar is nog veel winst te halen.’
U bent vrouw in een ‘mannenbolwerk’. Hoe verklaart u dat er
nog steeds zo weinig vrouwen orthopeed zijn?
‘Het is een technisch en fysiek behoorlijk zwaar vak. Je hebt veel
te maken met ongevallen en werkt daardoor vaak in weeken­
den en ’s nachts. Dat moet je goed kunnen afstemmen met het
thuisfront, want partners willen vaak ook een mooie baan.
Overigens heb ik als vrouw nooit last gehad van een glazen
plafond. Niemand heeft mij ooit belemmerd in het najagen
van mijn ambities. Ik wil altijd wel graag de beste zijn.’
Bart Heesen
directeur Orde van Medisch Specialisten
3
16
16
12
‘DE KOMENDE JAREN GAAN WE METERS MAKEN’
‘De afgelopen jaren zijn er grote knopen doorgehakt.
Nu moeten we de positieve energie benutten om meters
te gaan maken.’ Een interview met Frank de Grave over
zijn tweede termijn als voorzitter van de OMS en de
bergen die er verzet moeten worden.
Inhoud
4
OP WEG NAAR INTEGRALE TARIEVEN
Per 2015 is de invoering van de
integrale tarieven een feit. Hoe geven
medisch specialisten en raden van
bestuur hier invulling aan? Het
Laurentius Ziekenhuis in Roermond
geeft een kijkje in de keuken van
de uitvoering van dit proces.
7
DE MEDISCH SPECIALIST DIE...
… vragen heeft over de Wet werk en
zekerheid.
8
INDIVIDUALISEREN OPLEIDINGSDUUR
De voorbereiding is in volle gang.
Een impressie vanuit kasteel Oudaen
in Utrecht, waar het concilium van
de KNO-vereniging bijeen was.
10
GEZONDHEIDSCENTRA
Perspectief voor samenwerking
tussen huisarts en specialist.
12
ONDERZOEK NAAR EFFECTIVITEIT
BEHANDELINGEN
Het project SEEENEZ geeft een
belangrijke aanzet.
18
IMPLANTATENREGISTERS:
DE STAND VAN ZAKEN
Op 20 maart jongstleden werd in een
uitzending van Zembla gesuggereerd
dat het met de registratie van
implantaten in Nederland droevig is
gesteld. De NVPC en de NOV schetsen
een ander beeld.
20
ZORGVISIECONGRES
ZonMw en OMS tillen campagne
Verstandig Kiezen naar een hoger plan.
2 2
RESULTATEN JONGE KLAREN
ENQUETE 2014
Problematiek krappe arbeids­markt neemt toe.
23
AGENDA EN COLOFON
WIJZIGINGEN LIDMAATSCHAP
Hoofdredactioneel
Adresmutaties, wijzigingen of opzeggingen van het lidmaatschap kunt u
doorgeven via [email protected].
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
De medisch specialist aan zet in een
veranderend zorglandschap
OMS-voorzitter Frank de Grave blikt in dit
nummer van De Specialist vooruit op zijn
tweede termijn. ‘Er liggen pittige onder­
werpen op tafel die de komende jaren tot
een goed einde gebracht moeten worden.
En daar zullen alle medisch specialisten in
het land hun schouders onder moeten
zetten.’ De federatie in oprichting kan de
slagkracht van medisch specialisten verder
versterken. Dat hebben we hard nodig in
het veranderende zorglandschap.
Er zijn voldoende uitdagingen: de integrale
bekostiging 2015, nauwere samenwerking
tussen huisartsen en medisch specialisten
en de toenemende transparantie in de zorg.
Zo werken in Epe de huisarts en de oogarts
samen onder één dak: de patiënt wordt
snel geholpen, dichtbij huis. Handig, want
het ziekenhuis ligt 25 kilometer verderop.
Uitdaging is hier de bekostiging: een anderhalvelijns consult bestaat nog niet. Dan de
keuze voor6een passend organisatiemodel:
het Laurentius ziekenhuis in Roermond
geeft ons een kijkje in de keuken van de
onderhandelingen hierover. En zeven wetenschappelijke verenigingen hebben een top 5
opgesteld van behandelingen waarvan de
effectiviteit onvoldoende bewezen is.
Een zorgelijke ontwikkeling is de steeds
krappere arbeidsmarkt. Jonge medisch
specialisten komen moeilijk aan de bak. Uit
onderzoek van De Jonge Specialist blijkt dat
er vijf keer zoveel jonge klaren vertrekken
naar het buitenland om te kunnen blijven
werken. Kapitaalvernietiging. De uitdaging
is om te kijken waar ruimte is voor deze
nieuwe lichting jonge dokters. Laten we
dat met z’n allen oppakken. Want het zou
toch jammer zijn als deze generatie top­artsen geen toekomst in Nederland heeft.
Martin Bergmans in actie
tijdens de ‘heidag’ op Kasteel
Daelenbroeck in Herkenbosch
4
Op weg
naar integrale
tarieven:
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
‘Ons doel is
onzekerheid
reduceren’
Per 2015 is de invoering van integrale
tarieven een feit. Maar hoe geven
medisch specialisten en raden van
bestuur hier invulling aan? Het
Laurentius Ziekenhuis in Roermond
geeft een kijkje in de keuken van de
uitvoering van dit proces. Gynaecoloog en voorzitter van de medische
staf Martin Bergmans, en anesthesioloog en voorzitter van de commissie
Positionering Medisch Specialist 2015
Ralph Maassen van het Laurentius
Ziekenhuis lichten toe: ‘Het gaat om
gelijkgerichtheid van belangen.’
Eerder dit jaar ontwikkelden de OMS en
de Nederlandse Vereniging van Zieken­
huizen (NVZ) vier organisatiemodellen
om de invoering van het integrale tarief in
het ziekenhuis handen en voeten te geven.
Het Laurentius Ziekenhuis werkt twee
modellen uit. ‘Half juli is voor ons de
deadline’, zegt Bergmans. ‘Dan moeten
de plannen klaar zijn. Er zit dus een enorme
tijdsdruk op.’ Bergmans en Maassen zijn
twee medisch specialisten die deel
uitmaken van een selecte groep medisch
specialisten die samen met de raad van
bestuur de nieuwe plannen uitwerken.
Gekozen is voor het uitwerken van het
samenwerkingsmodel en het dienst­
verbandmodel.
In actie komen
Het proces voor de keuze en de uitwerking
van de modellen heeft het Laurentius
Ziekenhuis al geruime tijd geleden ingezet.
Ralph Maassen (rechts in beeld) luistert
naar de presentatie van de extern adviseur
5
Strategie
Om tot een goede uitwerking van de
modellen te komen, staken medisch
specialisten en raad van bestuur de koppen
bij elkaar tijdens een ‘heidag’ op Kasteel
Daelenbroeck in Herkenbosch. De groep
liet zich bijstaan door een extern adviseur.
‘De doelstelling was om tot een goede
invulling van de modellen te komen’,
vertelt Bergmans. ‘Dat betekent voor ons
het invullen van vier hoofdthema’s:
governance, financiën, zeggenschap en
heel belangrijk, de strategie.’ Maassen vult
aan: ‘de strategische koers die we hebben
vastgelegd en waar het beleid tot 2018
uit voortkomt, is de hoeksteen van het
zieken­huis. Dat moet uiteraard ook
verankerd zijn in de uit te werken modellen
voor een geïntegreerd bestuur ná 2015.
De Stuurgroep 2015 is nu aangesteld om
de plannen tot in de detail uit te werken.’
In juni is daarvoor de deadline, zodat voor
juli de punten op de i kunnen worden gezet
en alles op tijd bij de fiscus ligt. Maassen:
‘We zien dit proces voornamelijk als een
kans om tot een hernieuwde set van
weder­kerige afspraken te komen tussen
specialisten en raden van bestuur.’
Gelijkgerichtheid
Volgens Maassen had de heidag nog een
ander belangrijk doel. ‘We hebben in alle
openheid en eerlijkheid met elkaar gepraat
om het ‘wij-zij-gevoel’ tussen enerzijds de
medisch specialisten en anderzijds de
raad van bestuur eruit te halen.’ Bergmans:
‘Het gaat om gerichtheid van belangen.
Als je daar nu geen werk van maakt, kun je
niet snel tot een beslissing komen. En dan
kom je nergens.’ Het Laurentius Ziekenhuis
voerde eerder een oriënterende enquête
uit onder haar medisch specialisten om
duidelijk te krijgen hoe zij wensen verder
te gaan vanaf 1 januari 2015. Vrijgevestig­
den gaven de voorkeur aan het behoud
van vrije vestiging, specialisten in dienst­
verband aan behoud van dienst­verband.
Maassen: ‘Maar nu de deadline nadert
en er steeds meer duidelijk wordt over
wat er wel en niet mogelijk is, zie je dat
de behoefte aan structuur en sturing van
dit proces toeneemt. Het is dan ook
de taak van de Stuurgroep 2015 om deze
structuur te bieden en de achterban goed
te informeren, zodat zij op individueel
niveau een keuze kunnen maken’.
Positieve energie
Dat er nu consensus is over het plan van
aanpak voor het invullen van een nieuw
organisatiemodel geeft veel positieve
energie in het ziekenhuis. ‘Er is een enorme
stap gemaakt in een korte tijd’, zegt
Bergmans. ‘We hebben samen met de raad
van bestuur de medische staf geïnformeerd
en ons plan van aanpak is heel goed
ontvangen.’ Bergmans geeft wel toe dat
het in het begin moeizaam was om met de
raad van bestuur op één lijn te komen. ‘Dat
kwam vooral door de enorme informatie­
achterstand en onzekerheid. Je gaat elkaar
dan aftasten en de besluitvorming gaat
traag. Met behulp van de externe adviseur
hebben we dat sneller kunnen doorbreken
en de koers vast kunnen leggen.’ Volgens
Bergmans en Maassen heeft de OMS met
verschillende bijeenkomsten een belang­
rijke bijdrage geleverd aan het herstellen
van de informatieachterstand. ‘Vicevoorzitter Janko de Jonge heeft medisch
specialisten in het land goed duidelijk
gemaakt dat dit hele proces bepaald geen
‘appeltje-eitje’ is en dat niets doen geen
optie is’, zegt Bergmans. Voor het Lauren­
tius Ziekenhuis is de urgentie wel duidelijk,
mede door de inspanningen van Bergmans
en Maassen. ‘Natuurlijk weten we niet wat
de toekomst brengt. Maar voorbereiding is
het halve werk. En die deadline in juli gaan
we zeker halen.’
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
‘Desondanks is het een ingewikkeld proces’,
legt Bergmans uit. ‘Er is nog steeds veel
onduidelijk. Vanuit Den Haag horen we
geen consistent verhaal, we weten niet
wat de fiscus gaat doen. Tegelijkertijd is
het noodzakelijk om nu echt in actie te
komen, de tijdsdruk is enorm. We moeten
er zo snel mogelijk voor zorgen dat het
schip de juiste koers vaart en dat alle
bemanningsleden in harmonie samen­
werken, je kunt immers niet zonder elkaar.
Maar hoe doe je dat?’ Het Laurentius
Ziekenhuis kiest voor het uitwerken van
twee modellen. Enerzijds het samen­
werkingsmodel, wat Ralph Maassen ook
wel het ‘collectief nieuwe stijl’ noemt,
anderzijds het dienstverbandmodel.
Maassen: ‘Ons doel is om onzekerheid te
reduceren. Daarom kiezen we voor twee
scenario’s en houden we de opties open.
Dan zijn we ook goed voorbereid als er na
terugkoppeling van de fiscus besloten moet
worden hoe we met elkaar verder gaan.’
[Advertentie]
6
KANSEN, JE MOET ZE WILLEN ZIEN
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
De voorbereidingen voor de operatie
‘Medisch Specialist 2015’ zijn in volle
gang. Doelstelling is om door integrale
bekostiging de oplopende kosten in
de medisch-specialistische zorg te
beperken en de kwaliteit van de zorg
te verbeteren. Met deze operatie staat
de specialist voor een belangrijke
keuze: in dienstverband of een nieuwe
vorm van ondernemerschap? De Orde
van Medisch Specialisten, financieel
adviseurs en de media schenken volop
aandacht aan dit onderwerp. Want
de positie van de specialist verandert.
Gewenst of ongewenst. Nieuwe kansen
liggen op uw pad.
Mensen die bang zijn voor verandering,
belemmeren zichzelf. Wanneer er belang­
rijke dingen veranderen in uw leven kunt u
zich daar zorgen over maken. Angst voor
wat er gaat komen, onzekerheid… Vaak zijn
we niet bang voor de verandering zelf,
maar willen we beschermen en behouden
wat we nu hebben. We zoeken zekerheid
en vastigheid. De beste manier om angst
voor verandering te verslaan is door hem
recht in de ogen te kijken. Als u zich bewust
bent van uw angst en weet waardoor deze
wordt veroorzaakt, kunt u er iets aan doen.
Onderstaande stappen kunnen u helpen
angst voor verandering te overwinnen:
1. Stel een doel dat net buiten uw comfort­
zone ligt.
2.Beschrijf uw grootste angsten die in
u opkomen bij dit doel. Wat kan er
allemaal mis gaan? Wat houdt u tegen?
3.Beschrijf alle positieve punten die u zult
ervaren als u dit doel hebt bereikt.
4.Als uw ergste angsten uit zouden komen,
hoe zou u er dan mee omgaan?
Wanneer u de tijd neemt om uw angsten
goed onder ogen te zien, merkt u dat ze
vaak irrationeel zijn. Bovendien hebben
we angst voor verandering niet voor niets.
Stel u kiest voor een nieuwe vorm van
ondernemerschap. U voelt de angst dat
u uw financiële zekerheid gaat verliezen.
Onderzoek dan hoe u deze zekerheid kunt
vergroten. Bijvoorbeeld door een buffer aan
te leggen of wat scherper te budgetteren.
Veranderen is niet erg. Verandering is
nodig om vooruit te komen. We weten
van tevoren nooit wat we in de toekomst
zullen krijgen. Misschien wordt het
slechter dan nu, misschien wordt het
veel beter. Een beetje lef en durf in het
leven hebt u nodig. Het hoort bij onder­
nemerschap.
Praat u ook gerust eens met de coaches
en counselors van Elestia. Het kan
verhelderend zijn om dit soort vraag­
stukken met een ander te bespreken.
Een onafhankelijk en professioneel
klankbord. Zij zijn altijd bereikbaar. 24 uur
per dag, 365 dagen per jaar. De dienst­
verlening is kosteloos voor Movirverzekerden, inclusief tot zes face-to-face­
gesprekken. Kijk voor meer informatie op
www.elestia.nl of bel 0800 22 44 228.
www.movir.nl
de medisch
specialist
die….
7
… vragen heeft over de
Wet werk en zekerheid.
Wetsvoorstel werk en zekerheid
In februari 2014 heeft de Tweede Kamer
het wetsvoorstel Wet werk en zekerheid
aangenomen. De WWZ brengt wijzigingen
aan in de regels rondom flexibele arbeids­
relaties, in het ontslagrecht en in de
werkloosheidswet. De Eerste Kamer moet
zich nog over dit wetsvoorstel buigen.
Vanuit de rechtspraktijk zijn er veel vragen
gesteld over dit wetsvoorstel en is er nog
onduidelijkheid. De gewenste vereen­
voudiging van de ontslagregels zou met
dit wetsvoorstel niet gerealiseerd worden.
Verder zijn er vragen over de verplichte
transitievergoeding die bij ontslag de
plaats inneemt van de kantonrechters­
formule. Ook is er onduidelijkheid over de
voorgeschreven ontslagroutes via het
UWV of de kantonrechter. Voor een ontslag
vanwege bedrijfseconomische redenen
of vanwege ziekte moet de werkgever zich
tot het UWV wenden. Voor ontslag
vanwege andere redenen, zoals onvoldoen­
de functioneren of een arbeidsconflict, is
de kantonrechter de aangewezen route. Als
de Eerste Kamer wel instemt, zal een deel
In februari 2014 heeft de
Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet
werk en zekerheid aangenomen.
van de WWZ al per 1 juli 2014 van kracht
worden. Wat zijn dan de belangrijkste
wijzigingen?
Aanzegverplichting
Er komt een nieuwe verplichting voor de
werkgever. Hij moet de werknemer met
een arbeidsovereenkomst voor bepaalde
tijd van zes maanden of langer, uiterlijk één
maand voor afloop van de arbeidsovereen­
komst schriftelijk informeren over even­
tuele voortzetting én, in geval van
verlenging, de voorwaarden waaronder
die zou plaatsvinden. De verplichting gaat
ook gelden voor opvolgende tijdelijke
arbeidsovereenkomsten met een looptijd
van zes maanden of langer. Het doel van
de aanzegtermijn is werknemers tijdig
duidelijkheid te bieden over hun positie.
De bepaling treedt onmiddellijk in werking,
maar geldt niet voor arbeidsovereen­
komsten die binnen een maand na
inwerkingtreding van het gewijzigd artikel
eindigen. Op het niet, niet tijdig of niet
volledig voldoen aan de aanzegplicht
staan verschillende sancties.
Proeftijdbeding
Vanaf 1 juli 2014 is een proeftijd in een
arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
alleen nog mogelijk als het een overeen­
komst voor langer dan zes maanden
betreft. Een proeftijdbeding in een tijdelijke
arbeidsovereenkomst van zes maanden of
korter is nietig. Dit geldt voor arbeidsover­
eenkomsten die vanaf 1 juli 2014 worden
gesloten. Hiervan afwijken op grond van
de cao is niet toegestaan.
Advies en bijstand
De juristen arbeidsrecht van de OMS
kunnen u adviseren over uw rechtspositie
en vragen beantwoorden over uw arbeids­
overeenkomst, aanstelling of over de WWZ.
Ook kunnen zij u juridisch bijstaan in een
geschil met de werkgever. Zij beschikken
over de meest actuele informatie.
Individueel advies nodig?
Heeft u vragen over dit onderwerp,
neem dan contact op met onze Infodesk:
[email protected]
t. (030) 282 36 66
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
Een medisch specialist in dienst van een
algemeen ziekenhuis heeft vragen over
het wetsvoorstel Wet werk en zekerheid
(WWZ). Hij wil weten wat zijn rechten en
plichten zijn mocht hij met zijn werkgever
een conflict krijgen over zijn arbeidsover­
eenkomst voor bepaalde tijd. In de media
heeft hij diverse geluiden over dit nieuwe
wetsvoorstel gehoord en hij wil weten
waar hij rekening mee kan houden.
8
Individualiseren
opleidingsduur
DE VOORBEREIDING IS IN VOLLE GANG
Het verkorten van de opleidingsduur op individuele basis is één van de maatregelen die zorgpartijen en VWS overeen zijn
gekomen om te bezuinigen op de opleiding tot medisch specialist. Om de impact van deze maatregel in kaart te brengen,
is de OMS het project Voorbereiding Individualisering Opleidingsduur gestart. In dit kader bezocht Henk Sluiter, voorzitter
van de projectgroep, een aantal concilia en opleidingscommissies. Een impressie vanuit kasteel Oudaen in Utrecht, waar
het concilium van de KNO-vereniging bijeen was.
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
Het individualiseren van de opleidings­duur
is een kwestie die alle concilia en de
regionale en centrale opleidingscommissies
(ROC’s en COC’s) bezighoudt. De maatregel
sluit aan bij projecten zoals Modernisering
Medische Vervolgopleiding (MMV), de
Opleidingsetalage en het Schakeljaar.
Om alle mogelijkheden, hindernissen en
consequenties goed in kaart te brengen,
zijn verschillende concilia en opleidings­
commissies bezocht in het eerste kwartaal
van 2014. De input die deze bezoeken
opleveren, zal de projectgroep gebruiken
om een beperkt aantal scenario’s te
ontwikkelen die als blauwdruk kunnen
fungeren bij het implementeren van de
maatregel. Henk Sluiter, internist-nefroloog
en medisch manager van het Teaching
Hospital Deventer, nam onlangs het
voorzittersstokje van de projectgroep over
van de begin dit jaar overleden Joep Dörr.
Op woensdag 16 april schuift hij - vlak voor
het diner - aan bij het halfjaarlijkse overleg
van het concilium van de KNO-vereniging
om het ‘voorafje’ te presenteren over het
individualiseren van de opleiding.
Competency based
Sluiter legt uit waar het in de kern om
gaat: ‘De duur van de opleiding wordt
afhankelijk van het tempo waarin de aios
het vereiste competentieniveau behaalt.
Uitgangspunt bij individueel verkorten is
dat aios zo lang als nodig en zo kort als
verantwoord worden opgeleid. Excellente
aios kunnen dus sneller het curriculum
Henk Sluiter bij het concilium van de KNO-vereniging
doorlopen terwijl als ondergrens de
Europese minimumduur geldt. De aios
krijgt zelf een grote verantwoordelijkheid
voor het bijhouden van en inzicht geven in
zijn of haar competentieontwikkeling. Dat
past goed bij het idee van competentie­
gericht opleiden.’ De afspraak is dat deze
maatregel 14 miljoen oplevert in 2018,
oplopend tot een structurele besparing van
56 miljoen vanaf 2022. Dit op grond van
de aanname dat circa 80 procent van de
aios de vervolgopleiding gemiddeld
zes maanden sneller af kan ronden.
Schakeljaar en vrijstellingen
‘Behalve het sneller doorlopen van de
medische vervolgopleiding, kan de duur
van de opleiding verkort worden door
eerder verworven competenties (EVC’s)
beter te benutten’, gaat Sluiter verder.
‘Dankzij de nieuwe vrijstellingsregeling van
CGS is dit per juli 2014 al mogelijk. Het is
aan de opleider om - voorafgaand aan de
opleiding - te beoordelen of de aios voldoet
aan de voorwaarde voor de gevraagde
vrijstelling.’ Een passende vorm om gericht
ervaring op te doen is het Dedicated
9
Vervolgens vertelt Sluiter wat er van de
opleiders wordt verwacht. ‘Het is vooral
aan u om het proces rondom de beoordeling
van EVC’s en de vrijstellingverlening in te
richten, en te kijken hoe dit onderwijskundig
verder uitgewerkt moet worden. Daarnaast
verwacht de projectgroep dat de COC’s aan
VIO en RIO
de slag gaan om individuele verkorting van
de opleiding in te passen in de bestaande
bedrijfsvoering.’
Op tafel
Na de presentatie van Sluiter is er gelegen­
heid voor vragen. Punt van zorg
bij de KNO-vereniging is de toenemende
werkloosheid onder jonge KNO-klaren.
‘Dat maakt het voor aios aantrekkelijk
om de opleiding te rekken,’ merkt een
van de aanwezigen op. ‘Het mag niet van
de arbeidsmarkt afhangen hoe lang de
opleiding duurt,’ reageert een collega.
Iemand anders stelt dat het bij een
individuele korting wel jammer is dat
juist de toppers eerder klaar zijn en je
extra moet investeren in de zwakkere aios.
Sluiter: ‘Insteken op de snelheid en
behoeften van de aios is echter wel
passend bij competentiegericht opleiden.
Onze ervaring is dat aios niet graag
versnellen in de differentiatiefase.
Mogelijk moeten we de ruimte meer aan
het begin van de opleiding zoeken.’
Een laatste kwestie die op tafel wordt
gelegd is wat er met het geld gebeurt dat
de ziekenhuizen van de overheid (de NZa)
ontvangen als vergoeding voor de kosten
van de medische vervolgopleidingen.
‘Het zou toch wel mooi zijn als dat wat
transparanter wordt’, merkt iemand op.
Mogelijk dat er op dat vlak ook nog
doelmatigheidswinst te behalen valt.
VOORBEREIDING
en
De OMS is trekker van de projecten Voorbereiding en Realisatie Individualisering Opleidingsduur
(VIO en RIO). In de stuur- en projectgroep van deze projecten zijn alle relevante partijen betrokken.
Voorzitters van respectievelijk de stuur- en projectgroep zijn: dr. M.J. (Marianne) ten Kate-Booij
(tevens voorzitter Raad Opleiding van de OMS) en dr. H.E. (Henk) Sluiter. De voorbereidingsfase (VIO)
loopt van januari tot juli 2014. Speerpunten zijn:
REALISATIE
Informeren en bevragen van alle relevante gremia.
Afstemming lopende projecten: Dedicated Schakeljaar, MMV en Opleidingsetalage.
Onderzoeken van de consequenties voor toezicht en visitatie.
In kaart brengen van de onderwijskundige uitdaging van individualiseren in relatie
met de huidige opleidingsplannen.
Verkennen van de consequentie van individualiseren en bedrijfsvoering in instellingen.
Starten nulmeting opleidingsduur en monitoring.
Opleveren plan van aanpak voor de realisatiefase (RIO: van augustus 2014 tot 2017).
Individualisering
OPLEIDINGSDUUR
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
Schakeljaar, een project dat door de NFU
getrokken wordt en dat eveneens in
belang­rijke mate bijdraagt aan de
bezuinigingsafspraken. Sluiter: ‘Het idee is
dat geneeskundestudenten in het laatste
jaar van hun studie alvast kennismaken
met hun latere specialisme. In 2014 zou
tien procent van de zesdejaars studenten
al een schakeljaar moeten volgen. De
geneeskunde-opleidingen zijn inmiddels
bezig met het inrichten van dit schakeljaar.’
10
Gezondheidscentra
bieden perspectief voor
meer samenwerking
tussen huisarts
en medisch specialist
Sinds 2010 houden twaalf medisch specialisten van Gelre ziekenhuizen spreekuur in gezondheidscentrum
Willem Tell in Epe. De voordelen voor de patiënt zijn duidelijk: die kan vaker in de eigen woonplaats en
in een kleinschalige omgeving terecht voor specialistische zorg. Maar wat betekent de aanwezigheid van
medisch-specialistische zorg in het centrum voor de samenwerking tussen huisartsen en medisch specialisten?
En kan die samenwerking beter? Huisarts Dennis Boon en oogarts Hans Scheenloop geven hun visie.
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
Hans Scheenloop en Dennis Boon
Situatieschets
Dennis Boon, huisarts: ‘De financiële kant is een struikelblok.’
In het gezondheidscentrum Willem Tell in Epe zijn drie huisarts­
praktijken, een apotheek en verschillende paramedische
disciplines gevestigd, zoals een psycholoog en een ergothera­
peut. Ook houdt een ouderenpsychiater er spreekuur. Dennis
Boon: ‘Andere medisch-specialistische zorg ontbrak nog.
Omdat wij wisten dat er een blauwdruk lag van beide naburige
Gelre-ziekenhuizen (Apeldoorn en Zwolle) om medisch-specialis­
tische zorg deze kant op te sturen, hebben wij hen zelf benaderd
met de vraag of zij zich hier wilden vestigen.’ Boon is samen met
de twee andere huisartsen eigenaar van het gezondheids­
centrum, hij verduidelijkt: ‘Epe heeft ten opzichte van de rest van
Nederland een relatief oude bevolking (10%:6,7%). Het aantal
mensen met oogheelkundige, orthopedische en reumatologisch
klachten is daardoor ook relatief hoog. Tegelijkertijd ligt Epe
20 tot 25 kilometer van de ziekenhuizen in Apeldoorn en Zwolle.
Om onze patiënten een betere service te verlenen, vonden wij
het dus prettig als verschillende medisch specialisten spreekuur
zouden houden in het gezondheidscentrum. We hebben speciaal
daarvoor een verdieping van vijfhonderd vierkante meter op het
bestaande pand laten bouwen.’
‘De samenwerking tussen huisartsen en medisch specialisten is
nauwer geworden en daar zitten verschillende voordelen aan. Je
houdt als huisarts meer regie over de patiënt, patiënten zijn meer
tevreden, samen met de medisch specialisten zijn we een betere
partij in overleggen met de zorgverzekeraars en de gemeente. En
het werk wordt er leuker van. Het is heel gemakkelijk om een
patiënt even naar boven te sturen, zodat de medisch specialist kan
meekijken. Ook hebben we hier een priklaboratorium en kunnen
patiënten hier terecht voor basaal röntgenonderzoek. Zorg waar­­
voor de patiënt vanouds alleen in het ziekenhuis terecht kon, is
nu dichterbij. Dat wordt versterkt doordat de specialisten in het
centrum eveneens betrokken zijn bij de coöperatie van ketenzorg
die wij samen met drie andere huisartsen in Epe vormen.
Toch is de samenwerking nog niet wat deze zou kunnen zijn.
Dat komt doordat de samenwerking niet geformaliseerd is en
er geen financiële afspraken gemaakt zijn. Dat is toch wel een
struikelblok. Er gebeurt nu veel ad hoc. De patiënt betaalt nu in de
meeste gevallen net als in het ziekenhuis voor tweedelijnszorg.
Alleen cardiologische echo’s vallen onder eerstelijnszorg. Ik zie wel
kansen voor een zogenaamd meekijkconsult, een anderhalvelijns­
Hans Scheenloop, oogarts:
‘We voeren veel overleg over taakherschikking’
‘De lijnen tussen de huisartsen en de oogartsen in het gezondheids­
centrum zijn kort. Momenteel voeren we veel overleg over welke
patiënten zij straks kunnen doorverwijzen naar onze gespecialiseer­
de optometristen. Naar aanleiding van de nieuwe regels van de
Nederlandse Zorgautoriteit voor de inzet van de optometrist in
de tweede lijn, werken wij aan taakherschikking. Het idee is dat
patiënten met eenvoudige oogheelkundige vragen, die niet door de
opticien of huisarts behandeld kunnen worden, straks bij onze
gespecialiseerde optometristen terechtkunnen. Zij vormen als het
ware een filter voor oogartsen. Het gezondheidscentrum in Epe zou
daar een goede locatie voor zijn. Samen met de huisartsen bepalen
we voor welke patiënten dit straks een mogelijkheid is, zodat we
samen de kosten in de zorg kunnen drukken. Alle aandoeningen die
niet per se in het ziekenhuis behandeld hoeven worden, moeten
wat ons betreft uit ons takenpakket. Als je kijkt naar tien tot vijftien
jaar geleden, zijn er wat dat betreft al enorme stappen gemaakt.
Dat geldt bijvoorbeeld voor de diabeteszorg die helemaal van de
tweede naar de eerste lijn is gegaan. Van ‘meekijkconsulten’
door oogartsen is in het gezondheidscentrum maar incidenteel
sprake. Heel af en toe vraagt een huisarts even te komen kijken
naar een ontstoken oog. Vooral de patiënt heeft nu dus voordeel
van de spreekuren. Die hoeft niet helemaal naar het ziekenhuis in
Apeldoorn. Al gebeurt het ook wel eens dat een patiënt toch nog
naar het ziekenhuis wordt doorverwezen, daar staat meer geavan­
ceerde apparatuur. Zelf vind ik de constructie ook heel prettig. Het
gezondheidscentrum is kleinschalig en laagdrempelig, dat geeft
een andere sfeer dan het ziekenhuis. Het is minder klinisch en
gemoedelijker. Ook het ziekenhuis is tevreden. Door zorg dichter bij
de patiënt te organiseren, dat doen wij overigens in verschillende
gemeenten, is de adherentie behouden. We weten meer patiënten
blijvend aan ons te binden.’
11
Compliment
Onlangs presenteerde de Orde van Medisch Specialisten (OMS)
haar jaarverslag over 2013. Naar verwachting het op een na
laatste jaarverslag van de huidige organisatie. Immers, de OMS
en de wetenschappelijke verenigingen werken hard aan de
oprichting van een gezamenlijke federatie van medisch
specialisten per 2015.
Als lid van het OMS-bestuur heb ik de bedrijfsvoering van het
bureau in portefeuille. Dat bureau wordt van alle kanten
geconfronteerd met veranderingen en is volop in beweging.
De medewerkers van de OMS blijven echter onverstoorbaar en
vastberaden werken aan de belangenbehartiging van medisch
specialisten. Dat is een compliment waard.
Het huidige bureau van de OMS wordt omgevormd tot een
bureau van de toekomstige federatie. Eén nieuwe belangen­
organisatie voor alle medisch specialisten die gebaseerd is
op wat ons verenigt: kwaliteit, opleiding en beroepsbelangen.
Onze belangen kunnen zo nog beter worden behartigd. Onze
gezamenlijke stem zal luider klinker en beter worden gehoord.
Door de media, door de politiek, door onze stakeholders en
door onze leden. Daarvan ben ik overtuigd.
Ik vrees dat er de komende jaren weinig verandert aan de
hoge mate van dynamiek in en rond onze sector. De zorg, zowel
de cure als de care, blijft onverminderd onder druk staan.
Want mensen hebben een steeds hogere gemiddelde levens­
verwachting. Alleen het beperken van de zorgvraag door in
te zetten op preventie en kwaliteit kan structureel de kosten
drukken. De medisch specialist staat hier aan het roer.
De ogen van het publiek blijven op ons gericht. Dat is terecht
want medisch specialisten hebben een spilfunctie in de
curatieve zorg. Hun werk verdient een krachtige belangen­
organisatie die hen in staat stelt hun maatschappelijke
belofte, de artseneed, optimaal uit te voeren. Het onlangs
online gepubliceerde jaarverslag van de OMS maakt duidelijk
dat medisch specialisten die organisatie al hebben. De OMS
is klaar voor de toekomst.
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
constructie. De medisch specialist zou dan eenmalig meekijken
en geen dbc hoeven openen, terwijl we beiden een vergoeding
krijgen. Vanaf 1 januari 2015 zijn hier regels voor en zouden we
dat kunnen invoeren. Ook taakherschikking biedt kansen. De
wondverpleegkundige van de dermatoloog zou bijvoorbeeld hulp
kunnen krijgen van onze praktijkondersteuners. Wij waren, net als
de medisch specialisten, aanvankelijk terug­houdend over taakher­
schikking, maar tijden zijn veranderd. Huisartsen hebben er meer
taken bij gekregen en het wederzijds vertrouwen is gegroeid, we
zijn er met elkaar nu wel klaar voor.’
Léon Winkel,
algemeen bestuurder
‘Het gezondheidscentrum is kleinschalig
en laagdrempelig,
dat geeft een andere sfeer
dan het ziekenhuis.’
12
Onderzoek naar effectiviteit
behandelingen
PROJECT SEEENEZ GEEFT BELANGRIJKE AANZET
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
Wetenschappelijke verenigingen, waaronder die van de gynaecologen,
neurologen en kno-artsen, hebben een Top 5 samengesteld van behandelingen
waarvan de effectiviteit onvoldoende bewezen is. Die effectiviteit willen
zij nu op grote schaal gaan onderzoeken. De investeringen die daarvoor nodig
zijn, betalen zich drievoudig terug.
In totaal zeven wetenschappelijke
verenigingen (die van de gynaecologen,
KNO-artsen, urologen, orthopeden,
neurologen, anesthesiologen en kinder­
artsen) hebben voor hun eigen vakgebied
de kennishiaten rondom bepaalde
behandelingen in kaart gebracht. Op basis
hiervan hebben zij een Top 5 samengesteld
met onderwerpen waarbij onderzoek naar
zorgeffectiviteit prioriteit heeft. Het project
heet SEEENEZ (Stimuleer Effectieve
En Elimineer Niet-Effectieve Zorg) en is
onderdeel van de campagne Verstandig
Kiezen, die is opgezet door de OMS,
de wetenschappelijke verenigingen en
ZonMw. De uitvoering van zowel de
campagne als SEEENEZ is in handen van het
Kennisinstituut van Medisch Specialisten.
Helft onvoldoende onderbouwd
Teus van Barneveld, directeur van dit
kennisinstituut: ‘De effectiviteit van de
helft van alle medisch-specialistische
behandelingen is onvoldoende weten­
schappelijk onderbouwd. Dat wil uiteraard
niet zeggen dat medisch specialisten maar
wat doen. Opereren bij een gescheurde
achillespees werkt bijvoorbeeld goed,
maar misschien is spalken - met als
voordeel: geen operatierisico en goed­koper - wel net zo goed. Artsen weten
niet altijd welke behandeling voor welke
patiënt het beste is. Met het project
SEEENEZ willen we evaluatie-onderzoek
stimuleren en een gedegen onderzoeks­
infrastructuur opzetten; om te beginnen
voor de Top 5-prioriteiten van de
deelnemende wetenschappelijke
verenigingen.’
1 euro = 3 euro
De opzet van het SEEENEZ-project is
gefinancierd vanuit Stichting Kwaliteits­
gelden Medisch Specialisten. Voor de
financiering van de evaluatie-onderzoeken
kijkt Van Barneveld vooral naar de zorg-
‘ZORGEVALUATIE IS EEN INHERENT ONDERDEEL VAN KWALITEIT VAN ZORG’
Sjaak Wijma, gynaecoloog Martini Ziekenhuis, voorzitter Nederlandse
Vereniging voor Obsteterie & Gynaecologie en voorzitter van het
onderzoeksconsortium voor verloskundig en gynaecologisch
onderzoek: ‘De NVOG is in 2003 begonnen met doelmatigheids­
onderzoek, vooral op initiatief van Ben Willem Mol, hoogleraar
obstetrie en gynaecologie bij het AMC Amsterdam. Hij zette
‘kennishiaten’ op de agenda: in bepaalde situaties weten we
gewoon niet of behandeling A of behandeling B beter is. Vanaf
toen zijn we - in eerste instantie met zes ziekenhuizen - een
infrastructuur voor evaluatiestudies op gaan zetten. Inmiddels
zijn vrijwel alle gynaecologen en ruim 70 ziekenhuizen hierbij
betrokken. We hebben een centraal trialbureau en verspreid over
het land zo’n vijftig research­medewerkers die het onderzoek
uitvoeren. De kennis en ervaring die we hiermee hebben opgedaan,
stellen we graag binnen het SEEENEZ-project beschikbaar. Tot nu
toe worden binnen ons eigen consortium evaluatiestudies meestal
geïnitieerd door een individuele gynaecoloog die, met adhesie van
een aantal collega’s, een onderzoeksvoorstel indient bij ZonMW. In
het kader van SEEENEZ hebben we vanuit de NVOG bepaald waar
13
nader effectiviteitonderzoek nodig is. Dat heeft geleid tot
een longlist van 73 kennis-hiaten en deze longlist hebben we
vervolgens teruggebracht tot een Top 5. Bij de prioritering speelt
naast verwachte gezondheidswinst, ook volume en kosten­
besparing een rol. Dat laatste is vaak complex. Uit een studie van
vorig jaar bleek bijvoorbeeld dat opereren bij inspanningsurineverlies effectiever is dan bekkenbodemfysiotherapie.
Opereren lijkt duurder maar eerst fysiotherapie om er vervolgens
achter te komen dat je alsnog moet opereren, is nóg duurder.
Tot nu toe is er één financier voor dit type onderzoek: ZonMw. Die
heeft hiervoor 10 miljoen per jaar beschikbaar. Dat is al niet genoeg
voor de Top 5 van de huidige zeven deelnemende wetenschappe­
lijke verenigingen van SEEENEZ. Er moet dus elders financiering
gevonden worden. Zorgverzekeraars Nederland zegt geen onder­
zoek te financieren. Maar het gaat hier om evaluatie van zorg,
in mijn ogen een inherent onderdeel van kwaliteit
van zorg. Je kunt daarmee ongewenste praktijk­­variatie terugdringen en op termijn fors besparen.
Daar kun je naar ons idee geen nee tegen zeggen.’
DE NVOG TOP 5
1 Behandeling bij onverklaarbare verminderde vruchtbaarheid. Komt 30.000 keer per jaar voor.
3
4
5
verzekeraars. ‘Tot nu toe wordt met name
ZonMw benaderd voor financiering van
dit soort onderzoek, maar hier gaat het
om structureel onderzoek naar zorg­
effectiviteit op alle medisch-specia­listische
vakgebieden. Het is logisch dat de
verzekeraars daar aan meebetalen want
de premiebetaler gaat profiteren van de
opbrengsten: meer kwaliteit en lagere
kosten. Uit onderzoek blijkt dat elke euro
die je in zorgevaluatie-onderzoek steekt,
drie euro oplevert. We pleiten daarom
voor de oprichting van een zogeheten
shared savings fonds waar verschillende
zorgpartijen aan meebetalen. ’ Voor de
huidige 35 onderwerpen uit de Top 5 is
ruim 10 miljoen euro nodig, onder meer
om een onderzoekinfrastructuur op te
zetten. Van Barneveld: ‘Daarbij is ook een
goede samenwerking tussen weten­
schappelijke verenigingen en verschillende
ziekenhuizen van belang om voldoende
patiënten te kunnen includeren. Hoe meer
ziekenhuizen deelnemen, hoe sneller dat
lukt. We hopen de eerste zeven onderzoeken
binnen 1,5 tot 2 jaar af te kunnen ronden.’
Vanzelfsprekend
Voor medisch specialisten en patiënten
zullen behandeling en evaluatieonderzoek steeds vaker hand in hand
gaan, verwacht Van Barneveld. ‘Het
moet vanzelfsprekend zijn dat je in een
ziekenhuis behandeld wordt en tevens
meedoet aan onderzoek om te kijken
hoe effectief die behandeling is. Doel van
evaluatie-onderzoek is om de richtlijnen
voor behandelingen aan te scherpen en
praktijkvariatie terug te dringen. Daar
wordt de kwaliteit beter van en het helpt
artsen en patiënten om beter samen te
kunnen beslissen wat de beste behandel­
optie is.’
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
2
Inseminatie met zaad van de eigen partner versus gewoon afwachten?
De effectiviteit van bekkenbodemfysiotherapie na de bevallig. Deze therapie zou incontinentie en verzakkingproblemen
op latere leeftijd voorkomen. Komt veel voor: 170.000 keer per jaar. Werkt dat wel of niet?
Beleid na totaalruptuur bij eerste bevalling. Gewoon bevallen of een keizersnede?
Beleid bij een dreigende vroeggeboorte (< 37 weken): een steunring plaatsen rondom de baarmoederhals,
medicatie of operatief plaatsen van bandjes rondom de baarmoederhals?
Hoe lang afwachten bij een niet-vorderende ontsluiting tijdens de baring? Ingrijpen na 2 uur? Of beter pas na 4 uur?
14
‘DE KOSTEN GAAN NU EENMAAL VOOR DE BATEN UIT’
George Kienstra, neuroloog Slingeland Ziekenhuis, bestuurslid NVN
en voorzitter van de commissie Kwaliteit van de NVN: ‘Voor de
Nederlandse Vereniging van Neurologen (NVN) is deelname aan
SEEENEZ een startpunt geweest voor het systematisch, aan de
hand van onze richtlijnen, in kaart brengen van kennishiaten bij
de effectiviteit van behandelingen. Het kennisinstituut heeft ons
daarbij geholpen. Daarnaast hebben we via onze website
neurologen in het land opgeroepen om aan te geven welke
behandelings­strategieën in hun optiek nader effectiviteitsonder­
zoek vergen. Primaire doelstelling voor ons is niet-effectieve zorg
elimineren op grond van meer kennis. De input vanuit het richt­lijnen­onderzoek en neurologen in het land, hebben we geordend
en vervolgens geprioriteerd. Daaruit is uiteindelijk onze Top 5
ontstaan. Deze top hebben we vervolgens voorgelegd aan patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars om hen te vragen wat zij nu het
allerbelangrijkste onderwerp vonden om nader uit te zoeken.
Op basis van gemeenschappelijke prioritering is gekozen voor de
behandeling van het Carpaal Tunnel Syndroom (CTS). Een vaak
voorkomende aandoening waarbij veel praktijkvariatie bestaat.
Dat is dan ook het eerste onderzoek waarmee wij willen starten.
ZonMw is de partij tot wie wij ons in eerste instantie zullen
wenden voor financiering. Wel vind ik dat ook de zorgverzekeraars
hier een rol in moeten spelen. Ik ben ervan overtuigd dat we met
dit onderzoek uiteindelijk geld kunnen besparen. Maar de kosten
gaan nu eenmaal voor de baten uit.
DE NVN TOP 5
1
2
3
4
5
De waarde van MRI bij acute vertigo.
Carpaal Tunnel Syndroom.
Behandeling van het chronisch subduraal haematoom.
De waarde van wortelblokkades bij een radiculair syndroom (lumbaal en cervicaal).
Diagnose en behandeling ulnaropathie.
‘DE PATIËNT PROFITEERT VAN STUDIES NAAR EFFECTIVITEIT’
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
Peter Paul van Benthem, KNO-arts, voormalig lid van het bestuur
van de KNO-Vereniging en voorzitter van de werkgroep ‘de KNO
wetenschapsagenda’. ‘In 2013 zijn wij samen met het kennisinstituut
gaan zoeken naar een methode om een onderzoeksagenda op te
stellen. Om kennishiaten op te sporen, hebben we naar suggesties
voor onderzoek in KNO-richtlijnen gekeken en naar aanbevelin­
gen die gebaseerd waren op een laag level of evidence. Zowel
nationaal als internationaal. Ook hebben we een enquête
gehouden onder onze leden en patiëntenorganisaties met als
doel de zogenoemde kennishiaten op te sporen. Tijdens een
conferentie hebben we alle input beoordeeld en geordend.
Ook daar waren, naast dokters en onderzoekers, patiënten bij
betrokken. Die conferentie heeft uiteindelijk geresulteerd in
een prioriteitenlijst voor de KNO wetenschapsagenda. Vorig jaar
hebben we die lijst gepresenteerd aan Henk Smid, directeur
ZonMw. Hij was zeer enthousiast over de betrokkenheid van
patiëntenorganisaties bij het hele proces.
Ik weet niet of de uitkomsten anders waren zonder hun betrokken­
heid maar in elk geval zijn dokters en patiënten met elkaar in
gesprek gegaan over wat zij belangrijk vinden en wat relevant is.
Deze methode is, in een iets verkorte vorm, over­genomen in het
SEEENEZ-project. Wat betreft de financiering; tot nu toe worden
er losse aanvragen ingediend bij ZonMw maar dat zal nu niet meer
toereikend zijn omdat er veel meer onderzoek nodig is. De winst
van dit type onderzoek komt nu terecht bij degenen die er niet aan
meebetalen, en dat klopt niet. Het zijn de premiebetalers die er
van profiteren. Dus moeten de zorgverzekeraars mee-investeren,
bijvoorbeeld in een onderzoekfonds. ZonMw kan zich dan toe­
leggen op het beoordelen van de kwaliteit van de aanvragen.’
DE KNO TOP 5
1
2
3
4
Chronische neusbijholteontsteking: opereren of behandelen met medicijnen?
Onderzoek naar de indicatiestelling voor septum-, concha- en neusklepchirurgie.
Onderzoek op het gebied van personalized medicine in de hoofd-halsoncologie.
Onderzoek naar het langetermijneffect van positietherapie bij de behandeling van patiënten met
Obstructief SlaapApneu Syndroom (OSAS).
5 Otologisch/audiologisch onderzoek als geprioriteerd in het Nationaal Programma Gehooronderzoek.
7 november
2014
AIOS UPGRADE
‘SPREEKKAMER
2025’
powered by:
Gezocht: aios (m/v) die zich wil
klaarstomen voor de toekomst!
De Jonge Specialist presenteert op vrijdag 7 november 2014 de AIOS Upgrade
samen met de OMS, de LAD en de VvAA. Hét congres voor alle aios met als thema:
Spreekkamer 2025. De spreekkamer van de toekomst, want de aios van vandaag
is immers de toekomstige medisch specialist. Die spreekkamer van de toekomst
stelt hoge eisen aan de competenties van medisch specialisten. Het is daarom
van groot belang dat je als aios hiervoor goed klaargestoomd wordt.
De AIOS Upgrade helpt je hierbij.
Kortom: een event dat je niet wil missen!
Dus aios: zet deze dag nu alvast in je
agenda. En opleiders: rooster jouw aios vrij
voor deze dag. Want de spreekkamer van de
toekomst is in handen van de aios van nu!
Professionele trainingen
Bomvol programma
Meer informatie en inschrijven
Tijdens dit landelijke aios-congres krijg je
de kans om je op te laden met hot topics
voor de opleiding en actuele thema’s in de
zorg. Onderwerpen als competentiegericht
opleiden, dienstverband, balans, goodwill,
recht, zelfpresentatie, financiën, vernieuwingen en nog veel meer komen allemaal aan
bod tijdens professionele trainingen.
Het belooft een uitermate boeiende dag te
worden vol trainingen, enthousiaste sprekers, een uitgebreide lunch en veel aios om
ervaringen mee uit te wisselen. Uiteraard
wordt tijdens de AIOS Upgrade ook de
Opleidingsprijs uitgereikt aan de beste
Nederlandse opleider van het jaar.
AIOS Upgrade vindt plaats op 7 november
in de IJsseldelta Center in Zwolle. Leden en
niet-leden zijn van harte uitgenodigd.
Voor inschrijving en meer informatie, bezoek
onze website www.dejongespecialist.nl of
volg ons op twitter @jongespecialist.
VERNIEUWENDE SPREKERS
De Jonge Specialist heeft vernieuwende sprekers
bijeengebracht voor ‘Spreekkamer 2025’:
Salmaan Sana, mede-oprichter Nameshapers en voorzitter van
‘Compassion for Care’ beschrijft zichzelf als idealist, dromer en
trainer die gelooft in compassie voor zorg en persoonlijk leiderschap.
Michel van Schaik, directeur gezondheidszorg Rabobank
International en co-auteur van het best verkochte managementboek over de toekomst van de Nederlandse gezondheidszorg
‘Diagnose 2025’ en gelooft dat innovatie de succesfactor is
voor de zorgsector.
Marjanne Sint, oud PvdA-voorzitter en momenteel bestuursvoorzitter van de Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen, is specialist als het gaat om innovatie in topklinische
zorg, opleiding en onderwijs.
Leen Beckers van Focus Cura geeft concrete voorbeelden van
hoe de brug tussen zorg en technologie vorm kan krijgen in
slimme, creatieve oplossingen voor dokter en patiënt.
Het debat wordt voorgezeten door Tom van ’t Hek, radiopresentator,
oud-huisarts en voormalig tophockeyer en bondscoach.
Het AIOS Upgrade Congres wordt georganiseerd door De Jonge Specialist, OMS, LAD en VvAA.
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
16
‘De komende
jaren gaan we
meters maken’
‘De afgelopen jaren zijn er grote knopen doorgehakt. De koers
is vastgelegd, we weten waar we heen gaan. We hebben ervoor
gekozen in the lead te zijn bij vernieuwingen in de medischspecialistische zorg. Dat is gelukt. Nu moeten we de positieve
energie benutten om meters te gaan maken.’ Een interview met
Frank de Grave over zijn tweede termijn als voorzitter van de
OMS en de bergen die er verzet moeten worden.
17
Deel van de oplossing
‘Een voorrecht’, noemt De Grave zijn
herbenoeming tot voorzitter van de OMS.
‘Blijkbaar heb ik aan de verwachtingen
voldaan en is er vertrouwen in de koers die
we met elkaar hebben ingezet.’ Die koers
begon ruim drie jaar geleden toen medisch
specialisten in actie kwamen tegen de plan­
nen van toenmalig minister Ab Klink. Wat
volgde was een proces waarin de beroeps­
groep duidelijk maakte zélf mee te willen
praten over de toekomst van de medischspecialistische zorg in Nederland. Ze wilde
korte metten maken met het imago vooral
bezig te zijn met het veiligstellen van het
eigen inkomen. De Grave: ‘Er is veel gebeurd
sindsdien. Met het nieuwe zorgakkoord
2014-2017 hebben we opnieuw getoond dat
we niet het probleem, maar nadrukkelijk
deel van de oplossing willen zijn. Bij de
totstand­koming van het akkoord is
intensief samengewerkt met de LAD en de
weten­schappelijke verenigingen. Er is dan
ook brede steun van de achterban voor het
onderhandelingsresultaat. De groei is
welis­­waar verder teruggedrongen, tot
1 procent vanaf 2015, maar daar staat
tegenover dat we hebben voorkomen dat er
vanuit Den Haag fors wordt ingegrepen in
het basispakket. We zijn nu zélf aan zet om
de kosten te beteugelen en te zorgen dat
daarbij de kwaliteit van zorg overeind blijft.
Dat zal lang niet altijd makkelijk zijn; er
zullen soms moeilijke keuzes gemaakt
moeten worden.’
Elke dag opnieuw
Die actieve opstelling heeft tevens een
positief effect gehad op het imago van
medisch specialisten. ‘Het rapport van de
commissie Meurs heeft daar zeker ook aan
bijgedragen’, zegt De Grave. ‘De conclusie
daarin is dat de salarissen van medisch
specialisten in Nederland niet uit de pas
lopen met die van hun Europese collega’s.
Het is daarom terecht dat in het zorg­akkoord
is opgenomen dat medisch specialisten
buiten de Wet normering topinkomens
vallen.’ Ondanks dat het vertrouwen in de
medisch-specialistische beroepsgroep groot
is, blijft de beeldvorming kwetsbaar,
waarschuwt De Grave: ‘Medisch specialisten
liggen voortdurend onder het vergrootglas
van de maatschappij. Vermeende fouten en
misstanden worden breed uitgemeten in de
media. Die kritische maatschappelijke blik
heeft te maken met de schaarse zorgeuro
maar deels ook met de inkomenscategorie
waar medisch specialisten in vallen. Het
imago is iets wat elk dag opnieuw verdiend
moet worden.’
Belangen gelijk richten
Bij de invoering van integrale bekostiging
per 2015 vervalt het zelfstandig declaratie­
recht van medisch specialisten - een van
de pijlers onder het huidige vrij beroep.
Behoud van de keuzemogelijkheid voor vrij
beroep of dienstverband is steeds de inzet
geweest van de OMS. De Grave is dan ook
blij dat de optie van vrij ondernemerschap
gegarandeerd is met het zorgakkoord.
‘Maar’, voegt hij er direct aan toe, ‘dat
betekent niet dat het vrij beroep blijft zoals
het is. In het hele land moeten medisch
specialisten binnen het collectief en samen
met de raad van bestuur aan de bak om
het vrij beroep vorm te geven binnen de
modellen die we daarvoor hebben
ontwikkeld. Een operatie die voor veel
onrust zorgt en de nodige inzet vraagt. In
het eerste kwartaal van dit jaar heeft de
OMS samen met de LAD, VvAA en Logex
een landelijke rondgang gemaakt om de
betrokkenen voor te bereiden op deze
omslag. Nu zijn de medisch specialisten
zelf aan zet. Op macroniveau is de kwestie
geregeld, op organisatorisch vlak moet er
nog veel werk verzet worden.’
Krachtenbundeling
De uitdagingen waar de OMS de afgelopen
jaren voor stond (en voor staat), maakten
het noodzakelijk de gelederen onderling te
sluiten. De Grave: ‘In het verleden zijn we te
weinig gericht geweest op wat ons bindt.
Het is goed dat er nu brede steun is voor
een federatie en dat vrijwel alle weten­
schappelijke verenigingen nut en noodzaak
van deze krachtenbundeling inzien. Dat is
een zeer belangrijke stap. Maar, het is pas
een eerste stap. Het opzetten van een
goede federatiestructuur vereist zorgvul­
digheid en is veel werk. Hoe regelen we het
financieel, statutair en op het uitvoerende
vlak? Wat blijven de wetenschappelijke
verenigingen zelf doen, wat hevelen zij
over naar een overkoepelende organisatie?
Het is een veranderingsproces dat logi­
scherwijs met de nodige emoties gepaard
gaat, zonder dat er pasklare antwoorden
zijn. Ook dit zal een belangrijk speerpunt
blijven in 2014-2015.’
Noeste arbeid
‘Er zijn de afgelopen jaren dus wel wat
knopen doorgehakt’, vat De Grave het
voorafgaande samen. ‘En dan heb ik het
nog niet gehad over de opleiding en alles
wat er op het gebied van kwaliteit is
bereikt. Ook op die terreinen zijn er
belangrijke besluiten genomen en zijn we
zelf aan kop gegaan. Daarmee hebben we
zowel de mogelijkheid als de verantwoor­
delijkheid om ervoor te waken dat bezuini­
gingen en kostenbeheersing niet ten koste
gaan van de kwaliteit van de opleiding en
de zorg. Ik voorzie nu jaren van noeste
arbeid om te zorgen dat de besluiten goed
uitgevoerd worden. Het komt erop aan de
positieve energie te benutten om meters
te maken op de ingeslagen wegen. Het is
de consequentie van de koers die we
hebben ingezet waarbij we er nadrukkelijk
voor hebben gekozen deel van de oplossing
te zijn. Nu moeten we gaan leveren. Niet
op eigen houtje, maar in nauwe samen­
werking met alle partijen in het veld.’
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
Zijn tweede termijn zal niet ‘groots en
meeslepend’ worden, verwacht De Grave.
‘Want de grote lijnen zijn nu uitgezet. Maar
de aandacht mag niet verslappen want er
liggen pittige onderwerpen op tafel die de
komende jaren tot een goed einde
gebracht moeten worden. En daar zullen
alle medisch specialisten in het land hun
schouders onder moeten zetten.’
Implantatenregisters:
de stand van zaken
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
18
REGELGEVING IMPLANTATENREGISTER
In Brussel wordt momenteel gewerkt aan nieuwe Europese regelgeving voor medische hulpmiddelen. Een van de eisen in
deze regelgeving is dat alle Europese lidstaten een zogenaamd ‘implantatenregister’ voeren om implantaten te traceren op het
moment dat dit nodig is. Aanleiding voor deze eis waren de eerdere problemen rond de PIP-borstprotheses. Vooruitlopend op
de Europese verplichting werkt het ministerie van VWS al aan een Nederlands implantatenregister. Dit gebeurt in nauw overleg
met de wetenschappelijke verenigingen die al implantatenregistraties hebben.
Op 20 maart jongstleden werd in een uitzending van Zembla gesuggereerd dat
het met de registratie van implantaten in Nederland droevig is gesteld. Sinds
de affaire rond de PIP-borstimplantaten zou er nauwelijks vooruitgang zijn
geboekt met het registreren. De NVPC en de NOV schetsen een ander beeld.
Verplicht
De NOV stelt het registreren van implanta­
ten verplicht voor al haar leden en contro­
leert daarop bij kwaliteitsvisitaties.
Hiermee is een registratiedekking van 95
procent bereikt. Om de gewenste 100
procent te halen zou registratie wettelijk
verplicht moeten worden. Koot: ‘We streven
ernaar om ook de Nederlandse patiënten
die in het buitenland worden geopereerd
in het register op te nemen. Mocht het
voorkomen dat we implantaten moeten
terugroepen, dan kunnen we in dat geval
ook deze patiënten traceren. Zorgverzeke­
raars kunnen hier een rol spelen door pas
te vergoeden als de registratie van het
implantaat is geregeld.’
Meer dan track&trace
De LROI doet dienst als efficiënt
track&trace-systeem in geval van een recall
maar fungeert daarnaast als kwaliteits­
instrument en voor benchmarkdoeleinden.
Koot: ‘Behalve het burgerservicenummer
(BSN) en het unieke productnummer
registreren we klinische gegevens om te
kunnen volgen hoe een bepaald product
presteert en wat het verschil in overleving is
tussen de verschillende implantaten. De
fabrikant is uiteraard verantwoordelijk voor
het testen van de producten die zij op de
markt brengt – en het is aan de orthopeden
om te beoordelen of die testen goed zijn
gedaan. Maar als orthopeden kunnen we
ook in de gaten houden hoe prothesen zich
op de lange termijn houden in het lichaam.
Zo heeft Zweden een registratie die al 35
jaar bestaat met een schat aan informatie
over prestatie en survival van diverse
producten. Op basis van deze en andere
(internationale) registratiesystemen hebben
we een Landelijke Prothese Classificatie Lijst
(LPCL) ontwikkeld die we raadplegen bij de
keuze voor een bepaald implantaat.’
Borstimplantaten
De Nederlandse Vereniging voor Plastische
Chirurgie (NVPC) verwacht in augustus
klaar te zijn voor de eerste registraties van
borstimplantaten. Alle voorbereidingen
zijn getroffen, er is geld beschikbaar vanuit
de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch
Specialisten en de bouw van het systeem is
inmiddels gestart. De volgende stap is een
pilot op kleine schaal en vervolgens kan
het systeem landelijk worden uitgerold.
Hinne Rakhorst is bestuurslid van de NVPC
en stuwende kracht achter het registratie­
project: ‘We willen zo’n register al heel
lang. In 2000 zijn we ermee begonnen
maar korte tijd later stopte helaas de
financiering. Tijdens de PIP-affaire bleek
hoe noodzakelijk een goed werkend
registratiesysteem is en stond het onder­
werp ook maatschappelijk weer hoog op
de agenda. Nu krijgen vrouwen een kaartje
mee met gegevens over hun prothese,
maar dat systeem is verre van waterdicht.
Het blijft dan toch een beetje gissen waar
zijn ze gebleven. Mensen raken het kaartje
kwijt en een ander probleem vormen
bijvoorbeeld klinieken die in de tussentijd
failliet gaan.’
Henk Koot
Hinne Rakhorst
Prestatie registreren
Net als de NOV wil de NVPC verder gaan
dan de registratie van BSN en prothese­
nummer. Rakhorst: ‘In geval van een recall
is dat voldoende maar wij willen ook
klinische gegevens gaan registreren met
het oog op kwaliteitsverbetering. Uiteraard
heeft de fabrikant de plicht om postmarke­
ting surveillance te doen naar zijn produc­
ten. Maar wij voelen ons eveneens
verantwoordelijk om in de gaten te houden
hoe protheses het doen in de praktijk. Met
het implantatenregister dat ons voor ogen
staat, kunnen we monitoren welke
protheses onvoldoende presteren, vaker
complicaties geven of minder lang mee
gaan. Het registratiesysteem van VWS is
hiervoor ontoereikend.’ Een belangrijk
aandachtspunt van de wetenschappelijke
verenigingen aan VWS is dan ook dat er
een wettelijke basis komt voor verplichte
registratie, vindt Rakhorst. ‘Wij kunnen wel
eisen stellen vanuit de NVPC maar er zijn
ook artsen die borstimplantaties doen en
geen lid zijn van de vereniging, bijvoor­
beeld binnen de cosmetische chirurgie.
Daar hebben wij geen vat op.’
Financiering
De financiering van de LROI loopt via de
zorgverzekeraar door een opslag op de prijs
van de betreffende DBC. De ziekenhuizen
dragen deze opslag vervolgens af aan het
LROI . Omdat borstimplantaten ook voor
cosmetische doeleinden gebruikt worden,
wil de NVPC dat hiervoor een maatschap­
pelijk verantwoorde financiering komt.
Rakhorst: ‘Het idee is dat er een vaste post
‘registratiekosten’ bovenop de prijs van
protheses komt. Dit bedrag wordt vervol­
gens betaald aan het register. In geval van
verzekerde zorg, zoals bij een borstrecon­
structie na borstkanker, vergoedt de
zorgverzekeraar het bedrag bij de aanschaf
van een prothese. Bij een cosmetische
ingreep betaalt de cliënt het bedrag zelf.’
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
Henk Koot, voorzitter van de Nederlandse
Orthopaedische Vereniging (NOV), herkent
zich ‘totaal niet’ in het beeld dat in Zembla
werd geschetst over het ontbreken van een
deugdelijk registratiesysteem voor implan­
taten. ‘Wij registreren sinds 2007 via de
Landelijke Registratie Orthopedische
Implantaten (LROI) alle heup- en kniepro­
thesen. Begin 2014 zijn daar de enkel-,
schouder- en elleboogimplantaten bij­
gekomen, en komend jaar volgen de pols­prothesen. Inmiddels zitten er zo’n 340.000
implantaten in het systeem, allen voorzien
van een uniek nummer dat de fabrikant aan
elk product toekent.’ Alle ziekenhuizen in
Nederland participeren, en bij een calami­
teit kan elke geregistreerd implantaat terug
herleid worden naar een individuele patiënt.
De LROI functioneert zo goed dat Koot het
een goede basis vindt voor een landelijk
implantatenregister. ‘VWS start binnenkort
een pilot om te bezien hoe de traceerbaar­
heid van de implantaten het beste vorm te
geven. Omdat wij die traceerbaarheid al
hebben gerealiseerd, is ons voorstel de LROI
als blauwdruk te laten fungeren.’
19
20
ZonMw en OMS tillen campagne
VERSTANDIG KIEZEN naar hoger
plan tijdens ZORGVISIECONGRES
Op het Zorgvisiecongres ‘Sturen op gepaste zorg’ van 17 april jongstleden is bekend gemaakt welke behandelingen van
zeven aan­doeningen onderzocht gaan worden in het kader van Verstandig kiezen. Ook zijn drie nieuwe Verstandige
Keuzes gepresenteerd. Het congres werd door ZonMw en de OMS georganiseerd.
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
Wetenschappelijke verenigingen van
medisch specialisten gaan onderzoek doen
naar de effectiviteit van behan­delingen
van zeven veelvoorkomende aan­
doeningen. De zeven van in totaal 35
geplande effectiviteitsonderzoeken naar
aanleiding van zogeheten Verstandige
Vragen, kunnen al minimaal dertig miljoen
euro besparen aan zorgkosten, blijkt uit
berekeningen van de Orde van Medisch
Specialisten (OMS) en het Kennisinstituut
van Medisch Specialisten. Het groot­
schalige onderzoek maakt deel uit van de
campagne Verstandig Kiezen van de OMS,
de wetenschappelijke verenigingen en
ZonMw.
Zeven
Op het congres maakte de OMS namens de
wetenschappelijke verenigingen bekend
welke behandelingen van welke zeven
aan­doeningen worden onderzocht.
Het gaat onder meer om chronische
neus­bijholteontsteking; polsbreuk bij
ouderen; complicaties tijdens de
zwangerschap bij meisjes die in de
prepuberteit problemen hadden met de
urineverwerking; effectiviteit van kunst­
matige inseminatie en de behandeling van
het Carpaal Tunnel Syndroom (CTS).
Daarnaast gaan anesthe­sio­logen testen of
directe gesprekken met patiënten na
afloop van een operatie kunnen zorgen
voor minder fysiek ongemak. OMSbestuurder Marcel Daniëls: ‘Als blijkt dat
een korte behandeling net zo effectief
is als een langere, dan biedt dat een
potentiële kostenbesparing. Hetzelfde
geldt voor de vraag of een operatie
effectiever is dan medicijnen.’
Beste weg
Er is nog ongeveer drie miljoen euro nodig
om te starten met de eerste zeven van in
totaal 35 onderzoeken. De OMS riep de
partners in het zorgveld en politiek
Verstandige Keuzes
Den Haag op om een zogeheten shared
savings-fonds op te richten, waarmee
de miljoenenbesparingen kunnen worden
gerealiseerd. ‘De kosten gaan hier voor
de baten uit, dus dat vereist moed en
verant­­woordelijkheid van de investeerders.
Maar als we als maatschappij niet investeren
in deze onderzoeken zijn we een dief van
onze eigen portemonnee’, aldus Daniëls.
‘De OMS en de betrokken wetenschap­pelijke
verenigingen investeren ook, onder meer
door het vaststellen van de prioriteiten bij
de evaluatieonderzoeken.’
Op het Zorgvisiecongres hebben de
betrokken wetenschappelijke verenigingen
drie nieuwe Verstandige Keuzes
gepresenteerd rondom de acute wond,
reflux bij kinderen tot 18 jaar en een
botscan bij prostaatkanker. Een verstandige
keuze bij een acute wond (een wond die
ontstaat na een operatie of trauma) is
bijvoorbeeld om deze wond niet te
weken in een Biotex-badje omdat dit
het genezingsproces remt. Voor de
behandeling van gastro-oesofageale
refluxziekte bij kinderen tot 18 jaar geldt
dat röntgenonderzoek niet de beste optie
is om een diagnose te stellen. En in geval
van prostaatkanker zouden uroloog en
patiënt kunnen bespreken of een botscan
wel nodig is als er een kleine kans is op
uitzaaiingen. Per overzicht zijn er vijf
punten genoemd die in de spreekkamer
aan de orde zouden kunnen komen.
Alle Verstandige Keuzes en meer informatie
staan op www.verstandigkiezen.nu.
Adv.Ziekenhuisfinanciën_Adv.A4 16-05-14 11:40 Pagina 1
Eerder presenteerden de initiatiefnemers
van de campagne Verstandig Kiezen
Verstandige Keuzes bij een lage rughernia.
Patiënt en arts beslissen samen of er
geopereerd moet worden en zo ja, op
welk moment. Aanbevolen wordt om dat
bij alleen rugpijn niet te doen, omdat
er zonder opereren ook goede resultaten
worden bereikt.
[Advertentie]
Ethiek
Ziekenhuisfinanciën
Elke medicus wordt voortdurend geconfronteerd met morele
vragen. Over de kwaliteit van leven en de kwaliteit van sterven.
Over de zin van het medisch handelen als de gevolgen mensonterend kunnen zijn. Over de vraag of geld wel of geen rol mag
spelen in de afweging, die wordt gemaakt. Geen gemakkelijke
vragen. Voor elke medicus, die de tijd wil nemen om deze en
vergelijkbare vragen grondig te overdenken, bieden wij de
Geld is een haast niet te onderschatten sturende factor in de zorg.
Geld stuurt het gedrag van iedereen binnen de ziekenhuizen.
Als u geen zicht hebt op de sturende rol van geld, dan wordt u
gestuurd. De vraag is in hoeverre u speelbal wil zijn of spelbepaler.
Leergang Ethiek: terug naar de bronnen
Deze leergang van 6 dagen is al vele jaren succesvol. U doet
onontbeerlijke basiskennis op, die elke specialist nodig heeft.
Maar tegelijkertijd worden alle actuele dossiers behandeld, zoals
de integrale bekostiging 2015 en de meest recente spelregels
voor de onderhandelingen met verzekeraars en banken.
Zie: www.academiemedischspecialisten.nl.
Start 11 september 2014
Een programma van 10 dagen, gespreid over een jaar, waarin u
onder leiding van een aantal hoogleraren terug gaat naar de
klassieke bronnen van de ethiek. Samen met collegae staat u stil
bij morele vragen in uw eigen praktijk als medicus en in uw eigen
leven. Door de beperkte omvang van de groep is er veel ruimte voor
het onderlinge gesprek. Programmaleiding: prof.dr. Arjo Klamer,
hoogleraar Kunst en Cultuur, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Zie: www.academiemedischspecialisten.nl.
Leergang Ziekenhuisfinanciën
Start 23 september 2014
De meest actuele informatie vindt u op de website van de
Academie. Hier vindt u ook een inschrijfformulier.
Verder onze algemene voorwaarden en de annuleringsregeling.
21
RESULTATEN JONGE KLAREN ENQUÊTE 2014:
22
KRAPPE ARBEIDSMARKT
neemt toe
De krapte op de arbeidsmarkt voor
startende specialisten is verder
toegenomen. Dit blijkt uit de enquête
onder (bijna) jonge klaren over
banenkansen en werkloosheid.
In april 2014 zette De Jonge Specialist net
als voorgaande jaren een enquête uit om
de werkloosheid onder jonge klaren in
kaart te brengen. De enquête telde 1.322
respondenten, van wie 79 procent medisch
specialist en 21 procent aios in de laatste
zes maanden van hun opleiding.
Resultaten
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
De Jonge Klaren Enquête toont aan dat
ondanks alle inspanningen van de zittende
beroepsgroep nog steeds vijf procent van
de jonge klaren een uitkering ontvangt.
Deze medisch specialisten zijn gemiddeld
35 jaar, hebben al minimaal vijf jaar goed
gefunctioneerd op de arbeidsmarkt en
zijn zeer specifiek opgeleid. Als zij langere
tijd niet hun beroep kunnen uitoefenen,
lopen zij het risico hun registratie als
medisch specialist te verliezen. Dit maakt
dat zij niet zondermeer vergelijkbaar zijn
met andere werkloze starters.
De Jonge Specialist maakt zich zorgen
over de arbeidsmarkt en de vooruitzichten
voor jonge specialisten. Naast de
voortdurende werkloosheid, blijkt vijf
procent van de jonge specialisten eieren
voor hun geld te kiezen en vertrekt naar
het buitenland. In 83 procent van de
gevallen noemen de respondenten dit
ongewenst en lijkt deze keuze opgelegd
te worden door de krapte op de
arbeidsmarkt en het dreigende verlies van
registratie.
Ongezonde arbeidsmarkt
In de ogen van De Jonge Specialist is de
arbeidsmarkt voor jonge klaren moment­
eel niet gezond; naast werkloosheid en
door de omstandigheden gedwongen
vertrek naar het buitenland werkt 44
procent in een tijdelijk dienstverband,
waarbij slechts 22 procent van de jonge
medisch specialisten uitzicht heeft op een
vaste aanstelling. Opvallend is ook dat de
onderbetaling ten opzichte van vorig jaar
is toegenomen. In tijdelijke functies
ontvangt 13 procent van de jonge klaren
een lager loon dan in de cao is vastgesteld;
dit was vorig jaar nog tien procent. De
krapte op de arbeidsmarkt leidt dus niet
alleen tot werkloosheid, maar ook tot een
onredelijke beloning van jonge medisch
specialisten.
Toekomst
Om deze problemen in de toekomst te
voorkomen, streven de veldpartijen naar
een evenwichtiger balans tussen in- en
uitstroom. Voor de korte termijn lijken de
problemen helaas onverminderd aan te
houden en moeten we constateren dat
initiatieven nog onvoldoende succes
hebben gehad. De Jonge Specialist zal
daarom met de zittende specialisten en
ziekenhuizen doorgaan met het zoeken
naar oplossingen.
AANSTELLINGEN
UITZICHT OP VASTE BAAN
SALARIËRING Tijdelijke functie
SALARIËRING Vaste aanstelling
COLOFON
De Specialist is een uitgave
van de Orde van Medisch
Specialisten en verschijnt vier
keer per jaar in een oplage
van 15.000 exemplaren
Infodesk
De Infodesk van de Orde van
Medisch Specialisten (OMS)
is het eerste aanspreekpunt
voor vragen en advies over:
lidmaatschap van de OMS,
producten en diensten van
de OMS, juridische, financiële
en organisatorische randvoorwaarden van de praktijkuitoefening, kwaliteitsbeleid
Telefoon (030) 28 23 666
E-mail [email protected]
Redactie-adres
OMS, Afdeling Communicatie
Postbus 20057
3502 LB Utrecht
(030) 28 23 672
[email protected]
Eindredactie
OMS afdeling Communicatie
Agenda 2014
De agenda biedt een overzicht van bijeenkomsten, congressen
en andere belangrijke data die interessant kunnen zijn voor
iedere medisch specialist.
7 NOVEMBER 2014
AIOS UPGRADE ‘SPREEKKAMER 2025’
Op vrijdag 7 november 2014 vindt de AIOS Upgrade
plaats in de IJsseldelta Center in Zwolle. Dit is hét
congres voor alle aios met als thema: Spreekkamer
2025. Deze spreekkamer van de toekomst stelt hoge
eisen aan de competenties van medisch specialisten.
De AIOS Upgrade helpt je om je hiervoor klaar te
stomen met een bomvol programma vol professio­
nele trainingen en vernieuwende sprekers.
Uiteraard wordt tijdens de AIOS Upgrade ook de
Opleidingsprijs uitgereikt aan de beste Nederlandse
opleider van het jaar. Een event dat je niet wilt
missen! Dus aios, zet deze dag vast in je agenda
en opleiders, rooster uw aios vrij voor deze dag.
23
Voor inschrijving en meer informatie, bezoek onze
website www.dejongespecialist.nl of volg ons op
twitter @jongespecialist.
1 OKTOBER
RODE HOED SYMPOSIUM
MEDISCH SPECIALISTISCHE ZORG 2015
Tijdens het Rode Hoed Symposium worden de
belangrijkste actuele items van de medischspecialistische zorg gepresenteerd en toegelicht
door toonaangevende Nederlandse beleidsmakers.
In het middagprogramma komen de positie van de
medisch specialist en de bestuursmodellen voor 2015
uitgebreid aan de orde. Alle leden van de OMS/LAD
ontvangen eind juni een nadere aankondiging.
Redactie en bladcoördinatie
Selma Lagewaardt,
Tekstbureau De Nieuwe Lijn,
Rotterdam
Illustratie
Michiel Moorman (p.18)
Vormgeving
IJzersterk, Rotterdam
Druk
Van As, Oud Beijerland
Advertentieverkoop
OMS, Afdeling Communicatie
(030) 28 23 657
[email protected]
Overnemen van de
inhoud, geheel of
gedeeltelijk, is
toegestaan mits met
bronvermelding.
ISSN: 1572-252X
Kijk voor het laatste nieuws
op www.orde.nl
CURSUSAANBOD ACADEMIE VOOR MEDISCH SPECIALISTEN
LEERGANG ZIEKENHUISFINANCIËN
PERSOONLIJKE EFFECTIVITEIT
Alle aspecten van financiële management van
ziekenhuizen en medische staven komen aan bod.
Ook staan de deskundige docenten uitgebreid stil bij
de nieuwste ontwikkelingen in de financiering van
ziekenhuizen, medisch specialismen en de conse­
quenties van beleidswijzigingen. Deze cursus is ook
in beknopte tweedaagse vorm te volgen.
Regio Utrecht. Prijs leden OMS/LAD (of NVZA)
én VvAA: € 2.995,- (niet-leden: € 3.695,-)
Start 23 september 2014
Door zorgvuldig én bewust de knelpunten en
kwaliteiten van het persoonlijke functioneren onder
de loep te nemen, kun je tijd en energie besparen.
Tijdens de driedaagse training wordt op een veilige,
gestructureerde en intensieve wijze gekeken naar
het eigen functioneren en dat van anderen.
Regio Utrecht. Prijs VvAA leden: € 1.875,(niet-leden € 2.075,-)
11 en 12 september, 7 november 2014
LEERGANG MEDISCH MANAGEMENT
IN HET ZIEKENHUIS
Deze negendaagse leergang is volledig toegespitst op
de medisch specialist met managementtaken en
bestaat uit een negental modules. Beleid, ziekenhuis­
organisatie, financiën, personeelsbeleid, marketing
en kwaliteit komen aan bod, maar ook samenwerken,
timemanagement, onderhandelen en vergader­
techniek.
Utrecht. Prijs: leden OMS/LAD (of NVZA) én
VvAA: € 3.750,- (niet-leden: € 4.250,-)
Start 18 september 2014
Voor meer informatie en inschrijvingen:
www.academiemedischspecialisten.nl
Alle cursussen zijn geaccrediteerd door ABAN.
De Specialist • juni 2014 • nummer 2
Fotografie
Robert van den Berge (cover);
Esther Hereijgers/Amphia
Ziekenhuis (p.2); Jan & Olaf
(hoofdredactioneel); John
Peters (p.4-5); Maarten Laupman (p.8-9); Theo Captein
(p.10); Zorg in Beeld (p.12);
Toon Hendriks (p.14, boven);
Hollandse Hoogte (p.16);
Reed/Koos Groenewold (p.21)
[Advertentie]
NIEUW UIT ZWEDEN!
Bij Volvo breiden we onze succesvolle V60 Plug-in Hybrid serie uit. Naast de
luxe Summum uitvoering, presenteren wij u nu ook de sportieve R-Design én
de zakelijke Momentum! Geniet van Scandinavisch design, 50 km volledig
elektrisch rijden, véél vermogen en toch een laag brandstofverbruik. U rijdt de
nieuwe Volvo V60 Plug-in Hybrid Momentum vanaf €59.995 en u least hem
vanaf €899 per maand. Daarnaast profiteert u tot 2019 van een lage bijtelling
(vanaf €147 netto bijtelling per maand*).
Ontdek onze nieuwe
Volvo V60 Plug-in Hybrid serie
volvocars.nl
v.a. €147 netto bijtelling p/m*
*Bij 42% inkomstenbelasting
Volvo V60 D6 AWD Plug-in Hybrid v.a. € 59.995, afgebeelde auto Volvo V60 D6 AWD Plug-in Hybrid R-Design v.a.
€ 64.995. incl. 21% btw en bpm. Raadpleeg voor additionele kosten de verkoopvoorwaarden op www.volvocars.nl.
Leasen Volvo V60 D6 AWD Plug-in Hybrid v.a. € 899 p.m., excl. btw en brandstof, o.b.v. Full Operational Lease,
60 mnd, 20.000 km p.j., Volvo Car Lease: 020-65 873 10 (kantooruren). Wijzigingen voorbehouden.
Gem. verbruik: 1,8 l/100 km (55,6 km/l), gem. CO2-uitstoot 48 g/km.