VERMENIGVULDIGEN JOYCE KUIPER EN JOSJE VAN DER LINDEN De tien moeilijkste tafelsommen Een datamuur voor en door leerlingen In dit artikel laten de auteurs zien hoe een datamuur gebruikt kan worden om informatie te delen en gezamenlijk naar een doel te werken. De bespreking van leerresultaten is daarbij de basis om vooraf de te behalen doelen vast te stellen en achteraf te bepalen of deze behaald zijn. Vóór in de klas van juf Joyce hangt een opvallende oranje poster met de titel ´De tien moeilijkste tafelsommen´. Onder deze titel staan tien vermenigvuldigingen met uitwerking en antwoord. Boven de poster hangt een gele strook met een streefdoel: ´Ik ken de tafels 1 tot en met 10´. Eronder hangen gele stroken met het minimumdoel: ´Ik kan minimaal 32 van de 40 tafelsommen goed maken´. Maar er is meer: een woordweb met in het midden het woord ‘Waarom?’, een tafelbord, een tafelzoeker en een tafelbingo. Het geheel vormt de datamuur die de leerlingen van groep 5 samen met Joyce hebben samengesteld (zie afbeelding 1). De datamuur Op steeds meer scholen verschijnen zogenaamde ‘datamuren’. Soms is dit een echte muur in het klaslokaal of in de leraarskamer, soms is het een virtuele muur in de computer of een dataoverzicht in de groepsmap en soms een combinatie van verschillende van deze vormen. Het verschijnsel ‘datamuur’ is het onderwijs binnen gekomen met het opbrengstgericht werken. Het doel ervan is het 30 1. Datamuur ‘De tien moeilijkste tafelsommen’ uitwisselen van gegevens over de ontwikkeling van de leerlingen om op basis daarvan het onderwijs beter af te stemmen. Eén van die kwaliteitskaarten voor opbrengstgericht werken van het programmabureau School aan Zet gaat over het werken met een datamuur (Kappen & Förrer, z.d.). Volgens deze kwaliteitskaart zou het werken met datamuren bij moeten dragen aan ‘het creëren van een omgeving waarin alle leerlingen actief en betrokken leren, zich optimaal kunnen ontwikkelen, goede leerprestaties behalen en zich gewaardeerd voe- Volgens Bartjens jaargang 33 2013/2014 nr. 2 len in deze ontwikkeling’. Joyce en haar leerlingen kozen hun eigen manier om hier invulling aan te geven. Tafelkennis Na de afname van een tafeldictee signaleerde Joyce onder andere dat bijna de helft van de kinderen (14 van de 31) minder dan driekwart van de 40 sommen goed beantwoordde. 19 van de 31 kinderen beheersten de vermenigvuldigingen uit de tafels van 2, 3, 4, 5 en 10, nog niet volledig. En 17 van de 31 kinderen maakten geen gebruik van de omkeereigenschap bij vermenigvuldigen: zij beantwoordden bijvoorbeeld 8 × 6 goed, maar 6 × 8 niet. Om het beheersingsniveau van de tafels precies vast te kunnen stellen, hield zij diagnostische gesprekken met de kinderen (zie het schema hieronder). De datamuur in de klas van Joyce Joyce stond voor de uitdaging om een datamuur te ontwerpen die voor alle kinderen met hun verschillende onderwijsbehoeften richtinggevend zou zijn. Het begin was het streefdoel voor alle kinderen: Ik ken alle tafels van 1 tot en met 10! Onder leiding van Joyce maakte de groep vervolgens een woordweb om te verkennen waarom dit doel van belang was. Daarin kwam onder andere te staan: ‘om beter uit je hoofd te kunnen rekenen’, maar ook ‘inhoud berekenen’ en ‘deelsommen’. Naast het streefdoel werd Fase Doelen Opdracht diagnostisch gesprek Begripsvormingfase De overstap maken van herhaald optellen naar vermenigvuldigen. Toepassen van tafelsommen in rekensituaties. Inzicht in de tafels en hier betekenis aan verlenen. Er staan zes auto’s op een parkeerplaats en elke auto heeft vier wielen. Hoeveel wielen hebben alle auto’s bij elkaar? Stickervel van 8 bij 4. Ontdekken van de verwisseleigenschap. Reconstructiefase Reconstructie van tafelsommen vanuit anker- en steunpunten, verdubbelen, halveren, eentje meer en eentje minder. Handig gebruik maken van de omkeringen van de tafels en de ‘steunsommen’. De tafel van 8 invullen m.b.v. de steunpunten. Eerst de opgaven die ze al weten: 1× , 2× , 5× en 10× en vervolgens m.b.v. de steunpunten verdubbelen, halveren, 1× meer en 1× minder de andere uitrekenen. Reproductiefase Inoefenen van de tafels van vermenigvuldiging. Automatiseren en memoriseren van de tafels t/m 10. Een rijtje opgaven uit het tafeldictee opnieuw maken. Laten uitleggen hoe ze deze oplossen. Is de vermenigvuldiging geautomatiseerd? Consolidatiefase Vermenigvuldigen met 10. Opgavetype: 10 × 52. Opgavetype 9 × 14. 4 opgaven: 10 × 5 = 9 × 14 = 10 × 52 = 13 × 34 = Diagnostische gesprekken over tafels Joyce ontwierp een onderwijsaanbod om de kennis van de tafels in haar groep 5 te vergroten. Op basis van de diagnostische gesprekken konden de onderwijsleerbehoeften van de kinderen wat betreft de tafels geclusterd worden in drie groepen. Een klein groepje kinderen hield vast aan het herhaald optellen. Deze kinderen hadden behoefte aan ondersteuning in de fase van de begripsvorming. Een grotere groep kinderen was weinig flexibel in het hanteren van strategieën. Steeds weer werd de éénkeer-meer- of één-keer-minder-strategie ingezet en dat zorgde voor lange berekeningen met veel kans op fouten. Deze kinderen hadden behoefte aan het ontwikkelen en aanleren van meer strategieën, ondersteund door betekenisgeving aan tafels (De Pater-Sneep & Janson, 2012 en Van der Ven en Kroesbergen, 2012). Ten slotte waren er drie kinderen die de tafels voldoende beheersten en voor wie het vooral ging om het onderhouden van deze kennis. Volgens Bartjens jaargang 33 2013/2014 nr. 2 een minimumdoel geformuleerd dat voor alle kinderen haalbaar was: minimaal 32 van de 40 sommen van het tafeldictee goed maken. Joyce vroeg aan de kinderen om per tafelgroepje de tien moeilijkste tafelsommen op te schrijven. Er kwamen vijf lijstjes met sommen, die opvallend veel op elkaar leken. Hoewel de diagnostische gesprekken op verschillende onderwijsleerbehoeften wezen, werden de kinderen het snel eens over de moeilijkste tafelsommen. Daarom besloot Joyce om met de hele groep een gezamenlijke lijst van de tien moeilijkste tafelsommen samen te stellen. Deze sommen vormden het hart van de datamuur (zie afbeelding 2). 31 Borghouts en Janssen (2011). Aan de hand van dit model maakten de leerlingen kennis met het vermenigvuldigen vanuit verschillende contexten en modellen en oefenden zij steeds te verwoorden wat ze deden en zagen. Zo leerden zij de samenhang tussen een context het bijbehorende model en de vermenigvuldiging te herkennen en te benoemen. De extra instructies sloten aan op de klassikale lessen. Op den duur konden alle kinderen met behulp van strategieën hulpsommen opstellen. Zo hanteerde Joyce een gedifferentieerde didactiek voor de kinderen met hun verschillende leerbehoeften, terwijl het gezamenlijke doel voor alle kinderen hetzelfde bleef. Het ene kind kon heel zelfstandig werken en zo het doel bereiken terwijl het andere kind intensievere begeleiding nodig had en de strategieën concreet voor zich moest zien om ze te kunnen begrijpen. 2. De tien moeilijkste tafelsommen volgens de groep van Joyce De coöperatieve werkvorm ‘denken, delen, uitwisselen’ bracht uitkomst voor het oplossen van de moeilijke vermenigvuldigingen. De kinderen wisselden strategieën om de vermenigvuldigingen op te lossen met behulp van een tafelweb met elkaar uit. Zo werden de leerlingen flexibeler in hun strategiegebruik. Het tafelbord, dat meegeleverd werd met de methode, hielp bij de bepaling van de hulpsommen. Automatiseren en memoriseren werd uitgelokt door tafelspelletjes en speelse werkbladen (www.aduis.com). Gedifferentieerde didactiek Wanneer de kinderen hier zelfstandig mee aan het werk waren, schiep dat ruimte om met een klein groepje kinderen te werken aan de begripsvorming. Hierbij werd gebruik gemaakt van de fasen van het handelingsmodel (zie afbeelding 3) van Van Groenestijn, Op de datamuur was steeds zichtbaar op welke manier er door de kinderen aan de doelen gewerkt kon worden. Op deze manier werd deze muur een datamuur vóór, maar vooral ook dóór de kinderen. Dit bleek positief te werken op de motivatie van de leerlingen en vergrootte hun eigen verantwoordelijkheid voor hun leren. De muur bood informatie en houvast zowel voor de kinderen als voor de leerkracht, maar ook voor de ouders. Opvallend was bijvoorbeeld dat een kind dat ziek was geweest op de muur ging kijken om te zien wat er behandeld was. De betrokkenheid van de ouders bij het onderwijs werd verhoogd en vormde een belangrijke factor bij het thuis oefenen van de tafels. Sterke punten van een datamuur Sterke punten van de datamuur van Joyce waren het gezamenlijk samenstellen van de muur, het aansluiten bij de verschillende onderwijsleerbehoeften en het nastreven van een voor iedereen haalbaar minimumdoel. Het nastreven van een minimumdoel voor alle leerlingen betekent wel dat er speciale aandacht moet worden gegeven aan de kinderen voor wie dit een extra inspanning vraagt en ook aan de leerlingen die dit makkelijk af gaat. Daar is in ieder geval extra begeleiding bij nodig. Joyce kon de conclusie trekken dat deze datamuur heeft bijgedragen aan het op de kwaliteitskaart benoemde doel: ‘Het creëren van een omgeving waarin alle leerlingen actief en betrokken leren, zich optimaal kunnen ontwikkelen, goede leerprestaties behalen en zich gewaardeerd voelen in deze ontwikkeling’. Het opstellen van een datamuur die hieraan voldoet, is heel wat meer dan het ophangen van 3. Handelingsmodel, uit het protocol ERWD, Groenestijn, Borghouts en Janssen (2011) 32 Volgens Bartjens jaargang 33 2013/2014 nr. 2 gegevens uit het leerlingvolgsysteem. Het vereist voorwerk om de onderwijsleerbehoeften van de kinderen vast te stellen en te bedenken hoe in deze onderwijsleerbehoeften voorzien kan worden. Op basis van haar ervaringen met deze datamuur, heeft Joyce de stappen om een datamuur op te zetten en in te vullen, opgeschreven (zie het kader ‘Het samenstellen van een datamuur’ hieronder). â Het samenstellen van een datamuur Stap 1: Het opstellen van de doelen Het moet voor de leerlingen duidelijk zijn wat het doel voor de komende periode is. Wat verwacht de leerkracht van ze en wat moeten ze van zichzelf en van elkaar verwachten? Stap 2: Het doel betekenisvol maken Het moet voor de leerlingen duidelijk zijn waarom ze iets moeten leren. Op deze manier wordt het doel betekenisvol voor de leerlingen. Dit draagt bij aan hun motivatie om actief mee te doen tijdens de lessen. Stap 3: Aansluiten op de onderwijsleerbehoeftes De leerkracht moet precies vaststellen wat de leerlingen nodig hebben en dit met hen bespreken. De poster met de moeilijkste tafelsommen maakt voor de kinderen duidelijk waar ze de meeste moeite mee hebben en waar ze dus nog extra aandacht aan moeten besteden als ze het doel willen bereiken. Ook voor de leerkracht geeft deze poster veel houvast omdat hij hiernaar kan verwijzen. Stap 4: Wat is er nodig om het doel te bereiken? De leerkracht moet goed bedenken op welke manier de kinderen het gestelde doel kunnen bereiken. Zorg voor voldoende materialen waarmee ze gericht aan het doel kunnen werken. Geef van tevoren aan dat, wanneer ze goed en netjes werken, de kans bestaat dat hun werk aan de muur komt te hangen. Stap 5: Evalueren Na afloop gaat de leerkracht na of de kinderen het doel hebben behaald. Hiervan moeten de kinderen op de hoogte zijn. Ze hebben zelf hard gewerkt en zijn als het goed is intensief met het doel bezig geweest en willen graag weten of ze het doel hebben bereikt. Laat ze dit dan ook weten. Voor wie, waarover, waar en onder welke voorwaarden? Wij zijn ons ervan bewust dat dit een voorbeeld is van een datamuur, die in een bepaalde groep ten aanzien van een onderwerp goed heeft gewerkt. Op andere scholen en in andere groepen kan een datamuur er weer heel anders uitzien. Zo zou er ook in de doelen gedifferentieerd kunnen worden. In een voldoende veilig pedagogisch klimaat zouden kinderen dan aan hun eigen ‘moeilijkste tafelsommen’ kunnen werken. Je kunt je ook voorstellen dat kinderen zelf meewerken aan het opstellen van nieuwe leerdoelen. Ook daarbij kan een datamuur ingezet worden. Dat is in deze situatie echter niet gedaan. Uit ons voorbeeld bleek dat de volgende vragen van belang zijn voor het inrichten van een datamuur: â Voor wie is de datamuur bedoeld? Gaat het om leerkrachten onderling, leerkrachten met kinderen, leerkrachten met directie, Volgens Bartjens jaargang 33 2013/2014 nr. 2 â â misschien wel ouders? En hoe kunnen deze groepen bij de opzet en invulling betrokken worden? Met welk doel wordt de datamuur opgezet? Dit kan zijn om groepsplannen te definiëren, gezamenlijk groepsgemiddelden omhoog te krijgen, om een vergelijking met eerdere scores te maken of om de scores te verhogen op een specifiek terrein, zoals in dit voorbeeld. Waar komt de datamuur? Komt hij in het groepslokaal te hangen of in de docentenkamer, komt hij in de groepsmap, misschien in de computer? Welke voorwaarden moeten gerealiseerd zijn? Ontwikkelingsgerichtheid en samen werken aan verbetering staat centraal. Daarbinnen moet er veiligheid zijn voor leerkrachten, maar zeker ook voor de leerlingen, van wie de scores op de muur verschijnen. Het laatste punt is misschien wel het belangrijkste. De muur van de groep van Joyce functioneerde als een soort ‘leercontract’ met de kinderen en was niet alleen gericht op het weergeven van de stand van zaken, maar juist ook op het toewerken naar een concreet leerdoel. De leerlingen kenden dit doel, hadden inbreng in de wijze waarop eraan gewerkt werd en wisten hoe het geëvalueerd zou worden. Ze hebben immers al laten zien dat ze zelfs de tien moeilijkste tafelsommen de baas kunnen worden! Joyce Kuiper is onlangs afgestudeerd aan de Hogeschool iPabo te Alkmaar/Amsterdam binnen de afstudeerspecialisatie opbrengstgericht werken, Josje van der Linden is docent aan de Hogeschool iPabo te Alkmaar/Amsterdam. Verder lezen Groenestijn, M. van, Borghouts, C. & Janssen, C. (2011). Protocol Ernstige Reken-Wiskundeproblemen en dyscalculie. Assen: Van Gorcum. Kappen, A. & Förrer, M. (z.d.) Datamuur. Handreiking opbrengstgericht werken. Verkrijgbaar via www.schoolaanzet.nl Pater-Sneep, M. de & Janson, D. (2012). Leren vermenigvuldigen meer dan tafels leren! Pulse. Primair onderwijs. 4(13), 12-16. Ven, S. van der & Kroesbergen, E. (2012). De ontwikkeling van strategiegebruik. Leren vermenigvuldigen. Volgens Bartjens. 31 ( 5), 4-7. 33
© Copyright 2025 ExpyDoc