Passend Onderwijs in Winschoten

Passenderwijs
Het proces, de invoering van en betekenis van Passend Onderwijs
Op zoek naar Passend Onderwijs in de provincie…
‘Speciale voorzieningen blijven nodig en dat is wat we hier optima forma proberen te doen’
In de speurtocht naar Passend Onderwijs in de regio doen wij in het uiterste Noorden een (V)SOschool in een nieuw Onderwijszorgcentrum ‘De Stuwe’ aan: de Meentschool (ZML) te Winschoten.
We spreken met de schoolcoördinatoren VSO, Arjan Bosscher, en SO, Wilma Heetland.
Over de Meentschool, school voor ZML te Winschoten
Voordat we hier kwamen zaten we in een oud, vervallen en te klein gebouw aan de PC Hooftlaan in
Winschoten. Er stond een noodgebouw naast waar vier VSO-klassen in zaten, we hadden geen
voorziening voor praktijklessen en geen horeca-ruimte; de personeelsruimte werd op
woensdagmorgen omgebouwd tot horeca-oefencentrum. Er was één handenarbeidlokaal. Wat we
wel hadden was een school waar we allerlei activiteiten op het gebied van arbeidstoeleiding konden
doen. De school heeft ongeveer 100 leerlingen, VSO en SO samen, waarbij er eigenlijk altijd meer
VSO- dan SO-leerlingen zijn, de verhouding is 6 om 4. Bij het VSO komen er altijd leerlingen bij:
leerlingen die de basisschool verlaten en niet toegelaten worden tot de praktijkschool, leerlingen van
het SBO en ook leerlingen van de praktijkschool die daar qua niveau verzanden en met veel
problemen weggaan. In het SO is er eerder sprake van leerlingen die de overstap naar het SBO
maken. Dat gebeurt heel af en toe bij kleuters die hier binnenkomen en op 6-jarige leeftijd naar het
SBO gaan. Bij het toetsen na één of twee jaar blijkt dat ze toch hoger uit komen, omdat ze hier de
rust hebben gehad. Maar op 12-jarige leeftijd gebeurt het eigenlijk heel weinig dat leerlingen
doorstromen naar de praktijkschool of een andere vorm van VO. Er zijn wel een aantal leerlingen
met wat hoger IQ, maar door de bijkomende problematiek die ze hebben, houden ze toch een
indicatie voor het ZML en blijven ze hier.
Uitstapje: als kinderen eerst vanuit het SBO naar het praktijkonderwijs gaan en dan alsnog hier
terecht komen, lijkt me dat niet een goede route. Hoe kan dat dan, wordt het verkeerd ingeschat? Ja,
het wordt ook wel eens verkeerd ingeschat. Maar het is heel ingewikkeld, het IQ is vaak een maatstaf
maar je hebt veel zaken om zo’n leerling heen die ook heel bepalend zijn, misschien nog wel
bepalender dan het IQ. Bijvoorbeeld een hele problematische thuissituatie of teveel problemen door
de bijkomende handicap (bijvoorbeeld ODD of ASS) of de puberteit. Wat ook meespeelt is de
weerbaarheid. De praktijkschool is best wel een harde wereld voor sommige leerlingen en daar
verzanden leerlingen soms in. We zijn toch een wat meer beschermde omgeving dan een
praktijkschool.
Leerlingen kunnen tot ze 20 jaar zijn bij ons blijven; de uitstroom zit ergens tussen de 17 en 20 jaar.
Je moet je altijd afvragen: is een school de beste plek voor een leerling of komt hij/zij beter tot
zijn/haar recht in de dagbesteding of werk? Als er een baan is voor een leerling van 18 jaar, dan
houden we dat absoluut niet tegen. Het doel van ons onderwijs is de leerling een zo goed mogelijke
plek in de maatschappij te geven, daar werken we naar toe. Als dat op 17-jarige leeftijd is dan is het
op 17-jarige leeftijd en soms blijven leerlingen wel tot hun 20e hier op school, dat gebeurt ook.
Samenwerking met de praktijkschool De Flint
Speciaal onderwijs en zorg zijn hier geconcentreerd en de praktijkschool de Flint zit hier naast. In het
hek is bewust een poortje gemaakt, zodat we af en toe even kunnen over steken. Medewerkers van
de Flint komen hier nu ook regelmatig (en omgekeerd) en er zijn overleggen, bijv. over de
werkschool. Deze samenwerking die er eigenlijk niet was, komt nu langzamerhand vanzelf tot stand,
omdat je naast elkaar zit. En het draait toch om de leerling.
Krijgen jullie nu over en weer leerlingen van elkaar? Het is niet vaak en niet over en weer, wel af en
toe van praktijkscholen naar ons. Leerlingen komen ook van andere praktijkscholen, bijv. in het geval
van problematische thuissituaties waarbij leerlingen uit huis geplaatst worden en verhuizen naar
bijvoorbeeld Driever’s Dale. Er wordt dan naar een nieuwe school gezocht, waarbij de praktijkschool
dan te hoog gegrepen is. Dan zie je soms leerlingen met een enorm dossier en dan denk je dat wordt
wat. Maar vaak komt na korte tijd de rust al en wordt het toch mogelijk voor de leerlingen om
onderwijs te volgen.
Het mooie van samenwerking met de praktijkschool is dat er bepaalde cursussen zijn waarmee je
leerlingen kunt triggeren. Zo heeft de praktijkschool leerlingen voor Terra Next een scholing buiten
de school, waarbij ze aan ons vragen of we ook leerlingen hebben die mee kunnen doen, en dat is
mooi. Als stage-coördinatoren komen we nu ook wat vaker bij elkaar. Het is vooral de transitie van
school naar werk waar we als scholen wat voor elkaar kunnen betekenen. De uitstroom van de
praktijkschool is niet wezenlijk heel anders dan die van onze school. De groep leerlingen die naar de
ervaringsgerichte dagbesteding gaat is op onze school natuurlijk wel veel groter. Dat is dan echt het
IQ-verschil dat mee gaat spelen. Ik verwacht dat de samenwerking zich in de komende twee jaar met
name zal richten op kleine groepen leerlingen die bijvoorbeeld naar het MBO gaan, waar ze een
cursus horeca of groenvoorziening kunnen volgen. Dit gebeurt weliswaar op een heel laag niveau
maar voor onze groep leerlingen is zoiets heel waardevol, zeker ook voor hun zelfbeeld.
Wat betreft de overgangen: ik zie het probleem niet zozeer in de overgang tussen praktijkschool en
het VSO, maar wel van de praktijkschool en het VSO naar arbeid toe. Dat is een veel groter probleem
dan dat een leerling niet op zijn plek zou zitten op de praktijkschool of het VSO. Over het algemeen
zit die leerling wel op zijn plek bij ons. We hebben hier wel eens leerlingen die naar de praktijkschool
willen, dat is dan het hoogst haalbare, een ideaalbeeld. Maar je weet ook dat leerlingen zo kwetsbaar
zijn dat ze daar verzuipen.
Groter probleem is wat er nu met de nieuwe Participatiewet en alle andere wetgeving op ons
afkomt. Bijv. nu al de Wajong: als een leerling 18 jaar wordt krijgt een leerling een Wajong-uitkering,
maar als de leerling op school zit gaat het maar om een kwart van de uitkering. Ouders halen dan
soms de leerling van school af, dan is er ieder geval meer geld. Dat zijn voor ons veel grotere zorgen
dan hoe wij moeten gaan samenwerken met de praktijkschool.
Passend Onderwijs en Zorgcentrum ‘De Stuwe
De samenstelling van scholen en organisaties in dit gebouw is geleidelijk aan tot stand gekomen. Als
school zouden we naar dit gebouw verhuizen (het voormalige MBO-verpleegkunde gebouw), maar
we wisten direct al dat het veel te groot was. De gemeente heeft ons gevraagd met ideeën te komen.
SBO de Delta werd toen snel geopperd. De gemeente kreeg al snel het idee er iets groters van te
maken - ook met het oog op passend onderwijs - en verschillende schoolsoorten bij elkaar te voegen.
Er zijn toen gesprekken geweest met de Bladergroenschool. Daarna kwam het idee om ook
zorginstellingen toe te voegen. De NOVO is toen mee gaan denken en heeft nu een groep voor
kinderen met een ontwikkelingsleeftijd van 24 tot 36 maanden. En nu zitten hier Accare, het CJG, een
afdeling van de gemeente gericht op onderwijs: leerplichtambtenaar, zorg &overlast,
leerlingenvervoer etc.
Het wordt als heel positief ervaren om in dit gebouw met alle andere organisaties te zitten. Alles is
nieuw, het gebouw is mooi en ruim en dat geeft veel rust voor de kinderen. We hebben wel wat
moeten aanpassen; zo worden de kinderen bij de buitendeur afgeleverd en niet meer door ouders
tot aan de klas gebracht. Dat klinkt wat koel maar brengt veel rust in de school. ‘s Middags kunnen
de ouders wel gewoon binnenlopen. Maar ook de lijntjes onderling - dus tussen de scholen - zijn
korter. Heeft iemand nu een vraag, dan kun je veel sneller even meekijken in de klas of meedenken
en je kunt veel sneller handelen. Zo hebben we een groep leerlingen die op het grensgebied van
cluster 3 en 4 functioneren. Het voordeel voor de leerlingen is dat ze niet bij de overstap naar een
compleet nieuwe school moeten. Ze gaan nu naar een andere groep in hetzelfde gebouw.
Speciaal & passend…
Kritische kanttekening (red): jullie zijn hier wel allemaal speciaal. Als je het hebt over integratie dan is
dit daar geen voorbeeld van. We hebben hierdoor wel meer contact met de reguliere scholen. We
zijn een speciale school, maar hebben ook onze verantwoordelijkheid naar het reguliere onderwijs
van onze stichting. Zo hebben we een orthotheek en leermiddelen die ook ter beschikking staan van
de reguliere basisscholen. Onze Intern Begeleider zit in het IB- overleg van SOOOG om de kant van de
SO-scholen te belichten en uit te leggen wat zij kunnen bieden. In dat overleg probeert de IB-er ook
mee te denken en te adviseren over leerlingen die stagneren op reguliere scholen. IB-ers weten ook
steeds meer de weg hier naar toe te vinden om mee te draaien en te leren hoe je bijvoorbeeld om
kunt gaan met een kind met het syndroom van Down.
Het is altijd ons streven om, wanneer het kan, een kind op de basisschool te houden. We hebben in
het verleden ook combinaties geprobeerd. Kinderen gingen een deel van de week naar onze school
en een deel naar de regulier school in de buurt, het zgn. symbiose-onderwijs. Onze ervaring is dat het
voor kinderen best lastig is. Uiteindelijk maken ouders dan toch regelmatig de keuze voor ons; het
onderwijs sluit beter aan, de groepen zijn kleiner. Kinderen vinden het prettiger bij ons op school en
verzuipen in grote klassen. Als ik zie welke kinderen op dit moment bij ons op school zitten, zijn dat
ook niet kinderen die je in een reguliere setting mee zou kunnen laten draaien. Ik vind het jammer
dat sommige kinderen pas later in hun schoolloopbaan bij ons terecht komen. Ik spreek dan over
kinderen van 8, 9 jaar oud die al zo beschadigd zijn. Dan denk ik soms wel, had ze eerder hier
gebracht. De problematiek is de afgelopen jaren wel verdiept en complexer geworden.
Je ziet maatschappelijke bewegingen ook in golven op en neer gaan, ook in de zorg. Mensen die niet
zelfstandig kunnen wonen, moeten integreren. Die gaan dan wonen in een gemeenschappelijk huis
in een wijk. Alle zorg ben je kwijt en van integratie is geen sprake. Nu zie je weer de teruggaande
beweging. De maatschappij moet de integratie ook willen. Die acceptatie kun je niet afdwingen.
… & niet passende knelpunten
Passend onderwijs heeft twee kanten. Het gaat erom om zoveel mogelijk kinderen mee te laten
draaien in het reguliere onderwijs, maar ook speciaal onderwijs te bieden waar het moet. De speciale
voorzieningen blijven nodig en dat is wat we hier optima forma proberen te doen. Cluster 3 en
cluster 4 moet je niet zien als eilandjes. De hoog niveau leerlingen van cluster 3 zijn soms beter af in
een cluster 4 klas. Dus speciale onderwijsvoorzieningen blijven nodig maar laten die scholen dan ook
gaan samenwerken. Dat is wat we hier proberen. Dat is soms wel complex want de wetgeving zegt
dat je een kind met een cluster 3 indicatie niet les mag geven op een cluster 4 school. Ook daar
liggen aandachtspunten voor de invoer van Passend Onderwijs. Het zou zo mooi zijn als we leerlingen
kunnen plaatsen om te kijken of het lukt. Dit wordt straks natuurlijk makkelijker. Een 6-jarige uit het
kinderdagcentrum zou best baat kunnen hebben bij bepaalde lessen, ook hier zouden we graag
onderzoeken of de leerling dat aankan. Zorg en onderwijs zijn jammer genoeg zo gescheiden dat de
geldstromen voorkomen dat dit soort dingen mogen.
Een ander knelpunt bij Passend Onderwijs: we hebben binnen onze school onderwijs-zorggroepen
(kinderen met een ontwikkelingsniveau van ongeveer 36 maanden of lager) en structuurgroepen
(voor een specifieke groep leerlingen met ernstige gedragsproblemen die slechts in hele kleine
groepen kunnen functioneren) waar echt gespecialiseerde leerkrachten voor nodig zijn. Deze worden
nu nog voor een groot gedeelte uit de AWBZ-gelden gefinancierd. Straks moeten deze middelen van
de Samenwerkingsverbanden komen, maar zijn deze middelen er dan nog wel? We hebben nu 20
van deze leerlingen, waarvan 6 van buiten onze regio. Vanuit onze basisbekostiging kunnen we dat
niet betalen. We kunnen in onze reguliere groepen daar hooguit 4 van plaatsen. We willen toch niet
dat die andere 16 thuiszitters worden. Een aantal leerlingen die we hebben moeten weigeren omdat
er geen plaats voor is, zit nu wel thuis. Een paar jaar terug zijn de MG-gelden (meervoudige
gehandicapten financiering) voor deze leerlingen gestopt. Nu is er net zoveel geld beschikbaar voor
deze leerlingen als voor de andere leerlingen. Binnen ons REC hebben van de 8 ZML-scholen alleen
de van W.A. van Lieflandschool (Assen), de Wingerd (Groningen) en de Thriantaschool (Emmen) een
structuurgroep. We hebben zeker de expertise, maar het moet wel gefinancierd blijven. De grootste
problemen voorzien we voor de leerlingen die niet in beeld zijn: de thuiszitters, de leerlingen die van
school naar school hoppen, de leerlingen die door jeugdzorg worden opgevangen. Zeker als deze
leerlingen al 16 jaar zijn, wat kunnen wij er dan nog mee? Kern van het probleem is dat onze
maatschappij er van uit gaat dat alles maakbaar is, dat als je het zo regelt, dan past alles daarin. Maar
zo is het niet, zo zitten mensen niet in elkaar. Er is altijd een groep leerlingen die zich niet in regels of
afspraken laat vatten. Het moet allemaal wel realiseerbaar zijn, daar doen we ontzettend ons best
voor, maar er zijn altijd grenzen. Dat is wat we zo moeilijk accepteren.
En een passende afsluiting….
Door als verschillende organisaties bij elkaar gehuisvest te zijn, krijgt iedereen de kans om op een
nieuwe manier naar leerlingen te kijken; de sfeer is open zodat we kritisch naar elkaar kunnen kijken,
wat ertoe leidt dat andere mogelijkheden duidelijk worden. Dat is een groot goed. En er is nog meer
winst te halen door elkaar verder te informeren over hoe je dingen doet. Het mooie van het
Onderwijszorgcentrum “De Stuwe” is dat het vanaf de werkvloer gebeurt. Je hebt het niveau van de
wetgeving en de besturen die allerlei plannen maken. En wij zitten hier en denken, laten we dat maar
gewoon gaan doen, in de praktijk. En dat bijt elkaar niet.