Zuidas maakt werk van Duurzaamheid

Eigenaren, beheerders en hu
Zuidas ma
Aan de Zuidas in Amsterdam wordt nadrukkelijk werk gemaakt van
duurzaamheid. Met de eigen Green Business Club, Hello Zuidas en de
gemeente als aanjagers is een grootschalig duuzaamheidsonderzoek
opgestart. Dat moet inzicht gaan geven in gebouwen individueel maar
ook in de collectieve duurzaamheid. Het onderzoek wordt uitgevoerd
door bbn adviseurs, aan de hand van de BREAAM In-Use methodiek.
Met het duurzaamheidsonderzoek aan de
Zuidas treedt Amsterdam in de voetsporen van Rotterdam, waar vorig jaar een
vergelijkbaar onderzoek werd opgestart.
‘Dat deden we in opdracht van de Dutch
Green Building Council en de gemeente
Rotterdam’, vertelt Joost Bennekers, adviseur duurzaam vastgoed bij bbn adviseurs
in Houten. In Rotterdam is inmiddels al
ruim 1 miljoen vierkante meter aan kantoorvastgoed doorgemeten. Amsterdam is
nog niet zover maar aan de Zuidas begint
het duurzaamheidsonderzoek inmiddels
flink te leven. Dat is de verdienste van de
Green Business Club Zuidas, Hello Zuidas
en de Dienst Zuidas van de gemeente
Amsterdam. ‘Meten stond al langer op
18
NR 425 - 2014
onze agenda maar daar kwamen we nog
niet structureel aan toe’, stelt Eline Kik,
programmamanager bij de Green Business Club Zuidas, die 26 bedrijven aan de
Zuidas als participant kent. ‘Wij hebben
een sterk netwerk’, beseft ze. ‘We hopen
dan ook dat toch minimaal de helft van de
bedrijven op de Zuidas meedoet aan het
onderzoek.’ Ze is tevreden over het aantal
toezeggingen tot dusverre. ‘Dat verloopt
volgens verwachting. We beginnen bij de
gebruikers en hopen, als die meedoen, ook
de eigenaren mee te krijgen.’
Benchmarken
Kik spreekt van een pilot maar stelt aan de
andere kant ‘Dat je dit niet aangaat voor
WEEKBLAD FACILITAIR
één keer. Benchmarken is de uitdaging.
Daarbij ligt voor ons de prioriteit in eerste
instantie binnen de Zuidas: hoe scoren we
en wat kunnen we van elkaar leren? Deelnemende bedrijven krijgen een eigen rapport. Wij willen ze graag uitdagen om te delen, elkaar te helpen en te stimuleren.’ Op
de vraag of de Zuidas, met al die jonge gebouwen, niet sowieso duurzaam uit de bus
zal komen is ze helder: ‘Er staan niet alléén
maar nieuwe gebouwen. De duurzaamheid
van de gebouwen kan misschien wel op
orde zijn: ook het gebruik speelt mee. En
daar vallen nog wel slagen te maken, bijvoorbeeld op het gebied van afvalscheiding
en mobiliteitsbeleid’, zo schat ze in.
Voor het duurzaamheidsonderzoek wordt
gebruik gemaakt van de BREEAM NL InUse methodiek, versie 2014. ‘Deelnemende bedrijven kunnen een self-assessment
doen’, licht Joost Bennekers toe. ‘Dat levert
dan weliswaar geen BREEAM-certificaat op
maar wie meedoet krijgt wel een realistisch
beeld van hoe zijn gebouw er voorstaat. De
beoordeling kan eigenlijk op drie manieren
plaatsvinden. Bedrijven kunnen die zélf
doen, als ze de expertise in huis hebben,
ze kunnen hun huisadviseur inschakelen
of ze kunnen ons vragen, als BREEAMexpert. Ik schat in dat ongeveer de helft het
zelf gaat doen, of in sommige gevallen zelfs
al gedaan heeft. Zo is het hoofdkantoor van
de ABN AMRO bank al gecertificeerd op
drie onderdelen. Die informatie nemen we
dus mee in ons onderzoek.’
Duurzaamheidsslag
Bennekers stelt dat de Zuidas al behoorlijk
actief is op het gebied van duurzaamheid.
‘Daar gebeurt inderdaad al veel en wordt al
een duurzaamheidsslag gemaakt voor het
gebied. Men wil alleen allerlei losse initiatieven graag vervangen door een uniforme
meetwijze, waarbij de resultaten naast elkaar kunnen worden gelegd. BREEAM is
daar een prima methodiek voor. Meten is
weten.’ Het feit dat ook de gebruikers van
Huisvesting
uurders gaan aan de slag met BREEAM
aakt werk van duurzaamheid
de gebouwen bij het onderzoek worden
betrokken, maakt het wat ingewikkelder.
‘Die moeten veel meer uitzoeken dan een
gebouweigenaar. Maar wij kunnen ze daar
volledig bij ondersteunen.’
Bennekers mocht onlangs een presentatie
verzorgen voor een aantal facilitair managers van Hello Zuidas, zeg maar de ondernemersvereniging op de Zuidas. ‘Daar
heb ik het onderzoek gepitcht voor zo’n 20
fm’ers. Dat zijn de mensen die we nodig
hebben, die het gebouw waarin ze werken
van haver tot gort kennen. Het viel op dat
er nog wel wat gedaan kan worden aan
de naamsbekendheid van BREEAM. Op
dat gebied valt er dus nog wel het nodige
te winnen. Maar aan de andere kant: meedoen aan het onderzoek is heel laagdrem-
tage van maken. Die kan dan weer als input
worden gebruikt voor de duurzaamheids-
verslag van Zuidas 2014.’ Deelnemende
eigenaren, beheerders en huurders krijgen
hun eigen scores in kaart gebracht. Ze krijgen niét te horen hoe hun collega’s het eraf
hebben gebracht. ‘Het gaat om een gebied’,
stelt de bbn-adviseur. ‘We geven wel aan
hoeveel gebouwen met één, twee of drie
sterren daar staan.’
Bennekers weet dat veel bedrijven wel ambities hebben op het gebied van duurzaamheid, maar daar nog lang niet altijd invul-
het andere vastgoed in Nederland, dat met
BREEAM is doorgemeten.’
pelig. Je hoeft er alleen maar tijd en kennis
van je gebouw in te stoppen.’ Hij onderkent
wel dat de vragen die BREAAM stelt heel
anders zijn dan die waar de facilitair manager in zijn dagelijkse praktijk mee geconfronteerd wordt.
ling aan geven. ‘Door de scores binnen
een gebied inzichtelijk te maken hopen we
daar verandering in te brengen. Dat zou
bijvoorbeeld een rol kunnen spelen in de
verhuurbaarheid van leegstaande panden.’
Doorgaan voor een BREEAM-certificering
zou een vervolgstap kunnen zijn. ‘Maar dat
is niet onze belangrijkste insteek. Het is
vooral mooi dat we hiermee volume gaan
creëren. Tot op heden zijn er pas ongeveer
20 panden in Nederland met het certificaat
BREEAM In-Use. We hopen dat we met de
gegevens die straks loskomen twee bench-
en onderhoud en gebruik. Dat zou mooi
zijn: eerst verbeteren, renoveren, dan komen de betere scores en dan volgt die certificering vanzelf.’ Een vervolg zou ook best
eens breder dan alleen de Zuidas kunnen
zijn. ‘Daar is met de gemeente Amsterdam
al wel over gesproken. Die willen dit best
breder gaan trekken. Er is voor de nabije
toekomst van alles mogelijk. Zo lopen er
bijvoorbeeld ook gesprekken met de gemeente Utrecht en met de Green Business
Club in Breda.’ ■
Rapportage
Het uitgangspunt is dat het duurzaamheidsonderzoek aan de Zuidas rond de
kerst helemaal is afgerond. Bennekers: ‘We
willen in oktober de laatste scores bepalen,
dan die cijfers analyseren en er een rappor-
marks kunnen gaan doen: op de Zuidas onderling maar ook in een vergelijking met al
Slagen te maken op het gebied van
afvalscheiding en mobiliteitsbeleid
Breder
Voor wat betreft het onderzoek op de
Zuidas is Bennekers hoopvol gestemd.
‘Het gaat ons nu vooral om het aantal deelnemers. Natuurlijk zou het mooi zijn als
we dit volgend jaar weer kunnen doen. Dan
kun je verbeteringen in kaart gaan brengen, met name op het gebied van beheer
Ton de Kort
WEEKBLAD FACILITAIR NR 425 - 2014
19