hikri sv2 - Klassieke Kring

Anouk Jacobs
Historische Kritiek
DEEL I
De bron
- Overblijfselen: toevallige gebeurtenissen
- Uitlevering: bewuste overbrenging aan de volgende generatie (resultaat: verbloemingen)
Casus: concentratiekamp Dachau (de plaats waar alles voor de eerste keer gebeurde)
Dachau heeft model gestaan voor andere concentratiekampen.
1933: relatief vroeg  Hitler kwam pas eind januari aan de macht. Himmler was hoofd van de politie
in München Begon meteen aan de bouw van het concentratiekamp.
1935: radicaler  concentratiekamp werd gebruikt voor het onder druk zetten en doden van
gevangenen. (homo’s, getuigen van jehova : die tegen het militarisme waren)
1941: eerste executies van Russen
1942: gas en experimenten  Endlösung (moet leiden tot de uitroeiing van de joden. Doel: snel en
goedkoop Joden vermoorden)
1943: 150 kampen gebouwd rond München. Gevangenen moesten produceren voor de Duitsers
1944: Arbeit macht frei! Wordt de slogan (cynisme)
1945: Bevrijding gebeurde heel snel, waardoor de Duitsers de machines niet meer konden
verwijderen. Gevolg: veel bewijs van de oorlog (materiële overblijfselen gaven antwoord en bewijs) +
gevangengenomen bewakers begonnen als eerste te praten (aanleiding tot kampexecuties)
Audiovisuele bronnen
Voorbeeld: Romney en speech over democratie
Zapruderfilm (ongeluk JFK, beelden pas in 1975 vrijgegeven): 12 jaar lang kon de film niet
geanalyseerd worden.
Geschreven bronnen
 Literaire werken (verhalend): egodocumenten
 Diplomatieke teksten: oorkonden
 Sociale boekhouding: overheidsdocumenten met betrekking op sociale omstandigheden
(rechtbank, financiën, fiscale zaken)
Literaire werken – egodocumenten
Casus: Leopold I (De eerste koning van Europa) – Queen Victoria (8999)
Brieven zijn persoonlijk en dus waarheidsgetrouw.
- Persoonlijk verhaal van Leopold I met kwetsbaarheden
- Verhaal over het jonge België
- Metageschiedenis: draait rond de actuele thema’s van die tijd
- Mening over Franse revolutie = democratie vs. Dictatuur
Ongeschreven bronnen
Thema’s gebruikt in afbeeldingen.
1
Anouk Jacobs
Bijvoorbeeld: Picasso en jonge vrouw: geeft zijn eigen aftakeling weer.
Vergelijkbaar met egodocumenten.
Ook mechanische afbeeldingen
Orale traditie:
- Wanneer opschrijven gevaarlijk is
- Interviews: getuigen worden geïnterviewd
- Liederen: context (verandering politieke of sociale praktijken)
Voorbeeld politiek lied 1912/19 (Hans Eisler: politiek geëngageerd. Door president
McCartney Amerika uitgezet)
Onderscheid tussen bron en historisch werk
Vb. ooggetuige vs. Historicus
Galbert: situatie eigen tijd
Caenegem: historicus – rechtsgeleerdheid
Dhondt: historicus – ander verhaal, sociale omstandigheden
Primaire/secundaire bronnen
Gesproken/geschreven woord
Veel stemmen kunnen elkaar tegenspreken of aanvullen.
Drukpers: minder fouten (kennisdoorbraak eerste vorm van reformatie)
Woord en beeld
Mondelinge bronnen
Jan Vansina (antropoloog) bestudeerde orale overleveringen in Afrika (min of meer
waarheidsgetrouw)
Interview
Vraag en antwoord even belangrijk en onderverdeeld in verschillende lagen.
- Wat is er gezegd?
- Achtergrond: plaats (heeft er een historische gebeurtenis plaatsgevonden?)
- Pauzes, aarzelingen, stem
- Gebaren, blik, mimiek
Maurice de Wilde: interview met collaborateurs, De Nieuwe Orde.
Impact van communicatie en informatietechnologie op de productie van bronnen
Snelheid en kwaliteit zijn belangrijk.
Bv. (5 jan.) Karel de Stoute sterft in Nancy
(10 jan) Franse koning weet het
(24jan.) de erfgename weet het
MAAR Fransen hadden ondertussen tijd om in te grijpen en veranderingen in te voeren.
ME: handelaars willen snel weten welke voordelen ze waar kunnen halen.
Boekdrukkunst: informatie werd sneller verdeeld.
Mechanische info: tijdsfactor wordt uitgeschakeld
(versterkt de sociale kloof)
2
Anouk Jacobs
Functies
Voorbeeld:
- Handelaren
- Persorganen
Naziregime (manipulatie media: Joseph Goebbels: ministerie voor propaganda)
- BBC world
Global village
The medium is the message (globale informatie)
Manipuleren van beelden: foto van Lenin en Trotski  je kunt uitgewist worden
Inwerken op publieke opinie: oorlogen
Bv. Vietnamoorlog, Phuc  globaal protest tegen deze oorlog
Gevolg: embedded journalism
Oorlogsfotografie: Robert Capa (foto neergeschoten soldaat)
Kortsluiting in de informatiestroom
Redundantie: terugkerende info  afloop is voorspelbaar
Entropie: zeldzame informatie
Verbastering
Stockeren en produceren van informatie
Levend archief: archief van een werkende instelling
Dood archief: afgesloten
Franse Revolutie: van levend archief naar dood archief
Verloren bronnen
- Van banale gebeurtenissen (hygiëne)
- Niet belangrijk geachte zaken (verhuis, volksvertegenwoordiging)
- Verloren door rampspoed of oorlog
- Afwezigheid van archiefdwang
- Technische oorzaken: vergaan van papier
- Doelbewuste vernietiging: ME Jan zonder Vrees neemt Luik in
Consulteerbaarheid
KGB (Vassili Mitrochin kopieerde het hele archief)
Het archief als zingevende instelling
Algemene rijksarchieven
Herkomstbeginsel: respecteren van oorspronkelijke banden, samenhang en bijhorende bronnen.
Vb. Joods archief Warschau
Drukken van historische bronnen
Boekdrukkunst (16-17eE) protestanten <->katholieken: zoeken van oerbronnen
Bv? Bollandisten (jezuieten in Brussel): Acta Sanctorum
Mauristen (Dom Jean Mabillon)
3
Anouk Jacobs
4
Anouk Jacobs
DEEL II
Technische analyse van de bron
Bron decoderen en ontcijferen
Casus: dagboek van Anne Frank
Het achterhuis:
- Is het wel echt?
- Heeft Anne Frank wel bestaan?
- Vertelt het boek de waarheid?
Getuigenis Miep Gies
Vader Frank heeft het dagboek gelezen en aangepast
Jan Romein: zat in de politiek en leidde het verzet
Robert Faurisson: twijfelt aan de echtheid van het dagboek
Aangeklaagd door ontkenners van de holocaust: mediabelangstelling
Roeland Raes: negationisme (twijfelt openlijk over het werk van Anne Frank op basis van het werk
van het (wetenschappelijk) werk van Faurisson.
Na onderzoek van het dagboek: echt en waar verklaard
 Papier en inkt uit de oorlog
 Toevoegingen van vader Frank in balpen
Waar:  psychologie van een jong meisje: puberreacties, persoonlijke gevoelens
Eerste publicatie: vader heeft het werk gecensureerd (bv. Huwelijksproblemen)
Intellectueel falsum
Vormelijk conform met de tijd.
Materieel falsum
Geknoeid met de vorm
Casus: dagboeken Adolf Hitler
Trevor-Rover: bevestigd dat de dagboeken echt zijn, maar het zijn vervalsingen.
Werk = zo spectaculair dat historici er blind van werden .
Relatie Hitler-Joden zou een ander beeld krijgen
Nieuwe testen:
- Anachronismen
- Schrift komt niet overeen met het handschrift van Hitler
- Analyse materiaal: stoffen gevonden in band, materiaal van na WOII
- Inhoud: stemt overeen met een tekst van Domarus
Vervalser: Konrad Kujou (pathologisch)
Schermerzone tussen kopie en pastiche(imiteren van de stijl)
Kopieën van belangrijke documenten.
Pastiche: grens van fraude (intertekstualiteit gebruiken om eigen werk te ondersteunen)
Voorbeeld: Velazquez (spaanse hofhouding)
5
Anouk Jacobs
Gebruikt in atavisme: neo-perioden (teruggrijpen naar klassieken) <-> 19e, 20eE vervalsers
Casus: Van der Veken
Vervalser van schilderijen van oude meesters + restauraties
Herkent zijn eigen werk op een tentoonstelling: schandaal, maar daardoor bekendheid
Sindsdien is hij hersteller van oude kunstwerken.
NU: hij restaureerde te hard  niet aanvaardbaar
De stadia waarin het werk vervaardigd werd is belangrijker nu.  verkoopswaarde
= restauratie-ethiek
Pastich in de media: byebye Belgium
Kopie
Origineel vs. Kopie
Authentiek origineel of pseudo-origineel: moeite doen om zoveel mogelijk originele elementen over
te nemen en een tweede visie te hebben.
Pseudo-kopie: eigen schrift, imiteren van de originele tekst wordt overbodig geacht.
Ontmaskeren van de falsaris
Origineel met kopie vergelijken
Op details letten:
- Vingers en tenen
- Nagels
- Oorlellen
Casus: oorlelletje van Morelli
 Geen kunsthistoricus
 Kwetsbaar
 Onbekend, gebruikte schuilnaam
Maar toch ook waarheid
 Danzig: bij creatieve daad, spontane handelingen
 Je kunt per meester pictologische elementen zoeken: neurologie
Spontaniteit kan moeilijk vervalst worden.
 Carlo Ginzburg: focus op een detail en uitwerken tot een grotere problematiek. Belang van
onbewaakte momenten waarop men zich blootgeeft.
Arthur Conan Doyle
Sigmund Freud (e.a. dokters)
Spelen met oorlelletjestheorie
Observatie van de werkelijkheid
Thema: details
Psychoanalyse: versprekingen
Daar een verhaal van maken
Geheimen ontdekken
Letten op: onbewaakte handelingen.
Semiotiek: leer van de tekens
 Ook: Sabam- Hoessein: oorlelletjes nakijken om na te gaan wie echt is en wie stand-in.
Casus: kist van Oxford
Kist ontdekt: gulden sporenslag (1302)
Vergelijking met andere bronnen, maar het zou een falsum kunnen zijn (neo-stijlen)
1978: bron van inspiratie: tapijt, fresco
6
Anouk Jacobs
2002: viering gulden sporenslag, beter onderzoek naar de kist
 Dendrochronologie analyse van het hout: hout van de ME (1280)
 Polychromie: bestuderen van fossielen
Conclusie: hout van de ME, maar is het wel origineel? Geen zekerheid
 Röntgenfoto’s: normaal verouderingspatroon = moeilijk na te maken
 Chemische analyse: men vond restjes van kleuren terug die wijzen op de ME
 Archeologische analyse: fronten van de rug zijn originele stukken  verdoken sluiting
 Meubelanalyse: afmetingen, vormgeving,… Sluit aan bij Brugse ambacht
 Herkomstbeginsel: einde 13e E familie Saint John had de kist voordat ze in Oxford gevonden
werd. Familielid werd gevangengenomen door een fransman in de guldensporenslag.
Afbeeldingen: hoogtepunten van de veldslag: dood van de fransman Godfried
Misschien relatiegeschenk voor een Engelse familie?
 Men neemt aan dat de panelen minstens origineel zijn.
Clio’s laboratorium
(muze van de geschiedenis)
Paleografie (techniek van het schrift)
 Ontcijferen van tekst
 Echtheidsproces
 Dateren (relatief, want schrift evolueert)
Verschillende schriftstijlen/types:
1 iemand kan verschillende schrifttypes gebruiken (generatie, individueel kenmerk)
Ductus: de hoek van het invallen van de pen, hoe druk gelegd wordt, hoe letters aansluiten
Echtheidskritiek:
Casus Anne Frank
Kritiek Robert Faurisson: balpentoevoegingen, tekst van verschillende handen (cursief, geposeerd,
markeren,…)
Dagboek zijn losse bladzijden: voordeel = tekst op verschillende momenten geschreven.
 Handenanalyse: op zoek gaan naar andere teksten van Anne Frank (kaartjes)
 Ductusanalyse: hoe de letters gevormd worden en waar druk gezet wordt.
- Unciaal schrift: oudheid, kerkschrift
- Carolijnse minuskel: (Karolingers). 16e E boekdrukkunst: op zoek naar teksten van de
oudheid, maar er waren enkel nog kopieën van de Karolingers. Minuskel werd gezien als het
klassiek schriftbeeld = fout
- Geposeerd gotisch boekschrift: mix tussen cursief en geposeerd: gaat sneller.
- Humanistisch geposeerd: 15eE (vroege renaissance) weer op zoek naar de oudheid.
Diplomatische bronnen
= onderzoek naar rechtstitels door stijlkenmerken binnen een heerschappij (versieringen, zegel,…)
Kanselarij: boekhouder, uitgevaardigde (diploma’s nakijken)
Oorkonden, kanselarijkenmerken:
- Plechtige aankondiging
- Bepaalde grootte
- Taal maakt indruk
Zegeling: dubbelplooien, tweezijdige staart, daarop bijenwas en figuur indrukken.
7
Anouk Jacobs
Elementen voor aandacht:
Vrain-Lucas: vervalste brieven
Bv. Van Maria-Magdalena, Cleopatra, in petit nègre, 19e eeuws papier.
Brieven verkocht  rechtbank en rechtelijk archief
Paul Hilberg: over de holocaust en beschikbare bronnen
Bv. Brieven van Himmler:
Inhoud: dagtaken van soldaten, vrije tijd en entertainment.
Stempels: verzonden naar verschillende SS’ers (naar wie verzonden? En wanneer?)
Van Himmler (hoogste niveau) naar bevelhebber (lager niveau) in elk kamp.
Archeologie
Sluit aan bij natuurwetenschappen en is dus betrouwbaar.
Geschiedenis van de archeologie:
 Oudheid: lezen van teksten  plaatsen terugzoeken (bv. Vetruvius)
Illustratiemateriaal zoeken op basis van klassieke teksten
 Onderzoekcentra oprichten op verschillende plaatsen in de wereld: nationale collecties
Vere Gordon Childe 1892 - 1957: cultuurhistorische of evenementiële archeologie
= wat zijn culturen (artefacten) en hoe verspreiden culturele veranderingen zich (diffusionisme)
Diffusionisme: hoe technieken zich verspreidden (ontwikkelingen in techniek)
Determinisme: ontwikkelingen, vernieuwingen van voorwerpen (materiaal, vorm…)
Luis Binford: New Archaeology
Fixatie weg van de Middelandse Zee: nu Zuid-Amerika: precolumbiaanse ontdekkingen (nadien:
schriftelijke bronnen)
Terugvinden: tempels
Antropologie toepassen met bronnen. Studie van verdwenen cultuur. Maar verborgen kenmerken als
handelingen.
Jan Hodder: contextuele aanpak.
Oog voor regionale verschillen, details.
Archeologisch proces
 Prospectie: op zoek naar de plaats.
- Geschreven bronnen
- Grote opp. In kaart brengen door luchtfotografie: structuren in de grond, gewassen die
beter/slechter groeien.
Bv. Luchtfoto’s uit WOI (Ieper)
- Gebruik elektriciteit
- Vaak nieuwe technieken: leren ons iets over materie (aftakelingsprocessen)
- Toevalsvondsten
- Vaak maar 1 kans om het materiaal op te graven: mogelijke beschadiging (contact met lucht,
vochtigheid,…)
- Klimaatverandering: gletsjers smelten, vondsten worden zichtbaar
Bv. Ötzi (Alpen)
Gevonden door wandelaars: trokken foto’s
Objecten naast het lijk hielpen bij de datering (diffusionisme – Gordon Childe)
8
Anouk Jacobs
Verkeerde opgravingen: beschadigingen
Werktuigen waren minstens 4000 jaar oud.
Koolstof 14: organisch materiaal
Altijd 2x nakijken met twee toestellen.
Conclusie: ötzi is 5100-5300 jaar oud
Opgravingen: waar alle voorwerpen precies lagen: niet-wetenschappelijk mee omgegaan
Mumie: inwendige organen worden bewaard.
159cm, man, laatste avondmaal: gedroogd vlees, granen, groenten,
Hij had geen wijsheidstanden, wel slijtage aan zijn tanden, nagels, aderverkalking, 46 jaar,
weegt nu 13 kg (heeft rond de 50kg gewogen), tatoeage op de huid,
Doodsoorzaak: verwonding in de schouder, gestorven: begin zomer, einde van de lente:
pollenanalyse, reconstructie van de kledij.
Dateringsmethoden:
 Relatief dateren: voorwerpen in bepaalde lagen van de aarde. Hoe dieper, hoe ouder.
 C14-methode: jaren ’40 ontstaan door William Libby. Organismen hebben C14 en C12 in het
lichaam. Na de dood stopt het proces van C14, dit wordt afgebroken. Dateren aan de hand
van hoe ver het afgebroken werd.
 Dendrochronologie: bv. Boom produceert elk jaar een nieuwe ring. Geen enkele ring is gelijk.
Ring = symbool voor het voorbije jaar.  klimaat bestuderen
Ringen vergelijken = terugkeren in de tijd (bv. Bij houten gebouwen: vergelijken met levende
bomen) bv. Ziekenzaal van de Bijloke,
Bestuderen ouderdom van panelen van schilderijen
 Pollenanalyse: stuifmeel overleeft de tijd, (klein en zet zich vast op kledij). Planten zijn
gebonden aan plaatsen en seizoenen.
Statistieken
 Exactheid, bewijsvoering, hypothesen
Problemen: cijfergegevens om in de statistiek te gebruiken bestaan nog niet zo lang.
 Statistische en pre-statistische fase:
Adolphe Quetelet: grondlegger van de moderne statistiek. Samenleving vatten door
statistische gegevens.
L’homme moyen: onderzoek naar gemiddelde leeftijd, gewicht (body mass), grootte.
 Nationaal instituut voor statistiek
Methode (zie pagina 94-95)
Toepassingen:
- Van Zanden: wat determineert de groei van het aantal mensen? Stijgende lijn van bevolking
vs. Diersoorten. Groei wereldbevolking = hoe dichter de wereldbevolking. Toenamen van de
menselijke kennis door specialisatie.
- New Institutional Economy – D. North
Terugkeren naar het belang van instituties . Arbeidsverdeling waardoor de groei kan blijven
toenemen.
BBP: groei bv. Industriële revolutie
9
Anouk Jacobs
-
-
-
Evenwicht economische groei = niet bevolking
Cliometrie (p.101)
Malthus: bedrieglijkheid
Bevolkingsopgang vs. Landbouw: opbrengst is niet hoog genoeg
Hongersnoden  sterfte
Verhouding tussen generaties: vergrijzing. Aanprijzen van grote gezinnen.
Vichy-regime: Franse republiek is gedaan. Centraal Zuidelijk Frankrijk = Vichy
Cultus van de leider: extreem rechts
Argumenten: we hebben grote gezinnen nodig  voortbrengen van militairen
Andere hulpmiddelen: blz. 102
Kritische diagnose van de individuele bron
- Externe kritiek
- Interne kritieken: inhoud, gezag, interpretatie, goede bedoelingen
Externe kritiek: herstellen van de bron
 Originele tekst of niet
 Origineel reconstrueren of in de buurt geraken?
 19e-20e E:taalwetenschap: reconstrueren van ME teksten
Bv. In rechtszaken: originele bewijzen?
Dutroux: videobanden  analyse in Brussel op zoek naar verdachte passages. Geen echte
bewijzen gevonden. Vervolgens kwamen alle gruwelijkheden uit  grondig onderzoek:
filmbanden waren slecht beoordeeld. Opnames van verkrachting, het maken van de kelder,…
Maar men werkte in Brussel niet met het origineel, maar met een compilatie. Conclusie:
Dutroux had alles gefilmd.
 Origineel of niet?
Soms duidelijk origineel.
Autograaf: zelf geschreven door de auteur
Apograaf: gedicteerd aan geletterden = zelfde waarde
<-> kopieën: verzeker van een kwetsbaar origineel (uiteindelijk enkel nog kopieën)
1 kopie: geen kans voor vergelijking (kan fout zijn)
Vidimus: we hebben een vorig stuk gezien en geven het hier weer.
Meerdere kopieën: welke is de beste? Benadert de oorspronkelijke tekst het best? Zoektocht
naar het archetype.
 Opnemen stemma codicum: stamboom van geschriften.
Methode Lachmann: er worden fouten gemaakt in kopieën: van kopie naar kopie = fouten
overnemen + extra fouten toevoegen. Zo kan een onderscheid gemaakt worden  hoe
minder fouten, hoe dichter bij het origineel.
ook: de impact van de fout telt mee!
KRITIEK
Dom Quentin: Hoe kun je weten wat fout is als je het origineel niet hebt. Je hebt de basis
niet.
Joseph Bédier: methode toepassen
Twee takken in een stamboom= klopt niet (2 aan 2 vergelijken en 1 tekst uitsluiten)
Giorgio Pasuali: de moeilijkste tekst, is de juiste. Kopiisten kunnen moeilijke (onbegrijpelijk)
stukken aanpassen, simpeler maken. Moeilijkere versie is dus dichterbij het origineel.
10
Anouk Jacobs
Correctie: grenzen en toekomst
Fylogenetische analyse: DNA onderzoeken.
Statistische modellen toepassen op tekstanalyse.
Bv: Chaucer: geen klassieke stamboom meer
Computerprogramma’s: afstand ten opzichte van origineel bekijken = verfijndere analyse
Kritisch apparaat
Via formele regeltjes: voetnoten, samenvattingen
Basisregel: eindgebruiker moet kritisch kunnen omgaan.
Oorsprongskritiek:
 Externe kritiek
 Waar, wanneer en door wie: intellectuele, materiële, juridische auteur (oorkonde taal: in
wiens naam werd de wettekst opgesteld)
 Wanneer: geen formele datering? Datum zoeken
 Inscripties of graffiti: overal verleden. Bv. Pompeii 79 vc: uitbarsting Vesuvius
 Watermerken: handtekening van een bedrijfje (veranderen doorheen de tijd. Zo vaststellen
wanneer de bron gemaakt werd)
Ontlenings of oorspronkelijkheidskritiek
Bv. Citaten, aanpassingen
 Intertekstualiteit
Interne Kritiek: Kan een auteur kennis hebben, heeft hij toegang, zijn alle getuigenissen objectief?
Interpretatiekritiek
 Decoderen van taal: verglijden van betekenis: begripsverschuiving.
bv. Kunstwerken: decoderen van de iconografie (straatscènes 19eE optochten.
Bv optocht naar aanleiding van het zilveren jubileum van koning Leopold II
Jan Verhas (1878)
James Ensor (1889)
Symbool: jeugd, toekomst, economische
Midden: Christusfiguur (zelfportret) verdrinkt
invloed
in een zee van mensen met een masker: rol
bepaald door sociale conditie (harde
kunstwerken)
Rechts: Vive la Social
Voltaire: verlichtingsfiguren
Zelfde afmetingen
Le XX: kunstenaarsbeweging (20eE)
Sociale rechtvaardigheid: optocht (zelfde thema)
Interpreteren van tijd en context
Decoderen van filmtaal:
Beeld vormen van historische films. Hoe mensen naar de geschiedenis kijken. Films : verklikker voor
veranderingen in visies.
Bv. The graduate:
11
Anouk Jacobs
Context: studentenopstand
Film: iemand die net afgestudeerd is, heeft een relatie met een oudere vrouw. Maar op relationeel
vlak heeft hij nog veel te leren.
Film heeft schandaal veroorzaakt: taboe!
Gezagskritiek:
- Ooggetuige?
- Objectief?
- Geloof in media veranderd het zicht op wat men gehoord of gezien heeft.
- Door ooggetuige wordt iemand veroordeelt <-> DNA spreekt hem vrij
Valselijk geïdentificeerd: door huidskleur
Ooggetuigen laten zich leiden door vooroordelen.
Bevoegdheidskritiek
- Goed geobserveerd?
- Ziet men wat men wil zien?
- Glaubensunwilligkei: onwil om te geloven
Thomas Mann: ontkennen van de Duitse wandaden. Reacties van Duitsers werden gefilmd.
<-> wat wisten de geallieerde (waarom hebben ze niet vroeger ingegrepen)
Bv. Antisemitisme
Wanseeconferentie: top van de nazibeweging komt bijeen (1942)
- Hoeveelheid Joden er zich per land bevinden
- Schatting hoeveelheid in (nog niet) ingenomen landen
- Hoe zoveel mogelijk mensen doden.
1942: wat wisten de geallieerden? Informatie over deze top werd doorgespeeld.
MAAR: men geloofde het niet (list om oorlog te beginnen): publieke opinie beïnvloeden.
Eind 1942, begin 1943: komen in de eindfase, maar berichten worden gemanipuleerd.
Januari 2004: British Royal Airforce: foto’s WOII: landing Normandië en foto’s van
concentratiekampen.  men had deze kampen kunnen vernietigen via de vliegtuigen.
Te maken met: anti-semitisme, glaubensunwilligkeit ook bij de geallieerden (men kon het zich niet
voorstellen), ze wouden geen vliegtuigen inzetten.
Rechtzinnigheidskritiek
Casus: Genua
2001 G8top: regeringsleiders
Anti-mondialistische beweging; grote manifestatie
Doofpotorganisatie met geweld
Media was beïnvloed om het geweld te rechtvaardigen (we vechten tegen anarchisme)
Regisseurs: spelen een culturele rol  handcamera’s van de betogers, van ooggetuigen  beelden
gebruikt tegen de officiële media.
Film van Francesco Maselli: gemanipuleerde beelden aan elkaar gemaakt.  focus op de dood van
de student Carlo Guiliani (neergeschoten) afspraak tussen politie en rechtse groeperingen?
12
Anouk Jacobs
DEEL III
De historische bewijsvoering: van klassiek historisme naar interdisciplinariteit
Kritische juxtapositie van de bronnen
Confrontatie van getuigenissen
Leugen zo manipuleren om meerdere bronnen te beïnvloeden: logica van de leugen (macht,…)
Casus Watergate
Nixon wil en kan de oorlog winnen! Maar hij wordt tegengehouden door de vrij radicale beweging.
Bronnen gevonden: ingehuurd door republikeinen om voor Nixon te stemmen  zo herverkozen
met een grote meerderheid.
2 journalisten + FBI: onderzoeken de zaak.  notaboekje achtergelaten na diefstal van documenten
(verwijzen naar de kringen rond Nixon)
25 juni: Nixon ontkent alles (onderzoekscommissie opgericht)
Getuigenis John Dean: president is betrokken! Maar 1 getuigenis tegen alle anderen
Conclusie: duidelijk overwicht van alle tegen 1
 Doofpotaffaire: men heeft geprobeerd de enige getuige monddood te maken.
2005: FBI-agent bekent dat hij informatie doorgaf aan 2 journalisten (Bob Woodward en Carl
Bernstein)
13 juli 1973: getuigenis Alexander Butterfield had zich versproken  er zijn geluidsopnamen in het
Witte Huis (ultieme bewijs van betrokkenheid)
Banden werden opgeëist, maar men kreeg de getranscribeerde versie van de opnamen.
 Harde bewijzen: tegenstrijdigheid opgelost
8 aug. 1974: ontslag van de president
Er werd met de banden geknoeid: magnetische ruis, stukken weggeknipt
Watergate werd model voor andere ernstige problemen (dexiagate,…)
Ondemocratisch handelen van machthebbers.
Rol van de pers als 4e macht.
 Succesvolle verfilming: All the president’s men
Effect op de functie van de president en de kringen errond. Belangrijk keerpunt: tegenkracht.
Redeneringen in het positieve
Analogische inductie
In welke omstandigheden mensen hetzelfde zeggen.
Inbrekers hadden ook ingebroken in het huis van een ex-medewerker van het pentagon: geheime
documenten werden gelekt aan de pers. Documenten werden gebruikt als bewijs dat Elsberg geen
waardige getuige zou zijn (?!)
Redeneren met hypothesen
 Observatie
 Hypothese: feitjes samenbrengen
 Verifiëren met analoge feiten
 Bereidheid hypothesen te laten vallen en nieuwe te starten
 Geen wetmatigheden
Karl Popper
13
Anouk Jacobs
Falsificatietechniek
Proeven herhalen met een soortgelijke oplossing in fysica = niet menswetenschappen
Enkel benaderende waarheid.
Max Weber: causale adequaatheid
Veelheid van observaties.
 Algemene stellingen
 Hypothesen opstellen
Waarschijnlijkheidsredenering
2 hypothesen over bepaalde feiten: welke meeste kansen? Door geschiedenis kijken en vergelijken
Bv. Oorlog in bepaalde landen (motieven: macht van de andere landen wordt vaak verkeerd
ingeschat)
Tegenfeitelijke redeneringen
Uitbreken WOII: wat als de grote krachten sneller ingegrepen hadden om de militaire staat van de
nazi’s te ontbinden.
Redeneringen uit het positieve met feiten
Negatieve feiten: stilzwijgen van de bron = Argumentum ex silentio
= wanneer iemand zwijgt over een bepaald feit.
Vele bronnen hebben kans gehad om verloren te gaan: bv. Perkament herbruiken
De feiten: bouwstoffen voor een historicus
Zijn feiten éénmalig of recurrent?
Ideologisch afhankelijk: positivisme, wetmatigheden
Helmut Gaus: mentaliteitsgeschiedenis
- Opgang en verval van extreem rechts (politieke cycli 2004)
- Navolging: Jan Hondt  recurrente geschiedenis
- Economische cycli: opeenvolging van inflatie en economische groei
 Kondratieffcyclus
- Dit werd geprojecteerd op de politieke cyclus
Extreemrechts:
 Irrationalisme
 Gewelddadigheid
 Nationalisme
 Cultus van de leidersfiguur
 Totalitair karakter
Link aan psychologische werken: Wilhelm Reich, Sigmund Freud, Johan Huizinga (-In de
schaduwen van morgen: niet neutraal), Theodor Adorno (Duitse filosoof)
Vaststellingen: terugkerende cycli: antifeminisme, autoritaire onderwerping
14
Anouk Jacobs
Grote en banale feiten en hun kenbaarheid
Harde bewijzen vs. Percepties (gevoel bij de bewijzen)
Eenvoudig-evenementiële feiten
Casus: le chemin des dames 1917, Laon
Veldslag WOI
Feiten gaan hun eigen leven leiden.
Wie tegen wie, welke wapens, doden <-> hoe hebben de soldaten dit beleefd, hoe is het een
symbool geworden voor vrede
Bloedige confrontaties: Franse <-> Duitsers
Doorbreken van de Duitse slaglinie in chemin des dames (Franse geschiedenis)
Nivelle begint een offensief  1 maandag (slachtpartij)  veel reactie
Pétain vervangt Nivelle. MAAR: schuld wordt op Nivelle geschoven (veel slachtoffers)
Chronologisch bekeken: Nivelle was aan het winnen: slaglinie werd doorbroken door kleine tactische
overwinningen.
<-> Pétain wordt held: meer aanvaardbare oorlog.
Loskomen van de feiten:
- Belang van de veldslag?
Soldatenmuiterij: als reactie op Nivelle
Nicolas Offenstadt (auteur): juristen en oorlogskenners ondervragen om verschillende visies
te krijgen.
Muiterij was traditie: tegenbeweging: terugkeer naar de essentiële waarden.
a.h.v. juridische bronnen (militair tribunaal) was er meer muiterij na het ontslag van Nivelle
dus: muiterij had niets te maken met Nivelle
- Muiterij afkomstig uit Rusland: Tsarisch leger : vluchten en naar de oppositie. Dit kwam ook
in Frankrijk voor.
La chancon de Craonne: chanson psalimseste (hard voor gevochten)
Bekende melodie, andere tekst (over muitende soldaten) = bekendste oorlogslied
Tot 1963 mocht het niet gedraaid worden op de radio: muiterij = doodstraf
Film: Paths of glory – Stanley Kubrick
1957
Film over veldslag: Kolonel verzet zich tegen de oorlog: wordt hoofd van een groep muitende
soldaten.
Eerste echte oorlogsfilm: met harde beelden  straf muitende soldaten
Context: koloniale oorlogen in Indo-China (vs. Fr.)
Vorming van de wisselende mentaliteit:
1975: film mag officieel getoond worden: Fransen gingen in het buitenland de film bekijken.
 Eerherstel voor muitende soldaten. Speech in creonne door eerste minister Lionel Jospin.
Craonnse soldaten = poilus genoemd
Dagboek gevonden van Marc Bloch: les rois thaumaturges: over geloofsovertuigingen.
VERGELIJKING: ME: veldslag: geloof in de genezende kracht van franse koningen vs.
Geloofsovertuigingen in Creonne.
Harde feiten en opinies
15
Anouk Jacobs
Van mentaliteitsgeschiedenis naar geschiedenis van de representatie
Uit bronnen worden feiten gereconstrueerd: positivisme
Vs. Realiteit van wat de mensen denken, opvattingen,…
Na woI wordt dit ook belangrijk: sociologie: zoeken naar kleine feiten, alledaagsheid.
Na woII: mentaliteiten
Norbert Elias : waarden en normen onderzoeken op indirecte wijze.
Op zoek naar representatie: hoe stellen mensen hun omgeving voor? Representatie over feiten.
Mentaliteiten veranderen: onderzoeken.
Opinies, geruchten en legenden
Bloch: Hoe geruchten plots rondgaan en veranderen waardoor er verschillende reacties plaatsvinden.
Casus: 9 november 1989: Val van de Berlijnse Muur
Oosterse landen: Amerikaanse invloed (pol. Eisen)
Volk eist rechten, hoge druk bij communistische partij (SED: Duitsland)
Egon Krenz: secretaris-generaal SED
Walter Momper (burgemeester West-Berlijn, SFB)
Helmut Kohl (Bondskanselier BRD)
Günther Jabowski (lid politiebureau SED)
Rol van de grote wereldleiders: Gorbatsjov, Bush, Helmut Kohl
Toegeving: toegankelijker maken van reizen
Vergadering: Günther Jaboski moet verslag brengen  journalisten zetten hem onder druk en hij
zegt te veel.
Alles wordt klaargemaakt om Oost-Berlijnse burgers in West-Berlijn op te vangen.
Bewakers waren niet voorbereid op de komst van zo’n grote hoeveelheid burgers.
Klein gerucht werd opgenomen als waarheid  burgers gaan in grote getallen naar de grens.
De afstand in tijd tussen historicus en de feiten
Uit de hand gelopen persberichten.
Debat: wat kunnen we kennen uit het verleden?
 Zeer emotionele feiten: kun je niet kennen als je ze niet meegemaakt hebt.
E. A. Cohen: je kan geen uitspraak doen over de vernietigingskampen
Sobibor: Arbeitsjuden: het halen van de lijken uit de concentratiekampen in ruil voor tijdelijke iets
betere behandeling.  psychische wantoestanden
Verschillende perspectieven:
- Slachtofferperspectief: door de ogen van het slachtoffer.
Gie van den Berghe: gebruikt dader- en slachtofferperspectief (waarom wij?; hoe, op dit idee
komen?)
Opstand in Warshau: neergeslagen
Fotoalbum aangemaakt van wat men met de joden heeft gedaan: voor Himmler
- Daderperspectief: beeld reduceren tot 1 interpretatie (de juiste elementen uit een foto
knippen.
Controverse: Burlesconi: aangeklaagd wegens racisme tegen zigeuners (door Familglia Christiana
2008)
16
Anouk Jacobs
Debat: Daniel Goldhagen: niet alleen de nazi’s veroordelen voor anti-semitisme (dat was
voortbouwen op een traditie)
Het decoderen van de motivaties van de historische acteurs
Ideologie, godsdienst, (anti-)klerikalisme
Accepteren van een niet-zintuiglijke wereld= God  collectief (samenkomen in de kerk)
Het opperwezen kan ingrijpen = godsdienst
Leven volgens de wedden van de godsdienst = geloof
Geloof en politiek in de VS
Republikeinen en democraten: sterk gelovig
God bless Amerika
Politieke boodschappen onder mom van geloof.
VS heeft banden met radicaal religieuze groepen: hebben de VS gesticht.
Oude opvattingen: einde laat Romeinse periode, ME
Augustinus: Civitas Dei: Hoe de ideale staat eruitziet.
Geschiedenis in opvalging van het plan van god = rechtlijnige geschiedenis
 Geschiedenis reduceert zich tot een conflict tussen goed en kwaad
Dichotomie = rechtelijntheorie
Strijd tussen civilisaties- Samuel Huntington (clash of civilisations)
VS: reactive op 9/11
G.W. Bush: zeer religious  invloed op zijn politiek
Probeert de publieke opinie te beïnvloeden om de Arabische wereld aan te vallen.
Accent op religie= oud
Amerika = relatief nieuw
Goed vs. Kwaad
Amerika : goed – terroristen: slecht
= reden voor oorlog
Bush zag zijn eigen fouten niet  slechte theologie  heilige missie?
Bijbelcitaten werden uit de context gehaald om toe te passen in de politiek: kloof tussen officiële
discours en praktijk.
Verkiezingsstrijd Obama – McCain
2008
Inspelen op religie: McCain = gevoelig voor religieuze boodschappen  met beeldspraak de publieke
opinie beïnvloeden.
Negatief: tegenstander aanvallen
Barack Obama, the antichrist?
Sociaal-economische situatie
Belang voor mentaliteitsgeschiedenis
Norbert Elias: het civilisatieproces
1939
= het in een rol duwen (bepaalde waarden worden opgedrongen: sociaal succes?)
Aandacht op de economie voor het verloop van de geschiedenis + de materiële basis van
gedragingen (waardoor veranderingen plaatsvinden) d
Rassen en racisme
VSverkiezingen: Bepaalde groepen benaderen en inspelen op hun situaties.
Self-fulfilling prophecy: erfelijk materiaal: we behoren allemaal tot dezelfde groep.
17
Anouk Jacobs
Sociale realiteit: gedragingen conform aan hoe de maatschappij je ziet, op basis van vooroordelen:
typerend voor groepen. Etienne Balibar – Immanuel Wallerstein
Raciale kenmerken voor joden weergeven: aparte godsdienst
Bijbel: joden hebben Christus aan het beeld genageld.
Raciaal denken: antisemitisme kwam voor in veel Europese landen
Voobeeld: Frankrijk 1890 – Dreyfus
Legerofficier (Fr.) wordt ervan beticht vertrouwelijke informatie gegeven te hebben aan Duitsland.
Dreyfus is de zondebok (Jood)
Intellectuelen: Dreyfus is onschuldig
émile Zola
Kloof tussen links en rechts
Nieuwe rechtszaak: Dreyfus wordt vrijgesproken: politiek antisemitisme (diplomatiek onderzoek)
WOII
Anti-Dreufusbeweging start het Vichyregime met Philippe Pétain
Extreemrechts: hiërarchische samenleving
vazalstaat van DU
 Anti-Jodenpolitiek
Mei 1941: Institut des Questions juives: Hoe Joden herkennen, raciale kenmerken.
1942: Wannsee-conferentie: uitleveren van Joden aan Duitsland
Publieke opinie overtuigen van het Joodse gevaar:
 Inspelen op actualiteit
 Misbruik kenmerken uit bekende films
 Propaganda
<-> sloeg niet overal aan in Frankrijk. (bescherming van de Franse Joden 75% heeft het
overleefd.
Lieven Saerens – vreemdelingen in een wereldstad, Een geschiedenis van Antwerpen en zijn Joodse
bevolking.
Wat is er met de joden in Antwerpen gebeurd?
1880: Tsarisch Rusland  vervolging van de Joden (resultaat: grote vlucht naar Antwerpen) Van daar
grote migratie naar Amerika, of blijven in de havenstad.
Reactie in Antwerpen = Antisemitisme (haat vanuit Christendom, hebzucht van de Joden)
1929: Vlaamse nationalisten na WOI uitgesloten, maar activisten (in Du) krijgen amnestie. Brengen
antisemitisme mee.
1930: economische crisis: antisemitisme duikt weer op. Joden pakken het werk af. Conflicten rond
gemeenteraadsverkiezingen (Jood loopt weg met de staatskas)
1939: Joden uitsluiten, intimidatie, extreemrechts, nationalisten, katholieken
Endlösung: dragen van een jodenster
1942: razzia’s (Enkele politiediensten, kamerleden geven bevel tot razzia’s in Antwerpen) MAAR
weinig uit andere steden: LUIK 35% BRUSSEL 37% ANTWERPEN 67% uitgezet
Verschil: optreden van lokale overheden
Conclusie: op lokaal niveau heeft besluitvorming invloed.
Saerens – gewillig België
Ras: self-fulfilling prophecy
Casus: Felix Nussbaum
gedrag dat anderen je toeschrijven
Duits-Joods schilder
18
Anouk Jacobs
Groeit op in Weimarrepubliek, regeringen volgen elkaar snel op, grote economische crisis.
Hij komt naar België: invloeden van grote kunstenaars zoals Ensor
Hij wordt gevangengenomen en naar een kamp in Zuid-Frankrijk gebracht waar hij zelfportretten
schildert. Ontsnapt uit het kamp  Duikt onder in Brussel.
Werk: Triomf van de dood
Duitsland vs. ME
1943: Zelfportret: nadruk op Jodenster, opgesloten tussen muren, Belg met een Joods paspoort
 Raciale elementen
Culturele traditie: vastknopen aan raciale politiek
Ecologie en biologie
Het optreden van 1 persoon heeft een invloed op andere personen (soorten). Bv. Ziektes
Azteken konden niet tegen de ziektes van de Spaanse Armada: Columbian exchange
Microbiologische impact: Emmanuel Le Ro Ladurie
Longue Durée (brede
chronologische beschouwing)
- Beschrijving van ziektes teruggevoerd naar bepaalde bevolkingsgroepen
Men dacht dat Syfilis afkomstig van Amerika , maar oudere skeletten werden gevonden met
sporen van Syfilis.  archeologische vondsten
- Syfilis = straf van god
Ziekte werd toegeschreven aan bevolkingsgroepen waar men mee in conflict lag.
Wetenschap en techniek
Overdracht van kennis en cultuur sinds renaissance.
Karolingische renaissance: op zoek naar manuscripten
12e E renaissance: economische groei, eu expansie, kruistochten  in contact met Islam
Arabische wereld: heeft manuscripten uit de klassieke oudheid (van intellectuelen)
2008: Sylvain Gougenheim – islamfobie
Aristote au mont Saint-Michel
 Teksten zijn niet alleen terug te vinden in de Arabische wereld
 Proberen de invloed van de Arabische wereld te minimaliseren
Brede maatschappelijke politiek
Waarom had het Westen een samenleving ontwikkeld dat superieur was (15 – 19eE)
 Raciale opvattingen: wij kunnen met techniek omgaan
 Eu is het centrum van de wereld (tot begin 20eE)
Macht
Politieke macht: van bovenaf (1 pers.) of van onderaf (raden)
Charles Tilly: Hoe macht van onderaf gevestigd wordt en macht doordrukt.
1980: ontstaan van de moderne staat: oude Oost/Westtegenstellingen vallen weg. Gaan we naar een
VS in de EU of niet?
Theorie ontwikkelen (2 trajecten):
- Coercion intensive path: repressie, staat vormen, streng (zoals Rusland)
- Capital intensive path: staat gericht op het beheren van markten, koloniale ondernemingen.
(Bv. Nederland, Italiaanse stadstaten.)
19
Anouk Jacobs
Van verhaal naar structuur en terug naar het verhaal: golven van interdisciplinariteit
De Annales (1929): tijdschrift
Intellectuele twijfel, de arbeidersklasse triomfeert: vooruitgangsgeloof
Opgestapelde industrie werkt vernietigend voor de wereld.
Geschiedenis (menswetenschappen): tekortkomingen in de wereld
Marc Bloch, Lucien Febre
in Franse leger
Ander beeld: ontevreden met de manier waarop de geschiedenis geopend werd.
Gevaren interdisciplinariteit:
- Anachronismen: eigentijdse realiteit mag niet op het verleden geplakt worden
- Overconceptualiseren: basisattitude van in vraag stellen van hypothesen
Aandacht voor herhalingen (recurrente feiten)
Sociale wetenschappen
Marx:
Economische ontwikkeling gekoppeld aan sociale feiten. Interne dynamiek in de samenleving: sociale
factoren, automatische evolutie,…
Val Berlijnse muur = marxisme op haar einde
Max Weber:
Voorbeelden uit e geschiedenis, sociologie in Duitsland: belang aan wetmatige cycli (vormen van
samenlevingen naast elkaar plaatsen)
- Kapitalisme
- ME stad
Verbanden tussen terreinen waar men normaal niet zoekt.
Bv. Godsdienst vs economie
Calvinisme = kapitalisme
onmiddellijke behoefte uitstellen
Levenshouding: sober leven volgens de regels van de godsdienst.
Kapitaal opbouwen door een kapitaalplan. (basiskapitalisme)
Bepaalde groepen worden uitgedaagd en gaan kapitaal ontwikkelen.
Theorie: nuttige elementen, maar veel tegenspraak  heeft veel onderzoek veroorzaakt
Emile Durkheim:
Statistiek: als socioloog naar sociale feiten zoeken (buiten het individu)
Gedragingen die uiting geven aan sociale gedragingen van één persoon.
 Basis van politieverslagen: zelfmoordanalyse
= individuele psychische problemen, maar ook sociale spanningen, depressie
Marcel Maus: essais over het geschenk
In welke context geven mensen elkaar geschenken?
- Sociale relaties
- Macht
- Sociale praktijken die eeuwenoud zijn (machtsrelaties)
20
Anouk Jacobs
Methodologische vernieuwing
Statistiek
Simiand: nulgegevens, koopkrachtstatistieken
Op basis van economisch onderzoek: verschillende soorten economische crisis.
Clément Juglar: korte crisissen: honger, stijging van prijzen
Nicolai Kondratieff: long-run beweging, succescurve extreemrechts, economische crisis
Men werkt met verschillende niveaus
Camille-Ernest Labrousse: Franse revolutie (1789) = politieke evolutie (verlichting)
= long-rung: 1770-1780: neergaande conjunctuur + crisis op korte duur: mars van de hongerigen:
crisis van voedsel  versterkt de filosofen uit de verlichting
= basis voor Franse regionale studies
Intuïtieve of behaviouristische aanpak
Radicale attitude: inleven in de figuren waarover je schrijft.
Johan Huizinga – De heftijden der ME
Werkt eraan tijdens WOI (in neutraal Nederland)
inleven in Bourgondische tijd
Methodenstrijd
Ideografische opvattingen: niet vanuit gaan van wetmatigheden, maar feiten beschrijven.
Maar niet iedereen kan zich inleven: behaviourisme= onderscheid maken tussen schrijver en
hoofdpersonage.
Analyse van religie: in welke mate gaan mensen naar de kerk.
Strikte scheiding tussen historicus die observeert en de historische feiten (bv. Consumptie van
hosties tellen) Toename van religieus gevoel bij ziekten, economische crisis  angst
Typologieën
Revolutie in maatschappijvormen
Weber: werkt met typologieën
- Begriffsgeschichte typologieën: vatten van de maatschappij in zijn typ.
Liberale opvattingen: evolueren door uitdagingen, adaptatie, natuurlijke omgeving
domesticeren.
Emmanuel Wallerstein: wereldsysteem
Economische zwaartepunten + periferieën
 West-EU centraal + periferie (gebied rond de noordzee)
 Er zijn grotere en kleinere periferieën + centra
 Centra= hart van het handelskapitalisme
 Verglijdende economische ruimtes om grondstoffen naar te brengen.
Ideaaltypes: Henry Pirenne (Gent)
Ideaaltype van een koopman-ondernemer = Gentse textielnijverheid
Ondernemer = koopman (grondstof, wevers, lakens op de markt aanbieden)
In handen van een individu of familie.
Verraad van de burgerij= economische slagkracht naar beneden: dus naar sociaal kapitaal (investeren
in titels): ver van mercantiele ingesteldheid (verglijden van waarden in de economie)
21
Anouk Jacobs
Econometrie
Prosopografie: bevolkingsgroepen isoleren en kenmerken geven (bezit, familie, relaties, collectief
biografie/portretten (bv. Clerus, adel in een bepaalde tijd)
Omschrijven groepen in de West-EU economische groei, superioriteit nu verschoven naar de
BRIClanden
Psycho-analyse/history
Psychologische wetenschap: mentaliteit onderzoeken.
Egodocumenten: hoe keken mensen uit het verleden naar hun leven.
Waarschuwingen: Lucien Fabre over Rabelais
Afzetten tegen anachronismen. Bijvoorbeeld Rabelais: afzetten tegen kerk, kritiek geven
Dus voorloper van de 18e eeuwse verlichtsingsfilosofen
 Maar je moet kijken naar Rabelais vanuit zijn eigen tijd.
Antropologie
na woII
Kolonies  dekolonisatiebeweging = strijd voor eigen identiteit
Europacentrisme + raciale kenmerken (perioden uit eigen geschiedenis)
ME: sociale verhoudingen
Ook observatie van primitieve stammen en de gebruiken reflecteren op eigen geschiedenis.
Claude Lévy-strauss: directe invloed op Annales
Archeologie moet meespelen.
Clifford Geertz: gedetailleerd beschrijven van gedrag
Belangrijke studie in Negara (Indonesië)
Introduceren van vorsten = ceremonie
meedoen = macht
Ensceneren van de macht = de macht legitimeren
concrete symbolen
Peter Arnade: rijk van de rituelen
Late ME: onze steden hadden conflicten
Ritueel: essentie van politieke macht.
Bijvoorbeeld: Filips de goede
onderwerping Gent
Geritualiseerd gebeuren vat de geschiedenis samen
vlag, toren Gent, Gentse schepenen
zitten geknield in onderkledij,
dragen vaandel met symbolen van
ambachten
1454: Hertog op paard: kijken neer op politieke elite van de stad
Voorbeeld van wat Gent moet doen bij onderwerping: politieke rituelen = macht
Bourgondiërs <-> Gent wil economische belangen veiligstellen
De Annales: nieuwe sociale geschiedenis
Annales d’histoire economique et sociale
Annales d’economies, societés, civilation
Marc Bloch
Studie van het Engels/Frans koningshuis
Beginselverklaring/ methodologische bijbel 1941
 Zat in het verzet en is door de Gestapo gedood
eerste fase
fase na WOII
geneeskracht van koningen
22
Anouk Jacobs
Fernand Braudel
na WOII
Maakt van de Annales een grote school.
Model geschiedenis in drie lagen:
- Evenementiële geschiedenis
- Conjuncturen: amper zichtbaar voor tijdgenoten, prijsverhogingen
- Structuur: geografisch bepalend
Philips II: politiek vanuit Middelandse zee (It, belangrijke handelssteden: Venetië): geografische
mogelijkheden
Civilisation materielle: wanneer burgerij schilderkunst koopt, koopkracht, waarden en normen: voor
industriele revolutie
Emmanuel Le Roy Ladurie
Register van een bisschop: dorpelingen zijn ketters.
Bisschop wordt paus  gericht op mentaliteiten
Montaillou
bevragen intieme onderwerpen van
bisschop aan de dorpelingen.
Symbool voor publieke impact
Georg Durby: vragen stellen aan de samenleving, niet aan de gebeurtenissen.
Geschiedenis is een verhaal (het stelt vragen aan de geschiedenis via documenten)
Casus: illustratie Annales-aanpak
Morbiditeit in de late ME: dans macabre: geraamte danst met alle lagen van de bevolking
De dood maakt mensen gelijk.
Transis: afbeelding van lijken in
Ontbinding
Fascinatie voor de dood
Jean Delumeau: Pisa 1350
1978
Dood in kunst? Waarom?
Verklaring: gekoppeld aan de Zwarte dood (enorme sterfte)
- De mensen hadden geen weerstand
- Populatie werd getroffen
- Niemand is veilig
Verwerken van de dood op grote schaal.
Jacques Chiffoleau
Op zoek naar documenten (testamenten)
Avignon: centrale, kleinere stad
14eE pauselijk hof (administratie)
Obsessie van de dood is ook in testamenten te vinden: boekhouding van het hiernamaals
- Investering in grafmonumenten, missen, stoeten
 Alleen in stedelijk gebied: collectief teruggrijpen naar religieus gedrag: eenzaamheid, angst
 Verlies sociale controle in verstedelijkte gebieden door de Zwarte dood
Nieuwe links en new history
Inspiratie uit sociale wetenschappen
Past & Present (tijdschrift)
Angelsaksisch
Staan met elkaar in relatie: neo-marxistische inspiratie
Brennerdebate: overgang naar het agrarische (vroeg kapitalisme)
transitiedebat
23
Anouk Jacobs
Immanuel Wallerstein
traditie van de Annales
Wereldsysteemanalyse: periferie wordt groter
modern world system
Ontwerpen van kapitalisme
Pleidooi historische en sociale wetenschappen: ze moeten samenwerken
Bijvoorbeeld: Studie van minderheidsgroepen: emancipatorische kracht, genderstudies
Micro-storia, nieuwe cultuurgeschiedenis en narrativisme
Carlo Ginzburg: kleine details in geschiedenis, vanuit deze details de problematiek bovenhalen
‘de kaas en de wormen’
over de schepping
Moordenaar aangeklaagd in de kerkelijke rechtbank.
Bel. Juridisch: doc. Bewaard
Bevragingen: op de pijnbank gelegd
Geëxecuteerd als ketter: twijfelde aan de maagdelijkheid van Maria, en dus de goddelijkheid van
Jezus.
 Waarom zo streng opgetreden?
Man had pseudo-theologische wijsheid + boerenwijsheid: meningen van hoge en lage cultuur
was niet aanvaardbaar.
Geen laag van eensgezindheid: botsing tussen twee culturen (hoog en laag)
Geert Mak: boerengemeenschap in Noord-Nederland. Reis op de vooravond van de dramatische 20eE
Geen geschiedenis van EU, geen uitgebreide uitleg, allemaal kleine feitjes
 Indrukken weergeven van culturen
Nieuwe cultuurgeschiedenis
Peter Burke (cultuurgeschiedenis: sociale gesch en mentaliteitsgesch.)
schreef over Annales
Simon Schama: wetenschappelijke inzichten naar publiek.
Europese geschiedenis
Robert Muchembled: spanning tussen kerkse elite en volk.
Mentaliteitsgeschiedenis in vraag stellen = geschiedenis van representatie
Une histoire du diablo
(literatuur en juridisch)
Hoe werkt het kwade: samenleving is bang, angsten moeten onder controle gehouden worden. Pact
met de duivel: kan altijd ingrijpen
Narrativisme
= het verhaal en hoe het gebracht wordt.
Zet zich af tegen kwantitatieve bronnen (statistieken)
Meer esthetische werken
Frank Ankersmit: historische sensatie: direct contact met mensen uit het verleden.
Jo Tallebeek & Tom Verschaffel – De vreugden vn Houssaye
Geschiedenis is nutteloos (niet waardeloos): behoefte aan historisch inzicht. Herwaarderen van de
historische arbeid. Kern = het scheppingsproces
Maatschappelijk engagement
1992: periode van grote ideologische crisis
marx heeft afgedaan
Verleden op zich + periode waarin historici bezig zijn moet bekeken worden.
24
Anouk Jacobs
Belang van taal voor historisch onderzoek
Traditie van vernieuwing in de filosofische methode
Teksten decoderen, betekenislagen zoeken, weergeven realiteit: analyse van debatten, speech
linguistiek,semantiek (symbolen)
welke beelden worden gebruikt
Lachmann: teksten reconstrueren als we het origineel niet hebben. Maar tekst kan vervalst zijn, of
een kopie met fouten.
Inhoud-analyse: hoe wordt een boodschap geconstrueerd: psychologische beelden en informatie
verwerken.
Voobeeld: Amerikaanse campagne 200
Al Gore vs. GW Bush
Democraten vs republikeinen
Publiek beïnvloeden zonder dat ze het doorhebben.
Bureaucrats: associaties
doelbewust beïnvloeden
Bush gewonnen door subtiele boodschappen: negatieve boodschappen als associatie met de
tegenpartij.
Belang van semantiek
Veel beschikbare jobs: reclame voor uitzendbureau Adecco
Heel dikke, naakte man <-> Nederland: grote controverse
Gerard Schröder: beschuldigen van fraude met pensioenen
Afbeelding geassocieerd met Joodse gevangenen
foto Auschwitz
Victor Klemperer: Jood, getrouwd met een Arische Duitse
zo overleefd
Duits filoloog, gespecialiseerd in Franse literatuur, schreef een dagboek over het dagelijks leven in
Lingua tertia imperii: taal misbruikt voor politieke
Politieke analyse van taal!
Analyse woordgebruik tijdens verkiezingen in Amerika:
Obama: change
Typisch woordgebruik vertelt standpunt dat men wil benadrukken en waar men niet over wil
spreken.
Belang van semiotiek
Erwin Panofsky: iconografie
identificeren van personages
zoeken naar boodschappen
Meer aandacht voor de producent (maker) dan voor de consument.
Picasso – Demoiselles d’Avignon
Kubisme, bordelen
Analyse door Carlo Ginzburg
Rapport de force: machtsverhoudingen  link zoeken tussen schilderij en Picasso
Conclusie: Frère le Nain (18eE), Le bain Turc (1863), fotocollectie Dakar door Edmond Fortier (Afrika)
 inspiratiebronnen
Suprematie van de kolonisten: eisen dat vrouwen op die manier poseren
25
Anouk Jacobs
Preutse periode (dus werd gezien als softporno) + Koloniale problemen in Zwart- Afrika
Schilderij = niet spontaan, maar koloniale realiteit en machtsverhoudingen
Film
Filmtaal beeld spreekt een grote rol
filmtaal/regisseurstaal
 Film intern analyseren: per shot
 Gevolg van de populariteit: boodschappen, historische films: contact met werkelijke gesch.
Rosenstone (p.239): spanning tussen het precies weergeven van historische feiten en personages,
verhaal voor de film
Hannah and her sisters
Woody Allan
 Verschillende registers
 Monoloog voor kijkers, niet voor het personage
 Stomme film: zwart beeld met tekst (plaats, tijd)
Taalregisters: man Hannah (Michael) heeft een relatie met haar zus, Lee. Michael kiest toch voor zijn
vrouw, maar Lee is verliefd op Michael.
Snobgedrag: verwijzing naar grote denkers
Woordy allen had vroeger zelf een relatie met Hannah
Jean d’arc
Historische context: Armagnacs vs. Bourguignons
wie wordt Franse koning?
Engelse/Franse kroon: Prins Hendrik VI vs. Dauphin Karel VII
Engeland bezet Frankrijk  burgeroorlog
1412: geboorte Oost-Frankrijk
Lorraine
Onder macht van Bourgondische hertogen
Voor inquisitie gebracht (2x)
kreeg 1 rehabilitatie
1425: hoort stemmen, wil het koninklijk huis helpen
1428: klopt aan bij een lokale edelman  komt in contact met vertrouwelingen van de dauphin en
uiteindelijk met de dauphin zelf.
 Krijgt klein leger: breekt beleg Orléons 8 mei
 Karel VII wordt in Reims gekroond 17 Juli
1430: gevangengenomen door Luxemburg  komt in Engeland
Kerk als rechtbank: jury van 40 clerici (top van Parijs)
Veroordeling: transgressie van mannengedrag, geen gehoorzaamheid aan de kerk
Inquisitie: mensen tot inkeer doen komen.
Veroordeelt tot levenslange opsluiting, maar ze blijft stemmen horen  brandstapel in Rouen
1455/56: koningschap te danken aan iemand die veroordeeld werd door de kerk? Familie
onderzoeken: Was geen arm meisje, dus proces van herziening.
Verhaal komt nu terug in de nationale geschiedenis
1755: Voltaire
Spreekt over de maagd
1841: Quicherat
Republikeinse visie op de twee inquisities: kritiek op adel en koning
26
Anouk Jacobs
Mgr. Dupanloup
Christelijk offensief, bisschop: meisjes aan de haard
mochten wel naar school
Jean d’arc gebruikt als voorbeeld
1894: gelukzalig verklaring van Jean d’arc
Slachtoffer van kerkelijke onverdraagzaamheid: niet het rolmodel van een vrouw
1874: bezetting Frans grondgebied door Duitsland
Jeanne d’arc wordt nationaal symbool in alle kerken
1909: zalig verklaring
1920: WOI
Standbeeld Jeanne d’arc in Parijs, samen vechten tegen Duitsland (links en rechts)
Heiligverklaring: heilige van de Franse staat.
WOII: misdadigers keren terug naar de plaats van de misdaad. De rechtse partij trekt Jeanne d’arc
naar zich toe.
 Jeanne d’arc: onderwerp van fictie
veel nawerkingen
 In de literatuur, in de film (Franstalige, politieke cartoons), BD
 Beelden: als militair, politieke strijd, vanuit literatuur, afbeeldingen (19e-20e)
Belang van hermeneutiek
Beschrijvende analyse van bronnen en teksten op basis van bronnen
Interpreteren van fenomenen: tekens krijgen betekenis.
Wilhelm Dilthey: inleven in personages
eind 19eE: details
Paul Ricoeur: spanning tussen herinneringen en het construeren van de geschiedenis. Historisch
onderzoek heeft een maatschappelijke functie: opstreden als rechter.
Tranitional justice
Schuld van mensen met dictatuur
Historische waarheid naast de herinnering: maatschappelijke problemen zoals transities van politieke
personen
Nomothetisch
Gelooft in wetmatigheden. Reeks van algemene vaststellingen
Elke losse handeling binnen een model.
wetgevend
Robin Collingwood
kritiek
Verschillende wetmatigheden: het is betekenisvol om feitjes te vatten
William Dray
kritiek
Men moet proberen het gedrag van mensen zo rationeel mogelijk voor te stellen. Geen aandacht aan
irrationeel gedrag.
Arthur Danto
Kritiek
Narratief: feiten in juiste volgorde zetten.
Niet extreem: aanvaard de mogelijkheid van wetmatigheden.
27
Anouk Jacobs
Structuralisme
Fernand de Saussure
Parole: dagelijkse spreektaal
Langue: officiële taal
Signifiant/ signifié
Losgekoppeld bij latere auteurs
Derrida
Onderliggende betekenis in variabel: intertekstualiteit (=ontledingskritiek)
Toepassen op teksten en iconografie
Nelson Goodman
Language of art: schilderij 16e E: Hendrik VIII (eng): portretten vergelijken
Intertekstualiteit: schilderij Erasmus verwijst naar andere afbeeldingen.
Roland Barthes
Metaverhalen zoals van Foucault (bv. Lange mars naar verlichting doorheen de tijd)
Tekstanalyse: historische en literaire teksten = niet verleden op zich, maar wat geschiedenis van het
verleden gemaakt heeft: allemaal visies.
Michel Foucault
Mei ’68 (opstanden)
Geschiedenis van seksualiteit, gevangenisleven.
Geconstrueerd vanuit coherente
discours: mensen die op een bepaalde tijd op een bepaalde plaats waren.
Pessimistische visie: grote organisaties krijgen het dominanter discours, meer macht=
postmodernisme
<->
Michel de Certeau: optimistische visie: dwingende samenleving ontsnappen door tegenbetogen
tegen de maatschappij: dominante politieke ontsnappingsroute
Zie wikileaks: sociale netwerken = grotere controle op de samenleving
Andere lectuur wordt naar voren gebracht
Noam Chomsky
taalkundige
Ontmaskeren discours van Bush: wat was uiteindelijk de bedoeling van de oorlog.
- Kennis en wat men ermee doet
- Communicatie op een politiek forum
Pierre Bourdieu
Onderwijssystemen en elite: permanent politieke kritiek
socioloog
28
Anouk Jacobs
Het kritisch realisme
Keih Jenkins:
Geschiedenis = fictie met wetenschap
Gebonden aan auteur, stand, tijd en plaats
Gabrielle Spiegel en Carolyn
Niet alleen auteur, maar ook het karakter van de tekst is belangrijk.
Fictionele teksten  historische teksten
diplomatieke bronnen
Niet vrij interpreteren!
Geen geintendeerde lezer: voor bureaucratie
Betrekken in historisch betoog
later: rekening houden met de basis
Umberto Eco
Limieten van de interpretatie= lezer + tekst hebben rechten.
Proberen te interpreteren in de juiste context
Roy Bhashar
Historische werkelijkheid bestaat!
Opvatting op dezelfde voet of met dwingende realiteit
harde feiten vertellen realiteit!
29