Interview Jolanda in Vriendin 38

Jolanda’s man
werd al jong dement
Stel je voor: in de bloei van je leven
begint je man ineens ernstig in de
war te raken. Jolanda (48) weet hoe
dat voelt. Haar man Peter (52) werd
al op zijn 39ste dement. Inmiddels
is het zo erg, dat hij niet meer thuis
kan wonen. “Hij heeft het niveau
van een kind van nog geen twee.”
Jolanda:
‘Hij bonkte ’s nachts
op deuren en stapte
bovenop mij. Ik was
bang en sliep amper.’
‘Mijn man
weet niet eens meer
wie ik ben’
26 VRIENDIN • NL
ONS LEVEN
Jolanda: “Ik ken Peter al mijn hele leven. We woonden als kind bij elkaar
in de straat. Ik was een vriendin van zijn zussen en kwam regelmatig bij hen
thuis. We zijn samen opgegroeid. Toen ik vijftien was, kregen we verkering
en vier jaar later woonden we samen. We hebben twee kinderen: Erik (17)
en Linda (16).
Peter was een echte goedzak. Hij werkte ’s ochtends als postbode en daarna
ging hij ‘beunen’, zoals we dat hier in Brabant zeggen. Hij was hartstikke
­handig, kon terrassen aanleggen en tuinen opknappen. Hij hielp iedereen,
zei tegen niemand nee.
Zijn gedrag veranderde toen hij een jaar of 39
was. In eerste instantie dacht ik dat hij het
klussen beu was. We hadden net een huis
gekocht en flink verbouwd. Zowel binnen als
buiten was het niet af, maar er kwam niets
meer uit zijn handen. Dat was eigenlijk niets
voor Peter.”
‘Ik zag mijn man afglijden, maar ik
kreeg geen grip op de situatie’
Steeds agressiever
“Op een dag had mijn vader iets gemaakt waarvoor hij – zoals altijd – het
gereedschap van Peter had gebruikt, en daarbij was een boortje gebroken.
Dat kan gebeuren, niets aan de hand. Maar Peter fietste naar het huis van
mijn ouders, ging naar de schuur, pakte stiekem een boortje van mijn vader
en nam het mee naar huis. Heel kinderachtig natuurlijk. Overigens wist ik
dat niet op dat moment, hoor. Dit soort verhalen heb ik pas jaren later
gehoord. Hij vertoonde steeds vaker raar gedrag. Hij wist niet meer hoe hij
iets moest aanpakken, leek het wel. Als Peter samen met een maat aan het
klussen was, stond hij minutenlang te denken hoe hij moest beginnen.
Als zijn maat dan vertelde wat hij moest doen, deed hij net alsof het hem
ineens weer te binnen schoot.
Hij was altijd een lieve, rustige man, maar werd thuis steeds agressiever.
Hij kreeg ook dwaalneigingen en fietste eindeloos hetzelfde rondje rond het
dorp. Ik zag mijn man afglijden. Onze relatie veranderde, maar ik kreeg geen
grip op de situatie. Ik kon niet tot hem doordringen. Hij weigerde naar me
te luisteren. Bleef altijd volhouden dat hij gezond was.
In het begin had ik medelijden met hem, maar dat ging op den duur over in
onmacht, boosheid en angst. Wat moest ik doen? Ik bleef mijn schouders eronder
zetten en zorgde, naast mijn baan, voor de kinderen en het huishouden. Maar
als het eten dat ik had gemaakt hem niet aanstond, liep hij van tafel en kwam
hij na tien minuten thuis met patat. Leg twee kleine kinderen maar eens uit
dat zij dan wel gewoon hun spruitjes moeten opeten.”
Zo verdrietig
“Na een jaar of twee ging ik voor het eerst met mijn verhaal naar onze huisarts. Ik moest mijn ei kwijt. Ik heb altijd gezegd dat Peter ziek was, al had ik
geen idee wat hij had. Ik zag wel dat hij achteruit ging. Ik durfde hem niet
meer alleen thuis te laten met de kinderen en stopte daarom met mijn werk
in de horeca. Ik schaamde me kapot voor hem, hij deed steeds gekker. Op een
feest van onbekenden liep hij gewoon binnen voor koffie en taart. Op de kermis
stond hij als een kind te dansen en te zingen. Ik kon wel door de grond zakken,
maar deed niets omdat ik geen scène wilde schoppen.
Het maakte me allemaal zo verdrietig. De kinderen begrepen er niets van.
Hoe kon ik ze uitleggen wat er met papa was als ik het zelf ook niet begreep?
Ik deelde mijn gevoelens alleen met de huisarts. Die wist niet goed wat ze met
Peter aan moest, hij weigerde zich te laten onderzoeken. Zo modderden we
een hele tijd aan. Peter werd agressiever, verzorgde zichzelf niet goed en liep
als een zwerver door het dorp.
Toen hij zijn baan als postbode kwijtraakte vanwege zijn merkwaardige gedrag,
ging het balletje eindelijk rollen. Ook collega’s gaven aan dat Peter al een tijd
zichzelf niet was. Na een paar gesprekken met
de huisarts en de bedrijfsarts – die kwamen
zelfs samen bij ons thuis – kregen we Peter
eindelijk zover dat hij zich voor onderzoek
liet opnemen op de psychiatrische afdeling
van het ziekenhuis.
Na een week mocht ik Peter ophalen. Ik wist
niet wat ik hoorde toen de psychiater tegen
me zei: ‘Uw man mankeert niets. Kom over
een jaar maar terug.’ Ik ben op mijn knieën
gaan zitten, biddend en smekend dat ze hem
daar zouden houden. Inmiddels was ik al een
jaar of vier aan het knokken om erachter te
komen wat er aan de hand was.
Eindelijk erkenning
“Ik kon zijn gedrag en mijn verdriet niet meer
verbloemen. Ik werd er ook op aangesproken
door mensen uit het dorp. Ik vond het inmiddels fijn om erover te praten, ik was op zoek
naar informatie en steun.
Een moeder op de school van de kinderen
vertelde me over een jonge, dementerende
vrouw in het verpleeghuis waar zij werkte.
De verhalen van die familie kwamen overeen
met wat wij meemaakten. Van haar h
­ oorde
ik over FTD, fronto-temporale dementie.
Dat is een vorm van dementie die vaak op
jonge leeftijd voorkomt. Toen ik het thuis
opzocht op internet, vielen de puzzelstukjes
op hun plaats.
Met een lijstje kenmerken van deze hersenziekte klopte ik weer aan bij de huisarts.
Ik zie haar nog instemmend knikken. Om
erachter te komen of Peter dementerend was,
konden we een intake bij de GGZ aanvragen.
Gelukkig kreeg ik Peter zover dat hij meeging.
Toen ik daar mijn verhaal deed, ijsbeerde hij
maar door de kamer. Hij zei geen woord, was
er nog steeds van overtuigd dat er met hem
VRIENDIN • NL
27
‘Als we eerder hadden geweten
wat hij had, hadden we veel fijner
afscheid kunnen nemen’
niets aan de hand was. Toen de artsen bij de GGZ vertelden dat mijn man
heel erg ziek was, riep ik dat ik dat al jaren wist. Eindelijk kreeg ik erkenning.
Door Peter een roesje te geven, is het gelukt een scan van zijn hoofd te maken.
Die werd opgestuurd naar een neuroloog. Het was een duidelijk verhaal:
Peter lijdt aan FTD. Toch ging hij weer mee naar huis, bij de GGZ was op dat
moment geen plaats voor hem. Maar als het zou escaleren, moest ik meteen
contact opnemen.”
Bang en boos
“Een paar dagen later werd ik zo bang van hem. Het was zaterdagnacht, ik
sliep met de kinderen op een kamer. Linda en ik op twee matrassen naast
elkaar op de grond, Erik in zijn eigen bed. Zo sliepen we al een jaar. Elke
nacht kwam Peter minstens vier keer bij ons binnen. Elke keer stapte hij
eerst over Linda heen, dan met twee voeten bovenop mij en liep dan door
naar het bed van Erik, die hij met een paar tikken in zijn gezicht wakker
maakte. Ik sliep amper.
Die bewuste nacht bonkte hij ook nog eens op de deuren. Ik was bang en boos,
de maat was vol. In pyjama zijn we met z’n drieën naar de buren gevlucht.
Daar heb ik mijn zus gebeld, we konden bij haar terecht. Onder begeleiding
van de politie ben ik nog even naar huis gegaan om spullen te pakken. Peter
zat rechtop in bed en deed of er niets aan de hand was. Toen ik wegliep met
onze tassen, zei hij dat ik niet moest vergeten om te tanken. Ik was verbijsterd.
Hij had totaal niet door dat ik vertrok met de kinderen. Hij liep mee naar
beneden en praatte honderduit tegen de agenten, over de pistolen en of hij
even in de politiewagen mocht kijken.
De volgende dag heb ik meteen contact opgenomen met de GGZ zodat zij snel
een plaats voor hem konden regelen. Een paar dagen later was het zover. Samen
met zijn ouders heb ik Peter weggebracht. Dat ging goed, tot de deur achter
ons sloot. Toen werd hij agressief, ging schelden en schoppen. Hij wilde daar
niet zijn, maar hij kon echt niet meer bij ons thuis wonen.”
Eindelijk rust
aan zijn beroepsgeheim, vastgelegd in
de Nederlandse wet. Peter gaf hem geen
­toestemming om medische informatie aan
mij door te geven. Waarschijnlijk uit angst
voor wat er daarna zou gebeuren.”
Leed besparen
“Peter woont al zeven jaar niet meer thuis.
Hij zit nu in een verzorgingstehuis, daarvoor
verbleef hij in het GGzE, een instelling voor
mensen met bijzondere psychiatrische problemen. Hij is hard achteruitgegaan, hij heeft nu
het niveau van een kind van nog geen twee
jaar. Hij weet nog wie we zijn, maar hij noemt
onze namen al lang niet meer. Hij kan alleen
maar kreten uitstoten. Hij is heel onrustig,
stampt met zijn voeten, wipt op zijn stoel en
rent rond. Hij vertoont ongepast gedrag, knijpt
bijvoorbeeld verpleegsters in hun billen. Hij is
al jaren incontinent.
We gaan elke zondagochtend met z’n drieën
op bezoek. De kinderen voetballen met hem,
of doen kinderspelletjes zoals puzzelen of
kleuren. Erik, Linda en ik vinden het leven
van Peter niet meer menswaardig. Er wordt
fantastisch voor hem gezorgd hoor, maar Peter
heeft dit nooit zo gewild. Niemand wil dit,
geloof me. Artsen hebben ooit gezegd dat
Peter geen vijftig zou worden, maar dat heeft
hij al gehaald. Maar het kan in één keer
­a fgelopen zijn. Zijn slikvermogen is bijna
weg. Gemalen eten krijgt hij nog wel door
zijn keel, maar hij kan zich verslikken in
een koekje dat hij ergens vindt.
Ik deel mijn verhaal met Vriendin omdat ik
andere mensen het leed wil besparen dat wij
al die jaren hebben gehad, in onze zoektocht
naar Peters ziekte. Als we eerder hadden
geweten wat hij had, hadden we veel fijner
afscheid kunnen nemen van elkaar. Inmiddels
kan ik wel weer gelukkig zijn. De kinderen
maken me elke dag blij. Samen hebben we het
goed. In zijn wereld is Peter nu ook gelukkig.
Ik ben mijn man al jaren kwijt, maar blijf
hem verzorgen tot het eind.”
“We waren enorm verdrietig, maar eindelijk was er ook rust voor mij en mijn
gezin. Ik heb de kinderen uitgelegd dat papa ziek was en nooit meer thuis zou
komen. Aan Erik, die was toen elf, vertelde ik dat je zijn hoofd kunt vergelijken
met een computer waarin mappen zitten: ‘Als je papa een vraag stelt, kan
het zijn dat hij ver moet zoeken. Maar het kan ook zijn dat hij de map heeft
verwijderd.’ Voor Linda, die tien was, maakte ik de vergelijking met een
boeken­kast: ‘Papa moet soms lang bladeren voor hij iets weet, het boek met
het antwoord kan ook weg zijn.’
Ook ik moest zes jaar ellende verwerken. Door te schrijven – hele boekwerken
vol – en door naar muziek te luisteren, ben ik uit een diep dal gekropen. Ik ben
nog een keer teruggegaan naar de psychiater in het ziekenhuis waar we na
Peters ontslag waren terechtgekomen. Deze psychiater had ons nog geen twee
weken voordat Peter werd opgenomen gewoon naar huis gestuurd. Ik wilde
hem laten weten dat Peter in een gesloten instelling zat. Hoe had hij kunnen
zeggen dat Peter niets mankeerde?
De arts vertelde me dat Peter tijdens de tests heel slecht scoorde, maar dat hij
had gezegd dat de arts niets tegen mij mocht vertellen. Hij moet zich houden
28 VRIENDIN • NL
Peter en zijn gezin toen hij
nog niet ziek was.
ONS LEVEN
Op Wereld Alzheimer Dag, jaarlijks
op 21 september, wordt internatio­
naal campagne gevoerd om
­a andacht te krijgen voor dementie,
waarvan de ziekte van Alzheimer
de bekendste vorm is. Dit jaar
staan veel activiteiten van
­A lzheimer Nederland in het teken
van muziek, omdat die een
positief effect heeft op het gevoel,
beweging stimuleert en herinne­
ringen kan ophalen.
In Nederland hebben 260.000
mensen een vorm van dementie.
Als gevolg van de vergrijzing zal
dit aantal stijgen naar meer dan
een half miljoen in 2040. Door
­preventie is dit mogelijk te
­verminderen. Het is daarom
belangrijk om risicofactoren van
dementie (roken, overgewicht,
weinig lichaamsbeweging, hoge
bloeddruk en overmatig alcohol­
gebruik) te bestrijden.
Jolanda: ‘We waren enorm verdrietig, maar eindelijk
was er ook rust toen Peter in de gesloten instelling zat.
Ik heb de kinderen uitgelegd dat papa ziek was en nooit
meer thuis zou komen.’
FTD
Reagere
n?
Ken jij ook
iemand die
jong dement is
geworden en wil
je reageren? Mail
je verhaal naar
post@vriendin.
audax.nl of
praat mee op
Vriendin.nl.
Frontotemporale dementie (wat
Peter heeft) komt vaak op jongere
leeftijd voor. Een groot deel van
de patiënten is tussen de 40 en
60 jaar. Naar schatting hebben een
kleine 5000 mensen in Nederland
FTD. Meestal vallen veranderingen
in gedrag als eerste op, ook taal
en spraak kunnen aangetast zijn.
Meer info: www.alzheimer-neder­
land.nl en www.ftdlotgenoten.nl.
VRIENDIN • NL
Tekst: Yvonne Brok. Foto’s: Ruud Hoornstra. Visagie: Lisette Verhoofstad. Met dank aan Alzheimer Nederland.
Wereld Alzheimer Dag
29