Kerstnacht 24 december 2014

KERSTPREEK 2014
dr. Frans Vervooren ocd
GASTEN, VRIENDEN, PAROCHIANEN VAN DEZE KERK, BROEDERS EN ZUSTERS,
De jaarlijkse viering in de christelijke kerken van de geboorte van het Kerstkind
wil ons ontvankelijk maken voor de universele waarden, die de ‘grond’ vormen
van humaniteit in ons kwetsbare bestaan als mensenkinderen. In de orthodoxe
geloofstaal belijden wij: God is mens geworden. Ons mens-zijn is de universele
band met iedereen en overal op deze wereld, een fundamenteel verband dat
wij uit een vorm van liefde hebben mogen ontvangen. Deze herinnering wil het
Kerstkind in de kribbe in ons wakker roepen. Op het slagveld van deze wereld
wordt er, zoals ook in de Kerstnacht honderd jaar geleden, temidden van bruut
geweld, een nieuwe, stille, heilige Nacht gevierd. Universele broeder-en zusterschap hoeft geen sprookje te zijn, maar wordt werkelijkheid waar er ruimte en
tijd is voor het laten gebeuren van het wonder dat de naam van Vrede draagt.
Even kwetsbaar als een pasgeboren kind is die goddelijke naam Vrede, Sjaloom.
Laten we enkele momenten mijmeren over het hoofd, de handen en het hart
van mensenkinderen, die verlangen naar altijddurende Vrede. In de veelheid
van christelijke kerken is het de Remonstrantse broederschap die helder naar
deze drieslag verwijst - hoofd, handen en hart - als ruimte voor het begin van
een persoonlijk geloof, dat zich in het perspectief van een gemeenschap laat
plaatsen. Zó wil dé Kerk deze nacht voor iedereen van goede wil toch zijn: als
een spiegel, waarin de belofte van Vrede te zien valt; als een ‘Huis van Troost’.
Een enkele gedachte over wat er in het hoofd van jonge ouders kan omgaan na
de geboorte van hun kind. Zorg over behoud van gezondheid en zorg over hoe
het groot zal worden, in welke omstandigheden, nog afgezien van de vraag wat
het kind later, wanneer het groot is, zal geworden zijn…het zijn de zorgen en de
dromen die te projecteren zijn op de ouders van het Kerstkind, Maria en Jozef,
in het Kerstverhaal, die hun kind de naam Jezus hebben gegeven, waarin de
droom van Redding en Vrede te beluisteren valt. Deze jonge ouders zijn, zoals
zovelen in de geschiedenis tot op vandaag, op de vlucht geslagen om hun eigen
kind te redden van moord en doodslag. Ouders die dat moeten doen, breken
zich het hoofd over de onoplosbare kluwen van vragen. Je gunt hen rust op de
vlucht naar Egypte, zoals verbeeld hier in deze kerk. Zoals iemand mij schreef:
Koning Herodes stuurde een verhuisbericht vanuit Peshawar in Pakistan, waar
132 schoolgaande kinderen tussen 8 en 18 werden vermoord. Wij kunnen er
1
met ons hoofd niet bij: unieke mensenlevens die er niet-zómaar zijn en er toch
zómaar weer niet-zijn. Laten onze handen goed doen: niet slaan maar zegenen.
Een Kind werd ons, werd de ouders in handen gegeven. Kijkend naar hun kind
vragen de ouders zich af en vragen wij: wie is hij toch? De identiteit, de ziel van
een mensenkind blijft een ondoordringbaar Geheim. Dat is het goddelijke van
een mensenkind, dat kun je - wanneer je dat wilt geloven – de openbaring van
God in een mens noemen. Maar wat zeg je dan? De zenleraar en oud-jezuïet
Ruben Habito (paus Franciscus is lid van dezelfde orde) gaf hier in Amsterdam
een lezing en vatte daarin de vraag naar het geheim van het Kerstkind heel kort
samen: de identiteit van Jezus is als een koan. Met andere woorden: je moet je
hoofd ‘leeg’ maken om te kunnen inzien wie het Kerstkind is én wie jijzelf bent.
EEN minuut stilte is daar wat weinig voor, maar kan op het goede spoor zetten.
Dat goede spoor is de weg van het hoofd naar het hart. Een kind raakt ons hart,
wanneer het hart niet versteend is geraakt en de ziel nog in staat is te smelten.
Dat doet de liefde met ons, die is in staat ons terug te voeren naar de Bron van
ons leven, naar ons oerverlangen, naar de Grond van ons bestaan.
Zo sprak in de laatste aflevering van de ontroerende serie ‘Over Mijn Lijk’ (BNN)
de jonge weduwnaar Luc – na een goede maand getrouwd geweest te zijn met
zijn grote liefde Sylvia – over zijn leven, als het rijden in een auto. Kijk, zei hij. Je
hebt een voorruit en een achteruitkijkspiegel. De laatste is maar heel erg klein,
maar de voorruit is enorm groot. In die achteruitkijkspiegel zie ik mooie en ook
droeve herinneringen, maar ik moet vooruit kijken. En wat zie je door die voorruit ?, vroeg Patrick. Een leven vol hoop, gaf Luc als antwoord. Amos Oz schreef
(samen met zijn dochter) in het boek ‘joden en woorden’ (p.142): “Het leven is
als autorijden met een ondoorzichtige voorruit; je zult moeten afgaan op wat
je in je achteruitkijkspiegels ziet.” Dit beeld is voldoende rijk om er verder zélf
over te mijmeren. Het Kerstverhaal valt te lezen vanuit de achteruitkijkspiegel,
maar is vooral een uitnodiging om het te beleven, als beeld van leven door de
voorruit van je eigen ziel. Het is nacht, misschien wel als een groot zwart gat!,
maar in de verte is er Licht, misschien wel dat van engelen die zingen over de
Vrede op de aarde voor de mensen van goede wil en ja, over de Eer aan God.
Dat er zegen moge neerdalen op ons hoofd, onze handen en ons vragend hart.
2