Artikel in het PSC magazine van januari 2014

OPGROEIEN TUSSEN DE ROUWNEVELEN VAN EEN OVERLEDEN BABY
KATHY BECKERS-MANSELL
loop van het leven dat het per definitie een schokkend verlies is. Er
kan uit een gestagneerd rouwproces een depressie, een paniek- of
angststoornis en zelfs suïcidaliteit ontstaan.
Murat verloor zijn zoon Yasin. Het rouwen om Yasin was heftig en
wanhopig. ‘De zin van het leven had ik samen met Yasin begraven.
Ondanks dat ik nog twee prachtige kinderen had, vervreemdde ik
van alles en iedereen.’ Een aantal weken na het overlijden van Yasin,
ontstond er bij Murat een ernstige angst- en paniekstoornis. Van de
een op de andere dag was hij bang dat hij plotseling dood zou gaan.
‘Ik durfde nergens naartoe te gaan, nergens alleen te zijn, ook thuis
niet. Als ik ergens was, wilde ik eigenlijk continu vluchten.’
Zeker wanneer weeouders rondom het verlies van hun baby genegeerd zijn in hun fundamentele behoefte om op een waardige
wijze afscheid te kunnen nemen van hun kind, kan dat ernstige
gevolgen hebben voor het functioneren van de weeouders en voor
de levende kinderen in het gezin.
Door: Kathy Beckers-Mansell
‘Mijn broertje is dood’, vertelde onze
dochter van bijna vier op een dag aan
de verkoopster, toen ze weer eens een
stukje worst bij de slager kreeg. Haar
opmerking kwam uit het ‘niets’. Haar
tweelingbroertje was op dat moment
bijna vier jaar dood. Inmiddels is onze
dochter een jonge vrouw van bijna achttien jaar. Haar zien opgroeien was ook
hem in gedachten zien opgroeien. Voor
hen beiden hadden we vurige wensen
van een lang en gelukkig leven. Intens
verdrietig waren wij toen zijn gewenste
toekomst na zesentwintig levensdagen
door de dood bevroren werd.
Het leven schonk ons na de tweeling nog een dochter en zoon. Onze
drie levende kinderen groeiden op tussen rouwnevelen. Door de
jaren heen toonden zij een mengeling van verdriet en trots ten aanzien van hun broer, al hebben zij hem niet gekend. De dood doet niets
af aan het feit dat hij een broer is. Het was niet gemakkelijk, maar net
als wijzelf, leerden zij door de langzaam optrekkende nevelen scherp
te zien. Helemaal helder zal het wel nooit worden, maar dat geeft
niet want de nevel is de blijvende verbintenis met hem.
Omdat het verlies van een baby een vaak verborgen rouwproces
teweegbrengt en meer besef daarvan veel onnodig leed kan voorkomen, heeft de auteur een boek geschreven over dit thema: Kathy Beckers-Mansell (2013). Kind van de toekomst. Verhalen over de impact
van het verlies van een baby. Velp: Nieuwe Druk. De fragmenten in
dit artikel zijn afkomstig uit het boek. De auteur is rouwtherapeut.
Vanuit de behoefte aan een naam die een weerspiegeling biedt van
de ingrijpende verandering na het overlijden van een kind, neemt de
auteur de vrijheid om ouders die een kind verloren hebben weeouders – weevader – weemoeder te noemen.
Een rode draad
Wanneer weeouders een baby verliezen, blijft het overleden kind een
wezenlijk deel van hun bestaan omdat de verbintenis niet met de
dood verdwijnt, maar als een rode draad in de toekomst meegaat. Die
rode draad is bij elke weeouder anders van dikte. Daarnaast zitten er
bij de één dikke knopen in, bij de ander is de draad nagenoeg glad. De
levende kinderen in een gezin waarin een baby is overleden, groeien
op langs die draad en kunnen te maken krijgen met ouders met een
diepgaande angst en daarmee samenhangende overbescherming.
Metje had na het overlijden van haar dochter Danny een wurgende
angst om nog een kind te verliezen. Zo werd ze heel erg kwaad op haar
oudste dochter Sandra als zij te laat thuiskwam uit school.
Sommige weeouders durven zich niet goed te verbinden met een volgende baby of ervaren een fundamenteel onbegrip ten aanzien van
het contrast tussen leven en dood binnen hun gezin.
Na het overlijden van haar zoon Yasin, werd dochter Esra bij Martine
geboren. Ze was erg blij met Esra, maar tegelijk was er het gevoel dat
Esra de plaats van Yasin innam. ‘Waarom mag zij wel leven en hij niet?
Als hij was blijven leven, dan was Esra niet geboren.’
Gecompliceerde rouw
Het verlies van een baby kan gecompliceerde rouw tot gevolg
hebben. Het verlies van een baby is zo in strijd met de natuurlijke
40 PSC
In 1981 beleefde Harma een traumatische bevalling waarbij haar
zoon Guus overleed ten gevolge van een ernstige aangeboren aandoening. Ze heeft Guus niet mogen zien en geen afscheid van hem
kunnen nemen. Nadien zakte zij in een diepe put. Dat uitte zich in
een beknellende angst om nog een kind te verliezen, waardoor de
bewegingsvrijheid van haar dochtertje beperkt werd. Er ontstonden
suïcidale gedachten bij Harma. ‘Ik had bij het aardappelen schillen
de gedachte dat ik ook mijn polsen kon doorsnijden. Ik was niet trots
op die gedachte.’ Een wijkverpleegkundige luisterde werkelijk naar
haar, zag haar wanhoop en gaf haar een zetje om verdere hulp te
zoeken.
Gelukkig leven we nu in een tijd waarin het inzicht gemeengoed is
geworden, dat het helend is als weeouders goed afscheid kunnen
nemen en als er herinneringen (foto’s en film, voetafdrukjes, haarlokje, koesterende handelingen) gemaakt worden. Toch zijn er nog
veel weeouders die een dergelijk trauma hebben beleefd en wiens
opgroeiende kinderen geconfronteerd zijn geweest met de gevolgen daarvan.
Hoewel er intussen gelukkig fundamentele verbeteringen zijn
ingevoerd in de zorg rondom het overlijden van een baby, wordt
nog altijd in de maatschappij de impact van het verlies van een
baby niet in zijn werkelijke omvang gezien. Het verdriet wordt
doorgaans gewogen naar levensduur. Hoe korter het kindje
geleefd heeft, hoe minder recht er lijkt te zijn op rouw. Daarnaast
worden weeouders maar al te vaak verondersteld het verdriet terzijde te hebben gelegd als er weer een volgend kindje geboren is.
Door deze aannames vanuit de sociale omgeving kan de rouw om
een gestorven baby verborgen worden, ondergronds verdwijnen
en daardoor uiteindelijk tot gecompliceerde rouw leiden.
ces kan bij weeouders zorgen voor wederzijds onbegrip, verwijdering, relatieproblematiek en echtscheiding. Opgroeiende kinderen
in een gezin met weeouders kunnen hierdoor ernstig secundair
verlies meemaken.
Carmen is de moeder van Sander en Jennifer. Jennifer stierf met zes
maanden. Sander was toen vier jaar.Na het overlijden van Jennifer
is Carmens relatie met de vader van Sander en Jennifer verbroken.
Sander is Carmens levensdraad, de motor van haar bezigheden en
keuzes. Ze is bang om hem ook te verliezen en is een overbezorgde
moeder die ingehaald is door de scheiding en de bezoekregeling die
nu eenmaal van haar vragen om los te laten. Het is soms moeilijk
om een leeg huis te hebben tijdens de dagen dat Sander bij zijn vader
is: twee kinderen gebaard en geen kind in huis.
Door het verlies van een baby kunnen er onbewuste schuldgevoelens op de loer liggen bij een opgroeiend kind: is het mijn schuld
dat de baby gestorven is, is het mij voldoende gelukt om mijn verdrietige ouders gelukkig te maken, heb ik ook het leven van mijn
overleden broer of zus voldoende vormgegeven? Verlangens die
ouders hadden rondom een overleden kind, kunnen mogelijk
onbewust overgedragen worden naar een volgend kind. Het volgend kind kan een innerlijk streven voelen om de leegte te vullen,
wat een zware en bovendien grotendeels vruchteloze opgave is,
omdat de leegte die een overleden baby achterlaat, niet te vullen
is door een ander kind.
Betekenisgeving
Wanneer in een gezin een baby gestorven is, zullen de levende kinderen door dat gegeven geraakt worden. Dat kan, soms ernstige,
gevolgen hebben voor de ontwikkeling van die kinderen, zoals
hierboven geschetst. Wanneer het rouwproces rondom een overleden baby, hoe heftig ook, zo verloopt dat weeouders in staat zijn
hun verlies op een gegeven moment en op enige wijze betekenis
te geven, dan kunnen deze opgroeiende kinderen naast alle pijn en
verdriet ook de vruchten plukken van een hoogontwikkeld rouwbesef. Deze kinderen hebben ondervonden dat het mogelijk is om
op een -uiteindelijk- zinvolle en vredige wijze de meest verscheurende rouw te integreren in hun leven. Wanneer hulpverleners oog
hebben voor dit gegeven en besef hebben van de impact van het
verlies, kunnen ze gezinnen helpen bij het moeilijke proces van
zingeving en het hervinden van een nieuw evenwicht. De impact
van het verlies van een baby is in essentie niet anders dan de
impact van het verlies van een ouder kind, al ontketent het verlies
van een baby een rouwproces met specifieke accenten en nuances.
Wanneer ouders hun kind overleven, zullen de rouwnevelen nooit
helemaal optrekken. •
www.metjari.nl
Amy, de dochter van Gerben, werd dood geboren. Hij vertelt dat
veel mensen geen idee hebben hoe het leven voor hem verder ging
op het moment dat hij hoorde dat zijn kind overleden was, hoe het
bijvoorbeeld voor hem was om het overlijdensbericht aan zijn dochtertje Noa te vertellen. ‘Dat was echt het allerergste dat ik ooit in
mijn leven heb moeten doen: aan mijn dochter vertellen dat haar
broertje of zusje overleden was. Aan het ene kind vertellen dat het
andere kind is overleden. Zo erg!’ Gerben vindt eveneens dat mensen
moeten weten dat het niet zomaar weer goed was, toen Dorien
weer zwanger was en dat Noa niet voor twee kinderen kan tellen.
‘Mensen zeiden: ‘Je hebt Noa toch nog.’ Dus, als er eentje wegvalt,
dan heb ik er toch nog een? Zo werkt het niet. Kinderen zijn geen
knikkers.’
Secundair verlies
Tussen weeouders kunnen grote verschillen in rouwbeleving ontstaan. Het kan zijn dat een weemoeder zich actief inzet in een lotgenotengroep, veel over haar rouw wil praten en veel aandacht
heeft voor herdenkingsrituelen voor het kindje, terwijl de weevader zwijgt over hun overleden baby. De uniciteit van een rouwproPSC 41