Persdossier

Persdossier
Brussel, 25/03/2014
Persontmoeting NIRAS 25/03/2014
NIRAS is de nationale instelling belast met het beheer op korte en op lange termijn
van het radioactieve afval op Belgisch grondgebied.
Het beheer van radioactief afval is een bijzondere onderneming, omdat radioactief
afval heel lang een risico voor mens en milieu inhoudt. Voor het langetermijnbeheer
van radioactief afval onderscheiden we drie categorieën, met verschillende
risiconiveaus:
•
categorie A-afval = laag- en middelactief kortlevend afval
•
categorie B-afval = laag- en middelactief langlevend afval
•
categorie C-afval = hoogactief afval
De veiligheid van mens en milieu is het belangrijkste uitgangspunt in alle
beheeractiviteiten van NIRAS wat betreft het sorteren, verwerken, tussentijds
opslaan en uitwerken van definitieve oplossingen voor elk van deze categorieën
radioactief afval.
In dit dossier komen de volgende onderwerpen aan bod:
1. de gelvaten, een markant feit van 2013,
2. nationaal programma wordt hefboom voor langetermijnbeheer Belgisch
radioactief afval,
3. cAt-project zet stap naar de uitvoering,
4. federale bijdrage verzekert continuïteit sanering BP1 en BP2,
5. ontmanteling van Doel 1 en Doel 2 wordt minutieus voorbereid.
Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen
NIRAS
Kunstlaan 14
1210 Brussel
www.niras.be
1/11
1
De gelvaten, een markant feit van 2013
De problematiek rond de afvalvaten met gelvormige uitloop in het voorjaar
van 2013 is volledig onder controle. De situatie werd nauwgezet in kaart
gebracht met gerichte controles en analyses. Op geen enkel moment was
er een veiligheidsrisico voor de werknemers, de omwonenden en het
leefmilieu. NIRAS zette een specifiek onderzoeksprogramma op, dat ook de
komende maanden en jaren wordt voortgezet.
In het voorjaar van 2013 heeft Belgoprocess bij een routinecontrole in het
opslaggebouw voor laagactief afval een zeer beperkte gelvormige uitloop
vastgesteld bij een aantal afvalvaten. Bij een systematische inspectie van hetzelfde
type vaten trof men in verschillende vaten gelvorming aan op de betonmatrix
waarin het afval wordt ingesloten. De situatie werd in kaart gebracht met gerichte
controles en analyses. Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC)
werd onmiddellijk op de hoogte gebracht. Op geen enkel moment was er een
veiligheidsrisico voor de werknemers, de omwonenden en het leefmilieu.
Inspectie- en controleprogramma afgerond
Om de situatie in kaart te brengen, werd een uitgebreid controleprogramma
uitgewerkt. Daarbij werden alle productiereeksen gescreend die verwerkt werden
door de kerncentrale van Doel. Ook vaten van andere afvalproducenten, zoals de
kerncentrale van Tihange, werden onderzocht. Dat controleprogramma werd eind
2013 afgerond. Uit de resultaten bleek dat het fenomeen van gelvorming vooral
voorkomt bij vaten met concentraatafval verwerkt in de kerncentrale van Doel
(grootteorde 7000 vaten). Uit het wetenschappelijke onderzoek blijkt dat een
alkali-silicareactie in het beton dat het radioactieve afval inkapselt, de oorzaak is
van de gelvorming.
Veiligheid van de opslag blijft verzekerd
De veiligheid van de tussentijdse opslag van de vaten met gelvorming blijft steeds
verzekerd en wordt verder nauwkeurig opgevolgd. Normaal zouden de vaten
geborgen worden in de oppervlaktebergingsinstallatie die in Dessel wordt
voorbereid. NIRAS acht de vaten met gelvorming hiervoor momenteel echter niet
geschikt. Ze beantwoorden niet aan de zeer strikte kwaliteitseisen voor berging en
kunnen in die toestand niet geborgen worden. NIRAS volgt nu de vaten nauwgezet
op en focust haar onderzoek op het langetermijnbeheer, zodat de veiligheid te allen
tijde gegarandeerd is, nu en in de verre toekomst.
NIRAS zet onderzoeksprogramma voort en evalueert acceptatiesysteem
Er werd een onafhankelijk panel van nationale en internationale experts
samengesteld. Dat panel zal in eerste instantie een advies uitbrengen over de
inspecties die tot nu toe zijn uitgevoerd, over het controle- en
onderzoeksprogramma en over de interpretatie van de resultaten en conclusies van
de analyses. In een volgende fase zullen NIRAS en de experts zich buigen over het
langetermijnbeheer van de getroffen vaten. Het expertenpanel zal ook
aanbevelingen formuleren voor verder onderzoek. Het onderzoeksprogramma zal
zeker nog twee tot drie jaar duren. Pas daarna neemt NIRAS een beslissing over de
mogelijke maatregelen om de veiligheid van de vaten te garanderen op lange
termijn. NIRAS gaat ook haar afvalacceptatiesysteem evalueren, en het systeem
toetsen aan internationale systemen en waar nodig bijsturen.
2/11
2
Nationaal programma wordt hefboom voor
langetermijnbeheer Belgisch radioactief afval
NIRAS heeft een alomvattende aanpak klaar voor het langetermijnbeheer
van al het Belgische radioactieve afval. Die aanpak zal worden vertaald in
het nationale programma waaraan NIRAS werkt ter uitvoering van de
Europese richtlijn. De omzetting van de Europese richtlijn in Belgisch recht
ligt momenteel voor in het parlement. Voor het categorie A-afval heeft
België de stap naar de uitvoering al gezet: voor die afvalstroom zal in het
Antwerpse Dessel een oppervlaktebergingsinstallatie gebouwd worden. De
start van de uitvoering van het bergingsproject voor categorie A-afval is
een mijlpaal. Het nationale programma is een belangrijke hefboom om ook
het langetermijnbeheer voor de andere afvalstromen concreet uit te
werken. De recente aanpassing van het financieringssysteem versterkt
bovendien het financiële plaatje voor het langetermijnbeheer.
Het langetermijnbeheer van het Belgische radioactieve afval wordt steeds
concreter. Met het cAt-project, het geïntegreerde project voor oppervlakteberging
in Dessel, creëert NIRAS, in samenwerking met de lokale partnerschappen, een
oplossing voor al het Belgische categorie A-afval – het laag- en middelactieve,
kortlevende afval. Uniek aan het cAt-project is dat het technische concept van
afvalberging hand in hand gaat met een breed maatschappelijk project voor de
regio. De technische en maatschappelijke voorbereiding van het cAt-project nam
verschillende decennia in beslag. De investering bedraagt 1,2 miljard euro voor het
volledige project tijdens de volledige levensduur. Met de aanleg van de los- en
laadkade zette het project vorig jaar de stap naar de uitvoering. Voor de bouw en
exploitatie van de eigenlijke bergingsinstallatie is de nucleaire vergunning cruciaal.
Daartoe buigt het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) zich
momenteel over de vergunningsaanvraag en het veiligheidsdossier, die NIRAS
begin 2013 heeft ingediend.
Meer info over het cAt-project: zie punt 3.
Beleid B&C-afval kan worden uitgestippeld
Ook voor het categorie B&C-afval, dat is hoogactief en/of langlevend afval, heeft
NIRAS al heel wat stappen gezet.
Het R&D-programma voor het
langetermijnbeheer werd veertig jaar geleden opgestart door het SCK•CEN.
Intussen heeft dit programma een vergevorderd stadium van technische maturiteit
bereikt.
Op basis van de resultaten verkregen op technisch en wetenschappelijk vlak, vooral
dankzij de exploitatie van HADES, het ondergrondse onderzoekslaboratorium dat in
het hart van de Boomse klei in Mol werd gebouwd, ontwikkelde NIRAS een plan
voor deze afvalstroom. Dat Afvalplan werd op 26 september 2011 aan de federale
regering overhandigd. De regering heeft zo alle beschikbare elementen in handen
om het beleid voor het categorie B&C-afval uit te stippelen.
Visie voor radiumhoudend afval en (TE)NORM-afval in de maak
Ook voor radiumhoudend afval en voor NORM-afval (naturally occuring radioactive
materials) en TENORM-afval (technologically enhanced naturally occuring
radioactive materials) krijgt de visie momenteel vorm.
3/11
-
Radiumhoudend afval. Het vroegere Union Minière, nu Umicore genoemd,
voerde destijds activiteiten uit op zijn site voor de extractie van radium en
uranium. Bij die activiteiten ontstond radioactief afval en werd de site
radioactief verontreinigd. Als de volledige site gesaneerd is, zal het
radioactieve afval op termijn worden toevertrouwd aan NIRAS, die het op
lange termijn zal beheren. NIRAS heeft, in nauwe samenwerking met
Umicore, een visiedocument uitgewerkt, dat moet resulteren in een
afvalplan.
-
NORM en TENORM. Sommige types van stoffen hebben momenteel nog
niet het statuut van radioactief afval, maar zouden dit statuut later kunnen
verwerven. Dit is het geval voor de natuurlijke radioactieve stoffen (NORM)
en de natuurlijke radioactieve stoffen met technologisch verhoogde
concentratie (TENORM). NORM verwijst meer concreet naar grondstoffen
met niet te verwaarlozen concentraties van natuurlijke radionucliden die bij
bepaalde industriële activiteiten worden gebruikt (bijvoorbeeld de fosfaat- of
cementnijverheid). TENORM verwijst naar de residu's van productieprocedés
die gebaseerd zijn op de toepassing van natuurlijke radioactiviteit. Die
grondstoffen en residu's kunnen een risico op radiologische blootstelling
meebrengen. Ook voor NORM- en TENORM-afval wordt een visiedocument
opgesteld, dat vervolgens moet uitmonden in een afvalplan.
Nationaal programma bundelt beheervisies
NIRAS zal de verschillende strategieën voor de diverse afvalstromen integreren in
het nationale programma. Met dat nationale programma geeft België uitvoering aan
de Europese richtlijn (2011/70/Euratom), die alle lidstaten verplicht om een beleid,
nationaal kader en programma te ontwikkelen voor het veilige beheer op lange
termijn van radioactief afval en verbruikte splijtstof. Al die voorbereidende stappen
moeten België in staat stellen zijn beleid en nationale programma voor het
langetermijnbeheer te concretiseren en in augustus 2015, zoals de Europese
richtlijn het voorschrijft, in te dienen bij de Europese Commissie (zie kaderstuk).
Omzetting van Europese richtlijn in Belgisch recht
Op 31 januari 2014 keurde de ministerraad een voorontwerp van wet goed
dat de Europese richtlijn (2011/70/Euratom) voor een verantwoord en
veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval omzet in
Belgisch recht. De Europese richtlijn voert een beleid, nationaal kader en
programma in voor het veilige beheer op lange termijn van radioactief
afval en verbruikte splijtstof. België moet zijn nationale programma, dat
uitvoering geeft aan de richtlijn, ten laatste op 23 augustus 2015
publiceren.
Op 19 juli 2011 kondigde de Europese Raad de richtlijn af tot vaststelling van een
communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte
splijtstof en radioactief afval. Deze richtlijn, die door alle Europese lidstaten moet
worden geïmplementeerd, stelt een raamwerk vast voor het verantwoordelijk en
veilig beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof. De richtlijn is van
toepassing op alle stadia van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief
afval, van de productie tot de berging. De richtlijn bepaalt dat het systeem van
4/11
langetermijnbeheer slechts minimale lasten mag overdragen op de toekomstige
generaties.
Volgens de richtlijn moeten de lidstaten hun nationale programma, dat alle
bepalingen uit de richtlijn implementeert, bekendmaken. De lidstaten moeten dat
nationale programma zo snel mogelijk, ten laatste tegen 23 augustus 2015,
invoeren.
België heeft al een nationaal kader voor het beheer van verbruikte splijtstof en
radioactief afval. In 1980 gaf de federale overheid immers de opdracht voor de
oprichting van NIRAS. Het Federaal Agentschap voor Nucleair Controle (FANC), dat
de nucleaire vergunningen voor nucleaire installaties uitreikt en toezicht houdt op
de installaties, werd bij wet opgericht in 1994.
Het huidige voorontwerp van wet omschrijft de procedures die het opstellen van
een nationaal beleid en nationale programma's mogelijk maken. Het introduceert
ook de begrippen ‘omkeerbaarheid’, ‘terugneembaarheid’ en ‘controleerbaarheid’,
waarvan de draagwijdte geval per geval moet worden gedefinieerd in de nationale
beleidsbeslissingen.
Financiering volgens concrete beheerpistes
Om een veilig en efficiënt langetermijnbeheer te kunnen garanderen, moet NIRAS
over de nodige middelen beschikken op het moment dat de verschillende stappen
van het afvalbeheer worden uitgevoerd. De federale ministerraad heeft op 14 maart
2014 beslist dat de financieringsprincipes voor het langetermijnbeheer van
radioactief afval, die NIRAS toepast, moeten worden aangepast. Die aanpassing
versterkt het financieringssysteem en zorgt voor een stabiel financieel kader. De
bijdragen van de afvalproducenten worden voortaan – voor alle afvalstromen –
eenduidig toegewezen aan een welbepaalde stap in het langetermijnbeheer: het
bouwen van de infrastructuur, de exploitatie en het ontmantelen van de
opslaggebouwen of het sluiten van de bergingsinstallatie.
Het beheer van radioactief afval omvat verschillende stappen, waaronder de
verwerking, de tussentijdse opslag en het beheer op lange termijn. Wie afval
produceert, draagt ook de kosten voor het verdere beheer ervan. De producenten
van radioactief afval betalen aan NIRAS een bijdrage naarmate die het afval van
hen in ontvangst neemt om het verder veilig te beheren. De bijdragen worden
betaald naar rato van de in ontvangst genomen hoeveelheid afval en het soort
afval.
Geen financiële lasten voor de toekomstige generaties
Om ervoor te zorgen dat het radioactieve afval veilig en efficiënt beheerd kan
worden op lange termijn, zonder dat het een financiële last met zich meebrengt
voor de gemeenschap, werd een fonds op lange termijn (FLT) opgericht.
Het fonds bestaat uit drie compartimenten. Het eerste compartiment bevat de
middelen voor de opslag van het afval. Met het tweede compartiment zal NIRAS het
technische luik van het oppervlaktebergingsproject in Dessel financieren. In die
bergingsinstallatie zal al het Belgische laag- en middelactieve kortlevende afval
geborgen worden. In het derde compartiment worden provisies aangelegd voor de
geologische berging van het hoogradioactieve en/of langlevende afval. Over de
eindbestemming van die afvalstroom is nog geen beslissing genomen, maar gezien
de internationale consensus rond geologische berging legt NIRAS nu al provisies
aan voor het scenario van geologische berging.
5/11
Aangepaste financiering
Door de aanpassing van het financieringssysteem krijgen de drie compartimenten
van het FLT een bijkomende onderverdeling. Op die manier is het voor de
afvalproducent meteen duidelijk wat hij betaalt voor welk aspect van het
langetermijnbeheer: het bouwen van de infrastructuur, de exploitatie en het
ontmantelen van de opslaggebouwen of het sluiten van de bergingsinstallatie.
De nieuwe reglementering treedt gefaseerd in werking: tegen 31 december 2018
moeten NIRAS en de producenten de nieuwe bepalingen hebben doorgevoerd.
Om een veilig en efficiënt langetermijnbeheer te kunnen garanderen, moet NIRAS
over de nodige middelen beschikken op het moment dat de verschillende stappen
van het afvalbeheer worden uitgevoerd. Daarom zal NIRAS de herziening van de
tarieven nu anders berekenen, namelijk niet alleen op basis van het toekomstige
afval, maar ook op basis van het afval dat vroeger al werd opgehaald.
6/11
3
Het cAt-project zet de stap naar uitvoering
In de Antwerpse gemeente Dessel realiseert NIRAS het cAt-project, het
geïntegreerde project voor oppervlakteberging van het Belgische categorie
A-afval. De technische en maatschappelijke voorbereiding van het cAtproject, een investering die goed is voor in totaal 1,2 miljard euro, nam
verschillende decennia in beslag. Met de aanleg van de los- en laadkade
zette het project vorig jaar de stap naar de uitvoering. De indiening van de
vergunningsaanvraag bij het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle
(FANC) was in dat opzicht een mijlpaal in 2013. NIRAS ontwikkelt nu de
industriële gebouwen en doorloopt een gestructureerd proces met het
FANC om de nucleaire vergunning te verkrijgen.
Wat is het cAt-project?
Het cAt-project is het geïntegreerde project van oppervlakteberging, dat NIRAS in
Dessel realiseert. Het biedt een langetermijnoplossing voor al het Belgische
categorie A-afval, dat is laag- en middelactief kortlevend afval. Het project wordt
uitgewerkt in nauwe samenwerking met de partnerschappen STORA (Studie- en
Overleggroep Radioactief Afval in Dessel) en MONA (Mols Overleg Nucleair Afval
Categorie A). Die benadering moet resulteren in een bergingsinstallatie die veilig en
betrouwbaar is en gedragen wordt door de omgeving.
Vergunningsaanvraag ingediend bij het FANC
Op 31 januari 2013 diende NIRAS haar vergunningsaanvraag in bij het FANC om de
bouw- en exploitatievergunning voor de bergingsinstallatie in Dessel te verkrijgen.
NIRAS heeft jarenlang studies en onderzoeken uitgevoerd, samen met
onderzoekscentra en studiebureaus uit België en daarbuiten, met als doel een
alomvattend veiligheidsdossier op te stellen. Met dat internationaal gereviewde
dossier toont NIRAS aan dat de veiligheid van de bergingsinstallatie verzekerd is,
zowel bij de bouw en exploitatie als tijdens de volledige levensduur van de
installatie.
Het FANC buigt zich momenteel over de vergunningsaanvraag en het
veiligheidsdossier en koppelt op regelmatige basis terug naar NIRAS met vragen en
opmerkingen. Het proces om tot de uiteindelijke vergunning te komen, kan twee
tot drie jaar duren. Intussen werkt NIRAS verder aan het verfijnen van de plannen
voor de andere gebouwen. Ook is ze gestart met de realisatie van onderdelen die
niet afhankelijk zijn van de nucleaire vergunning.
Voorbereidingen en realisaties op het terrein
NIRAS heeft een nieuwe kade aangelegd langs het kanaal Bocholt-Herentals in Mol.
Via die kade laat NIRAS zowat alle materialen voor de bouw en de exploitatie van
de bergingssite aan- en afvoeren. Dankzij de kade ondervindt de regio geen
verkeershinder als gevolg van de bouw en exploitatie van de bergingssite. Intussen
is NIRAS ook gestart met de aanleg van de ontsluitingsweg. Wanneer die klaar is,
kunnen ook andere bedrijven uit de omgeving gebruikmaken van de kade. Zo
kunnen zij voordeel halen uit de bouw van de bergingssite.
Ook de industriële gebouwen krijgen concreet vorm: NIRAS finaliseerde het
ontwerp van de caissonfabriek en de installatie voor de productie van monolieten
(IPM). In de caissonfabriek worden de betonnen kisten (caissons) gefabriceerd
waarin het afval wordt ingekapseld. In de IPM wordt het radioactieve afval in de
caissons geplaatst en overgoten met mortel. De technische bestekken voor de
7/11
aanbesteding van de bouw van de IPM zijn klaar. De nucleaire vergunning voor de
IPM wordt dit jaar verwacht. Ook voor de caissonfabriek is NIRAS de technische
bestekken aan het voorbereiden. Zodra bekend is wanneer de exploitatie van de
bergingsmodules zal starten, kan de planning voor de bouw van de caissonfabriek
en de IPM worden opgemaakt. Ook de planning voor de bouw van het
administratieve gebouw tekent zich steeds duidelijker af. NIRAS vraagt in het
voorjaar de bouw- en milieuvergunning voor dat gebouw aan en wil nog dit jaar de
aanbestedingsprocedure uitschrijven.
NIRAS wil alle technieken en parameters perfect beheersen als binnen enkele jaren
de bouw van de bergingsmodules van start gaat. Ter voorbereiding van de bouw
van de bergingsinstallatie voert NIRAS daarom een reeks experimenten uit op reële
schaal. In de demonstratieproef bouwde NIRAS bepaalde onderdelen van de
bergingsmodules na en onderwierp die – tijdens en na de bouw – aan een reeks
tests en metingen. Op basis van de testresultaten werden de constructieparameters
intussen geoptimaliseerd. Er worden nog extra testwanden opgetrokken om de
technieken verder te verfijnen.
Blauwdruk voor uitvoering cAt-project
In 2010 publiceerde NIRAS het eerste masterplan over het cAt-project. Dat plan
doet het relaas van de totstandkoming van het cAt-project, beschrijft de filosofie
van het project en de samenhang tussen de deelprojecten, geeft de stand van
zaken in maart 2010 en somt de concrete actiepunten voor de toekomst op. Nu,
vier jaar later, is de tijd rijp om opnieuw de balans van het project op te maken en
een tweede editie van het masterplan te publiceren. Dat tweede masterplan vormt
als het ware de blauwdruk om het cAt-project te realiseren.
Het lokale draagvlak wordt bestendigd
NIRAS werkt de maatschappelijke meerwaardeprojecten verder uit. Dat zijn de
projecten die voortkomen uit de bijkomende voorwaarden die de partnerschappen
stelden om de bergingsinstallatie in hun regio te aanvaarden. Zo zet NIRAS in op de
bestendiging van het lokale draagvlak.
8/11
4
Federale bijdrage verzekert continuïteit sanering BP1 en
BP 2
Ook de sanering van de nucleaire passiva behoort tot de taken van NIRAS.
Tot en met 2018 zal NIRAS jaarlijks 69 miljoen euro, gefinancierd via de
federale bijdrage, ontvangen voor de verdere sanering van de sites BP1 en
BP2 in Dessel en Mol. Sinds augustus 2012 is NIRAS ook belast met de
sanering en ontmanteling van de installaties van Best Medical Belgium in
Fleurus. De sanering wordt voornamelijk gefinancierd door het Waalse
Gewest. Na de belangrijke saneringsactiviteiten die al werden uitgevoerd,
zal vanaf 2015 ook de volledige ontmanteling van de installaties van start
gaan.
De federale bijdrage dient om de sanering van de nucleaire passiva BP1 en BP2 uit
te voeren, maar ook voor de verwerking, conditionering, opslag en berging van het
afval dat daardoor ontstaat. NIRAS heeft ervoor gezorgd dat hiervoor 69 miljoen
euro per jaar (btw niet inbegrepen) beschikbaar is in de periode 2014-2018. Het
koninklijk besluit daarover trad in werking op 1 januari 2014.
Om de omvang van de federale bijdrage te berekenen, baseert de overheid zich op
een rapport van NIRAS, dat de saneringsdoelstellingen voor de nucleaire passiva
beschrijft. Aan die doelstellingen zijn ook een activiteitenplan en een
financieringsplan gekoppeld.
Verdere sanering van BP1 en BP2 verzekerd
In Dessel en Mol staat de sanering en het afvalbeheer van twee vroegere nucleaire
sites op het programma: de site van Eurochemic in Dessel (site 1 of BP1) en de
vroegere 'Waste'-afdeling (site 2 of BP2) van het SCK•CEN in Mol. De vroegere
proefopwerkingsfabriek Eurochemic werd halverwege de twintigste eeuw opgericht
door dertien OESO-lidstaten, om splijtstoffen uit gebruikte kernbrandstof te
recycleren. In 1974 sloot Eurochemic definitief de deuren; in 1986 kreeg NIRAS van
de Belgische overheid de opdracht om de sanering en de ontmanteling van de site
op te starten. Begin 1989 kreeg NIRAS ook de opdracht om de vroegere 'Waste'afdeling van het SCK•CEN in Mol te beheren en te saneren. Het
saneringsprogramma van BP1 en BP2 voor de periode 2014-2018 houdt rekening
met de industriële saneringsplannen voor die sites. Belgoprocess, de industriële
dochteronderneming van NIRAS, voert de saneringen uit.
-
Op 10 maart 2014 ging op de site BP1 de conventionele afbraak van het
westelijke en laatste deel van de opwerkingsfabriek officieel van start. Na de
afbraak van het oostelijke deel in 2008 en het centrale deel in 2010 vormt
dit de allerlaatste fase in het afbraakproces van de voormalige
opwerkingsfabriek. Eind 2013 bedroeg de totale hoeveelheid geproduceerde
afvalstoffen, afkomstig van de ontmantelingsactiviteiten in Eurochemic,
26 771 ton. Daarvan kon al 92 procent gerecycleerd worden. Verwacht
wordt dat bij voltooiing van de sanering 95 procent gerecycleerd zal zijn. De
saneringswerken zullen vanaf nu betrekking hebben op de hulpgebouwen.
-
De sanering van BP2 is van start gegaan in 1998. In totaal zullen daar een
dertigtal installaties ontmanteld worden. In 2014 gaat Belgoprocess verder
met het leegmaken van een aantal opslaggebouwen voor conventioneel
afval op de site BP2. Ook de radioactieve afvalstromen, met uitzondering
9/11
van radiumhoudend afval, worden in 2012-2019 geleidelijk verwijderd en
verwerkt. Vanaf 2020 zal op de site enkel nog radiumafval verwerkt en
opgeslagen worden, in afwachting van zijn definitieve bestemming.
Sanering en ontmanteling BMB in Fleurus vorderen gestaag
Sinds augustus 2012 is NIRAS ook belast met de sanering en ontmanteling van de
installaties van Best Medical Belgium (BMB) in Fleurus. Dat bedrijf was
gespecialiseerd in de productie van radio-isotopen en werd in mei 2012 failliet
verklaard. Daarna werd NIRAS verantwoordelijk voor de sanering en ontmanteling
van de installaties waarvoor geen overnemer gevonden werd. De sanering wordt
vooral gefinancierd door het Waalse Gewest. Sinds 8 oktober 2012 beschikt NIRAS
over een vergunning van het FANC om de installaties veilig te beheren en te
saneren. De eerste saneringsoperaties zijn inmiddels uitgevoerd. Al het
operationele productieafval werd opgehaald en naar de site van Belgoprocess in
Dessel gevoerd. Daar werd het verwerkt en tijdelijk opgeslagen, in afwachting van
de definitieve eindbestemming. Tijdens de volgende saneringsoperaties zal ook het
overige afval uit de installaties verwijderd worden. De volledige sanering zal zo’n
twee jaar duren.
Daarna zal NIRAS met de ontmanteling starten. Die is gepland tijdens de periode
2015-2020. Op 8 oktober 2013 diende NIRAS een gedetailleerd ontmantelingsplan
voor de installaties van die site in bij het FANC.
10/11
5
Ontmanteling Doel 1 en Doel 2 minutieus voorbereid
Als de kernreactoren Doel 1 en Doel 2 worden stilgelegd, zullen ze worden
ontmanteld. NIRAS bereidt die ontmanteling momenteel nauwgezet voor,
samen met Electrabel. De aanpassingen aan de verwerkingsinstallaties en
de taakverdeling voor de verschillende stappen van het afvalbeheer
worden besproken in gespecialiseerde werkgroepen.
Bij de ontmanteling van Doel 1 en 2 zal ongeveer 5 000 m³ afval van categorie A
en 350 m3 van categorie B geproduceerd worden. Na de ontmanteling moet dat
afval worden getransporteerd, verwerkt, opgeslagen en ten slotte geborgen. Hoe
dat precies in zijn werk zal gaan en wie welke taken voor zijn rekening zal nemen,
is momenteel het onderwerp van overleg tussen NIRAS en Electrabel. Om de
overdracht van en de controle op het afval in goede banen te leiden, bekijken
NIRAS en Electrabel ook hoe ze hun planning op elkaar kunnen afstemmen.
Op die manier is NIRAS goed voorbereid op het moment dat de kerncentrales
buiten werking worden gesteld en de ontmanteling moet worden uitgevoerd. De
ontmanteling wordt gefinancierd door de provisioneringsvennootschap (Synatom)
die hiervoor bij wet gemachtigd is.
Het spreekt vanzelf dat de toekomstige berging van categorie A-afval een
essentiële schakel is in het langetermijnbeheer van het geproduceerde afval.
Meer info - niet voor publicatie:
NIRAS
Evelyn Hooft
+32 14 33 00 04
+ 32 475 60 25 04
11/11