Vrouw zijn in een multiculturele samenleving

EMERITIFORUM KU LEUVEN
p.a. “Eygen Heerd”
Minderbroedersstraat 5
B-3000 Leuven
KU LEUVEN
Vrouw zijn in een multiculturele samenleving
ONS KENMERK
UW KENMERK
Forumgesprek nr. 87
LEUVEN,
Spreker: prof. Nadia Fadil (Centrum voor Interculturalisme, Migratie en Minderheden, KU Leuven)
prof.Chia Longman (Genderstudies, UGent)
Inleider-moderator: em.prof. Agnes De Munter
Plaats: Willem van Croÿzaal, Convent van Chièvres, Groot Begijnhof
Datum: donderdag 30 januari 2014
_____
Ter beschikking gestelde documentatie:
- inleiding, tekst van em. prof. A. Van de Putte
- Vrouw zijn in een multiculturele samenleving, PowerPoint-presentatie (6 dia’s),
em. prof. A. De Munter
- PowerPoint-presentatie (42 dia’s), prof. N. Fadil
- Gender, lichaam en religie, PowerPoint-presentatie (21 dia’s), prof. Ch. Longman
- aanbevolen lectuur:
° ‘Sacrificing the Carreer or the Family?: Orthodox Jewish Women between Secular Work an the
Sacred Home’, European Journal of Women’s Studies, 2008, 15, p.223-239, door Chia Longman
°‘Le paradoxes du débat sur le féminisme et le multiculturalisme’, Séries Europe des cultures/Europe of
cultures, vol.2, Peter Lang, 2010, p.11-32, door Gily Coene en Chia Longman
°‘Eigen emancipatie eerst? Over de rechten en representatie van vrouwen in een multiculturele
samenleving’, Academia Press, 2005, 175 pp., Gily Coene & Chia Longman (red.)
_____
Secretariaat : tel. 016/32 07 77 - Fax 016/32 37 38
e-mail : [email protected]
BLAD NR.
2
ONS KENMERK
UW KENMERK
LEUVEN,
De voorzitter van het Emeritiforum verwijst naar em. prof. Steiner en diens stelling in zijn ‘Antigones’ dat
o.m. de confrontatie tussen man en vrouw een van de voornaamste constanten van conflict in de
menselijke conditie is. Onze identiteit - aldus die schrijver - komt tot stand in een dialoog en daaraan is
niet te ontsnappen, dus ‘not negotiable’. Deze dialoog geeft aanleiding tot dialectiek, tot een strijd om
erkenning. In die dialectiek gaat het o.m. over de betekenis van het feit dat we man of vrouw geboren
worden. Gewijzigde omstandigheden kunnen het wederzijdse zelfverstaan, die dialectiek opnieuw
activeren. En een van die gewijzigde omstandigheden zijn de ervaringen verbonden met het leven in
een multiculturele samenleving.
Em. prof. André Van de Putte stelt de inleider-moderator voor aan de hand van haar cv.
De vrouw is van alle tijden en universeel. De Nicaraguaanse Gioconda Belli dichtte er over (‘En God
maakte me vrouw’) en de Nederlandse Annneke Haasnoot stelde in ‘Vrouwen’ dat zij de zaken
overeind hielden, ook bij een clash van culturen. De Vlaamse dichter Bart Moeyaert van zijn kant
schreef zijn gevoelens ter zake neer in ‘Nieuwstad 14’.
Em. prof. Agnes De Munter stelt dat sinds de tweede feministische golf de rol van de Westerse vrouw
aanzienlijk verbeterd is. Toch zijn de idealen die de vrouwenbeweging vooropstelde nog niet helemaal
ingelost: recht op algehele zelfontplooiing, grotere autonomie, meer gelijkheid en het doorbreken van
klassieke rolpatronen en patriarchale machtsverhoudingen. Vrouwen zijn op een aantal plaatsen ook
nog ondervertegenwoordigd!
de
Voor de niet westerse allochtone vrouwen is de toestand ernstiger. Minder dan 1/3 vrouwen van
Marokkaanse en Turkse afkomst heeft werk.
In België wonen 188 verschillende nationaliteiten. 75% van de Belgische bevolking is van Belgische
origine, 25% is dit niet. 13% komt uit de EU-landen en 12% is afkomstig van buiten de Europese Unie
(dia 2). De integratiemonitor wijst uit dat één op de drie kleuters van vreemde herkomst is.
Onze samenleving is vandaag zowel geseculariseerd als multireligieus. Uit een ondervraging in 2010
door een Amerikaanse denktank (dia 3) blijkt dat 64 % van de ondervraagde Belgen zich christelijk
noemt en dat 6 % zich moslim noemt. Sedert 9/11 wordt etniciteit gemakkelijk vereenzelvigd met religie!
De vraagstelling kan, mee gelet op het thema van dit forumgesprek, geconcretiseerd worden naar de
tradities, de gebruiken en de gedragscodes die allochtone vrouwen wensen te behouden t.a.v. hun
culturele, etnische en/of religieuze identiteit.
Is het terecht etniciteit te vereenzelvigen met religie? Betekent multicultureel ook multireligieus? Biedt
de multiculturele samenleving vandaag gelijke emancipatiekansen aan allochtone en autochtone
vrouwen? Is de geringe inschakeling van allochtone vrouwen in hogere functies soms niet het gevolg
van een bewuste individuele, maatschappelijke keuze, of van bepaalde hinderpalen (erkenning van
diploma’s of…hoofddoek)?
2
BLAD NR.
3
ONS KENMERK
UW KENMERK
LEUVEN,
Het lichaam van de vrouw wordt in bepaalde religies en culturen dikwijls als bron van kwaad en
onreinheid gezien en moet hierom bedekt worden en mag niet aangeraakt worden.
De hoofddoek heeft voor moslima’s een symbolische en iconische betekenis gekregen. De
verschillende opvattingen over vrouwenemancipatie in de multiculturele samenleving worden in het
hoofddoekendebat op de spits gedreven. Een veel voorkomend idee in het Westen is dat de hoofddoek
en de islam, religie in ’t algemeen, niet samengaan met de individuele vrijheid, autonomie en
vrouwenemancipatie. Meer concreet zijn de vragen:
- Zijn vormen van sluiering uitingen van vrouwenonderdrukking?
- Vinden allochtone vrouwen dit zelf een inperking van hun individuele vrijheid en autonomie?
- Zijn westerse feministes niet te vaak anti-religie en dus anti-islam?
- Achten migrantenvrouwen mensenrechten ondergeschikt aan traditie, etnisch gebruik of religieuze
voorschriften?
- Zijn bepaalde gebruiken en gedragscodes niet een rem voor de participatie aan het onderwijs en de
emancipatie van deze vrouwen?
De inleider-moderator stelt met hun resp. cv de beide spreeksters voor alsook hun invalshoek bij de
bespreking van het onderwerp.
Prof. Nadia Fadil bespreekt het hoofddoekdebat aan de hand van haar PPt. De discussie mag niet
uitgaan van de veronderstelling dat multiculturalisme slecht is voor vrouwen (zie in dit verband al in
1997 de opvattingen van Susan Moller Okin, ‘Is multiculturalism bad for women?’). Exemplarisch voor
het debat is de seksualisering of de gendering ervan. Een illustratie daarvan is Paul Scheffers ‘Het
Multiculturele Drama’ waarin politiek Nederland zich heeft laten vangen, of een uitzending als ‘Femme
de la Rue’ en natuurlijk ‘l’Affaire des foulards’. Over die hoofddoek bestond geen controverse tot in
1989 in Creil (een Parijse voorstad), die eerst tot een systeem van appreciatie door elke school zelf
leidde en dan tot een algemene wet: geen zichtbare religieuze tekenen in scholen. Deze discussie
waaide over naar België en leidde er tot de vraag van Go! naar een algemene richtlijn, en de wet van
2011 op het verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte met als motief de emancipatie van de
vrouw. Er was een associatie ontstaan tussen het multiculturele vraagstuk en het gendervraagstuk, met
de hoofddoek als casestudy.
De hoofddoek valt niet samen met de geschiedenis van de islam, maar heeft al Assyrische wortels
(ongeveer 1000 vóór Christus) en ook in hellenistische en vroeg-christelijke tradities in het Byzantijnse
rijk: de ‘oikos’ van de vrouw t.o.v. de publieke ruimte voor de man. De idee werd overgenomen door de
islam, waar voordien vrouwen een actieve rol vervulden, zoals Khadija, de eerste vrouw van de profeet.
Het dragen van een hoofddoek is overigens ook een mannenzaak: Emirati, Touareg, Sikh, en … de
profeet zelf [Idolatrie is altijd een grote zonde geweest binnen de islam. Het is daarom dat de profeet
niet afgebeeld wordt binnen de islamitische traditie en/of indien hij afgebeeld werd dit met een
gezichtssluier was. Binnen de meer strenge orthodoxe opvattingen worden mensen en dieren ook niet
3
BLAD NR.
4
ONS KENMERK
UW KENMERK
LEUVEN,
afgebeeld - weerom uit vrees voor idolatrie]. De koran - zie Surat Ahzab 33:59 en Surat Noor 24:31
(dia’s 26 en 27) - bakende de familiale lijnen dan af en werd vooral door de soenieten verder
geïnterpreteerd, wat vandaag door een aantal islamieten in vraag wordt gesteld. Er is een relativeren
van de praktijk en ruimte voor debat (zie Tareq Oubrou, iman in Bordeaux). Het moderne probleem van
de hoofddoek werd ontdekt ten tijde van het Victoriaanse Europa, waar vrouw en seksualiteit een
maatstaf werden voor de ontwikkelingsgraad van een maatschappij. Vrouwen in koloniale gebieden
werden de tegenpool van de westerse Verlichtingstraditie… (zie acties vanuit Egypte: Evelyn Baring,
Lord Cromer en Qassim Amin).
Inmiddels werd de hoofddoek een symbool van culturele authenticiteit: de vrouw als kernonderdeel van
moderniteit, en geen distinctiemechanisme meer zoals bv. bij Lord Cromer. Daarbovenop kwamen er
de iconische voorbeelden: de Iraanse revolutie van 1979 en de secularisering van Turkije, waar de
hoofddoek symbool werd van de islamitische vernieuwingspartij AKP.
Het debat en de uitkomst ervan verloopt dus zeker niet eenduidig. De opdracht is evenwel afstand te
nemen van de historische lading, los van enige beschavingsretoriek.
Ook prof. Chia Longman geeft haar inleiding met een PPt. Algemeen gesteld is gender, volgens haar,
een cultureel variabele constructie, waarin kledij en lichaam een zeer belangrijke rol spelen. Zij is als
interdisciplinair onderzoekster (sociaal-culturele antropologie en cultuurwetenschappen) vooral
geïnteresseerd in gender, culturele en religieuze diversiteit in Noord-West Europa. Hoe gaat de
maatschappij om met gendergelijkheid, en wat is dat eigenlijk? Is culturele diversiteit er mee
verzoenbaar? Zijn er culturele gehelen? En is er niet meer gedeelde diversiteit, of superdiversiteit?
Het lichaam is de ingang tot structurele en sociale relaties, het converteert onze identiteit. Staat het
haar symbool voor seksualiteit (zie schilderij ‘Le viol’ van René Magritte!) is zulks één van de motivaties
achter sluierpraktijken? Men moet vaststellen dat de hoofdbedekking in zeer vele godsdiensten
voorkomt en erg bedekkende kledij bekend is bij alle abrahamitische religieuze tradities. Er is een
toenemende seksualisering van de maatschappij, en wanneer moslima’s aangespoord worden met
‘Bevrijdt jullie, islam is onderdrukkend’, dan stellen ze zich bij het horen daarvan de vraag ‘Is dat nou
emancipatie?’
Haar stellingen zijn: (1) controle op vrouwelijke seksualiteit staat centraal in het debat, ook in het
Westen, maar er is diversiteit en complexiteit. (2) De context en (her-)interpretatie van heilige teksten
spelen een belangrijke rol. (3) Hoe interpreteren en ervaren vrouwen religieuze (en seculiere) normen
zelf?
Als voorbeeld bestudeerde prof. Longman speciaal de ‘modesty’ (‘tzniut’) in het orthodoxe jodendom,
d.i. de bescheidenheid, de ingetogenheid. Dit is een minderheid in het jodendom in vergelijking met de
progressieve stroming, maar heeft toch ook een strikte (bv. charedi / chassidim) en een moderne
versie.
4
BLAD NR.
5
ONS KENMERK
UW KENMERK
LEUVEN,
De fundamenten van het jodendom kenden genderongelijkheid, androcentrisme en patriarchaat. Een
joodse Verlichting en erop volgende progressieve strekkingen alsook het tweede golffeminisme
brachten belangrijke veranderingen in een reeks religieuze praktijken. Maar is dat meer dan formele
gelijkheid? De meeste verboden en geboden zijn genderneutraal, maar mannen en vrouwen hebben
nog wel een andere rol in het dagelijkse sterk gesacraliseerde leven. Er blijven een aantal
ongelijkheden bestaan (zie dia 12). De orthopraxie voor vrouwen, d.i. het zich-gedragen in
overeenstemming met voor juist en algemeengeldend gehouden opvattingen (XIVde, van Dale),
voorziet o.m. nog in verschillende reinheidswetten zoals een rituele reiniging in de ‘mikveh’ (bad) tijdens
de menstruatie + 7 dagen (dia’s 15 en 17).
De vrouwelijke religiositeit is geseksualiseerd (uiterlijk, gedrag, innerlijk), maar dit geldt ook voor
mannen. Het vrouwelijk lichaam is het eigen ‘sanctum sanctorum’. Een uiterlijk teken van die
seksualisering is bv. de pruik die na het huwelijk wordt gedragen in bepaalde Chassidische
gemeenschappen, een traditie uit de 16
de
eeuw… Er is een symbolische identificatie van vrouw en
vrouwelijk lichaam met collectieve identiteit. Dat zeer weinig in uiterlijke verschijningsvorm verandert
dient om de identiteit te behouden (dia’s 18 en 19).
_____
V. Welk is het persoonlijk standpunt van het panel inzake het verbod op het dragen van de hoofddoek?
A. Prof. Longman is tegen het verbod zoals het nu werd ingevoerd. Zij heeft wel vragen bij de
hoofddoek op zich, en staat kritisch tegenover elke onderdrukkende norm waaraan men zich moet
confirmeren. Is er trouwens wel voldoende onderzoek naar gedaan? Voor vele moslima’s is het wel een
zeer bewuste keuze, waardoor ze dreigen uitgesloten te worden van participatie!
Ook prof. Fadil vraagt zich af of het debat wetenschappelijk gevoerd wordt. Zij is voor een pluralistische
samenleving: men heeft de keuze te praktiseren of niet. Maar draagt men de hoofddoek, dan mag men
niet van participatie uitgesloten worden, het mag geen maatschappelijke consequenties hebben. Dus is
zij tegen het verbod.
Em. prof.De Munter legt de klemtoon op de godsdienstvrijheid. Er wordt aan de hoofddoek te veel
aandacht besteed tegenover andere praktijken. Er is de sociale druk: het vrouwelijk lichaam wordt
gecontroleerd - van wanneer wordt het een probleem? Maar die druk kan werken, schoollopen, … niet
uitsluiten. Voor elke praktijk bestaat er trouwens sociale druk (het dragen van hakken, de seksualisering
van het lichaam in het algemeen). Kan een 16-jarige nog participeren als hij/zij zich niet onderwerpt aan
codes…?
V. In Berlijn verbood een rechter vrouwenbesnijdenis toe te passen. In hoeverre komt dat overeen met
mensenrechten?
5
BLAD NR.
6
ONS KENMERK
UW KENMERK
LEUVEN,
A. Er zijn culturele praktijken die schadelijk zijn, zoals gedwongen huwelijk of steniging. Valt besnijdenis
van mannen daaronder - een culturele traditie in de VS…?
Onze westerse cultuur stelt zelfs vragen naar ideale fysiek. Quid borstvergrotingen, piercings,
transgenderoperaties, correcties schaamlippen, … praktijken die een hinderpaal zijn voor allochtone
vrouwen? Is dat allemaal wel compatibel met onze cultuur? Wij hebben er geen problemen mee, maar
blijkbaar wel met het omgekeerde…
De enige oplossing bestaat erin een dialoog te voeren met de partijen zelf, zoals dat overigens ook met
de hoofddoek moe(s)t gebeuren.
V. Wat met de multiculturele samenleving? Wat een cultuur doet, heeft invloed op de locale cultuur.
Wederzijdse invloed is essentieel. In hoeverre moeten wij aanpassen om te kunnen leven met ‘anders
zijn’?
A. Er zijn geen culturele gehelen. Belangrijk is: wat kan ik van de andere leren, bv. over steun binnen
de gemeenschap?!
Die discussie hangt natuurlijk samen met de definitie van culturen.
V. Leven met iemand die anders is: lukt fiftyfifty ditmaal?
A. Er zijn indicaties dat we streven naar een pluralistische samenleving. Is een universele
gemeenschap, met onderling gelijke verhouding tussen mannen en vrouwen haalbaar?
Over de essentie van pluralisme in het algemeen: heeft dit geen consequenties naar de dominante
groep, moet de meerderheid zich niet openstellen? Quid met bv. de (christelijke) verlofdagen in het
onderwijs?
Genderbetekenis in een universele gemeenschap betekent dat ook niet dat man en vrouw dezelfde
taken kunnen hebben en dus bv. ook de kinderzorg moeten kunnen verdelen? Moet universele cultuur
ook niet voldoende familievriendelijk zijn?
V. Hoe zit het met de hoofddoek juridisch?
In de jaren ’90 heeft het hoogste Franse rechtscollege een principieel verbod tot het dragen van een
hoofddoek voor leerlingen uitgesproken. Is dat verzoenbaar met de geldende verdragsteksten inzake
de rechten van de mens?
De Raad van State verwees naar concrete omstandigheden waarin mensen onder druk kwamen te
staan: alleen dan kon de overheid wel tussenkomen. Maar de wetgever legde de uitspraak naast zich
neer en koos voor een principieel verbod.
Nu is door de Raad van State aanvaard dat er ter plaatse kan geoordeeld worden over dat principiële
verbod (cfr. Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens). Maar waarop is dat
gesteund?
6
BLAD NR.
7
ONS KENMERK
UW KENMERK
LEUVEN,
Het verbod om door de algemene vergadering van de leerkrachten een zodanig principiële uitspraak te
laten doen, is nog niet door het hoogste rechtscollege behandeld.
A. Het probleem in hoeverre gebruiken we al dan niet die mogelijkheid tot verbieden, moet
ondergeschikt zijn aan de mensen- of vrouwenrechten en zal altijd een discussiepunt vormen.
7