Download hier het strategisch beleidsplan

Strategisch Beleidsplan
2014 - 2018
© Louis ‘t Hart
LEREN VOOR HET LEVEN
“We leren niet meer voor een loopbaan, maar voor het leven”.
15 scholen maken de Stichting Westelijke Tuinsteden
Strategisch beleidsplan 2014-2018 / Toekomstplan StWT bestuurskantoor
Inhoudsopgave
1. DE LERENDE GEMEENSCHAP IN ONTWIKKELING: LEREN VOOR HET LEVEN .................................................................. 1
2. VISIE ................................................................................................................................................................. 2
Een mogelijke alledaagse praktijk in 2018 ..................................................................................................... 2
Waarden en hun vertaling .............................................................................................................................. 4
3. AMBITIES ........................................................................................................................................................... 5
4. VERVOLG............................................................................................................................................................ 7
1. De lerende gemeenschap in ontwikkeling: LEREN VOOR HET LEVEN
15 scholen, ieder met een grote eigenheid, ontwikkelen zich samen tot een lerende gemeenschap
waarvan de leden met en van elkaar leren. Die ontwikkeling is in gang gezet en zet door. Het leren in
die gemeenschap heeft een heel duidelijke focus: alles in het werk zetten om het best mogelijke
onderwijs te bieden dat onze leerlingen verdienen, zodat zij zich kunnen ontwikkelen in een warme,
veilige en uitdagende omgeving. Dat vraagt boven alles een sterk ontwikkelde wil om te leren. Te
leren om het beter te doen, iedere dag weer. En dus ontwikkelen de scholen processen om met
elkaar die leerprocessen in te richten. Dat zijn processen van individuele leerkrachten, van
leerkrachten in teams, van leerkrachten en hun leidinggevende, van leerkrachten en de ouders van
de leerlingen. Maar ook, en dat is een extra dimensie, processen tussen scholen. De scholen
ontwikkelen zich tot partners op allerlei gebied: leidinggevenden die elkaar coachen, leerkrachten die
kwaliteiten voor andere scholen inzetten en conciërges die de krachten bundelen om samen klussen
te klaren. Dit vraagt om een bestuur en Raad van Toezicht dat dit mogelijk maken, faciliteren en
bewaken.
Wat in alles doorklinkt is dat leren alom aanwezig is en een voortdurende activiteit van geboorte tot
heengaan. Onze scholen bereiden jonge kinderen voor op levenslang leren: uitdagend, leuk, boeiend,
interessant. LEREN VOOR HET LEVEN. Dit motto willen we graag aan onze kinderen meegeven, maar
net zo goed aan onszelf!
Dit strategisch beleidsplan is een plan dat ontstaan is uit de ontmoeting van de scholen. De scholen
bevinden zich in een proces van elkaar leren kennen, ontmoeten en samenwerken, de zogenaamde
scholentour. Vanuit de scholen zijn de gemeenschappelijke onderwerpen aangereikt. Het bestuur
heeft daar op gereageerd en aangevuld. De gedeelde onderwerpen houden alle betrokkenen bezig
en ieder zal daar vanuit zijn eigen rol flinke stappen voorwaarts mee maken in de komende jaren.
Iedere school doet dat vanuit zijn eigenheid en tegelijkertijd gevoed door de verbondenheid met de
andere scholen. Zoals gezegd, het bestuur en het bestuurskantoor stellen alles in het werk om deze
ontwikkeling te faciliteren.
Dit plan is een plan dat aanzet tot actie vanuit een gedeelde visie en daarbij passende ambities.
A. Iedere school vertaalt dit op een eigen manier naar afspraken die in interactie met de eigen
personeelsleden tot stand komen. De afspraken zullen zowel ambitieus als haalbaar zijn,
afgestemd op de specifieke context van de school en vastgelegd in een schoolplan. Met ieder
van de scholen wordt het eigen schoolplan met het bestuur en het bestuurskantoor besproken.
Hierbij gelden twee punten van aandacht:
1. de aansluiting op de gedeelde visie en ambities, i.c. dit strategisch beleidsplan
2. de wenselijke steun vanuit het bestuur en het bestuurskantoor
B. Het bestuur en het bestuurskantoor formuleren activiteiten die de lerende gemeenschap kunnen
versterken
We spreken over een dynamisch strategisch beleidsplan fase 1. Dit is fase 1. Deze fase geldt voor de
rest van dit schooljaar 2013-2014. Fase 2 wordt in gang gezet nadat alle scholen bezocht zijn in het
kader van de scholentoer en er met de individuele scholen vertalingen zijn gemaakt naar de eigen
situatie. De inhoud van Fase 2 wordt in grote lijnen bepaald en krijgt zijn beslag in schooljaar
2014-2015. Op die manier blijft het strategisch beleidsplan in contact met de werkelijkheid van de
stichting en alle betrokkenen. Naast de dynamiek is er ook stabiliteit. De waarden die in dit plan
beschreven worden, staan vast voor de periode 2014 – 2018.
1
2. Visie
Een visie is letterlijk een beeld. Een beeld dat een wenkend perspectief is, geprojecteerd in de
toekomst. Hieronder hebben we een dergelijk beeld in woorden omgezet. Het is een mogelijk beeld
dat iedere school uitnodigt om de deuren open te zetten en na te denken over het scheppen van een
eigen werkelijkheid die tegemoetkomt aan de belangrijkste waarden van onze scholen.
Een mogelijke alledaagse praktijk in 2018
Ayoub, 12 jaar, leerling
Ayoub staat op en voelt zich meteen zenuwachtig. Vandaag moet hij samen met zijn schoolmaat
Justin een presentatie geven met als titel ‘wijs in de media’. Het is een goed verhaal geworden. Ze
kregen hulp van een vader van een meisje in de klas. Die man doet iets met media voor zijn werk, dus
dat was handig. Justin zou nog wat aanvullen, maar gisteravond om 22.00 uur had hij dat nog niet
gedaan. Ayoub logt in op zijn tablet op hun gezamenlijke werkruimte om te kijken of Justin het nu
wel gedaan heeft. Pfff, gelukkig, Justin heeft om 22.30 nog aangevuld. Laat naar bed, die jongen.
School is niet makkelijk voor Ayoub. Hij heeft veel moeite zich goed te concentreren als een leraar
iets vertelt. En dan is hij ook nog eens minder goed in keuzes maken en in het plannen van zijn werk.
Op zich is hij wel heel gemotiveerd om zijn werk goed te doen. Sinds 2 jaar is er een nieuwe
werkwijze gestart op school. Ze zitten met 2 groepen 7 en 2 groepen 8 in één grote ruimte. Er zijn
ook aparte plekken voor instructie. Iedere leerling heeft een eigen tablet. Sinds twee jaar begint
Ayoub dan ook iedere dag met het maken van zijn eigen dag-plan op zijn tablet. Dat plan past weer in
het week-plan dat hij iedere maandag opstelt. Dat is nog niet eenvoudig, maar zijn persoonlijk
begeleider Marloes helpt hem daar gelukkig bij. Met hem heeft ze het jaarplan eerst opgeknipt in
maanden en iedere week probeert hij het zo te plannen dat hij zijn werk afkrijgt. In het begin was het
heel moeilijk, nu gaat het best al goed. Iedere dag moet hij zijn dagtaken af hebben. Lukt dat niet,
dan moet hij nablijven. Niet zo leuk maar dat is hem pas 2 x overkomen. Soms werkt hij alleen, soms
in tweetallen en soms in groepjes. Bij het werken in groepjes is er aparte instructie. Dat werken in
groepjes vindt hij nog zwaar, zeker als ze samen opdrachten moeten maken. Ze horen elkaar zoveel
mogelijk aan te vullen, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Andere kinderen willen het
vaak anders dan hij en hij is eigenwijs. Met Justin ging het gelukkig goed dit keer. Hij heeft zin om
straks zijn presentatie te doen. Zijn moeder komt ook.
Karima, 38 jaar, moeder van Ayoub.
De moeder van Ayoub heeft nog 2 kinderen op school. Ze is al jaren heel actief betrokken en zit ook
in de ouderraad. Sinds 3 jaar begint ieder schooljaar met een startgesprek met de persoonlijke
begeleider van je kind. Daar wordt de tijd voor genomen. Het gaat niet alleen over je kind, maar ook
over wat je als ouder kunt doen om het leren van je kind te steunen en hoe je je kunt inzetten voor
de school. Haar man, vader van Ayoub, is bakker en heeft onlangs bijvoorbeeld geholpen met een
week over beroepenoriëntatie. Karima zelf heeft in de loop van de jaren haar organisatietalent
ontwikkeld en dat ingezet in de ouderraad. Daarnaast heeft zij haar kinderen goed kunnen helpen
met woordenschat. Na een dergelijke intake is in ieder geval duidelijk wat de verwachtingen zijn over
en weer. De 10 –minutenavonden zijn afgeschaft. Als er dingen spelen, hoort ze dat wel via mail en
kan ze school om een gesprek vragen. Regelmatig logt ze in op het LVS om te zien hoe het gaat met
de vorderingen van haar zoon. Het jaar wordt ook weer afgerond met een eindgesprek. Karima is blij
met deze goede samenwerking tussen de school en de ouders en ze beseft dat zij zich daarvoor
vanuit de ouderraad ook flink heeft ingezet. Ze vindt het ook leuk dat ze zo meteen met de vader van
Justin gaat kijken en luisteren naar de presentatie van Ayoub en Justin. Tussendoor wil ze Marloes,
de persoonlijke begeleider van Ayoub, even aanspreken of Ayoub zich goed gedraagt de laatste tijd.
2
Marloes, 32 jaar, leerkracht
Ayoub is 1 van de 25 leerlingen waarvan Marloes de persoonlijke begeleider is. Het gaat goed met
Ayoub. Hij heeft veel baat bij het experiment op school. Marloes is een van de ontwikkelaars
geweest van de nieuwe werkwijze op school. Het is flink bikkelen geweest om het voor elkaar te
krijgen, maar nu is bijna alles zoals ze het willen. Ze staan nu met 5 leerkrachten (4 fte) op een groep
van 102 leerlingen, verdeeld over 2 jaargroepen. Daarnaast zijn er 2 IB-ers, 1 zorgcoördinator en 1
vakleerkracht aan hun team toegevoegd. Die werken ook voor andere teams, maar dit is hun
kernteam. Samen organiseren ze het passend onderwijs vanuit het gegeven dat iedere kind een
eigen traject heeft. Ze begeleiden de kinderen, die afwisselend werken in groepjes, in tweetallen en
individueel. Vanaf de middenbouw leren de kinderen te werken met een tablet. Daarin staat hun
individuele planning. Een deel van hun werk kunnen ze ook uitwerken op de tablet.
Voor de medewerkers is het heel belangrijk om het beste uit zichzelf te halen. Iedere medewerker
wil zichzelf blijven uitdagen en maakt zijn eigen ontwikkelplan. Wel in afstemming met het team,
zodat de leerlingen optimaal begeleid worden. Marloes is een kei in het ontwikkelen van lessen
waarin cognitieve, creatieve en lichamelijke componenten samen opgaan in een leerproces. Ze werkt
graag met groepjes van 10 tot 20 leerlingen. Ze heeft daarbij veel gehad aan de kennisacademie van
de Stichting. Dat is een overkoepelend orgaan, waar de kennis en kunde van leerkrachten gedeeld
worden, zowel in digitale vorm als door middel van fysieke bijeenkomsten in een kenniscafé. Marloes
heeft iemand van een andere school via deze academie ontmoet die haar geïnspireerd heeft om haar
lessen veel meer integraal te maken, zoals ze het zelf noemt. Medewerkers die een speciale kwaliteit
hebben, delen die tijdens bijeenkomsten en kennis wordt ook altijd op film of in documenten
gedeeld op de site. Er zijn bijvoorbeeld flink wat lessen van Marloes gepost. Soms treden ook externe
sprekers op. Door een koppeling met de academische Pabo, kun je via de kennisacademie ook een
academische graad halen. Na een langzame start is deze kennis-academie een succes aan het
worden. Het wordt steeds gewoner dat iedere medewerker bezig is zijn eigen ontwikkeling te sturen.
Het lijkt misschien heel logisch, maar dat was het in ieder geval niet.
Marloes is er ook blij mee dat er steeds meer ruimte lijkt te ontstaan; ruimte voor creatieve vakken
en beweging, voor ‘aandachtslessen’ en ook voor de eigen professionele ontwikkeling, de
afstemming met anderen en het bezoeken van elkaar. Voor een belangrijk deel komt dit door de
slimmere organisatie van de groepen en de helderheid over de individuele leerplannen van de
leerlingen. Werken met een team in een grotere groep blijkt goed te combineren met individuele
aandacht. En door het werken in een team, win je zeker een dagdeel per medewerker per week.
Marloes kijkt naar de presentatie van Ayoub en Justin. Het zijn kanjers als je ziet hoe ze een groep
van 100 leerlingen weten te interesseren. De directeur is ook binnengelopen, omdat zij graag wil
leren van dit onderwerp.
Karlijn, 39 jaar, directeur,
Karlijn is sinds 4 jaar directeur van deze school. Ze heeft hard met de collega’s meegebouwd aan de
nieuwe vormgeving van het onderwijs. Ze heeft geld georganiseerd, de ruimte aangepast,
inhoudelijke adviezen gegeven en de samenwerking met ouders en partners in de wijk
georganiseerd. Zoals die leerlingen gegroeid zijn door de combinatie van individueel maatwerk en
onderlinge hulp! De digitale ontwikkeling is daarvoor natuurlijk onmisbaar geweest. Het laatste jaar
is het werk van Karlijn lichter geworden. En zij verwacht dat er nog meer ruimte zal ontstaan.
Vroeger voerde ze bijvoorbeeld wekelijks een functionerings- en een beoordelingsgesprek. Nu doen
de teams dat zelf. 1 van de 4 teams kan dat al zelfstandig. Zij weten heel goed wat goed gaat en wat
beter kan. Dat bespreken ze met elkaar. Bij 1 ander team loopt het wat minder, dat begeleidt ze nog
intensief. De 2 andere teams groeien duidelijk naar zelfstandigheid. Het motto “heft in eigen
handen” krijgt steeds meer vorm. Deze geweldige presentatie van Ayoub en Justin is voor haar het
bewijs dat er veel ten goede is gekeerd op school.
3
Dit beeld is een uitnodiging. Een uitnodiging aan iedere school om een toekomstbeeld te schetsen
dat past bij de eigen school. Een uitnodiging om in ieder geval de deuren open te zetten en te denken
over nieuwe mogelijkheden om het onderwijs te organiseren, zolang er uitgegaan wordt van een
aantal fundamentele waarden die in dit beeld besloten liggen.
Waarden en hun vertaling
De scholen van de Stichting Westelijke Tuinsteden bieden openbaar onderwijs. Op onze scholen is
ieder kind en iedere leerkracht welkom, ongeacht zijn of haar sociale, culturele of
levensbeschouwelijke achtergrond. Openbare scholen leren kinderen van jongs af aan respect te
hebben voor elkaars mening of overtuiging. Er wordt actief aandacht besteed aan de
overeenkomsten en verschillen tussen kinderen, zonder voorkeur voor één bepaalde opvatting. Een
openbare school heeft aandacht voor én biedt ruimte aan ieder kind én iedere leerkracht.
Niet apart, maar samen. Die verschillen zijn een bron van inspiratie en kwaliteit van ons onderwijs.
Onze scholen zijn gevestigd in een grootstedelijke, multiculturele omgeving, i.c. in Amsterdam
Nieuw West, voorheen de wijken Osdorp, Slotervaart en Geuzenveld/Slotermeer. Dit noodzaakt de
scholen extra aandacht te besteden aan de Nederlandse taal. Bijna alle scholen bieden dan ook de
voorschool aan als extra faciliteit waarbij kinderen vanaf 2,5 jaar al op speelse wijze taalonderwijs
genieten. Alle scholen delen met elkaar dat zij streven naar een zo hoog mogelijke
onderwijskwaliteit, met zoveel mogelijk aandacht voor de eigenheid van het kind. Het bieden van
een veilige omgeving waarin met respect voor elkaar wordt omgegaan heeft hoge prioriteit.
We werken de komende vier jaren vanuit de volgende waarden
1. Uniciteit
Dit is de centrale waarde van ons onderwijs. Ieder mens is uniek. Het onderwijs stelt weliswaar
eisen aan kennis en kunde waar ieder mens mee in contact wordt gebracht, maar er is volop
ruimte om dit op verschillende manieren aan te bieden, passend bij de uniciteit van ieder kind en
passend bij de uniciteit van de begeleider. Het ultieme criterium is dat het onderwijs stimuleert
dat het kind het beste uit zichzelf haalt en dus aanmoedigt en uitdaagt.
Deze algemene beschrijving zullen we de komende periode in het bijzonder vertalen naar een
vorm van onderwijs, waarin maatwerk steeds meer tot op het niveau van het kind geboden
wordt. Van ieder kind zullen we steeds meer kennis krijgen over zijn geaardheid, zijn leerstijl en
mogelijkheden. Deze kennis stelt ons in staat om het onderwijs daarop af te stemmen.
2. Openheid:
Ons onderwijs stimuleert een open houding. Een open houding naar de medemens, een open
houding naar de stof en een open houding naar manieren waarop het onderwijs georganiseerd
en aangeboden wordt.
Deze algemene beschrijving zullen we de komende periode vertalen naar het stimuleren van het
onderzoeken van nieuwe mogelijkheden om het onderwijs beter te organiseren om de waarde
van uniciteit ook waar te kunnen maken. De openheid krijgt ook vorm door meer in te zetten op
open communicatie tussen alle partners die bij het onderwijs betrokken zijn.
3. Verbondenheid
Onderwijs komt in onderlinge verbondenheid tot stand en versterkt ook de verbondenheid.
Iedere leerling, medewerker, ouder en andere betrokkene wordt gestimuleerd zich te verbinden
met anderen en bij te dragen aan het doel om voor iedere leerling het best mogelijke te bieden.
4
Deze algemene beschrijving zullen we de komende periode concretiseren door fors in te zetten
op lerende gemeenschappen in en om de scholen en tussen de scholen. Die lerende
gemeenschappen zullen bij kunnen dragen aan het verzamelen en delen van kennis over het
best mogelijke onderwijs om de centrale waarde van uniciteit te kunnen realiseren.
4. Verantwoordelijkheid
We hechten grote waarde aan het nemen van verantwoordelijkheid voor de taken en rollen die
ieder van ons zijn toebedeeld.
Deze algemene beschrijving zullen we de komende periode in het bijzonder vertalen naar het
vergroten van de zeggenschap en zelfsturing van de onderwijsgevenden. Zij krijgen een grotere
rol in het vormgeven van het dagelijkse onderwijs, omdat zij ook het grote verschil maken voor
de leerling. Tegelijkertijd zal dit aan ook betekenen dat de onderwijsgevenden meer
verantwoording afleggen over de inspanningen die zij doen om het onderwijs zo optimaal
mogelijk vorm te geven. De manier waarop dit per school plaatsvindt, zal verschillen, mede
gezien de fase waarin een school zich bevindt. In ieder geval zal veel aandacht gegeven moeten
worden aan de kwaliteit van de interactie die zichtbaar wordt in o.a. een feedbackcultuur. Dat
vraagt om coachend leiderschap.
3. Ambities
In de komende periode wordt er in het bijzonder ingezet op onderstaande ambities. De ambities
gaan uit van congruentie. Dat wil zeggen dat wat voor de relatie tussen leerkracht en leerling geldt,
evenzo geldt voor alle andere relaties. Per school worden verschillende accenten gelegd tussen en
binnen de onderstaande ambities, afhankelijk van de ontwikkelingsfase van de school en de eigen
voorkeuren.
1. Het beste uit ieder kind
Aandachtspunten voor de scholen:
o
Blijven onderzoeken hoe het onderwijs zo georganiseerd kan worden dat er
gedifferentieerd wordt tot op het niveau van ieder kind
o Sturen op zo hoog mogelijke resultaten, verder internaliseren van OGW
o Naast de nadruk op cognitieve opbrengsten, meer ruimte organiseren voor sociaal
emotionele, creatieve en fysieke ontwikkeling van het kind
o Expliciet aandacht besteden aan ‘leren is leuk’, zodat kinderen een gezonde basis leggen
voor ‘leren voor het leven’
o ICT integreren als een natuurlijk onderdeel van zowel het organiseren van het leren als
het leren zelf
Aandachtspunten voor het bestuurskantoor:
o
In afstemming met scholen nagaan hoe zij hierbij zo goed mogelijk ondersteund kunnen
worden met kennis, vaardigheden, materialen, etc.
2. Ouders als educatieve partners
Aandachtspunten voor de scholen:
o
o
o
In samenspraak met ouders verwachtingen uitspreken ten aanzien van het bereiken van
doelen voor het kind en de ondersteunende rol die ouders kunnen vervullen
Ouders eventueel toerusten met materiaal en tips vanuit school
Continuïteit bieden door over de voortgang van het kind actief te communiceren
5
o
Ouders betrekken bij de doelen van de school en onderzoeken welke bijdrage zij kunnen
en willen leveren
o Virtuele gemeenschappen inzetten om de informatie, communicatie en organisatie te
versterken
Aandachtspunten voor het bestuurskantoor:
o
o
In afstemming met scholen nagaan hoe zij hierbij zo goed mogelijk ondersteund kunnen
worden met kennis, vaardigheden, materialen, etc.
Boven-schoolse initiatieven nemen om feedback van ouders te verzamelen en te
vertalen naar wenselijke ontwikkelingen.
3. De school verbonden met de wijk
Aandachtpunten voor de scholen:
o
Ambities formuleren over wat de school wilt bereiken in en met de omringende
samenleving
o Partners in de wijk identificeren, contact leggen en delen van ambities
o Gezamenlijke acties formuleren met deze partners, al dan niet afzonderlijk
o Virtuele gemeenschappen inzetten om de informatie, communicatie en organisatie te
versterken
Aandachtspunten voor het bestuurskantoor:
o
o
Op stadsdeel/stadsniveau opereren en voorwaarden optimaliseren
Scholen informeren over ontwikkelingen en hen voeden met relevante tips
4. De school/de scholen als lerende gemeenschap
Aandachtspunten voor de scholen:
o
In samenspraak met onderwijsgevenden werken aan een vanzelfsprekende lerende
houding die leidt tot actieve zelfsturing in het leren van de professionals.
o Met teams uitdagingen formuleren over leerbehoeften en leren met en van elkaar
o Het leren tussen medewerkers van de scholen stimuleren door te onderzoeken welke
match er gemaakt kan worden tussen brengen en halen van kennis en kunde.
o Hiervoor Kansrijk verder uitrusten en actief inzetten voor ALLE scholen
o Ouders betrekken bij deze lerende gemeenschap (zie ook punt 2)
o Andere partners in de omgeving van de school betrekken
o Deze aandachtspunten vanzelfsprekend ondersteunen met ICT
Aandachtspunten voor het bestuurskantoor:
o
o
Het ontwikkelen van beleid op het gebied van organisatie en personeel om deze
ontwikkeling te versterken.
In afstemming met de scholen werken aan de ontwikkeling van een StWT-academie, die
zowel fysiek als digitaal kennis en kunde biedt en een inspiratiebron is voor het
leerproces van alle medewerkers.
5. Coachend leiderschap
Aandachtspunten voor de scholen:
o
Bewust gebruikmaken van wat mensen al aan kwaliteiten en mogelijkheden in zich
hebben en deze beter benutten,
6
o
Zelfregulering en autonomie van de medewerkers versterken, waarbij autonomie in dit
verband een houding is, waarin de medewerker spontaan, zingevend, in volle
verantwoordelijkheid en in relatie met de ander de dingen doet die van belang zijn in de
organisatie
o Met medewerkers hun overtuigingen bespreken, en de medewerker coachen in het
aanpakken van eventuele belemmerende overtuigingen.
Aandachtspunten voor het bestuurskantoor:
o
Nagaan welke ondersteuning de scholen nodig hebben om verder te professionaliseren
op dit terrein, dan wel hoe de scholen elkaar kunnen ondersteunen (zie ook StWTacademie)
Deze ambities gelden voor de scholen en het bestuurskantoor. De scholen werken daarnaast aan een
eigen schoolplan en het bestuurskantoor aan een eigen toekomstplan.
Een bestuurskantoor dat vanuit kaders faciliteert
4. Vervolg
Dit strategisch beleidsplan is
- Een samenhangend kader van waaruit alle betrokkenen kunnen werken.
- Een uitnodiging om binnen de eigen geleding een eigen beeld van de toekomst te creëren
- Een inspiratiebron voor de scholen, die ieder in hun jaarlijks schoolplan terug zullen grijpen
naar dit plan als een kader waarbinnen ze opereren. Datzelfde geldt voor de jaarlijkse
plannen van het bestuurskantoor, waarin concrete acties benoemd worden die betrekking
hebben op alle onderdelen.
- Een toetsingskader om te beoordelen of we met elkaar op de goede weg zijn.
Zowel de scholen als het bestuurskantoor werken op basis van afspraken aan een verdere
concretisering voor de implementatie in schooljaar 2014-2015
7
© Louis ‘t Hart